Posts tonen met het label water. Alle posts tonen
Posts tonen met het label water. Alle posts tonen

donderdag 29 oktober 2015

Esnaad

Esnaad. Da's geen vrouwennaam, zo op het eerste gezicht. Of zouden schepen voor Arabieren geen vrouwen zijn? Zo mijmerde ik over het kolos dat ik bij de werf te Foxhol zag. Eigenlijk zijn het er meerdere. Esnaad 222 en Esnaad 224. En acht maanden geleden werd nummer 221 te water gelaten.

Misschien zijn nummer 1 t/m 220 hen wel voor gegaan. Oostwaarts. Want thuis leer ik dat ze onderdeel zijn van Adnoc. Dat staat voor 'Abu Dhabi National Oil Company'. Iets met het Midden-Oosten en olie van de overheid en zo. Waar Esnaad zelf voor staat weet ik niet. De computervertaler maakt er na een heen-en-weer-vertaling (de vertaling van het Arabische woord إناد weer opnieuw laten vertalen) 'referentie' van.
Referentie? Aparte naam voor een schip.

Het is mooi om te zien hoe er aan zo'n schip gewerkt wordt. En te horen. Metaal galmt zo lekker. Door een loods, over het water.


Het (hij?, zij?) kan 'boorvloeistof, brandstof, drinkwater en projectlading op het 475 vierkante meter metende werkdek vervoeren'. De bootjes die vanuit het Midden-Oosten deze kant op varen zijn minder zeewaardig. Maar ja, daar zitten dan ook mensen op. Dat scheelt.
De overeenkomst met de Esnaad is wel dat je ook van haar natte voeten krijgt. En dat je vervolgens moet rennen. Kijk zelf maar.


Verderop langs het Winschoterdiep passeer ik nog Archelle, Bernadette en lady Ariette.
De poorten gingen statig voor hen open.
En ik moest wachten.
























woensdag 31 december 2014

Geweldig 2013

De meest vredelievende boer van Italië die ik kende kon zijn oogst zelf niet meer zien. Maar zijn boontjes smaakten goed.

Die zomer trok ik de plantjes met wortel en al uit de grond. Het viel me minder zwaar doordat ik dit samen met L. deed. Onder vier ogen, in de bloedhete uiterwaarden van de Tiber, die geen oren heeft. Tranen vermengden zich met het zweet op zijn bezwete blote bovenlijf. "We zouden goed draaiend houden boerderij, met wij drie",  zei hij, "Jij, ik en zij". De boerin, voor wie hij op eieren liep. Maar dat is precies wat ze niet wilde.


In de herfstkleurige varens in de Douro-heuvels, bij Porto schuilde ik onder een eeuwige steen met mijn lief, toen daar de grijze hemel huilde.
De steen leek te lachen en huilen tegelijk,  zonder te kunnen zien.







In november was er in Nederland een ander soort geweld. Bomen die ouder waren dan ik, braken als luciferhoutjes, vielen op daken en huizen. Versnipperaars draaiden overuren. De restanten werden per schip vervoerd. Maar dat kon ik niet zien.


In dit lege doosje in Wartens, Friesland, hebben nooit lucifers gezeten. Wel kun je er schuilen voor regen of wind. Maar misschien kun je er ook wachten op een bus. 'Sakerhets tandstickor met OV-oplaadpunt', klinkt als twee tijdperken die zich maar moeilijk laten mengen.







In deze zakken zitten twee werelden verstopt. Super Basmati Rice India..... met een plaatje van het Azadi monument... in Teheran?
Weten jullie het nog? In het pre-Isis, pre-Gaza-plat, pre-MH17 tijdperk? Irani's waren het niet eens met de herverkiezing van Ahmadjinedad en protesteerden daar openlijk tegen. Iets wat sinds 1979 niet was gebeurd. Er gloorde hoop.
Horen we nooit meer wat van. Het plaatje van het gebouw waar ze toen op klommen, pronkt nu op zakken rijst uit India.




Dichter bij huis, pal voor mijn deur zelfs, stond  me eind 2013 het huilen nader dan het lachen.

Sinterklaas kwam zich mijn Tomtom toe-eigenen en de Kerstman deed er nog een schepje bovenop door het gereedschap mee te nemen. Niet dat Sant Claus graag klust of zo, want hij bood het -z.g.a.n.- na de jaarwisseling voor een prikkie aan op marktplaats.



Genoeg getreurd.
Blijven hangen in oud zeer is niet mijn stijl.
En ik loop ook nog eens een jaar achter.

Dus hop hop hop, Paultje.
Richt je blik op wat nog komt,
kleur de wereld vrolijk paars,  
En teken je eigen dromen.

dinsdag 25 september 2012

l'Estate torna ancora



















 






























Vorig jaar zomerden we onder meer in Berlijn, tussen de maffiosi op Sicilië en op het Noordzeestrand. De plaatjes die hier staan schoot ik dichter bij huis: in Groningen en Friesland. Maar ook deze 'estate' is alweer ten einde en ging weer veel te snel. De kachel brandt, mijn handen voelen koud. Maar hij komt terug hoor, de zomer. Tenminste, als ik Bennato moet geloven. 

Ben je er klaar voor? Zijn de stoelen aan de kant? Open dan het laatste linkje en ga lekker los. 
Dansen we rock & rollend naar de volgende zomer. Krijg je het warm van.

woensdag 11 juli 2012

Poep, s.eks en andere nattigheid (deel 2)


Waar was ik ook alweer gebleven? O ja, in een overstroomd kunstenaarsatelier. Waar ze deze zondag trouwens open dag houden. Ja, niet in die kelder, hè. Daar ook niet stiekem gaan kijken dus. Dat gaat ook vrij lastig, want ik kan er niks over vinden op internet. En wat niet op www staat, bestaat niet. Maar ik was daar dus wel.
 
Gewapend met twee trekveren, laarzen, rubberhandschoenen en, niet te vergeten, mijn onafscheidelijke Canonnetje, (dat ik, na drie weken zoeken, inmiddels had gevonden in één van mijn lang niet gebruikte werkschoenen) daalde ik de trap af. Want ik maak, zoals het een moderne ZZP-er betaamt, foto's van mijn werk. (Joost mag weten wat plaatjes van een rioolbuis vóór en ná de ontstopping voor meerwaarde hebben op een website, maar dit terzijde)

De overall die ik droeg, had ik thuis van de stapel 'nog te naaien' gepakt. Maar dat dóe ik dus nooit, naaien. Zodat de kleren van mijn kinders, tegen de tijd dat hun broek of shirt weer heel is, het niet meer passen, of nee, de kleding past hen niet meer, nou ja, ik bedoel, ze zijn dan inmiddels te klein. Die kleren dus. Leo en Kees zullen wel denken; als mama gaat naaien, gaan wij spontaan groeien. Maar deze werkbroek was, zo wist ik, niet ècht stuk, er zat slechts een gat in de zak, de rechter om precies te zijn. En aangezien overalls overal zakken hebben, deed ik het ding toch aan. Sleutels linksonder, mobieltje in de nog niet kapotte rechter onderzak, duimstok, zaklamp, ik was er klaar voor.

De trekveer kon er aan beide openingen helemaal in. Maar de verstopping bleef. Tijd voor plan B; een rioolclisma. Ik rolde het verlengsnoer uit om krachtstroom van de buren af te tappen -men moet in dit soort gevallen geen halve maatregelen nemen-. De dichtstbijzijnde kraan was helaas niet te gebruiken want koperdieven hadden de waterleiding ontvreemd. Ik ritselde een twintig meter lange tuinslang en stelde de temperatuur van de hogedrukreiniger in op 90 graden Celsius. De rolluiken gingen wijd open want het inhaleren van de dieseldampen, waar het ding op liep, leek me, zeker in combinatie met de weinig verfrissende lucht van rottende kunstwerken, niet bijster gezond. 

Tja, en nu ik twee logjes lang spanning heb opgebouwd, heb je als lezer wel recht op een clou van formaat. Maar er is niets opzienbarends, geils, kinky of schokkends. Meer iets van een anti-climax. Een domper.
Voel je al nattigheid?
De Canon-camera had ik in mijn rechter broekzak gestopt.
Ja precies, díe. 
Ik durf niet meer verder te schrijven.
Visualiseer zelf maar iets.
Ik ga intussen even huilen..............

En ja, wat kon ik anders dan mijn cameraatje, zeg maar gerust camerMaatje van de laatste vier jaar, zorgvuldig afdrogen? Ik nam me voor om het ding bij thuiskomst in de rijst te stoppen. Zoals ik vorig jaar ook al eens deed. Toen mijn apparasie 's nachts op een camping in het bos, buiten, tussen de drankflessen, een zomerse onweersbui over zich heen kreeg. De morning after zagen de foto's die ik probeerde te maken er uit zoals hierhaast. En er was die dag geen mist.


Maar rijst brengt geluk. Want ik heb hierna nog duizenden foto's gemaakt. Die niet wazig waren. En nu ligt ie er opnieuw in. In de toverrijst, zoals Olijf het noemde. 

Mijn arme canonnetje. Arme ik. Weet je wat? Ik hou me voortaan bij m'n leest. In real life èn op het net. Voortaan geen verstoppingen meer, maar schilderwerk en kranen en deuren en kasten. En hier zal ik braaf blijven bloggen over vakantie, het rooien van aardappels, ziekte, de toestand van de wereld en natuurlijk kinderen. Kinky bloggers genoeg. Voor wie nog een leuke wil lezen, vers van de pers: Luna van Maanisch schreef over dat veel mannen menen dat het leuk is in het gezicht te spuiten. Nee, vrees niet, dit is geen lus naar mijn rioolklus. Maar wel lezen hoor. Ze is broodschrijver. En is leuk.

En geloof het of niet..... Mijn apparasie ging, zomaar spontaan, na drie dagen in een bak Pakistaanse basmatirijst, aan!
en weer uit...en weer aan

'Stel datum en tijd opnieuw in' meldde de display.
Laat ik dat maar doen. Resetten heet dat geloof ik. Doe ik met mijn Mac ook wel 's. Als mijn kinderen teveel troep downloaden. Zoals het nummer 'Blow my whistle'.
Hè, blow my whistle? Dat zal toch niet?, dacht ik nog. Wel dus.
Hier* luistert mijn zoon van elf dus naar:

Girl I'm gonna show you how to do it
And we start real slow
You just put your lips together
And you come real close


Maar ìk hou het voortaan kuis hoor.
Ikke wel.
De vraag is alleen voor wie.
-----------------------------

*De link mag je zelf opzoeken, ik maak geen gratis reclame voor die gast. Het nummer schalt al door elke supermarkt. Lees dan liever Luna. Daar steek je meer van op.

maandag 9 juli 2012

Poep, s.eks en andere nattigheid


Tussen het smeren van mijn lunchpakketje en het afwassen van de ontbijtbordjes door, valt mijn blik op de krantenkop: 'De kinky seks raakte een snaar'. En ja, op z'n Vlaams gezegd, 'ik ben ook maar ne mens'. Dus snel de klodders appelstroop van tafel vegen, sensueel stukje chocola erbij, dat ik half gesmolten zo van mijn nog warme vochtige afwashanden aflik, en gauw lezen wat dat kinky zoal behelst.

Ene mevrouw James heeft een bestseller geschreven over, jawel, seks. Nee pardon, haar boek gaat over líefde 'Alleen seks had nooit dit succes teweeg gebracht', zegt ze. En ze deed ook riesurtsj (waarom heet dat heden ten dage niet meer gewoon 'onderzoek'?) naar SM, macht, pijn, dominantie.

Grunberg doet in zijn cursiefje ook een duit in het zakje. Hij meldt dat de krant van dinsdag was gewijd aan erotiek. Toe maar, dat heb ik weer gemist. Zou de buurvrouw, wiens krant ik hergebruik, die editie soms voor zichzelf hebben gehouden? Grunberg zou zijn vibrator OJ (Simpson) of Boris (Becker) noemen, want 'als vrouw val ik op foute mannen'. Huh, als vrouw? wat nu weer? Maar liever houdt hij het bij een kuis tikje op de billen van Sylvia Witteman. Mits zij -en haar gezin- hier geen bezwaar tegen hebben.

Ooit begon ik ook zo, als Miss James, met vieze verhaaltjes op het net. Dat is, zoals ze in haar interview zegt, best lastig. "Je hebt geen idee of een ander het opwindend of erotisch vindt, (...) de choreografie beschrijven is ook nog niet eens zo eenvoudig." Haar stijl zou volgens critici 'bouquetreeksachtig' zijn maar ze vergelijkt zichzelf met Dickens. In de manier van publiceren dan toch. Ook hij had slechts één hoofdstuk per keer prijsgegeven. En, zo voegt ze er aan toe, "In deze tijd krijg je natuurlijk meteen honderden reacties en aanmoedigingen te zien. Ik vond dat geweldig." Kijk, daar had ik nou nooit last van hè, honderden erecties, pardon, reacties per dag. Deed ik toch iets niet goed. Geen cliffhanger, geen regelmaat of kwaliteit of, het belangrijkste, geen literair agent.  

Ik zag onlangs een documentaire over nieuwe online seksspelletjes. Met je eigen poppetje (avatar) kon je digitaal de boer op om zo digitale mede-weggebruikers te 'ontmoeten', die er -ook- seksuele fantasieën op nahouden over zaken die in het dagelijks leven op dat moment even niet voor handen zijn. De onderzoekster in kwestie haast zich om te zeggen -nadat ze zelf als avator door een andere speler virtueel is gepenetreerd- hoe disgusting (denk de bekakte dictie er bij) ze dit toch allemaal vindt. Nee, het ging er haar alleen maar om, aan te tonen dat dit bestáát, dat was toch wel erg weird en pathetic. Het zei iets over de eenzaamheid in onze maatschappij. Of zoiets.

Het past in hetzelfde straatje als wat E.L. James zegt: 'Het machtspel, gedomineerd worden, of juist domineren, vind ik erg opwindend. Op papier dan. In het echte leven is het iets heel anders.' Ik geloof haar gelijk hoor, daar gaat het niet om, maar vanwaar de urgentie gelijk te moeten melden zelf niet aan dat soort dingen mee te doen? Net als de beoordeelster/ onderzoekster op de buis. Velt men, juist door dit te willen zeggen, niet een waardeoordeel? Ongeacht wat er van waar is? Een thrillerauteur  zegt toch ook niet dat er geen aan stukjes gezaagd lijk in zijn of haar vriezer ligt? Wat is dat toch met seks?

Mijn ondeugende stukjes kenden slechts een enkele verdwaalde Rus als bezoeker. 'Lezer' durf ik dat niet te noemen. Laat staan volger. En als rechtgeaarde brave huismoeder stuurde ik mijn bloglink ook niet naar de juf van mijn kinderen. Toch maar de tering naar de nering zetten. Het inperken van mijn onderwerpen. Want schrijven voor de kat zijn kut (waarom niet 'haar kut?') is ook zo wat. Niet getreurd, want inspiratie is voor mij als schrijfverslaafde, ook na het schrappen van expliciete seksscènes, overal aanwezig. Een mens moet nu eenmaal keuzes maken in het leven. 

Dat zou in mijn werk trouwens ook geen kwaad kunnen; richting kiezen, specialiseren. Maar ach, met een breed werkterrein wordt werk ook nooit eentonig. Dus spoed ik me, terwijl er een schilderklus wacht, naar een acuut geval van verstopping. Om daar, gewapend met een trekveer, mijn kunde als loodgieter te tonen. Of putjesschepper, zo je wilt.

Op de plek des onheils draai ik de veer door drek van jaren her. (Blij dat er geen camera aan zo'n ding zit). Met in mijn achterhoofd nog het interview met James; Ook haar verbaast het hoe vrij ze schreef over anale penetratie met butplugs, maar ze is gewoon gegaan 'waar de karakters haar brachten'. Juist ja. De zware rubber handschoenen zijn geen overbodige luxe. De trekveer vindt moeiteloos zijn weg maar de verstopping blijft. Ik volg de loden afvoerpijp, die door de muur heen verdwijnt naar de buren. Daar huist een kunstenaarscollectief. Altijd leuk. Hun opslag in de kelder staat blank, en niet zo'n beetje ook. Ik verruil mijn werkschoenen voor rubberlaarzen. Al wadend tussen drijvende lege verfemmers, halfvergane schilderijen en overtollig kinderspeelgoed vind ik zowaar een riooldeksel. Ik vervolg mijn endoscopie door het inbrengen van een wat dikkere trekveer en maal dit keer door de strontresten van de buren. En toen gebeurde het.

O, nee, stop, wacht, mijn publiek is inmiddels de grootte van Remi de Rus ontgroeid. Niet veel, maar ik dien daar toch rekening mee te houden. Dus doen we het volgens het boekje. Als Dickens, of James. Moet ik nu dan zeker een deel twee toezeggen. Ach, ik ben zo onbetrouwbaar als de neten, ik zei een maand geleden ook al te stoppen met bloggen en daar kwam niks van terecht.
Maar anders kom er te veel tekst. En ik moet nodig naar bed. Vandaar.