'Verderop staan een paar skaters te liften', zegt Leo, als ik terugkom van een plaspauze bij Aix-en-Provence, 'Zullen we ze meenemen?' Na onderling beraad besluiten we dat als we wat bagage van achterbank naar laadruimte verplaatsen, ze er prima bij passen. Het lijkt me ook wel handig, een beetje aanspraak. We hebben er weliswaar driehonderd kilometer op zitten, maar nog zo'n negenhonderd te gaan.
'Vers Italie' staat op hun bordje. Dat komt goed uit, daar gaat onze reis ook heen. Hun longboards belanden naast de fietsen en de tent, de proviand wordt herschikt en de uren die volgen hoor ik flarden van gesprekken in het Frans en Engels. Dit is nog eens jarig zijn: onderweg, achter het stuur, twee zoons die kletsen met wildvreemden over reizen en rappers. Tot onze hilariteit wordt dit door de meereizende Normandiërs uitgesproken als 'rapers'. Als één van hen de favoriete 'raper' van Kees niet kent, stel ik hem voor het te zingen. Met een grote glimlach luister ik naar de prachtige basstem van mijn jongste telg. Als we Genua naderen loopt het tegen twaalven en zet iedereen nog één keer 'Happy birthday' voor me in.
Eerder op de dag werd ik al toegezongen door Italianen, Duitsers en een Amerikaan. Mijn zus zorgde voor twee Franse taarten, de restjes nam ik in de koelbox mee naar de volgende stop. Alwaar mijn vrienden uit Guadeloupe, Algerije en Versailles, waar ik eerder 'Bella Ciao' mee had gezongen, helaas al waren vertrokken. Maar het maakt niet uit. Onderweg zijn, verhalen horen en vertellen, samen zingen en dansen, genieten van het leven met mensen vanuit de hele wereld. Die in de bouw, aan het spoor of bij een bierbrouwerij werken. Die arts, autohandelaar of onderzoeker zijn. Dit is vakantie.
Behendig laveer ik over de te krappe bochten van de A7. Het verkeer wordt over spaghettislierten van asfalt en beton hoog boven de stad geleid. 'Jij vindt dit net karten, hè mam'. 'Ja lief, zolang ik niet de diepte in kijk, vind ik dit heerlijk. Ik leerde in Italië autorijden en het kan me niet bochtig genoeg zijn.' Meestal komen we uit het Noorden via de Brenner of Gothard Italië binnen. De prachtige kust van Ligurië ligt voor doorgaand verkeer uit Frankrijk onhandig tegen de bergen aangedrukt. 'Kijk, jongens, hoe mooi, onder ons ligt Genua en daar in de verte zie je de zee. Kijk ook maar voor mij, ik moet hier even opletten. Het is hier 'anstrengend' rijden.' Links er rechts van mij rijden andere vierwielers met onbekende inzittenden door de nacht. Anonieme reizigers waar ik de namen niet van ken.
Drie dagen later zal over deze brug eenzelfde vakantiegezin rijden. Waar ik de namen wel van ken. Ze wilden inschepen naar Sardinië. De weggebruikers links en rechts van hen zijn ook niet meer anoniem, hoewel ik nooit met ze zal kunnen zingen. Ze hebben gezichten en namen gekregen: Giovanni, Matteo, Francesco. Elisa, Stella, Marta. Carlos, William, Axele. De laatste was een Franse vakantieganger, die, net als onze lifters, de auto verkoos boven het vliegtuig. Er was een jong stel, zij kwam uit Arezzo, hij was geboren in de Cariben. Er reden mensen van of naar hun werk: een groentehandelaar, een kok, een anesthesist en een verhuizer. Er was een vrouw die sinds kort gescheiden was en die onlangs beiden ouders was verloren. Ze keerde huiswaarts na een vakantie in een kuuroord. Er waren twee Albanezen, drie Chilenen en een man uit Colombia die al jaren fervent fan was van Inter. Kinderen van negen, twaalf en veertien jaar oud. Een man die een gevierd motorcoureur was, een vrouw die Manuela heette en een carrière als mountainbiker tegemoet ging.
'Was'....
'ging'.....
Want al die levens stopten op veertien augustus boven Genua.
Ze werden bedolven onder enorme brokstukken van teer en cement.
----------------------
Zestig procent van de duizenden bruggen in Italië zou risicovol zijn. Een paar zijn er gesloten, andere stortten al eerder in. Ook bruggen die jonger zijn dan de Morandibrug bij Genua. Zo begaf de brug Palermo-Agrigento het in 2014 een week nadat ze in gebruik was genomen. Gister werd op Rai Uno beweert dat het weghalen van de restanten van de meer dan een kilometer lange brug bij Genua een te kostbare operatie zou zijn.
Toen de brug in 1966 werd gebouwd, schreef Paolo Conte 'il Ragazzo della via Gluck'. Een lied dat vraagtekens zet bij de zin van al dat cement, ten koste van het groen. Het vertelt over een jongen die goed geld verdient in de stad maar bij terugkomst het huis uit zijn jeugd toch niet kan kopen omdat het niet meer bestaat. De versie van Adriano Celentano wordt na meer dan een halve eeuw nog altijd gezongen. Buiten Italië zong Françoise Hardy het als 'La maison ou j'ai grandi', de Zweedse versie is van Anna-Lena Löfgren, de Noorse van Margrethe Toresen. In het Tjechisch heet het Závidím, in het Duits Die junge aus der Via Gluck. In Argentinië werd 'La casa Donde Yo Creci' uitgebracht en de Engelse versie van Verdelle Smith stond eind jaren zestig van VS tot Australië in de hitlijsten: 'Tar and cement'
Samen spelen en muziek maken lijkt me duurzamer dan het blijven bouwen van bruggen van cement.
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frankrijk. Alle posts tonen
maandag 20 augustus 2018
maandag 29 januari 2018
Aarde uit Arras (2)
(hier wat er aan vooraf ging: deel 1)
Ook de nicht van de tarte-de-pomme, kwam wel eens langs met haar kinderen. Haar man was toen al met de Noorderzon vertrokken. Zij werd en bleef, net als mijn moeder, verliefd op mijn vader. En in beide gevallen was die liefde wederzijds. Ik was nog een kleuter en kreeg er toen weinig van mee. Strubbelingen of ruzies kan ik me niet herinneren. Al zullen die er vast zijn geweest. Wat ik nog wel weet is dat mijn zus en ik korte tijd later wel eens mee mochten naar Frankrijk. Dan speelden we verstoppertje met haar kinderen. Dat de vriendin van mijn vader tevens de nicht van mijn moeder was, besefte ik pas veel later. Via klasgenoten kwam ik er achter dat mijn gezinssituatie bijzonder was. Als ik zei dat ik naar 'de vriendin van mijn vader' ging, werd wel eens gevraagd: 'Zijn je ouders gescheiden?' De logica van die vraag ontging me en ik antwoordde dan ook verbaasd: 'Nee, hoezo?' Soms nam ik een stuk brioche of tarte-de-pomme mee naar school die zij had gemaakt. Ik kon het nadeel er niet van inzien.
Vijftien januari overleed ze. Na een lang leven vol taal, muziek en tuinieren. Naast mijn vader gingen ook mijn zus en ik naar haar uitvaart. Mijn moeder had ook mee gewild, maar ze was helaas nog ziek. En zo reden we zondag met mijn vader van Amsterdam naar Arras de route die hij zelf honderden keren per trein aflegde. De sleutel van het huis waar hij opgeteld een maand per jaar, zo'n veertig jaar lang vertoefde, zat nog in zijn broekzak. Maar dit keer sliep hij in een hotel. Op de bedden links en rechts van hem sliepen mijn zus en ik. Met zijn ogen al dicht zei hij tegen niemand in het bijzonder: 'Ik kom hier van mijn leven niet weer.'
Na de crematie gingen we naar haar tuin. De hazelaars en kersenbomen uit de jeugd van mijn moeder zag ik niet. De esdoorn die mijn vader er veertig jaar eerder had geplant was overwoekerd met klimop. Eens friszure appels lagen als een rottend bruin tapijt op het gras, ze waren het afgelopen jaar niet geoogst. Er werd gesproken, gezongen en op wangen gezoend. Gelukkig had mijn vader de dag ervoor de stamboom uitgetekend, zodat ik de namen iets beter kon plaatsen. Toch bleef het een vreemde gewaarwording om bij het handje schudden vaak de Friese achternaam te horen die ik van mijn oma ken. Uitgesproken op zijn Frans. Er waren vrienden en nazaten met Franse, Friese, Joodse, Nederlandse en Afrikaanse voorouders.
Toen haar urn later werd bijgezet in het familiegraf, werd er een toespraak gehouden in het Esperanto. Maar daar waren wij niet meer bij. We reden toen alweer terug naar Amsterdam en werden ingehaald door de Thalys. Een dag later treinde ik verder Noordwaarts. In de richting van de plek waar mijn bevlogen oudoom negentig jaar geleden vertrok om zijn idealen te verkondigen. Van een voorgelezen gedicht van hem versta ik slechts enkele woorden: dolores, canti, lumon, matura, libero, terra. (pijn, zang, licht, rijp, vrij, aarde.)
Toen ik thuiskwam waren de restjes aarde uit Arras in het profiel van mijn zolen opgedroogd en verspreidde ik een spoor door huis. Ik veegde het op en gooide het in mijn tuin onder de appelboom, en bij de braamstruik van mijn oma.
Ook de nicht van de tarte-de-pomme, kwam wel eens langs met haar kinderen. Haar man was toen al met de Noorderzon vertrokken. Zij werd en bleef, net als mijn moeder, verliefd op mijn vader. En in beide gevallen was die liefde wederzijds. Ik was nog een kleuter en kreeg er toen weinig van mee. Strubbelingen of ruzies kan ik me niet herinneren. Al zullen die er vast zijn geweest. Wat ik nog wel weet is dat mijn zus en ik korte tijd later wel eens mee mochten naar Frankrijk. Dan speelden we verstoppertje met haar kinderen. Dat de vriendin van mijn vader tevens de nicht van mijn moeder was, besefte ik pas veel later. Via klasgenoten kwam ik er achter dat mijn gezinssituatie bijzonder was. Als ik zei dat ik naar 'de vriendin van mijn vader' ging, werd wel eens gevraagd: 'Zijn je ouders gescheiden?' De logica van die vraag ontging me en ik antwoordde dan ook verbaasd: 'Nee, hoezo?' Soms nam ik een stuk brioche of tarte-de-pomme mee naar school die zij had gemaakt. Ik kon het nadeel er niet van inzien.
Vijftien januari overleed ze. Na een lang leven vol taal, muziek en tuinieren. Naast mijn vader gingen ook mijn zus en ik naar haar uitvaart. Mijn moeder had ook mee gewild, maar ze was helaas nog ziek. En zo reden we zondag met mijn vader van Amsterdam naar Arras de route die hij zelf honderden keren per trein aflegde. De sleutel van het huis waar hij opgeteld een maand per jaar, zo'n veertig jaar lang vertoefde, zat nog in zijn broekzak. Maar dit keer sliep hij in een hotel. Op de bedden links en rechts van hem sliepen mijn zus en ik. Met zijn ogen al dicht zei hij tegen niemand in het bijzonder: 'Ik kom hier van mijn leven niet weer.'
Na de crematie gingen we naar haar tuin. De hazelaars en kersenbomen uit de jeugd van mijn moeder zag ik niet. De esdoorn die mijn vader er veertig jaar eerder had geplant was overwoekerd met klimop. Eens friszure appels lagen als een rottend bruin tapijt op het gras, ze waren het afgelopen jaar niet geoogst. Er werd gesproken, gezongen en op wangen gezoend. Gelukkig had mijn vader de dag ervoor de stamboom uitgetekend, zodat ik de namen iets beter kon plaatsen. Toch bleef het een vreemde gewaarwording om bij het handje schudden vaak de Friese achternaam te horen die ik van mijn oma ken. Uitgesproken op zijn Frans. Er waren vrienden en nazaten met Franse, Friese, Joodse, Nederlandse en Afrikaanse voorouders.
Toen haar urn later werd bijgezet in het familiegraf, werd er een toespraak gehouden in het Esperanto. Maar daar waren wij niet meer bij. We reden toen alweer terug naar Amsterdam en werden ingehaald door de Thalys. Een dag later treinde ik verder Noordwaarts. In de richting van de plek waar mijn bevlogen oudoom negentig jaar geleden vertrok om zijn idealen te verkondigen. Van een voorgelezen gedicht van hem versta ik slechts enkele woorden: dolores, canti, lumon, matura, libero, terra. (pijn, zang, licht, rijp, vrij, aarde.)
Toen ik thuiskwam waren de restjes aarde uit Arras in het profiel van mijn zolen opgedroogd en verspreidde ik een spoor door huis. Ik veegde het op en gooide het in mijn tuin onder de appelboom, en bij de braamstruik van mijn oma.
zondag 28 januari 2018
Aarde uit Arras (1)
Op mijn lichte laminaatvloer lagen restjes aarde. Afkomstig uit een tuin in Arras. Maandagmiddag liep ik daar rond tussen een kweeperenboom en een esdoorn. Op hun wortels stond, naast frisse sneeuwklokjes, een urn. Helaas kon de urn niet open, dus kwam het niet tot uitstrooien van haar as.
De tuin was eens eigendom van een gegoede Franse familie. Van wie de dochter in 1935 trouwde met een Friese boerenzoon. Maar voordat deze Fries daar terechtkwam, maakte hij vele omzwervingen. Hij trok onder meer met een handkar van Nederland naar Zuid-Frankrijk, ontmoette mensen van over de hele wereld met wie hij kon praten want hij sprak een wereldtaal, het Esperanto. De boerenzoon propageerde de taal, maakte er boekjes over. De Esperantovereniging in Noord-Frankrijk draagt tot op heden zijn naam. Hij en zijn Franse vrouw kregen vóór, tijdens en na de tweede wereldoorlog vijf kinderen. Esperanto werd hun moedertaal. De as in de urn is van één van de dochters.
De Friese boerenzoon was een knappe, innemende man. In zijn huis waren familie en vrienden van over de hele wereld altijd welkom, maar vaker nog nodigde hij zichzelf bij anderen uit. Hij had een jeugdvriend, een schoolgenoot van de ambachtsschool in Leeuwarden. Ook deze vriend was ver van zijn geboortegrond neergestreken. Hij was een wees uit Wenen die in de jaren twintig in Friesland belandde, daar inburgerde en trouwde met een boerendochter, de zus van zijn vriend. Deze zus en de Oostenrijker werden de ouders van mijn moeder. Mijn grootouders dus. Mijn oma overleed in 2009 op bijna honderdjarige leeftijd.
Beide jeugdvrienden beleefden in de oorlogsjaren angstige tijden, om uiteenlopende redenen. Ze schreven elkaar brieven maar groeiden later uit elkaar. Mijn opa, de Oostenrijker, was een doener, een selfmade-man, die zonder ouders hogerop wilde komen en ook kwam. Zijn zwager, de geboren Fries, was daarentegen altijd onrustig en vol wilde plannen. Zo vatte hij in 1967 het plan op om zijn geboortehuis in Leeuwarden steen voor steen af te breken en weer op te bouwen in Arras. De dichtbundel die hij in het Esperanto publiceerde heette: 'La tutan mondon volus mi trairi' (ik zou graag door de hele wereld willen gaan). Hij maakte in 1974 een eind aan zijn leven in het huis van deze tuin. Zijn dochter die maandag naast de sneeuwklokjes stond, was degene die hem toen vond.
Voordat kort daarop ook haar Franse moeder overleed, had die het familiebezit keurig verdeeld over haar vijf kinderen. Met die erfenis gingen ze verschillend om. De één verkocht het huis, waar een benzinestation voor in de plaats kwam, een ander sleet er zijn laatste jaren tussen de geiten en de vrouw van wie we nu afscheid nemen verbouwde er aardappels en verwerkte het vele fruit uit de boomgaard tot jam en tarte-de-pomme.
In de jaren vijftig kwamen op de toen nog ongedeelde tuin in Arras mijn moeder en tante als kind. Op bezoek bij hun Franse familie. Ze konden, dankzij Esperanto, met hun neefjes en nichtjes communiceren, want ook mijn grootouders leerden de kunsttaal aan hun twee dochters. Samen plukten ze kersen, appels en hazelnoten. De neven en nichten groeiden op, verhuisden, kregen kinderen, al dan niet met man, ze scheidden, hertrouwden of gingen dood. Mijn ouders trouwden jong, nog ver voordat ik werd geboren, en zijn nu, na vijfenvijftig jaar, nog steeds samen. Ook later, in mijn ouderlijk huis, kwam de Franse familie soms langswaaien. Een vader met een kind, een verdwaalde achterneef. Ik kon ze nooit goed plaatsen en niet met ze praten. Want Esperanto sprak ik niet.
Vervolg, deel 2
De tuin was eens eigendom van een gegoede Franse familie. Van wie de dochter in 1935 trouwde met een Friese boerenzoon. Maar voordat deze Fries daar terechtkwam, maakte hij vele omzwervingen. Hij trok onder meer met een handkar van Nederland naar Zuid-Frankrijk, ontmoette mensen van over de hele wereld met wie hij kon praten want hij sprak een wereldtaal, het Esperanto. De boerenzoon propageerde de taal, maakte er boekjes over. De Esperantovereniging in Noord-Frankrijk draagt tot op heden zijn naam. Hij en zijn Franse vrouw kregen vóór, tijdens en na de tweede wereldoorlog vijf kinderen. Esperanto werd hun moedertaal. De as in de urn is van één van de dochters.
De Friese boerenzoon was een knappe, innemende man. In zijn huis waren familie en vrienden van over de hele wereld altijd welkom, maar vaker nog nodigde hij zichzelf bij anderen uit. Hij had een jeugdvriend, een schoolgenoot van de ambachtsschool in Leeuwarden. Ook deze vriend was ver van zijn geboortegrond neergestreken. Hij was een wees uit Wenen die in de jaren twintig in Friesland belandde, daar inburgerde en trouwde met een boerendochter, de zus van zijn vriend. Deze zus en de Oostenrijker werden de ouders van mijn moeder. Mijn grootouders dus. Mijn oma overleed in 2009 op bijna honderdjarige leeftijd.
Beide jeugdvrienden beleefden in de oorlogsjaren angstige tijden, om uiteenlopende redenen. Ze schreven elkaar brieven maar groeiden later uit elkaar. Mijn opa, de Oostenrijker, was een doener, een selfmade-man, die zonder ouders hogerop wilde komen en ook kwam. Zijn zwager, de geboren Fries, was daarentegen altijd onrustig en vol wilde plannen. Zo vatte hij in 1967 het plan op om zijn geboortehuis in Leeuwarden steen voor steen af te breken en weer op te bouwen in Arras. De dichtbundel die hij in het Esperanto publiceerde heette: 'La tutan mondon volus mi trairi' (ik zou graag door de hele wereld willen gaan). Hij maakte in 1974 een eind aan zijn leven in het huis van deze tuin. Zijn dochter die maandag naast de sneeuwklokjes stond, was degene die hem toen vond.
Voordat kort daarop ook haar Franse moeder overleed, had die het familiebezit keurig verdeeld over haar vijf kinderen. Met die erfenis gingen ze verschillend om. De één verkocht het huis, waar een benzinestation voor in de plaats kwam, een ander sleet er zijn laatste jaren tussen de geiten en de vrouw van wie we nu afscheid nemen verbouwde er aardappels en verwerkte het vele fruit uit de boomgaard tot jam en tarte-de-pomme.
In de jaren vijftig kwamen op de toen nog ongedeelde tuin in Arras mijn moeder en tante als kind. Op bezoek bij hun Franse familie. Ze konden, dankzij Esperanto, met hun neefjes en nichtjes communiceren, want ook mijn grootouders leerden de kunsttaal aan hun twee dochters. Samen plukten ze kersen, appels en hazelnoten. De neven en nichten groeiden op, verhuisden, kregen kinderen, al dan niet met man, ze scheidden, hertrouwden of gingen dood. Mijn ouders trouwden jong, nog ver voordat ik werd geboren, en zijn nu, na vijfenvijftig jaar, nog steeds samen. Ook later, in mijn ouderlijk huis, kwam de Franse familie soms langswaaien. Een vader met een kind, een verdwaalde achterneef. Ik kon ze nooit goed plaatsen en niet met ze praten. Want Esperanto sprak ik niet.
Vervolg, deel 2
woensdag 3 mei 2017
Vergeet Parijs (2)



In de koude aprilzon doorkruisten we per fiets en te voet het prachtige Rijsel. Van de voorspelde hagel en onweer geen spoor. We lachten om de groene berg boontjes die Kees kreeg nadat de Vietnamese serveerster hem nadrukkelijk vroeg of hij écht 'haricot verts' in plaats van 'pommes frites' bij de kip wilde. We juichten 'defence' dat rijmt op Frans als echte supporters Lilloises in het Centre sportif van San Saveur en Leo en Kees verzamelde na de wedstrijd handtekeningen. We aten wild zwijn uit een potje en meters baguette. Zochten veldjes om te basketballen, alwaar werd kennisgemaakt met het fenomeen 'straatschoffies' -Non, tu ne peux pas faire du wheely op my bicicle!!'- Maar ze zagen elders ook dat een vrouw met hoofddoek prima kan dribbelen.
We bezochten alsnog een voorstelling door jongeren in 'Le grand Bleu' waarbij ik het weinige dat ik er zelf van verstond simultaan vertaalde voor beide jongens en bezochten de Chambre de Commerce uit 1715 waar Kees de ultieme foto wilde maken van het glas in lood plafond van zestien meter doorsnee. Tussendoor werd af en toe de aftandse hotelkamer bezocht voor de verzorging van Kees' teen of het doen van een dutje.
In deze stad troffen we geen hordes Engelsen, Hollanders of kuddes Chinezen met selfiesticks. Ook uren wachten voor de Tour Eiffel of het Louvre om een glimp van de Mona Lisa op te vangen was niet nodig. Het toerisme in Lille bestond slechts uit schoolklassen die met handen vol papieren met opdrachten over de pleinen liepen. Op de dag van vertrek liet Leo zich bij de coiffeur tussen de kebabzaak Istanbul en de Unversité du Droit et Santé knippen.Mocht u niet zelf in gelegenheid zijn om fietsen mee te nemen is dat geen punt. Want net als in Wenen en Sevilla zijn er talloze plekken waar je fietsen kunt huren die op straat al voor u klaarstaan. En een metro is er ook.
dinsdag 2 mei 2017
Vergeet Parijs (1)
De meivakantie van mijn kinderen kwam voor mij als complete verrassing. Het stond keurig in mijn agenda maar opeens waren ze vrij. Wellicht speelt mijn leeftijd hierbij een rol, Douwe Draaisma schreef daar eens een mooi boek over: "Waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt". Dat de mei-vakantie volledig in april viel, hielp natuurlijk ook niet mee. Leo wilde gaan kamperen of naar Parijs of waarom geen lastminute naar Mallorca of Malta? Ook ik hou van reizen maar tegen de voorbereiding zie ik vaak op. Dus zette ik Leo zelf aan het werk en hij pakte het serieus aan. Waar was het mooi, waar waren huisjes, welke vliegtickets betaalbaar? Helaas moest ik zijn euforie vaak temperen omdat de schreeuwerige lokkertjes met dumpprijzen verwezen naar vertrekdata buiten de vakantie. Tot zijn teleurstelling zag hij dat de prijzen meer dan halveerden zodra ze weer naar school moesten. Zelf had ik hun halve vakantie al werk gepland. Hij stelde zijn eisen bij en opperde toen Rijsel, wél in Frankrijk, wat hij graag wilde, maar toch niet ver. 'Och nee, niet naar Lille', wierp ik tegen, 'dat is een vieze, vervallen stinkstad waar het altijd regent'.
Nadat ze in bed lagen zocht ik zelf verder. Vanwege weersvoorspellingen met hagel, natte sneeuw en onweer lieten ik het kampeerplan varen. Maar Lille leek na enig speurwerk toch meer te bieden te hebben dan ik dacht. Een hotel in hartje stad was voor 70 euro per nacht voor drie man gauw gevonden. En een dure Thalys was goed vervangbaar door een drie keer goedkopere Flixbus. Maar daarmee zouden we twee van de drie geplande vakantiedagen in een touringcar zitten. Ik besloot met mijn eigen klusbus te gaan, daar zat per slot een nieuwe motor in. Als we op tijd vertrokken, konden we aan het begin van de middag in 'la douce France' zijn.
De dag erna zat de stemming er goed in. De jongens gingen in de miezerregen met steeksleutels in de weer. Op twee keukentrapjes demonteerden ze het imperiaal van mijn bus, dat zou toch weer een tientje aan brandstof schelen. Ook zou het de toegang tot een eventuele parkeergarage vergemakkelijken (ik bleef al eens steken in die van de Oosterpoort. Geen feest om in hartje stad achteruit te moeten als er drie auto's achter je staan). En het scheelt ook een hoop herrie bij het scheuren over snelweg.

We zetten de fietsen achterin, Kees smeerde broodjes, Leo bracht zelfs nog oud papier weg (om één of andere reden zijn klusjes die de hele week blijven liggen vlak voor vertrek opeens urgent) en kocht steriele gaasjes om de net geopereerde teennagel van Kees mee te kunnen verzorgen. Ik probeerde intussen kaartjes te regelen voor een toneelstuk maar de voicemail van het theater meldde iets met 'complet' en 'liste d'attendre'. Toevallig bleek er tijdens ons verblijf wel een belangrijke basketbalwedstrijd tussen Lille en Boulogne-sur-Mer te zijn. Op nog geen kilometer van het hotel. Wat wilden mijn twee dribbelaars nog meer?
Na viereneenhalf uur rijden waren we in Lille, zochten we een gratis parkeerplek, plantten onze rolkoffertjes achterop de fietsen en vervolgden onze weg. Net als in Nederlandse steden zijn bijna alle one-way-wegen aan beide zijden toegankelijk voor fietsers. Kees, die steevast onvoldoendes op school haalt voor Frans, vergeet het woordje 'sauf' nu nooit meer. Via de 'Rue de Jeanne d'Arc' (hoe Frans wil je het hebben?) reden we naar ons aftandse hotel waarvan de naam 'Mister Bed' weinig goeds beloofde. Op een misgelopen reservering, ramen die niet open konden, een restje wiet op de dekens, een lekkende kraan en beschimmelde kit na, was het voor twee nachten prima te doen. Het vervolg....
zondag 6 november 2016
Zjuh swie an pan (2)
(deel 1)
De inmiddels in Nice gelande familieleden waren ook druk in de weer. Niet met 'zjuh swie an pan' maar met een koffer die een vlucht miste, (waar onder meer een lekkend flesje home-made pesto in zat) en een huurauto die niet op slot kon. Daar kon dit zusje dat om middernacht met haar kinders en zwerverstassen van een station moest worden gered, ook nog wel bij. Gelukkig spreekt mijn zus zes talen. Dat scheelt.
Maar inmiddels wisten de ouders wél dat deze dochter panne had. En dat bezorgde onze rechtgeaarde moeder natuurlijk de nodige ongerustheid. Geen nood. Het verhoogde onbedoeld de ontvoeringsstress. Part of the game.
In Nice waren we nagenoeg de laatsten in de wagon. (Treinstel... voiture, you name it). Op een paar opgetutte Senegalese meiden na. Mijn haar leek na zes uur treinen op dat van Ma Flodder. Zij droegen keurige hoofddoeken over al even keurige kapsels. Ze lachten en zongen mee met Youssou N'dour. De laatste 'seven seconds' swingden we met ons drieën de trein uit; "Des amis pour parler de leur peine, de leur joie. Pour qu'ils leur filent des infos qui ne divisent pas. Changer"
In de Provence was er Berlijnse pesto en Gronings brood. De oude heer mocht zich, onder het genot van één sigaar per dag, bezighouden met zijn wordfeud-verslaving. Moeders zocht haar toevlucht tot echt papier en verdiepte zich in de historie van de Noormannen. Vrij wandelen was toegestaan. Mits goed begeleid door ons ervaren kaartlezers. Bloot zwemmen in het ijskoude water werd, gezien hun leeftijd, sterk afgeraden. Oma zat zelfs een vreselijke film uit (alles voor de kleinkinders). Maar een aquarel maken in het veilig omheinde bos vond de vader fijn. Zie hier het resultaat.
Na een week met schranzen, lezen en debatteren, vlogen vier familieleden weer uit. Via Nice naar Amsterdam en Berlijn. Inclusief hun knoflookkoffer. Wij, de drie ramptoeristen, treinden via Parijs en Brussel in elf uur terug naar Groningen. Daar kon geen klusbus tegenop.
Die was trouwens nog niet gearriveerd. Dus misten we twee fietsen, een deel van mijn gereedschap, de peper, mijn bergschoenen, lakens, handdoeken, koffie, de laatste tuinoogst en nog honderd dingen meer.
Gister haalden we alles op.
De bus zelf stond nog op de brug.
Op de druiven en tomaten stond schimmel.
Ik had gewoon moeten blijven schrijven.
Dan mis je ook je bus niet.
Maar de ontvoering was geslaagd.
En de ouders lijden nu aan het Stockholmsyndroom.
De inmiddels in Nice gelande familieleden waren ook druk in de weer. Niet met 'zjuh swie an pan' maar met een koffer die een vlucht miste, (waar onder meer een lekkend flesje home-made pesto in zat) en een huurauto die niet op slot kon. Daar kon dit zusje dat om middernacht met haar kinders en zwerverstassen van een station moest worden gered, ook nog wel bij. Gelukkig spreekt mijn zus zes talen. Dat scheelt.
Maar inmiddels wisten de ouders wél dat deze dochter panne had. En dat bezorgde onze rechtgeaarde moeder natuurlijk de nodige ongerustheid. Geen nood. Het verhoogde onbedoeld de ontvoeringsstress. Part of the game.
In Nice waren we nagenoeg de laatsten in de wagon. (Treinstel... voiture, you name it). Op een paar opgetutte Senegalese meiden na. Mijn haar leek na zes uur treinen op dat van Ma Flodder. Zij droegen keurige hoofddoeken over al even keurige kapsels. Ze lachten en zongen mee met Youssou N'dour. De laatste 'seven seconds' swingden we met ons drieën de trein uit; "Des amis pour parler de leur peine, de leur joie. Pour qu'ils leur filent des infos qui ne divisent pas. Changer"
In de Provence was er Berlijnse pesto en Gronings brood. De oude heer mocht zich, onder het genot van één sigaar per dag, bezighouden met zijn wordfeud-verslaving. Moeders zocht haar toevlucht tot echt papier en verdiepte zich in de historie van de Noormannen. Vrij wandelen was toegestaan. Mits goed begeleid door ons ervaren kaartlezers. Bloot zwemmen in het ijskoude water werd, gezien hun leeftijd, sterk afgeraden. Oma zat zelfs een vreselijke film uit (alles voor de kleinkinders). Maar een aquarel maken in het veilig omheinde bos vond de vader fijn. Zie hier het resultaat.
Na een week met schranzen, lezen en debatteren, vlogen vier familieleden weer uit. Via Nice naar Amsterdam en Berlijn. Inclusief hun knoflookkoffer. Wij, de drie ramptoeristen, treinden via Parijs en Brussel in elf uur terug naar Groningen. Daar kon geen klusbus tegenop.
Die was trouwens nog niet gearriveerd. Dus misten we twee fietsen, een deel van mijn gereedschap, de peper, mijn bergschoenen, lakens, handdoeken, koffie, de laatste tuinoogst en nog honderd dingen meer.
Gister haalden we alles op.
De bus zelf stond nog op de brug.
Op de druiven en tomaten stond schimmel.
Ik had gewoon moeten blijven schrijven.
Dan mis je ook je bus niet.
Maar de ontvoering was geslaagd.
En de ouders lijden nu aan het Stockholmsyndroom.
vrijdag 4 november 2016
Zjuh swie an pan (1)
Ik had een goed kwartaal gedraaid. Ook de aangifte omzetbelasting was tijdig de deur uit. Het huis op orde, laatste rekeningen gemaild en zelfs mijn klusbus was voor een laatste check langs de garage gegaan. ('Ik zou niet weten waarom je met deze auto niet op vakantie zou kunnen'), Achterin laadde ik netjes twee fietsen, kratten met de speciaal voor ons gebakken broden, koffie, thee, suiker, kruiden, lakens en handdoeken voor zeven mensen en nog honderd dingen meer. De geplande ontvoering van onze ouders naar la douce France kon beginnen.
En toen mijn zus uit Berlijn met haar dochter in het vliegtuig naar Schiphol zat, was ik met mijn eigen kinders al driehonderd kilometer zuidwaarts in het Vlaamse land. Alwaar we overnachtten bij onze geliefde Olijf. En toen zuslief later met de aangehaakte ouders uit Amsterdam naar Nice vloog, reden wij vrolijk over de Franse autoroute. We dachten aan hoe vier familieleden ons al vliegend inhaalden en zongen mee met Maitre Gims' "Laisse moi partir loin dici".
'So far so good'. Of, beter gezegd: 'Jusqu'ici tout va bien.
Toen was er dat rare geluid.
Vlak bij een péage,
Waarna er gelukkig een P was.
De ANWB begreep na wat heen en weer gepraat dat ik langs de snelweg stond. Alwaar ze me niet mochten helpen. Want daar zwaaiden de Fransen de scepter. Waarna er een sms volgde met instructies wat ik in het grote roze oor moest zeggen: 'Zjuh swie an pan. Poeri-jee voe- man-vwa-jee uun dee-paa-neuz' (vrij vertaald: 'Iek eb peg, kunt u maai un mannetju sturuh' )
Motor stuk. Bergbedrijf. Online trein zoeken. Vite vite, jongens, graai snel wat spullen bij elkaar! (maar filmpjes maken op de vrachtauto waar juist de bus op stond is veel leuker). Dus reduceerde ik zelf de de busvoorraad tot iets draagbaars waarmee we met ons drieën enigszins door de als een guillotine dichtklappende metropoortjes van Parijs pasten. Ja ja, want ongeacht waar je in Frankrijk strandt, of heen wilt. Over Parijs zúl je! Alwaar je van het ene naar het andere station moet per metro, taxi of RER. Om ergens met het openbaar vervoer in Frankrijk te komen moet je altijd dwars door Parijs.
De nood van de clochards op metrostation Bastille moest door zoon Frans (15) natuurlijk ook terstond worden gelenigd. Kees (12) balen: 'Nu hebben we straks niks te eten.' Maar de voedselbankactie van Frans verlichtte onze bagage gelukkig wel. Er volgden nog een kapotte kaartjesautomaat en een klemgeklapte rolkoffer (reistip: Draag die krengen altijd vóór je, anders riskeer je een arm-amputatie) maar toen zoefden we met tassen vol lakens (maar zonder jas), mét pepernoten, (maar zonder koffie) met driehonderd kilometer per uur naar de Mediteranée.
Hoezee!

vervolg
En toen mijn zus uit Berlijn met haar dochter in het vliegtuig naar Schiphol zat, was ik met mijn eigen kinders al driehonderd kilometer zuidwaarts in het Vlaamse land. Alwaar we overnachtten bij onze geliefde Olijf. En toen zuslief later met de aangehaakte ouders uit Amsterdam naar Nice vloog, reden wij vrolijk over de Franse autoroute. We dachten aan hoe vier familieleden ons al vliegend inhaalden en zongen mee met Maitre Gims' "Laisse moi partir loin dici".
'So far so good'. Of, beter gezegd: 'Jusqu'ici tout va bien.
Toen was er dat rare geluid.
Vlak bij een péage,
Waarna er gelukkig een P was.
De ANWB begreep na wat heen en weer gepraat dat ik langs de snelweg stond. Alwaar ze me niet mochten helpen. Want daar zwaaiden de Fransen de scepter. Waarna er een sms volgde met instructies wat ik in het grote roze oor moest zeggen: 'Zjuh swie an pan. Poeri-jee voe- man-vwa-jee uun dee-paa-neuz' (vrij vertaald: 'Iek eb peg, kunt u maai un mannetju sturuh' )
Motor stuk. Bergbedrijf. Online trein zoeken. Vite vite, jongens, graai snel wat spullen bij elkaar! (maar filmpjes maken op de vrachtauto waar juist de bus op stond is veel leuker). Dus reduceerde ik zelf de de busvoorraad tot iets draagbaars waarmee we met ons drieën enigszins door de als een guillotine dichtklappende metropoortjes van Parijs pasten. Ja ja, want ongeacht waar je in Frankrijk strandt, of heen wilt. Over Parijs zúl je! Alwaar je van het ene naar het andere station moet per metro, taxi of RER. Om ergens met het openbaar vervoer in Frankrijk te komen moet je altijd dwars door Parijs.
De nood van de clochards op metrostation Bastille moest door zoon Frans (15) natuurlijk ook terstond worden gelenigd. Kees (12) balen: 'Nu hebben we straks niks te eten.' Maar de voedselbankactie van Frans verlichtte onze bagage gelukkig wel. Er volgden nog een kapotte kaartjesautomaat en een klemgeklapte rolkoffer (reistip: Draag die krengen altijd vóór je, anders riskeer je een arm-amputatie) maar toen zoefden we met tassen vol lakens (maar zonder jas), mét pepernoten, (maar zonder koffie) met driehonderd kilometer per uur naar de Mediteranée.
Hoezee!

vervolg
zaterdag 16 juli 2016
quinze juillet
Tussen Anouk, Willy Chirino en Billy Joel door groeien druiven. Ook de hortensia is prachtig paars. Van de paprikaplantjes is weinig over maar ik plukte vanavond wel een kilo kruisbessen. 'Uva spina' wordt die in Italië genoemd. 'Druif prik'.
Mijn armen zitten nu vol krassen.
De muziek is niet voor mij bedoeld. Maar ik geniet er van. Wellicht omdat ik zelf geen behoorlijke stereo heb. Of geen goeie cd's. Of spotify nog niet heb uitgevogeld of een zender gestreamd en niks podcast.
Vierentwintig uur geleden vierde Frankrijk feest. Quatorze juillet. Ironisch genoeg op de verjaardag van een bestorming. Het vuurwerk was voorbij. En toen werden feestgangers omver gemaaid met een truck. Waarin naast een gewelddadige vader van drie kinderen ook een geweer lag. En zijn fiets. Want ook moordenaars fietsen.
Dwars door de liedjes heen vliegen zwaluwen. Nog net niet zo hoog als de zilveren vogel erboven. Die vast niet over de Oekraïne vliegt. En vast ook niet over Turkije. De Boeing vangt het laatste licht van deze zaterdag.
Misschien is dat de reden dat ik geniet van de feestende kakafonie om me heen. Mensen willen dansen, zingen, feesten. Lol maken. Met anderen. Voor anderen. Omdat het fijn is.
Mijn vriend komt terug van een avondje uit eten met zijn ex en hun jongens. Hij fietst de tuin in en gaat naast me zitten.Ik voer hem verse kruisbessen en bosaardbeitjes. Drie jaar geleden keken we in Frankrijk met onze jongens naar vuurwerk. Er was een brug. Er was een luchtkussen. Wij sprongen en lachten met ons zeskoppige samengestelde gezin tot het bijna leeg was. Daarna kropen we, doorrookt van het kampvuur, dicht tegen elkaar aan in de tent.
Op de achtergrond hoor ik Kenny B.
Een frisse morgen in Parijs.
De muziek is niet voor mij bedoeld. Maar ik geniet er van. Wellicht omdat ik zelf geen behoorlijke stereo heb. Of geen goeie cd's. Of spotify nog niet heb uitgevogeld of een zender gestreamd en niks podcast.
Vierentwintig uur geleden vierde Frankrijk feest. Quatorze juillet. Ironisch genoeg op de verjaardag van een bestorming. Het vuurwerk was voorbij. En toen werden feestgangers omver gemaaid met een truck. Waarin naast een gewelddadige vader van drie kinderen ook een geweer lag. En zijn fiets. Want ook moordenaars fietsen.
Dwars door de liedjes heen vliegen zwaluwen. Nog net niet zo hoog als de zilveren vogel erboven. Die vast niet over de Oekraïne vliegt. En vast ook niet over Turkije. De Boeing vangt het laatste licht van deze zaterdag.
Misschien is dat de reden dat ik geniet van de feestende kakafonie om me heen. Mensen willen dansen, zingen, feesten. Lol maken. Met anderen. Voor anderen. Omdat het fijn is.
Mijn vriend komt terug van een avondje uit eten met zijn ex en hun jongens. Hij fietst de tuin in en gaat naast me zitten.Ik voer hem verse kruisbessen en bosaardbeitjes. Drie jaar geleden keken we in Frankrijk met onze jongens naar vuurwerk. Er was een brug. Er was een luchtkussen. Wij sprongen en lachten met ons zeskoppige samengestelde gezin tot het bijna leeg was. Daarna kropen we, doorrookt van het kampvuur, dicht tegen elkaar aan in de tent.
Op de achtergrond hoor ik Kenny B.
Een frisse morgen in Parijs.
Labels:
aardbeien,
Frankrijk,
kruisbessen,
quatorze juillet,
tuin,
vuurwerk,
zomer
zondag 6 januari 2013
De school begint, maar leren doe je in je vrije tijd
Bijvoorbeeld in de branding bij Lido Conchiglie, of veilig achter de atlas met opa in Amsterdam. Door te luisteren naar de uitleg van stadshistoricus Beno Hofman over de verzuiling in Groningen. Of naar de opera die schuilt in de buurtbosjes.
(Nu moet ik alleen nog leren hoe op een overzichtelijke manier mijn plaatjes blogwaardig te krijgen)
Labels:
Apulie,
Beno Hofman,
eten,
Frankrijk,
groentetuin,
kindertuin,
leren,
makerfair,
opvoeding,
Puglia,
school,
volkstuin,
zon
zondag 5 augustus 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)














