Hoe het met de schrijfwijze van dit beestje precies zit, weet ik niet. Maar ik leerde vorige week wèl hoe je het kunt opeten. Voorzichtig vastpakken, opensnijden, groene drab weggooien, zonodig beetje uitspoelen en dan de oranje glibberstukjes eruit lepelen. Of,
bij
gebrek aan bestek, eruit 'pinken'. Want veel vlees heeft het dier niet.
Leegslurpen mag ook. Zo leerde S. alias
Olijf ons.

En het
stoerste was, dat mijn nèt nog geen achtjarige zoontje, met S. meezwom om het beestje te vangen. Op dat rotseiland daar. Of, nou ja, 'vangen'. Bij gebrek aan een mes stak S. een lepel bij zich. Waarmee ze de zeeëgel van de rots haalde. Voor de kust
van Lido Conchiglie. (schelpenstrand). Waar het wel wat op een paradijs leek. Of wat ik me daar dan
bij voorstel. Wel sneu dat S. toch een paar stekels in haar voet kreeg.
Maar ze hebben ook pizza, in dat paradijs. Met rucola, ham en dikke
repen Parmiggiano bijvoorbeeld. Kost bij 'Gallipoli Antica' slechts
€4,50 en is heerlijk. Die zee-egel trouwens ook. Al dan niet met streepje of trema. Smaakt een beetje naar zoute zalm.
En die oranje eetbare binnenkant, dat schijnen de voortplantingsorganen te zijn. In vijf stralen. Net als bij de zeester. Waar het familie van is.
S, dank je wel voor de zeeles.
En voor de egel natuurlijk.