Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

donderdag 26 april 2018

Diepe vloeistof en gesnurk

De man in de coupé naast me was omringd door drie meisjes, of meiden, of jonge vrouwen. Waarom bestaat er in het Nederlands toch geen equivalent voor het prachtige Italiaanse 'ragazza'? , als men een vrouwspersoon tussen de twaalf en dertig bedoelt (ragazzo als het een kerel, vent, gozer, jongeman betreft). Laat ik ze 'dames' noemen, daar kun je alle kanten mee op. Hoewel, u zult bij die term wellicht niet meteen een tattoo onder een netpanty voor ogen hebben. Of aan geblondeerd haar, een neuspiercing, een groene trui en roze Dokter Martins denken.

De dames waren jong en ze wilden wat. Toen ze hun mond opendeden kon men horen dat ze uit betere kringen kwamen. Toen ze uitstapten maande de blonde de anderen zelfs aan om hun spullen te 'rassembleren'. Nou, dan weet je het wel.

De jongen van het stelletje achter me ging steeds luider te snurken. De ragazza die op zijn schouder rustte leek er geen last van te hebben.

Die van dat rassembleren was de meest aanwezige van het stel, de informele leider. Haar gevolg -anders kan ik haar vriendinnen niet noemen- wist te vertellen dat ene Jochem/ Niels/ Max haar leuk vond. Dat had hij gezegd. 'Nou', was het antwoord, 'daar had hij dan niks van laten blijken.'
'Maar hij vind je echt leuk hoor.'
'Dat vinden er wel meer', antwoordde de blonde en staarde emotieloos uit het raam.
Zoveel zelfvertrouwen was blijkbaar ook voor haar gevolg wat veel van het goede. Het bleef even stil. Op het gesnurk na.

Het onderwerp verplaatste zich naar exen. Hoe lang het nu al uit was met Max/ Jochem/ Niels. En met wie hij haar of zij hem dan had gecheat. Toen biechtte de stille dame met de Dokter Martins iets op over 'vroeger'. (een dergelijke uitspraak 'Toen ik nog jong was', had me in mijn begintijd in Italië daverend hoongelach opgeleverd. Ik was zestien. En not amused). Maar Dokter Martins vertelde dat ze escortdame had willen worden. Vroeger. Dat kon gezien haar leeftijd hooguit twee jaar terug zijn geweest. Of misschien had ze die droom al op haar twaalfde.

Ze kletsten over sugababes en vroegen of Niels/ Max/ Jochem nu vrienden 'met benefits' waren? Toen de gespreksstof opdroogde, werd de jongen die al die tijd met zijn koptelefoon op tussen hen in had gezeten opeens interessant. De dame met de tattoo mocht ook even luisteren. De jongen vertelde over 'Dance floor neuro', 'Crossover' en 'Deep liquid'. De koptelefoon ging gauw weer af. Ze vond het maar niks.

Gelukkig snurkte de man achter me niet zo hard als 'diepe vloeistof

woensdag 13 december 2017

OV-les voor een verloren Vlaming

Of de trein ook naar Eindhoven gaat, wil hij weten. Het scherm naast de schuifdeur met stations en aankomsttijden zegt hem schijnbaar weinig. Ik vermoed dat hij één van de zogenaamde laaggeletterden is waar de kranten vol van staan. Maar ik heb me vergist. Als de trein vertrekt, vraagt hij of Schagen het station is waar we vandaan komen. Ik begrijp zijn verwarring. Eindbestemming Schagen staat boven in het scherm. Niet echt logisch met de stations die nog gaan volgen er onder.

Vanonder zijn grijze sluike haar kijkt hij me vragend aan, hij heeft nog nooit van Schagen gehoord. Maar ook dat valt te snappen want hij komt uit Leuven. En ik moet toegeven zelf ook geen provincieplaats in België te kunnen opnoemen. Heeft ú wel eens gehoord van Zinnik, Nineuve of Deinz?

De trein rijdt langs de rookpluimen van Geleen. Hij vertelt daar wel eens te zijn geweest 'met den vrachtwagen'. Maar hij was er verloren geraakt. Hij raakt ook verloren na zijn toiletbezoek. Turend over de zwijgende hoofden vraagt hij hardop: 'Waar zat ik ook alweer?' Na mijn weinig beleefde  'hier', ploft hij opgelucht met zijn grote lijf weer tegenover mij neer. Ik ben het enige kenmerk van 'zijn plek', hij heeft niets bij zich.

Hij vertelt dat hij te veel werkte en daardoor zijn huwelijk om zeep hielp. Maar de echte boosdoeners zijn volgens hem de Polen en Roemenen. Die de werkdruk opvoeren en hier nog willen wonen ook. In een mislukte poging deze verloren Vlaming enige nuance te bieden op zijn wereldbeeld, vertel ik over de Polen in de bouw en dat wij als consument alles steeds goedkoper willen. Maar misschien is mijn preek meer bedoeld voor de over hun smartphone aaiende medereizigers. Of wil ik hem vóór zijn, voorkomen dat hij en public gaat vertellen hoe hij zijn vrouw met een ander in bed aantrof. Het verdiende goed, maar hij was altijd aan het jagen om op tijd thuis te zijn. Nu is hij zijn rijbewijs kwijt. En zijn vrouw. Hij lijkt zo te zijn weggelopen uit een film van de gebroeders Dardenne 

Wat zou hij in Eindhoven te zoeken hebben? Een plots opgedoken zoon die hem wil zien, een rechtszaak wegens openbaar dronkenschap, of wordt hij gebruikt om een pakje de grens over te krijgen? Misschien gaat hij op het vliegveld een Thaise huisslavin ophalen die hij uit een map met foto's heeft uitgekozen. 

Op station Weert tuurt hij aandachtig naar het perron en vraagt me waar die paal voor is. Ik verruil mijn rol van bekeringsfanaat in die van kleutermoeder: 'Daar kan de brandweer water uithalen als er brand is.' Maar hij bedoelt iets anders: 'Waarom lopen ze langs die paal?' Geduldig haal ik mijn chipkaart tevoorschijn en leg hem het Nederlandse OV-systeem uit. Hij vindt het knap wat men allemaal kan. Hij laat me zijn papieren ticket en geprinte treintijden zien, vraagt zich zenuwachtig af of hij vanavond op tijd weer in Leuven zal geraken. Met een half uur overstaptijd in Luik moet dat lukken. Of zou hij Liège niet herkennen als Luik? Ik wijs hem op de QR-code op zijn ticket, dat ook hij moet scannen als hij een poortje tegenkomt. 'We zijn er bijna', zegt hij, en veegt na het rollen van zijn shaggie het krum van het tafeltje. 

Als ik in Eindhoven uit het raam kijk naar de mensen die tussen de sneeuwresten door schuifelen, zie ik alleen zijn bruine capuchon. Het peukje dat er onder vandaan steekt brandt nog niet. Kennelijk heeft hij mijn advies opgevolgd om dat pas buiten het station op te steken. 

maandag 7 augustus 2017

Stationshelden en sportpassanten

De rode kralen van haar ketting kleuren goed bij de bloemen van haar bloes. De hals is wijd. Er loopt een klein spinnetje over haar semi nonchalant opgestoken haar. Misschien voelt ze mijn blik op haar blote hals, op de rode delta's die me zonder haar gezicht te hebben gezien, laten weten dat ze ouder is dan ik. De man naast haar ziet het spinnetje niet. Ze kijken beiden naar buiten, naar dezelfde kant van de bus. Onder het zwarte colbert van de kalende man, piept de kraag van een blauw-wit geblokt overhemd. Veel te heet voor een augustusdag naar mijn smaak. Maar het lijkt me geen man die T-shirts in het openbaar draagt. Het stel lijkt me sowieso niet het soort mensen dat de bus neemt. Als we uitstappen zie ik dat haar gelakte schoenen ook rood zijn.

Een jongetje van een jaar of tien met Chinees voorkomen en een enorme nerd-bril passeert me rakelings terwijl hij aandachtig op zijn schermpje tuurt. Aan de achterkant van zijn smartphone zit een beertje. Uit zijn rugzak steken twee regenboogvlaggen. Misschien vindt hij ze mooi. Hij lijkt me wat jong om net alleen te zijn teruggekeerd van de Gay-pride in Amsterdam. In homofoob Italië staan regenboogvlaggen symbool voor vrede. Zo ontdekte ik vorig jaar bij de 'Camino della pace' (vredestocht) naar Assisi. Geen idee wat de Chinese symboliek achter regenboogvertoon is.

Op deze dag strijdt het Nederlands elftal van Leeuwinnen in Enschede om de Europese titel, wordt in Groningen de Mollema-toer gehouden en hier in Maastricht is er de zogenaamde 'Iron Man'. Waarbij deelnemers vier kilometer zwemmen, honderdtachtig kilometer fietsen en daarna nog een heuse marathon lopen. Van sport en fanatisme heb ik nooit veel begrepen.

Ik ben te vroeg op het station en zoek, net als andere uitstervende stervenden, een hoekje voor het station waar ik voorbijgangers zo min mogelijk last bezorg. Rookcoupé's, -zones en palen verdwijnen. Terwijl ik mijn shag met daarop een blote man in foetushouding, die impotentie moet uitbeelden en het bevel 'Hör auf jetzt' tevoorschijn haal, word ik aangesproken door een lotgeval. Of ik ook Frans spreek en misschien weet hoe hij in Visé komt. Van Visé had ik tot gister nog nooit gehoord. In mijn steenkolenfrans leg ik uit dat de trein naar Luik er stopt. Hij is daar aan het werk en doet op zijn vrije dag een dagje Maastricht. Zijn collega's houden meer van zitten en zuipen. Niks voor hem, zegt hij. hij loopt liever wat rond, kijkt naar mensen en gaat op eigen houtje terug. Hij vraagt of ik uit Zwitserland kom, waar hij als Italiaan een tijd heeft gewerkt. We schakelen over op zijn moedertaal.

Als om twee uur de geel blauwe trein uit Eindhoven traag richting stootblokken kruipt en na het open knallen van de deuren een nieuwe lading reizigers uitspuugt, duurt het nog lang voordat ik Leo zie. Zijn tent, matras en slaapzak zijn samen met de hopen half beschimmelde was loodzwaar. Hij wacht moeders op aan het eind van het perron. We duwen de campingzooi in een kluis en hij praat me bij over zijn jongerenvakantie in Zuid-Frankrijk. Op een terras van 'Cucina 50' wordt speciaal voor ons een parasol uitgeklapt. voorbijgangers stoten er hun hoofd tegen. Leo nipt van mijn roze Kriek die ik niet lekker vind en hij gelukkig ook niet. Dan zet ik hem weer op de trein naar Luik, waar zijn vader en broertje hem opwachten. De trein is oud, de bankjes hard maar voordeel is wel dat de raampjes van dit bejaarde materiaal open kunnen. En zo zwaai ik Leo nog lang na als hij met wapperend haar uit zicht verdwijnt. Als in een film van lang geleden.

's Avonds klinkt er gejuich op boven Mosa Trajectum. Voor winnende Leeuwinnen of voor een halfdooie Iron man die op een podium wordt gehesen. Ik zelf ben vooral blij te horen dat Leo goed is aan gekomen op het station van Luik. Dat wel iets wegheeft van een glazen Olympisch stadion
.











woensdag 14 juni 2017

De kunst van gelatenheid

Wat er aan vooraf ging: 'Welcome to Italy'

Naarmate de shuttlebus verder Rome binnendringt, verdikt het verkeer en de stad en veranderen de voetgangers van kleur. Op de stoep voor diepe pijpenlades vol prullaria hangen Oosters ogende neringdoenden rond. Bengalen brengen onderbroeken voor een euro aan de man op grote tafels waar naar hartenlust in wordt gegraaid. Afrikaanse vrouwen in kleurige gewaden, een man in een djellaba en slenterende Rome-gangers in korte broek met een rugzak op hun buik. Aan het begin van via Appia nuova wordt uit de metro-ingang een vrouw met rolstoel en al de trap opgetild. Zo gaat dat hier.

Als de bus achter station Termini wil parkeren, loopt er een langharige man blootsvoets dwars over de parkeerplaats. Hij heeft alle tijd. De bus wacht wel. Misschien wacht er elders op de wereld ook wel iemand op de zwerver. Maar mijn trein wacht niet op mij. Ik doe geen poging hem te halen omdat ik weet dat mijn trein vanaf een perron vertrekt dat tien minuten lopen van de grote hal ligt. Over een uur gaat de volgende. Ik koop een kaartje, een broodje en een flesje water. Mijn briefje van vijftig wordt zorgvuldig bestudeerd: "Het is niet om ú mevrouw, maar Napoletanen brengen veel vals geld in omloop." (altijd goed om mensen die zuidelijker dan jijzelf wonen te betichten van slecht gedrag). Twee militairen houden de wacht voor het station. De lage avondzon maakt mooie schaduwen van voorbijgangers.

Als ik uren later in Terontola wil overstappen, wordt er omgeroepen dat de aansluiting één uur en vijftig minuten vertraging heeft. Er heerst ongeloof onder de wachtenden. Geen spoor van boosheid of paniek. Zo gaan dingen hier nu eenmaal. Twee studenten gaan een ijsje halen. Een even magere als mooie donkere vrouw met lange vlechtjes praat in een onverstaanbaars soort Frans. Een groep Chinezen gaat op zoek naar iets eetbaars. Als een meisje terugkomt met een pizzadoos neemt ze geen moeite om de sottopassaggio te nemen, maar kiest de kortste weg over de rails. De perrons liggen hier laag. De wind die wordt veroorzaakt door een even later langs denderende trein geeft verkoeling. Een jongeman gaat vrolijk hangen in de orkaan, anderen houden angstvallig hun tasjes vast. Als de trein voorbij is hangt er heel even de geur van vers gezaagd hout. De cadans verstomt in de verte, krekels nemen de nacht weer over. 

De vrouw die doodmoe naast me op het bankje zit blijkt langer onderweg te zijn dan ik. Ze vertrok gister uit Buenos Aires en gaat naar een congres over wol in Assisi. Ik had vanmorgen niet kunnen bevroeden dat ik om middernacht een college over de genetica van lama's en alpaca's zou krijgen in het Spaans. We worden vriendelijk gegroet door twee nonnen.

Dan vraagt een jonge vrouw of iemand in is voor een biertje. Ik haak met een andere man bij haar aan. Bij 'Bar Sport' gaan de rolluiken net dicht. Op het terras van het tegenover liggende café zitten twee mannen te kaarten maar binnen is het donker en verlaten. Verderop, bij 'De roze Olifant' brandt nog licht. Naast bloeiende oleanders en met geurende lindebloesem boven ons, vertellen we elkaar onze levens. Het meisje blijkt als tienjarige te zijn geadopteerd uit Rusland en spreekt Italiaans met een accent uit Calabrië. Ze studeert rechten en vertelt over haar verloren, Russische taal, die ze als kind weigerde nog te spreken. Ze had gister ruzie met haar vriend en trots weerhoudt haar ervan hem nu te bellen. De man studeert filosofie, verbrak drie maanden terug zijn relatie en bestiert sinds twaalf jaar een uitgeverij. Helaas schrijf ik mijn boeken niet in het Italiaans, anders had deze vertraging nog een mooie wending kunnen krijgen. Het meisje bietst een shaggie maar ziet er toch van af als blijkt dat ik geen los filter heb om er in te rollen. Ze is verbaasd te horen dat dat in Nederland kennelijk geen gewoonte is. Dan belt haar moeder. 

We keren bijtijds terug naar het station. Waar heel punctueel, één uur en vijftig minuten na de geplande tijd, de laatste trein voor onze voeten stopt. Reizigers uit alle delen van de wereld stappen in. Geen van hen zal ik ooit terugzien.

woensdag 18 januari 2017

Bevend in Italië

De wandeling over de Via Appia, waar naast mij vooral cruisende Romeinen rondwandelden, had ik overleefd. Ook de ontmoeting met de Siciliaanse studente en die met meneer 'Robin Hood' op het station van Casabianca (Witte huis) leverden verhalen op die mooi waren om naar te luisteren.

In Rome was het 's middags warm geweest. In Terontola, mijn laatste overstapstation, vluchtte ik vanwege de snijdende kou café Sport binnen. Ik klapte mijn laptop open op het minuscule tafeltje maar het scherm bleef zwart. Of dat aan de accu lag, of dat het kasseienhobbelen het ding fataal was geworden, kon ik niet nagaan omdat het stopcontact niet paste op de computerstekker. Of zeg je zulks andersom?

Ach ja, stroom. Ik hoor nu dat er in de naastgelegen regio Abruzzen, vierhonderdduizend mensen zonder elektriciteit zitten. Ik hoop maar dat zij wel reserveaccu's hebben. Daken dreigen te bezwijken onder het gewicht van de sneeuw, die op sommige plekken meer dan een meter hoog ligt. En dan gaat de aarde ook nog beven.

Na de tweede beving, die ik voelde omdat de palletkachel waar ik tegenaan leunde bewoog, ben ik maar inkopen gaan doen. Daar was veel winkelpersoneel aan het bellen en moeilijk aanspreekbaar. Zelfs bij de kassa werd ik met één hand bediend, terwijl er vrolijk werd doorgepraat. Beleefd wachten tot ze klaar was met bellen was niet nodig, zo gebaarde ze.

De reden van dat fanatieke bellen was nu eens niet om overdreven interessant te doen, maar omdat alle kinderen in Midden-Italië op straat waren gezet. Eerst moesten ze onder de tafels kruipen, maar daarna werden ze toch maar naar huis gestuurd. Best lastig, als je ouders in een winkel staan en ze je niet kunnen ophalen.

Maar men kan in dit land de klant kennelijk ook bellend bedienen, want ik keerde terug met de juiste inktcardtridges (mijn vliegticket moet nog geprint), een doucheslang die niet in de knoop kan (ik kan er het klussen niet laten) en zes kilo pasta die ze in Holland niet hebben. Althans, niet voor veertig cent per pak. De bavette (slijmpjes) en linguine (tongetjes) kunnen het gat dat in mijn koffer achterbleef van de
Groninger koek mooi opvullen.

En het is hier koud. Niet dat de temperatuur hier gauw onder nul daalt, maar de Tramontana, de wind die uit de bergen komt, snijdt dwars door drie broeken heen. En die hou ik hier binnen, net als mijn bergschoenen, nu toch maar aan. Nu om half drie net de vierde, of was het de vijfde beving de lampen deed slingeren. Overigens schijnt er hier sinds augustus 2016 elke vier minuten een aardbeving te zijn.

Uit mijn Italiëtijd weet ik me nog te herinneren dat mijn vingers er bijna afvroren als de Tramontana blies. Vooral als ik een poging deed de was buiten op te hangen. Nu lijken mijn vingers te verkrampen als ik het thuisfront per Whattsapp schrijf dat het hier met de schade vooralsnog meevalt.

Tot zover de berichtgeving uit bevend Italië.











vrijdag 7 augustus 2015

Onderweggenoten

Kantoorklerken spoeden zich, samen met trager sjokkende toeristen, richting station. De broodjes die de kinderen vanmorgen voor me smeerden smaken goed. Rechts van mij tuttelt een moeder met honderd kroesvlechtjes met haar baby. Links van mij wordt de dag, of het leven, of voetbal, of god mag weten wat besproken. In het Arabisch. 

Een hooggehakt groen broekpak klikt voorbij. Flarden Afrofrans. Een man leest lopend een boek. Een gouden dasspeld blinkt in de zon onder een rode jas. Net flets genoeg om niet op te vallen in de massa.

Vertrekkend volk. Wachtenden. Jaar in, jaar uit, eeuwenlang. Een station als een roman zonder einde.

Een marineblauwe dame met bijpassende hoofddoek praat met de I-phone aan haar oor. Een bebaarde hipster lijkt, ondanks zijn honderd plus kilo, te huppelen op zijn muziek die via snoertjes naar zijn oren loopt. De cabrio die langsbromt is minder discreet. 

Op de tas van een Griekse vrouw pronkt een paars vrijheidsbeeld. Ze peutert in haar neus. Als haar vriend niet tegen haar had gepraat, wist ik niks van haar oorsprong. Op de trap stopt een vrouw in Berberkleding met een kolossale tas op haar hoofd. Het meisje aan haar voeten weigert verder te lopen. Maar moeders kan het kind er niet bij dragen. Ze komt ergens vandaan. Gaat ergens naar toe. Net als ik.

Mijn trein had vertraging en ik miste mijn aansluiting. Gelukkig was hij niet afgelast. Of uitgelast, afgeschreven of hoe heet dat hier in Vlaanderen ook al weer? Amai!

In Luik praatte men 'un beetje' Nederlands. Een Turk veegde de druilregen met een wisser van zijn  terrastafeltjes. Zijn koffie was goedkoop maar niet Italiaans. Station Liège Guillemins, van architect Calatrava, was te groot voor het scherm van mijn smartphone. En ook de voorbijgaanden in Brussel, zijn meer dan ik in één logje kan vangen. Er schijnt een winderig zonnetje.

De geparfumeerde man die naast me in de trein zit, drinkt vast vaker cola dan ik. Bij hem springen tenminste geen tranen in de ogen. De jongen vóór mij hangt met geblindeerde ogen over twee stoelen. Net als zijn twee vrienden lijkt hij de mensen die in onvervalst Rotterdams op hen foeteren niet te verstaan: 'Je reist toch same, ga dan bij elkaar sitte!'

Mijn vakantie is voorbij. De kinderen gaan verder naar Frankrijk met hun vader. Maar ik kan het moederen niet laten. Bij Maline, of 'Mechelen' zo u wilt, spreek ik de geblindeerde jongen aan. Een bits 'I don't speak English' is het antwoord. Maar na 'Le train est plain, vous occupez deux place', schuift hij toch verveeld zijn voeten in zijn hagelwitte Adidasstappers en gaat rechtop slapen. Naast hem verdiept een donkere man zich nu in de Franse versie van 'De Wachttoren'. Buiten draaien windmolens en wacht het gouden graan om te worden geoogst.

In het kruisverhoor waar de Portugese gladjakker zijn Amerikaanse buurvrouw achter mij aan onderwerpt, wordt van Engels via Frans naar Spaans geschakeld. Ik denk aan de hoofdpersonen in Gipharts 'Ik ook van jou', dat ik halfgelezen teruglegde in de campingkantine. Over twee jonge versierders in een kano. Ook ik trok gister een kano door het laagstaande water van de Amblève. In het kielzog van mijn vlot voortpeddelende kinderen. Die nu verder zuidwaarts gaan. 

Achter me antwoordt  het meisje op de vraag of ze ook 'niños' heeft. . . of wil: 'Tengo solo veinte años!' Ze lacht. Maar ik zie haar niet.
Mijn ouders wachten met eten in Amsterdam.




















woensdag 31 december 2014

Gezien en verdwenen in 2014


In hartje Groningen werd het honk van Vindicat gesloopt. Inmiddels is er tien meter verderop een nieuw stulpje voor de drinkebroers verrezen.

Ook het vierhonderd jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels gevierd.
Zij gaan zelf zo te zien voor infinity.



Maar feesten doe je anno 2014 niet alleen maar in het centrum, ook een sportveld op Zernike leent zich goed om hossend en hijsend een nacht door te halen.
de day after vonden mijn twee jongsten de voetbalwedstrijd van hun grote broer ernaast maar saai. Bierbekertjes rapen is dan een welkome zondagmiddagbesteding.

Mijn eigen kater verdween dit jaar zonder nader bericht. Ja, eerst wel. Toen werd ik elke maand gebeld dat er 'zo'n prachtige poes' in een of andere uithoek van de stad rondzwierf en met de vinder mee naar binnen liep. Maar toen mister James zijn hangertje verloor, belde er niemand meer. James koos zijn eigen huis.








Op mijn eigen fijne plek, waar ik twaalf jaar woonde, geniet nu een ander gezin van het uitzicht over Groningen. Ik heb nu geen 'room with a view' meer, maar huur een huis met tuin. Met muizen.

En met zo'n veldmuisje kan de zus van James, die wel bij mij bleef wonen, eindeloos spelen. Waarna ze hem, onder luid gekraak, oppeuzelt.
Gelukkig lust ze geen kamelen. Ik daarentegen wel weer.








Maar ik hou toch meer van zoetere zaken.
Machtig. Buiten. Espresso. Rome. 
Alwaar sommige uitzichten die in Groningen dan weer overtreffen. (de RE- en de -A zijn hier van de foto gevallen)
Het verbaast me altijd hoeveel wegen er naar  Rome leiden en hoe moeilijk het is om er weer weg te komen. Treinen vertrekken vanaf perrons die drie kilometer van de hal liggen. Autoverhuurbedrijven willen werkgeversverklaringen of achthonderd euro borg aan contanten (ja, inderdaad een creditkaart mag ook. Maar die heb ik niet). Daar komt nog bij dat organiseren niet mijn kernkwaliteit is dus missen we de bus, en die andere en....











Wat dan wel weer fijn is, is dat ik een ster ben in toevalligheden. Zodat we tijdens een zeer onlogische route voor een rondleiding over het erf, het gemiauw van kat Lucrezia hoorden. Ze was al twee weken spoorloos. Maar de Italiaanse moederkat is tenminste weer uit de put.
Nog even over die 'Paultje met het paarse krijtje', het mooiste kinderboek dat er bestaat, die stond deze zomer zomaar in mijn tuin. Hij paste er niet meer helemaal op, maar in het echte leven past soms ook niet alles. Hij tekent zijn eigen wereld, die wij onszelf dromen, maanlicht dat we najagen, verlangen, vragen, angsten waarin we verdrinken, omdat ons krijtje gaat trillen van angst en zo golfjes maakt.

Maar met datzelfde krijtje kun je ook pasteitjes tekenen. Of een mager rendier om de restjes daarvan te komen opeten. Of een schele agent die de weg wijst (de weg die je toch al wilde inslaan).

En uiteindelijk kun je zelfs je eigen bedje tekenen. En dan gelukkig in slaap vallen.

Teken je eigen leven. En als je geen paars krijtje hebt, dan kun je zelf goed om je heen kijken. Zien wat je wilt zien.
Of vraag het anders aan een kind. Dat jong genoeg is om het te begrijpen.


Deze Paul zoekt ook haar bedje op.
En wordt pas volgend jaar weer wakker.
Slaap lekker lieve lezers.

torno subito = ik ben er zo weer :-)