(lees hier deel 1)
Tussen al dat gebabbel over eten en vastgoed, auto's en dating, geld of misbruik daarvan valt me soms de multi-inzetbaarheid van stemmen op. Op de buis merk je dat meteen en ben je als BN-er gelijk getekend voor je rest van je loopbaan. Zo deed Harry Piekema, jarenlang het gezicht van Albert Heijn, ook de stem bij 'De Wildernis'. Maar die film kan je met alle heisa rond de Oostvaardersplassen sowieso niet objectief meer zien. Ook speelde hij in het toneelstuk 'Borgen' van het NNO. Dit stuk zag ik niet -het duurde negen uur- maar ik vraag me wel af hoe meneer Appie klonk binnen een politieke setting.
Frank Lammers is momenteel de Jumbo-familie-man en ook hij is acteur. Hij speelde onder meer in 'Shouf Shouf Habibi' (2004) en 'Het Schnitzelparadijs' (2009). Maar als ik hem daarin de langharige rockende chefkok zie spelen, sijpelt er in mijn brein steeds een beetje Jumbo door. Knap van die reclamebureau's, jammer voor Frank. Hoewel, zijn honorarium voor het spotje wordt op anderhalve ton per jaar geschat.
Chris Zegers is op zijn beurt naast 3-Op Reis presentator ('Wat is het hier mooi/ fantastisch/ ongelooflijk/ wow/ vet', Chris' woordenschat lijkt wat beperkt) ook het gezicht van 'Het Zwitserleven gevoel'. In zuinig Nederland wordt je dan gauw weggehoond, zeker als men meent dat je zwemt in het geld.
Maar genoeg geluld over televisie, het ging per slot over stemmen, niet over stemmingmakerij. We schakelen terug naar de bouwradio, want beeldloze boodschappen zijn fijner. Je kunt al luisterend nog eens iets doen, of je fantasie de vrije loop laten. Zo is er een stem à la polygoonjornaal (hilarische remake) die datingsite 'E-matching' aanprijst. Uiteraard voelt de 'hoger opgeleide' zich sneller aangesproken met 'Durft u het aan?' dan als hij of zij wordt getutoyeerd. En deze stem lijkt sprekend op die van een spotje waarin met managementboeken wordt geleurd. Er is vast onderzoek gedaan naar wat werkt, maar ik zou me als advocaat/ dokter/ rechter/ manager in iets vaags weinig serieus genomen voelen als ik word gelokt met zo'n belegen stem. In de tv-versie van het E-matching spotje zien we een keurig wit poloshirt en een nog smettelozer spaghettihempje aan een waslijn wapperen. Een tweede, nog geaffecteerdere 'ik-woon-op-stand-stem' zegt weifelend dat de boodschap 'niet bedoeld is voor mensen voor wie deze niet bedoeld is'. Nou. Poe. Die is diep hoor. Typisch iets voor hogeropgeleiden.
Een tweede stem die ik op de radio meen te herkennen is die van Mimoun Oaïssa. Ook hij speelde net als Lammers in 'Shouf Shouf habibi' en in het chaotische 'Schnitzelparadijs'. En nu hoor ik diezelfde Mimoun in een spotje van Insinger Gillissen. Ja, u raadt het goed, dat is een bank. Speelgoed of warenhuizen heten nóóit zo ingewikkeld. Die stem hoor je ook - zonder gezicht- bij de beeldversie van de 'private banking'. Met een bekertje roze verf als metafoor voor 'uw vermogen'.
Als het bekertje langzaam wordt omgekiept en de verf uitloopt, spreekt de trage voice-over van de player uit het Schitzelparadijs dit keer: "Wij helpen uw dromen te realiseren (...) want met de juiste begeleiding (...)". Dat verschilt toch verrekt weinig met zijn tekst uit de film: 'Je hebt begeleiding nodig man, echt een coach'. Of je nu afwashulp bent of handelt in vastgoed, bij Oaïssa zit je goed! Maar ja, hij geeft tegenwoordig dan ook communicatietraingen. En met Oaïssa als player en bankier in gedachten, wordt de educatieve klokhuis-scène waarin hij als cowboy speelt ook mooier. Het gaat daar om 'de juiste muziek bij de juiste scène'. Weet ik dat ook weer.
Maar radiostemmen zonder beeld blijven toch fijner. Of herkent u hieronder uw bankier?
Posts tonen met het label radio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label radio. Alle posts tonen
zondag 23 december 2018
vrijdag 21 december 2018
Sterstemmen 1
Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga), Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.
Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.
Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30) met hun tijd meegaan.
Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.
In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'
Hier lees je deel 2
Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.
Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30) met hun tijd meegaan.
Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.
In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'
Hier lees je deel 2
Labels:
Fidaz Ekiz,
radio,
reclame,
stemmen,
vrouw op mars,
werk
woensdag 31 mei 2017
Dat kun je niet weigeren
Dit logje stond al een tijdje in de steigers maar er kwam steeds van alles tussen. Iets met schuren en kwasten en zo. Schrijven laat zich nog altijd lastig combineren met schilderen. Al zullen mensen die met schrijven hun brood verdienen het omgekeerde zeggen. Die komen vast niet aan klussen toe.Maar ik snapte het eigenlijk ook niet zo goed. Het onderwerp waar ik over wilde schrijven. Over die 'verfmaker'. Zo noemde Annechien Steenhuizen Akzo gister op de buis. Op de radio had ik Akzo al eerder langs horen komen. Radionieuws is nóg beknopter dan het NOS journaal dus veel duidelijker was dat niet. Maar het zinnetje over dat men 'iets niet kon weigeren' bleef wel in mijn hoofd hangen.
Akzo zou misschien verkocht worden. Ach, big deal, er worden zo vaak bedrijven verkocht. Er komt een bedrag met heul veul nullen langs en dan is iets in handen van een Chinees, Saoedi of Amerikaan. Vallen er even later ontslagen of valt het hele bedrijf om, roept iedereen 'oh' en 'ah' en na een paar interviews met zielige gedupeerden -bij de NOS hebben ze 'gewone mensen' ontdekt-, hoort men er vervolgens niks meer van.
Maar wát kon men eigenlijk niet weigeren? Of wie? En vooral waaróm niet? Aan tafel bij mijn ex bracht ik het Akzo vraagstuk ter sprake. En zo hadden we het tussen de rösti en tzaziki over geldzaken. Zoon Leo riep na een korte uitleg van zijn vader over de werking van de financiële markt: 'Maar dat mág toch zo maar niet. Dat is crimineel! Waarom dóet niemand daar wat aan!' Tja, hem staat de ondergang van V&D vast nog vers in het geheugen. Daar wordt je in Groningen dagelijks aan herinnerd als je door de stad fietst. De holle flat van Vroom en Dreesman pronkt er aan de rand van de Grote Markt.
Maar nu terug naar die verfmaker. Als beursgenoteerd bedrijf, zo begrijp ook ik intussen, hebben aandeelhouders het voor het zeggen. De onmogelijkheid iets te weigeren kwam van hen. PPG had een een bod uitgebracht op Akzo. En toen nog één. Met als begeleidende tekst dat Akzo daar beter van zou worden. Maar de verfvoorzittercommissaris sprak over banen die daarmee verloren zouden gaan en zei nee. Een paar aandeelhouders wilden toen de voorzitter kwijt en toen dat niks uithaalde daagden ze Akzo voor de rechter: 'U mag dit niet weigeren want wij willen meer geld' (of zoiets).
De rechter stelde Akzo gister in het gelijk. Ze kwamen er van af met een reprimande. Akzo moest 'de verstandhouding met haar aandeelhouders goed houden'. Economie blijft bijzonder. Alsof iemand ongevraagd aanbelt om iets te kopen wat ik niet kwijt wil, en ik moet vervolgens uitleggen waarom. Maar kennelijk valt er zelfs in de wereld van heul veul nullen soms iets te weigeren. Deed ik bij monopoly ook wel eens. Als men mijn stations wilde kopen. Van vijandelijke overnames had ik toen nog nooit gehoord.
Moet ik me nu schuldig voelen dat ik morgen ga schilderen met Sigmalak van PPG in plaats van Sikkens van Akzo? Het aandeel is al met 1,8 procent gezakt. Ik heb mijn vaderlandse plicht verzaakt. Laat Leo het maar niet horen.dinsdag 17 januari 2017
Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (2)
Wat er aan vooraf ging
De thee is nog heet, de koffie ook. Zuinige Lehti gaat in het vliegtuig geen drie euro neertellen voor een kopje oplosslootwater. Ik kan beide thermossen onmogelijk leegdrinken. Misschien vriezen ze straks wel stuk. Hopelijk zit er wel antivries in mijn auto. Met een kop koffie in de één en mijn mobiel in de andere, lees ik het verslag van mijn zus, die na tweeëntwintig uur treinen door Duitsland, net terug is van de begrafenis van haar voormalige schoonmoeder. Ook daar woedde een sneeuwstorm. Ze strandde gelukkig niet zoals de TGV passagiers gister in Frankrijk.
Een half jaar terug stond ik zelf ook naast een graf. Dat van mijn eigen voormalige schoonvader. En nam honderden condoleances in ontvangst. Toen ik gisteravond op zoek ging naar wat eetbaars, vond ik in de vriezer een bakje ingevroren kippensoep voor zijn vrouw. Dat had ik er opgeschreven. Met datum. Ik ontdooide toch maar de nasi die ernaast stond.
Ik heb wel een boardingpas, maar geen contant geld. Helaas weigert de pinautomaat dienst. Er dansen drie jongens in de vertrekhal. Ik vraag of ik ze mag filmen. Omdat mijn vijftienjarige zoon ook zo van mooie moves houdt. Ze wijzen naar hun Engelssprekende choreograaf. Ik druk te laat op het goede knopje. Op de opname die ik Leo stuur, staat de gladde tegelvloer.
In de rij voor de scanner kleed ik me alvast een beetje uit. Riem, schoenen en de sleutels en oude schroefjes uit mijn broekzakken mik ik keurig in de bakjes. Ik ga voor de verandering niet piepen en word niet gefouilleerd. Maar mijn hoerastemming is gauw over: 'Van wie is deze tas?' 'Kunt u 'm even openmaken?'. En ik had nog wel braaf mijn laptop er uit gehaald, waterflesjes leeggedronken -niet vergeten straks weer te vullen!-. Een bakje yoghurt bleek de boosdoener. Die had Leo gekocht toen hij vond dat de koelkast voor ik wegging wel érg leeg was. Maar in yoghurt, zeker in deze Griekse, kan natuurlijk een bom zitten. Weg met de yoghurt. Safety first.
De dansers gingen dezelfde kant op. Zaten zelfs op de rij achter me. Ze beloofden me een herkansing in Rome. Alwaar ik ze uit het oog verloor en van de weeromstuit vergat om de flesjes bij te vullen zodat ik twee uur later, mijn rolkoffer voortslepend over keien van duizenden jaren oud, zwetend als een otter, over de via Appia Antica liep zonder een drup water. Zelfs in januari is het warm in Rome. Wat ik daar deed leest u een volgende keer misschien. Maar nu moet ik nodig schrijven. Daarvoor kwam ik hier tenslotte.zondag 15 januari 2017
Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (1)
Mijn bus rijdt weer. Zelfs de radio heb ik weer aan de praat. Dat gaat anno 2017 niet meer met een knopje. Daar heb je eerst een code voor nodig. Kun je online opvragen. Door veertien cijfers in te voeren. Die ergens op je radio staan. Waarvoor het ding dus eerst úit de auto moet. Maar ik kon die hele cijferreeks niet vinden. Bij de dealer kostte het me zes euro en een half uurtje wachten. "Ja, mevrouw, dat duurt even." Vooruitgang heet dat.
Maar goed, ik rij, luister en zing soms mee.
De laatste klussen; een slot, een tegelvloer en een verstopte keukenafvoer, rondde ik gister af. De klant met de omgewaaide schutting kon wachten. Ik knijp er eerst een weekje tussenuit. Om te gaan schrijven.
Mercury, Bowie en Lou Reed houden me gezelschap. Ze zingen over Somebody to love en China girl. Ook George Michael en Prince komen voorbij. Misschien komen dode zangers 's nachts tot leven. Het lijkt ook alsof er meer wordt gepraat op dit late uur -of is het nu juist apevroeg?- Wat best goed uitkomt, nu ik me met slechts drie uurtjes slaap in de richting van de eeuwige stad begeef. Via de lichtstad.
Over Bob Dylan, die bij ons thuis vroeger werd grijsgedraaid, kom ik aan de weet dat het meisje dat hij dumpte uit het leven wilde stappen, dat hij daarna met Joan Baez in bed lag en op de planken stond. En dat, toen hij haar in roem voorbij was gestreefd, naliet wat Joan Baez wel altijd bij hem schijnt te hebben gedaan: hem prijzen als groots artiest. Het beeld dat Dylan een prijs krijgt omgehangen door Obama plopt omhoog. Van de Nobelprijs die hij kreeg heb ik geen beeld. Daar reageerde hij niet op. Je leert nog eens wat, zo zoevend door het besneeuwde land.
Ik weet via het nieuws intussen ook dat er zonet een lichaam is gevonden op de A28 bij Beilen. Daar reed ik anderhalf uur geleden langs. Ik heb geen lijk gezien. En ik denk ook niet in staat te zijn om ongemerkt iemand dood te rijden.
De Waal over. Een brug oversteken blijft bijzonder. Zeker als het waait. De grens is vlakbij. Op een Duitse zender wordt de aankomende Amerikaanse president op de hak genomen. Iets met dat de echtgenoot van zijn vrouw zo'n fantastische kerel is. Op een half bord langs de bijna lege A50 staat 'VORSTENB en UDEN C'. Je kunt beter een bord kapot rijden dan een mens. Nog een half uur te gaan.
Hoezee, de bus past in de parkeergarage! Ik zet de achterdeur strak tegen een pilaar. Blieb, blieb BLIEIEIEB!', bij het inparkeren blijkt vooruitgang soms toch handig. Het meeste gereedschap had ik in mijn schuur gezet, maar die lompe betonmixer ligt nog achterin mijn bus. Zou best balen zijn als ik bij terugkomst van mijn schrijfweek ontdek dat ie gestolen is. Hoewel degene die met een betonmixer onder de arm door een fel verlichte autoflat wandelt, een opvallende verschijning zou zijn.
Vervolg
De laatste klussen; een slot, een tegelvloer en een verstopte keukenafvoer, rondde ik gister af. De klant met de omgewaaide schutting kon wachten. Ik knijp er eerst een weekje tussenuit. Om te gaan schrijven.
Mercury, Bowie en Lou Reed houden me gezelschap. Ze zingen over Somebody to love en China girl. Ook George Michael en Prince komen voorbij. Misschien komen dode zangers 's nachts tot leven. Het lijkt ook alsof er meer wordt gepraat op dit late uur -of is het nu juist apevroeg?- Wat best goed uitkomt, nu ik me met slechts drie uurtjes slaap in de richting van de eeuwige stad begeef. Via de lichtstad.
Over Bob Dylan, die bij ons thuis vroeger werd grijsgedraaid, kom ik aan de weet dat het meisje dat hij dumpte uit het leven wilde stappen, dat hij daarna met Joan Baez in bed lag en op de planken stond. En dat, toen hij haar in roem voorbij was gestreefd, naliet wat Joan Baez wel altijd bij hem schijnt te hebben gedaan: hem prijzen als groots artiest. Het beeld dat Dylan een prijs krijgt omgehangen door Obama plopt omhoog. Van de Nobelprijs die hij kreeg heb ik geen beeld. Daar reageerde hij niet op. Je leert nog eens wat, zo zoevend door het besneeuwde land.
Ik weet via het nieuws intussen ook dat er zonet een lichaam is gevonden op de A28 bij Beilen. Daar reed ik anderhalf uur geleden langs. Ik heb geen lijk gezien. En ik denk ook niet in staat te zijn om ongemerkt iemand dood te rijden.
De Waal over. Een brug oversteken blijft bijzonder. Zeker als het waait. De grens is vlakbij. Op een Duitse zender wordt de aankomende Amerikaanse president op de hak genomen. Iets met dat de echtgenoot van zijn vrouw zo'n fantastische kerel is. Op een half bord langs de bijna lege A50 staat 'VORSTENB en UDEN C'. Je kunt beter een bord kapot rijden dan een mens. Nog een half uur te gaan.
Hoezee, de bus past in de parkeergarage! Ik zet de achterdeur strak tegen een pilaar. Blieb, blieb BLIEIEIEB!', bij het inparkeren blijkt vooruitgang soms toch handig. Het meeste gereedschap had ik in mijn schuur gezet, maar die lompe betonmixer ligt nog achterin mijn bus. Zou best balen zijn als ik bij terugkomst van mijn schrijfweek ontdek dat ie gestolen is. Hoewel degene die met een betonmixer onder de arm door een fel verlichte autoflat wandelt, een opvallende verschijning zou zijn.
Vervolg
zondag 31 januari 2016
Groninger bal (2)
(wat er vooraf ging)
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
zaterdag 30 januari 2016
Groninger bal
Wintertijd. Weinig werk. Elk jaar hetzelfde liedje. Maar ondanks 'automatische afschrijving vanwege onvoldoende saldo mislukt’ heerst er nog geen paniek in huize Lehti. Want ik mag schrijven! Geen offertes, rekeningen of reclameteksten. Maar fictie!
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
vrijdag 8 januari 2016
Vieze praatjes en loze potjes (2)
Als ik thuis aan het heisteren ben, staat de radio vaak aan. Zo wordt ik elk uur op 'nieuws' gefêteerd. Tussen aanhalingstekens. Want welke rampspoed bleek maandag uitzendingswaardig? Het feit dat ene Kamal zich even miljonair waande.
Maar het toen, in tegenstelling tot zijn naaste buren, toch niet bleek te zijn. Omdat zijn automatische incasso was geweigerd.
Wegens te weinig saldo. Stom hè? De postcodeloterij gaf hem als
troost een bloemetje.
Maar sorry mensen, is het feit dat Kamal ondanks nul euro op zijn rekening (of weet ik hoe veel kredietlimiet hij bij de bank heeft) deelneemt aan een loterij niet vele maler stommer? Of is het niet Kamal die stom is, maar zijn de spindoctors van de postcodeloterij gewoon gewiekst? Want hoe bizar goed getimed kwam al dit nieuws zo rond de jaarwisseling.
Want er was meer.
Op het jeugdjournaal nog wel. Dit prachtige programma, in mijn ogen een soort verlengstuk van het inmiddels van de buis verbannen Sesamstraat, presteerde het om van de postcodeloterij een nieuwsitem te maken. Ruim twee volle minuten (van het negen minuten durend programma). Compleet met twee allerschattigste blondjes wier ouders geld hadden gewonnen.
De meisjes fantaseerden over reizen naar een tropisch eiland. En zelfs het spotje met BN-ers (aan hun kleur te zien, lagen zij om de dag te zonnen op een strand) die verlekkerd hun rode vrachtauto met miljoenen aanprezen, werd er in gemonteerd. Uit pedagogisch oogpunt werd nog vermeld dat de kans om acht keer zes te dobbelen even groot was als winnen. Met saaie zwart-wit dobbelstenen.
Na die blondjes en de goud oplichtende miljoenen zijn die dobbelstenen net zoiets als over condooms beginnen na een penetratie: 'Als het misgaat, hebben we het er in elk geval over gehad.'
Eén januari is voor rokers een dag om te stoppen. Voor gokkers vast ook. Gewoon eens verstandig de balans opmaken en bedenken dat je die honderden euro's per jaar ook in eigen beheer kunt besteden. Of de helft ervan, als je, net als de postcodeloterij, iets aan je medemens wilt doneren. Maar ja, elke rook-, drank- en gok- verslaafde heeft een 'het-kan-toch-geen-kwaad-duiveltje' als eeuwige metgezel.
Als je dan net -via achtentwintig keer klikken- je lidmaatschap opzegt, komt er godbetert zo'n bijna-miljonair langs op je radio: "Oei, rond de jaarwisseling valt de hoofdprijs vast bij mij!" Verslavingshormonen worden opgestuwd tot ongekende hoogte -Wat is nu een tientje?-, het hemels orgasme is in zicht. Althans, de hoop op zo'n gelukzalige ontlading.
Hoop doet leven.
En gokken.
Bij de postcoderloterij begrijpenn ze tot slot de kracht van herhaling. Ze omzeilen met succes mijn NEE-sticker, verstoppen zich in kerstpakketen, zijn hinderlijk vaak aanwezig in reclameblokken en hebben het nu zelfs tot nieuws geschopt. Inclusief beteuterde allochtoon die nèt niet wint en lieve blondjes die natuurlijk wèl winnen. Sterk staaltje onafhankelijke journalistiek hoor.
Ik denk dat we in het jaar 2066 net zo terugkijken op deze infiltratie van gokspelen in de media al we nu verbolgen zijn over roken in de bioscoop in de jaren vijftig.
Wedden?
Maar sorry mensen, is het feit dat Kamal ondanks nul euro op zijn rekening (of weet ik hoe veel kredietlimiet hij bij de bank heeft) deelneemt aan een loterij niet vele maler stommer? Of is het niet Kamal die stom is, maar zijn de spindoctors van de postcodeloterij gewoon gewiekst? Want hoe bizar goed getimed kwam al dit nieuws zo rond de jaarwisseling.
Want er was meer.
Op het jeugdjournaal nog wel. Dit prachtige programma, in mijn ogen een soort verlengstuk van het inmiddels van de buis verbannen Sesamstraat, presteerde het om van de postcodeloterij een nieuwsitem te maken. Ruim twee volle minuten (van het negen minuten durend programma). Compleet met twee allerschattigste blondjes wier ouders geld hadden gewonnen.
De meisjes fantaseerden over reizen naar een tropisch eiland. En zelfs het spotje met BN-ers (aan hun kleur te zien, lagen zij om de dag te zonnen op een strand) die verlekkerd hun rode vrachtauto met miljoenen aanprezen, werd er in gemonteerd. Uit pedagogisch oogpunt werd nog vermeld dat de kans om acht keer zes te dobbelen even groot was als winnen. Met saaie zwart-wit dobbelstenen.
Na die blondjes en de goud oplichtende miljoenen zijn die dobbelstenen net zoiets als over condooms beginnen na een penetratie: 'Als het misgaat, hebben we het er in elk geval over gehad.'
Eén januari is voor rokers een dag om te stoppen. Voor gokkers vast ook. Gewoon eens verstandig de balans opmaken en bedenken dat je die honderden euro's per jaar ook in eigen beheer kunt besteden. Of de helft ervan, als je, net als de postcodeloterij, iets aan je medemens wilt doneren. Maar ja, elke rook-, drank- en gok- verslaafde heeft een 'het-kan-toch-geen-kwaad-duiveltje' als eeuwige metgezel.
Als je dan net -via achtentwintig keer klikken- je lidmaatschap opzegt, komt er godbetert zo'n bijna-miljonair langs op je radio: "Oei, rond de jaarwisseling valt de hoofdprijs vast bij mij!" Verslavingshormonen worden opgestuwd tot ongekende hoogte -Wat is nu een tientje?-, het hemels orgasme is in zicht. Althans, de hoop op zo'n gelukzalige ontlading.
Hoop doet leven.
En gokken.
Bij de postcoderloterij begrijpenn ze tot slot de kracht van herhaling. Ze omzeilen met succes mijn NEE-sticker, verstoppen zich in kerstpakketen, zijn hinderlijk vaak aanwezig in reclameblokken en hebben het nu zelfs tot nieuws geschopt. Inclusief beteuterde allochtoon die nèt niet wint en lieve blondjes die natuurlijk wèl winnen. Sterk staaltje onafhankelijke journalistiek hoor.
Ik denk dat we in het jaar 2066 net zo terugkijken op deze infiltratie van gokspelen in de media al we nu verbolgen zijn over roken in de bioscoop in de jaren vijftig.
Wedden?
donderdag 19 november 2015
Het schemert, het stormt
In mijn busje voor het stoplicht scan ik alle radiozenders.
Het is al terrorisme wat de klok slaat. En filemeldingen.
Om tien uur zijn mijn handen zwart, mijn rug doet zeer. Er vallen een paar achtergebleven eikeltjes op mijn hoofd. Koffietijd. Binnen stormt het niet. Het is er stil.
Om twee uur zijn de geulen weer dichtgegooid en zet ik koers naar de volgende opdracht. Over de oprit waar we zojuist een grondkabel onder legden.
De volgende klus betreft geen graafwerk, maar is op het dak. Ook nu werk ik niet alleen. Ook hij is koffiedrinker. En roker. Als de op maat gezaagde rabatdelen aan de kopse kanten een lik verf hebben, geef ik ze aan hem. De zoon des huizes balanceert op de panlatten. Hij haalt zijn hand open aan een spijker.
Samenwerken is best leuk. Zelfs met slagregen en rukwinden. Het wordt donker. We zetten het klapperende zeil vast. Tijd om naar huis te gaan.

Er kruipt een gestage stroom autolichten achter de weilanden langs. Het ruikt hier naar suiker. Of eigenlijk naar bieten. Herfstlucht. Over de landweg langs het water komen forenzen me tegemoet. Vorig jaar reed ik hier wekelijks op de motor. Hangend in de bochten vol modder.
Te moe om me eerst nog thuis om te kleden, maak ik, met restjes aarde aan mijn broek en grondverf aan mijn handen, een laatste stop bij de buurtsuper. Anders is er morgen weer geen brood voor een lunchpakketje. Ik maak een praatje met de enige andere klant. Onze oudste kinderen zaten bij elkaar in de klas. Ze zijn nu beiden uit huis. Zijn zoon wordt acteur, de mijne is kok. De vader koopt sla. Zijn naam is vast beter te onthouden, nu zijn naamgenoot de krant haalt als terrorist.
Thuis trek ik een biertje open en snoep van de verse geitenkaas. Alleen thuiskomen is veel fijner als je overdag met anderen werkt.
Terwijl de kaas smelt over de hete spaghetti, waait het hek weer uit de schutting.
Het is de warmste novemberdag ooit.
Het is al terrorisme wat de klok slaat. En filemeldingen.
Om tien uur zijn mijn handen zwart, mijn rug doet zeer. Er vallen een paar achtergebleven eikeltjes op mijn hoofd. Koffietijd. Binnen stormt het niet. Het is er stil.
Om twee uur zijn de geulen weer dichtgegooid en zet ik koers naar de volgende opdracht. Over de oprit waar we zojuist een grondkabel onder legden.
De volgende klus betreft geen graafwerk, maar is op het dak. Ook nu werk ik niet alleen. Ook hij is koffiedrinker. En roker. Als de op maat gezaagde rabatdelen aan de kopse kanten een lik verf hebben, geef ik ze aan hem. De zoon des huizes balanceert op de panlatten. Hij haalt zijn hand open aan een spijker.
Samenwerken is best leuk. Zelfs met slagregen en rukwinden. Het wordt donker. We zetten het klapperende zeil vast. Tijd om naar huis te gaan.

Er kruipt een gestage stroom autolichten achter de weilanden langs. Het ruikt hier naar suiker. Of eigenlijk naar bieten. Herfstlucht. Over de landweg langs het water komen forenzen me tegemoet. Vorig jaar reed ik hier wekelijks op de motor. Hangend in de bochten vol modder.
Te moe om me eerst nog thuis om te kleden, maak ik, met restjes aarde aan mijn broek en grondverf aan mijn handen, een laatste stop bij de buurtsuper. Anders is er morgen weer geen brood voor een lunchpakketje. Ik maak een praatje met de enige andere klant. Onze oudste kinderen zaten bij elkaar in de klas. Ze zijn nu beiden uit huis. Zijn zoon wordt acteur, de mijne is kok. De vader koopt sla. Zijn naam is vast beter te onthouden, nu zijn naamgenoot de krant haalt als terrorist.
Thuis trek ik een biertje open en snoep van de verse geitenkaas. Alleen thuiskomen is veel fijner als je overdag met anderen werkt.
Terwijl de kaas smelt over de hete spaghetti, waait het hek weer uit de schutting.
Het is de warmste novemberdag ooit.
dinsdag 11 november 2014
Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße
Daar zat ik dan weer. In de goot. Maar ik heb niks te klagen hoor. Er scheen een heerlijk zonnetje en de radio was afgestemd op NPO 1 Zodat ik ook nog een beetje bij bleef met de verwikkelingen in de wereld (gister keek ik samen met twee andere ouders verbaasd naar de vlag die halfstok hing aan de Martinitoren. Wat zouden we hebben gemist?)
Er werd gepraat over schuldhulpverlening. Of de regeling om daarvoor in aanmerking te komen moest worden versoepeld. 'NEE!' zei een boze belster die nog duizend euro tegoed had van een stel dat genoot van hun Wajong uitkering en nog zo'n zeventigduizend euro aan openstaande rekeningen had. Het ergste was nog dat die twee thuis een enorm flatscreen hadden! Na drie jaar hadden ze heus geen zeventigduizend bij elkaar gespaard! (eigenlijk bespaard. Men krijgt veertig euro leefgeld per week gedurende drie jaar). En zij kon waarschijnlijk fluiten naar haar centen!
Daar zit wel wat in, dacht ik, terwijl ik met één been buiten angstvallig de net geslepen beitel vasthield en het meisje dat beneden kwam aanfietsen hoorde zeggen: 'Lehti is er ook'. Haar oppas vroeg: 'Wie is dat, Lehti?' 'Die maakt bij ons het raam dat er boven uit is gewaaid', zei het meisje.
Een andere luisteraar stemde juist voor versoepeling. Het woord 'gezin' viel een paar keer. Dat doet het altijd goed. Wie 'gezin' zegt, zegt impliciet ook 'kinderen'. En geldgebrek met kinderen, dat vinden mensen vast een ongemakkelijke combinatie. Een eerder item op de radio ging over grote gezinnen: De trend dat vroeger veel minderbedeelden een groot gezin hadden, en nu soms juist mensen die boven modaal verdienen. Even dacht ik aan wijlen politica Els Borst. Zij zei eens dat ze geen broers of zussen had omdat haar ouders geen geld zouden hebben om meer dan één kind te laten studeren. Ik fantaseerde verder: Zou het kunnen zijn dat er nu veel kinderen met veel geld en minder met weinig geld opgroeien? En wat is het effect hiervan op de vaardigheid om met geld om te kunnen gaan?
De uitkomst van het schuldhulpverleningsluisteraarvraagstuk en het grotegezinnengemijmer ken ik niet. Naast het inkappen van scharnieren in het nieuwe raam, moesten namelijk ook de kozijnen worden rechtgemaakt. De herrie waarmee dat gepaard ging, overstemde de praters op standpunt nl.
Het werd donker. Onder mij zag ik lichtjes in de straat. Met kindjes er achteraan. O god, dat was waar ook, het was elf november! Hoog tijd om mijn boeltje op te ruimen. Terwijl ik de kluwen snoeren ontwarde, klopte B. op de deur. Of ik beneden ook een wijntje kwam drinken.
Beneden in de keuken nipte B. van de wijn die de man des huizes inschonk. Intussen was hij druk doende om het soepkipkarkas van vlees te ontdoen voor de ragout. Voor mij pakte hij een pilsje. 'Nee, dank je, ik hoef geen glas'. Ook snelde hij heen en weer naar de deur om tegen betaling van een handje snoep naar liedjes te mogen luisteren. Moeders kwam thuis uit haar werk en liet met gepaste trots de lampion zien die ze samen met haar dochter had gemaakt. Het was een gezellige Sint Maarten. Ik ging weer huiswaarts en B. ging ook naar buiten. Haar dochter zwierf ergens zingend door de straten. Toen ik mijn klusbus had gestart klopte ze nog even op mijn raam: 'Je bent ook net een bouwvakker, hè.'
Ik reed stapvoets mijn eigen straat in. Links en rechts staken kindjes de weg over. Mijn huis was leeg. De jongsten waren bij papa. Lichtje lopen. Grote zoon was aan het werk. Waarschijnlijk deelde hij nu stukjes pizza uit aan zingende kindjes. Ik scheurde zijn post open legde die in de rode map op de slaapbank, zijn tijdelijke thuis.
Maar kennelijk was er in mijn afwezigheid toch iemand thuis geweest. Om huiswerk Duits te doen. Op de Mac stond googletranslate open. Ik las: Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße
Met het licht in het hele huis aan, konden Martinuskindjes zien dat er iemand thuis was. Ik trok nog een pilsje open en pakte mijn shag. Door het raam bewogen slingerende lichtjes. Liedjes ver weg en dichtbij klonken vrolijk door de wijk. Maar er belde niemand aan. Bouwvrouwen hebben natuurlijk ook geen snoep, alleen maar bier en shag.
Morgen klim ik weer gezellig in de goot.
Er werd gepraat over schuldhulpverlening. Of de regeling om daarvoor in aanmerking te komen moest worden versoepeld. 'NEE!' zei een boze belster die nog duizend euro tegoed had van een stel dat genoot van hun Wajong uitkering en nog zo'n zeventigduizend euro aan openstaande rekeningen had. Het ergste was nog dat die twee thuis een enorm flatscreen hadden! Na drie jaar hadden ze heus geen zeventigduizend bij elkaar gespaard! (eigenlijk bespaard. Men krijgt veertig euro leefgeld per week gedurende drie jaar). En zij kon waarschijnlijk fluiten naar haar centen!
Daar zit wel wat in, dacht ik, terwijl ik met één been buiten angstvallig de net geslepen beitel vasthield en het meisje dat beneden kwam aanfietsen hoorde zeggen: 'Lehti is er ook'. Haar oppas vroeg: 'Wie is dat, Lehti?' 'Die maakt bij ons het raam dat er boven uit is gewaaid', zei het meisje.
Een andere luisteraar stemde juist voor versoepeling. Het woord 'gezin' viel een paar keer. Dat doet het altijd goed. Wie 'gezin' zegt, zegt impliciet ook 'kinderen'. En geldgebrek met kinderen, dat vinden mensen vast een ongemakkelijke combinatie. Een eerder item op de radio ging over grote gezinnen: De trend dat vroeger veel minderbedeelden een groot gezin hadden, en nu soms juist mensen die boven modaal verdienen. Even dacht ik aan wijlen politica Els Borst. Zij zei eens dat ze geen broers of zussen had omdat haar ouders geen geld zouden hebben om meer dan één kind te laten studeren. Ik fantaseerde verder: Zou het kunnen zijn dat er nu veel kinderen met veel geld en minder met weinig geld opgroeien? En wat is het effect hiervan op de vaardigheid om met geld om te kunnen gaan?
De uitkomst van het schuldhulpverleningsluisteraarvraagstuk en het grotegezinnengemijmer ken ik niet. Naast het inkappen van scharnieren in het nieuwe raam, moesten namelijk ook de kozijnen worden rechtgemaakt. De herrie waarmee dat gepaard ging, overstemde de praters op standpunt nl.
Het werd donker. Onder mij zag ik lichtjes in de straat. Met kindjes er achteraan. O god, dat was waar ook, het was elf november! Hoog tijd om mijn boeltje op te ruimen. Terwijl ik de kluwen snoeren ontwarde, klopte B. op de deur. Of ik beneden ook een wijntje kwam drinken.
Beneden in de keuken nipte B. van de wijn die de man des huizes inschonk. Intussen was hij druk doende om het soepkipkarkas van vlees te ontdoen voor de ragout. Voor mij pakte hij een pilsje. 'Nee, dank je, ik hoef geen glas'. Ook snelde hij heen en weer naar de deur om tegen betaling van een handje snoep naar liedjes te mogen luisteren. Moeders kwam thuis uit haar werk en liet met gepaste trots de lampion zien die ze samen met haar dochter had gemaakt. Het was een gezellige Sint Maarten. Ik ging weer huiswaarts en B. ging ook naar buiten. Haar dochter zwierf ergens zingend door de straten. Toen ik mijn klusbus had gestart klopte ze nog even op mijn raam: 'Je bent ook net een bouwvakker, hè.'
Ik reed stapvoets mijn eigen straat in. Links en rechts staken kindjes de weg over. Mijn huis was leeg. De jongsten waren bij papa. Lichtje lopen. Grote zoon was aan het werk. Waarschijnlijk deelde hij nu stukjes pizza uit aan zingende kindjes. Ik scheurde zijn post open legde die in de rode map op de slaapbank, zijn tijdelijke thuis.
Maar kennelijk was er in mijn afwezigheid toch iemand thuis geweest. Om huiswerk Duits te doen. Op de Mac stond googletranslate open. Ik las: Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße
Met het licht in het hele huis aan, konden Martinuskindjes zien dat er iemand thuis was. Ik trok nog een pilsje open en pakte mijn shag. Door het raam bewogen slingerende lichtjes. Liedjes ver weg en dichtbij klonken vrolijk door de wijk. Maar er belde niemand aan. Bouwvrouwen hebben natuurlijk ook geen snoep, alleen maar bier en shag.
Morgen klim ik weer gezellig in de goot.
woensdag 30 mei 2012
Wandert wordt premier
Midas bedoel ik dus, Midas Dekkers. Je weet wel, die beroemde bioloog. Eigenlijk heet hij Wandert. Wandert Jacobus.
Waarom hij aan het roer mag? Nou gewoon, omdat hij er goede ideeën op na houdt. Zoals dat het een zegen is dat het economisch wat slechter gaat. Herstel, hij zei dat het voor de natúúr goed is. (hij begreep niet dat natuurorganisaties klagen dat ze door de crisis minder donaties krijgen, terwijl eigenlijk de vlag uit kan). Ook vroeg hij zich af waarom er eigenlijk vooruitgang moet zitten in die economie. Dat de aarde het al miljarden jaren uithoudt en economische systemen hooguit een paar honderd jaar, als het niet minder is. Hij zei nog veel meer moois, maar dat vergat ik, want ik hoorde dit alles, precies, op de radio. Die ik op mijn werk de hele dag op radio één afstemde. Ik wilde namelijk niemand zijn of haar pinksterrust verstoren.
Vóór Midas waren er mensen aan het woord die vrijwillig met hun handen in de aarde gingen wroeten om vergeten groentes weer op de kaart te zetten. Letterlijk. Want veel verder dan chique restaurants kwamen de pastinaak en schorseneren niet.
Er was ook een item waarbij de vloer werd aangeveegd met ZZP-ers*. Ik kromp schuldbewust inéén. Ik en mijn soortgenoten zouden de markt verzieken door onder de prijs te gaan werken. Werkgevers ontslaan goed personeel om ze daarna als zelfstandige weer in dienst te nemen. Er worden dan geen premies meer afgedragen maar die ZZP-er klopt later wel weer aan bij de overheid. Ook het UWV kon geen goed doen, want die betaalt beginnend zelfstandigen een uitkering! Voor een half jaar! Schande! (Dat je die uitkering daarna zelf terug mag betalen, werd er niet bij gezegd. Ik spreek uit ervaring)
Bere-interessant, die radio. Vond ik. Concluderend kan men zeggen dat:
- Mensen graag vrijwillig -zwaar- werk doen.
- Door de ratrace in de bouw mensen elkaar kapot concurreren.
- Economische groei op den duur niet werkt.
Reden om het log dat dit weekend het internet niet haalde vanwege te lang en idioot, toch te plaatsen: We gaan de hele economie een loer te draaien. Tegen alle psychologische inzichten in (vrees niet, er komt nu geen preek om te consuminderen) Wie als loodgieter, groenteteler, schoenmaker of iets dergelijks werkt, berekent voortaan geen winst, maar verlies. Heb je ingekocht voor 100 euro? Dan verkoop je voor 10 % minder door. Gewoon, omdat je de prijs van 100 euro eigenlijk krankzinnig hoog vindt en je je doodschaamt om er -uit economische motieven- nog een paar procent bovenop te gooien voor de klant. ("Ja, mevrouwtje, alles wordt nu eenmaal duurder.")
Als we het massaal aanpakken, kan het werken. Elke week zakken we één procentje. Dan zitten we in twee jaar op nul. Alles is gratis. Er hoeft geen boom gekapt, geen inbraak meer gepleegd. Communistische luchtfietserij? Welnee. Alleen wel nog even bedenken hoe het moet met fossiele brandstoffen en beroepen die niet primair productief zijn. Vertalers, schoolmeesters, kunstenaars. Ach, die bieden op den duur ook gewoon gratis hun diensten aan, want de melk in de winkel, en de stenen voor hun huis kosten immers ook niks. En als je niks kan verdienen aan gaswinning in Alaska of op het wad, waarom dan boren?
Wie wil deze ideeën verder uitwerken? Kunnen ze in september worden geïntroduceerd. Door wie?
Door een nieuw kabinet met Midas aan het roer -al zegt ie zelf niet zo'n 'politiek dier' te zijn. Mooie woordkeus voor een bioloog :-) Maar hij gaat dat natuurlijk niet alleen doen. Maar met Sheila Sitalsing bijvoorbeeld. Haar boek 'De kiezer heeft altijd gelijk' las ik nog niet, maar ze lijkt me een erg pientere vrouw met veel en brede kennis. Ook van de politiek. Nelleke Noordervliet mag ook aanschuiven. Want als je zo goed kunt schrijven kun je ook beleid maken, verkopen, uitvoeren. Op het ministerie voor kunst en cultuur misschien? Job Cohen moet ook weer terug. Zo'n oerdegelijke man kunnen we in Nederland gewoonweg niet missen. Helaas heeft ie net een nieuwe baan, las ik. In de hoek van justitie. Kan ie mooi nog wat ervaring achter de schermen in het veld opdoen. En in het kabinet op justitie dus.
Ted van Lieshout mag er ook bij. Van websites (laten) bouwen heeft ie geen verstand (wat een drukte!) maar hij is van het goede hout gesneden, niet mediaschuw en vind nuance vast ook geen vies woord. Nebahat! Ik noem expres geen achternaam. Zij is die ándere Albayrak. Grappig wat wiki meldt: Ze was bezig met een foto shoot toen ik langs kwam en vanaf de fiets een paar foto's maakte zij vond het leuk de fotografe wat minder. En Arnon ook, ik mag zijn kop niet graag, maar dat lijkt me, met ingang van september, van ondergeschikt belang. Zou hij in een kabinet passen met eerder genoemden? Of toch Tofik? (gegeven googlesuggesties zijn onder meer 'geaardheid'), Emiel? Kathleen?
De vraag is of deze tien mensen samen willen regeren.
Suggesties of meer namen zijn welkom.
Ik ben benieuwd.
*ondertiteling voor de Vlaamse lezers: Zelfstandige Zonder Personeel
zaterdag 26 mei 2012
Niet lezen, dit gaat over E-CO-NO-MIE
Muziek verlicht het werk. Dus luister ik tijdens mijn -bij tijd en wijlen enigszins geestdodende werk-, naar de radio. En mits ik geen hamerboor of zaagmachine ter hand neem, kan ik aardig volgen wat er door de verschillende dj's op Sky, Slam of 538 de ether in wordt geslingerd. De muziek wordt afgewisseld met een belachelijke hoeveelheid reclame, die, ondanks mijn standvastigheid als facebookloze zonderling (Nee, nee, nee, ik zit niet op FB!), speciaal op mij schijnt te zijn toegesneden. 'Beter boekhouden!', 'Goedkoper tanken!'.
Als ik al dat geram en geblaat dan beu ben, stem ik in de loop van de middag af op radio 1, de nieuws- en sportzender. Achtergronden, interviews, voorgenomen plannen in de politiek....zo blijf ik een beetje bij. Echter, steeds vaker bekruipt me het gevoel dat er alleen aan paniekvoetbal wordt gedaan. Ik kan zo zelden een spreker betrappen op een visie voor een wat langere termijn. Alles moet worden gevat in één zin of slogan, uitsluitend bedoeld om lezertjes, luisteraars, kiezertjes te scoren. 'Targets halen', heet dat geloof ik in economische termen. Want dáár gaat het de laatste tijd wel over. Over economie. Wat dat ook zijn moge. 'Geld rondpompen' of zo?
Neem nu het wereldnatuurfonds. Dat heeft zich kennelijk ook doelen gesteld, want de stem van één of andere geile presentator (milieu moet vooral sexy zijn) zegt, of liever gezegd beveelt de luisteraar dat hij NU iets moet doen aan het weghalen van eieren van.... van... ja om wat voor arm beest in de Stille Zuidzee gaat het eigenlijk? Met een sms van slechts twintig cent sus ik mijn geweten door het redden van een ei! Kan ik weer rustig slapen. En morgen weer naar de winkel snellen voor de laatste laarzen, handtas of ander verzinsel dat de zinnen prikkelt zodat die verrekte economie blijft draaien.
Wat stoort mij daar nu aan? Waarom wind ik me eigenlijk zo op? Het is al zo warm. Sheila Sitalsing, briljant columniste van de Volkskrant, legt in haar stuk 'IJsbeer' van woensdag 23 mei haarfijn uit hoe dat werkt met de hypocrisie in ons handelen als het om 'natuur' gaat. 'De buurman moet niet alleen de crisis betalen, we zien ook graag dat hij vaker de auto laat staan. Dan kunnen wij doortuffen en zeggen dat we het afschuwelijk vinden, van die ijsberen', besluit ze het stuk. Op de voorpagina ermee!
Een week eerder schreef Grunberg in dezelfde krant een stukje over 'wilskracht'. Hij haalt een interview aan met Roy Baumeister, een psycholoog die zou hebben gezegd dat het in het leven om intelligentie en zelfbeheersing gaat. En dat je van die twee alleen zelfbeheersing kunt vergroten. Waar wilskracht voor nodig is, zodat men driften als seks en agressie kan onderdrukken. En -nu komt het- economie wordt als vijand van deze wilskracht genoemd. Economische groei bestaat bij de gratie van consumenten die zich niet kunnen beheersen!
Grunberg noemde, naast de economie, ook 'de cultus van de authenticiteit', waarbij alle emoties in de openbaarheid moeten, als vijand van die wilskracht. Emoties zouden, net als toiletbezoek, een privéaangelegenheid zijn. Die onderdrukt dient te worden. Ik weet het niet hoor. Ik vind het wel fijn om te beseffen dat ook de koningin moet poepen. Het is een soort troost en het vermindert, mits het het hele scala aan emoties betreft, juist de afgunst. Teveel positieve emotie wakkert die afgunst en daarmee de economie juist aan. Willen we die weer op gang helpen, dan is het zaak om vooral de illusie van het groenere gras, de betere seks, de lievere echtgenoot, schattiger kindertjes en de dikkere auto te cultiveren. Want we willen net zo, of nee, nòg lekkerder, meer, luxer en beter eten, wonen, neuken en rondrijden dan de buren.
Dus, beste mensen, pimp je facebookprofiel zodat het geluk er van afdruipt! Zwijg over die slaande ruzie, je obstipatie gedurende die verre reis en schrijf vooral niet over die kindertjes die je het bloed onder de nagels vandaan halen. De beursgang van facebook past perfect in dit straatje. Een bedrijf dat niks maakt, niks produceert, maar kapitalen waard is, omdat het kan inhaken op onze jaloezie, onze driften, ons onbeheersbaar koopgedrag.
Is dit angstwekkend? deprimerend? Niet getreurd. We hebben in elk geval het idéé dat we ons leven zelf in de hand hebben. Het is immers ónze hand die op die muis klikt? En niet God of 'Big Brother' waar George Orwell ons in 1949 met zijn boek 1984 voor waarschuwde. (Over lange termijn visie gesproken).
Ach, en dan is er altijd nog muziek. Die kun je zelf maken, op de radio beluisteren of is, na een paar muisklikken, te vinden op joetjoep. Ik wilde een link naar een liefdesslaapliedje. Maar om het melancholische walsritme van Francesco de de Gregori's buonanotte fiorellino te beluisteren, moet ik me eerst door een commercial heenwerken. Van een andere, modernere musicus, David Guetta. Hij maakt geen reclame voor zijn nieuwste cd, maar laat zich dik laat betalen om de elektrische auto van Renault aan de man te brengen. -Nerd wordt op sleeptouw genomen door enorme stoot.-
Sex sells.
Driften.
Je weet wel.
Slaap lekker.
Labels:
boek,
crisis,
Francesco de Gregori,
geld,
muziek,
ondernemen,
politiek,
radio,
seks,
werk
zaterdag 18 juni 2011
Treinmuziek voor in de auto
En dan hard rijden.
Of thuis uit mijn plaat gaan.
Of op de dansvloer.
Wat maakt die man heerlijke muziek
En als je thuis achter de computer zit en per ongeluk twee tracks van die andere Kalkbrenner tegelijkertijd opent, klinkt dat, mits goed getimed, ook erg mooi:
Road to Philadelphia + Kings in Exile
Of thuis uit mijn plaat gaan.
Of op de dansvloer.
Wat maakt die man heerlijke muziek
En als je thuis achter de computer zit en per ongeluk twee tracks van die andere Kalkbrenner tegelijkertijd opent, klinkt dat, mits goed getimed, ook erg mooi:
Road to Philadelphia + Kings in Exile
woensdag 17 september 2008
hormoongehalte
Gister was het snoeidag en nu zit ik met de takkenzooi. Na het maken van een paar flinke bundels loop ik heen en weer over de stoep. Er staan twee pratende postbodes in de straat. Elke keer dat ik voorbijloop worden ze vrijpostiger: "Zo, dat is een stevige tred", "Zou ze nog een keertje langskomen?". Als ik vertrek houden ook zij het voor gezien. Ze gaan fietsend post bezorgen, ik rij richting steiger. Als ik ze zwaaiend voorbijscheur trap ik, heel even maar, wat harder op het gaspedaal.
Zes uur later zakt de septemberzon langzaam naar beneden. Ik ruim mijn spullen op. G. vroeg me een pak voor haar te halen in de binnenstad, dus stop ik vandaag iets eerder. Met mijn overall nog aan neem ik stoer plaats achter het stuur. Nu ik de twijfelachtig status van autobezitter heb, maak ik er het beste van. Het is mooi herfstweer, ik draai het raampje open en zet de radio aan, hard aan. De vrees dat ik door die herrie mogelijk een naderende ambulance niet zal horen, compenseer ik door nog harder om me heen te kijken. Kan ik ook mooi zien hoe de blik van een geïrriteerde fietser vanaf de 'daderkant' oogt. Met genoegen laat ik nu zelf de bassen over de rotonde schallen. Mijn rechterhandpalm draait het stuur, mijn linkerarm hangt losjes uit het raam. Radiobliebjes kondigen het hele uur aan. Snel wissel ik van hand en speur naar een nieuwe hit op de ether. Tevergeefs, alle zenders samen braken een soort postmodern gedicht uit, waarbij elke zin afwisselend door een vrouwen en een mannenstem wordt voorgelezen: Varen,...... glaasje gekeken,..... promillage,..... Letland. Je hoort heel autorijdend Nederland denken: 'Alles wat naar Rusland riekt drinkt' (want is Letland nog méér dan een voormalige Sovjetstaat?). Maar met een dronken kapitein is het moeilijk shockeren of charmeren in de stadsspits. Ah,...er wordt melding gemaakt van een onderzoek,....altijd leuk. Dit keer geen inzakkende huizenmarkt of neerstortende beurs maar een wetenschappelijke uitleg tot wie vrouwen zich voelen aangetrokken. Mooi, meneer de onderzoeker, meldt mij eens even hoe dit zit. Het heeft, zoals ik dacht, niet met geur of blik of lijf of kop van doen. Nee, de term 'ik val op type x' is vanaf nu verleden tijd. De onderzoeker zegt dat de hoeveelheid testosteron van de vrouw bepaalt op welke man zij valt. Saillant detail: de hoeveelheid van dit hormoon verschilt per dag. Bijna is de blik en omhoogtrekkende mondhoeken van de nieuwslezer te horen. Hoe hoger het testosterongehalte, hoe 'mannelijker' is de man tot wie zij zich voelt aangetrokken. Uiteraard meldt dit bulletin niet of het hormoon de kip of het ei is.
In de binnenstad drijf ik mijn heilige koe vakkundig de stoep op. Fietsers laveren langszij en ook de bus heeft het moeilijk met mijn bolide. In mijn autoloze tijdperk overwoog ik eens de politie te porren om dergelijk wangedrag harder aan te pakken. Stoepparkeren leek me veel bonwaardiger dan het negeren van rood licht door fietsers (toevallig vroeg kleine Kees vanmorgen wat ze daar deden, zo om de hoek. Toen ik de geüniformeerde dames deze vraag voorlegde, meende ik ook bij hen enige gêne te bespeuren: 'Ook wij zouden liever boeven vangen, maar het mot van de baas').
Nadat ik mijn koe van knipperlichtjes voorzie, loop ik wijdbeens de beautysalon binnen: "Ik kom een pakje halen voor mevrouw G". Twee beeldschone heren zitten druk te babbelen met de benen over elkaar. Ik kijk niet uit waar ik loop en struikel bijna over de groenroze bal die bij de deur ligt. Aan de rafelige haren te zien schijnbaar eigendom van een beest, ergens buiten mijn blikveld. De heren zijn slank, schoon en zeer verzorgd. Terwijl ik mijn eigen kloffie aanschouw -ik zie er niet echt uit als hun klant- biedt de eerste vrouwtjesman aan om me te helpen tillen.
Nadat ik G. haar pakket bracht, schuif ik thuis aan voor een warme hap. Manlief zet koffie, wast af en stopt Leo in bed. Ik moet mijn hormoongehalte maar eens meten.
Zes uur later zakt de septemberzon langzaam naar beneden. Ik ruim mijn spullen op. G. vroeg me een pak voor haar te halen in de binnenstad, dus stop ik vandaag iets eerder. Met mijn overall nog aan neem ik stoer plaats achter het stuur. Nu ik de twijfelachtig status van autobezitter heb, maak ik er het beste van. Het is mooi herfstweer, ik draai het raampje open en zet de radio aan, hard aan. De vrees dat ik door die herrie mogelijk een naderende ambulance niet zal horen, compenseer ik door nog harder om me heen te kijken. Kan ik ook mooi zien hoe de blik van een geïrriteerde fietser vanaf de 'daderkant' oogt. Met genoegen laat ik nu zelf de bassen over de rotonde schallen. Mijn rechterhandpalm draait het stuur, mijn linkerarm hangt losjes uit het raam. Radiobliebjes kondigen het hele uur aan. Snel wissel ik van hand en speur naar een nieuwe hit op de ether. Tevergeefs, alle zenders samen braken een soort postmodern gedicht uit, waarbij elke zin afwisselend door een vrouwen en een mannenstem wordt voorgelezen: Varen,...... glaasje gekeken,..... promillage,..... Letland. Je hoort heel autorijdend Nederland denken: 'Alles wat naar Rusland riekt drinkt' (want is Letland nog méér dan een voormalige Sovjetstaat?). Maar met een dronken kapitein is het moeilijk shockeren of charmeren in de stadsspits. Ah,...er wordt melding gemaakt van een onderzoek,....altijd leuk. Dit keer geen inzakkende huizenmarkt of neerstortende beurs maar een wetenschappelijke uitleg tot wie vrouwen zich voelen aangetrokken. Mooi, meneer de onderzoeker, meldt mij eens even hoe dit zit. Het heeft, zoals ik dacht, niet met geur of blik of lijf of kop van doen. Nee, de term 'ik val op type x' is vanaf nu verleden tijd. De onderzoeker zegt dat de hoeveelheid testosteron van de vrouw bepaalt op welke man zij valt. Saillant detail: de hoeveelheid van dit hormoon verschilt per dag. Bijna is de blik en omhoogtrekkende mondhoeken van de nieuwslezer te horen. Hoe hoger het testosterongehalte, hoe 'mannelijker' is de man tot wie zij zich voelt aangetrokken. Uiteraard meldt dit bulletin niet of het hormoon de kip of het ei is.
In de binnenstad drijf ik mijn heilige koe vakkundig de stoep op. Fietsers laveren langszij en ook de bus heeft het moeilijk met mijn bolide. In mijn autoloze tijdperk overwoog ik eens de politie te porren om dergelijk wangedrag harder aan te pakken. Stoepparkeren leek me veel bonwaardiger dan het negeren van rood licht door fietsers (toevallig vroeg kleine Kees vanmorgen wat ze daar deden, zo om de hoek. Toen ik de geüniformeerde dames deze vraag voorlegde, meende ik ook bij hen enige gêne te bespeuren: 'Ook wij zouden liever boeven vangen, maar het mot van de baas').
Nadat ik mijn koe van knipperlichtjes voorzie, loop ik wijdbeens de beautysalon binnen: "Ik kom een pakje halen voor mevrouw G". Twee beeldschone heren zitten druk te babbelen met de benen over elkaar. Ik kijk niet uit waar ik loop en struikel bijna over de groenroze bal die bij de deur ligt. Aan de rafelige haren te zien schijnbaar eigendom van een beest, ergens buiten mijn blikveld. De heren zijn slank, schoon en zeer verzorgd. Terwijl ik mijn eigen kloffie aanschouw -ik zie er niet echt uit als hun klant- biedt de eerste vrouwtjesman aan om me te helpen tillen.
Nadat ik G. haar pakket bracht, schuif ik thuis aan voor een warme hap. Manlief zet koffie, wast af en stopt Leo in bed. Ik moet mijn hormoongehalte maar eens meten.
Abonneren op:
Posts (Atom)



