Posts tonen met het label vrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrouwen. Alle posts tonen

zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

maandag 22 augustus 2016

Wasvrouwen anno 2016

Een paars kindersandaaltje zonder voet er in. “Watch out, it's slippery” zegt een vrouw tegen het meisje dat kennelijk bij het sandaaltje hoort. In prachtig Engels. Niet het onverstaanbare Engels dat deze zomer wordt gebrabbeld op luxe campings aan de Kroatische kust door opgeschoten Italiaanse jochies. Het meisje sputtert, de moeder sust. Aan de andere kant van het trespa schot sta ik bloot onder een te hete douche.

Ik droog me af, zet mijn bril op en lees eindelijk de instructie op het bordje aan de muur: -GELIEVE DE RUIMTE NA GEBRUIK TE VERLATEN- De Engelse moeder met kind gaan weg. Twee pubermeiden komen in hun plek: “Deze twee zijn nog vrij, ik hou ze wel bezet.”

Niemand ziet mij.

"Je moet het eigenlijk wel tegen hem zeggen hoor."

"Ja, dat weet ik, maar dat kan ook gevaarlijk zijn.” 
"Ben je daar nog geweest?”
"Shit, ik heb geen crèmespoeling bij me.”
"Je mag de mijne wel gebruiken.”
 "O, echt?”
"Ja hoor, in welke zit je?”
"In de vierde. En jij?"
"Ok, let op...”

Bloot maakt loslippig. Of zouden het de doucheschotten zijn? In elk geval kan het meisje van wie ik de schuimkoppen onder mijn voeten door naar het putje zie drijven goed mikken. Ook ik heb geen crémespoeling. Maar ook geen vriendin die het naar me kan gooien. Want ik ben opnieuw met vijf mannen op vakantie. Ik krijg geen fles op mijn hoofd. Zwijgend verlaat ik de doucheruimte.


Bij de kapper was ik in geen jaren. Mijn haar met shampoo wassen doe ik zo min mogelijk. Föhnen is ook zo'n gedoe. De spiegel is beslagen. Mijn bril ook. Ik haal mijn haar los en ga het borstelen. Dat kan ik best blind. Het duurt langer dan de douche.

Dan komt het meisje uit het tweede hokje. Ze heeft haar haar kunstig in een tulband gedraaid. Haar armen zijn vol kleren en een open toilettas. Ze laat iets vallen. Kleren. Die nu nat worden.
"Fuck it" sist ze.

Een onzekere stem uit nummer vier vraagt vertwijfeld waarom het opeens zo stil is. het fuck-it meisje zegt niks. Wat kan ze zeggen?: "Ssst, Kim/ Britt/ Chantal, er staat hier een langjarige heks met beslagen bril voor een spiegel waar je niks in ziet. Ze kwam met droge haren onder de douche vandaan. Ze luistert ons vast af." 

Ik draai mijn haren in een knoet en laat de gecremespoelde dames alleen. 



maandag 7 maart 2016

Vrouwelijke kostbaarheden in Drenthe

Morgen is het weer zover. Dan is het ruim een eeuw geleden dat in New York... 
of nee... dan is het bijna een eeuw geleden dat in Sint Petersburg....
...allemachtig, moet er nu ook al worden gewedijverd over wie de vrouwendag bedacht? Was het een demonstratie tegen de slechte arbeidsomstandigheden in de textielindustrie of had het toch te maken met de aanloop naar de Russische revolutie?

Nou ja. Emancipatie dus. Feminisme. Vrouwen. Die gemeen hebben dat hun maagdelijkheid in de meeste delen van de wereld als hun kostbaarste, zo niet enige bezit wordt gezien. Dat je weggeeft als je trouwt. Ditzelfde bezit geldt tevens als kostbaarste (en enige waardevolle) beloning voor de man. Dus wie trots pronkt met juwelen, is zelf schuldig aan diefstal. Een scheve -of zichtbare- haar kan eenvoudig worden uitgelegd als het geven van aanleiding tot geslachtelijk verkeer. En mocht een kerel zich niet kunnen beheersen, en een verkrachting leidt dan tot conceptie, dan hoort het kind ter wereld te komen. Omdat de vrouw, ondanks het bestolen worden van haar maagdelijkheid,  die andere heiligheid, van het leven, dient te eerbiedigen.
 
Iets van vroeger? Wellicht. Maar toch niet zo heel erg vroeger. Zo hoorde ik oud Tweede Kamerlid en Oud Dolle Mina mevrouw Hillie Molenaar op de radio vertellen. Over hoe dat in Nederland ging. Bij ongewenste zwangerschappen. Toen abortus nog verboden was. Zodat vrouwen vaak zelf gingen aanklooien. Dat je alleen aan de pil mocht met toestemming van ouders en dat afstand doen van je kind geen uitzondering was. Seks voor het huwelijk, dat hoorde niet. Dolle Mina hield lezingen door het land. Aan -mannelijke- studenten geneeskunde. Er was nog een wereld te winnen.

Hun slogan 'Baas in eigen buik' is inmiddels gemeengoed bij de huisarts. Maar sommige Christelijke partijen stelden op afgelopen schrikkeldag toch kritische vragen aan minister van Rijn aangaande tienerzwangerschappen. Of de nadelen van het afbreken van een zwangerschap wel voldoende werden belicht en zo.
 
Het festival wordt geopend met de voorpremière As I Open My Eyes, een indrukwekkend, muzikaal drama van debuterend filmmaker Leyla Bouzid waarin de coming-of-age van de rebelse tiener Farah wordt gevolgd vlak voor het uitbreken van de Jasmijn-revolutie in Tunesië. Andere voorpremières zijn het oorlogsdrama Les innocentes (door Coco avant Chanel-regisseur Anne Fontaine), de sensuele coming-of-age film Bang Gang (A Modern Love Story) en het spannende vluchtelingendrama Dukhtar. Ook worden er diverse internationale titels vertoond, waaronder de winnaar van de IFFR Bright Future Award Las lindas van Melisa Liebenthal en de absurdistische zwarte komedie Body van Małgorzata Szumowska, winnaar van de Zilveren Beer voor beste regisseur op het filmfestival van Berlijn. - See more at: http://www.hetgezinsblad.nl/nieuws/45217/programma-internationaal-filmfestival-assen-l-vrouw-film/#sthash.l0Cdghbi.dpuf
Er is nog steeds veel te winnen. Ook bij ons om de hoek worden vrouwen opgesloten en gedwongen om juist datgene met mannen te doen wat hun door diezelfde mannen zo nadrukkelijk wordt verboden. Vóór het huwelijk. Tijdens een huwelijk. Ook in Rotterdam. Waar onlangs een jonge vrouw werd gewurgd en daarna begraven in Drenthe. Hij kreeg tien jaar cel. In Istanbul maakt de staat zich zelf schuldig aan inperking van vrijheden. Demonstrerende vrouwen werden er afgelopen weekend met traangas uit elkaar gejaagd.

Hillie Molenaar maakte ook documentaires. Die zich minder ver van ons afspelen dan het lijkt. En dit weekend is er in Assen nog veel meer moois te zien. De 36e editie van het Internationale filmfestival heeft een gevarieerd programma van zestig films. Over vrouwen. Met vrouwen. Door vrouwen. Van vrouwen. Zoals de debuterende Leyla Bouzid en de onlangs overleden Chantal Akerman.

Want weet u.
De kostbaarheden van vrouwen gaan verder dan wat er tussen hun benen zit.
Veel verder.

maandag 30 november 2015

Opgeknoopte mannen en ijsjes in Iran

In 2008 maakte ik een reis naar Iran. Samen met mijn vriendin Zohra. Naar haar familie. Dit is een tweede selectie van mijn (niet eerder gepubliceerde) reisverslag. Aanleiding was deze tweet.
Veel leesplezier.

Persvrijheid

We gaan naar een museum over de politieke bewegingen van een eeuw geleden. Gevestigd in één van de oudste gebouwen van Tabriz. Op de toegangsdeur van verweerd hout hangen twee kloppers, één voor mannen en één voor vrouwen. Hun ‘klop’ klinkt verschillend. Een soort voorloper van de intercom met camera. Achter de deur ligt een binnentuin vol bloemen. Twee manshoge beelden van besnorde militairen flankeren de ingang van het achterhuis. Zohra poseert stralend naast deze gouden helden.

Het pand zelf is rijk versierd met houtsnijwerk, glas in lood en er zitten zelf minutieuze inkervingen in het raambeslag. Aan de muur en in de vitrines liggen foto's en artikelen over de constitutionele beweging en de opkomst van de vrije pers. Bovenaan de trap hangt een zwart-wit foto van opgeknoopte mannen. Zohra wendt geschrokken haar hoofd af en gaat buiten wachten. Een paar weken nadat ik door dit museum slenter, staat er een vergelijkbare foto in een westerse krant, ook genomen in Iran, ook met mannen aan een galg. Alleen hangt de strop honderd jaar later aan een hijskraan.
In 2008 vindt in Iran een record aantal executies door ophanging plaats.

Als twee ware kunstkenners schrijden Emad en ik door het museum. De tentoonstelling bestrijkt de halve eeuw tussen ongeveer 1880 tot 1930, toen fotografie wel al bestond maar schilderen nog niet passé was. De geschilderde taferelen tonen heldhaftige mannen met opgeheven blik. De foto's echter, laten jonge soldatenjochies zien, die overal liever lijken te zijn dan aan de vooravond van een door anderen uitgedachte oorlog.  Ze kijken bangig in de camera.

Bij de vitrines over vrouwenrechten, hangt een foto van ene Zeynab. Gehurkt, met andere ongesluierde vrouwen naast zich. Er naast staan tabellen met oplages. Wellicht van de Iraanse Opzij uit 1920? Haar litteken ontbreekt niet op haar bronzen torso. Ze kijkt vastberaden naar de bezoeker. Naar mij. Andere bezoekers zijn er niet. 




Halverwege wordt het plotseling donker. Een suppoost haalt schuldbewust haar schouders op. Of, en wanneer er weer stroom is, weet niemand. Er is hier is geen gaslamp of generator. Ik raffel mijn bezoek aan de expositie af, maak foto's van foto's en onderschriften. Daar doet niemand moeilijk over.



Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de roep om meer vrijheid en democratie er vanuit het volk zelf wel degelijk is geweest. Dat er ook heldhaftige pogingen waren om deze te bewerkstelligen, maar dat het vaak invloeden van buitenaf waren die hier een stokje voor staken. Rusland, Amerika maar ook het ‘vrije’ Europa waren er niet vies van om in te grijpen in de voorbije eeuw. Met als inzet de strijd om het zwarte goud. Acht jaar geleden erkende Amerika openlijk, na bijna een halve eeuw, een rol te hebben gespeeld bij het afzetten van Iran’s eerste democratisch gekozen president, Mossadeq.

Maar ach, een jaar erna, op 'nine-eleven' werd Amerika zelf aangevallen uit ‘diezelfde hoek’. Korte tijd later viel de VS naast Afghanistan, ook Irak binnen. Voor Iran wellicht een geschenk uit de hemel. Hoewel ze zelf door de VS werden geschaard onder ‘de As van het kwaad’, werd hun vijand Irak nu verzwakt door die andere vijand. Iran kon haar eigen wapentuig laten rusten.


Ijs en universiteit

We toeren verder door de stad. Zohra wijst enthousiast haar oude huis, kapsalon en bibliotheek aan. Emad toont ons de plek waar een Iraakse bom vijfentwintig jaar geleden een vleugel van zijn universiteit vernielde.

We halen een ijsje. Dat smaakt, net als de koekjes hier, zeer chemisch. Ik wijt dit aan mijn smaakpapillen. Die zijn gewend aan de door de EU goedgekeurde geur- en smaakstoffen maar nog niet getraind in de registers van de Perzische smaakversterkers.


‘s Avonds, na het eten, gaan we opnieuw naar Shahgoli*. Emad is weer onze gids en we nemen ook zijn jongere oom mee. Tot mijn grote verbazing is het op dit late uur razend druk op de weg, maar bovenal ook làngs de straten. In alle bermen en zelfs op rotondes zitten mensen in kleermakerszit. Met tentjes. Met kinderen. Een baby leert haar eerste stapjes. Een paar mannen kijkt vertederd toe. Sofres** vol eten, kinderen op schouders, skeeleraars met helmen op. Er wordt thee geleut en gebarbecued. Men lijkt in de berm te wónen. Midden in de nacht zitten honderden, nee duizenden mensen buiten, overal in de gemeenteperken.  

Emad durft met me te praten, maar Milad durft zelfs met mij te pronken. Na de scheursessie -Zohra: 'Hij is veel rustiger gaan rijden na het ongeluk'- wandelen we naast elkaar langs de hofvijver. Milad praat hard. En veel. Hij loopt zó dicht naast me dat ik, al uitwijkend, dreig over de hekjes van het bloemperk te vallen.

Gelukkig wordt er voorgesteld te gaan waterfietsen. Even later trappen we, gierend van het lachen, over het zwarte water. Geen van de familieleden lijkt het oog van de zedenpolitie te vrezen. We trekken onze sokken uit. Ontbloten onze kuiten. En krijgen natte voeten.

De heren laten ons trappen. Hebben reuze lol. Zohra hapt naar adem om alles te kunnen vertalen. Tranen biggelen over haar wangen. Ze stráált naast haar neef en broertje. Ze is gelukkig in dit land. Er gaan wonen doet ze niet. Haar vrijheid is haar te lief. Om één uur 's nachts komen we doodmoe thuis. Zohra en Milad kletsen nog lang na. Ik val als een blok in slaap.


*   Sofre: kleed op de grond waaraan wordt gegeten.
** Shahgoli: 'Tuin van de Sjah'. Officieel 'Elgoli' geheten: 'van het volk'. Vijver met promenade in Tabriz, Noord-West Iran, waar de hele dag wordt gewandeld, gesport en geflirt.

maandag 8 juni 2015

'Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden'

Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.

Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.


Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.


Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.

Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.

woensdag 14 januari 2015

Ik heb er ook twee. Eindelijk!

Ze waren er plotseling. Of ik merkte het plotseling. Zou het met de griep te maken hebben? Waar half Nederland door lijkt te zijn geveld? Waardoor ook ik twee dagen hoestend, zwetend, duttend en, niet te vergeten wordfeudend op de bank doorbracht.

Want na te zijn gezwicht voor twitter en ik ook mijn oerdegelijke nokia inruilde voor een smartphone (hoezo 'mini'? Hoe hou je dat ding in godsnaam vast achter het stuur?! Mag dat niet? Dan heb ik niks gezegd. Reuzehandig zo'n tutsjskrien. Vanaf nu nooit meer gevaarlijke verkeerssituaties door mijn toedoen), nu ben ik, in een poging de door mij gemiste trein der vooruitgang alsnog te halen, verslaafd aan scrabbelen op een schermpje. Met mijn vader, mijn nichtjes in Berlijn in het Duits en ik zocht zelfs tegenspelers in het Italiaans.

Maar er was deze week een ander soort vooruitgang. Eentje zonder dubbele woordwaarde. Eentje die je bij leven altijd wint. Na twaalf vol gesnoten rollen toiletpapier stond ik nu te proesten in een enorme luierdoek (dus daarom moesten die steeds meeverhuizen). Eenmaal uitgeniesd wreef ik gedachteloos over mijn voorhoofd. Waar zich opnieuw een zeurende hoofdpijn aandiende.


En daar zaten ze!

Twee echte,
niet erg diepe,
maar hele pure!

Vierenveertig jaar heb ik er dagelijks op geoefend. Door te lachen, te huilen, te schreeuwen, puistjes uit te knijpen, baardharen uit te trekken, tegen de zon in te turen, te fronsen en te verbazen. 
Mijn hoogstpersoonlijke plooien van vlees en bloed! Ook wel oneerbiedig als 'rimpels' aangeduid. 

Met smart is het nu wachten op de dag dat mijn eerste grijze haren gaan verschijnen. Wellicht zal ik dan eindelijk volwassen wijsheid uitstralen en kan ik het imago van jong blondje voorgoed achter me laten.

Leve de leeftijd!



zondag 19 januari 2014

Glad ijs

Waar? waar dan? Nee, lieve lezers, niet hier, maar in Iran. Geen winterspelen aldaar -zo ver zijn we nog lang niet-, het betreft hier figuurlijke gladheid, een proefballonnetje, een niet getoetste theorie waarmee ik mogelijk tegen zere benen schop.

Toch meen ik enig recht van spreken te hebben. Met aardig wat Iraniërs in mijn omgeving. Dat vond ook de Iraanse radioverslaggever hier ter stede, die mij eens opbelde om zijn landgenoten te mobiliseren. Om op de Groningse Grote markt steun te betuigen aan de toenmalige groene beweging van Mousavi. Die is inmiddels alweer uit ons collectieve geheugen verdwenen. Misschien dat alleen Neda nog een vaag bloederig beeld achterliet.

Iran kwam de laatste jaren minder frequent in het nieuws. Soms blaften er nog een paar fanatieke alfamannetjes, maar van marineschepen die grommend posities innamen in de Perzische golf, hoorde je steeds minder. Achter de schermen zullen diplomaten vast hard hebben gewerkt. Inmiddels zijn we vijf jaar en een verkiezingsronde verder en worden de sancties tegen Iran versoepeld, of zelfs opgeheven.

Nu verschijnen er berichten over buitenlandse bedrijven die ongeduldig staan te trappelen om te investeren in de islamitische republiek. Vanuit Iran zelf klinkt de roep om goederen waar het meest behoefte aan is: vliegtuigonderdelen en medicijnen.

'Vliegtuigonderdelen' roept vooral associaties op met 'handel'. Maar wie 'gebrek aan medicijnen' leest, heeft eerder een beeld van stikkende astmatici en wegkwijnende kankerpatiënten. Anders gezegd, een behoefte aan pillen kan rekenen op meer compassie dan dat een beeld van gebrekkige vliegtuigen dat doet.


Iran is een jong land (hun vergrijzing komt pas over dertig jaar). Vergeleken met Afghanistan kent het een hoge mate van alfabetisering. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Saoedi-Arabië, mogen vrouwen er achter het stuur. Ze gaan zelfs in grote getale naar de universiteit. Vrouwen mogen veel ook niet. Toch heb ik heb met eigen ogen gezien dat Iran, zoals men dat noemt, een 'modern' land is. Hun cultuur lijkt in veel opzichten op die van sommige Europese landen.
Behalve dat de taal (anders dan het Arabisch) tot dezelfde Indo-Europese familie behoort, lijkt hun keuken op de Griekse, en hun bijna maniakale preoccupatie met hun uiterlijk op die van Italianen. En, - en nu komt het gladde ijs- Iran lijkt qua medicijngebruik op Italië, maar ook op landen als bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland.


In Frankrijk ben ik altijd weer verbaasd over de veelheid aan flikkerende groene 'Pharmacie' kruizen. Naast de kroeg en de kerk heeft elk dorp toch tenminste een apotheek. Mijn nichtje van twee kreeg van een Franse arts eens valium voorgeschreven (naast nog een zak pillen en drankjes 'voor het geval dat'). Ook in Duitsland behoren medicijnen tot de eerste levensbehoeften.
Toen mijn zus op haar werkvakantie in Italië haar migraineaanval rustig afwachtte in een verduisterd tentje, konden de Italianen daar met hun verstand niet bij. Het was nog tot daar aan toe dat ze geen arts wilde zien, maar ze moest toch op zijn minst iets slikken (dat ze zelfs geen slok water binnenhield, bewees voor hen slechts de ernst van haar toestand). Een algehele bodyscan is er de gewoonste zaak van de wereld.   

In Iran is het niet veel anders. Wie iets heeft, slikt daar iets tegen. Antibioticum is er vrij verkrijgbaar. Als maatschappelijk werker onder vluchtelingen ken ik de verhalen over 'bewezen discriminatie'. Ik legde dan uit dat ook aan mij, als Hollandse tante, adviezen als 'drink thee' en 'neem rust', werden gegeven. Dat penicilline bij hoofdpijn of corticosteroïden bij rugpijn niet standaard worden voorgeschreven. Ongeloof viel mij vaak ten deel.

Iran staat bekend als het land waar de meeste neusoperaties ter wereld worden uitgevoerd. Niet alleen Iraanse vrouwen laten dit massaal doen, ook uit het buitenland komen mensen hun neus laten fatsoeneren. Artsen schijnen er ervaren in te zijn, en het is goedkoop. Met bovenstaande informatie kan ik niet anders dan sceptisch worden, als het journaal meldt dat er vooral een tekort is aan middelen die nodig zijn bij een operatie. Dan zit er volgens mij iets scheef. En dat zijn niet de Iraanse neuzen.


Iran heeft geen pillen nodig
of neuscorrecties
maar lucht
en vrijheid.





































En nu maar hopen dat ik niet tegen te veel zere benen heb geschopt.

donderdag 18 april 2013

Het damesurinoir

Jammer genoeg maakte ik alleen een foto van het bordje, niet van het ding zelf. Hoe het heet weet ik niet, de spellingschecker maakt van damesurinoir, Surinamerivier. Maar ik kan vast verklappen dat het erg prettig wateren was.

Degenen die als kind kregen ingepeperd om bij openbare gelegenheden nóóit op de bril te gaan zitten, en bij het ontbreken hiervan al helemaal niet, zijn vast gewend om bij het plassen boven de wc te hangen. Of met de voeten op de rand van de pot plaats te nemen, zoals men in Islamitische landen vaak doet.

Hurk-wc's vond ik daarom altijd een uitkomst. In Italië noemt men die 'de Turk', 'la Turca'. Ik bedenk me dat de andere worden voor toiletpot vrouwelijk 'la tazza' of mannelijk, 'il cesso' zijn. Maar waarom is de hurkplee dan vrouwelijk? Anderzijds, in Nederland is men ook niet erg consequent met het urinoir en de pisbak. En het zijn natuurlijk afgeleide woorden, uit 'een tazza' kun je namelijk ook koffie drinken. Ik vergeet nooit hoe ik, in mijn beste Italiaans in een restaurant in Rome naar 'de plee' (il cesso) vroeg. Ik had natuurlijk naar 'het bad', (il bagno) moeten vragen. Alle begin is moeilijk.

Wat daar verder ook van zij, een damesurinoir is een prachtuitvinding. Het spaart de rug, voorkomt gesputter, vermijdt het gevaar van huissleutels/telefoons/muntgeld dat in de pot verdwijnt en is daarbij ook nog eens erg hygiënisch.

Ik snap alleen niet zo goed waarom er op het plaatje staat dat er papier in mag. Misschien was de half gehurkte positie van de vrouw an sich wat compromitterend en moest er gewoon iets bij, iets onschuldigs als het weggooien van een papiertje. Of is dat een maandverbandje, die washand op het tweede plaatje? Vast niet, die mogen toch nooit in het toilet. Baanbrekend is wel dat er een heus plasje te zien is op het eerste plaatje.


maandag 18 februari 2013

Over de bevalling van vogels

In verband met mijn werk kom ik veel in studentenhuizen. Niet als meteropnemer of deurwaarder, maar als klusser. Best grappig af en toe. Want een beetje klusjesman maakt natuurlijk graag een babbel. Babbels die over het algemeen heel anders lopen dan de panden waar
gezinnen (Hoe hou ik die beitels buiten bereik van die peuter?),
bejaarden ("Nee, dank u mevrouw, ik heb ècht genoeg koffie gehad)
of boekhouders (Rara, hoeveel strekkende meters dossierplank kan je in één kamer kwijt) wonen.

Bij de pas verhuisde studenten helpt er soms een vriend of vriendin mee met sjouwen en schilderen. Meestal is het de moeder die zich maar al te graag bemoeit met het inrichten van de eerste echte kamer van haar zoon of dochter (Ikea doet gouden zaken). Trots en vreugde over dat mooie, geslaagde kind dat aan zijn of haar eigen leven begint, wedijveren met de angst wat haar (inmiddels achttienjarige) baby wel niet allemaal kan overkomen. Anders dan bij de kleurkeuze voor het behang in de babykamer achttien jaar eerder, voegt moeder zich nu schoorvoetend naar wat het kind zelf wil. Soms fungeer ik als een soort praatpaal bij deze weeën die haar een leeg nest opleveren. "Ik heb haar wel gezegd dat alles daardoor erg donker lijkt, maar ze wil persé zwárte gordijnen."

Leuk is ook te horen hoe de uitvliegende vogel zijn of haar nieuwe vrijheid zèlf ervaart: "Als ik zin heb pas om half negen te gaan eten... dan dóe ik dat!" (gehuld in badjas op klaarlichte dag). Minder blij word ik van de uitwerking van die vrijheid op mijn werk: zelden zag ik een gloednieuwe gootsteen zo rap onder de bamiresten verdwijnen.

Wat ook opvalt is de onwetendheid omtrent technische zaken. Ik begrijp best dat je als nieuwe bewoner niet gelijk weet waar de water- of gasmeter zit. Maar het hele besef dat hetgeen uit kraan of stopcontact komt, ook ergens de woning bínnen moet komen, ontbreekt vaak. Bij het woord 'meterkast' word ik niet zelden schaapachtig aangestaard (Zou ze misschien de naam van een nieuw appje bedoelen?). Soms ervaren de bewoners van de benedenhuizen met lekkende plafonds, de komst van mijn klusbus, als een openbaring van de Messias herself. Terwijl de student die boven woont en het euvel veroorzaakt, mij dan doodleuk vraagt, vlak nadat ik uit voorzorg de hoofdkraan dichtdraai, of er nu dan weer naar hartelust kan worden gedoucht.

Studenten wonen veelal in het centrum. Alwaar parkeerplek schaars is. Vorige week wijdde ik me weer eens aan zo'n huis en dumpte mijn auto eerst een tijdje op de stoep. Dikke, dure auto's die uit onzichtbare inpandige garages op straat leken te worden gespuugd, passeerden stapvoets, met norse blik en ingeklapte spiegels mijn vehikel. Maar de gemeentereiniging toeterde mij weg bij mijn werk, ze pasten er niet langs. Toen ik al draaiend en stekend achter het stuur zat, zag ik twee oranje fietstassen in mijn achteruitkijkspiegel. Er stond een bekend gezicht naast: Het was de postbode, tevens de moeder van een klasgenootje van zoon Kees (8). Twee dames in uniform. Altijd leuk.


"Hé, jij ook hier aan het werk? Weet jij waar ik mijn auto kwijt kan?"
"Vaak zetten ze 'm daar neer, maar dan kan ik er met mijn tassen met post niet meer langs."
"Ok, dan laat ik 'm hier wel staan. Heb trouwens net een brievenbus voor je hersteld!"
"O leuk, welk nummer?"

We zetten het gesprek voort voor de deur van het studentenhuis. Waar de snailmail van de vier nieuwe bewoners weer prachtig door de deur kan glijden. Maar mevrouw de postbode en ik ontmoeten elkaar niet alleen op straat en op het schoolplein, we delen ook de vreugde een kind te hebben gebaard toen we zelf nog een beetje kind waren. Wat vandaag de dag heeft geresulteerd in een half-volwassen fladderend kind dat af en aan, uit- en dan weer thuiswoont. Een lange bevalling.

Het hare is net weer weg, ze vertrok naar het buitenland. Het mijne vond onlangs nieuw werk en een nieuwe liefde en is tijdelijk teruggekeerd in moeders nest. Voor opgelucht ademhalen is het nog te vroeg, maar we overtuigen elkaar lachend dat het goedkomt.
Dan gaan we vrolijk verder met ons werk.

woensdag 6 februari 2013

Zuigende pindakaas

De lange ladders, drilboren en kitpistolen liet Lehti vanmorgen links liggen. Ze vond het een uitgelezen dag om zich weer eens van haar vrouwelijke kant te laten zien. Zij douchte lang, maakte zich minimaal op en deed frisse kleertjes aan. Maar toen?
Hoe kom je, als rechtgeaarde dame, het beste tot je recht op zo'n doordeweekse ochtend? Door chocola te gaan schranzen? koffieleuten? ongebreideld te roddelen? Een combinatie zou ook kunnen. Want multitasken is naar het schijnt bijzonder vrouwelijk. 

Kleding shoppen viel af. Dat deed ik al -vijf maanden geleden- en was geen onverdeeld succes. Hoewel ik het gehannes in zo'n zweterig peeskamertje met te weinig en veel te hippe (dus onhandige) haken wel heb overleefd. Ik kocht op de valreep zelfs een jas! Toegegeven, hij ìs te groot en toen ik die laatst dichtdeed riep iemand: "Lehti, je knoopt 'm schééf, zo kom je natuurlijk nóóit aan een vent." Maargoed, vanmorgen ging ik, in gezelschap van die gevatte dame, èn van de voormalige winkeljuffrouw,  èn van de vrouw die een heerlijke vruchtencake meenam waar je niet dik van wordt.
Koffie drinken.

En het was nog echte koffie ook. Geen hete kom vol chocomel met een grote, geile, langzaam over de rand lopende dot slagroom er op (waarbij sommige vrouwen dan menen dat ik de enige ben die  schaamteloos zo'n caloriebom naar binnen kan werken). Ook niet zo'n aangelengde plas 'Latte'. (Op alles wat Italiaans klinkt zit standaard twintig procent aantrekkelijkheids-tax). Nee, mijn inktzwarte koffie zat in zo'n pietepeuterig ieniemieniekopje. Ik goot er vervolgens zoveel suiker in dat de inhoud verdubbelde, en slurpte toen aandachtig het vloeibare zoete vocht naar binnen.

Wat zeg je? Zo'n kopje natgeroerde suiker is mannenleut? Ook best. De macho in mij moet ook gevoed, niet waar. Ter compensatie was het geklets dan wel weer übervrouwelijk. Niet te direct en zo. Je weet wel. En ik betaalde, bij hoge uitzondering, de eerste koffieronde. Wat een gentlewoman.

Waar het over ging? Nou, wij spraken braaf over Cito-toets en schoolkeuze. Het ging over de schoonmaak (-man, -middel, -sters) en over ons werk. Maar vooral óók over wat er tijdens dat werk besproken werd. Dat gaat dan dus niet over wie er die nacht, waar, hoe en door wie werd genomen, maar wèl over welke BN-er er in sommige stoute dromen voorbijkwam. Níet over wilde fantasieën om met pruimenjam dan wel onder de slagroom te worden afgelikt. Maar wèl over het andere geslacht.
Neem dat geslacht gerust letterlijk.
Dus in welk soort etenswaar steken geile mannen graag hun jongeheer. Liever in een warme appeltaart of in een smeuïge pot pindakaas? En of het voor de -aan- zuigende werking dan uitmaakt of daar hele stukjes noot in zitten. Het antwoord op deze vraag bleven we aan elkaar schuldig.

Maar vrouwen denken of praten natuurlijk niet over s.eks alléén -wie wil er nu wedijveren met het sterke geslacht?!- Nee, zij wisselen vooral hoogdravende informatie aan elkaar uit over kunst met een grote K. Over films als Call girl of The patience stone bijvoorbeeld. Met hoeren en mannen met macht in de hoofdrol. En we spraken over boeken. Van Esther Jacobs bijvoorbeeld: Heb jij al een foute man? Dat onder meer theoretische uitleg geeft bij het feit dat vrouwen gedurende hun cyclus op een ander soort man kunnen vallen. Ik hield ook nog een betoog waarin ik mannen vergeleek met bloemkolen. Maar dat kon ik zelf niet helemaal volgen.

De vrouwenochtend is voorbij. Ik mag me weer fijn in mijn stinkende overall hijsen, mijn haren tot sisaltouw reduceren en kloofjes kweken in mijn nu nog zachte vingers. Waarmee ik als lunch acht boterhammen met pindakaas naar binnenprop.

Voetballen is per slot ook niet aan elke man besteed.

zondag 9 december 2012

Wilde boeken en de jacht

Er was eens, een jaar of zes geleden, in een huis hier onder mij, een stel dat elkaar sinds twee decennia kende. Zij was wild en hij las veel. Het verbaasde haar dan ook niet, dat hij verslingerd raakte aan 'zwerfboeken', beter bekend als 'bookcrossing'. (voor uitleg verwijs ik naar de officiële website van dit bizarre maar heerlijke tijdverdrijf om 'van de hele wereld een bibliotheek te maken').

De man ging bij nacht en ontij op jacht naar boeken. Want als er een boek werd losgelaten in het wild, ontving hij een 'release alert'; een melding over de plek waar het boek wachtte om bejaagd, gepakt en gelezen te worden. En als hij, of een andere boekenjager, zijn prooi binnen had, meldde hij zijn vondst op het net. Elk lid dat eens het boek in handen had gehad, kon zo volgen welke reis het aflegde. Oudgedienden mopperden op fora soms dat dit hijgerige jagen weinig meer met lezen had te maken. En echt ongelijk hadden zij niet. Wat te denken van een boek dat onderin een zandbak lag begraven of dat zat vastgebonden aan de slagboom van een overweg, zodat alleen bij het langskomen van een trein, onder het oog van tientallen wachtende fietsers, het boek kon worden losgepeuterd? Heeft niks met lezen van doen. Maar daarom niet minder leuk. 

De man legde en joeg op boeken. En hij niet alleen. De Groningse scene haalde er zelfs de krant mee. Men opereerde onder schuilnamen, een persoonlijke foto op je profiel was zeldzaam. Ook wie man of vrouw was, bleef vaak onduidelijk. Spannender dan facebook. Tot welke hilarische toestanden dit soms leidde, kan een goed jager teruglezen in de archieven van bookcrossing. Hier beperk ik me tot het boekenstel.

De vrouw kreeg er lucht van dat de uithuizigheid van haar ega niet alleen de jacht op boeken betrof. En ze bedacht -want dat gaat zo in sprookjes- een list. Zij werd, zonder dat hij het wist, zelf lid van de zwerfboekclub. Onder de naam 'Letterzetter'. Nu wil het toeval dat de vrouw toentertijd haar brood verdiende met het begeleiden van langdurig werklozen in een kringloopwinkel. En, net als bij tweedehands kleding het geval was, was ook maar een klein deel het ingebrachte leesvoer geschikt voor wederverkoop. Zo beschikte Letterzetter over honderden doorgedraaide boeken. In de trein naar huis selecteerde ze elke dag zorgvuldig de titels en broedde op haar plan. Ze zou een soort speurtocht voor hem uitzetten, door kwistig te strooien met boeken. Boeken over vrouwen, met wulpse plaatjes op de cover of met vrouwen in de titel. Waar hij dan op zou jagen, gissend wie toch die mysterieuze boekenlegger kon zijn. 

Aldus geschiedde. Hij volgde, maar vermoedde niet dat Letterzetter zijn lief was. De veelheid aan boeken en vreemde titels als 'Een vrouw volgt het spoor' wekten bij hem geen argwaan. Zelfs toen ze een boek afgaf bij een aardige 'abuela' van lichte zeden, en er op het forum druk werd gespeculeerd wie het boek bij haar zou durven afhalen, ging er geen lichtje bij hem branden. Maar liegen en leedvermaak waren niet echt haar ding, dus ze onthulde al gauw zelf haar grap. Toen was het even stil.

Letterzetter bleef langer lid dan nodig was voor de duur van de list, en ze kreeg al leggend en jagend, de smaak van het lezen te pakken. Ze maakte kennis met werk van Tom Lanoye, Nelleke Noordervliet en John Irving. En ze genoot met volle teugen.

Hoe het afliep met dat stel? Nou ja, dat ging dus, jaren later, alsnog uit elkaar. Zo gaat dat soms. Maar de boeken trof geen blaam, hoor. Sprookje van niks, hè. Geen spinnewiel, geen wolf, geen glazen muiltje ter verhoging van de feestvreugde, en zelfs geen behoorlijke moraal.

Scheiden doet natuurlijk lijden, maar opent ook het jachtseizoen. Op bewegend wild. En soms, soms levert die jacht dan weer een boek op. Een nieuw boek, nota bene. Als cadeautje. Nu schrijf ik zelden over boeken, maar aan dit boek had ik al eens een logje geweid. Zonder er in te hebben gelezen. Terwijl 1 miljoen Nederlanders me al voorgingen. Zal ik het dan toch wagen? Daar gaat ie: bladzijde 280: "We pakken het ritme op... op, neer, op, neer, op, neer ... en weer en weer en het voelt zo...lekker" (...) zwoegende (...) barstens (...) heftig (....) kloppend (....) tuimelend (....) kreten.

Hm. Ja ja. Wat zal ik doen met deze prooi? Ruilen of toch liever loslaten? Er zal vast gretig naar worden gezocht. Mijn eigen ingedutte instinct leefde gister ook even op. Want ik bejaagde een boek. Tussen de wortels in een winkel. En ik vond het!

Nieuwsgierig geworden? Ga ook op jacht! Waar? Nou, op zes december werd er in Amsterdam, bij de bloedbank aan de Plesmanlaan, een boek neergelegd. En fivergirl liet daar eerder al 'De vrouw van de keukengod', los. Ben je meer een type voor Baldacci?, die ligt in Zwolle te wachten op de vuilcontainer aan de Zanzegge. Misschien is ie nog warm van het lezen, want hij werd er vandaag neergelegd. In Groningen ligt in de poststraat 'de Pianoman' van Bernlef op nieuwe lezers te wachten. En ook in België ligt veel fraais. Zo reisde er een boek via Tilburg, Emmen en Castricum naar het station in Turnhout: 'Van aardbei tot zweepje'

Happy hunting! (en de vangst natuurlijk even melden)

zaterdag 29 september 2012

Unbeschreiblich weiblich*

Vrijdag is een prima dag om de vrouw uit te hangen. Door bijvoorbeeld te gaan koffiedrinken met soortgenoten. Maar dit eerste plan maakte bij mij plaats voor de aandrang om iets leuks te kopen. Voor mezelf. Welke gelegenheid ik gelijk te baat nam, want zoiets is een zeldzaamheid. Ik heb geen last van een tassenfetisj of schoenverslaving en eigenlijk heb ik ook een broertje dood aan passen. Altijd al gehad.

Als puber was ik wel eens jaloers op meiden die elk half jaar met hun moeder de stad in gingen om voor een paar honderd gulden hun garderobe te vernieuwen. Anderzijds leek het me een crime. Want nieuwe kleren betekende passen. En de enkele keer dat ik met mijn moeder gezellig ging winkelen in Delft of Den Haag, verliep ongeveer zo:

Moederlief zag vanuit haar ooghoek dat ik langer dan twee seconden bleef hangen bij een kledingrek (het liefst één dat pontificaal buiten op de stoep stond, zodat het overgaan van een drempel nadrukkelijk werd vermeden). Met een beetje mazzel reikte mijn hand dan, ja betástte ik met mijn vingertoppen zelfs, een kledingstuk. Als ze me dan voorzichtig attendeerde op de aanwezigheid van een paskamer, creëerde het uitspreken van dit woord een plotselinge afstand tussen mij en het mogelijk nieuwe t-shirt, sweater of broek: "Nee hoor, mam, ik vìnd dat niet mooi, hoe kom je dáár nou bij?" En als ik dan, bij hoge uitzondering, toch in mijn ondergoed in zo'n hokje stond (het is mij een raadsel hoe ze mij zo ver kreeg), constateerde ze vol ongeloof dat ik voor de gelegenheid mijn meest aftandse hemd droeg en waarschijnlijk ook niet de moeite had genomen me van te voren even op te frissen.

Fijn. Zo'n dochter.

Met vriendinnen 'stadten', is ook nooit wat geworden. Want ik ging met zestien jaar al het huis uit en liep even later, -vraag me niet waarom-, in nog aftandser kleren achter een kudde schapen (en een foute vent) aan. In een land waar men de onnavolgbare gewoonte heeft om zich minstens drie maal daags om te kleden. Quel horreur!

De kledingoorlog begon al als peuter. Een befaamde familieanekdote is die van mijn oma die op haar kleindochters zou passen om mijn moeder, die ziek was, te komen helpen. Oma was dol op ons en kwam graag. Ze naaide, wandelde, bakte brood en havermoutkoekjes maar ze stelde wel één voorwaarde, alvorens van Friesland naar Holland af te reizen: als ze míj maar niet hoefde aan te kleden. Mijn moeder is toen zelf maar uit bed gekomen om de strijd met monster Lehti te leveren.

Er waren meer 'meisjesdingen' die niet aan mij besteed waren. Zo weigerde de kapper me te knippen toen ik als kleuter wild om me heen sloeg. Hij wendde zich tot mijn moeder en zei: "Neemt u dat varken maar weer mee." Als ik nú kind was geweest, zat ik al lang onder de ritalin.

En ook nu ik -een soort van- volwassen ben, blijft het behelpen. Op mijn vorige klerenjacht, nam ik mijn minnaar mee. Hij is dòl op mooie kleertjes, geurtjes, schoenen. Híj wel. Toen ik me met drie te dure broeken terugtrok in een peeskamertje (haakjes! haakjes!, waarom zijn er toch overal zo weinig háákjes?) nam hij plaats op een krukje (Nee, beste lezer, het beeld van zo'n ongelukkige vent die om zijn vrouw heendraalt klopt hier niet. Deze man genóót) en hield hij een verplichte babbel met de winkeljongen: "Ze houdt niet van passen, meneer, haha", "Nou, precies, wat u zegt, dat hoor je niet vaak, ha ha." (Ja, halló, neem ik iemand mee om te voorkomen dat ik zelf in mijn slipje door de winkel moet voor een ander model, gaat ie me een beetje belachelijk maken! Oud wijf!) Na één broek had ik het wel gehad. Wat er verder in de schappen lag, gunde ik geen blik meer waardig. Boos beende ik de winkel uit. Mijn goed geklede begeleider kwam proestend van het lachen achter me aan.

Maar deze vrijdag zou ik de vrouw zijn! Vol goede moed fietste ik naar de kledingzaak. Die nog dicht was. De naastgelegen kinderkledingwinkel was gelukkig wèl open (uitstellen van pasgedrag?). En jawel, toeval bestáát, want daar stond de winkeljuffrouw van de zaak waar ik heen zou (we wonen hier eigenlijk in een dorp). Even later struinde ik alsnog onwennig tussen de tweedehands kleren.

'Wat is je maat?', vroeg ze (zou ze me al een tijdje hebben gadegeslagen?: 'Wat zou dat mens toch zoeken tussen de rekken met XXL?!'). Ik mompelde iets terug over 'mijn onderarm die in de taille moest passen'. Want ik wéét dat dus niet, hè, welke maat ik heb. De broek om je nek doen werkt ook prima, vooral om de paskamer te omzeilen.

Uiteindelijk heb ik me dan toch in een broek gehesen. Toen ik voorzichtig het gordijntje weer openschoof, klonk er eerst een veelbetekenend: "En?". Maar na bestudering van mijn bilpartij, zei ze dat ie me te wijd was. "Waar heb je die gepakt?... O, ja, dáár hangen de gróte maten." Om niet te snel toe te geven wierp ik eerst nog een blik in de spiegel. De broek was vies. "Nee," zei ze, "dat hóórt zo, dat doen ze expres (Ja duh, dat wist ik óók wel!), volgens haar had ik last van beroepsdeformatie. ("Dokter, ik zie schildersschimmen").

Ik weiger te betalen voor bevlekte kleren, dus dat ie te groot was kwam goed uit. Maar na het aan- en uittrekken van nog vijf broeken, kreeg ik zweterige associaties met mijn pubertijd. Voor de vorm bladerde ik nog even tussen de drollenvangers en pochte dat ik ècht wel wist dat die nu in de mode zijn. Weer mis! Zo'n zwemvlies tussen je benen is alweer passé. Zei ze. Vrouw zijn valt niet mee.

Tussen het bedienen van mij en de enkele andere klant, lepelde ze haar sla naar binnen. Zíj had vanmorgen wel eerst koffie gedronken met andere vrouwen. Drie cappuccino zelfs. Nu stond ze te stuiteren en had honger. Maar ze wist mijn minderwaardigheidscomplex wel te relativeren: "Ik heb er ook wel eens moeite mee hoor, met vrouw zijn." Verheugd vroeg ik wat haar zoal dwars zat: "Nou, ik schrijf in mijn agenda dat ik mijn benen moet ontharen, anders vergeet ik dat."

Dank je wel juffrouw Novy, broek en blouse passen perfect. Ik voel me weer helemaal vrouw!

(toen ik die avond ging douchen, zag ik dat ik alwéér was vergeten nieuwe scheermesjes te kopen.
Net als vorige week, en de maand daarvóór. Misschien moest ik ze eens op mijn lijstje zetten.)



De foto's zijn vijf jaar geleden gemaakt, bij een heuse sarto (kleermaker) Toscano. Daar schopten ze het tot bruidsjonkers. Gelukkig heb ik geen dochters.

*Voor de liefhebbers nog een link naar de bijbehorende en onverbeterlijke Nina Hagen. 
Naturträne, is ook mooi.

dinsdag 18 september 2012

Zestien centimeter

Nog steeds weet ik er de weg niet. Maar ik zocht kattenbrokjes. Voor kleine katjes. Goedkoper dan die van de dierenwinkel. Waar ik sowieso niet meer naar binnen durf, omdat de winkelman me daar vorige keer vijftig euri afhandig maakte door mijn schattige poezebeestjes allerlei engs aan te praten.

"Ja maar, hoe kómen ze dan aan wormen/vlooien/ziektes?", vroegen Leo en Kees me bij thuiskomst.  Mijn betoog klonk vast minder overtuigend dan dat van de man van de dierenzaak, want ze bleven de vraag herhalen.

Maar ik was dus weer eens in de Albert Heijn. En nee, ik zocht er dit keer geen vent, zelfs geen spannende blik, alleen maar kattenbrokjes. Die hadden ze, daar bij de AH. Er stond nog één pak. Maar ik kon er niet bij. Er stond iemand voor. Dus ik wachtte. Want als je de hele dag nauwelijks iets zegt, dan moet je stem altijd weer even op gang komen en kunnen basale beleefdheidszinnetjes als "Pardon, mag er even bij, meneer/mevrouw?", soms ver zijn gezonken. Voor de lezer die mij van nabij kent, zal dit niet erg geloofwaardig zijn, maar het kàn dus. Het kàn, dat Lehti met haar mond vol tanden staat. Of zou het komen omdat ik confuus was over de aanspreekvorm van degene die zich tussen mij en de brokjes bevond. Ook dàt kan.

Er zaten witte verfspetters op de broek van de klant. Wat op zichzelf, zeker door mij, niet eigenaardig hoeft te worden gevonden. Mijn eigen broek bevatte naast wit ook de kleuren 3050 (geel) en 1315 (rood). Niet echt fraai voor zo'n supermarkt die ook nog eens een naam heeft hoog te houden als huwelijkskandidatenkijkdoos.

"Hoge hakken zijn veel beter voor je voeten dan platte schoenen", sprak de verfbroek.  "Maar", voegde hij er aan toe, "Ook ik heb er nu meer moeite mee, ik ben ten slotte ook al vijftig, hoewel deze maar zestien centimeter zijn." De dametjes tegen wie hij sprak, die beide de Vut-leeftijd ruim waren gepasseerd, luisterden aandachtig en bewonderden de stiletto's die onder zijn broek uitstaken. Nee, zíj droegen dat niet meer. "Ach", zei hij invoelend, u mag blij zijn dat u überhaupt nog kunt lopen, nietwaar?" Bij het weggaan klemde hij zijn winkelmandje stevig tegen zich aan. Zijn lange lokken zwierde hij sierlijk over zijn schouder.

Zestien centimeter? Zéstien!! -Uitgesproken zoals Sara in de prachtige kinder-schaak- serie 'Lang leve koningin'- (Met onder meer Derek de Lint en met Monique van de Ven als koningin. Voor ZESTIEN!, in deze tweede aflevering even doorscrollen naar sec. 4.30)

Thuis leg ik de duimstok naast mijn damesschoenen. Ik kom niet verder dan zes, hooguit acht centimeter. Het enige paar dat de tien haalt, draag ik nooit. Misschien toch 's proberen. Als ik weer eens op brokjesjacht ga. Wie weet wat dat losmaakt in de supermarkt.

zondag 20 mei 2012

De datende mama


Het is één uur 's middags. Ik ga te laat komen, zoals gewoonlijk. Tijdens het wegwerken van een laatste weekendwas, sms ik dat ik er aan kom. Hij is per trein uit de randstad gekomen. Met de auto haal ik hem op bij een vriendin in een dorp boven Groningen, waar hij logeert. Er is geen plan. Alleen een date.

Ik gris mijn jas van de kapstok, zwaai mijn rugzak over de schouder (moest ik misschien niet toch een handtas meenemen? Nee,... het is geen nette meneer) en dender de trap af. Hé, de buurvrouw heeft de krant in het portiek gelegd. Die ook maar meteen meenemen. Uit mijn achterbroekzak peuter ik een giro-envelop, waarop het adres staat gekriebeld. Terwijl de Tom-tom opwarmt, kan ik nog even koppensnellen: 'Griekenland en de run op spaartegoeden, Grunbergs column gaat over 'glijmiddel' en helemaal bovenin, op de voorpagina, staat een kleurenfoto van een bekend babykoppie. Het is één van de rotjes. 'Mamablogs om jaloers op te worden' staat er naast het hoofdje. Straks maar 's verder lezen wat Aaf Brandt Corstius daarover te melden heeft.

Het navigatiesysteem is klaar voor gebruik maar weigert mij de weg te wijzen naar het oord dat ik intyp. Geen gps signaal. Het is midden op de dag en mooi weer. Zolang ik mijn schaduw achterna rijd komt het goed. Drie keer doorkruis ik het gehucht ('àls je te laat komt, doe het dan góed', was het devies van mijn leraar psychologie) alvorens de weg te vragen aan de postbode. Die kent niet alleen de juiste straat, hij wijst me ook het huis van mijn bestemming. In een dorp gebeurt niets ongezien. Ik zwaai naar een schoffelende man, kinderen doen tikkertje op het kerkhof en na wat heen en weer steken met mijn klusbus ben ik waar ik moet zijn. Mijn date stapt in. Ik zag hem één keer eerder. Een hand, drie zoenen. 'Wat gaan we doen?, waar gaan we heen?'

Per mail had ik gekscherend geopperd om te gaan wadlopen of salsadansen. Maar hij leidt me, turend op de kaart, naar Appingedam, waar een heus hippiefeest aan de gang is. Eigenlijk wilde ik hem de beroemde hangende keukens laten zien. Maar de gepimpte volkswagenbusjes en visboer met indianenveer, ogen ook inheems. We praatten over de Linge, de Dieze, kamperen in de VS, de kurfürsten, de Keileweg, Afghanistan en kloostermoppen. We zitten op het terras in Ewsum, waar ik ooit werkte met een dikke buik, en waar vergeten groentes worden gekweekt. We passeren een plaatselijke motorcross en bewonderen de kerken van Leermens, 't Zandt en Westerwijtwerd. Of was het de oostelijke 'wijtwerd'? Soms mis ik een zin of twee. We duwen dikke deuren open en klimmen met een kop thee een krakende trap op. Een tikkend uurwerk slaat vier uur. Boven in de klokkentoren is geen mens. Het is er donker. We verlaten de kerk.

Eenmaal terug in de stad, blijkt dat mijn 'we zien wel'-aanpak niet altijd werkt. De voorstelling van Theater te water, ("over relativering, maar vooral over hartstocht, verlangen en liefde..."), aangemeerd aan de prachtige Hooge der A, is uitverkocht. En even later staan we beteuterd voor de dichte pui van het filmhuis aan de Poelestraat, dat jaren geleden verhuisde naar het Hereplein. Ik ben er met mijn hoofd niet bij. We komen te laat voor de laatste film. We drinken koffie op een terras aan het water. Naast ons zit een stel Fransen. Hij is geen voetbalfan, want terwijl het meeste manvolk zich in de kroeg om een groot scherm schaart, pluist mijn date geduldig de uitladder na. Veel meer dan wandelen doen we niet. Maar het bier vloeit rijkelijk, het patatje oorlog smaakt goed en ook de kermis blijkt, mits in goed gezelschap, best leuk.


En op zondagochtend, tussen de gebakken eieren en het versgeperste sap, gaat het gesprek gewoon verder. Daarna trekken we voldaan een sprintje naar het station. Het zit mee dit keer, het perron staat vol mensen. Precies 24 uur nadat ik hem ophaalde, zwaai ik hem weer uit.

Als ik weer thuis ben duik ik in de krant waarin Aaf de loftompet steekt over mamablogs. En dan vooral de ecologische thuisblijfmoederblogs. Want ze knutselen en koken zo leuk. Ze hebben een schare volgelingen en plaatsen foto's van vergeten groenten en zelfgemaakte kleding. Dat wil iedereen. Aaf heeft het over 'diep-jaloers' en een 'internationale beweging'.

Ik deed dat ook eens. In mijn vorig leven. Thuisblijven. En aubergines wecken, kaas maken, sokken stoppen en zelfs kalveren met mijn hele arm uit een koeienkut trekken. Ik genas geiten met mastitis en verjoeg springbeestjes uit de moestuin met natuurlijke brandneteldrab (stinken!). Ik at mijn varken (Maria Rosa) in worstvorm en werkte eigenhandig konijnen, duiven en kalkoenen de diepvries in. (Met eufemismen kan men het aaibaarheidsgehalte van 'ecologisch' aardig opkrikken. Shockeren is immers niet des moeders. Want dat, moeder, was ik in dat vorig leven ook al) Maargoed, met die kunde kan ik nu dus niks meer. Hoewel ik het jagen soms niet kan laten. Op een papiertje in mijn broekzak staat "5 punten. Dingemans schiettent"


Aaf maakt er geen geheim van dat de jaloezie ook haar treft. Ze werd onlangs geïnterviewd op de radio. In verband met haar pas verschenen boek over het moederschap. Over de kinderen die ze kort na elkaar kreeg, haar jong verloren moeder en haar beroemde vader, die dat schrijven over privézaken maar matig vindt. Mme ZsaZsa, één van de genoemde mammabloggers, legt haar keuze voor het thuismoederen uit als had ze 'geen ambitie'. Maar een alinea later is ze in de wolken omdat ze een Zeer bekende Vlaming, van de Belgisch bestsellerlijst heeft gestoten. Ambiteus madammeke. Gelukkig maar, ook moeders is niks menselijks vreemd. Ze voegt er later nuchter aan toe dat ze ook ontzettend saaie dingen meemaakt. Maar dat ze daar niet over blogt. Wegens oninteressant.

Maar soms hè, lieve lezer die hier om de hoek kijkt, sòms is ook wat wèl interessant is, toch geen waardig blogvoer. Zoals dat verhaal wat hierboven is weggevallen, daar tussen dat stukje over de charme van de kermis op zaterdag en het zondagse ei met sap. Daar waar nu de foto's van die scheur in die zerk en dat opwindmechanisme van het klokkenspel staan. Stel je voor zeg. Staan er straks jaloerse volgers op je stoep. Of zo.

P.S. Aaf haar eigen dagelijks column ging over "een tijdloos document over drie ultieme levensbehoeften: voetbal, eten en moederliefde". Ze besluit met een handige tip van voetbalmoeder Sneijder. Die geleerd heeft de knop om te zetten en zichzelf uit te zetten. Aaf, naar eigen zeggen ook samenwonend met iemand die voetbal als ultieme levensbehehoefte beschouwt (en die ze leerde kenen op haar werk) gaat ook op zoek naar die knop. Arme Aaf. Ik hoop voor haar trouwe volgers, waaronder ik ook mezelf schaar, dat 'werk' (lees: 'schrijven') nog lang tot haar eerste levensbehoeftes mag behoren.
Kan ik haar blijven volgen.

woensdag 26 oktober 2011

Eikel

Laat ik er van uitgaan dat het een vent is. Want hoewel mannen beter bedreven zijn in het zich slachtoffer voelen, -dan de ander sekse- vind ik 'man' toch te veel eer voor de afzender van de mail ik onlangs kreeg.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.

Watskeburt?

Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti

Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet

Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).

Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!

Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?

Eikel.

dinsdag 28 juni 2011

Ierse lifters

Het waren van die hele echte. Zij met een strooien hoed, hij met een stoppelbaardje. Hun rugzak een beetje scheefgezakt aan hun voeten. Ze stonden daar. Op de eerste echte Liftplaats van Nederland. In Amsterdam.

Ik was er speciaal langsgereden. Had geen zin om opnieuw twee uur in mijn uppie te rijden. Maar negen van de tien keer staat er niemand te liften. Zeker niet na de invoering van de OV-kaart voor studenten. Maar nu dus wel. 'Germany', daar wilden ze heen. Dat schikt, die kant moet ik ook op! Maar de richting was verkeerd, dus ze bleven liever staan.

Aan mij kan het niet gelegen hebben. Hoewel ik er een uurtje eerder ronduit smerig uitzag, was mijn aanblik nu, al zeg ik het zelf, best appetijtelijk. Had me zelfs zeer smakelijk uitgedost. Want na drie dagen klussen in Amsterdam had ik zin in een verzetje. En mijn minnaar zou ook komen. Per trein. Konden we samen wat leuks doen. En dan samen terug. Maar hij kwam niet. Hoofdpijn. Een soort Ierse lifter zal ik maar zeggen.

O, had ik gedacht, dan kan mister V. tòch mooi mee terugrijden naar Groningen? Dezelfde macho man aan wie ik gisteravond had gevraagd of er nog wat te dansen viel in Mokum. Maar hij had zijn mobiel toen niet gehoord, en mijn sms vanmorgen pas gelezen. Wat erg jammer was, zei hij. Want er was gister toch zó'n enórm fijn Carribean feestje in de Melkweg geweest. Fantastisch! Super! Echt jammer dat je er niet was, Lehti. Ja, leuk, meneer V., en dat zeg je me nú, een dag later, wat koop ik daarvoor? Iets wat wàs maar toch niet. Een Ierse liftparty of zoiets.

Meerijden hoefde de macho later ook niet meer. Want nadat ik tevergeefs op mijn minnaar had gewacht, was de trein die V. Noordwaarts had genomen, al voorbij Zwolle. Geen dansfeest, geen minnaar, geen mister V. en ook mijn naar Amsterdam verkaste vriendin was de avond te voren dronken geweest en had nu een kater. Dus besloot ik via de liftplek naar Groningen te gaan. Waar Ierse lifters stonden. Die niet meereden.

Honderdtachtig kilometer verderop bel ik aan bij mijn eigen huis. Of althans, bij de bel waarnaast tot op heden mijn naambordje prijkt. Naast de naam van mijn ex. Die er nog wel woont. Ik ben zelf een deurtje verder gaan wonen. Moet kunnen. Ik was drie dagen weggeweest, zodat hij en zijn nieuwe liefdesduifje alle vrijheid hadden om te tortelen. Zelfs als glurende buurvrouw zouden ze geen last van me hebben. Ze hadden lekker gezinnetje gespeeld. En ik had kunnen werken. Win-win heet dat toch?

Maar buurvrouw Lehti vond het nu tijd voor een paar plichtplegingen (handje schudden, 'hou-are-joe?' 'fain-end-joe?') met het duifje in kwestie, dat, naast het tortelen ook de zorg voor mijn bloedjes van kinderen op zich had genomen.

Nee, ze wou niet, kon niet, ze wilde geen dag zeggen of handje geven. Ach ja, prille liefde, hè. Moet kunnen. Mooi rokje had ze wel aan. Dat kon ik zien, staand voor mijn eigen voormalige voordeur. Alleen wat zuur dat zij degene was om wie ik dat deurtje verder ben gaan wonen en dat ze desondanks zeurt over dat naambordje, tampons op zijn toilet en foto's van mij in zijn huis die mijn foto's niet zijn. Typisch geval van een Ierse lifster. Zo één waar je op rekent, en die dan toch niet komt vanwege hoofdpijn, een gemiste sms, of omdat ie een andere kant van Duitsland op moet.

Maar wacht 's even? Nu draaf je door lieve Lehti! Je hàd helemaal niet op haar gerekend! Sterker nog, je kunt haar missen als kiespijn (en hij ook, maar dat zal hij niet toegeven, want nu hij 'A' heeft gezegd, volgen daar alle alfabetten van de hele aardbol op, dat is hij aan haar verplicht, daar is ie van overtuigd). Ze is dus geen Ierse liftster. Meer een Franse, of Zwitserse of zo. Zo één die er wel is, als je er niet om hebt gevraagd, die wispelturig wappert met haren, glimlacht, vleit en voert maar dan bergen aandacht terug verwacht. Op de manier en momenten dat zij dat wil. Want ze heeft zo veel voor je over.

Brrr, op dat soort lifters zit ik niet te wachten. Dan maar alleen rijden.

vrijdag 17 juni 2011

De AH-man


Waar las ik dat nou ook al weer? Die recensie over dat boek over singles. Dat ze niet zielig zijn. En dat de (twee-) indeling van de groep vrouwen hierbinnen, zijnde feestbeesten en wanhopig zoekende, niet klopt. Het was vast ergens in de papieren krant. Die de functie appeltje+F (of ctrl+F) niet kent. Wat maakt internet mensen toch lekker lui. Doet er niet toe. Ik heb geen zin om te bladeren. Er is toch wel iets bij mij blijven hangen.

2, 7 miljoen singles kent Nederland. Of alleenstaanden of -gaanden, dat kan natuurlijk ook. De vrouwen die werden geïnterviewd, waren blij te kunnen gaan en staan waar ze wilden. De seksvraag werd gepareerd met "Als jij een vriend hebt, vraag ik jou toch ook niet hoe vaak je het doet?" Een 63 jarige vrouw zei dat je aan seks, dankzij internet, nog makkelijker kunt komen dan aan een pizza. Dat werd uitgelegd als positief. Voor die vrouw. Het was een erg hetero stukje. Natuurlijk werden er ook datingsitetips gegeven; geduld hebben, lat niet te hoog leggen, maar toch ook niet te snel tevreden, geen angst een blauwtje te lopen, dat soort dingen. Maar, in de AH, na zessen bij de koeling, zou de kans om de juiste man tegen te komen, het grootst zijn. Want dan staan de gesettelden te koken of ze zitten aan tafel. Singles halen dan nog even iets makkelijks uit het vriesvak.

Iets wat ik me bij wel meer publicaties afvraag, wat is nu eigenlijk de oorzaak en wat het gevolg? Is de AH een soort cruise-plek? Of krijgt ook mijn mannen-antenne, door het lezen van zo'n recensie, een betere ontvangst? Worden mijn geurklieren (bestaan die?), en die van mede singelaars wijder opengezet?

Maar wat lachte hij mooi. Ingetogen, maar overtuigd en kort en zonder bedoelingen. Dat ene moment. Vastberaden en toch ook lief en kwetsbaar. Goddelijk gewoon. Wat ook meespeelde is dat ik nooit een stap zet in 's lands grootste supermarkt. Ik vind het te duur, ken er de weg niet. Dus laveerde ik eerst vier keer heen en weer tussen de winkelkarretjes, alvorens ik zes eieren, twee boter en een pak yoghurt in mijn mandje had. Ja, inderdaad, bij de koeling.

Het was een machtig moment. En superkort. Want hij was net zo snel weg als ie er stond. Ook hier, in real life, geen ctrl+F combinatie. Ik heb trouwens ook geen idee waar ik op moet zoeken, wat ik zou kunnen intypen. Ik ken geen naam, maar zou ook niet meer weten hoe hij er uitzag. Het was alleen die stoere en toch tedere blik die het hem deed. Jammer dat ie weg is? Welnee. Dat houdt het leven spannend.

dinsdag 5 februari 2008

Vrouwen hebben het maar makkelijk

Hij leunt ver over de tafel heen, alsof hij me een zakje weed wil toeschuiven. Met veel armgebaren probeert hij me te overtuigen van mijn ongelijk: 'Luister, ik ken een man, die heb een penthouse, echt groot, weetje. Aan z'n vrouw vertelt hij alles, echt alles. Wat ie met andere vrouwen doet, enzo. En zij vindt dat niet erg, se blijft gewoon bij hem'. Zijn woorden stromen over van ongeloof, hij lijkt verbolgen. De logica als ware dit de bewijsvoering voor het gemakkelijke leven dat vrouwen leiden, ontgaat me. Maar dan schiet me zijn eerdere argumentatie te binnen: 'Ah, dus jij denkt dat zij bij hèm blijft omdat ze zijn huis en geld niet wil missen?'. De twinkeling in de ogen verraadt dat hij blij is dat ik hem eindelijk begrijp: 'Ja, natuurlijk, waarom doet ze dat ànders?, jij zou het toch zeker ook niet goed vinden als je man vreemd zou gaan?'. In een sociaal wenselijk antwoord heb ik geen zin, ook voel ik niet voor persoonlijke ontboezemingen. In zijn ogen wordt ìk dan degene die bulkt van de centen, of de trouweloze hoer. Het lijkt me er niet het moment voor. 'Maar', zeg ik, 'mijn man mag wat mij betreft zijn gang gaan, als hij daar gelukkig van wordt, moet hij dat vooral doen'. De twinkeling wordt aangevuld met een grijns. De toeter schalt door de kantine. Samen met zijn mannelijke medecursisten roept hij lachend: 'Dan wil ik je man wel zijn'. Ik weet zeker dat dit ver naast de waarheid is, als hij wist wat ik deed. Ze zijn minder scherp dan ik hen inschat. Maar ter vermijding van lastige vragen maak ik me toch maar uit de voeten.

Op de elektra-afdeling huist een ander slag man. Er wordt rustig draden gestript. Een pieper klinkt zacht als de circuits worden getest. Twee collega's zijn vandaag voor het laatst. Mijn zoen ten afscheid doet één van hen blozen tot achter de oren. Een jehova-getuige, een homo en een zwijgzame Chinees. De radio staat zacht.

Om half vijf fies ik terug naar huis. Ik doorkruis de rosse buurt. Mannen kruipen in hun dienst-auto's langs de ramen. Vrouwen hebben het maar makkelijk. Morgen geeft de school mijn kinderen een extra vrije dag. Ik zal mijn zoontjes moeten meenemen naar mijn opleiding. Vrouwen hebben het makkelijk. Een moeder houdt me staande, ze wil mijn adres voor de uitnodiging van een kinderfeestje. Ik zie medemoeders racend naar zwemles, vlak voor vijven groente kopen op de markt, een vergeten kinderfiets van school halen, terugwandelend van het oudergesprek, ze heeft geen fiets ten gevolge van haar vlucht van haar alcoholische man. Vrouwen hebben het maar makkelijk.

Thuis ruikt het naar versgebakken schol en er hangt een heerlijke spruitjeslucht. Mr Lehti heeft de vriezer volgestouwd en doet verslag van het oudergesprek. Als hij 's avonds gaat joggen bel ik mijn minnaar. Die hoort me uit over mijn vorig leven, vijftien jaar terug, toen het leven minder makkelijk was. 'Maar nu ben je gelukkig, toch?', zegt hij. Dat beaam ik. Mr Lehti komt thuis. Hij zet verse thee. Deze vrouw heeft het maar makkelijk.