Posts tonen met het label school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label school. Alle posts tonen

maandag 20 april 2020

Op eieren lopen

Kieviten vliegen laag over de verlaten voetbalvelden. Zou het gras op het veld eigenlijk nog gemaaid worden en zo niet, liggen daar nu kievitseieren in plaats van ballen? 

In 'Buitenhof' was gister te zien hoe zowel Jan Terlouw als Ramsey Nasr hun haar langer droegen dan gewoonlijk. Misschien breekt er een nieuw hippie-tijdperk aan nu kappers niet mogen werken. Of beter gezegd, een era van 'capelloni', (lang) harigen, de Italiaanse term voor hippies dekt de lading beter.

Zouden het meldpunt discriminatie sinds de coronamaatregelen nu ook minder te doen hebben? Aangezien tegenwoordig iederéén met een grote boog om elkaar heen loopt, weigert handen te schudden en er ontslagen om aantoonbaar andere redenen vallen. Alleen de hoeveelheid kerels op de buis is in deze tijd buitenproportioneel. Maar daarover klagen is vast niet gepast. 

Meldingen van huiselijk geweld zullen daarentegen wel stijgen. Want hoe fijn het ook is dat de criminaliteit op straat op vele vlakken daalt, agressie stopt niet bij de voordeur. En opgesloten zitten met je agressor is, zo weet ik uit eigen ervaring, bepaald geen pretje.

Werk weg, kappers dicht, kroegen, bioscopen en schouwburgen gesloten. Zelfs scholen zijn nu al een maand dicht. Wat dat huiselijk geweld dan weer aan het licht kan brengen. Zo werd een docent terwijl ze online lesgaf mishandeld door haar vriend. Niet zo snugger van hem en de leerlingen die het zagen schrokken zich wild, maar wellicht schudt dit de docent in kwestie en hopelijk veel anderen wakker. Dat dat 'oude normaal' toch verre van normaal is. Sommige relaties vragen ook om gepaste afstand.

Dat thuisonderwijs blijkt in huize Lehti goed uit te pakken. Natuurlijk wordt er gehannest met onlinelessen ('Waarom werkt de wifi niet? Hoezo valt het geluid nu uit?), inleverdata en wat niet al, maar mijn jongste kan nu tussen de stof door zijn dutjes doen en loopt zijn achterstanden mooi in. Zijn broer Leo heeft sowieso weinig op met het opgehokt in een lokaal zitten met leeftijdgenoten.  Hij liet zich dan ook ontvallen dat hij het eigenlijk wel prima zo vindt, waarom kunnen de scholen niet gewoon dicht blijven? Zelfs bij zijn baantje als bezorger moet hij nu afstand houden. Wel zo prettig voor hem. 

Ook mijn uithuizige grote zoon mag niet klagen. Na twaalf jaar werken in de horeca verdient hij nu zijn maandloon in een drugssstore. En drugs, zo heeft de overheid besloten, vallen niet onder de horeca. De lange rijen bij de coffeeshops gingen op de enige dag dat alles dicht moest weliswaar harder dan de corona zelf viraal de hele wereld over, maar een dag later werd besloten dat drugs kennelijk toch onder 'de eerste levensbehoeften' vallen. Ook wel fijn voor al die opgehokte, opgefokte thuiszitters.

Sporttrainingen van het kroost zijn ook tot nader orde geschrapt. Maar gelukkig kunnen ze door de zogenaamde 'intelligente' lockdown nog wel samen buiten ballen. Als ik ze tenminste de deur uit schop. Heeft moeders ook even een uurtje lucht. Nu maar hopen dat daarbij geen kievitseieren sneuvelen. 

donderdag 30 januari 2020

Liften moet je doen

Mijn steekkar maakt een mooi spoor in de pasgevallen sneeuw. Aangekomen bij mijn klusbus laad ik de kistjes gereedschap op de achterbank. Vanuit mijn ooghoek zie ik een groepje pubers op de stoep staan, ligt ineengedoken in een kringetje. Hun aandacht is waarschijnlijk gericht op de smartphone van één van hen. Maar dat kan ik niet zien want ze staan met hun ruggen naar buiten gericht.

Nadat ik de sneeuw van mijn spiegels en voorruit heb geveegd, eet ik in de auto nog snel even mijn vergeten lunch op, pleeg wat telefoontjes en keer mijn auto. Ik ben lekker vroeg vrij. De sneeuw is intussen weggestroomd met de regen, die nu met geweld uit de hemel valt. Raar weer.

Al laverend tussen de vele fietsers door zet ik koers naar huis. Drie straathoeken verder zie ik het groepje jongens opnieuw. In eenzelfde kringetje. Dit zijn overduidelijk geen Pieterpadlopers die voor de fun door de regen banjeren. Daarvoor ontbreken de Nordic walkingstokken en de Gaastra jassen. Deze jongens dragen slechts een papieren tas. Of meer de flarden die daar van over zijn.

Ik doe het bijrijdersraampje naar beneden en roep: 'Zoeken jullie iets?' De jongens kijken op van onder hun capuchons en lopen door elkaar pratend mijn kant op. Ze lijken lichtelijk in paniek. Uit hun half Engelse, half Duitse antwoord maak ik op dat ze hun klas zijn kwijtgeraakt en dat ze naar het Groninger museum moeten, van waar hun bus over tien minuten vertrekt. 
Het Groninger museum? Dat is compleet de andere kant op! De stakkers.  

Ze zijn met z'n vijven, dat zou net passen. Probleem is echter dat alle zitplaatsen al volstaan. Ik stap uit en zet de commandomodus aan. 'I will bring you there but first you have to help me to make some space.' Uitgelaten nemen ze de kistjes gereedschap van me aan en nadat de accuboren, schroevenbakken en verfbenodigheden schots en scheef in het laadruim staan, persen de jongens zich dicht tegen elkaar aan in mijn klusbus. 

Wat hou ik toch van deze leeftijd. Jongens met zware basstemmen en het postuur van een uitsmijter in spé maar met een houding die die van een kleuter nauwelijks ontstijgt. Het roept terstond de opvoeder in mij boven. Net als ik de dag eerder deed met mijn zoon van dezelfde leeftijd. Die me appte of ik hem van school kon halen vanwege een lekke band. 'Ja', schreef ik toen terug, 'Maar bij thuiskomst gaan we dan gelijk je band plakken.' Dit keer taxi ik vijf verloren pubers tegelijk. 

Als we door de Ebbingestraat rijden wijs ik ze op de vele voetgangers. 'If you get lost again, it might be better to ask one of them instead of checking your smartphone. All those people know where the Groninger museum is'. Eén van hen geeft toe: 'Yes, we are dumb'.

'Nou, jullie zijn vast niet dom, alle jongens van jullie leeftijd wonen in hun foon, dat doen mijn zoons ook. Maar soms is de weg vragen aan vreemden handiger dan internet. Belerend voeg ik er aan toe: 'Wat andere volwassenen jullie ook wijsmaken, als jullie later nog 's gaan reizen, ga dan vooral liften, dan ontmoet je nog 's iemand.'

Op de Eendrachtskade staat het zoals altijd vast. Het volume van mijn gezelschap stijgt. Eéntje belt opnieuw de docent om te zeggen dat ze er met vijf minuten zijn, dat ze worden gebracht door een 'Nette Frau'. Ik zeg dat ze vast boos op hen zullen zijn. 'Yes, very angry', antwoorden ze in koor. 

Exact om 14.20 uur stuift het vijftal uit mijn auto en steekt de weg over naar de al klaarstaande bus die na hun instappen gelijk de deuren sluit en vertrekt. Ik wacht nog even om te zwaaien, zodat de docenten kunnen zien dat die met plamuur en purschuim besmeurde Nette Frau geen enge heks is. Maar of ze daaruit de les trekken om toch vooral met vreemden mee te gaan betwijfel ik.

Op de grond voor de bijrijdersbank resten wat flarden van een natgeregende papieren tas.







vrijdag 30 november 2018

Scholen verkopen gelukkig geen broccoli

Bij het doen van boodschappen -iets dat met twee inwonende pubers zó vaak moet gebeuren dat ik het ze nu vaak zelf laat doen- vind ik het fijn om het brood bij de bakker, het vlees bij de slager en de groente, bij gebrek aan een groenteboer, op de markt te kopen. Als ik haast heb, haal ik alles bij de supermarkt. Alwaar ook een indeling naar soort wordt aangehouden. Wel zo handig.

Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.

Je zou zeggen dat de belpyramides, papieren agenda's en dito roosters met de komst van internet passé zijn. Deels is dat ook het geval want er zijn nog wel boeken maar wat je daar uit moet leren verschijnt digitaal op verschillende plekken. Eerst was er Magister, toen kwam SOM-today, een overzichtelijk systeem met naast roosters en huiswerk ook uitnodigingen voor ouderavonden en cijfers. Of dat laatste pedagogisch verantwoord is betwijfel ik. Een kind kan een slecht cijfer nooit meer even 'inkleden' (of verzwijgen) of juist enthousiast binnenkomen met een tien voor een boekverslag. Ouders weten alles al. Maar overzichtelijk is het wel.

Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.

Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.

Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.

Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.

Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.   

dinsdag 11 april 2017

Nieuw Rotterdam door oude ogen


Ik vrat de afgelopen dagen honderden kilometers. Plekken passerend waar ontelbare herinneringen lagen. Langs de A13 prijkt nog steeds de reclame voor 'Van Leeuwen buizen' op een flat langs de snelweg. Jarenlang was dit de aankondiging dat we bijna terug waren van vakantie uit het zuiden. Bijna thuis. Mijn zus en ik liggend op bedjes achterin. Eerst in een wit en later een oranje Renaultje. Heden ten dage zou je voor dergelijk roekeloos gedrag waarschijnlijk je rijbewijs verliezen. Maar ik heb het overleefd. Net als mijn zus. Die nu verder oorden bezoekt en appjes stuurt uit China en Nieuw-Zeeland. Verderop schitterde de skyline van Delft in de late avondzon, de volle maan al hoog aan de hemel. Daar trouwden mijn ouders en werd ik geboren.

Ik leerde hier praten, lopen, fietsen, schrijven en zoende er voor het eerst, maar de herinneringen zitten in mijn hoofd, niet in straten of huizen. Er is weinig wat me nog aan deze plek bindt. Met de klasgenoten die hier bleven, heb ik geen contact meer. Met hen die uitwaaierden nog wel. Een paar belandden er net als ik in Groningen. Anderen vonden hun heil in IJmuiden, Utrecht of Arnhem. Eén van hen woont al sinds jaar en dag in Venezuela. Een enkeling raakte aan de drugs, sommigen zijn overleden, al dan niet zelf gekozen. Mijn zus verkaste naar Berlijn en mijn ouders wonen nu al langer in Amsterdam dan ze ooit in Pijnacker woonden.

Op de radio komt muziek voorbij waar ik toen voor het eerst mee kennismaakte. Sade Adu, David Bowie, Joe Jackson en Bruce Springsteen. Misschien hebben mijn medeweggebruikers ook herinneringen aan deze muziek, anders werd het vast niet meer gedraaid. Van de weinige concerten die ik bijwoonde, waren er twee in Ahoy in Rotterdam. Vanaf een hoog balkon -kaartjes waren vroeger ook al duur- zag ik stipjes van UB-40 en later Sting. Ik kocht foto's bij de uitgang. Wat een wereld van verschil met de miljarden plaatjes die nu in real time over de wereld gaan.

Bij de Hofstad adverteert een mij bekende doe-het-zelf-zaak met 'Er komp iets heel grauts naah De Haag'. Profilering door maximale inzet van de eigen taal. Wat ooit plat was wordt nu met trots geëtaleerd. Rowen Heze brult door de ether: 'Het is een kwestie van geduld, tot heel Holland Limburgs lult' en Guus Meeuwes wenst dat men op Brabant trots zou zijn als een Fries. Na Radio Rijnmond en Stadsradio Delft volgt uren later Omrop Fryslân en Radio Drenthe. Angst voor het vreemde, omarming van wat nabij en bekend is.

Als fysieke plekken geen emoties meer oproepen, of dusdanig rigoureus zijn verbouwd dat ik weinig meer herken van de straten uit mijn jeugd, is er des te meer ruimte voor nieuwe dingen. In Rotterdam is na de oorlog al verschrikkelijk veel gebouwd, maar ook nu wordt er nog volop aan de weg getimmerd. Twee goede vrienden leidden me er rond. Hij maakte zelf het bombardement van 1940 mee. Zijn vader werd geboren in 1890. Zij is degene die tien jaar terug het logo voor mijn klusbedrijf ontwierp. Ze toonden me de enorme Maas, waar boten de schittering van de zon op het water braken. We liepen over de plek waar bijna 77 jaar geleden de eerste bom neerkwam, door de gezellige winkelstraat de Meent en dwars door de kleurrijke Markthal, waar het wemelde van de Chinese toeristen.

Als ik weer thuis ben in het Hoge Noorden, zie ik pas hoe het kwam dat ik een half uur langer dan voorspeld over deze rit deed. Onbedoeld reed ik een rondje om de plek waar ik de eerste zestien jaar van mijn leven woonde. In plaats van direct Oostwaarts de A20 te nemen, maakte ik een onnodige lus via het Prins Clausplein. Dat nog in aanbouw was toen ik er midden jaren tachtig langsfietste op weg naar school. Wellicht stuur ik ongewild toch vaker de kant op van wat bekend is.



















maandag 25 april 2016

De jeugd van tegenwoordig heeft recht op meer bloot!

"Ik kijk nooit tv", zei ik stoer.
"Jawel, je kijkt elke avond tv", wierp Kees (11) tegen.
"Ik krijg vaak genoeg kijktips van je" deed zijn vader er nog een schepje bovenop.

Ik bond in. Ze hadden gelijk. Ik kijk eigenlijk best vaak. Naar 'langs de oevers van de Yangtze', of naar '3 op reis' en onlangs zelfs naar 'Het beste Brein' (waarbij ik bij het rekenonderdeel volledig door Kees werd weggeblazen). Maar het vaakst nog naar reclame. In eerste instantie omdat ik nog steeds geen afstandsbediening heb. Maar ook omdat commercials het niveau van de deskundige in de witte jas die het waspoeder aanprijst, al lang zijn ontstegen.

Bijna bloot doet het altijd goed. De suggestie van lekkere seks prikkelt onze koophormonen. Schaars geklede vrouwen worden gelinkt aan auto's en parfum. Gezichtscreme en chocola worden aangeprezen met geile voice-overs. Maar gister werd ik gefêteerd op een geheel blote man. Die met een gelukzalige grijns in slow motion van een helling af rolde. Hierna volgde een spotje met een andere bloterik die naar een rode Engelse telefooncel rende. Het ging hier respectievelijk om een bouwmarkt en, jawel, ontbijtkoek. Wat opviel was dat beide heren ontdaan leken van hun libido. Dat lag niet aan het buiten beeld houden van hun geslachtdelen maar meer aan het feit dat goed geklede kerels vaak sensueler ogen (koffie!) dan bloot.

Zou het voor onze opgroeiende jeugd niet goed zijn als het taboe op het tonen van -normale- geslachtdelen weer wordt doorbroken? Nu extreme preutsheid lijkt te zijn doorgedrongen tot bad- en kleedkamer. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bij gym tot een jaar of tien gemengde kleedkamers waren en dat er ook gemengd werd gedoucht. (nee, ik keek natuurlijk niet. Ik was toen nog een bleu blond vlechtenmeisje). Inmiddels schijnt het bij gym en bij sport normaal om ook bij gescheiden douchen een onderbroek aan te houden. Als er al wordt gedoucht. Tot mijn verbazing wist een ervaren trainer mij onlangs te zeggen het vaak de ouders zélf zijn die hier voor gaan liggen. Misschien denkt men dat elke trainer die met jeugd werkt zich aan blote kindertjes vergrijpt? Of zijn we zelf bang voor bloot geworden omdat we dit automatisch aan seks linken?

Maar hoe komt de toekomstige generatie er nu achter hoe het andere geslacht er uit ziet? Of dat van zijn seksegenoten? Welk ander referentiekader rest hen dan het stiekem bezoeken van pornosites vol piemels van twintig centimeter en gemodelleerde kale kutten en vol- (of vooral onder-) gespoten borsten. (Ook het beeld dat spermaspuiterij iets fijns of verplichts zou zijn is hardnekkig. Niet alleen onder jongeren).

Ik wacht met smart op de eerste commercial waarbij een sportheld verschijnt met een kleine, onbesneden pik of een scheve grote kut. Ter inspiratie kunnen reclamejongens het British museum bezoeken. Waar blote rennende mannen als helden worden afgebeeld. 2500 jaar geleden was je met een klein pikkie gewoon cool!

dinsdag 14 april 2015

Een ultrakorte relatie

'Lokaal van leraar X vol wierook gezet.'
'De geraniums van Y uit het raam gegooid.'
'De deuropener gesaboteerd zodat je bij te laat komen toch naar binnen kon.' 

Drie willekeurige teksten op de biechtmuur in het 'sentimentlokaal'. Veel losse foto's en enkele albums liggen er verspreid op tafels. Deze zaterdag werd het vijfenzestigjarig bestaan van mijn middelbare school gevierd. De biecht 'laxeermiddel in koffie van leraar' komt zo vaak voorbij, dat het hele personeelsbestand aan de schijterij moet zijn geweest. Maar misschien waren het slechts enkelen die het moesten ontgelden. Of is het grootspraak. Net als 'Geblowd/ gedronken in de klas (met leraren)' of 'Seks gehad in de invalidentoilet'. Eén bekentenis geloof ik echter direct. 'Ik heb een ultra korte relatie gehad met leraar X.' De leraar in kwestie wordt met voor- en achternaam genoemd. Ook de ondertekenaar is niet anoniem.

Het maakt de tongen los van een paar meisjes, pardon, vrouwen, die er omheen staan. Ze hebben soortgelijke ervaringen. Met deze leraar. En met een andere. 'Kijk, daar heb je de viezerik' vang ik op, terwijl ze een foto uit de stapel pakken. 'Ja man, die is nog met ons op kamp geweest. En toen ging dat de hele avond door, ging hij alle tentjes af.' Ik begrijp dat één van de leraren met de stille trom van school vertrok. Waarom is mij niet duidelijk.

Een schoolgenootje van me vertelt dat de docent van de 'ultrakorte relatie' graag haar voeten masseerde. Het bleef niet bij haar voeten. Later, in de kantine, praat ik lange tijd met een jongen waar ik vroeger mee op het toneel stond. Een toneelstuk dat, zoals elk jaar, werd geschreven en geregisseerd door de voetenmasseur. In een pauzemoment van één van de repetities zoende hij ook mij. Niet in het invalidentoilet of op zijn kamer, maar op de gang. Het was nat en openbaar en toch in het donker. Maar dat bedenk ik me nu pas.

Een oud-schoolgenoot, die net als ik de school ooit zonder diploma verliet, geeft er nu zelf les. De 'biecht' verbaast haar niet. De masseur-regisseur-ultrakorterelatie-docent had ook haar geprobeerd te zoenen. Het klasgenootje met wie ik hierna praat heeft tijdens het zeilkamp -hij kon wel in het bed boven haar- dezelfde leraar van zich weggeduwd. En ze vertelt meer. Ik vraag me hardop af waarom zij, of iemand anders er toen niks over zei naar anderen. 'Ach', antwoordt ze, 'hij had toch openlijk een relatie met G.? Kennelijk was het gewoon'. Andere tijden.

Wat ik zelf ervoer toen deze leraar me zoende? Of ik het fijn of vies vond? Of ik er bang of opgewonden van werd? Ik weet het me niet te herinneren. Hij was mentor van de klas van mijn zus, en later van mij. Hij ging mee op kamp en kwam ook in mijn ouderlijk huis over de vloer bij het klassenfeest. Als prille brugpieper volgde ik bij hem lessen drama.

Mijn middelbare schooltijd was voor mij een verademing. Ik werd niet meer gepest. Ik kon eindelijk mezelf zijn. Iedereen mocht er zichzelf zijn. Misschien gold dat ook voor leraren. Of dachten sommigen dat 'zoenen' of 'lichamelijke verkenning' tot de algemene ontwikkeling behoorde. En vonden jonge docenten dat een meisje beter met een ervaren man kon oefenen dan met een nerveuze, pukkelige puber.

Anno 2015 is het dokter Corrie die ons op de buis vertelt hoe je zoiets aanpakt. Haar gastzoener, pardon, -spreker, Alexander Pechtold legt uit dat je dames best het initiatief mag laten nemen. Helaas zijn de video's hiervan online niet meer beschikbaar. Het protest van ouders tegen haar seksuele voorlichting op tv is nu groter dan anno 1985 tegen docenten die 'praktijkonderwijs' bedreven. Zou het meisje dat Pechtold als puber zoende eerst met een ouderling op school of in de kerk hebben geoefend? Of hij zelf?

Deze week schreef Theodoor Holman dat op zijn middelbare school bijna ALLE leraren onder de 35 een geheime verhouding hadden met een leerling. En dat hij daar wel eens jaloers op was. De column laat in het midden of Holman die jaloezie als brugpieper of docent ervoer. Andersom denk ik nu dat er op mijn school bijna geen meisjes waren bij wie de voetenmasseur-regisseur het niet probeerde.

Hij schrijft nu boeken en vertelt op de radio. Onder andere over hoe gebeurtenissen uit je jeugd kunnen doorwerken in je verdere leven. Op de reünie heb ik hem niet gezien.

Ben benieuwd wat de biechtmuur ons in 2020 onthult.

donderdag 28 augustus 2014

De andere helft van de hond danst in Damascus

Het lijkt de laatste warme zomerdag. Of, op z'n Hollands gezegd, de eerste. Allemachtig wat was het nat. In mijn tuin groeien intussen paddestoelen. En op plekken waar het wel lekker warm was, tussen de zonnebloemen in Oekraïne of in Syrië, hadden mensen heel andere dingen aan hun hoofd dan vakantie vieren. Of ligt dat genuanceerder?

Beelden versimpelen de werkelijkheid. Die wordt verkleurd en vertekend om in ons brein te passen. In het boek 'Een halve hond heel denken' schrijft Joke van Leeuwen over een kleuterklas, die prachtig zingt. Maar als de meisjes worden opgeschrikt door een binnenlopende cameraman, moeten ze huilen. Please note: het speelt in Afrika (huidskleur kleuters verandert nu in uw hoofd van wit naar zwart). De tranen die dan op film komen, worden gelabeld als verdriet van de honger. En dat zien we in Nederland op de buis.


In Libië heerst nu chaos. Clans, oud-legerleiders, overlopers, herrieschoppers. Op alle beelden die ik zie, staan mannen en in veel artikelen gaat het over krijgsheren. Ik vraag me dan steeds af: zouden hun moeders, zussen en echtgenotes elke dag voor hen koken? Of zouden ze liever een gebraden kippetje bij KFC bestellen, net als in Gaza? En zouden ze ook nog tijd hebben om lief te hebben, of slapen ze fijn met een kalasjnikov in bed? Of zijn de heren die wij in beeld krijgen, net als bij de kleuterklas, maar een deel van de werkelijkheid? Een antwoord op die vraag zal ik vast nooit krijgen. Het schijnt nu eenmaal interessanter te zijn welke wapens men gebruikte, dan welk voedsel men at en of de winkel of de school of de dokter of toneelclub nog gewoon functioneert.

Maar soms plopt er toch iets omhoog uit dat dagelijks leven. In een hoekje van een krant of na een paar keer doorklikken op het net. Geen keuken- of slaapkamergeheimen, maar wel iets over vrije tijd. Dat men in dat verscheurde Libië ook in de zon ligt. Dat volgens de verslaggeefster ter plaatse het strand zelfs vol zit men zonaanbidders. En de theehuizen ook geen klagen hebben. Terwijl in Tripoli de nationale luchthaven tot de grond toe afbrandt.


Permalink voor ingesloten afbeelding

Weet je wat ik denk?
Dat er in Ferguson ook vrolijke kinderfeestjes worden gevierd, dat je je bachelor kunt halen aan de universiteit van Baghdad en dat je in Damascus kunt genieten van het Syrische nachtleven.
Ja dat denk ik.
Hoewel ik de andere helft van de hond nooit te zien krijg. 

dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.

zondag 6 januari 2013

De school begint, maar leren doe je in je vrije tijd




Bijvoorbeeld in de branding bij Lido Conchiglie, of veilig achter de atlas met opa in Amsterdam. Door te luisteren naar de uitleg van stadshistoricus Beno Hofman over de verzuiling in Groningen. Of naar de opera die schuilt in de buurtbosjes.


Of door te kijken hoe grote broer pizzadeeg maakt, de muur af te breken tussen je ouders, aardappels te rooien, de zee te zien in Pieterburen of Puglia, voor Stampertje te spelen en naar de maan te staren of alle Europese kaarten van 1:200.000 in het bos op de grond te leggen, zodat inzichtelijk wordt hoe ver Denemarken van Carcassone is.






Een bootje leeg te scheppen in de Lot (of was het toch de Loire) waarmee je dan helaas niet weg kan varen omdat het ding aan een ketting ligt, maar gelukkig kun je er wel perziken in eten. Of door een zonnepanelenhuisje te bouwen op de maker fair, door het maken van servetkunst terwijl broerlief de pizza's bakt, een eigen basket in de tuin op te hangen of gewoon door op oudjaarsdag spelletjes te spelen.



(Nu moet ik alleen nog leren hoe op een overzichtelijke manier mijn plaatjes blogwaardig te krijgen) 








dinsdag 24 april 2012

Monologue exterieur



"Ik kon geen spreekbeurt houden
ik ga morgen aan de juf vragen
wat voor dag is het vandaag?
(....)
dan had het vandaag moeten zijn
dan heeft de juf zich vergist

ik dacht, ze zegt het niet dus mag ik 'm ook niet doen
ik dacht, misschien mag het tijdens het eten
maar dan hebben we al een verjaardag
ik had er wel tijd voor maar die werd verspild door andere dingen
ik ga vragen of ik 'm morgen mag doen
misschien is er dan een ander kindje.


Het lijkt helemaal niet laat
Het wordt steeds later licht
dan gaat het langzaam weg
pas als het helemaal donker is
dan is pas alle licht weg.

Ik weet waarom het hele hal zo heet
aan een hal zit een gebouw vast
een gebouw staat op de grond
en de grond zit aan de lucht vast
en in de lucht zitten planeten."











zaterdag 9 juli 2011

Strani Italiani


"Dit moét je lezen."

In het geval ik de persoon die dit zegt, èn diens boekensmaak mag, geef ik er, een enkel keertje, gehoor aan. Andersom gebeurt veel minder. Ben er de persoon ook niet naar om te veronderstellen dat mijn smaak strookt met die van een ander. Maar ook hierop maak ik, heel soms, een uitzondering. En hoewel ik op het punt sta om hier een dergelijk arrogante uitspraak te doen -alsof er niet nog een miljoen andere boeken op lezing wachten die vele malen mooier zijn-, volgt allereerst een kanttekening.

Over de stijl van de schrijver niets dan lof. Maar, ik vrees dat de inhoud, alleen voor gewezen (en deels genezen) Italofielen als ik, ècht leuk is (over arrogantie gesproken). Want een ieder die niet thuis is in de schizofrene houding t.a.v. giftige kersen, Communistische schranspartijen of gynaecologen 'di fiducia', zal wellicht slechts met groeiend ongeloof dit boekje doorlezen. Wel, voort hèn luidt de boodschap:

"Het is allemaal wáár."

Want Italiaanse kinderen wórden van de wieg tot het graf verzorgd.
Dat hóórt zo. Ze zíjn ziekelijk gepreoccupeerd met hun gezondheid (ook de alternativo's). Ze betálen zich scheel aan zwartwerkende (private) doktoren/loodgieters/stucadoors/ vul maar in*. En lopen hiermee te koop. Dat geeft status. (*Niets doorstrepen want het is allemaal van toepassing). Ze aanbidden ècht hun mamma's en willen het liefst tot hun zestigste bij hen in de buurt wonen. Op kamers wonen?, uitvliegen? Wat is dat voor modern gedoe.

Onnavolgbaar is ook hoe ze met bewondering en verachting op-/neerkijken tegen/op hen die een baantje bij de overheid hebben. Net als de wijze waarop deze betrekking is verkregen. En de uitgesproken manier, want dat zijn Italianen wèl vaak, uitgesproken, waarop wordt gepraat over
tomatensaus/ belastingpapieren/ gras/ bloeddruk/ de maan/ schoonmaken en alles wat zoal in het dagelijks leven voorbij komt en waar men zich maar enigszins een mening over zou kúnnen vormen.

Ok, ik hou op. Want èrgens hou ik toch wel van dat land. En haar inwoners. Veel zelfs. Aldus. Italianen nemen, ondanks een rijke wijncultuur, weinig alcohol tot zich. Zeker jongeren. Dronkenschap op straat is not done. Misschien leven ze zich daarom uit op de Istiklal Caddesi in Istanbul. Ver van huis. Ik hoorde daar verdomme tot 4 u 's nachts alleen maar Italianen brallen. Nee, Lehti, positief blijven!

Aldus. Het is een verademing om in een willekeurige Italiaanse stad 'fare le vasche', oftewel kijken en bekeken worden, op en neer te lopen zonder al dat bier dat bij dergelijke gelegenheden door Tedeschi wordt gehesen. Ook is de Italiaanse keuken verre te verkiezen boven de Nederlandse. Al gaan ze met dat koken soms wat spastisch om.
Geen brood op tafel? Dan wordt de sla niet aangeraakt. Onmogelijk. Linzensoep met vermicelli? Schande! daar horen van die kleine vlindertjes in. Desnoods 'ditalini' (vingertjes). Hoewel die toch eigenlijk bij de bonen passen.

Ok, basta. Ik woon er niet meer. Hoef me niet meer tig keer per dag om te kleden, mijn kinderen van kraakheldere kleding te voorzien en in gestreken uniform op school af te leveren. Waar ze de hele dag binnen zitten want de speeltuin is voor het gemak afgebroken. Ze zouden zich eens kunnen bezeren. Geen steekpenningen voor een werk- of verblijfsvergunning meer. Geen boerse carabinieri meer. Geen postkantoren en benzinestations waar één of ander bollo (zegel) moet worden gehaald voor één of ander reuze belangrijk formulier. Geen 'contacten' meer om onder de voortreffelijke Italiaanse wetgeving uit te komen, waar niemand iets van snapt en geen hond zich aan houdt.

Maar... zodra ik kan,.... deze zomer..... smeer ik 'm toch weer zuidwaarts.
Om weer te weten hoe de echte pizza bianca al taglio smaakt. Slechts voorzien van roosmarijn en grof zout. Want meer is niet nodig. Om, aan de kant een provinciale weg, een broodje 'porchetta' te eten (een heel varken vol venkel). Om op luide toon, druk gesticulerend, te discussiëren over om het even wat, bij een kop espresso, die nog een uur lang nagalmt op je palato. Wat nou capuccino?, dat is ontbijt voor watjes, man, streng verboden na tien uur!

Lees déze en andere voorschriften er maar op na in "Italiaanse buren". Het is met liefde geschreven. De auteur, Tim Parks, doet een geslaagde poging om de Italianen te begrijpen en laat tevens zien dat Noorderlingen, in de ogen van Italianen, al even vreemde wezens zijn. Vertaald door C.M.L. Kisling. Ook geschikt voor degene die het land dit jaar bezoeken.

Laat je niet afschrikken. Het is een heerlijk land. Vol strani Italiani.
Je moet dit lezen. En er dan heen gaan. Echt. Goditelo (geniet ervan).

vrijdag 8 januari 2010

Onthaasten op donderdag

Vanmorgen voelden de voorste delen van mijn hersenen nattigheid toen ze de combinatie 'in bed + buiten al licht' hadden geregistreerd. Het leek niet in overeenstemming met het dagritme zoals dat in mijn diepere grijze cellen leek te horen. Maar gut, wat voor dag was het eigenlijk? Juist, een doordeweekse donderdag.....alle gezinsleden hebben zich dus collectief verslapen! Paniek!

Hetgeen resulteerde in staccato commando's (jongens opschieten, brood smeren, melk drinken, tas/jas/muts pakken!), gejengel over ritsen die niet dicht wilden (ik wil die broek niet aan!) en chocopasta op slaperige wangetjes. De fietsketting lag er af, het knmi-advies (ga de weg niet op als het niet echt moet!) sloeg ik in de wind en ik liet iedereen instappen aan bestuurderskant (vastgevroren sloten) van de witbesneeuwde auto.



Na het record 'van-bed-naar-school' te hebben gebroken merkte de buuf droog op dat men in verslaapgevallen het beter rustig aan kan doen, want dat de strijd dan toch al als verloren beschouwd moet worden. Hoe waar! Zoals mijn leraar psychologie ooit zei: 'Àls je te laat komt, doe het dan ook goed; vijf minuten is gewoon dom, met een uur is het pas serieus.' Maar de stress waarde al rond na het ontwaken uit een voor iedereen veel te korte slaap (i.v.m. met zware nachtelijke gesprekken met nachtbrakende puberkinderen)



Bij gebrek aan werk in verband met vorstverlet besloot ik het advies van de buuf alsnog ter harte te nemen. Ik ging onthaasten in de dichtstbijzijnde super. Loom liep ik langs al het uitgestalde eten en nadat ik me thuis van mijn besneeuwde schoenen had ontdaan, kroop ik met een verse kop koffie achter mijn krant. Genieten.

maandag 14 april 2008

Schoolgang

Sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in. De dag waarop je jongste telg gaat wennen op de 'grote school' is zo'n markering, een mijlpaal. Aan kleine voorvallen kondigt zich deze dag zich al aan. Hij doet neerbuigend over het op de crèche aanwezige speelgoed: 'Da's alleen voor baby's'. Ook zelf kijk je rijkhalzend uit naar de dag waarop er geen drie cijferige bedragen meer op je bankafschriften prijken vanwege diezelfde crèche.

Toch is er van een jubelstemming geen sprake. Het is ook een afscheid, een episode die wordt afgesloten, een nieuw tijdperk dat zich aandient en schuldgevoel ligt op de loer. Wat deed ik al die uren samen?. De eendjes voerden we éénmaal. Koekjes bakken was erg zeldzaam en naar het strand gingen we nooit. Ze zijn maar één keer klein is waar, maar er naar handelen is moeilijk. Uitstapjes door de week zijn nu passé. Samen met de trein naar oma. De peuter en de dementerende die zo heerlijk konden kletsen. Communicatie om de nabijheid, om de blik, om de aandacht maar zonder inhoud. Of naar de wijdverspreide ooms en tantes, boten en vliegtuigen spotten of gewoon slenteren door het winkelcentrum en de speeltuin......

De grote dag is daar. Kees blijft in zijn bed en schreeuwt: 'Ik wil niet naar school'. Bij het aankleden zijn de kleren niet cool genoeg en kan hij zijn mooie medaille niet vinden: 'wèèèèh!'. Aan het ontbijt is het ook mis want hij wil worst en toch geen kaas en op de stoel van zijn broer zitten en.....

Eenmaal op school kruipt Kees in zijn schulp, zijn slakkehuis, dicht tegen me aan. Vertederd, soms lachend kijken medeouders naar het verlegen wurm. 'Ik wil niet naar school', klinkt het nu zachter. Kinderen kijken hem aan, bestoken hem met vragen. Na de voorleessessie worden ouders geacht te vertrekken, maar juf vind het prima als ik, zo'n eerste dag, wat langer blijf. Ik vraag of Kees naast Sjaak wil zitten, want die kent hij al. Kees knikt. Aan zijn andere kant neemt Boris plaats. Er moet flink worden ingeschikt, de klas is tjokkevol. Ik ga achter de volle bank op mijn knieen zitten. Kees' eerste appèl; braaf dreunen kleuters 'Ja juf' bij het horen van hun naam. Sjaak en Boris bieden tegen elkaar op: 'Ik woon vlak bij hem', 'Mijn moeder past op hem' en verderop in de kring klinkt er: 'Hij is het broertje van Leo, ik ben bij hem thuis geweest'. Het kennen van Kees geeft blijkbaar status. Kees zelf laat het over zich heen komen, zijn handen rusten op schoot.

Na een paar minuten keert hij zich om naar mij en vraagt: 'Waarom blijf je zo lang?'
'Wil je dat ik wegga?'
'Ja, ga maar weg'.
Ik sluip de klas uit en begeef me richting markt. Waar vroegtijdig schoolverlaters zich bekwamen in de verkoop van kip en noten. Kees loopt zijn kaas en krentjes mis. Misschien verkoopt hij ze over twaalf jaar zelf.

maandag 7 april 2008

Vogelles

De zon voelt lekker op onze dikke jassen. De kale bomen laten alle warmte door. 'Ik ga slapen', zegt hij, terwijl hij zijn hoofd tegen mijn rug aan legt. Ik trap gestaag door. Dit keer ga ik voorzichtig te werk bij het overdragen van mijn summiere vogelkennis. Vorige week bereikte ik met mijn enthousiasme het tegendeel. Als een hond die nukkig weigert kunstjes te doen zei hij toen op al mijn vragen: 'Dat is een vogel'. Dit keer turen we niet naar een verstopte fazant maar naar een kievitskuif, het rood van de scholekster en grazende ganzen. 'Ik wil een verrekijker' zegt Leo. Het gevoel bekruipt me dat dit toch meer het 'echte' onderwijs is. We zien een reiger die een kikker vangt en over de grutto zegt hij verrukt: 'Die loopt over het water'. Deze momenten moeten eeuwig duren.

Ik neem dan ook een omweg. We turen naar kraaiennesten, raden waar ondergedoken eenden weer boven komen en spotten een schip in de sluis. Dan laat ik Leo weer los in het gebouw waar hij letters leert. Vanwege het mooie weer zijn alle kinderen op het schoolplein. In de zandbak zie ik het begin van een vete. Er is ruzie om een schep. In de toiletten klauteren kleuters over banken. Leo wil het liefst binnen, lekker veilig. Maar dat mag niet.

dinsdag 5 februari 2008

Vrouwen hebben het maar makkelijk

Hij leunt ver over de tafel heen, alsof hij me een zakje weed wil toeschuiven. Met veel armgebaren probeert hij me te overtuigen van mijn ongelijk: 'Luister, ik ken een man, die heb een penthouse, echt groot, weetje. Aan z'n vrouw vertelt hij alles, echt alles. Wat ie met andere vrouwen doet, enzo. En zij vindt dat niet erg, se blijft gewoon bij hem'. Zijn woorden stromen over van ongeloof, hij lijkt verbolgen. De logica als ware dit de bewijsvoering voor het gemakkelijke leven dat vrouwen leiden, ontgaat me. Maar dan schiet me zijn eerdere argumentatie te binnen: 'Ah, dus jij denkt dat zij bij hèm blijft omdat ze zijn huis en geld niet wil missen?'. De twinkeling in de ogen verraadt dat hij blij is dat ik hem eindelijk begrijp: 'Ja, natuurlijk, waarom doet ze dat ànders?, jij zou het toch zeker ook niet goed vinden als je man vreemd zou gaan?'. In een sociaal wenselijk antwoord heb ik geen zin, ook voel ik niet voor persoonlijke ontboezemingen. In zijn ogen wordt ìk dan degene die bulkt van de centen, of de trouweloze hoer. Het lijkt me er niet het moment voor. 'Maar', zeg ik, 'mijn man mag wat mij betreft zijn gang gaan, als hij daar gelukkig van wordt, moet hij dat vooral doen'. De twinkeling wordt aangevuld met een grijns. De toeter schalt door de kantine. Samen met zijn mannelijke medecursisten roept hij lachend: 'Dan wil ik je man wel zijn'. Ik weet zeker dat dit ver naast de waarheid is, als hij wist wat ik deed. Ze zijn minder scherp dan ik hen inschat. Maar ter vermijding van lastige vragen maak ik me toch maar uit de voeten.

Op de elektra-afdeling huist een ander slag man. Er wordt rustig draden gestript. Een pieper klinkt zacht als de circuits worden getest. Twee collega's zijn vandaag voor het laatst. Mijn zoen ten afscheid doet één van hen blozen tot achter de oren. Een jehova-getuige, een homo en een zwijgzame Chinees. De radio staat zacht.

Om half vijf fies ik terug naar huis. Ik doorkruis de rosse buurt. Mannen kruipen in hun dienst-auto's langs de ramen. Vrouwen hebben het maar makkelijk. Morgen geeft de school mijn kinderen een extra vrije dag. Ik zal mijn zoontjes moeten meenemen naar mijn opleiding. Vrouwen hebben het makkelijk. Een moeder houdt me staande, ze wil mijn adres voor de uitnodiging van een kinderfeestje. Ik zie medemoeders racend naar zwemles, vlak voor vijven groente kopen op de markt, een vergeten kinderfiets van school halen, terugwandelend van het oudergesprek, ze heeft geen fiets ten gevolge van haar vlucht van haar alcoholische man. Vrouwen hebben het maar makkelijk.

Thuis ruikt het naar versgebakken schol en er hangt een heerlijke spruitjeslucht. Mr Lehti heeft de vriezer volgestouwd en doet verslag van het oudergesprek. Als hij 's avonds gaat joggen bel ik mijn minnaar. Die hoort me uit over mijn vorig leven, vijftien jaar terug, toen het leven minder makkelijk was. 'Maar nu ben je gelukkig, toch?', zegt hij. Dat beaam ik. Mr Lehti komt thuis. Hij zet verse thee. Deze vrouw heeft het maar makkelijk.