Posts tonen met het label krant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label krant. Alle posts tonen

woensdag 28 juni 2017

Krijgt ie ooit zijn leven op de rit met internet?

Scholen in Groningen niet aardbevingsbestendig,  Rutte wil tornen aan plafond bonussen om zo de uitzwermende London City binnen te hengelen. Kaviaarschandalen bij de Raad van Europa waar ze geen afzettingsprocedure kennen. Gesjoemel met zaad van spermadonoren. Eén komma drie miljoen Nederlandse huishoudens in de schulden (maakten zij met dat geld wellicht die economische 'groei' mogelijk?). Een toeslagensysteem dat niet versimpeld kan worden en mensen nog harder in de schulden helpt. Eén miljoen Nederlanders aan de antidepressiva. Mensen die doodgaan. Van net vijftig, zestig, tachtig. Aan een hartaanval, aan Parkinson. Iemand die me appt om te vragen of ik sloten op haar slaapkamerdeur kan zetten, ze voelt zich niet meer veilig voor haar kind.  Een goede vriend die al een half jaar wacht op achterstallig loon. Ouderen die vereenzamen.Vijftigplussers die maar niet aan het werk komen. En dan heb ik het nog niet eens over de ellende in Jemen, Noord-Korea of Sudan.

Maar er gebeuren ook mooie dingen. Zo worden in Colombia duizenden kalasjnikovs van de Farc omgesmolten tot kunstwerken, gaat China een 'luchtstad' bouwen. voor dertigduizend mensen en veertigduizend bomen, trekt Uganda geld uit voor meer gendergelijkheid. Door op basisscholen voorlichting te gaan geven over puberteit, menstruatie en seksualiteit. En er gebeurt nog zo veel meer moois op het gebied van kunst, milieu en medemenselijkheid. Ook in Nederland. Als ik ondersteboven in een keukenkastje lig of buiten sta te schilderen luister ik naar dit zeldzaam hoopgevende 'Nieuws van de vooruitgang'. Op elk halve uur. Met tussendoor ook nog mooie muziek.

Het is acht uur als ik eindelijk thuiskom. Ik heb na mijn werk de vrouw uitgelegd hoe ze zelf sloten op haar deur kan zetten. Ik lees op de app dat het kindje in de buik van mijn nichtje toch is gedraaid, misschien wel dankzij mijn tip om met een bult kussens onder haar rug te liggen. Mijn bijna tachtigjarige ouders schrijven een berichtje dat ze nog steeds genieten van hun kampeervakantie: 'Al is het voor deze oudjes wel hard werken'. Intussen vis ik de NRC uit de bus die ik ontvang in hun afwezigheid. Bovenop het cybercrime- en choleranieuws ligt een brief. Met postzegel. En handgeschreven adressering. Nieuwsgierig scheur ik hem open op de drempel van de voordeur. 



Kijk, zo kan het ook. Zelf als 55 plusser op zoek gaan. Initiatief nemen. Buiten bedompte kantoortjes van het UWV om. En ook nog even je best doen op de spelling. Offline is misschien wel de beste manier om je leven weer op te pakken. Misschien moest ik maar eens contact leggen met deze schilder. Luisteren we binnenkort samen naar al het moois wat de wereld te bieden heeft. 

Maar zoals elke potentiële werkgever doet, typ je toch maar even zijn naam in. En dan verschijnen daar woorden als bedrog, stiekem en onbetrouwbaar. Ze blijken van zijn ex te zijn. Best slim om die scheiding als voorzetje in de brief te vermelden. 

dinsdag 22 november 2016

Zwartkijken

In praatprogramma's wordt ons regelmatig verteld dat een zwarte knecht niet meer van deze tijd is. Hoeveel we ook houden van de Zwarte man. Maar er is goed nieuws voor de laatste believers van blackface! Want waar je ook kijkt, overal wordt onze traditionele kijk op gekleurde mensen bevestigd. Niet omdat de Hema nu opeens weer chocoladeslaafjes in het schap heeft. Wel door op tv en in de krant ons de verhevenheid van het blanke ras voor te schotelen. Met daaraan gekoppeld de rol die de zwarte bevolking zich laat aanmeten.

Mijn jongste zoon ziet Zwarte Piet graag blijven. Ik vermoed omdat zijn klasgenootjes dezelfde mening zijn toegedaan. En ik begrijp best dat je als brugpieper maar één echte zorg hebt: Niet afwijken. Wie in een groep functioneert, voegt zich naar de geldende norm. Dat geldt niet alleen voor brugpiepers.

Kees' (12) argument is dat Sint de kinderen heeft bevrijd uit hun slavernij. Dat het dus iets goeds was, iets positiefs. Het idee dat de witte (man) de redder is en de Pieten daarmee tot gelukkige, bevrijde slaven maakt is een fijne gedachte. Het geeft houvast. Het maakt de wereld voorspelbaar en veilig. Het is precies dat veilige gevoel dat het op de buis goed doet. 

Zo vraagt presentator Krabbé bij 'The Voice of Holland' aan de gekleurde zangeres, die in Los Angeles woont, om een nadere verklaring omtrent haar huidskleur. Nee, dat vraagt hij natuurlijk niet zó. Eerst wordt haar blanke zus in beeld gebracht (zoek de verschillen) en dan Krabbé die met een grote glimlach en opgetrokken wenkbrauwen zegt: 'Sprekend!' en 'Leg eens uit' (Ha, fijn!, wij vroegen ons als kijker ook al af hoe dat zat. De gedachte dat de zangeres van negenentwintig zich vast al ettelijke keren heeft moeten 'verantwoorden' voor haar huidskleur, maakt van mij waarschijnlijk een oude zeur. Een spelbreker.)

Stralend vertelt ze dan hoe ze als baby'tje (Aaaah, zwarte baby's zijn lííef) bij een fantastisch gezin mocht (!) wonen. Ze doet er nog een schepje bovenop door te vertellen hoe blij ze is om in Nederland Hollandse pot te kunnen eten. Want dat heb je niet in Amerika. (Geen woord over wat ze daar doet. Blijkbaar is boerenkool relevanter voor haar zangcarrière dan haar baan). Dan volgt het beeld waarbij ze, met het bord op schoot. de moeder prijst over hoe goed die altijd voor haar is. Het plaatje is bijna compleet: Zielig zwart kindje, lieve (kokende) moeder en dankbaarheid als volwassen vrouw. Ik voel ook mijn eigen mondhoeken omhoog krullen. Een betere inleiding van het weekend bestaat niet.

Na haar auditie neemt ze de loftuitingen op haar uiterlijk van de blanke jury in ontvangst. (Nee mensen, ik ga géén parallellen trekken met de wereld van vóór 1863, Want het wankele lijntje dat ik met u als kritisch lezer heb opgebouwd, wil ik niet kwijt). Jurylid  Ali B. vraagt haar om nóg iets te zingen. Want met Justin Biebers' 'Love yourself', was ze niet op haar best. Na het soulnummer klinkt een daverend applaus. Volgens Ali past dit nummer beter bij haar.

Voordat we te zien krijgen wie ze als zangcoach kiest, komt er nog een blokje ster. In één spotje wordt vier keer achter elkaar 'Afrika' genoemd. Afgewisseld met woorden als 'diarree' en 'dood'.  Het is me niet duidelijk of ik als kijker wordt verleid tot het kopen van een lot en daarmee het fijne gevoel krijg dat ik 'arme zwartjes' help (ik doe het heus niet voor dat miljoen) of dat er, met de kerstdagen voor de deur, een direct appel op mijn portemonnee wordt gedaan. Wél weet ik dat binnen een paar seconden het beeld van een ziek continent is neergezet. Waarom zie ik nooit een oproep voor steun aan een onderzoek naar kanker op een universiteit in Kenia? Of, nog gekker, om je voor zo'n onderzoek als proefpersoon aan te melden? Maar dat zou vast de wereld op kop zijn zetten. We kunnen in de wetenschap toch moeilijk worden voorbijgestreefd door die achterlijke zwartjes! Dat druist in tegen ons wereldbeeld. Waar we zaken het liefst zo houden zoals we denken dat het is. Lang leve de traditie.

Het nieuws dan? Dat brengt toch objectief de werkelijkheid in beeld? Over een item over chocola hoor ik dat fairtrade chocola nooit echt eerlijk kan zijn. In de minireportage krijgen we bezwete koppies in beeld. De voice-over vertelt dat deze jongens 'ingestudeerde antwoorden' geven omtrent hun leeftijd. Een donkere jongen kapt zwijgend verder met zijn machete. Een kind dat moet werken. Het is me wat. 

Mijn gedrukte krant (Trouw) doet qua beeldvorming ook een duit in het zakje. Op Obama na, zie ik vooral foto's van witte mannen op leeftijd op hoge functies. Op pagina twaalf van de bijlage staat een foto van een man met ontbloot bovenlijf. Van achteren gekiekt. Met opgeheven armen sjouwt hij een zware plank uit het bos (!). De zon laat zijn gespierde bovenarmen goed uitkomen. U mag raden naar zijn huidskleur. De tekst van het artikel luidt: 'Fout met hout uit Kameroen'.


Hoopvol werp ik maandag een blik in de NRC. Naast een naamloze zwarte man -Één op de zes hardlopers raakt oververhit-, bevat alleen de cultuurpagina wat kleur. Bij het stelletje dat 'wereldfilms' aan de man brengt zien we van hem zijn mooie billen. De vrouw ernaast draagt een rokje van raffia. En in het artikel over de kunstbeurs neemt men de term 'beeldvorming' wel héél letterlijk. (zie foto). De ontbrekende voorkant van het halfnaakte filmstelletje wordt hier in één Afrikaans kunstwerk gevat.

-------------------
Ik houd mijn zoon of andere voorstanders van Zwarte Piet niet verantwoordelijk voor de slavernij. Wel lijkt het me zinvol om eens stil te staan bij de tijd die voorafging aan de afschaffing hiervan. Iets met tradities. Hieronder een aantal anekdotes uit die tijd. Er is meer over te lezen in de biografie van koning Willem III. Redder van de Slaven.

'Ook petities tegen de slavernij laat de koning voor zover bekend onbeantwoord, terwijl de discussie over het onderwerp levendiger wordt.'

'Het regent preken van de kansel en voorstellen over de beëindiging van de slavernij.'

'De commissie gaat behoedzaam te werk. Te behoedzaam, vindt Groen. Dit leidt tot ‘eene emancipatie die over duizend jaren welligt tot stand’ zal komen, roept hij gefrustreerd. Hij stapt op.' 

'De aard van de zwarte bevolking maakt het volgens het kabinet nodig hen ‘te behandelen als onmondigen, die raad, leiding en ondersteuning noodig hebben van hunnen voogd’.'

'Missionarissen en zendelingen gaan na de aankondiging van de afschaffing van de slavernij massaal aan het werk om hun kudde liedjes te leren waarin ze hun blijdschap projecteren op de figuur van de koning, ver weg in het onbekende Nederland. Een mythe is geboren, over een vaderlijke vorst die in al zijn goedheid besloten heeft de ketenen van de slaven te verbreken. De mythe blijkt onuitroeibaar.' 


Ik wens iedereen een fijne pakjesavond.

zondag 24 juli 2016

Kijken naar wat kwijt lijkt

De bril van mijn moeder is vaak kwijt. En die van mijn tante. En die van hun moeder ook. Wat zeg ik? Die oma was zelfs eens haar gebít kwijt. Toen we haar eens hadden meegetroond naar een Franse blootjescamping. Het gebit kwam weer boven water. En de brillen meestal ook.

De bril van mijn vader is nooit kwijt. Hij heeft 'm altijd op. Hoewel in één van de twee glazen gewoon glas zit. Want hij mist op zijn beurt dan weer een oog. Foutje met een schaar in zijn jeugd. Ook zijn kunstoog raakt hij nooit kwijt, dat ligt gewoon elke dag in een zakdoek onder zijn kussen. Wat misschien wat creepy klinkt, maar wat mijn zus en ik als kind doodnormaal vonden.

Nu ik zelf gestaag richting de vijftig ga, wordt ook mijn zicht minder. Al heb ik nog wel beide ogen. De onlangs aangeschafte varifocus bril is dan ook een prachtige prothese. Onmisbaar voor als ik uit het raam leun om scharnieren uit te beitelen in het kozijn van een dakkapel maar ook niks wil missen van wat er zich zes meter onder mij afspeelt. Of bij het hanteren van de haakse slijper. Als ik 'per ongeluk' vergeet een veiligheidsbril op te zetten. Maar in mijn vrije tijd is zo'n ding soms lastig.

Vooral in die gevallen waarbij je ontdekt dat ie er niet meer zit. Op je neus. En je juist na een lange werkweek met drie boeken én de zaterdagkrant aan de waterkant bent neergestreken. En, dat is nog het meest verontrustende, je even te voren een duik nam in het troebele water. Wat je nooit doet. Maar het water was dit keer zo heerlijk pislauw. En de eveneens in drievoud meegekomen puberjongens leken zich ook nog te laten overtuigen door moeders duik. Zodat ik hoopte om voor het eerst deze week ongestoord een hele bladzijde en/of artikel uit te kunnen lezen zonder een verdwaalde bal op hoofd.

Tegen beter weten in schuifelde ik nog wat heen en weer over het baggerzand in het ondiepe water. U kent dat wel. Van dat water waar je op twintig centimeter diepte al niks meer ziet. Laat staan een bril. Eén van de jongens bood nog aan om even voor me naar huis te fietsen om te kijken of ie daar misschien nog lag. Hoe lief.

Maar zonder bril. Zonder boek. Zonder krant en zonder medebadgasten was er ook genoeg te zien. Zwemmende jongens. Een reiger, meeuwen en een kiekendief. Twee zwemmende oma's. De stadsbus aan de overkant en langs wandelende groepjes mensen. Die ook iets zochten. Wat ik niet kon zien. Zelfs niet als ik mijn bril had gehad.

Beestjes. Monsters, De pubers zeiden giechelend dat ik een beetje op een .... god hoe heet dat Pokemon beest nou? Die dik schijnt te zijn en schattig. Ik vond het allemaal best. Ik keek, En zag. Er werd gebasketbald om chips en naar de overkant gezwommen. Zonder leesvoer was ik degene die als eerste uitbundig zwaaide.

Thuis dirigeerde ik de jongsten zonder te douchen naar bed. Ook geen verplichte tekencontrole meer. Ik viel uit mijn rol van schattige dikke Pokemon en zei hardop: 'Ik ben niet blij'. Chagrijnig hing ik bij zoon Leo op schoot voor de buis en fantaseerde over een nachtelijke tocht naar het meertje. Met schepnet. Toen zette Leo, met een nauwelijks onderdrukte grijns, mijn mooie rode bril weer op mijn neus. Hij lag nog in de badkamer. Moeder zijn is soms best fijn.







zaterdag 31 oktober 2015

De narcissen op zijn graf kwamen van mij

Na drie rondjes om de flats heen te hebben gefietst, sta ik voor haar deur. Althans, dat denk ik, want ze heeft nog geen naambordje. Ook geen bel trouwens. Maar als ik haar huisnummer intyp, zwaait dan toch de deur naar de hal open.

Binnenin het gebouw, waar ik dagelijks langsloop, is een mooie, lichte patio. Ze leidt me rond in haar nieuwe appartement. Met deuren die twee keer haar lengte zijn. Ook de huur is hoger dan die ze eerder had. Maar ze wil voor geen goud meer terug. Ik wel. Ik wil haar graag weer terug. Als buurvrouw. Want een groot gezin met een voorliefde voor Hazes of een tachtigjarige die af en toe op het balkon de krant leest, scheelt qua geluidsniveau behoorlijk.

Terwijl zij thee zet, bekijk ik de foto's aan de muur en op het dressoir. Met gekleurde mensen er op, een vrouwenpaar, haar moeder in een zwarte trouwjurk. Vanachter mijn chocoladepunt luister ik naar de verhalen achter de gezichten.

Ze kon zelf op school goed meekomen, maar had er geen plezier in. Bij het uitbreken van de oorlog was ze elf jaar. Haar school werd gevorderd door de Duitsers. Na de oorlog ging ze werken. Toen ze trouwde, trok het jonge stel in bij haar ouders. Zij zorgde daar ook voor twee tantezeggers: een peuter en een baby van vijf maanden.

Nadat ze op zichzelf waren gaan wonen, legde ze geld opzij om de steeds groter wordende woning te kunnen stofferen en inrichten. Toen de buren in het gegoede Helpman meenden dat haar zestienjarige zwangere dochter beter naar een huis voor ongehuwde moeders kon, liep zij even later als trotse oma achter de kinderwagen. "Is het geen schatje? We zijn allemaal zo wijs met haar!"

En er is meer reden waardoor deze vrouw een pluim verdient. Toen ze rondliep met het idee dat haar andere dochter wellicht op vrouwen viel, heeft ze dit op zekere dag gewoon gevraagd. Er volgden tranen en "Nu moet ik zeker het huis uit?" Niets was minder waar. Let wel, we hebben het hier over de jaren zestig. Ook nu deinst ze er niet voor terug om mensen die snel oordelen van repliek te dienen. Als vriendinnen beweren dat homo's worden gekweekt door "moeders die hun zonen laten zorgen", is ze stellig: "Dat kán helemaal niet, dat is aangeboren!"

Toen ze op yoga ging had haar man gevraagd: "Maar wat moet ík dan?". Maar yoga bleek toch niks voor haar. "Dan hoor je die Oosterse muziek, iedereen slaapt en zelf denk je alleen aan wat nog moet". Ze verloor haar hart aan het dansen. Volksdansen. En hiermee herinnert niet alleen haar stem me aan mijn eigen oma. Wel spijtig dat míjn oma niet net zo veel begrip voor haar eigen lesbische dochter -mijn tante- kon opbrengen als zij.

Mijn vroegere buurvrouw kan ook goed alleen zijn. Of reizen. Vier keer zocht ze haar familie in Amerika op. Ze staat niet vroeg op. "Waarom zou ik?". Op tafel ligt een dikke pil van Stieg Larson. Soms leest ze door tot in de kleine uurtjes. Met computerspelletjes is net zo vaardig als met haar rollator. Maar op internet het adres van die ene Canadees achterhalen, is voor haar te moeilijk. Ze had wel al een brief geschreven.

In mei van dit jaar had ze in de krant gezien dat er een Canadees in Groningen was geweest. In het bevrijdingsbos. Dezelfde man die haar precies zeventig jaar eerder had gevraagd of hij wat van haar bloemen mocht. Voor op het graf van zijn broer. Die als eerste was gesneuveld tijdens de bevrijding en begraven aan de Paterswoldseweg. Ze had als zestienjarig meisje grote bossen narcissen geplukt in het Stadspark. Nu wist ze dat hij nog leefde. Ze had hem graag gesproken. Om hem te kunnen zeggen: "De narcissen op zijn graf, die kwamen van mij."

Mijn thee en de taart zijn op.

"Kom je gauw weer?", zegt ze.
"Dat doe ik. Zoek jij de brief?", vraag ik. (ze wil niet dat ik haar met u aanspreek)

Ik zoen haar gedag.
Ze zwaait me uit.

maandag 13 juli 2015

Dat mag niet van mijn bewindvoerder

'Mevrouw, mevrouw!'
Tot mijn verbazing heeft de vrouw die me na het afrekenen achterna loopt lege handen.
Een door mij vergeten pakje boter was dus niet de reden om mijn aandacht te willen.
'Meende u dat? Wat u daarnet zei?'


Verward probeer ik terug te halen wat ik er even te voren, wachtend in de rij, uitflapte. Het thuis vergeten boodschappenlijstje zoemt meer door mijn hoofd. En of het droog zal blijven bij de BBQ en of ik de container van de buurvrouw al buiten zette en of ik genoeg stokbrood heb. . . .


'O, dát! Ja, natuurlijk! U kunt 'm zo van me krijgen. Anders gaat ie toch weg. Ik wacht wel even totdat u klaar bent met afrekenen. Of ik vraag aan mijn kinderen om 'm even bij u in de bus te doen.'
'Nee, dat is niet nodig. Ik heb verder niks nodig. Ik loop wel even met u mee. Als u dat tenminste niet eng vindt.'

Wachtend in de rij bij de super, had ik vanuit mijn ooghoek haar beteuterde gezicht bij de lege krantenbakken gezien. Impulsief bood ik haar mijn krant aan. Ze had schaapachtig teruggekeken met een blik van: 'Wat mot dat mens?' Schuchter had ik mijn boodschappen gepind en het was het voorval acuut vergeten. Maar zij niet.

Zodra we mijn tuin binnenstappen steekt Leo (14) haar met een stralende lach zijn uitgestoken hand toe. Kees (11) blijft verdiept in zijn boek en het ronddartelende vriendje helpt me met de boodschappen. Met het stokbrood nog onder mijn arm vis ik de Trouw van de bank. Dankbaar en vol ongeloof loopt ze met haar krant in haar hand richting huis.

Vier uur later zijn de gasten naar huis, de jongens in bed en is de barbecue gedoofd. De kat komt thuis met een muis. Terwijl ik in het schemerduister de broccoli en sla van het oprukkende slakkenleger red. Dat zich bijna onhoorbaar tegoed doet aan mijn verse groente. Ik denk aan wat ze zei. Toen we, zij lopend en ik met de fiets aan de hand, naar mijn huis wandelden. Haar ouders lazen altijd twee kranten. Konden zich dat veroorloven. Ook zelf leest ze hem graag. Vooral in het weekend. Soms krijgt ze er eentje cadeau in de stad. Zegt dan altijd eerlijk naar die jongelui, dat ze echt geen abonnement neemt, hoe graag ze het ook zou willen. En ze twijfelt of ze dan ook de echte reden moet noemen:
Dat het niet mag.
Van haar bewindvoerder.

Griekenland op wijkniveau.














zondag 28 juni 2015

Verbesser de wereld

Mijn verslaafde buurman zegt dat ik best wat besjes van zijn struik mag plukken, mits ik er ook wat voor hem aan laat zitten. Ik hoop dat mijn aardbeienjam er wat dikker van wordt. Hij tipt me ook over een plek in de aangrenzende Vinex-wijk. Daar zouden ooit bessenstruiken zijn geplant voor bewoners, maar er wordt weinig mee gedaan.

Terwijl Kees zich met zijn leesboek in de tuin installeert, spel ik intussen de Trouw. Geen spoor van Ewalds Engelen onheilstijding en zijn verbazing dat mensen het nog pikken. Wel een reportage over het Groningse Carex. 'Leegstand is nergens goed voor'. Een jong stel woont met hun tweelingbaby's in een boerderij in Ten Boer, een andere vrouw in een gymzaal, kompleet met ringen nog aan het plafond. Ook over en ander mooi initiatief, microscopen voor kinderen uit derde wereldlanden, wordt bericht. Deze zogenaamde Foldscope kost een euro per stuk, is van karton, opvouwbaar en goedkoop te versturen. Ook handig bij het opsporen van bijvoorbeeld malariaparasieten.

Ja, kijk Freek en Ewald, er gebeurt wel wat, maar misschien niet door te schreeuwen en te schoppen tegen 'het systeem'. Whatever that might be. Maar gewoon, door te zorgen voor betaalbare huizen en gezondheid, voor de gewone man en vrouw. Ver weg en dichtbij. Basic. Praktisch.


Er belt een vriendje van Kees (11). Zijn moeder gaat naar het Rapaljefestival. Hij heeft geen zin om mee te gaan. Kan hij misschien hier spelen? Van spelen komt eten en van eten komt slapen. Na het eten haal ik Leo (14) op van zijn sporttoernooi, onder de rook van Rapalje in het Stadpark. Terwijl hij zijn draadjesvlees naar binnen lepelt, vraagt hij of de radio zachter mag. Maar het is de buurman in een melancholische bui. We genieten mee met Hazes' 'Kleine jongen' en 'Geef me je hand'. Kees is intussen achter zijn boek in slaap gevallen op de bank. Het vriendje vraagt of ie hem moet 'Wakker maken om te gaan slapen. 

Als we in de eerste brandende zon van het jaar de jam bij elkaar plukken in de getipte bosjes, hoor ik menig motorrijder genieten bij het naast gelegen stoplicht. Achterop bij mijn toenmalige lief drukte ik me vorige zomer op dezelfde plek tegen hem aan, als hij, ten teken van een aankomend grommend optrekken, zijn hand op mijn dij duwde.

Als de bakjes vol bessen zijn, fietsen we langs het Eemskanaal weer terug. Bij de Ruischerbrug staan enorme kranen stukken brug te takelen. Naast een paar belangstellenden lijkt ook boeddha haar zegen te geven aan het herstel van de verbinding met de haringkar aan de overkant. Maar misschien is die intussen al failliet. Na een jaar te zijn afgesloten van de rest van Groningen. Of misschien heeft Minoes via Carex haar intrek genomen in de kar.



Thuis haal ik de tweede krant uit de bus. Dit tijdelijke extra papier dank ik aan mijn ouders, die nu op hun bijna tachtigste genieten van een zonnige kampeervakantie. Op de voorpagina van de NRC staat een met bloed besmeurde sudokupuzzel. Met daarnaast een paar sandalen. Ik kijk naar beneden en zie dezelfde sandalen aan mijn eigen voeten.


In het schemerdonker stoor ik een paar slakken terwijl ze zich tegoed doen aan mijn malse botersla. De wassende maan kijkt met bedenkelijke blik naar mijn schoongeveegd stoepje. Ver weg hoor ik het vuurwerk van Rapalje. Ik mors bessenjam op mijn tenen.

Terwijl ik dit typ klikt op het aanrecht een deksel van de afkoelende jam.  

woensdag 1 april 2015

Os, Zalm of Sein

Maxima spreekt deze week in Birma. Om de Birmezen aan het internetbankieren te krijgen. Nou ja, ‘bankieren’ zou al een eerste stap zijn. Want veel mensen in Birma (of moet het Myanmar zijn), doen alles nog met contant geld. Hebben geen bankrekening. En dat, zo zou onze koningin als speciale gezant van de VN verkondigen, was in geval van brand toch wel vervelend. Want dan was het geld weg. Bij een bank zou je geld veel veiliger zijn. Kreeg je er nog wat rente op ook (of zou ze zo’n laatste aanbeveling hebben ingeslikt?).

In Birma, zo hoorde ik op de radio, werd ook wel eens geïnvesteerd, belegd voor later. Maar dat doet men dan bijvoorbeeld door een os te kopen.

Een os.

Ik zie het voor me. Twee bejaarde Birmezen willen naar een verzorgingshuis (misschien moest Maxima dat ook maar gaan aanprijzen. Is hier intussen al passé) en komen bij de indicatiecommissie met hun os. Het panel van wijze vrouwen (weer ‘s wat anders dan Petrus) buigt zich over de voorwaarden. “Nee, u bent nog niet oud/ verschrompeld/ kreupel/ dement genoeg.” zegt de commissie streng, en zendt meneer en mevrouw San Suu Kyi henen met hun os (kent u een andere beroemdheid uit Birma waarvan u de naam kunt onthouden en uitspreken? Dan mag u vast aanschuiven bij de volgende VN delegatie). De echte Aung San Suu Kyi is trouwens erg ziek geweest. Het is de vraag of zij later kan aantreden bij het hoge bezoek.

Neen, dan hebben wij het hier beter geregeld. Mijn centjes staan op de bank. En dat van mijn minderjarige kindjes ook. O wacht, da’s niet helemaal waar. Kleine Kees vertrouwt de bank niet. En dus kreeg hij een heuse kluis voor zijn verjaardag. De sleutel verstopte hij in het kasteel dat mams waarschijnlijk in een onbewaakt moment naar de kringloopwinkel bracht. Nu weet Kees zeker dat zijn spaarcentjes voor later veilig zijn.
Er kan geen brand bij.
Hij zelf ook niet.
Zelfs Zalm neemt het niet mee naar de beurs.

Maar wie die Sein nu is, vraagt u?
Da’s de baas van Myanmar.
De eerste die democratisch werd gekozen.
Gister zette hij zijn handtekening onder een staakt het vuren. Na vijfenzestig jaar oorlog.
Sein is trouwens ook de baas van de krant.
Want die schijnen nog in handen van de staat.
En misschien is hij dan ook wel baas van de bank.
Net zoiets als ABN-AMRO.
Maar dat staat vast niet in de krant.
Anders kwam Maxima voor niks.

zaterdag 27 september 2014

Als je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.....


"......Dan is het onzichtbaar. Maar het bestaat wel. Nog erger: het is overal. Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen. Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien. Als het overal is, dan kun je het niet negeren. Dan moet je er wel over schrijven."

Misschien beticht Rob Zijlstra me nu van ongeoorloofd overnemen van zijn tekst. Maar wát hij zegt en vooral ook de manier waaróp hij twintig september over het onnoembare schrijft in het Dagblad van het Noorden, verdient duizend thumbs, retweets en vooral: de voorpagina! Dan moet je er wel over schrijven.

Rob schrijft over Klaas (71), Ard (48) en Harrie (43). Die in schuurtjes, bij het vissen, en op andere plekken hun misdaad pleegden. Jarenlang. Dagelijks. Zonder getuigen. Of het moet het medeweten zijn geweest van hun echtgenotes. Die hun dochters en zonen niet konden of wilden beschermen. Het maakt kwaad, het maakt woedend of, zoals Rob het zelf zegt: 'Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed'.

Bij mij dringt zich ook de vraag op wat je zelf kunt doen in geval van misbruik. Dat ligt minder makkelijk dan als je getuige bent van winkeldiefstal of misdaad op straat. Juist omdat het zo onzichtbaar is. Onnoembaar. Twintig jaar geleden werd me dit eens gevraagd. Via via. Of werd dit 'via via' smoesje erbij bedacht om zelf niet als betrokkene te boek te staan? (In dezelfde lijn als: 'Een vriendin' heeft een schimmelinfectie/ schulden/ is verslaafd enz., wat moet ik doen?). Was de vrouw die me dit vroeg zelf in gewetensnood? Had ze vermoedens bij de man van wie ze hield, die zo lief voor haar dochter was. Zijn stiefdochter. Hij had haar steeds naar bed willen brengen, verhaaltjes voorgelezen... Het kon toch niet waar zijn dat.....?

Hoe het echt zat, zullen we nooit weten. Net zo min wist ik een passend antwoord op de vraag hoe te handelen als er een meisje bij je aanklopt met de mededeling jarenlang te zijn misbruikt, maar niet wil dat de vrouw van de dader dit ter ore komt. Want dat was wat er gebeurd zou zijn.

Ik vroeg advies aan een bevriende huisarts. Die zou dit vast vaker hebben meegemaakt. Van het antwoord bleef me vooral bij dat je niet gelijk het heft in eigen hand moet nemen. Hoe graag je dat ook wilt. Er kunnen gemengde gevoelens naar de dader zijn, angst voor wat er gaat gebeuren. Geef daar aandacht aan, neem het serieus. Door het voortouw te nemen in wat er moet gebeuren, en hoe, maak je een slachtoffer nog een keer slachtoffer. Er wordt een tweede keer over haar (of hem) beslist. Het lichamelijk leed is, ook met een zware straf, niet terug te draaien. Maar het geknakt gevoel van eigenwaarde kan wel verergeren als je geen zeggenschap geeft in de te nemen stappen.

De arts die me dit advies gaf, was erg geschrokken van mijn vraag. Ze liet dit tijdens ons gesprek niet merken maar vroeg wel waarom ik juist haar om raad vroeg. Mij leek haar rol als huisarts een vrij logische reden. Pas later hoorde ik dat ook zijzelf vroeger was misbruikt. Binnen de familie. Die ik kende. Ik twijfel nu nog minder aan de betrouwbaarheid van haar advies. Ook niet aan haar deskundigheid als huisarts.

Wat ook vaak gebeurt is dat men zich verschuilt achter de massa (dat is toch de taak van de huisarts/ juf/ buurvrouw. Niet die van mij?) of dat de omgeving zo onbeholpen is met de situatie, dat er alleen maar heel hard wordt weggekeken. Appelvrouw schrijft er akelig goed over. Over hoe zij na jaren van misbruik, mishandeling en vernedering vluchtte, maar niet veilig was tussen de mensen in het dorp.

Wat zowel in het stuk van Rob Zijlstra als in dat van Appelvrouw opvalt, is de rol van moeder.  'De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde'. En de vrouw van Harrie, de moeder van de kinderen 'Gelooft dat haar man onschuldig is.' Alleen bij Ard, die negen jaar zijn dochter verkrachtte, lijkt sprake te zijn van spijt: 'Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden (...). Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.' 

Is het toeval dat de enige dader die werd verlaten, ook de enige is die spijt heeft? Appelvrouw schrijft bij het overlijden van haar moeder, die ze bijna veertig jaar niet zag: "Wat zal ik me nu nog druk maken om mijn familie en een altijd liefdeloze, dode moeder." En later, in 'schuldeiser': "Dit alles maakt me ook hartstikke blij, eindelijk gerechtigheid! Het voelt zelfs een beetje als wraak, zij wilde me onterven, ze wilde me niets geven. Het papieren bewijs van de veroordeling van mijn vader was gerechtigheid. En dit ook, omdat mijn moeder voor mij nooit vrijuit had mogen gaan."

Niet alleen Rob Zijlstra,
ook Appelvrouw kan erg goed schrijven.
Ze maakt trouwens ook prachtige foto's.

Dat je het weet.

donderdag 28 augustus 2014

De andere helft van de hond danst in Damascus

Het lijkt de laatste warme zomerdag. Of, op z'n Hollands gezegd, de eerste. Allemachtig wat was het nat. In mijn tuin groeien intussen paddestoelen. En op plekken waar het wel lekker warm was, tussen de zonnebloemen in Oekraïne of in Syrië, hadden mensen heel andere dingen aan hun hoofd dan vakantie vieren. Of ligt dat genuanceerder?

Beelden versimpelen de werkelijkheid. Die wordt verkleurd en vertekend om in ons brein te passen. In het boek 'Een halve hond heel denken' schrijft Joke van Leeuwen over een kleuterklas, die prachtig zingt. Maar als de meisjes worden opgeschrikt door een binnenlopende cameraman, moeten ze huilen. Please note: het speelt in Afrika (huidskleur kleuters verandert nu in uw hoofd van wit naar zwart). De tranen die dan op film komen, worden gelabeld als verdriet van de honger. En dat zien we in Nederland op de buis.


In Libië heerst nu chaos. Clans, oud-legerleiders, overlopers, herrieschoppers. Op alle beelden die ik zie, staan mannen en in veel artikelen gaat het over krijgsheren. Ik vraag me dan steeds af: zouden hun moeders, zussen en echtgenotes elke dag voor hen koken? Of zouden ze liever een gebraden kippetje bij KFC bestellen, net als in Gaza? En zouden ze ook nog tijd hebben om lief te hebben, of slapen ze fijn met een kalasjnikov in bed? Of zijn de heren die wij in beeld krijgen, net als bij de kleuterklas, maar een deel van de werkelijkheid? Een antwoord op die vraag zal ik vast nooit krijgen. Het schijnt nu eenmaal interessanter te zijn welke wapens men gebruikte, dan welk voedsel men at en of de winkel of de school of de dokter of toneelclub nog gewoon functioneert.

Maar soms plopt er toch iets omhoog uit dat dagelijks leven. In een hoekje van een krant of na een paar keer doorklikken op het net. Geen keuken- of slaapkamergeheimen, maar wel iets over vrije tijd. Dat men in dat verscheurde Libië ook in de zon ligt. Dat volgens de verslaggeefster ter plaatse het strand zelfs vol zit men zonaanbidders. En de theehuizen ook geen klagen hebben. Terwijl in Tripoli de nationale luchthaven tot de grond toe afbrandt.


Permalink voor ingesloten afbeelding

Weet je wat ik denk?
Dat er in Ferguson ook vrolijke kinderfeestjes worden gevierd, dat je je bachelor kunt halen aan de universiteit van Baghdad en dat je in Damascus kunt genieten van het Syrische nachtleven.
Ja dat denk ik.
Hoewel ik de andere helft van de hond nooit te zien krijg. 

woensdag 20 augustus 2014

Ik heb een bloedhekel aan Italië!

'Jij kent Italië als je broekzak, maar je verdwaalt in Drenthe!' Werd me ooit verweten toen ik een fietstocht moest uitzetten bij Emmen. Beide beweringen verdienen enige nuancering. Ten eerste kan ik zonder schaamte verklaren een groot liefhebber van verdwalen te zijn en verder valt er op die broekzak nog wel wat af te dingen.

Desalniettemin, zag ik dat de Italiaanse journalist van 'La Stampa', die gister verslag deed van de vliegtuigbotsing 'Tussen de gemeentes van Venarotta e Gimignano, ongeveer dertig kilometer van Ascoli Piceno' zijn of haar huiswerk niet goed had gedaan.

Het betrof trouwens geen gewone vliegtuigen, maar van die monsterlijke straaljagers die wij op Franse campings nog wel eens absurd laag horen overvliegen, zodat je ineenkrimpt, je handen uit het lauwe afwaswater op je oren drukt en een halve seconde later met schuimige dreft-oren naar het toiletgebouw snelt en hoopt dat je kleuter niet van schrik in de hurkplee is gevallen. Zo'n wc noemen ze in Italië trouwens 'la Turca', de Turk, of eigenlijk 'de Turkse'.

Maar het ging hier over botsende straaljagers. Ook wel 'tornado' genoemd. Nee, dit is geen vertyping, ik bedoel echt 'tornado', zonder 's'. Want gek genoeg wordt die 'o' geen 'i', zoals in het Italiaans bij meervoud gebruikelijk is. Wat nog gekker is, is dat mij dat dan weer logisch in de oren klinkt. Het blijft lastig om nooit enig onderwijs in of over die taal te hebben gehad. Want ik weet wel het 'hoe' maar nooit het 'waarom'.

'Ascoli Piceno'. Van de Panda waar ik in 1993 mee terug naar Nederland kwam.
Whatever, comunque sia, wat daar verder ook van zij, .... twee tornado dus. Die botsten gisteren op elkaar. In de provincie Ascoli Piceno. Zegt je niks? Geen ramp. (ik weet per slot ook niet waar Coevorden ligt). Het is er net zo mooi als in Toscane en Umbrie maar minder bekend. En verder weg van Nederland en qua mentaliteit hier en daar nog in de middeleeuwen. Oeps, wat zeg ik nu? Toen ik er woonde was er toch ook al kunst en politiek gekonkel en waren er esoterische eco-bewust-zen-onkruid-markten? Maar misschien is dat juist ook wel middeleeuws.

Maar die botsing bij Ascoli vond volgens 'la Stampa' dus tussen Venarotta en Gimignano plaats. En dat zegt u misschien wèl iets. Want het Toscaanse San Gimignano is 's zomers bevolkt door Ollanders. Het is de stad van de torens, daar eeuwen geleden gebouwd om elkaar af te troeven ('De mijne is groter!), in elkaar kukelend zodat het stadsbestuur zich genoodzaakt zag de bouw van dergelijke voorlopers van de minaret te verbieden. Maar dat stadje ligt driehonderd kilometer ten Noord-Westen van Venarotta! Weliswaar vroeg de interviewer na het vliegtuigongeluk likkebaardend aan de local: 'Maar hoé groot is die brand dan?!', maar driehonderd kilometer lijkt me een erg ruime marge om in dichtbevolkt Italië een crash te lokaliseren. Er schijnt volgens Google nabij Rome nog een Gimignano te liggen, maar dat is dan weer net zo ver zuidwaarts.

De journalisten van 'la Reppublica' letten gister beter op: Zij schreven over Gimigliano, met een L. En dat ligt op slechts acht kilometer van Venarotta. Kijk, dan hebben we het ergens over. Hoewel er verder in het Zuiden nog een Gimigliano is. Maar dat ligt net zo ver van de crash als Amsterdam van  Basel, als Groningen van Praag. In Italië's zool, Calabrië om precies te zijn. Waar de N'drangheta, ’s werelds grootste cocaïnegroothandelaar, de lakens uitdeelt. Met een jaaromzet van 53 miljard zou die die van McDonald’s en de Deutsche Bank overstijgen. Hun tentakels reiken tot in Limburg. In Calabrië krijgt de -reguliere- belastingdienst en justitie maar geen grip op de...

Mens, Lehti, nu doe je het weer! Hou toch op om dat prachtige Italië zo negatief neer te zetten! Weet je wel dat Martin Simek (in wiens geboortestad Praag ik onlangs was) er na lang omzwerven zijn ideale woning vond? In dat donkere Calabrië? Ok, hij vertelde op de radio een luguber verhaal dat bij zijn huis hoorde. Iets met een moordzuchtige eigenaar. Waar niemand iets van wist. Maar die Simek wist dat dan weer zo te vertellen dat het vanzelf iets positiefs werd. Hij schreef er een boek over: bloedsinaasappels.

Of Gimignano dan wel Gimigliano nog wat betekent, vraag je?
Geen idee.
'Venarotta' wel.
Huivert van de symboliek:
'Kapotte ader'.













Chi disprezza compra....Was sich liebt das neckt sich.

(Googletranslate maakt hier van: 'U houdt van plagen zichzelf')



maandag 16 juli 2012

Ik ben diep ongelukkig


De reanimatiepoging met behulp van onderdompeling in een bak droge rijst, heeft niet mogen baten. Miss Canon IXUS 8515, 10.0 megapixels, kan definitief worden bijgezet op het kerkhof der camerakarkassen. Ze is vier jaar oud geworden. En ik kan er godbetert niet eens een foto van maken! Wat had ik daar trouwens mee willen doen, vraag ik me af. Online mee gaan pronken? Zoals anderen met hun auto, huis, vakantie of I-phone?

Ik las een artikel (waar?) met percentages over wat er op facebook allemaal heel of half wordt gelogen (hoe meet je dat?). Het artikel concludeerde dat de 'lezer/vriend' bij het zien van al dat -gelogen- moois, het lachen zou vergaan. Het eigen kind, huis, vakantie, man, ... precies, het eigen gazon dus, lijkt zo minder groen. De depressie -volksziekte nummer één- loert. Maar daar wordt al genoeg over geschreven.

Omgekeerd kan je zeggen dat het blootgesteld worden aan allerlei ellende, gelukkig maakt. Onder het voorwendsel van het informeren over de toestand van de wereld (wie bepaalt dat? en kan het ons eigenlijk ècht wat schelen?), krijgen we het gevoel dat het met ons eigen land/ stad/ straat/ seksleven wel meevalt. Sterker nog, lezen over al dat leed is verdorie gewoon lekker. Waarom leest men het nieuws anders zo graag bij een kop koffie? Als koekje! Aardbeving, moord, verkrachting,... zoet gelardeerd met spitsvondige columns. Ja, zelfs bebloede gezichten van gevallen tourfietsers, in kleur, het is allemaal entertainment -'Nee goh, nooit geweten dat bloed van wielrenners róód is'-

Ik hoorde onlangs over een man die al twee jaar bezig is om naar Nederland te komen. Illegaal. Het zou hem twintigduizend euro kosten. Zijn al jaren in Nederland wonende schoonzus, wilde het hem uit zijn hoofd praten. 'Niet doen!, 'Je weet niet waar je aan begint!' Maar dat mocht niet. Haar eigen zus (zijn vrouw, die achter zou blijven) smeekte haar om Nederland als paradijs niet te relativeren. Trouwens, zíj woonde er toch zeker zelf?, als het leven er zo moeilijk was, waarom kwam ze dan niet terug? Zijn huwelijk was goed (lees: hij sloeg haar niet), het was dus geen verkapte poging om haar man dumpen. En hun kinderen zouden hun papa, als die het land uit zou gaan, zeker missen. Wat was nu de werkelijke reden dat ze moest liegen tegen haar zwager? 

Thomas Erdbrink schreef in het NRC van 11 juli over ene Elnaz. "Op Instragram, een app op haar I-phone waarmee je foto's kan delen, komen beelden binnen van haar geëmigreerde vrienden in Canada, Maleisië en Dubai. Ze proosten met cocktails in tropische zwembaden, dansen in clubs en lachen met hun vrienden. (...) Elnaz legt haar telefoon weg, trekt haar verplichte hoofddoek recht en propt haar geblondeerde haar onder het textiel. "Ik moet weg hier", concludeert ze. "Dit is geen leven." (...) "Juist de reizen naar het buitenland, naar Dubai, de Turkse stranden en ook Europa hebben de afgelopen tien jaar de ogen van velen geopend." Aldus Erdbrink.

De man die zich naar het rijke Westen wilde laten smokkelen, ging ook met zijn vrouw op vakantie. Over Istanboel, de stad die voor veel Turken geldt als het Sodom en Gomorra, had zijn vrouw verzucht dat het er erger was dan thuis. Ze vond het er vreselijk. Het leven was er duur en "ze schreeuwen wel vijf keer per dag vanaf die minaret!" (zij waren slechts drie keer gewend). Het groene gras was verbleekt.

Hij heeft besloten niet te gaan. Zijn schoonzus belde mij euforisch op. Zij wist als geen ander hoe zwaar vrijheid kan zijn die geen echte vrijheid is, hoe het voelt om jarenlang je kinderen niet te zien. Om zelf verantwoordelijk te zijn voor je keuzes, goede en slechte of afwezige, zonder familie. Vrijheid is een rekbaar begrip.

Tijdens mijn vakantie in Iran deed ik mij voor als Christen en was ik netjes getrouwd. Het druiste in tegen mijn gevoel, maar het was nodig. Toen ik dit vertelde, op dezelfde dag dat ik hoorde dat de man besloot de twintigduizend euro niet aan de mensensmokkelaar te geven, kreeg ik een discussie, met zijn vernederlandste neef. Hij vond mijn liegen 'belachelijk'. 'Ze' (hij ook al) zouden zo nooit wijzer worden! Door niet de waarheid te spreken, had ik hun beperkte (?) wereldbeeld gevoed!

Misschien had hij gelijk. Maar de stelligheid van zijn 'advies' was tekenend. Het moest zus, het moest zo. Zijn moeder, de vrouw die haar zwager wilde tegenhouden, probeerde tevergeefs aan haar zoon uit te leggen wat 'gescheiden' of 'ongelovig' in Iran werkelijk inhoudt. Hij had geen idee. Al was hij er zelf geboren.

Wij praten over hoofddoeken en zwembaden, lezen over een vader die wordt opgepakt nadat een zoon geestelijken op de hak nam op Facebook. Niet over de toegenomen welvaart in Iran (iedereen heeft ergens wel een eigen huis) met daarnaast de door de overheid ontkende drugs- en prostitutieproblemen. Wel over sancties, niet over het in Iran wijdverbreide racisme ('Gatver, jij bent toch niet bevriend met een Afghaan?') of dat ongehuwd samenwonen of gescheiden zijn, gelijk staat aan een hoer over wie mannen (ook politie) vrijelijk kunnen beschikken. Dat wie niet (in iets) gelooft, geen mens is. De werkelijkheid is weerbarstig. 

از نمایه فیس بوک من ديدن کنید, stond er vandaag in mijn mailbox. De afzender spreekt en schrijft ook Nederlands. Ze heeft daar jaren haar stinkende best voor gedaan in de AZC's waar ze woonde. Nu is ze terug. En wil weer weg. Zoals zovelen. Maar ik heb geen man voor haar. Ook zit ik niet op faceboek en kan dus niet haar vriend worden. Want dat is wat ze vraagt.

Misschien moet ik toch een account aanmaken. Om plaatjes te tonen van een ander Nederland. Of om haar een film te tonen met een completer beeld van Europa. Zoals ik op mijn beurt zag in 'No one knows about Persian Cats' (Een tearjerker is dus tevens feelgoodmovie). Maar nog meer nuance over het Iran van nu zag ik in 'A separation'.
Welke link kan ongestoord langs de staatscensuur?
Welke film, lieve lezer, zou ik haar moeten laten zien?

Zodat ze haar ogen niet gelooft. En dan misschien naar buiten kijkt. Naar het groene gras.

Ik wou dat ik de I-phone van Elnaz had. 

donderdag 5 juli 2012

Grachtengordel met de grond gelijk gemaakt



Heb je het gehoord?
of in de krant gelezen? 
Heeft iemand er überhaupt ooit iets over gelezen? 
Of wel eens iemand gesproken die er vandaan kwam? 
Daar waar handel werd gedreven in goud en kruiden en textiel? 
Waar de geletterdheid al ver voor de gouden eeuw wijdverbreid zou zijn? 
Zo lees ik net. Want ook ik moest weer even opzoeken hoe dat nou zat. Daar in Timboektoe, in het huidige Mali. Waar dit weekend een ware beeldenstorm plaatshad, die nog niet is uitgewoed.
De titel komt uit dagblad Trouw: 'De verwoestingen in Timboektoe kunnen uitlopen op een cultuurvernietiging die vergelijkbaar is met een verwoesting van bijvoorbeeld Florence, Canterbury of de Amsterdamse grachtengordel.' Ik had dus ook Florence kunnen aanhalen. Waar hordes zwaarbewapende godsdienstfanaten dan, in naam van de heer, eeuwenoude kerken in brand steken, een heksenjacht beginnen en Palazzo Vecchio platgooien. Omdat het afleidt van het ware Christendom.

Marokko heeft de daden veroordeeld. En buurland Algerije had juist succes geboekt bij de bestrijding van terrorisme in naam van Allah. Waarna de groep die zich Asnar Dine noemt, in het aangrenzende Mali misbruik kon maken van de chaos daar. Die uitbrak toen Toearegs (je weet wel, van die blauwe ninja's) in april de onafhankelijkheid van Noord-Mali uitriepen. Dat niet werd erkend. En hoewel ze iets riepen over een 'grondwet' en 'staakt-het-vuren', werden de ninja's al gauw zelf onder de voet gelopen. In Timboektoe schijnt inmiddels de sharia te zijn ingevoerd. En worden monumenten kapotgeslagen. Die van leem zijn gemaakt. Er is weinig voor nodig om ze met de grond gelijk maken. De wind zal het werk afmaken. En anders doen ze het zelf, zegt Asnar Dine.


Ik wilde opzoeken wat die naam betekent. Zou het Malinke, Pular of Bambara zijn? Of één van die vele andere talen die er wordt gesproken. Maar geen van deze talen wordt als optie gegeven bij googletranslate (het Gularati of Tagalog wel. Waar zou dàt de voertaal zijn?). Het klinkt Arabisch. En Arabieren hebben nooit veel opgehad met zwart Afrika. Het geeft ze vast een vrijbrief om de eeuwenoude moskeeën te lijf gaan, zogenaamd vanwege 'niet recht in de leer' en afgoderij. Een Afrikaanse beeldenstorm. Omstanders kijken er huilend naar en kunnen weinig uitrichten.
 


Wat wij kunnen doen? Nou, kennis nemen van het rijke verleden van Mali, van Timboektoe, van Bamako, van Segou. Waar landsgrenzen weinig verband hebben met de volken die ze herbergen. Lees bijvoorbeeld 'Segou, de aarden wallen', het epos van Maryse Condé. Waarin wordt verteld over een koninkrijk dat teloorgaat, over slaven, nomaden, de rol van vrouwen, de eerste blanke die in West-Afrika een kijkje neemt en, last but not least, de Islam die zijn intrede doet. Het tweede deel van Condé's boek is behoorlijk gewelddadig, maar het helpt om te begrijpen wat we niet op school leerden. Zelfs van de overzeese strijd, in Zuid-Amerika, wordt verslag gedaan. Wie, waarom elkaars bloed wel kan drinken. Over de waanzin van oorlog. Die families verscheurt. Het boek is ook nog eens erg goed geschreven. En prima vertaald.

Liever muziek? Kan ook. Van Zita Swoon bijvoorbeeld. Het is weliswaar een Belgische band, maar ze maken ook swingende muziek met Mamadou Diabaté Kibié. Uit Burkina Faso. Alwaar de moskee staat op de foto hiernaast. Die in mijn Westerse ogen verdomd veel lijkt op die in Mali (maar dat is vast net zoiets als het Colloseum in Rome vergelijken met de Sagrada famiglia in Barcelona). Toen ik, naar aanleiding van een blog van Sanneke, Zita Swoon hier in de schouwburg hoorde spelen, nodigde leadzanger Stef Kamil het publiek uit om te komen dansen, maar ook spoorde hij iedereen aan om vooral zelf een kijkje te gaan nemen in dat prachtige continent.


Terug naar de krant. Harriët Duurvoort roept in de Volkskrant van 2 juli Bono op om een hit te maken over het afschaffen van Europese landbouwsubsidies. Dat zou meer zoden aan de dijk zetten dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Die vooral corrupte regimes ten goede komt. Maar er is hoop. Want, zo schrijft ze 'in Ghana, is het binnenkort beter toeven dan in Griekenland. Ze haalt een Afrikaanse econome aan, ene Dambis Moyo. (ja, mensen, die hebben ze daar in Afrika óók. Een economie. En economen). Moyo pleit voor een gezondere markt. China timmert al aardig aan de weg.  Letterlijk. China asfalteert Afrika. En Afrika gaat straks Europa redden. Wat zeg ik, dat doet het al. Want Afrika barst van de bodemschatten en Europa's economie is gebouwd op lucht. Chinezen beseffen dit en laten Europa links liggen. Misschien dat Amsterdam, ergens in 2030, hulp krijgt van een Malinese troepenmacht, om het doorbreken van de dijken door extremistische christenen uit Scandinavië en het laten overspoelen van Amsterdam te verhinderen. Wie weet.

zaterdag 25 februari 2012

Once you go black....

.....krijgt binnenkort een heel andere lading, een niet voorziene wending.

Welke 'black' kennen zij die ervan proefden? Surinamers? Ghanezen? Politiek correct Nederland denkt uiteraard niet in 'arme achterlijke zwartjes'. Zij omarmt haar goed geïntegreerde, gekleurde nieuwkomers. Met als kroon op deze acceptatie een gemengd huwelijk en mooie chocoladekindertjes. Maar was dit tot voor kort een uitzondering die de regel bevestigde, binnen afzienbare tijd zit iedereen aan de zwarte man...of vrouw. Of eigenlijk: aan de zwarte baas. Iets van die strekking las ik ergens. Onlangs. Maar waar?

Het doorbladeren van NRC, Volkskrant en de Groene van de afgelopen week, leverde mij niet de bron op die over de witte braindrain berichtte waarover ik wilde schrijven. Er werd niet over gerept in het journaal en ook een snelle zoekactie via google leverde niks op. Kuitenbrouwer waarschuwde voor een lawine aan non-nieuws, maar ook hij had beter kunnen scoren door wat verder te kijken. Zoals Anil Ramdas als correspondent deed. Die niet naar de plek des onheils ging om een ramp te verslaan, maar juist de andere kant op. Zelfs naar zijn overlijden moest ik speuren. Helaas gaat hij deze 'wende' niet meer meemaken. Zijn kinderen wel.

De krant staat bol van Griekenland. Dat Jan-Kees de Jager een gematigder toon moet aanslaan, dat zijn historisch besef tekortschiet. Weet hij dan niks van de herstelbetalingen van het Duitsland van na WO I? De sentimenten die dit had gevoed? Er was zelfs een paginagrote advertentie met de strekking: 'Wij arme Grieken zijn hardwerkende belastingbetalers, heb piëteit!'.

Ja, ik hèb piëteit, net zoals ik dat heb met de Italianen. Je loon gehalveerd (!) te zien is, àls je al een baan hebt, bijzonder zuur. De eerste mens die daarvoor in Nederland níet de straat opgaat moet ik nog tegenkomen. Maar met de benaming van 'belastingbetaler' heb ik moeite. Als moeder van kinderen door wiens aderen Italiaans en Grieks bloed stroomt, meen ik enig recht van spreken te hebben. De overheid is aan de mediterrannée tegelijkertijd iets begeerlijks (om er te werken, je wordt immers betaald om niets te doen) en afstotelijks (om er iets aan af te staan ten dienste van die nietsnut). Een overheid doet niks voor je. Behalve als je 'een mannetje' kent. Die natuurlijk niets met die overheid heeft. Of dat 'mannetje' vult zijn overheidssalaris (zwart) aan. Zo gaat dat daar. Zo wèrkt dat daar.

Maar Grieken hóeven helemaal niet op hun knieën voor Evropa. Hun redding kòmt niet van de kant waar zij (en wij) die verwachten. Een overzeese blik, over hun schouder, naar donker Afrika, biedt hen meer mogelijkheden. De Portugezen effenen alvast het pad. Laat De Jager maar meekijken. Want Nederland staat er niet best voor. Elf miljard hebben we met z'n allen geleend. Ook wij bezitten spullen die niet van ons zijn. Daar hoef je geen Griek voor te zijn.

Portugal kent, net als Griekenland, een historie van dictatuur en heeft een vrij jonge democratie. De overeenkomst die zij met Nederland hebben is hun handelsdrift. En bijbehorende koloniën. Met zwarten. Die werden verscheept. Nederlanders deden het met Ghanezen naar Suriname, Portugal deed hetzelfde van Angola naar Brazilië. En ze exporteerden hun taal. Hetgeen een hoop gezeik scheelt met die verplichte inburgering en zo. Hoogopgeleid Europa zoekt werk. De koloniën zijn booming.

Daar waar tot voor kort en gedurende dertig (!) jaar, een bloedige oorlog woedde, waar mijnen lagen, waar oorlogswezen en kindsoldaten het straatbeeld van Luanda bepaalden, bruist de Angolese hoofdstad nu van het leven. (Leer die naam maar vast uit je hoofd. Komt vast nog van pas: Lu-an-da). Bij de ambassades is het niet meer dringen voor 'fort Europa'. Het zijn nu de Portugezen die visa en werkvergunningen aanvragen om een graantje mee te pikken van opkomend Angola. De braindrain naar Brazilië is al langer aan de gang. De lonen daar zouden die van vergelijkbaar werk in Portugal voorbij streven. Zelfs Portugals voormalige kolonie Oost-Timor schijnt een rol te gaan spelen.

En voor de cynicus die dit alles als 'tijdelijke arbeidsmigratie' afdoet, Angola heeft al flinke aandelen bij één en straks drie Portugese banken en lonkt naar noodlijdende telecom en energiebedrijven. Portugal houdt uitverkoop. Angola heeft vele bodemschatten en is achtste olie exporterende land ter wereld. Olie, die in handen van de staat is. Wat nou privatisering? Hun eerste man, de Santos ('Heilige') koopt gewoon privebezit in Europa.

Gesputter over overlast veroorzakende immigranten en razzia's op zwarte schoonmaaksters in het Gooi? Het is een achterhoedegevecht. Ik ga mijn bakens verzetten. En zet om te beginnen de Braziliaanse hit van Michel Telo op. Kan ik mooi Portugees leren. Best handig. O, maar dat is een blànke? Misschien kan ik beter Capoeira leren. De door de Angolese slaven naar Brazilië gebrachte dans-vecht sport. Waarbij de beoefenaars elkaar niet mogen aanraken. Dat was een voorwaarde van de blanke kolonisator. Klinkt het je te exotisch? Ach, wen er maar vast aan (vanaf 55 sec. wordt het echt spannend).

En nu nog even opzoeken waar de Ghanese ambassade is gevestigd.

Toch wel spijtig voor de Grieken dat er elders op de wereld zo weinig Grieks wordt gesproken.







maandag 13 februari 2012

Beste Aaf en Sylvia,

.....en Arthur en Nelleke natuurlijk niet te vergeten,

Ja, dit is weer 's wat anders dan dat ik júllie bespiegelingen lees over kerstdiners, zwervers of het eindeloze ikke-getwitter. Of over serveersters die schrijver in spé blijken te zijn. Maar dat was dacht ik Giphart die daarover schreef, om geen hoge verwachtingen te hebben, compleet met waarschuwende ramsj-scenario's. Die zich wellicht weer had laten inspireren door Will Self. Maar ik deed het lekker toch: mezelf uitnodigen voor het boekenbal. Middels een aanhef-loze email. Waar Renske op haar beurt weer over schreef: wat voor boodschap geeft de briefschrijver over zichzelf mee bij de keuze hierin. Ik liet hem maar helemaal weg, die aanhef. En zet 'm bij wijze van nagekomen bericht boven dit logje. Als een teckel die nog wat nakeft: 'Sorry, dit hoort er ook nog bij.'

Maar vanwaar die mail? (nu volgt enige uitleg voor lezers die niet Noordervliet, Japin, Brandt Cortius of Witteman van achteren heten). Wel, jullie hadden daartoe opgeroepen. Om een kort verhaal in te sturen. Van maximaal vijfhonderd woorden. Over 'foute vrienden'. Of nou ja, oproep. Meer het tegendeel. Zo van: waarom zou een gevestigd schrijver concurrentie aanmoedigen? 'Bedreigend' en zelfs 'Paranoïde horror' las ik, toen het over het effect ging dat het leger aan getalenteerde, nooit gepubliceerde schrijvers kon hebben op het gevestigde soort. Zulke termen fungeren als lokaas om dat leger uit hun tent te lokken. Als toefje slagroom werd de winnaar uit 2011 ten tonele gevoerd. Want zíjn roman verschijnt binnenkort bij Prometheus. Laat dat nu nèt één van de uitgevers zijn die mijn manuscript retour zond. Zonder verdere uitleg, want, zo schreef mevrouw de la Rive Box, ze ontvingen bij Prometheus tientallen manuscripten per dag. Vermenigvuldig dat met zo'n vijftig uitgeverijen -grove schatting- en je zit al gauw op een kwart miljoen per jaar. Da's best een heus leger. Arme jury. Arme jullie.

O, wacht, nu bijt ik mezelf in de billen. Want niets ontsiert zo, als iemand die zich zichzelf afschildert als 'talent'. Zelfkennis, bescheidenheid, dàt is wat scoort. Wat best krom is. Want degene die, net als ik, een stukje instuurt, wil natuurlijk gewoon winnen. Dus laat ik die calvinistische soberheid vandaag gewoon lekker voor wat ie is en blaas mooi hoog van de toren.

Want ik ben niet alleen goed. Ik ben ook nog 's erg braaf. Vier tips gaf je, Sylvia. De dromen, heidelandschappen en dat verdwaalde paard heb ik dit keer dus niet gebruikt. En van je suggesties 'pluizig diertje' en 'seks', koos ik voor die tweede. Dat ligt me nu eenmaal beter. Ook gebeurt er 'iets ergs' (tip 3) en sloeg ik de tekst zelfs op (4). Sterker nog, dat had ik al gedaan. Het verhaal wàs er namelijk al. Ik had het hier alleen verwijderd. Vanwege de seks, hè. Want ik ben braaf. En dit is een kuis blog.

Maar er is toch een probleem. Want ik hield me niet aan het onderwerp. Heb ik wel vaker last van. Ooit zei mijn leraar Nederlands van het Haags Lyceum: 'Mooi verhaal, maar dat vróeg ik niet.' Ook hier en nu viert de verwarring hoogtij. Ik vind muizen waar ik moet loodgieten, verwar eten met politiek of zoek een verband tussen hangtieten en ayatollah's. En ik laat jou, Sylvia, zelfs oppeuzelen door mijn bijtgrage liefdesvogel. Zo, genoeg reclame gemaakt. Maar ik heb me dus niet gehouden aan de opdracht. Ben niet zo goed in 'foute vrienden'. Of het moet deze eikel zijn. Maar die ken ik verder niet. Dus werd het een verhaal over een ziekenhuis. En over seks. Niet over een paard. Zonder foute vriend. Maar wel met bloed. En dat stuurde ik gister bij die mail.

Vanmorgen las ik het nog eens over. En ontdekte een woord te zijn vergéten. Van slechts drie letters, maar toch. Het oogt slordig. Of is onvergeeflijk, zo merkte ik eens als lid van een sollicitatiecommissie. Gedrieën voerden we een discussie. Moesten we de briefschrijver die een dt-fout maakte nu wel of niet uitnodigen? Wat het werd, ben ik vergeten. Wel weet ik dat uiteindelijk niemand de baan kreeg. Ze waren allen ongeschikt. Om mijn baas te worden.

Maar ik vergat dus, ondanks het nalezen in uitgeprinte vorm van de ruim vierhonderd woorden (ja, aan het kwantitatieve criterium had ik wel gedacht), een heel wóórd.
Gooi ik dat nu dan maar op het net.
Nasturen is ook zo wat.
Moet mezelf niet àl te serieus nemen.
Hier komt ie:
'wat'

Tweede alinea, één na laatste zin.
Tussen 'hoort' en 'hè'.
Even cutten en pasten.
Sorry voor het ongemak, Aaf en Sylvia.

Zo, dat heb ik dan ook weer rechtgezet op deze miezerige maandag.
En nu ga ik een speurtocht uitzetten.
Voor Leo
Die vandaag elf jaar wordt.
Hoera!

Met vriendelijke groet,

Lehti Paul (nee, dìt is niet mijn echte naam)

P.S. Op internet staat dat jullie ook leeftijd en geslacht van de inzender willen weten. Had dat er in de krant van 1 februari dan gelijk bij gezet, beste mensen.
Ik ben een man van 83 en draag een hoofddoek. Zo goed?

woensdag 18 januari 2012

Over een koffer en Netanyahu in Nederland

Ooit zag ik de film 'Left luggage'. Over een Orthodox joods gezin. Speelde geloof ik in Antwerpen. Geen vrolijk verhaal. Over oorlog die in hoofden van mensen zit. Over extreem geloof. Waar ik niet zo van ben. Over een jongetje met pijpekrullen dat niet praat en in zijn broek plast. En over een koffer.

Ik heb ook een koffer. Op zolder. Die niet uit de oorlog komt. Of toch? Ik klim het steile trappetje op. Zie hem liggen en klik hem open. Er liggen knipsels in over Israël. Het land waar ik in 1977 mijn zevende verjaardag vierde, samen met mijn ouders. Ik kreeg van hen een keppeltje kado. Korte tijd later danste ik in Nederland Israëlische dansen, samen met grote meiden die later gingen werken in een kibboets.

Nog weer wat later, in 1985, haalde ik de voorpagina van een landelijk dagblad. Met een zogenaamde Arafat-sjaal om mijn nek. Ook die krant ligt in de koffer. Het wilde meisje van net vijftien dat ik op de foto zie, slaat op een trommel. Ik droeg een nepbontjas, die nu in de verkleedkist van mijn kinderen ligt en dienst doet als berenjas. Ik ben zo te zien één van de 'rond de zesduizend scholieren, die vanaf het Malieveld naar het binnenhof waren getrokken en daar luidruchtig lucht gaven aan hun protest tegen de kuisraketten.' Diezelfde avond besloot Lubbers dat er Amerikaanse raketten naar Nederland mochten komen. Het NRC van 3 februari 1986 kopt met Sharons woorden 'Wij hadden Arafat moeten elimineren'.

Het was de tijd van Russen in Afghanistan, van protesten in Woensdrecht, van de DDR en van het Britse staatshoofd waar net de film 'Iron Lady' over is gemaakt, met Streep in de hoofdrol. Ik lees over Hans van den Broek die als minister van buitenlandse zaken ging praten met collega Wu. Hij bood aan om Chinese havens uit te baggeren, en legde een onderzeeërruzie bij. Nu, ruim een kwart eeuw later, roert dezelfde van den Broek zich in de discussie over Israël ('Stop het gedoog- en beloonbeleid jegens Israel'). Samen met een andere oude rot in het vak, Frits Bolkestein ('De EU moet zich niet afkeren van Israël'). Beide betogen overstijgen niet de gemiddelde 'hij begon' discussie die mijn jongens hier voeren. De slachtoffers die bij het conflict vallen helaas wel. Eén van de eerste moorden, naar verluid zelfs de eerste politieke moord, was die op de Nederlandse schrijver Jacob Israël de Haan. Hij werd in Jeruzalem vermoord, in 1924. Toen hij terugkeerde van het avondgebed in de synagoge. Het ondenkbare was toch gebeurd, een Jood was gedood door een andere Jood. De moordenaar zou nooit spijt hebben gehad. Die overleed in 1990. Het jaar waarin, ook in Jeruzalem, met scherp werd geschoten op de Tempelberg. Bij de koepel van de Rots, islamitisch heiligdom, vlak naast de klaagmuur, heiligdom van de Joden. Er zijn te veel belangen in dat kleine land, in die kleine, maar gestaag groeiende stad. Ik vouw de oude krantenknipsels weer op. De koffer gaat weer dicht.

In Jeruzalem zouden andere Israeli's wonen dan in Haifa of Tel Aviv. In de eerste stad zouden orthodoxe vrouwen hun haren niet aan de buitenwereld mogen laten zien en daarom een pruik dragen (dat zal Wilders vast meer bekoren dan de hoofddoek van Trix bij haar recente bezoek aan Oman) Mannen houden zich bezig met het bestuderen, bespreken, analyseren van de Thora. Ze krijgen veel kinderen. Meer dan er in de rest van Israël worden geboren. Deze kinderen, die op hun beurt weer voor veel nakomelingen zorgen, moeten worden gehuisvest. Daar moeten huizen voor komen. En in zo'n krankzinnig klein land (in vergelijking met bijvoorbeeld de buurreuzen Jordanië en Syrië) maken deze mensen ook numeriek een steeds groter deel van de bevolking en dus van het electoraat uit. Met hun stem dient Israël, dat tot nog toe één van de weinige democratieën in de regio was en is, rekening te houden. Door wie worden hun huizen gebouwd? en die op de bezette Jordaanoever? Door Palestijnse arbeiders? Zorgen de bekritiseerde illegale nederzettingen paradoxaal genoeg zo niet voor werkgelegenheid voor hen die er zelf eerst woonden. In de bouw, de schoonmaak, om op kinderen te passen? Lees je nooit wat over.

"Ook de Israëlische vredesorganisatie Peace Now luidt de noodklok. In een recent rapport met de veelzeggende titel Torpedoing the Two State Solution meldt zij dat de regering Netanyahu juist daar bouwplannen bevordert, waar de uitvoering ervan maximale schade toebrengt aan de mogelijkheden een levensvatbare Palestijnse staat te stichten. Een voorbeeld zijn de plannen voor de nieuwe nederzetting Givat Hamatos, die de nederzettingenring rond Oost-Jeruzalem zou sluiten.", aldus van den Broek in de VK van 18 januari 2012, pag. 28

Ik denk aan mijn oude koffer. Aan 'left luggage'. Aan de oorlog in de hoofden van overlevenden. Aan extremisme. En aan een conflict dat zovele generaties voortduurt. Wat zou ik doen? Als vrouw. Als ik daar was geboren. Aan welke kant dan ook. Misschien zou ik 'Let it be morning' lezen, van Sayed Kashua. Of mijn kinderen naar de 'hand in hand school' sturen. Een gemengde school waar in het Hebreeuws en Arabisch wordt les gegeven.

Daar dacht ik allemaal aan. Nu Netanyahu een tweedaags bezoek aan Nederland brengt.

zaterdag 3 december 2011

Veren van Sylvia Witteman

Aaf Brandt Corstius. Ik hou van haar manier van schrijven en waarover ze schrijft. Waarom ik haar column dan niet vaker lees? Ach, het zal vast niet alleen met tijd, geld of prioriteiten van doen hebben, een nieuwe leesbril zou ook wonderen doen. Nu lees ik Aaf gewoon af en toe. In de wachtkamer, als ik bij mijn ouders ben, of in de krant van de buurvrouw.

Ik hou ook van Sylvia Witteman. Van hoe ze schrijft. Maar mijn vogel houdt er een andere mening op na. Ze maakt er snippers van, die ze sierlijk in haar staart steekt, tussen de andere veren. Met de zon er bij levert dat wel weer mooie plaatjes op.








zaterdag 12 november 2011

Vogel aast op afgetreden Italiaan




Een Olijf krijgt er 'Durchfall' van, hier wordt ie versnipperd.
Nee, niet door een aasgier. Het beestje in kwestie heet, zo weet ik sinds kort 'Agapornis', liefdesvogel. Geen 'vogel van Isfahan' of 'Kamikazevogel' dus.

Als je het mij vraagt is het alleen omdat er voor mister Smile, niet meer genoeg eer viel te behalen aan deze functie in de spotlights. Achter de schermen heeft ie nog altijd de touwtjes in handen.

Viva Italia!

vrijdag 28 oktober 2011

Oud papier bij het ontbijt

Nu ik lijk te zijn beland in wat magerder tijden, is enige creativiteit geboden. Er moet water bij de wijn. Wijn die ik zelden drink, dus dat aanlengen zal moeilijk gaan. Maar toch. Genoegen nemen met wat voor handen is. Met oud nieuws bijvoorbeeld. Door het dagblad op te zeggen. Maar zonder krant heb ik 's morgens toch het idee dat ik iets mis. Smaakt het broodje en de thee nèt iets minder lekker. Dus toen ik onlangs de buurvrouw in haar tuin in de zon zag zitten, die door een veel te dikke Volkskrant heen ploegde, vroeg ik haar of ìk die krant na lezing mocht. Geen punt (scheelde haar weer een tocht naar de papierbak). De dagen die volgden lag er 's middags oud nieuws op de deurmat.

Meteen deed zich het probleem voor dat ik het tot mij nemen van dit nieuws weer moest inpassen in mijn dag. Wat nog niet echt wil lukken. Met als gevolg dat de kranten, door een ander gelezen, in mijn oud-papier belanden. Niet echt slim. Meer een soort werkverschaffing ("Hé buuf, zal ik dat oud papier even wegbrengen, ik doe dat graag!") Daarbij, ik rep hier nu steeds over nieuws, maar het gaat hier natuurlijk om ouds. Niets is zo bederfelijk als een krant. Een gelezen krant rúikt minder lekker, is niet vers van de pers, maar kan een dag of twee, drie later nog best worden gelezen. Het gaat er mij maar om, iets knisperigs bij het ontbijt te hebben....of als knabbel bij de wijn (of water, of thee). Soms waag ik een poging.

Dinsdag 25 oktober 2011. Voorblad van de Volkskrant:
  • Reclame voor een 2-daagse autovakantie in Nederland (in Steenwijk)
  • Ekrem Shaban: 'Ik was hier de eerste Bulgaar (...)'
  • Steven Spielberg over Kuifje
  • Voetnoot. Het begrip 'thuis'. (prima column van Arnon Grunberg "Het begrip 'thuis' zal meer en meer een mythisch in plaats van een concreet karakter krijgen". Over een deel van het electoraat dat dit ontkent en zich vastklampt aan nationalistische folklore)
  • Reclame voor een printer
  • Reclame voor de cabaretvoorstelling van Lebbis
  • Tot slot, een artikel. Nou ja, artíkel..... Drie (!) zinnen over de recente aardbeving in Turkije. Het staat tussen blauwe aanhalingskomma's van 2 centimeter doorsnee. Twee van die zinnen zijn het verslag van het telefoongesprek dat Derya had met Hatice, die mogelijk nog onder het puin ligt. (de functie van een krant is natuurlijk óók om lezers het gevoel te geven dat ze het zelf zo slecht nog niet hebben. Net als de tv)
Ja, er stáát dus nieuws op het voorblad, maar ik ben verbaasd over de minieme ruimte die dit inneemt. Nu moet een krant natuurlijk met de tijd meegaan, en er moet ook geld binnenkomen.
Ach, ik word oud.
Of heb gewoon te lang geen echte krant meer gezien.

Ik kom niet verder dan het voorblad en neem plaats achter de computer.
's Kijken wat er in de wereld gebeurt. Voor het knispereffect verzin ik wel wat anders.

Morgen even naar de papierbak. Kan ik meteen de lege wijnflessen van de buurvrouw wegbrengen. Je moet toch een beetje creatief blijven.

vrijdag 21 oktober 2011

Batterij

Die was dus óók kwijt. Niet alleen werd ik gefrustreerd bij een poging verhaaltjes op het net te zetten, maar ook de mogelijkheid om plaatjes te schieten was nu weg. De accu was zoek.

Ik heb nog een heuse ouderwetse camera. Wel zo'n digitaal geval, maar ik kan er niet ook mee pingen, twitteren of bloggen op de fiets. Het apparaat dient alleen om foto's mee te maken. Wel zo overzichtelijk. Ik heb hem áltijd bij me. In een vlaag van verstandsverheldering was ik gelukkig wel zo slim om een geheugenkaartje aan te schaffen, maar aan een extra accuutje was ik niet toegekomen. En nu zat ik zonder.

Ik wist nog precies wáár Leo de laatste foto had geschoten. In de Ikea. Toen hij een foto nam van twaalf Leo's in spiegels die tegenover elkaar waren opgehangen (Ikea is net een pretpark). Hij had de display zelfs uitgezet om stroom te besparen. De camera protesteerde al een tijdje (lampje, bliebje, 'Hallo, hallo, ik ben léég, dóe wat!'). En toen, vlak nadat ik thuis de batterij eruit haalde om hem op te laden, was ie dus weg. Foetsie. Hoe kan een mens in zo'n korte tijd iets kwijtraken?! Het is gewoon een gave! Maar dan toont Lehti zich van haar meest drammerige kant. Plaats delict wist ik. Het ding móest en zóu daar dus in de buurt moeten liggen.

Bed werd opgeklapt, kleed uitgeklopt, kleren bijeen geraapt, losse papiertjes (met dingen die vandaag nog gedaan moeten worden) weggemikt, rekeningen, schoenen herschikt, alle broek- en jaszakken, zelfs van die ik niet had aangehad, werden binnenstebuiten gekeerd (goh, is die usb stick híer, leuk zeg), offertes netjes in de daartoe aangelegde map gedaan, kranten bij het oud papier gegooid.

Soms, heel soms, is het fijn om te beschikken over een overdosis zelfvertrouwen. Althans, het kwam me nu van pas. Want, -na een halve dag onrust- lag het ding dus precíes waar ik hem was kwijtgeraakt, ònder het kussen van de stoel. Als men op dat moment de chemische gelukstofjes in mijn hersenpan had gemeten, was de activiteit er van vast gelijk aan die van een junk die zijn shotje binnen handbereik heeft. Heerlijk.

Nu gauw opladen.
Trein uitzoeken.
Tandenborstel en kleren in een tas mikken.
Boekje mee, spelletje er bij.
Camera niet vergeten.

"Jongens, schoenen aan, we gáháán."
"Heb je je camera mee?"
"Ja, en de batterij is terug."
"Ja, ècht?"
"Yep."

Op naar Amsterdam.