zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

dinsdag 20 augustus 2019

Sociaal medium

Hij houdt de kinderwagen stil en kijkt dan aandachtig naar de hand die de vrouw naast hem, ik vermoed de moeder van het kind in de kar, onder zijn gezicht houdt. Ze mompelen wat, hij pulkt wat, maar de splinter krijgen ze er niet uit. Ik groet hen in het voorbijgaan. Zo doet men dat hier. 

Wandelend langs robuuste afdakken, Ikea-hangstoelen en een werkloze trampoline kijk ik omhoog langs de gevels, die met speelse tinten bruin in punten uitlopen. De huizen zelf zijn ongelijk langs de rooilijn gezet. Wat nieuw is moet oud lijken. We zitten hier vlakbij de Groningse gasbel, maar ze zullen vast niet gaan scheuren. Want onder de jaren-dertignostalgie zitten dikke isolatieplaten en prefab betonplaten. 

Men kan hier kennelijk ook zelf een huis bouwen. Zo maak ik op uit het scheefhangende bord met naast allerlei verboden en waarschuwingen ook de boodschap om materialen alleen op de eigen kavel te plaatsen. (Je zal maar burenruzie krijgen voordat de eerste steen,...eh, eerste plaat geplaatst is.)

Achter een hek staat tussen manshoog onkruid een rode kraanwagen. Boven het naastgelegen weiland hangt een luchtballon schijnbaar roerloos in het avondlicht. De kraanwagen doet me denken aan Pluk van de Petteflat, de ballon aan Pippi Langkous. De held en heldin uit mijn jeugdboeken. Waar men hasselbramen van een kluizelaar at om aardiger, speelser en minder netjes te zijn. Waar een torenkamer (Pluk) en een landhuis (Pippi) werden gekraakt. Pippi had een aap en een paard op haar veranda en vluchtte in een luchtballon voor twee gezagsgetrouwe dienders. Pluk hield het bij een kakkerlak en was maatjes met de vogels die bouwtekeningen onderscheten. 

De dieren die ik hier tegenkom zijn allen hond. Ook de kinderen worden allemaal keurig begeleid. Op hun loopfietsje, of vissend aan de waterkant. Waar twee meisjes pielen met een emmertje. "Nee, geen zand er in doen", "Jawel, een beetje maar", en het blootsvoetse meisje schept met haar handen wat aarde weg van de jonge aanplant. Dan bemoeit de moeder zich er mee. Bij elk kind is steeds een oplettende ouder in de buurt. Of het moet het nors kijkende meisje zijn dat me met haar oortjes in voorbij beent. Ze trekt een paar bladeren van een treurwilg. Handig in zo'n nieuwbouwwijk, zo'n boom die een beetje vlot groeit, kan die meid ook haar agressie kwijt. 

Misschien is ze met haar vader, stiefmoeder hierheen verhuisd en wilde ze eigenlijk niet mee. Maar vijftienjarigen hebben geen keus. Nu ziet ze niets dan kinderwagens, poedelende peuters en alweer een slinger voor een nieuwgeborene. Zo te horen zijn er meer mensen die zich moeten uitleven;  verderop zetten drie motoren het gas vol open op een weg waar je slechts zestig mag. Opgeschoten jongens of, -de prijs van een motor in acht nemend- , midlife mannen wiens kinderen de deur uit zijn en die hun vrouw niks meer te vertellen hebben. Als het geluid van de herrieschoppers wegsterft, klinkt het rustig zoemen van grasmaaiers en het trillen van de heggenscharen. Elke tuin is goed getrimd.  

Als ik de wijk uitloop zie ik aan de rand van het fietspad rookpluimpjes van zand, sporen van de zomerse stortbui van vanmiddag. Tussen de pluimpjes boort het gras zich door het asfalt. Er is hier geen stoep en ruimte om die ooit aan te leggen ontbreekt want links en rechts loopt een sloot. De mij tegemoetkomende fietsers hebben vaker wel dan niet een accu. Hun snelheid weerhoudt hen, en mij ook, van een groet. Akoestische fietsers groeten wel. 

De zon werpt nog even lange schaduwen en verstopt zich dan achter de hoge bomen van mijn eigen wijk. De ook ooit kaal was en vol kinderwagens, loopfietsjes en slingers. De kat die me anderhalf uur eerder nakeek vanuit het gras in een verlaten speeltuin, volgt me met zijn kop nu in omgekeerde richting. 

Thuis doe ik mijn schoenen uit en kijk waar online Nederland zich in mijn afwezigheid druk om heeft gemaakt. Een zeker Angela is in Limburg uit de bus gezet vanwege haar boerka, een presentator is bedreigd omdat hij Turkije een kutland noemde en tot slot zijn vluchtelingen die op familiebezoek gaan in hun geboorteland toch wel het ultieme bewijs dat er van gerechtigheid en beschaving niets meer over is in ons land!

Een avondwandeling in je ééntje is wellicht geen al te sociale bezigheid, maar wel een mooie manier om te zien dat het met die teloorgang van Nederland wel meevalt. Hoewel,.... de kans dat de bewoners die niet op straat waren, genoeglijk vanaf de bank op hun smartphone hel en verdoemenis zaten te typen, is niet onwaarschijnlijk.

maandag 13 mei 2019

Stemadvies voor ons graaiers

Er was ophef over Europarlementariër Sophie in 't Veld. NRC heeft het over 'gedeclareerde hotelkosten' die ze terug gaat storten. Maar volgens mij klopt dat 'declareren' niet helemaal. Het ging toch om onkostenvergoedingen? Iets met een vast bedrag als je een vergadering bijwoont. Als ze haar werk doet dus. De hoogte van die vergoedingen is toch een ander verhaal? In ieder geval geen stok om haar mee te slaan. Sterker nog, het standpunt van haar partij over het ter discussie stellen van de hoogte daarvan pleit volgens mij juist in haar voordeel.

Ik moet denken aan mijn vader. Die meer dan veertig jaar bij de overheid werkte. Voor zijn werk was hij eens spreker op een congres in Berlijn. Niet lang nadat de muur was gevallen. Naast het delen van zijn kennis op het gebied van stadsvernieuwing en ruimtelijke ordening, stak hij de Oost Duitse toehoorders ook een hart onder de riem. Door hen te zeggen er voor te waken niet het kind met het badwater weg te gooien. Door het rijke, vrije westen niet louter als het walhalla te zien dat moest worden nagebootst. Dat ook daar fouten werden gemaakt. Waar van geleerd kon worden. En dat er omgekeerd ook in de DDR zaken goed waren gegaan die je niet rucktsichtlos hoefde af te breken.  Het was een fris geluid waar hij lof voor kreeg. Maar mijn vader zou nog meer krijgen. Een 'onkostenvergoeding' om precies te zijn. Voor zijn gemaakte verblijfkosten.

Tijdens zijn verblijf logeerde hij bij mijn zus, die al decennia Berlijnerin is. Hij at bij haar of kocht als lunch een broodje bratwurst of shoarma. Bij terugkomst op het ministerie bleek het bedrag van hetgeen hij declareerde veel lager dan de 'onkostenvergoeding' die hij zou krijgen. Hij was blij dat hij de overheid zo geld kon besparen maar tot zijn verbazing bleek de 'vergoeding' niet omlaag te kunnen. Hij vond dat belachelijk, ging er een flinke discussie over aan. Maar het hielp niet.

Hij kwam verbolgen thuis. En boos. Hij weigerde geld aan te nemen voor kosten die hij niet had gemaakt. Mijn moeder suste het een beetje, vond dat hij zich niet zo druk hoefde te maken, niet roomser dan de paus hoefde te zijn. Wellicht opperde ze om het geld te doneren aan een instelling die er mensen mee hielp die het harder nodig hadden. Dan kwam het belastinggeld toch nog goed terecht. Hoe het precies is afgelopen weet ik niet meer maar deze anekdote borrelde boven toen ik de reacties las op twitter over de 'decalaraties' van Sophie in 't Veld.

Het werd lekker op de vrouw gespeeld. De ophef kreeg zelfs de naam 'Sophiegate'. Waarschijnlijk omdat het zonder hoofd minder lekker voelt om ons onbehagen te botvieren. Dan kunnen er koppen rollen. Letterlijk. 'De bak in' is nog de minst agressieve tweet. 'Lijfstraffen' of 'aan de katten voeren' komt ook voorbij. Twitter als volksgericht. Vermaak anno 2019.

Maar hoeveel twitteraars die vergenoegd 'lijfstraffen', 'tuig'en 'graaiers' tikken kunnen de bij hun belastingaangifte opgevoerde 'kantoor' (of andere) -kosten ook echt verantwoorden? Of geldt het invullen van het 'vaste bedrag' dat er nu eenmaal voor staat (dan heb je er toch recht op?!) als 'burgerplicht'? En, dichter bij huis, hoeveel van hen gaan er protesteren als een aannemer bij hun verbouwing oppert om een deel van de verbouwing 'onder tafel' te regelen?

Na tien jaar in de bouw zijn de keren dat mij werd gevraagd iets zwart te doen niet meer op twee handen te tellen. En, eerlijk is eerlijk, dat heb ik, ook al wordt ik er zelf niet beter van, niet altijd geweigerd. De laatste keer werd me zelfs contant geld in de hand gedrukt: 'Dan heb jij er geen werk van om een rekening uit te schrijven'. Oftewel: niemand kan weigeren als hij er zelf beter van wordt. En dat voordeel mag je als particulier kennelijk etaleren. Zo kreeg ik eens in een jubelmail van een klant: 'Ál jouw reparaties zijn door de verzekeraar betaald!' (lees: ook het werk dat ik uitvoerde en niks met de -verzekerde- lekkage te maken had).  Nee, in dergelijke gevallen ben ik minder rooms dan mijn vader.

Maar vandaag ben ik dat wel. Er zit een barst in mijn voorruit van mijn bus. Dikke pech dat ik een eigen risico van driehonderd euro heb maar het zij zo. Toen ik bij één herstelbedrijf navroeg wat de reparatie zou kosten noemde hij, na enig aandringen, alleen voor de ruit een bedrag van zes a zevenhonderd euro. De wadde? Er zou dus, zonder dat ik het wist, naast mijn eigen risico nog minstens net zo'n bedrag van de verzekeraar worden gevangen.

Na wat rondbellen kon een ander glasbedrijf het voor de helft doen. Waarop ik het eerste bedrijf afzegde. Verbaasd schreven zij terug dat het mij sowieso niet meer dan driehonderd zou kosten, dat de verzekeraar de rest voldeed en dat ik alsnog van harte welkom was. Ik appte met een smiley dat ook verzekeringsgeld moet worden opgehoest door de premiebetalers.

Dus mensen, zijn jullie ook verzekerd tegen glasschade, inbraak, lekkage of ander onheil. Vraag vooral bij u verzekeraar even na wat het bedrijf dat de boel komt fiksen vraagt of vangt. Los van wat het u zelf kost. Of, nog beter, vraag je (bouw) bedrijf vooraf om een offerte. En check bij de verzekering of de declaratie daarmee klopt. Zo niet, zeg de verzekeraar geen zaken meer met dat bedrijf te doen. Dat heet transparantie. En zet wellicht meer zoden aan de dijk dan roeptoeteren dat in 't Veld onder de groene zoden moet.

Wist u trouwens dat de partij van In 't Veld al jaren aan de weg timmert voor meer transparantie. Een voorstel over meer openheid over vergoedingen van Europarlementariërs haalde het deze zomer niet. Op verzoek van de NOS gaven 17 van de 26 parlementariërs dat alsnog. Met uitzondering van VVD, SGP en PVV. En drie jaar eerder was er een voorstel over meer openheid over de echt grote bedragen. 'De Europese begroting is een ouderwets instrument en kan daarom niet de juiste impulsen geven voor de duurzame groei die we nodig hebben. Die radicale hervorming moet er komen. Zo heeft de EU begroting zeer geringe meerwaarde', aldus Gerbrandy, D66 collega parlementariër van In 't Veld. Aanleiding was dat ook de Rekenkamer concludeerde dat lidstaten zich concentreren op het binnenhalen van subsidies en niet op de resultaten van de projecten. 

Gelukkig is zulk graaigedrag ons 'arme belastingbetalers', vreemd. Maar niet getreurd, want straks kunnen we stemmen. Op de partij die het dichtst bij onze eigen visie ligt. Of bij de manier waarop wij zelf het liefst met publieke middelen omgaan. Kunnen we daarna op twitter lekker losgaan over hoe inhalig 'zullie' zijn. Succes met kiezen.

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.