Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geld. Alle posts tonen

zondag 10 december 2017

Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Op radio 1 werd de 'toelage'of ' bijstand' zo je wilt, die enkele leden van het koninklijk huis ontvangen besproken. Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis, heeft het uitgezocht. Rutte had dat gevraagd omdat hij er zelf niet helemaal uitkwam.

De kwestie van de financiering van het koningshuis lag, zo viel te beluisteren, 'gevoelig'. En dat ligt het nog steeds. De kabinetten Cals en De Jong hebben zich er eind jaren zestig, begin jaren zeventig over gebogen. Ook Den Uyl speelde er nog een rol in, toen het voortbestaan van de monarchie even onzeker leek. De gevoeligheid wordt vooral beïnvloedt door de persoonlijkheden die er toe behoren. Bernhard maakte het koningshuis minder geliefd, bij Maxima is het tegenovergestelde het geval.

Ook komt de term 'deal' ter sprake. En dan vooral de connotatie van dit woord. Een deal zou een gevolg kunnen zijn van een weinig transparant soort handjeklap waarna een overeenkomst volgt waar een luchtje aan zit. 'Rafelrandje', noemden ze het op de radio. Maar, zo zei van Baalen, zowel het kabinet als de Tweede Kamer zijn steeds ingelicht. Al bleek het door de ingewikkeldheid van vergoedingen vaak lastig om overzicht te krijgen. Vandaar Ruttes verzoek.

Maar wat mij vooral opviel in dit vraaggesprek, was dat de toelage van de oranjes eens te laag zou zijn, dat Juliana (mogelijk onder druk van Bernhard) zogezegd 'niet uitkwam' en daardoor haar vermogen moest aanspreken. En dat, zo zei de presentator 'kon toch niet de bedoeling zijn'.

Huh, 'niet de bedoeling'? Waaróm niet en van wie niet?  Ik begrijp dat het bij een vorst moeilijk is om onderscheid te maken tussen privé en werk. Hij of zij ìs zijn werk, bij geboorte. Het is dan lastig om vast te stellen of de paardenverzorger, jurk of reis naar de Cariben onder werk of privé vallen. Maar ik begrijp toch niet waarom zo'n toelage afhankelijk moet zijn van de uitgaven.

Een vergoeding vanuit de overheid wordt toch verleend bij het ontbreken van een 'voorliggende voorziening'?  Als een 'gewone' uitkeringsgerechtigde zuinig omgaat met zijn of haar geld, en boven een door de overheid vastgestelde norm aan maximaal vermogen uitkomt, wordt die uitkering stopgezet. Het is dan de bedoeling dat hij of zij (een tijdje) van de opgebouwde reserves leeft.

Hetzelfde geldt voor het woud aan toelagen waar mensen in Nederland een beroep op kunnen doen als hun inkomen niet toereikend is èn hun vermogen te laag is om in hun noodzakelijke eerste levensbehoeften te voorzien. Voor dat inkomen en dat vermogen zijn tot op de euro nauwkeurige maxima vastgelegd.  Heb je meer, dan ook geen toeslagen. Zo werken uitkeringen in Nederland. Het is dus juist wèl de bedoeling om je vermogen aan te spreken als je geld vraagt aan de regering en niet, zoals bij de oranjes als 'logisch' wordt voorgesteld, omgekeerd. Wat is er mis mee om, als je aan het eind van de maand niet uitkomt, je vermogen aan te spreken?

In artikel 29 (uit 1972) van het bijna driehonderd pagina's tellende rapport staat ook dat degene die trouwt met de kroonprinses, een jaarlijkse toelage van twee ton (guldens) krijgt. Best bijzonder als je bedenkt dat voor onderdanen het omgekeerde geldt. Bij trouwen of samenwonen wordt je namelijk voordeurdeler en wordt er van uitgegaan met minder steun van de overheid toe te kunnen.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over 'de deal' met betrekking tot het betalen van belasting over inkomsten uit vermogen. De redenatie van de belastingdienst was tot voor kort dat vermogen inkomsten kan genereren en dús wordt belast. Het rendement op spaargeld ligt al jaren lager ligt dan het percentage dat hierop door de belastingdienst wordt geheven, maar dat wordt binnenkort geloof ik rechtgetrokken. Maar hoe zit dit bij de oranjes?

Over de hoogte van toelages, belasting en redeneringen blijf ik vraagtekens hebben. En ik ben niet de enige. Volgens Tweede Kamerlid Recourt (PvdA) maakt het kabinet de kwestie nodeloos ingewikkeld. 'Er wordt alleen maar mist opgeworpen',  zei hij in 2016 toen werd geopperd om het koningshuis belasting te laten betalen over hun toelages. Dat zou volgens Rutte maar ingewikkeld zijn, want dan zou eerst de bruto toelages moeten worden verhoogd om daar vervolgen belasting over te heffen. Hè, dus ook dáár geldt dat hetgeen men onder de streep 'hoort' over te houden leidend is? Die redenering hoor ik nou nooit als het om een algehele btw-verhoging gaat. Vreemd.

Over één ding bestaat echter geen misverstand. Op de website van de regering staat: 'Voor de uitkeringen geldt dus dat de uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis de ontwikkeling van het salaris van rijksambtenaren volgen'. Het is dus de bedoeling om de koning als uitkeringsgerechtigde te zien. Een uitkering die ook nog wordt uitgekeerd met zijn eigen beeltenis er op. 

zaterdag 5 september 2015

Over kippenbotjes, gelukszoekers, de afstandsbediening en incassobureaus 1/2

Op zo'n eerste kindvrije avond ben ik altijd een beetje van God los. Tafel dekken -jawel, mét tafellaken- is dan passé. Hangend op de bank kluif ik aan het restje kip van gister. Achter een heuse beeldbuis. In een nog niet zo ver verleden had ik digitale tv. Die kon je terugkijken, pauzeren en er was zelfs afstandsbediening. Maar ergens tussen scheiding en verhuizing in, zijn deze moderniteiten verdwaald. Het zou ook niet helpen, want met die vette vingertjes glibbert zo'n apparaatje maar uit je handen. Met mijn enige schone vinger druk ik op een echt knopje. Eens kijken wat 'er op' is.

Ik val middenin Max. Het gaat over surfende honden en Engelandvaarders waarvan een derde de overkant niet haalde. Zo ontdek ik een dag later op internet. Maar dat mis ik. Net als boze agenten die iets níet gaan doen met verkeersboetes en vluchtelingen die worden toegezongen. Nee, terwijl ik genietend op botjes sabbel, word ik gefêteerd op 'meldpunt incassobureau'. Waarbij de wereld overzichtelijk wordt onderverdeeld in zieligerds en weldoeners. Dat kijkt toch fijner. Hoef je niet na te denken.

Maar dat doe ik natuurlijk toch. Nadenken. Want het is mij te makkelijk om een arme-stakker-gevoel op te roepen door een vierentwintigjarige knul in beeld te brengen die het PGB geld van zijn stiefdochter oneigenlijk gebruikte. Op een versleten bank. Met zijn pasgeboren baby'tje. -Aáááh, pril gezinnetje. Vertéderend!- De toonzetting van de incassobrieven houdt hem uit zijn slaap. De presentatrice doet er nog een schepje bovenop met het mantra dat hij als 'crimineel' worden neergezet.

Eh, pardon? Volgens mijn logica is iemand die iets koopt en niet betaalt of (overheids-) geld besteed aan iets waar het niet voor is bedoeld, toch echt onwettig bezig. Maar dat zal wel ouderwets zijn. Deze wanbetalers zijn keurige mensen. Criminelen natuurlijk niet. De jongeman leeft van een uitkering en staat onder bewind. (als hij zijn post nou eens ongeopend naar zijn bewindvoerder brengt, lijkt me het probleem van de slapeloosheid deels opgelost).

Een andere, nog keuriger mevrouw, had eens een betaling gedaan zonder betalingskenmerk. Voor de postzegelverzameling van haar zoon. Ook bij haar viel een dreigbrief op de mat. Hoe durfden ze?

Volgens meneer Stigter van de Utimoo groep wordt er gemiddeld zeven keer achter een wanbetaler aangebeld. Bij deze postzegelmevrouw werd de zaak opgelost nadat ze zelf contact opnam. Maar die voorgeschiedenis horen we pas als ze onze compassie al lang heeft. De kaart die (erg kort) in beeld word gebracht door meneer Stigter vind ik een voorbeeld van klantvriendelijkheid. Maar de mevrouw voelt zich als crimineel bejegend. 

Weet je waar ik als éénpitter een hekel aan heb? Aan klanten die geen betalingskenmerk op hun overschrijving zetten. Maar ik denk natuurlijk te simpel. Of juist te ingewikkeld.

Want ergens tussen een vleugeltje en de rest van het kippenkarkas rees er een lumineus plan. Een soort omdenkplan. Iets met vluchtelingen en incassobureau's en met een beetje fantasie zelfs over Engelandvaarders en politiestakingen.

Maar dat komt morgen.

maandag 8 juni 2015

'Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden'

Twee logjes met hetzelfde thema. Da's eigenlijk niet mijn ding. Maar vooruit, het is voor de goede zaak. En het was ook niet erg aardig om Frank en Jelle met een omweg als vrouwonvriendelijk neer te zetten. Zij kunnen het per slot ook niet helpen dat ze wit zijn. En man.
Het lag meer aan de organisatie, bij wie het waarschijnlijk geen prioriteit had om wat meer kleur en vrouw in de kerk te vragen. Hoe het ook zij, gedurende 'De nacht van de geschiedenis' zat ik op het puntje van mijn stoel (en in de nok van de kerk). Waarvoor dank, Diskursi. Wilde alleen even kwijt dat vrouwen dat ook kunnen. Ook iets met rolmodel, weet je wel.

Even voor de duidelijkheid. Ik niet hoor. Met een jaartje geschiedenis studeren word ik niet opeens een begenadigd wetenschapper of spreker. "Gezegend is hij die god vreest.", was hetgeen ik zelf eens zei bij mijn primeur bij het spreken in een kerk. Doe dan maar een man, nietwaar? Maar rolmodel is misschien wel wat voor mij. Zo viel me vandaag de opmerking uit de titel ten deel. Ik verstond het eerst niet. Maar de jongeman stond stil dus deed ik de schuurmachine even uit. En zei hij het nog eens. Eigenlijk zou ik er een lijstje van moeten maken. Van de opmerkingen die ik krijg. Gelukkig vind niet iedereen 'dat ik eigenlijk een rokje aanmoet op de steiger. Het meest gehoord is nog altijd: "Goh, dat zie je niet vaak een vrouwelijke schilder/ timmerman/ loodgieter." En daar hebben ze vast gelijk in.


Hoewel mijn eveneens vrouwelijke collega me vrijdag in paniek opbelde. Ze had zojuist een waterleiding doorboord. Kan gebeuren. Gebeurde mij ook al eens (hoewel het mijn stagiair was. Maar ja, ik had gezegd waar het gat moest.). Het lek zat in een plafond. Diep. Dichtbij een meterkast. Best wel kut. Of kutten, zo je wilt. Goed, plan de campagne. Peptalk. Zo gaan die dingen. Bij vrouwen. Ik liet haar met goede moed achter en ging zelf terug naar naar mijn eigen klus. Slot plaatsen in een -voor een vrouw veel te zware- nieuwe deur. Ik sloot de dag om zes uur af met het overhandigen van de nieuwe sleutels. Waarop de klant in kwestie me blij zei: 'Ik ben altijd tevreden over het werk dat je aflevert'. Ook fijn om te weten.


Er blijft alleen wel een dingetje waar vrouwen schijnbaar minder goed in zijn: het op waarde schatten van hun werk, er (genoeg) geld voor vragen. Zo loop ik zelf al een paar weken achter in het uitschrijven van rekeningen. Best wel dom. Maar toen ik vanavond om acht uur net mijn pannetje met weeskindje had opgewarmd, ging de bel. Wie kon dat zijn? Sinds ik in een buitenwijk woon, komen er nog zelden mensen zomaar aanwaaien. Het was een man. Hij kwam me geld brengen en me bedanken voor mijn hulp bij het herstellen van zijn hek. Waar hij nog geen rekening voor had gekregen.

Da's toch fijn.
Dat een man dat kan.

zondag 22 februari 2015

Ben ik nu diep gezonken?

Eerst lag ik vroom op mijn knieën bij de afvoer in een studentenhuis, daarna zocht ik het hogerop en  timmerde een drie meter hoge kast in een oude pastorie, maar vandaag, op de dag des Heren, lag ik plat op mijn buik, op de grond.
Bij de prijsvechter.

Tien voor vijf was het. In het tochtportaal, dat onlangs was aangelegd, niet voor tochtvrije werkplekken voor de caissières maar om te voorkomen dat overvallers ten derde male zouden toeslaan, stonden een stepje en een roze peuterfietsje. De kinderen waren binnen, aan het winkelen met hun moeder. Er was ook nog een derde klant. Hij leek niet naar iets speciaals op zoek. IJsbeerde voor de lege broodkarren en zei in zijn telefoon: "Ze is twintig. De oudste."

"Mevrouw" hoorde ik, toen ik net besloot om geen gevulde koeken maar stroopwafels als alternatief rookwaar in mijn doos te gooien, "Mevrouw, kunt u daarbij?" Gedwee ging ik naast het jongetje op de grond liggen, schatte mijn armlengte in ten opzichte van het voorwerp dat het kind aanwees en viste toen een niet nader te definiëren stuk speeltuig onder de pallet met vruchtensap vandaan. "Dankuwel", riep het jongetje, huppelde weg, draaide zich om, lachte opnieuw een welgemeend dankuwel en verdween toen achter de schappen.

Peinzend over mijn verdere boodschappen, mijn boodschappenbriefje liet ik waarschijnlijk thuis op tafel liggen, kreeg zijn moeder mij in het oog. Een bijna verwijtende blik mijn kant op. Oei, dacht ik. Nu heb ik vast haar gezag ondermijnd. Ze had misschien even tevoren haar zoontje toegesproken met: "Dat krijg je er nu van, Delano/ Surrenderley" (of hoe heten al die mooie halfbloedjes die deze wijk bevolken), toen zijn speelding wegrolde onder de sappakken. Nu zei ze: "Heb jij effe geluk. Heb je wel dankjewel gezegd tegen die mevrouw?" Ik praatte voor mijn beurt: "Jawel. Hij zei het wel twee keer". Mij negerend sprak ze haar kind nogmaals toe: "Met twee woorden? Zei je 'Dankuwel MEVROUW?'" (Het valt niet mee om consequent te blijven met al die import-intellectuelen in de wijk). Braaf herhaalde het jongetje haar woorden. Reflexmatig zei ook ik beleefd: "Graag gedaan, meneer", en liep toen naar de kratten Schultenbrau.

Na drie pijpjes pils te hebben gepakt, liep ik langzaam terug richting vis, om het gesprek van de derde klant zo onopvallend mogelijk te volgen. De NSA is er niks bij. Want wat kletst die vent nou over meisjesleeftijden? Maar nadat hij het over "bloed onder je nagels" heeft, sluit ik een mogelijke handel in tienerhoertjes uit en druip af.

Bij de dooie beestenbak loop ik drie keer langs de weinig appetijtelijk ogende dooie kippen en varkens. In mijn gedachten galmt de tweet van Eetschrijver 'Geen volk eist zijn eten zo goedkoop als het onze'. Toch schuif ik het deurtje van de stoffelijke resten open en kies een pakje gemalen koeienkadaver. "Weg van de supermarkt", heet het boek van GJ Groothedde alias Eetschrijver. Maar ja, dit is de enige winkel die vandaag open is. En lekkerder dan mijn eigen vlees is toch nergens te koop.

De caissière kucht. De peuters rennen heen en weer. Moeders roept hen iets achterna. Dat mama haar bankpas nodig heeft of zo. Ik sta tussen haar en de bellende man bij de kassa. Er komen er twee pubers binnen. Ze gaan overleggen voor de schappen met chips.

Bij Proefkonijnen legde Bas Haring onlangs de stelling 'Geld maakt niet gelukkig' uit. Hij maakte het inzichtelijk door Valerio Zeno een bord met het hoofd van Leonardo di Caprio voor te laten houden. En zijn buurmannen borden van andere knapperds. Waarmee werd bewezen dat niet schoonheid of rijkdom an sich (on)gelukkig maakt, maar het verschil hierin met je buren.

Thuis voel ik me de koning te rijk. Met een grote krop paksoi, een worst met onduidelijke herkomst en basmatirijst en bier van de Aldi.

Proost!

vrijdag 23 januari 2015

Het gebroken gezin in Dakar 3

Vervolg van 2

Na tien minuten in de taxi wordt het nog stadser. Ik vraag de chauffeur of hij weet waar het hotel is. Er komt geen duidelijk antwoord. Ik pak mijn Lonely Planet er bij en geef hem het adres. Hij geeft geen teken van herkenning. Ik probeer hem uit te leggen dat het met 'vue sur mer' is. Paulien: "Mama, waarom laat je hem niet de kaart zien, dan weet hij het toch wel?"  Ik: "Volgens mij zou hij daardoor niet beter weten hoe hij moet rijden."

We rijden volgens mij de goede kant op. Dan leg ik hem uit dat het bij de Corniche Ouest is. Dat lijkt voor hem enigszins richtingwijzend te zijn. We rijden door smalle straatjes (die bij ons eenrichtingverkeer zouden zijn, je kunt elkaar hier met geen mogelijkheid passeren), de chauffeur spreekt een man op straat aan: 'Hé grand frère!' Richt zich dan tot ons op de achterbank: "Hoe heette dat hotel?" Ik laat hem de gids zien. De Lonely Planet gaat naar de 'grand frère', die het ook niet weet. Lonely Planet weer naar de achterbank en verder rijden. 

Omdat ik nog steeds redelijk zeker weet dat we ongeveer goed zitten, vind ik het best. Het is ook wel grappig, zo'n nachtelijke sightseeing, met een aardige taxichauffeur, die niet weet waar ie ons naar toe moet brengen, maar die wel heel erg zijn best doet. Zo zie je nog eens wat van nachtelijk Dakar.


Het tafereel met een of andere 'grand frère' herhaalt zich nog een paar keer, tot er één een duidelijke beschrijving geeft, bij die winkel links, dan tout droit, dan bij dat punt zo en zo, dan bij dat ding rechts, en dan nog even tout droit, en huppeldepup bladiebla. Chauffeur lijkt het te begrijpen en binnen vijf minuten staan we voor ons hotel.


Er is een klein raamloos huisje waar een security-vent, helemaal ingepakt met muts en sjaal en winterschoenen, in diepe slaap verzonken half tegen de muur op een krukje hangt. Hij wordt niet wakker van ons. Chauffeur gebaart ons in de auto te blijven zitten en vraagt waakman, die hij eerst omstandig wakker moet maken, of hij met de taxi naar beneden naar het hotel mag rijden. Kennelijk mag het niet, chauffeur komt weer terug en helpt ons met het uitladen van de koffers.

Ik had er van te voren al op gelet dat ik kleine briefjes euro's had, zodat ik mijn vijftien euro passend kon betalen. Maar voor zijn gezoek en zijn nachtelijke stadstoer, en omdat hij de jongeman zo veel voor zijn bemiddeling moest betalen, en omdat het een aardige man is die zijn werk gewoon goed doet, ben ik best bereid twintig euro te betalen. Ik geef hem twee briefjes van tien euro en zeg dat het zo goed is. Ik verwacht eigenlijk een bedankje, maar hij staat wat schaapachtig naar de briefjes te kijken. Hij reageert vrijwel niet.

Dan leg ik hem uit dat de vijftien euro die ik met de jongeman had afgesproken, ongeveer tienduizend francs is. En dat twintig euro veertienduizend francs waard is. Dan klaart zijn gezicht op,  hij bedankt me, probeert me nog een toer aan te smeren door te vragen wanneer hij ons weer op kan halen en welke toer we zouden willen doen, en verdwijnt dan in de nacht. Wij pakken onze koffers en lopen naar het hotel. Halverwege komt iemand van het hotel de trappen op rennen, zijn veters nog los, om ons te helpen met dragen. Die zat vast ook te slapen bij het wachten op late gasten.

Aan de receptie moeten we ieder een kaartje met formaliteiten invullen, paspoortnummer, beroep, adres, de hele reutemeteut. Dan met meneer de drager naar de eerste verdieping. Het hotel ziet er net zo gek en exotisch uit als op de foto's. In de lift met rood tapijt staat een gietijzeren zitbankje. Aan de muur op de gang zijn reliëfs van Romeinse en Egyptische taferelen. Op de vloer in de gang liggen mozaïeken in de vorm van zebravellen.


Boven het grote bed hangt een klamboe, boven het eenpersoonsbed niet. We hangen onze klamboe op, poetsen onze tanden, kleden ons om, werpen vanaf ons balkon nog even een blik op zee, en vallen dan doodmoe in bed.

Wordt vervolgd.


zaterdag 22 november 2014

Kleurig bedelen in november

De Oost-Europese straatkrantverkoopster naast de schuifdeuren lacht me nog breder toe dan de man op de cover in haar handen. Ze draagt een paarse muts, sjaal en dikke wanten. De uitheemsen die in het winkelcentrum rondhopsen dragen mutsjes van dezelfde kleur. Na mijn nederige 'Dat is zeker alleen voor kleine kinderen?', krijg ik van hen een paar pepernoten in mijn opgehouden hand. In de Hema zijn nog meer Pieten. Niet in het schap, maar pardoes in het gangpad, voor mijn neus. Het is er niet druk.

Hoe anders is het bij de Action. Rijen dik graaien mensen in schappen met schoenen, schroeven, schoonmaakmiddelen en chips. Het is de week waarin de kinder-, huur-, zorg- en andere soorten toeslag worden uitgekeerd. Wie er straks op één december de huur en zorgverzekering betaalt weet niemand. Via de intercom wordt gevraagd een vierde kassa te openen. Een jonge vrouw zegt verveeld tegen haar gekleurde vriendin in haar kielzog: "Ik vinnut hier niet meer zo leuk, heb nooit geld op mijn rekening".

Schuldbewust koop ik een rol kaftpapier voor mijn zuinige zoon Leo. Leo is erg van de hergebruik, tweedehands, zonne-energie, bio. Eten mag nog minder weggegooid dan ik nu doe, zijn huiswerk doet hij bij voorkeur op de achterkant van gebruikte A-4tjes en zijn wekelijkse promotie over zonnepanelen roep ik een halt toe door te zeggen dat daarmee ook de huur stijgt. De documentaire waarin wordt gepleit voor een duurzaamheidsoffensief vanuit Europa zal ik hem maar niet laten zien. (Kan het ook niet meer vinden op het net. Dit dossier economie wel). Te meer omdat ik een jas en broek voor hem koop die gezien de prijs onmogelijk een eerlijk loon aan de naaister gunnen. Hij heeft het niet van een vreemde. Ook ik stond op die leeftijd in een tweedehands jas te trommelen op het Binnenhof voor een betere wereld. Maar mijn idealisme is onderweg een beetje verdwaald.

In de documentaire hoorde ik voor het eerst over 'koopblogs'. Filmpjes van dames die online hun aankopen tonen. Genre: "Had eigenlijk niks nodig maar deze kaarsjes stonden zo mooi bij mijn kussens (of andersom) dus toch vier van gekocht". De koopmeisjes in kwestie zouden volgens de econoom (man) hun eigen graf graven. Juist zij zijn degenen die in de maakindustrie of boetiekjes werken die de concurrentie met 'Made in China' niet meer aankunnen. Die gaan dan failliet en zetten dezelfde dames aan de kant. We zouden in Europa, ook als consument, het tij moeten keren en vaker voor kwaliteit moeten kiezen. De koopblogs worden medegefinancierd door de prijsvechters zelf.  

Wachtend bij de derde kassa raak ik beklemd tussen twee 'Goh-lang-niet-gezien-hoe-istie?' dames. De vrouw achter me vertelt over haar plotselinge ontslag, net nadat ze terug was van vakantie. Ze was boos geweest, verdrietig. Had een tijdje in de flexpool gezeten maar deed nu werk op een buitenschoolse opvang, niet meer met die hele kleintjes. Ze vindt het leuk werk.

Het gaat weliswaar niet over aambeien, maar ik piep toch maar tussen hen uit naar kassa vier, ga achter een jong stel staan dat kinderchocolaatjes koopt. Echte en nep. Misschien stoppen ze de neppe wel in het 'echte' doosje als dat leeg is. Om hun kinders te foppen. Het is ten slotte bijna vijf december. 

De gekleurde bewaker maakt een praatje met de blanke bakker. Het gaat over ingangen die goed dicht moeten. Bij de ingang van de Aldi -na twee overvallen voorzien van dubbele schuifdeuren- ontmoet ik de kleuterjuf van mijn jongens. Ze heeft een mooi kleurtje. Nadat ze bijna veertig jaar voor de klas heeft gestaan, geniet ze nu van haar pensioen. Ze trekken veel rond en hebben het, op hun manier, best druk. Ze komen net terug van twee maanden Spanje. 

Huppelende Pieten passeren de plaatselijke Antilliaanse hangouderen. Aan tegemoet komende chocaladekindjes wordt gevraagd of ze 'niks lekkers lussen'. Braaf openen de peuters hun knuistjes. Zo lijken ze een beetje op Pakistaanse jongetjes in een madrassa.

Toch een beetje hypocriet. Vertellen we onze kindjes het hele jaar om vooral geen snoep aan te nemen van vreemde mannen, moeten ze in december juist wel hun hand ophouden!
En na ontvangst van het lekkers ook nog dankjewel zeggen tegen die meneer met pruik en pofbroek. 
Maar het is dan ook een zwarte meneer.
Met schoorsteenvegersoorbellen.
Dat scheelt.

dinsdag 11 november 2014

Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße

Daar zat ik dan weer. In de goot. Maar ik heb niks te klagen hoor. Er scheen een heerlijk zonnetje en de radio was afgestemd op NPO 1 Zodat ik ook nog een beetje bij bleef met de verwikkelingen in de wereld (gister keek ik samen met twee andere ouders verbaasd naar de vlag die halfstok hing aan de Martinitoren. Wat zouden we hebben gemist?)

Er werd gepraat over schuldhulpverlening. Of de regeling om daarvoor in aanmerking te komen moest worden versoepeld. 'NEE!' zei een boze belster die nog duizend euro tegoed had van een stel dat genoot van hun Wajong uitkering en nog zo'n zeventigduizend euro aan openstaande rekeningen had. Het ergste was nog dat die twee thuis een enorm flatscreen hadden! Na drie jaar hadden ze heus geen zeventigduizend bij elkaar gespaard! (eigenlijk bespaard. Men krijgt veertig euro leefgeld per week gedurende drie jaar). En zij kon waarschijnlijk fluiten naar haar centen! 
Daar zit wel wat in, dacht ik, terwijl ik met één been buiten angstvallig de net geslepen beitel vasthield en het meisje dat beneden kwam aanfietsen hoorde zeggen: 'Lehti is er ook'. Haar oppas vroeg: 'Wie is dat, Lehti?' 'Die maakt bij ons het raam dat er boven uit is gewaaid', zei het meisje.

Een andere luisteraar stemde juist voor versoepeling. Het woord 'gezin' viel een paar keer. Dat doet het altijd goed. Wie 'gezin' zegt, zegt impliciet ook 'kinderen'. En geldgebrek met kinderen, dat vinden mensen vast een ongemakkelijke combinatie. Een eerder item op de radio ging over grote gezinnen: De trend dat vroeger veel minderbedeelden een groot gezin hadden, en nu soms juist mensen die boven modaal verdienen. Even dacht ik aan wijlen politica Els Borst. Zij zei eens dat ze geen broers of zussen had omdat haar ouders geen geld zouden hebben om meer dan één kind te laten studeren. Ik fantaseerde verder: Zou het kunnen zijn dat er nu veel kinderen met veel geld en minder met weinig geld opgroeien? En wat is het effect hiervan op de vaardigheid om met geld om te kunnen gaan?

De uitkomst van het schuldhulpverleningsluisteraarvraagstuk en het grotegezinnengemijmer ken ik niet. Naast het inkappen van scharnieren in het nieuwe raam, moesten namelijk ook de kozijnen worden rechtgemaakt. De herrie waarmee dat gepaard ging, overstemde de praters op standpunt nl.


Het werd donker. Onder mij zag ik lichtjes in de straat. Met kindjes er achteraan. O god, dat was waar ook, het was elf november! Hoog tijd om mijn boeltje op te ruimen. Terwijl ik de kluwen snoeren ontwarde, klopte B. op de deur. Of ik beneden ook een wijntje kwam drinken.

Beneden in de keuken nipte B. van de wijn die de man des huizes inschonk. Intussen was hij druk doende om het soepkipkarkas van vlees te ontdoen voor de ragout. Voor mij pakte hij een pilsje. 'Nee, dank je, ik hoef geen glas'. Ook snelde hij heen en weer naar de deur om tegen betaling van een handje snoep naar liedjes te mogen luisteren. Moeders kwam thuis uit haar werk en liet met gepaste trots de lampion zien die ze samen met haar dochter had gemaakt. Het was een gezellige Sint Maarten. Ik ging weer huiswaarts en B. ging ook naar buiten. Haar dochter zwierf ergens zingend door de straten. Toen ik mijn klusbus had gestart klopte ze nog even op mijn raam: 'Je bent ook net een bouwvakker, hè.'

Ik reed stapvoets mijn eigen straat in. Links en rechts staken kindjes de weg over. Mijn huis was leeg. De jongsten waren bij papa. Lichtje lopen. Grote zoon was aan het werk. Waarschijnlijk deelde hij nu stukjes pizza uit aan zingende kindjes. Ik scheurde zijn post open legde die in de rode map op de slaapbank, zijn tijdelijke thuis.

Maar kennelijk was er in mijn afwezigheid toch iemand thuis geweest. Om huiswerk Duits te doen. Op de Mac stond googletranslate open. Ik las: Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße

Met het licht in het hele huis aan, konden Martinuskindjes zien dat er iemand thuis was. Ik trok nog een pilsje open en pakte mijn shag. Door het raam bewogen slingerende lichtjes. Liedjes ver weg en dichtbij klonken vrolijk door de wijk. Maar er belde niemand aan. Bouwvrouwen hebben natuurlijk ook geen snoep, alleen maar bier en shag.

Morgen klim ik weer gezellig in de goot.

vrijdag 24 oktober 2014

Ik mis de volkswoede

Nou ja, dat van die volkswoede, dat zeg ik niet zelf, maar dat zei Pauw gister op tv.
Of zei zijn gast Engelen het? Die probeerde om de ons beter bekende Nout Wellink het boetekleed te laten aantrekken.
Huh? Wellink? Dat is toch die bankier?
Was dat nu de good guy of een bad guy?

Precies, daar ging het gister dus over. Over goed of slecht. Engelen vond dat Wellink en consorten met 'pek en veren' weg hadden gemogen, pardon 'gemoeten'. Maar Wellink draaide het zo, dat de vraag werd of hij nu wel of niet hard genoeg had geroepen dat het mis was. Dat de grote boze crisis eraan kwam! O ja, zei de bankier, dat had hij zeer zeker gedaan. Had zelfs meerdere keren gewaarschuwd. Maar niemand had naar hem willen luisteren. Wat ook logisch was, hij was toch maar een kleine vis tussen achtentwintig andere bobo's, men diende het natuurlijk in de juiste context te plaatsen. Om vervolgens nonchalant een paar namen te laten vallen: Obama bijvoorbeeld van eh, van eh... 'Engeland' zei hij toen zacht.
Nee, en natuurlijk had hij niet alléén geroepen, (zo vroeg een vrouw die op de tweede rang zat) en hij noemde gauw nog een andere naam die wij goedgelovige kijkers natuurlijk allemaal per ommegaande vergaten.

Goed tv-spel, dacht ik stilletjes. Wellink had de insinuatie weerlegt, dat hij zich op de borst klopte als enige roeper in de woestijn (toch the good guy). 'Ha ha', lachte de bankier losjes, terwijl hij zich tot het publiek wendde, 'Dat voel ik me al vanaf mijn vierde'.

Engelen herhaalde dat er na de crisis niets was veranderd aan de mentaliteit bij die banken, ook niet nadat ze voor 129 miljard overeind waren gehouden. Ook Engelen wist vast dat je de kijker niet voor je kunt winnen met woede. Hij hield zich in. Maar de onthutsende conclusies uit zijn boek waren bijna voelbaar in zijn blik.

Ook toen Engelen de kromme mentaliteit in de financiële sector bij Wellink wilde neerleggen, had de bankier een goed verweer. Welnee, sprak Wellink koel, dacht u nou echt dat die Chinezen mijn functie aldaar als beloning zien? Hij omzeilde sluw de aantijging dat hij verantwoordelijkheid droeg bij het instorten van die banken. Bagatelliseerde het probleem. Die Chinezen hebben wel beters te doen. Het probleem waar het werkelijk om ging, werd ondergeschikt gemaakt.

En dan, na het stroop smeren bij Engelen ('Ik ben het met u eens, tuurlijk is er niet genoeg dekking bij de banken, die moet zeer zeker nog verder omhoog), er nog maar 's een grapje tussendoor gooien waar alleen hij om moest lachen: 'Weet u wat ze zeggen als ik dat in China zeg... China is groot. Ha ha.'


En toen miste ik de scherpte van Witteman. Want zei Wellink met zo'n onschuldig geintje niet ook: 'Het duurt nog wel eventjes voordat alle Chinezen zijn uitgemolken'?


Wat na de uitzending bleef hangen was het beeld van een joviale, ervaren, rustig sprekende bankier die geen blaam trof en zowaar na zijn pensioen nog voor de Chinezen werkt. Wat een kerel!

Zijn verzuurde tegenspeler bedoelde het goed hoor, maar wat wilde deze stijve, ongeduldige schrijver nu eigenlijk? Hij miste de 'volkswoede?' Ha ha, Troelstra of Trotski de tweede. Hij wilden vast het onwetende volk verheffen en de schuldigen straffen. Engelen was degene die nu echt riep. Maar Wellink was door de wol geverfd en wist maar al te goed hoe dat moest, 'niet luisteren naar mensen die iets belangrijks te zeggen hebben' (en doen alsof je luistert). Hij zei zelfs: "Dan was er wel een andere Engel geweest." (lees: "Ik lig er niet wakker van.")

Maar weet u beste Wellink, Engelen en Pauw,
Die volkswoede is er wel.
In China.
Nu. 
Maar dat kwam niet aan de orde.

Misschien wist Wellink het niet.
Want op de Chinese tv doen ze alsof er niks aan de hand is. En foto's worden binnen enkele minuten van internet geplukt.   

Ik denk dat de gepensioneerde bankier erg op zijn plek is daar.

maandag 1 april 2013

Waar wil je naar toe?

Nou, naar Appingedam bijvoorbeeld.
Appingedam?
Ja, naar Appingedam.
Wat moet je dáár nu weer?

Wel, dat doet er nu even niet toe. De vraag is hoe je er kòmt. Met de auto is het geen punt. Pak de kaart, kies een rode, gele of desnoods witte weg. Check nog even of het mogelijk een drukke forensenroute is, of er een alternatieve route langs een woest of rustiek water loopt, schat afstand en snelheid, prik zo tijd van vertrek en klaar is Kees. Tweede, eenvoudiger mogelijkheid is het adres op de Tomtom intypen.

Maar wàt nu als je 's middags besluit: 'Kom, laat ik eens met het openbaar vervoer naar Appingedam gaan.' Het gele spoorboekje biedt geen soelaas. Als het nog in papiervorm verschijnt, heb ik de nieuwste versie niet. Ik ben dus aangewezen op 9292 ové.

Er gaat een trein èn een bus die kant op. Met een beetje geluk kun je op de anwb-site, googlemaps of desnoods via de knop 'bekijk wandelroute op de kaart' zien hoe ver een NS-station (of 'Arriva'-station) van je eindbestemming verwijderd is. Indien je uit alle macht de bus wilt vermijden is er de mogelijkheid om 'trein' aan te vinken (en ook veerboot, metro en dergelijke uit te zetten). Net als ik  besluit dat een bus waarschijnlijk handiger is, blijkt dat mijn eindbestemming te ver van de halte ligt. Want langer dan vijftien minuten lopen is kennelijk niet mogelijk. Er verschijnt iets van: 'Excuses voor het ongemak'. 

Net als onlangs bij de flappenhapper. Nee, geen flappentàpper, maar happer. Dat kan ook. Zorgvuldig stak ik mijn pasje in de gleuf en legde een stapeltje flappen in de opengesperde muil. Die hapte wel maar in beeld verscheen niet het saldo, maar een melding dat het geld 'uit veiligheidsoverwegingen' achter was gehouden.
Handig.
Kon twee weken duren. De bank nam mijn geld in maar stortte het niet. De deurwaarders waar het geld uiteindelijk heen moest, hielden kantoor naast het station van, precies, Appingedam. Had ik het geld daar ook gelijk heen kunnen brengen. Maar dat kan tegenwoordig vast niet meer. Geld bestaat alleen nog als het gedrukt staat. Niet als het gedrukt is, in je hand, tastbaar. Dan kun je er nog maar weinig mee. Alle betalingen gaan digitaal. Zelfs je eigen geld storten blijkt een probleem.

Zonder internet op zak begin je trouwens ook weinig. Want eenmaal in Appingedam -ik ging toch per trein, die kan tenminste niet afwijken van z'n route. Met de chipknip uiteraard- zag ik wel een hip incassobureau, maar er stond geen informatiebord meer op het station. Dat is, net als de Michelinkaart en het spoorboekje, vast iets uit de vorige eeuw. Ik word oud, mensen.

Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Want ik kwam waar ik wilde zijn en keerde huiswaarts per auto. De excuusbrief van de bank (en het geld) was na twee weken (zeuren) ook binnen en ik zit nu niet meer bij het Eemskanaal maar aan de Maas. In 'Hastiere-par-de-la' om precies te zijn. Bij Dinant.

Wat ik dáár nu weer doe?

Nou, met een blinddoek om naar appels happen die in een ligbad dobberen,
met biljartballen over het gras rennen,
een uit hout gesneden satire op het huwelijk uit de dertiende eeuw bewonderen
en met negen man in het pikkedonker dwalen door een kasteel om sardientje te spelen.
maar vooral krankzinnig lekker koken en eten
en de verjaardag van mijn moeder vieren,
vandaag.
Op 1 april.

maandag 25 maart 2013

Koopt kaas tegen de crisis!



De commentaarstem heeft het over 'een alternatief plan onder de arm'. En warempel, uit het van een afstand gefilmde vliegtuigje dat op Zaventem landt, met allemaal Cypriotische bobo's aan boord, meen ik een man met iets onder zijn arm te zien. Een Nederlandse staatssecretaris ter plaatse slaat klare taal uit. Dat mensen op Cyprus (althans, het Griekse deel er van, over Turken wordt niet gerept. Dat ligt vast nòg gevoeliger) twintig procent belasting over hun spaargeld moeten afdragen is veel, maar onontkoombaar om het land van een bankroet te redden.

In een volgend shot laat men een geitenhoeder aan het woord. Hij zegt dat er tot drie jaar geleden met geld werd gesmeten op Cyprus. Met zijn haarband (type: ik keek al drie weken niet in de spiegel) op zijn hoofd en met grazende geiten op de achtergrond, verkondigt hij zijn waarheid. Aan de hangende oren van de beesten die door het beeld lopen, herken ik het Malteser ras en ik zie ook het naar rossig neigende, beige van de Toggenburg.


Gedurende de rest van het nieuws meen ik de geur van vers gemolken geitenmelk te ruiken. Ik mijmer over de bijna erotisch aandoende substantie van 'tomini', en de smaak van deze onweerstaanbaar lekkere, handgedraaide verse kaasjes. Als zulke kaas smelt op je tong, kan je alle Boursin, Paturain en Philadelphia wel vergeten. Melk verwarmen in een koperen ketel. Stremsel van de maag van een zuiglam er in en dan de wrongel een nacht lang laten uitlekken in katoenen kaasdoeken. Wat eigenlijk luierdoeken waren die ik zelf als baby droeg. Ook het geluid van de druppelende wei kan ik dromen.

Vijfentwintig jaar geleden kochten we twintig geiten. Daarna honderd. De beesten wierpen twee a drie geitjes per keer en zo waren het er al gauw honderden. Naast twee maal daags melken en kaas maken, verkochten we ook bokjes rond deze tijd. Met Pasen was de prijs per kilo levend gewicht aan de haak gauw zo'n negenduizend lire per kilo. Het geld waarmee ik de geiten kocht was eigenlijk bestemd om een studie mee te beginnen. Maar ik was niet zo van de studie.

Ik leerde wel hoe je een geit in barensnood verlost, hoe je mastitis op natuurlijke wijze kunt bestrijden en ook hoe je zo'n vlammende uierontsteking met medicijnen geneest. Hoe je een melkbus van veertig liter eenvoudig met twee man verplaatst zonder rugklachten te krijgen of je evenwicht te verliezen en inderdaad ook hoe je de beste geitenkaas van de wereld aan de man brengt in één van de weinige streken van Italië waar dat geen traditie is.

De kaas die mislukte kreeg Maria Rosa in haar trog. En de ham die dat opleverde was ook niet te versmaden. Hoe vaak zou een varken worden vetgemest op biologische geitenkaas, tamme kastanjes en wilde truffel die het zelf onder een eik mag opgraven?

Wat de man op Zaventem onder zijn arm had, weet ik niet. Wel weet ik dat je met tien miljard euro flink wat geiten kunt kopen. Cypriotische geitenkaas is vast ook heerlijk. Mist er alleen nog een knappe kop die daar slimme verpakkingen bij wil verzinnen. Want de 'iezi toe open' die ik bij de Appie kocht, was een ramp.

Ter verhoging van de melancholie en romantiek (die vaak ver was te zoeken) maar ook een beetje op verzoek van Door, plaats ik nog wat plaatjes van weleer. Wie goed kijkt kan de seizoenen in het gras en de bomen herkennen. Mijn gebruinde hand (naast die van mijn zus) is echter rond Pasen gekiekt. Het is dezelfde kleur van het hoofd van de hoeder op Cyprus. Buitenkleur.



 









dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.

vrijdag 18 januari 2013

Wij helpen u wel, (deel 2 + hoe geluk groeit)

Waar was ik gebleven. O ja, ik ordende post en stopte die in ordners (de term 'postorderbedrijf' klinkt gelijk een stuk vriendelijker), gezeten op de bank, die van mijn zoon is, maar eigenlijk van de bank. Er zat ook een brief tussen van een echte schuldsaneerder -nee, niet gericht aan mijn zoon, want die laat zijn zaakjes liever door zijn moeder regelen, ìk gooi hem er immers niet zo snel uit- maar bestemd voor zijn voormalige huisgenoot. Bij wie de sores nog een tikkie erger bleek, maar met wie, zo stond er, geen afspraken te maken viel, dus werd hij er uitgegooid. Uit de schuldsanering. Tja, 'afspraken', wat is geld nog meer dan 'afspraken'.

Deze jongen versjouwt zijn inboedel nu misschien van hot naar her om te voorkomen dat er beslag op wordt gelegd. Verdient zwart bij, zodat geen bank of belastingdienst er ooit achterkomt waar hij van leeft. Verzekerd is hij vast ook niet. En als ook hij meer dan zes maanden achterloopt met het betalen van zijn zorgpremie, belandt hij automatisch bij het CVZ, het College voor zorgverzekeringen. Die int de premie dan rechtstreeks bij de werkgever -die onzichtbaar wordt gehouden- of de bank -waar hij vast standaard drie keer rood staat-. Hij heeft last van zijn knie, gaat niet naar de dokter, want ook als hij zijn premie betaalt, kan hij het eigen risico van €350 niet ophoesten. Misschien hééft ie dat geld wel, maar is druk doende om daar de economie mee draaiende te houden. Door het kopen van een bankstel. Of I-pod. Of breedbeeld-tv. Die hij nu overal heen sleept. Met zijn manke been.

En ga me nu niet vertellen dat de halve bouwwereld ook zo werkt. Met faillietverklaringen, kapitaal elders parkeren, schaduwboekhouding, mazen in de wet, onverzekerde werknemers en het belazeren van de belastingdienst als sport zien, want dan wordt dit log weer te lang. 

Die huisgenoot blijkt trouwens niet de enige. Het AD kopte vorige week (10-01-13): "Zorgpremie steeds lastiger te betalen."  "Achmea sluit dagelijks een paar honderd nieuwe betalingsregelingen met cliënten."
Huh? 'Régeling'? Die zorgpremie wòrdt toch al in termijnen betaald? Wat valt er dan nog te régelen?  En staat daar dágelijks?! Een paar honderd?!
Wie zin heeft in een leuk rekensommetje, be my guest. (x aantal dagen per jaar, 16 miljoen Nederlanders, x aantal gezinnen, marktaandeel van Achmea + andere verzekeraars). Ik beperk me voorlopig even tot het micro niveau. Door tweehonderd euro aan de Hogeschool over te maken. Of toch twee keer honderd aan energie- en waterbedrijf? Omdat anders het water wordt afgesloten. Zo staat er dreigend in een brief. (of dat híer gebeurt of in het huis waar hij niet meer woont is me niet duidelijk). Of misschien kan ik toch beter alles overmaken naar dat CVZ. Want zodra de betalingsachterstand is ingelopen, kan hij terug naar zijn eigen verzekeraar. Scheelt zo weer vijftig euro per maand.

Gek genoeg ligt het geld dat mijn zoon me net in de hand drukte nu naast de computer. Tòch is het al maanden geleden uitgegeven. Vreemd. We geven geld uit dat er niet is. Niet alleen omdat het geleend geld is. Maar het schijnt er feitelijk ook niet te zijn. Ik las ergens dat niemand ter wereld meer weet hoeveel geld er nu eigenlijk in omloop is. Als alles op afbetaling is, leven we van geld dat niet bestaat. Waar we spullen van kopen die we niet nodig hebben. En er dan beslag op laten leggen. Net als op ons laatste restje zelfbeschikking. Voor wie dacht daar nog wat van te hebben. Haha.

Gister was mijn jongste zoontje (8) zijn geld kwijt. Hij was ontroostbaar: "Waar heb ik mijn portemonnee nu neergelèhèhègd?" Toen het ding, met inhoud, weer boven water was, opperde ik om het geld op zijn rekening te storten. Dan kon hij het ook niet meer kwijtraken. Maar hij ontstak in woede: "De bank pakt je geld alleen maar af!"
Waar hij die wijsheid vandaan heeft weet ik niet, want ik geef hem -in tegenstelling tot de indruk die mijn laatste logjes misschien wekken- keurige voorlichting over ons economisch systeem. Over investeringen en rentes en al. Zodat hij straks mooi kan meedraaien in deze maatschappij.

Maar misschien heeft ie wel gelijk. "Nee zeggen tegen vijf keer je huidige salaris" is de titel van een column van Joris Luyendijk in het NRC (12-07-12). Over de financiële wereld in Londen. Er zouden in het Verenigd Koninkrijk een miljoen mensen in die sector werken. Luyendijk interviewt een gedesillusioneerd voormalig medewerker van een Britse bank, die nu werkt bij de FSA, the Financial Services Authority, toezichthouder van de wereld waar hij zelf uitstapte. Hij zegt over de aard van banken: "Moreel speelt simpelweg geen rol in het besluitvormingsproces. (....) In mijn tijd zagen ze je als buitenaards wezen wanneer je morele argumenten gebruikte." De paradox of contradictie van het kapitalisme, zegt hij, is dat het zichzelf opheft.' (Kijk voor actuelere, Engelstalige stukken op guardian.co.uk/bankingblog)

Ter afsluiting dan toch nog een vrolijke noot. Want we hoeven naast het gebukt gaan onder onze  schuldenlast, niet óók nog depressief te worden van weinig opbeurende stukjes over het naderend einde van ons economisch stelsel. Als we onze zelfbeschikking graag uit handen geven aan mensen die daar naar hartenlust mee gokken, stel ik voor dat we ons goede humeur dan toch tenminste bewaren!

De muziek is van de onvolprezen Lucio Dalla, die afgelopen maart in het harnas stierf na een concert in Zwitserland. Hij zingt, (en pianeert en saxofoneert) samen met Francesco de Gregori 'Cosa sarà?'
Het nummer is erg de moeite waard (klikkerdeklik), en actueler dan ooit:
"Cosa sarà,......... che ci fa comprare die tuttto, anche se niente che hai bisogno."
(Wat is het/wat zou het zijn, dat ons van alles doet kopen, ook al hebben we niks nodig?)
Maar mooier nog is de beginzin:
"Cosa sarà,....... che fa crescere gl'alberi e la felicità"; 
Wat is het/ wat zou het zijn.....
dat de bomen doet groeien......
en het geluk?

Aan de volledige vertaling wijd ik me misschien nog eens.
Maar nu ga ik eerst geld overmaken.
En werken.
Of andersom.

zondag 13 januari 2013

Wij helpen u wel. De hufters.

"Geen lening door de BKR.
Wij helpen u wel
Let op, Geld lenen kost geld."


Zo staat er schreeuwerig in de rechterkolom naast mijn mailbox. Ja, ook iets met 'stijlvolle lingerie''passie voor techniek' en nog meer vaags, zodat ik me afvraag hoe gmail eigenlijk mijn post scant. Maar dus ook reclame voor het krijgen van leningen buiten 'Tiel' om, alwaar het Bureau Kredietregistratie (BKR) is gevestigd. Voor de goede orde; wie dáár éénmaal als wanbetaler te boek staat, krijgt geen lening meer. Geloof ik. 

En daar wordt ik dus enorm pissig van. Van dat soort reclame. Ja, ik ben ouderwets. En daar schaam ik me niet voor. Want als je vandaag geen geld hebt voor een nieuw bankstel of de laatste I-pod, heb je dat morgen óók niet. Sterker nog, voor dat bankstel of die I-pod betaal je op afbetaling het dubbele. Als het niet meer is. Dom, onnodig, maar ook reuze lucratief. Althans, voor degene die daar leningen voor verstrekt. En dat vind ik dus hufterig. Het verstrekken van -lees: geld verdienen met- leningen die mensen niet kunnen aflossen.

Want dat bankstel krijgt geen babybankstelletjes die je kunt doorverkopen. Het mijne niet althans. Nu is het verhaal van mijn bankstel ook wel wat apart, want dat is niet van mij, noch van de bank van lening, maar van mijn oudste zoon. Die de complete inrichting van zijn driekamerflat, na twee jaar op zichzelf te hebben gewoond, hier heeft geparkeerd. Met hemzelf erbij. Reuze gezellig hoor, daar niet van. Maar wel een beetje inschikken.

Sinds drie maanden leven we hier al klauterend over de dozen. Een goede les in het leren weggooien van oude meuk. Maar ondanks de tochten naar de stort en de kringloop, het bijtimmeren van planken aan elke muur die dat toelaat, is het hier nog steeds behoorlijk vol. Tot overmaat van ramp kwam ondergetekende deze zomer ook nog op het lumineuze plan om aan elk van haar drie zoons een poezenbeest kado te doen en zie daar: Villa Kakelbont is compleet. Er ontbreken alleen nog een aap en een paard.

Met de teruggekeerde zoon en zijn huisraad, kwam er ook een brief van de gemeente. Of ik soms wist waar meneer uithing. Het adres dat bij hen bekend was, werd onbewoond aangetroffen.
Hoe slim!, dacht ik stiekem. Want hij wéét dat het mij niet lukt om me te laten inschrijven op het adres waar ik feitelijk woon. Door bij mij in te trekken, lost hij gewoon op in het niets. Maar da's gemeen gedacht van mij, want hij kon geen kant op. Dus als rechtgeaarde burger noteerde ik keurig het adres, postte dit in de bijgeleverde retourenvelop en ziedaar, opeens wisten de zorgverzekeraar, telefoonaanbieder, het waterschap, de hogeschool en al die andere mensen die hem diensten hadden geleverd dit 'spookhuis' wonderwel te vinden. Nú wel. Want ze wilden geld zien. Veel geld.

Daar kwam ik achter doordat ik mijn kont hier inmiddels weer enigszins kon keren, en zo stuitte op zijn stapels ongeopende post. Die ik ongevraagd opende (Nee, niks 'foei!', soms móet dat gewoon). Niet fijn. Zulke oude lijken in huis.

En hoewel ik van mijn eigen administratie soms een behoorlijke puinhoop maak en ook de term 'financiële planning' als een prachtig buitenaards wezen zie, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik tenminste geen schulden (meer) heb. Met uitzondering van het blok aan mijn been van dit huis dat niet bestaat. Maar intussen ben ik volledig ingewijd in het domein der dwangbevelen, deurwaarders en dagvaardingen. Want, zo moge duidelijk zijn, ik liet het niet bij het openen van zijn post alleen. Wat hij er zelf van vond? Ach, na wat initieel gesputter, liet hij het dankbaar gebeuren. Het geld dat hij verdient met het koken voor allerlei bobo's ("Mam, weet je wie er vandáág in de zaak kwam eten?") levert hij wekelijks bij me in en ik maak het geld keurig over, overeenkomstig de betalingsregelingen die ik trof met zijn schuldeisers. 

So far so good. Maar ik was dus boos. Want tussen die post en óók als je inlogt op de site van je bank en dus óók als ik mijn digitale postvak open, tref ik daar lekkermakende reclame voor allerlei leningen. 'Wij helpen u wel'.
Me reet!

Vooral jongeren kunnen zonder slag of stoot duizenden euro's lenen of in de min staan. Best handig. Ze gaan niet zo snel dood, geven geld uit als water (in politieke termen: 'hebben vertrouwen in de economie') en als het echt te gortig wordt, springen de -vermogende- (groot-) ouders wel bij. Die laatsten zijn meestal zelf grootgebracht met het spáren voor dat bankstel, en hebben dus wat achter de hand. Kortom, jongeren zijn een feest voor iedere zichzelf respecterende geldverstrekker. Prachtige melkkoeien. Want zo'n 'zakgeldspel' voor 'het besef van geld' is natuurlijk goed bedoeld en ook het Nibud probeert heroïsch iets aan budgetvoorlichting te doen, maar we hóren helemaal niet te sparen. We moeten geld úitgeven. En wel nu. Dat is goed voor de economie (whatever that might be).

Dus 'Wij helpen u wel'. Met de mogelijkheid om de nieuwste gadgets te kopen, waar u gelukkig van denkt te worden. Of om de buren mee af te troeven. Of beide. Maar waarvoor u geen middelen heeft. Maar wij helpen u wel. Helaas zijn we genoodzaakt u het dubbele te laten betalen. Maar nu kunt u fijn vanaf uw bankstel op uw nieuwste I-pod stemmen op uw favoriete Idols-Soyouthinkyoucandance-X Factor-ThevoiceofHolland. Welnee, dat zijn géén belspelletjes, die zijn immers verboden. Want mensen moeten natuurlijk níet denken dat ze als domme melkkoe worden gezien.  
Wij helpen u graag.
Uit zuivere naastenliefde.
De hufters.

(wordt vervolgd)

zondag 14 oktober 2012

Toros, cabrones y trapleuningen

Europa is in de ban van angst. Hebben we morgen nog werk, wat is ons huis nog waard, wie wil het kopen en waar kan ik mijn schamele spaarcenten beter bewaren: op een bankrekening of onder het matras?

Italianen wantrouwden de banken altijd al en blijven dus, net als voorheen, hun euro's in een oude sok stoppen of ze schuiven het onder een tafel door. Nee, niet een enkeling, maar 'cosí fan tutti', iedereen doet het zo. Een soort van 'belegging' in wederdiensten.

Portugezen daarentegen laten hun banken opkopen door Angola en vinden zelf emplooi in hun voormalige koloniën. Over de zogenaamde braindrain aldaar wijdde ik in februari al een logje. En de Grieken? Ach, als je leest wat die arme Grieken de afgelopen eeuwen hebben moeten doorstaan dan verbaast het je dat het land er überhaupt nog is. Republiek, dictatuur, monarchie. Zorg vooral voor vandaag, morgen kan alles weer anders zijn.

De EEG, zoals we dat economisch samenwerkingsverband noemden toen ik nog op de lagere school zat, moet koste wat kost gered worden. Maar Europa viel eigenlijk al veel eerder, toen ze als Fenicische prinses ontvoerd werd door Zeus himself. Die zich voor de gelegenheid had vermomd als stier. List en bedrog is wat telt. Volgens geschiedschrijver Herodotus kon deze mythe, omdat het een Fenicische prinses betrof, niet de oorsprong van de naam van het continent Europa zijn.
Arme Europa, verleid door een stier.

Maar ik wilde het hebben over dat àndere warme vakantieland, Spanje. Want wat moet je nu als je èn geen geld in een sok, èn geen baan, èn geen recente onafhankelijk geworden koloniën hebt? Dan rest je niks anders dan je blik naar binnen te richten. De redding, denken veel Spanjaarden, ligt in de terugkeer naar de eenvoud. Het dorpsleven, een moestuin en een paar koeien (..)  meer dan 40.000 Spanjaarden hebben afgelopen jaar het roer al omgegooid en bijna veertig procent van de bevolking heeft er wel eens aan gedacht'. las ik in Het Dagblad van het Noorden van vrijdag 12 oktober. 'Advocaten en economen plukken druiven in Galicië'  Een baan in loondienst lijkt onbereikbaar. 'Om koffie rond te mogen brengen worden al exorbitante eisen gesteld: liefst drietalig en universitair afgestudeerd in communicatie-wetenschappen. En wat blijkt: ze worden met open armen ontvangen in de vergrijsde dorpen. Om de lagere school open te houden, de laatste bakker te behouden, de buslijn rendabel te maken. Boven het artikel prijkt een grote foto van het  zonovergoten Moratella. Alleen al vanwege de naam zou je er willen wonen.

En toen, toen sloeg mijn fantasie op hol. Want wat wàs ik mijn tijd vooruit zeg, toen ik in 1987 meende oud en wijs genoeg te zijn voor een pioniersleven in de Italiaanse bergen. Van het geld dat mijn ouders spaarden voor mijn studie, kocht ik honderd geiten en bekwaamde me in het melken van die beesten. Het was een stuk minder romantisch dan het lijkt. (hoewel zo'n maf verhaal het natuurlijk prima doet bij een borrel). Na zes jaar keerde ik terug naar Nederland. Ik kon kaas maken, kippen en konijnen slachten en sprak vloeiend Italiaans, maar kwam er al snel achter dat men op die kennis in Nederland niet zat te wachten. Niet getreurd, ik ging, je raadt het al, koffie schenken, in een broodjeshuis in de Amsterdamse Scheldestraat.

Misschien moet ik me eens aanmelden voor de Spaanse 'Campesino busca mujer'. Of wacht, ze hebben daar al een soort van 'Boer zoekt vrouw' Alleen komt Yvonne Jaspers daar niet met een busje brieven, maar stappen de dames allemaal tegelijk zelf in.

Dunque, entonces, dus....

Ik blijf toch maar lekker hier, en bezorg die arme Spanjaard via een omweg een beetje inkomsten. Ze produceren daar namelijk buigbare trapleuningen. Nooit van gehoord? Ik ook niet. Klik hier voor het montagefimpje (met muziek die doet denken aan Bruce Springsteens Philadelphia). En en masse bestellen, hè. Ja, niet die film van bijna twintig jaar oud, maar die Torneados Munoz. Volgende week, als ik weer beter ben, ga ik mijn eerste exemplaar monteren in Amsterdam.

Adios cabrones!

Bij het zoeken naar een bijpassend plaatje, vond ik veel geitenkuddes en zelfs een gelakte trapleuning. Maar ik koos deze twee: met een beetje fantasie zie je hier een Perzisch en een Fenicisch boerenmeisje. De eerste foto is gemaakt in 2008 te Kandovan, in Iran. Het land dat nu een inflatie kent van 23.5%. Dan kan je die oude sok wel vergeten. Hopelijk heeft dit meisje nog amandelen, die ze toen stuksloeg op het dak van haar huis. Het andere meisje ben ik zelf in 1978, in een vijgenboom op de pindaplantage van Hassan op de Westelijke Jordaanoever in Israël. 


 

zaterdag 29 september 2012

Unbeschreiblich weiblich*

Vrijdag is een prima dag om de vrouw uit te hangen. Door bijvoorbeeld te gaan koffiedrinken met soortgenoten. Maar dit eerste plan maakte bij mij plaats voor de aandrang om iets leuks te kopen. Voor mezelf. Welke gelegenheid ik gelijk te baat nam, want zoiets is een zeldzaamheid. Ik heb geen last van een tassenfetisj of schoenverslaving en eigenlijk heb ik ook een broertje dood aan passen. Altijd al gehad.

Als puber was ik wel eens jaloers op meiden die elk half jaar met hun moeder de stad in gingen om voor een paar honderd gulden hun garderobe te vernieuwen. Anderzijds leek het me een crime. Want nieuwe kleren betekende passen. En de enkele keer dat ik met mijn moeder gezellig ging winkelen in Delft of Den Haag, verliep ongeveer zo:

Moederlief zag vanuit haar ooghoek dat ik langer dan twee seconden bleef hangen bij een kledingrek (het liefst één dat pontificaal buiten op de stoep stond, zodat het overgaan van een drempel nadrukkelijk werd vermeden). Met een beetje mazzel reikte mijn hand dan, ja betástte ik met mijn vingertoppen zelfs, een kledingstuk. Als ze me dan voorzichtig attendeerde op de aanwezigheid van een paskamer, creëerde het uitspreken van dit woord een plotselinge afstand tussen mij en het mogelijk nieuwe t-shirt, sweater of broek: "Nee hoor, mam, ik vìnd dat niet mooi, hoe kom je dáár nou bij?" En als ik dan, bij hoge uitzondering, toch in mijn ondergoed in zo'n hokje stond (het is mij een raadsel hoe ze mij zo ver kreeg), constateerde ze vol ongeloof dat ik voor de gelegenheid mijn meest aftandse hemd droeg en waarschijnlijk ook niet de moeite had genomen me van te voren even op te frissen.

Fijn. Zo'n dochter.

Met vriendinnen 'stadten', is ook nooit wat geworden. Want ik ging met zestien jaar al het huis uit en liep even later, -vraag me niet waarom-, in nog aftandser kleren achter een kudde schapen (en een foute vent) aan. In een land waar men de onnavolgbare gewoonte heeft om zich minstens drie maal daags om te kleden. Quel horreur!

De kledingoorlog begon al als peuter. Een befaamde familieanekdote is die van mijn oma die op haar kleindochters zou passen om mijn moeder, die ziek was, te komen helpen. Oma was dol op ons en kwam graag. Ze naaide, wandelde, bakte brood en havermoutkoekjes maar ze stelde wel één voorwaarde, alvorens van Friesland naar Holland af te reizen: als ze míj maar niet hoefde aan te kleden. Mijn moeder is toen zelf maar uit bed gekomen om de strijd met monster Lehti te leveren.

Er waren meer 'meisjesdingen' die niet aan mij besteed waren. Zo weigerde de kapper me te knippen toen ik als kleuter wild om me heen sloeg. Hij wendde zich tot mijn moeder en zei: "Neemt u dat varken maar weer mee." Als ik nú kind was geweest, zat ik al lang onder de ritalin.

En ook nu ik -een soort van- volwassen ben, blijft het behelpen. Op mijn vorige klerenjacht, nam ik mijn minnaar mee. Hij is dòl op mooie kleertjes, geurtjes, schoenen. Híj wel. Toen ik me met drie te dure broeken terugtrok in een peeskamertje (haakjes! haakjes!, waarom zijn er toch overal zo weinig háákjes?) nam hij plaats op een krukje (Nee, beste lezer, het beeld van zo'n ongelukkige vent die om zijn vrouw heendraalt klopt hier niet. Deze man genóót) en hield hij een verplichte babbel met de winkeljongen: "Ze houdt niet van passen, meneer, haha", "Nou, precies, wat u zegt, dat hoor je niet vaak, ha ha." (Ja, halló, neem ik iemand mee om te voorkomen dat ik zelf in mijn slipje door de winkel moet voor een ander model, gaat ie me een beetje belachelijk maken! Oud wijf!) Na één broek had ik het wel gehad. Wat er verder in de schappen lag, gunde ik geen blik meer waardig. Boos beende ik de winkel uit. Mijn goed geklede begeleider kwam proestend van het lachen achter me aan.

Maar deze vrijdag zou ik de vrouw zijn! Vol goede moed fietste ik naar de kledingzaak. Die nog dicht was. De naastgelegen kinderkledingwinkel was gelukkig wèl open (uitstellen van pasgedrag?). En jawel, toeval bestáát, want daar stond de winkeljuffrouw van de zaak waar ik heen zou (we wonen hier eigenlijk in een dorp). Even later struinde ik alsnog onwennig tussen de tweedehands kleren.

'Wat is je maat?', vroeg ze (zou ze me al een tijdje hebben gadegeslagen?: 'Wat zou dat mens toch zoeken tussen de rekken met XXL?!'). Ik mompelde iets terug over 'mijn onderarm die in de taille moest passen'. Want ik wéét dat dus niet, hè, welke maat ik heb. De broek om je nek doen werkt ook prima, vooral om de paskamer te omzeilen.

Uiteindelijk heb ik me dan toch in een broek gehesen. Toen ik voorzichtig het gordijntje weer openschoof, klonk er eerst een veelbetekenend: "En?". Maar na bestudering van mijn bilpartij, zei ze dat ie me te wijd was. "Waar heb je die gepakt?... O, ja, dáár hangen de gróte maten." Om niet te snel toe te geven wierp ik eerst nog een blik in de spiegel. De broek was vies. "Nee," zei ze, "dat hóórt zo, dat doen ze expres (Ja duh, dat wist ik óók wel!), volgens haar had ik last van beroepsdeformatie. ("Dokter, ik zie schildersschimmen").

Ik weiger te betalen voor bevlekte kleren, dus dat ie te groot was kwam goed uit. Maar na het aan- en uittrekken van nog vijf broeken, kreeg ik zweterige associaties met mijn pubertijd. Voor de vorm bladerde ik nog even tussen de drollenvangers en pochte dat ik ècht wel wist dat die nu in de mode zijn. Weer mis! Zo'n zwemvlies tussen je benen is alweer passé. Zei ze. Vrouw zijn valt niet mee.

Tussen het bedienen van mij en de enkele andere klant, lepelde ze haar sla naar binnen. Zíj had vanmorgen wel eerst koffie gedronken met andere vrouwen. Drie cappuccino zelfs. Nu stond ze te stuiteren en had honger. Maar ze wist mijn minderwaardigheidscomplex wel te relativeren: "Ik heb er ook wel eens moeite mee hoor, met vrouw zijn." Verheugd vroeg ik wat haar zoal dwars zat: "Nou, ik schrijf in mijn agenda dat ik mijn benen moet ontharen, anders vergeet ik dat."

Dank je wel juffrouw Novy, broek en blouse passen perfect. Ik voel me weer helemaal vrouw!

(toen ik die avond ging douchen, zag ik dat ik alwéér was vergeten nieuwe scheermesjes te kopen.
Net als vorige week, en de maand daarvóór. Misschien moest ik ze eens op mijn lijstje zetten.)



De foto's zijn vijf jaar geleden gemaakt, bij een heuse sarto (kleermaker) Toscano. Daar schopten ze het tot bruidsjonkers. Gelukkig heb ik geen dochters.

*Voor de liefhebbers nog een link naar de bijbehorende en onverbeterlijke Nina Hagen. 
Naturträne, is ook mooi.

zaterdag 26 mei 2012

Niet lezen, dit gaat over E-CO-NO-MIE


Muziek verlicht het werk. Dus luister ik tijdens mijn -bij tijd en wijlen enigszins geestdodende werk-, naar de radio. En mits ik geen hamerboor of zaagmachine ter hand neem, kan ik aardig volgen wat er door de verschillende dj's op Sky, Slam of 538 de ether in wordt geslingerd. De muziek wordt afgewisseld met een belachelijke hoeveelheid reclame, die, ondanks mijn standvastigheid als facebookloze zonderling (Nee, nee, nee, ik zit niet op FB!), speciaal op mij schijnt te zijn toegesneden. 'Beter boekhouden!', 'Goedkoper tanken!'.

Als ik al dat geram en geblaat dan beu ben, stem ik in de loop van de middag af op radio 1, de nieuws- en sportzender. Achtergronden, interviews, voorgenomen plannen in de politiek....zo blijf ik een beetje bij. Echter, steeds vaker bekruipt me het gevoel dat er alleen aan paniekvoetbal wordt gedaan. Ik kan zo zelden een spreker betrappen op een visie voor een wat langere termijn. Alles moet worden gevat in één zin of slogan, uitsluitend bedoeld om lezertjes, luisteraars, kiezertjes te scoren. 'Targets halen', heet dat geloof ik in economische termen. Want dáár gaat het de laatste tijd wel over. Over economie. Wat dat ook zijn moge. 'Geld rondpompen' of zo?

Neem nu het wereldnatuurfonds. Dat heeft zich kennelijk ook doelen gesteld, want de stem van één of andere geile presentator (milieu moet vooral sexy zijn) zegt, of liever gezegd beveelt de luisteraar dat hij NU iets moet doen aan het weghalen van eieren van.... van... ja om wat voor arm beest in de Stille Zuidzee gaat het eigenlijk? Met een sms van slechts twintig cent sus ik mijn geweten door het redden van een ei! Kan ik weer rustig slapen. En morgen weer naar de winkel snellen voor de laatste laarzen, handtas of ander verzinsel dat de zinnen prikkelt zodat die verrekte economie blijft draaien.

Wat stoort mij daar nu aan? Waarom wind ik me eigenlijk zo op? Het is al zo warm. Sheila Sitalsing, briljant columniste van de Volkskrant, legt in haar stuk 'IJsbeer' van woensdag 23 mei haarfijn uit hoe dat werkt met de hypocrisie in ons handelen als het om 'natuur' gaat. 'De buurman moet niet alleen de crisis betalen, we zien ook graag dat hij vaker de auto laat staan. Dan kunnen wij doortuffen en zeggen dat we het afschuwelijk vinden, van die ijsberen', besluit ze het stuk. Op de voorpagina ermee!

Een week eerder schreef Grunberg in dezelfde krant een stukje over 'wilskracht'. Hij haalt een interview aan met Roy Baumeister, een psycholoog die zou hebben gezegd dat het in het leven om intelligentie en zelfbeheersing gaat. En dat je van die twee alleen zelfbeheersing kunt vergroten. Waar wilskracht voor nodig is, zodat men driften als seks en agressie kan onderdrukken. En -nu komt het- economie wordt als vijand van deze wilskracht genoemd. Economische groei bestaat bij de gratie van consumenten die zich niet kunnen beheersen!

Grunberg noemde, naast de economie, ook 'de cultus van de authenticiteit', waarbij alle emoties in de openbaarheid moeten, als vijand van die wilskracht. Emoties zouden, net als toiletbezoek, een privéaangelegenheid zijn. Die onderdrukt dient te worden. Ik weet het niet hoor. Ik vind het wel fijn om te beseffen dat ook de koningin moet poepen. Het is een soort troost en het vermindert, mits het het hele scala aan emoties betreft, juist de afgunst. Teveel positieve emotie wakkert die afgunst en daarmee de economie juist aan. Willen we die weer op gang helpen, dan is het zaak om vooral de illusie van het groenere gras, de betere seks, de lievere echtgenoot, schattiger kindertjes en de dikkere auto te cultiveren. Want we willen net zo, of nee, nòg lekkerder, meer, luxer en beter eten, wonen, neuken en rondrijden dan de buren.

Dus, beste mensen, pimp je facebookprofiel zodat het geluk er van afdruipt! Zwijg over die slaande ruzie, je obstipatie gedurende die verre reis en schrijf vooral niet over die kindertjes die je het bloed onder de nagels vandaan halen. De beursgang van facebook past perfect in dit straatje. Een bedrijf dat niks maakt, niks produceert, maar kapitalen waard is, omdat het kan inhaken op onze jaloezie, onze driften, ons onbeheersbaar koopgedrag. 

Is dit angstwekkend? deprimerend? Niet getreurd. We hebben in elk geval het idéé dat we ons leven zelf in de hand hebben. Het is immers ónze hand die op die muis klikt? En niet God of 'Big Brother' waar George Orwell ons in 1949 met zijn boek 1984 voor waarschuwde. (Over lange termijn visie gesproken).

Ach, en dan is er altijd nog muziek. Die kun je zelf maken, op de radio beluisteren of is, na een paar muisklikken, te vinden op joetjoep. Ik wilde een link naar een liefdesslaapliedje. Maar om het melancholische walsritme van Francesco de de Gregori's buonanotte fiorellino te beluisteren, moet ik me eerst door een commercial heenwerken. Van een andere, modernere musicus, David Guetta. Hij maakt geen reclame voor zijn nieuwste cd, maar laat zich dik laat betalen om de elektrische auto van Renault aan de man te brengen. -Nerd wordt op sleeptouw genomen door enorme stoot.-
Sex sells.
Driften.
Je weet wel.

Slaap lekker.

donderdag 8 maart 2012

De opkoper

Vorige week schreef ik over de opkomende wereldmacht Afrika. Of nou ja, dat we ons voor een redding uit de crisis niet blind hoeven te staren op het miljardje schuiven van banken en overheden. Dat Europa haar horizon weleens mag verbreden. Door ook eens naar het zuiden het kijken.
Ik ben een trendsetter eh...trendhopper, ik bedoel trendwatcher. Want gister zei Rop Trip op het nieuws dat er steeds meer ondernemers te vinden zijn in bijvoorbeeld Kenya of Angola. Bloemen, brommers, fietsen.... De hele markt ligt nog open.

Wat fijn om te zien dat er mensen zijn die hier komen lezen. Wàt zeg ik? Dat mijn adviezen over waar kansen liggen in goede aarde vallen. Binnen een week! En dat zònder twitter, facebook of één of andere hippe app. Toch jammer dat Economisch Adviesbureau Lehti niks oplevert. En om eigenhandig naar Afrika's bodemschatten te gaan graven gaat me wat ver. Tijd dus voor handel.

In koper bijvoorbeeld. Je weet wel. Dat rode goedje dat wordt weggeroofd bij de NS maar ook uit bijvoorbeeld het voormalig Shell hoofdkantoor. De aanhouding van koperdieven door de meestal vrij onbeschofte collega's van Rutger kreeg nog een staartje. Maar daar ga ik het dus níet over hebben, die mediageile gasten krijgen al genoeg publiciteit.

Nee, de vraag van vandaag was waar ik mijn eigen buitgemaakte metaal kon gaan verzilveren. De klant bij wie ik het spul had weggesloopt had geen flauw idee waar hij dit heen kon brengen. Ik eerlijk gezegd ook niet. Dus lagen de oude gasleidingen na een maand nog steeds in mijn auto. Tijd voor actie. Lang leve internet.

Via steeds kleiner wordende en aftandser uitziende straten, kom ik op de plek waar ik wezen moet. 'Bestemming bereikt'.
Een loods, een hek, geen mens te zien.
'Verboden te parkeren', staat er in grote letters op een oud bord.

Ik blijf toch maar staan. Met knipperlicht. In mijn spiegel zie ik een speedy slungel met een rotgang de open loods in fietsen. Hij is van het type 'vriendelijke-dorpsgek-die-op-zaterdag-wordt-gedoogd-bij-het-afbreken-van-de-markt'. Ik stap uit. Betreed weifelend het terrein. De lachende slungel heeft de buit van die dag: een paar pannen, wat snoer en blik, in een hoek van de loods gesmeten. Het vallend ijzer geeft veel herrie in de kale hal.

Ik ontwaar een afgeschermd hoekje dat voor 'kantoor' moet doorgaan. Zodra ik de deur open, springen twee vechthonden gretig tegen de balie op. Ik ben niet gauw bang maar deins terug. De pogingen van de kantoorvrouw de beesten terug in hun plastic mand te commanderen, hebben geen effect. Vriendelijk legt ze me uit hoe het werkt. Ik hoor de helft niet. Mijn blik is gefixeerd op de grommende honden.

Als ik met mijn koper onder de arm, terug de loods in loop, zegt de dame dat ik het op de berg met ijzer mag gooien. Wat een weegbrug blijkt te zijn. tweeentwintig kilo leest ze af. Minus het al aanwezige spul maakt vijf kilo koper. Ben benieuwd wat dat schuift.

Ik moet naam en adres opgeven. Vast ingegeven door een poging van de overheid de louche herkomst van het roofgoed te kunnen achterhalen. Argeloos duwt ze me dertig euro in de hand. Dertig! Da's vijf euro per kilo! Twee keer zo veel als ik via internet aan adviesprijs tegenkwam! De honden slaan onmiddellijk aan als ik een visitekaartje meegris van de balie. Wegwezen hier. De slungel houdt grijnzend de deur voor me open: 'Vrouwen gaan voor'.

Tevreden manoeuvreer ik mijn auto het terrein af. Slinger tussen vreemde wagens door, scheef geparkeerd voor terreinen vol verroeste containers. Loodsen die bij mij de associatie oproepen aan de ontvoering van Freddie Heineken. Een man met een andere, aangelijnde vechthond draait zich dreigend naar me om. Of verbeeld ik me dat maar?

Ik gebruikte vandaag mijn laatste restje olijfolie.
Zou Griekenland vanavond failliet zijn?
Dan kunnen ze nog overwegen om de schepen die in de havens van Thessaloniki wegroesten als schroot te verkopen. Of kijken of ze er als bootvluchteling mee naar Afrika kunnen varen.
Of naar Turkije. Dat kent een economische groei van zes procent.

Voor verder advies kunt u zich wenden tot Lehti Paul. Geen voorrijkosten.


zaterdag 25 februari 2012

Once you go black....

.....krijgt binnenkort een heel andere lading, een niet voorziene wending.

Welke 'black' kennen zij die ervan proefden? Surinamers? Ghanezen? Politiek correct Nederland denkt uiteraard niet in 'arme achterlijke zwartjes'. Zij omarmt haar goed geïntegreerde, gekleurde nieuwkomers. Met als kroon op deze acceptatie een gemengd huwelijk en mooie chocoladekindertjes. Maar was dit tot voor kort een uitzondering die de regel bevestigde, binnen afzienbare tijd zit iedereen aan de zwarte man...of vrouw. Of eigenlijk: aan de zwarte baas. Iets van die strekking las ik ergens. Onlangs. Maar waar?

Het doorbladeren van NRC, Volkskrant en de Groene van de afgelopen week, leverde mij niet de bron op die over de witte braindrain berichtte waarover ik wilde schrijven. Er werd niet over gerept in het journaal en ook een snelle zoekactie via google leverde niks op. Kuitenbrouwer waarschuwde voor een lawine aan non-nieuws, maar ook hij had beter kunnen scoren door wat verder te kijken. Zoals Anil Ramdas als correspondent deed. Die niet naar de plek des onheils ging om een ramp te verslaan, maar juist de andere kant op. Zelfs naar zijn overlijden moest ik speuren. Helaas gaat hij deze 'wende' niet meer meemaken. Zijn kinderen wel.

De krant staat bol van Griekenland. Dat Jan-Kees de Jager een gematigder toon moet aanslaan, dat zijn historisch besef tekortschiet. Weet hij dan niks van de herstelbetalingen van het Duitsland van na WO I? De sentimenten die dit had gevoed? Er was zelfs een paginagrote advertentie met de strekking: 'Wij arme Grieken zijn hardwerkende belastingbetalers, heb piëteit!'.

Ja, ik hèb piëteit, net zoals ik dat heb met de Italianen. Je loon gehalveerd (!) te zien is, àls je al een baan hebt, bijzonder zuur. De eerste mens die daarvoor in Nederland níet de straat opgaat moet ik nog tegenkomen. Maar met de benaming van 'belastingbetaler' heb ik moeite. Als moeder van kinderen door wiens aderen Italiaans en Grieks bloed stroomt, meen ik enig recht van spreken te hebben. De overheid is aan de mediterrannée tegelijkertijd iets begeerlijks (om er te werken, je wordt immers betaald om niets te doen) en afstotelijks (om er iets aan af te staan ten dienste van die nietsnut). Een overheid doet niks voor je. Behalve als je 'een mannetje' kent. Die natuurlijk niets met die overheid heeft. Of dat 'mannetje' vult zijn overheidssalaris (zwart) aan. Zo gaat dat daar. Zo wèrkt dat daar.

Maar Grieken hóeven helemaal niet op hun knieën voor Evropa. Hun redding kòmt niet van de kant waar zij (en wij) die verwachten. Een overzeese blik, over hun schouder, naar donker Afrika, biedt hen meer mogelijkheden. De Portugezen effenen alvast het pad. Laat De Jager maar meekijken. Want Nederland staat er niet best voor. Elf miljard hebben we met z'n allen geleend. Ook wij bezitten spullen die niet van ons zijn. Daar hoef je geen Griek voor te zijn.

Portugal kent, net als Griekenland, een historie van dictatuur en heeft een vrij jonge democratie. De overeenkomst die zij met Nederland hebben is hun handelsdrift. En bijbehorende koloniën. Met zwarten. Die werden verscheept. Nederlanders deden het met Ghanezen naar Suriname, Portugal deed hetzelfde van Angola naar Brazilië. En ze exporteerden hun taal. Hetgeen een hoop gezeik scheelt met die verplichte inburgering en zo. Hoogopgeleid Europa zoekt werk. De koloniën zijn booming.

Daar waar tot voor kort en gedurende dertig (!) jaar, een bloedige oorlog woedde, waar mijnen lagen, waar oorlogswezen en kindsoldaten het straatbeeld van Luanda bepaalden, bruist de Angolese hoofdstad nu van het leven. (Leer die naam maar vast uit je hoofd. Komt vast nog van pas: Lu-an-da). Bij de ambassades is het niet meer dringen voor 'fort Europa'. Het zijn nu de Portugezen die visa en werkvergunningen aanvragen om een graantje mee te pikken van opkomend Angola. De braindrain naar Brazilië is al langer aan de gang. De lonen daar zouden die van vergelijkbaar werk in Portugal voorbij streven. Zelfs Portugals voormalige kolonie Oost-Timor schijnt een rol te gaan spelen.

En voor de cynicus die dit alles als 'tijdelijke arbeidsmigratie' afdoet, Angola heeft al flinke aandelen bij één en straks drie Portugese banken en lonkt naar noodlijdende telecom en energiebedrijven. Portugal houdt uitverkoop. Angola heeft vele bodemschatten en is achtste olie exporterende land ter wereld. Olie, die in handen van de staat is. Wat nou privatisering? Hun eerste man, de Santos ('Heilige') koopt gewoon privebezit in Europa.

Gesputter over overlast veroorzakende immigranten en razzia's op zwarte schoonmaaksters in het Gooi? Het is een achterhoedegevecht. Ik ga mijn bakens verzetten. En zet om te beginnen de Braziliaanse hit van Michel Telo op. Kan ik mooi Portugees leren. Best handig. O, maar dat is een blànke? Misschien kan ik beter Capoeira leren. De door de Angolese slaven naar Brazilië gebrachte dans-vecht sport. Waarbij de beoefenaars elkaar niet mogen aanraken. Dat was een voorwaarde van de blanke kolonisator. Klinkt het je te exotisch? Ach, wen er maar vast aan (vanaf 55 sec. wordt het echt spannend).

En nu nog even opzoeken waar de Ghanese ambassade is gevestigd.

Toch wel spijtig voor de Grieken dat er elders op de wereld zo weinig Grieks wordt gesproken.