Posts tonen met het label Belgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belgie. Alle posts tonen

maandag 1 april 2013

Waar wil je naar toe?

Nou, naar Appingedam bijvoorbeeld.
Appingedam?
Ja, naar Appingedam.
Wat moet je dáár nu weer?

Wel, dat doet er nu even niet toe. De vraag is hoe je er kòmt. Met de auto is het geen punt. Pak de kaart, kies een rode, gele of desnoods witte weg. Check nog even of het mogelijk een drukke forensenroute is, of er een alternatieve route langs een woest of rustiek water loopt, schat afstand en snelheid, prik zo tijd van vertrek en klaar is Kees. Tweede, eenvoudiger mogelijkheid is het adres op de Tomtom intypen.

Maar wàt nu als je 's middags besluit: 'Kom, laat ik eens met het openbaar vervoer naar Appingedam gaan.' Het gele spoorboekje biedt geen soelaas. Als het nog in papiervorm verschijnt, heb ik de nieuwste versie niet. Ik ben dus aangewezen op 9292 ové.

Er gaat een trein èn een bus die kant op. Met een beetje geluk kun je op de anwb-site, googlemaps of desnoods via de knop 'bekijk wandelroute op de kaart' zien hoe ver een NS-station (of 'Arriva'-station) van je eindbestemming verwijderd is. Indien je uit alle macht de bus wilt vermijden is er de mogelijkheid om 'trein' aan te vinken (en ook veerboot, metro en dergelijke uit te zetten). Net als ik  besluit dat een bus waarschijnlijk handiger is, blijkt dat mijn eindbestemming te ver van de halte ligt. Want langer dan vijftien minuten lopen is kennelijk niet mogelijk. Er verschijnt iets van: 'Excuses voor het ongemak'. 

Net als onlangs bij de flappenhapper. Nee, geen flappentàpper, maar happer. Dat kan ook. Zorgvuldig stak ik mijn pasje in de gleuf en legde een stapeltje flappen in de opengesperde muil. Die hapte wel maar in beeld verscheen niet het saldo, maar een melding dat het geld 'uit veiligheidsoverwegingen' achter was gehouden.
Handig.
Kon twee weken duren. De bank nam mijn geld in maar stortte het niet. De deurwaarders waar het geld uiteindelijk heen moest, hielden kantoor naast het station van, precies, Appingedam. Had ik het geld daar ook gelijk heen kunnen brengen. Maar dat kan tegenwoordig vast niet meer. Geld bestaat alleen nog als het gedrukt staat. Niet als het gedrukt is, in je hand, tastbaar. Dan kun je er nog maar weinig mee. Alle betalingen gaan digitaal. Zelfs je eigen geld storten blijkt een probleem.

Zonder internet op zak begin je trouwens ook weinig. Want eenmaal in Appingedam -ik ging toch per trein, die kan tenminste niet afwijken van z'n route. Met de chipknip uiteraard- zag ik wel een hip incassobureau, maar er stond geen informatiebord meer op het station. Dat is, net als de Michelinkaart en het spoorboekje, vast iets uit de vorige eeuw. Ik word oud, mensen.

Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Want ik kwam waar ik wilde zijn en keerde huiswaarts per auto. De excuusbrief van de bank (en het geld) was na twee weken (zeuren) ook binnen en ik zit nu niet meer bij het Eemskanaal maar aan de Maas. In 'Hastiere-par-de-la' om precies te zijn. Bij Dinant.

Wat ik dáár nu weer doe?

Nou, met een blinddoek om naar appels happen die in een ligbad dobberen,
met biljartballen over het gras rennen,
een uit hout gesneden satire op het huwelijk uit de dertiende eeuw bewonderen
en met negen man in het pikkedonker dwalen door een kasteel om sardientje te spelen.
maar vooral krankzinnig lekker koken en eten
en de verjaardag van mijn moeder vieren,
vandaag.
Op 1 april.

woensdag 12 december 2012

Vlaams vliegen (geen belgenmop)

Zonder veel saarfetuten gingen we met onze dikke frak naar de zee. Er was geen kat op het strand en ofschoon we vaak naast elkaar praatten, vonden we de schone bistro ginderachter beide beter dan het kot met de blaffetuurken. Het vlees op mijn bord was van een fijne beenhouwer. Zij koos geen straffe tas koffie, maar een pint met de naam Papegaei. Zelf nam ik een volle tas met warme cecemel. Beneden bij de piseins had een schrijnwerker schone veijs gebruikt en er was reclame (hoe heet dat mensen?) voor ne plooifiets. 'Ik wil er van af zijn', zei ze, en stak haar apparasie in haar sakosj. Thuis kuiste ze de inktvis zeer proper en smeet alle rommel in de vuilbak. Amai, de foef van het beest leek wel ne varkensluis! Maar 't was gedaan, dat was anbetant. Ik moest seffens terug naar Holland. En ik kon nog niet eens vliegen, laat staan Vlaams vliegen. Maar met een beetje oefening zou het wel gaan. Zeker en vast.












 








O, ja, nog dit. Weet iemand wat hier rechts op de foto staat? Heel Vlaanderen schijnt er mee te zijn opgegroeid. 

zondag 5 augustus 2012

Waarom ga je?

(Een lezer schreef me dat de tekst hieronder door elkaar loopt. Na enige aanpassingen hoop ik dat het nu beter is. Zo niet, dan hoor ik dat natuurlijk graag. Dankjewel bentenge)

Op mijn in Frankrijk gebruinde armen vielen vandaag dikke regendruppels. Ik kreeg kippenvel. Even daarvoor scheen de zon. Ook op het vrouwelijk naakt dat ik zag staan op de kunstmarkt naast de Aa-kerk. De kunstenares had een steen met daarop de prijs van het werk vóór haar vagina geplaatst. Althans, dat neem ik aan, dat dat er achter zat, want ik liet de steen liggen. Ondanks het bordje, te midden van al de beelden, met: 'Aanraken mag'. Slechts één keer was de steen verlegd, zei de beeldhouwster lachend, door een homostel. Ze legde me ook het procédé uit van een ander beeld, dat van graniet leek. Na de mal van klei, het gips, het gieten, had het haar nog drie weken schuren gekost voordat het af was. Ik mocht haar aaien. Dus dat deed ik. Haar stenen billen waren zacht. 'Zat er veel frustratie of toch ook liefde in?', vroeg ik al aaiend. 'Liefde', was het voorspelbare antwoord.

Van de koopzondag maakte ik een kijkzondag. Want na de kunst, keek ik, vanaf een verder uitgestorven vijfde verdieping van de V&D, waarvan ik het bestaan niet wist, uit over een natte stad.
Het weekend begon met het wegtuffen van negenhonderd kilometer door de nacht. Na wat dutjes de dag erna, volgde het uitzwaaien van de vier kinderen die me de afgelopen twee weken gezelschap hielden. Om af te kicken keek ik de rest van de dag kinder-tv: Shrek 2 en I-Carly. En dankzij het jeugdjournaal weet ik weer hoe verschillend de levens van kinderen in Nederland zijn. Er zijn er die jarenlang wachten in AZC's, boerenkinderen die in de pas moeten leren lopen op een kalverenkeuring en sommigen gaan 's zomers met hun ouders naar het truckerfeest om er caravans achter een vrachtauto over de kop te zien vliegen. Hoe divers.

En toen dacht ik, misschien wordt tegenwoordig niet elke slagerszoon meer slager, maar je bagage hangt toch nog steeds vooral af van je thuis,  of van het gebrek hieraan. Over slagers gesproken, of, op z'n Vlaams, beenhouwers, 'Een slagerszoon met een brilletje' is een mooi  boek van Tom Lanoye. Voor wie het nog niet las. Doen! Of 'Kartonnen dozen'. Vermakelijk. Onderwerp? Hoe kan het ook anders: De liefde.

Na Schrek zag ik Australia. Ik vond Nicole Kidman niet erg mooi toen ze de man zoende onder een boom waarin een kind zat. Dat ze het hare wil maken. Later herontdekte ik zelf hoe anders een minnespel kan zijn met het besef dat er elders in huis een kind slaapt. Ook al is het niet je eigen. Wat best vreemd is. Als moeder zijnde. Volgende week een half leven lang. Want dan word ik tweeënveertig. En mijn oudste zoon wordt een week later de helft daarvan.

De volgende morgen maakte ik een fietstocht met hem wiens moeder veertien was toen ze hem kreeg, en met het kind dat bang was voor regen en zijn verwekker niet kent. Net als in 'Blight flight'. Filmster Waldemar Torensma (de macho man die ook in Australia niet zou misstaan) zei: 'Ik vond het leuk om te spelen dat ik een zoon had..... zonder dat ik het wist'. (bij min. 2.00). De ondertitel van de film luidt 'Sommige geheimen zijn voor het leven'.

Na de kunst, het fietsen en de natte stad bereidde ik een éénpersoonsmaal en deed ik een uitvoerige blogsurfsessie. Zodat ik nu een wijzer mens ben. En weer weet dat de zonen van Abraham, Isaac en Ismael, tevens de voorvaderen zijn van twee wereldgodsdiensten. Zodat de naam Isaac blijft horen bij de Joodse gemeenschap en veel Moslimjongetjes Ismael worden genoemd. En zo is het kringetje weer rond. Ook naar het boek dat ik deze vakantie las, 'De geschiedenis van de liefde'. Dat ik meegriste van het met leer beklede bureau van mijn moeder. Een 'dwarsligger', met van die lekkere aaibare pagina's. Net als in een spoorboekje. Fictie en werkelijkheid lopen mooi door elkaar. Niet verfilmen, zo'n boek. Eén van de hoofdpersonen draagt dezelfde naam als de uit Polen afkomstige schrijver waar mijn vader fan van is: Isaac (Bashevis) Singer. Toeval?* Dáár gaat het boek ook over. Over toeval. Over zoeken. Over geschiedenissen. Van mensen. Met geheimen.

Aan mijn vakantie hield ik behalve een bruin velletje ook krakelé nagellak op mijn teennagels over. Ik vertoefde met Olijf in Park Spoor Noord, bedwong de burcht van Carcassonne en keek 's nachts door het tentdoek hoe de volle maan drie boven elkaar bungelende hangmatjes bescheen. Ik genoot van de voetmassage die ik van zoon Leo kreeg en rolde ronde hooibalen met wederom (pleeg-, stief- en eigen) kinderen -en een hond- erop van een heuvel bij Tournus. Ik luisde kinderkoppies en at sappige perziken. De route die ik aflegde met Leo en Kees en die zij nu vervolgen met hun vader, wild ik hier visualiseren. Maar er ging iets mis bij het bewerken. Misschien ook wel zo spannend. Het leven als een gatenkaas. Verbeelding aan de macht. Zes landen gaan ze doorkruisen.

Ik wilde vanavond Zomergasten zien. De Vlaming Jan Leyers had Jolande Withuis te gast. Die veel boeiends zei over gesprekken met overlevenden van Dachau en Natzweiler en de parallellen die ze zag tussen Juliana en Diana. En over publieke rouw. Maar ze zweette als een otter en ondanks veelvuldig deppen en zwaaien met een waaier, moest de live uitzending worden gestaakt. Ik had het met haar te doen. Maar door haar migraineaanval werd de door haar gekozen film 'Cria cuervos', wel éérder uitgezonden. Een film gemaakt in 1976, vlak na de dood van dictator Franco.

In datzelfde jaar zocht ik met mijn zus iets uit de spullen van onze overleden Franse oudtante. Het landhuis in Arras, waar vijf kinderen opgroeiden, ligt nu verstopt achter een drukke weg en een benzinestation. De appelboomgaard schijnt er nog te zijn. Evenals de Esperantovereniging ter plaatse. Vernoemd naar mijn oom die zich in hetzelfde huis verhing. En eerder Europa rondtrok om er de nieuwe wereldtaal te prediken. Zo mailde mijn vader. Over de familie van mijn moeder. Het lijkt 'De geschiedenis van de liefde' wel. Of 'Cria Cuervos'. Vol met lusjes en kinderen. Eigen. En van anderen. Met vreemde ongeschreven wetten om bij leven te zwijgen en bij dood niks meer te kunnen zeggen.

Amai, wat een melancholie! Komt vast door de film. Waarin kinderen dansen op het nummer  ¿Por qué te vas?. Wat op de Engelse wikipedia wordt vertaald als 'Because you're leaving'. Maar in de Franse versie als 'Pourquoi pars-tu'. Ik ben meer van de Franse slag. Dus hier komt ie: 'Waarom ga je?' Dat gepiep aan het begin komt van een cavia. 

'Tengo un monton de cosas de hacer'. Spaans blijft prachtig. Volgende vakantie gaat naar  Madrid. Maar morgen eerst maar 's aan het werk. En nu naar bed. Welterusten.

* Nu schijnt Isaac Singer ook de beroemde naaimachineman te zijn, die een eeuw eerder leefde, maar het feit dat I.B. Singer in 1940 met een zekere Alma trouwt, -uiteraard- met achterlating van een kind, lijkt me niet louter toeval. Ook figureren andere bestaande personages, zoals Philip Roth in het boek (wiens minder bekende boekje 'De borst', over een man die op een dag ontwaakt als vrouwenborst, best bizar is). Ik ga me er nog in verdiepen. Of eens navraag doen bij Novy, Misschien weet zij er meer van.


zaterdag 21 juli 2012

Overstag, poezen en nagellack


Nee, ik ga deze zomer níet met vakantie. We zijn immers net weggeweest. Waarom zou ik duizenden kilometers gaan wegtuffen. Voor wie? Er moet ook wel 's brood op de plank, nietwaar. Je kunt nu eenmaal niet alle dagen feest vieren. Mijn klanten zijn de laatste tijd ook al zo vlot met betalen en de bodem van de spaarpot is in zicht. Dus met welk geld wilde ik eigenlijk gaan? En weet je, dat werk van mij is soms ook net een soort van betaalde vakantie. Tenzij ik rioleringen moet ontstoppen. Ik word bruin, luister lekker naar de radio en terwijl ik wat verf wegstrijk, staan de koeien naast me in de wei naar me te staren. En als ik de andere kant opkijk, zie ik wuivend graan. Tien kilometer van huis. Wat wil een mens nog meer?!

Tot dat daar dat mailtje kwam.
Of was het een telefoontje?
Dat zuslief wederom op een camping werkt in La Douce France en dat zij, en haar dochters, het hééééél leuk zouden vinden om........
Tja, wat doe je dan.
Als rechtgeaarde tante.
Dan ga je overstag.

Toen we gister op bezoek waren bij B. en haar zoon, wilde Kees weten wat dat betekende; 'overstag'.
Best moeilijk uit te leggen. Vond ik. 
Toen ik het wilde verduidelijken door de letterlijke betekenis uit te beelden, ging het helemaal mis. Ik hield mijn onderarm scheef in de lucht en probeerde die 'overstag' te laten gaan. Alsof ik daar iets van weet, van zeilen. Het zag er vast niet overtuigend uit. 'Nu begrijp ik er helemáál niks meer van', zei Kees. Ik wierp nog even een hulpeloze blik naar B, die naast me zat. Maar ook in haar school helaas geen verborgen botenvrouw.

Maar dat 'overstag gaan', ging helemaal niet over een varen, maar over een kat. Die ik had gekregen toen ik negen was. Terwijl mijn vader er eigenlijk geen trek in had. En toen kwam die overstag dus. En daarna die kat. Die eenentwintig jaar is geworden, toen ik al lang en breed uit huis was.
En zo aten we vrolijk verder van de spinazietaart en avocadosla. Pratend over katten en zieke hondjes. En gingen de jongens buiten voetballen. Waarna me weer eens duidelijk werd hoeveel verschillende manieren van opvoeden er bestaan. Want van mij mochten ze op straat spelen, en niet naar het park, B. dacht daar precies andersom over.



Toen ik thuiskwam, las ik dit mailtje (ja, die lees ik alleen thuis)
hoe is het in nederland? hier op de camping is het een beetje saai. we hebben alleen het zwembad, een fiets en de twee hangmatten om mee te spelen (zie fotos in aanhang).
willen jullie dus zo vroeg mogenlijk komen? (en nagellack, make-up en haardingetjes meenemen?)

p.s.: ik ben vergeten te vragen, of je ook nog hangmatten wilt meenemen. maakt niet uit hoe veel ;)

p.p.s.: heb jij eigenlijk m'n verkeersbord uit waterloo nog? die rode met de witte streep in het midden? wil je die mee naar berlijn nemen, als je het kunt vinden ;) ? (ik wil het bord in m'n kamer ophangen :P )


De gang is nu bezaaid met opblaasbeesten, slaapzakken en de enige hangmat die ik kon vinden. Straks ga ik een soort beautycase in elkaar flansen en vertrekken we richting Berlijn, over Frankrijk. Logisch toch. Via België. Alwaar een botenvrouw ons opwacht. Die vanmorgen smste of ze nog tijd had voor een koffie, of dat ze als een speer aan het opruimen moest voor onze komst. Waarna ik haar de stuipen op het lijf joeg door te melden dat we al bijna voor haar deur stonden. En zette me toen aan een kop koffie. En het schrijven van dit logje.

Hopelijk blijft het droog. Maar wat geeft het ook. Ik hoef vandaag toch niet meer te schilderen.
En ook niet overstag.
 

Want toen ik gister met de kwast langs de kozijnen ging met rechts en links van mij koeien en graan, zat er één vóór me, aan de andere kant van het raam,  een piepklein snoezig poezebeest.

Dus, je raadt het al. Ik wil weer een kat, of twee. Of eigenlijk moesten het er maar drie zijn. Voor elke zoon één.

Maar eerst ga ik op vakantie. Om er eens lekker over te slapen. Over poezenbeesten. In een tent.

donderdag 3 november 2011

Mijn bakker In Antwerpen

Dit weekend logeerde Leo in Zeeland. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om even de grens over de steken. In mijn eentje. Naar België. Voor een Olijf nog wel. Die lus ik niet eens! Maar dit was een heel speciále olijf. Met een hoofdletter 'O'.

Zoals het een Olijf betaamt, was ze thuis in het Italiaans. Sterker nog, haar mond liep over van dat land (mij niet onbekend). Naar verluid duikt ze graag in het water of verpoost ze er òp, in een bootje, maar ook enige diepgang schuwt ze niet en we liepen, via roltrappen en een tunnel, onder de Schelde door. Lekker droog.



Olijf bleek ook van andere markten thuis. De Grote markt bijvoorbeeld, of de Groenplaats. Alwaar, op de laatste zaterdag van oktober, de terrassen waren afgeladen. Zoekend naar een vrij plekje, viel mijn oog op een huis met mijn naam! Het bleek helaas geen kroeg maar een bakker. Even later liepen we etend verder. De naam van de soort lange wapper met krenten vergat ik. Ook de Franse. Want, let wel, die bakker Paul was een 'maison de qualité'.

Een dronken man met gouden tand wenkte ons. Hij vroeg zich af waar 'al die mensen' vandaan kwamen. Hilarisch dat hij juist ons uit het voortschuifelde publiek pikte. Toen ook ik mijn mond opentrok, moest hij lachen en rook ik zijn kegel nog beter (en dacht ik aan hoe zij pas Nederlander werd toen ze in België ging wonen)

Aan de voet van de kathedraal streken we neer. De onvriendelijke ober 'vergat' vier euro wisselgeld, maar de 'pint' en de 'tas' koffie (op een 'ondertas') smaakten er niet minder om. Toen het donker werd doken we weer terug onder de Schelde door. Aan de westzijde hoorden we trommels van de overkant. Gezeten op een bankje. Aan het water.

's Avonds maakten we een sprongetje over de grote oceaan, naar Cuba. De band was goed en ik danste me in het zweet. Maar tot mijn spijt moest ik bekennen dat ik het me het Vlaams nog niet goed had eigen gemaakt. Allez, ik had 'touche' (sjans), maar dat bleek met een Nederlander te zijn en van alle Vlamingen aan wie ik werd voorgesteld verstond ik bijna niks. En dat niet alleen, ik bleef na één zoen ook in de lucht hangen. Ingewikkeld: in Nederland drie keer zoenen, in Italië twee, in België één keer. En ik maar denken dat Nederlanders zuinig zijn.

Tussen de twee Antwerpse uitstapjes door serveerde Olijf orecchiette (oortjes) en involtini (ingewikkeltjes). De muziek deed de rest. Even waande ik me in Apulië.
Ik lus nog steeds geen olijven.
Maar Olijf is ne fijne mens.
Ik zie die graag.