Posts tonen met het label Amsterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdam. Alle posts tonen

zondag 7 januari 2018

Over ijs

Over ijs, over slootjes, over vaarten bij Giekerk schaatste mijn oma. Het was 1943, of misschien wel 1942 of 1944. Ik zal het mijn moeder eens vragen. Die er toen ook al was en, in tegenstelling tot haar moeder, mijn oma, nu nog steeds. Ze ligt weliswaar geveld door griep, gordelroos en ongelooflijke jeuk op de bank in Amsterdam. Maar ooit schaatste ook zij als kleuter door het Friese land. Bij Giekerk. Onder een andere naam. Omdat haar Oostenrijkse vader deserteerde uit het Duitse leger. Mijn oma, moeder en tante wisten niet waar hun man en vader was. Maar een enkele keer heeft oma hem ontmoet. Bij de grens bij Groesbeek. Waar ik vorig jaar met mijn vriend ongemerkt de grens over fietste.

Schaatsen maakt melancholisch. Zeker in verstild landschap. Dat landschap zat er dit weekend helaas niet in bij dat schaatsen. Niet bij Giekerk en ook niet in Groningen of Amsterdam. Maar daar, op de Jaap Edenbaan volgde mijn moeder wel schaatslessen. En in de weinige strenge winters van de jaren zeventig, tachtig en negentig reden we de Molentocht, schaatsten bij de Rijp en op de Vinkeveense plassen. 

Vrijdag wist ik twee van mijn drie zonen over te halen om ook even te komen krabbelen op het opgespoten plasje op de Grote Markt in Groningen. Frans (26) leerde Leo (16) hoe hij moest remmen. Kees (13) liet het schaatsen aan hem voorbij gaan, verkoos om op de tribune met zijn smartphone te spelen. De dag erna sleepte ik Leo opnieuw mee het ijs op, naar de kunstijsbaan in Kardinge. Alwaar kleuters met sleetjes, opa's, oma's, Fries sprekende gezinnetjes ('jou dat mar an heit, leave') en enkele nieuwkomers krabbelden, lachten en vielen. Helaas moest Leo zijn val bekopen met een pijnlijke pols. Waarna hij met een zakje ijs op een bankje zat en ging klokken hoe lang ik over één ronde op de vierhondermeter-baan deed.  

Ik zei Leo dat ik hoopte dat het schaatsbloed ondanks zijn val door zijn aderen bleef stromen. Dat zijn overgrootmoeder, oma en moeder alle drie fervent schaatsers waren en zijn. Terecht merkte hij op dat hij nog andere genen heeft en zijn vader niks met schaatsen heeft. Daar had hij een punt. Grieks bloed en schaatsen gaat wellicht slecht samen.

Toen zijn ijszakje was gesmolten gingen we toch maar weg. 
Nadat ik nog één laatste rondje deed. Nog één.
Met mijn handen op mijn rug, diep door de knieën.  
Denkend aan Giekerk van vijfenzeventig jaar geleden.
En mijn moeder op de bank in Amsterdam.   

maandag 25 september 2017

De redacteur

Met mijn fiets aan de hand en net opgestoken peuk vraag ik me af hoe Amsterdam in zo'n korte tijd zo veranderd kan zijn. Maar na het uitblazen van de rook, zie ik het muziekgebouw aan het IJ en het aanmerende pontje uit Noord. Ik ben aan de verkeerde kant van het Centraal Station beland. Teruglopen naar de andere kant lijkt me met fiets nogal een gedoe, de recente beknelling tussen de poortjes van de Parijse metro staat me nog helder voor de geest. Ik rij er omheen. Over het plein met de 'shared space': voetgangers en fietsers kris kras door elkaar. Onder de nieuwe fietstunnel door, waar op een blauw-wit tegeltableau woeste schuimkoppen rond schepen met VOC-mentaliteit dansen: 'Neerlands trots onder het spoor.' 

Hier is dan dat Amsterdam, waar 'bewoners' zich niet meer thuis zouden voelen omdat stadgenoten hun huizen via Air-BNB verhuren. Waar taxibedrijven elkaar op leven en dood beconcurreren. Ben benieuwd wie van hen terug zou willen naar het Amsterdam uit 'Zondagsgeld' van Philip Snijder. Toen er zo veel troep in de Bickersgracht werd gedumpt, dat er eilandjes aan de oppervlakte verschenen. 

Aan de goede kant van het station bewonder ik de in steigers en gaas verstopte gevel. Een kudde Duitse scholieren trekt ratelend hun koffers achter zich aan. De bel van een tram klinkt als iets uit een vorig tijdperk, maar werkt nog prima: een Frans gezin springt geschrokken van de rails. Dan word ik, tien minuten na mijn aankomst, naar de weg gevraagd, in plat Amerikaans. Voor mij als Groninger die is behept met een straatnamenfetisj -ik liep mijn roeping als postbode mis-, is er geen beter welkom denkbaar. Met misplaatste trots wijs ik hen de weg. Ze zochten het station. 

Er tegenover staat het huisje dat een hoofdrol speelt in 'Publieke werken'. De schrijver van dat boek, Thomas Roosenboom, heeft zich volgens deze Mark nogal wat literaire vrijheden gegund. Hoofdpersonen zouden zich niet hier maar in Duitsland en Hoogeveen bevinden. En de verfilming is grootdeels in Hongarije gedraaid. Best handig, omdat het Victoriahotel dat om het huisje is gebouwd er nog niet stond in de tijd dat het verhaal speelde. Terwijl ik bedenk dat ik noch het boek las, noch de film zag, attendeert een man me op een loshangende snelbinder. En nee, ook dit was geen truc om me te bestelen. 

Mijn route gaat langs de Schreierstoren, over de Gelderse kade naar de Nieuwmarkt, waar je twee eeuwen eerder niet op weedlucht werd vergast maar een luguber spektakel kon zien: "het verminken der ledematen of der zintuigen, als het afsnijden der ooren, het uitsteken der oogen, het splijten van den neus, het opensnijden van de wang enz." Na twee keer links en rechts - als ik mijn hand uitsteek voel ik me tamelijk provinciaal- is er geen toerist meer te zien. Hier verschillen de bankjes op de stoep en bloemen in melkbussen niet veel van wat men in de straatjes van pakweg Appingedam aantreft. 'Snoekjeskade', lees ik op de gevel. Nooit van gehoord. 

De ochtend erna vraagt mijn moeder in mijn eigen Air BNB aan de Amstel welke koffie ik wil. Mijn vader vouwt een plattegrond open en zoekt de snelste weg naar de schrijfdag in Diemen. Of all places. Wellicht zijn zaaltjes daar voor een lager tarief te huur dan in deze metropool itself. 'Is het beter om de ringdijk te volgen of is de weg door Watergraafsmeer toch korter?' Ik mag de kaart wel mee, zegt hij. Maar mijn navigatie staat al aan. Internet is de doodsteek voor hulpvaardige vaders. Al heeft de mijne een hippere I-phone dan ik. 

Ik fiets langs borden die me oproepen om bij verdachte situaties 112 te bellen. Op de halve naakten in de tuin van Frankendael zit een groen waas. Aan de ene kant van de rechte weg die me naar Diemen voert staat een hekwerk met fraaie foto's van verstilde taferelen. Foto's die achter de tralies en rododendrons grafzerken doen vermoeden. Links wachten voetbalvelden op wat komen gaat. Op weg naar de schrijfdag fiets ik over de Middenweg tussen de doden en de levenden door. Straks zal Arthur Japin spreken en redacteuren houden lezingen. Eén van hen ken ik nog van vroeger, toen hij nog een soort van familie van mij was. 

In Diemen lijken de straatnaamborden in de ban gedaan. Die mening is ook Lidewijde Paris toegedaan, zo hoor ik haar uitroepen als ze met stapels boeken binnenstormt in theater 'de Omval'. Ik heb dan nog geen idee wie ze is. Lidewijde komt uitleggen hoe je leest, aan ons debutanten in spé. Die zich tussen de lezingen door in de kijker proberen te spelen bij redacteuren en uitgevers, of zelf worden warm gepraat door schrijfcoaches. Tussen het blonde, witte vrouwvolk dat van heinde en verre naar deze schrijfdag komt, hoef ik niet meer bang te zijn om op te vallen. Al wil ik dat nu juist wel. 

De redacteur die ik ken staat buiten te roken. Hij herkent me: 'Hé, jij ook hier?'. We zoenen elkaar gedag. (Of moet dat anders geformuleerd, als het een weerzien is?) Ook ik ben verbaasd, ik had in hem, een keurige familieman met koningspaar uit een Vinexwijk, geen roker vermoed. Ooit was ik te gast op zijn bruiloft, hij kwam op kraamvisite bij mijn tweede en ik weet dat zijn dochter de naam van een bestseller draagt. Het wordt vandaag zijn eerste lezing. Hij oogt nerveus, pielt wat met zijn smartphone en zegt dan dat zijn vrouw niet weet dat hij rookt. "Dat ruikt ze toch'', flap ik er uit. Maar hij heeft een dekmantel, hij gaat vanavond nog naar rocktempel Paradiso. Ik volg je op twitter, zeg ik nog. 'O ja, dat vergeet ik altijd', zegt hij, 'dat mensen mij volgen.

De hele dag horen we verhalen over slush piles, showing & telling en suspension of disbelief. Hier en daar krijgen we een inkijkje in het thema van iemands levensverhaal/ roman in wording: "Hoe overleef ik twintig jaar met een vrouwenhater". 

De laatste spreker is een Vlaamse. Ze leent zich goed voor de oefening om aan 'personages eigenschappen toe te dichten'. Braaf fantaseer ik met wie deze vrouw, met kaarsrechte pony en strenge bril, het bed deelt. En hoe. Er lopen een paar toehoorders de zaal uit. Zou mijn verzonnen hete Vlaamse te luid zijn geweest? 

Gelukkig bleven bij de redacteur die eens familie was de toehoorders wel zitten. In navolging van zijn advies 'maak geen strikte scheiding tussen wat is en wat zou kunnen' bedenk ik dat zijn speech wellicht door zijn vrouw is geschreven en dat het door hem aangehaalde ingedutte huwelijk misschien op hen slaat. Of, en dat is een lievere aanname, staat het boek van van Marissing met als thema de verwijdering tussen twee echtelieden na de komst van een kind hem nog helder voor de geest (en voilá, de tweede 'heldere geest' in deze longread. Foute boel). Of hangen zaken samen? Je ziet wat je wilt zien slaat zeker ook op lezen. 

'Het begint met het besef dat de levens die u schept in de verzonnen wereld (...) onlosmakelijk zijn verbonden met uw eigen bestaan in de werkelijke wereld.' Dat heeft hij mooi gezegd, of beter nog: mooi geschreven (of zíj, who knows?) Want wat ik hem mee zou willen geven is dat geschreven en gesproken tekst wezenlijk anders zijn. Bij het nalezen van zijn speech 'leeft' die wel, maar zo door hem opgelezen van blad een stuk minder. Misschien struikelt hij om een andere reden over zijn woorden. Was hij zonet buiten druk aan het appen met zijn geheime date? Die straks breed lachend en knetterstoned tegen hem aanrijdt in Paradiso. Of achter de bosjes van het verstilde Frankendael. (Ja, Geert Kimpen, ik heb goed opgelet bij uw les over dat 'planten'; anekdotes eerder benoemen omdat er later in het verhaal nog iets mee moet). Want waarom benoemde hij de twee manuscripten die in zijn auto lagen, (maar niet mocht lezen van zijn vrouw omdat het zondag was) maar liep hij na de schrijfdag richting trein? 'Ook als u tot de conclusie komt dat de werkelijkheid te veel beperkingen heeft om antwoord te geven op uw vragen, en er dus voor kiest om uw verhaal in romanvorm te vertellen, is dat nog niet meteen een reden om de domeinen van wat is en wat zou kunnen strikt van elkaar te scheiden.' 

Na de lezing zit hij in het redacteurenhoekje waar hij de één na de andere bezoeker te woord staat die hun ongetwijfeld unieke manuscript meenamen. Ik drink bier, hij cola. Dan roep hij er een organisator bij: "Dit zijn de laatste twee waar ik mee praat en dan ga ik nog een peuk roken met Lehti". Verbaasde hoofden draaien zich naar me om. Had die dame van Querido ons niet bezworen dat je iemand moest kénnen uit de uitgeversscene, denken ze wellicht. Ik lach schaapachtig en realiseer me dat hij mijn manuscript al eens las. Nu zit het ergens in de catacomben van mijn gecrashte Mac. 

Buiten toon ik bewondering voor zijn geduld. En in plaats van hem opnieuw wat van mijn verhalen  in de hand te drukken, plaatst hij me náást zijn functie: 'Die vrouw met de hoed was wel interessant, heb je haar gezien? Het klonk alsof ze uit een ander milieu kwam, ik heb haar mijn mailadres gegeven, 's kijken of ze ook met woorden overweg kan.'  Ik zag veel vrouwen, maar geen hoed. Shit, denk ik dan, heb ík zijn mailadres eigenlijk wel? Dan dicht ik mezelf de rol van strenge recensent toe. Hij bedankt me hartelijk voor de tip om vragenstellers uit de zaal in het vervolg even de microfoon te geven. Dat ook zijn spreektempo en ademhaling enige aandacht behoeven hou ik wijselijk voor me. Net als zijn tweet waarin hij ageerde tegen mensen die antidepressiva als zinloos afdoen. Ik zeg er niks over. Vraag er niet naar. Pijnlijk ervaar ik hoe veel moeilijker sommige onderwerpen in het echte leven zijn dan er iets over te schrijven. 

Hij steekt er nog één op. Hij kreeg goede feedback, zegt hij. Sommigen zagen in hem een stand-up comedian. Gemeen voeg ik er aan toe dat zij bij hem iets te halen haddden. 'Jij toch ook?', zegt hij adrem. Hij heeft gelijk. Mijn schrijfsels of link naar hier, durf ik hem niet te geven. Wel probeer ik hem te teasen met iets dat er niet meer is: dat dit blog tien jaar geleden begon met kinky verhalen. Zijn interesse is gewekt. Seks sells. Maar na de melding dat het hier nu netjes gekuist is, slaat het gesprek dood. 

De lastigste bezigheid in het schrijfproces zit hem in het schrappen. En dan bij voorkeur de stukken waar je van bent gaan houden. Daar is een prachtige, alweer Engelse term voor: 'Kill your darlings'. 'Als je tweeduizend woorden hebt, probeer er dan driekwart van te schrappen'. Dat ik niet erg moordzuchtig ben aangelegd blijkt uit dit schrijven dat 1999 woorden telt. 

Vierentwintig uur na mijn aankomst op Amsterdam CS, til ik mijn fietsje weer uit de trein in mijn thuissstad Groningen. Hoewel ik hier niet opgroeide. Voor het station hoor ik flarden van een Grieks gesprek. Voor het Groninger museum zingt een bluesgitarist zijn geld voor een paar biertjes of overnachting bij elkaar. Op het Zuiderdiep zitten terrassen vol met mederokers en vreemdgangers en zelfs op dit late zondagse uur speelt er een heus bandje in de Folkingestraat. Een meisje met blauw haar haalt me in op haar longboard, ik fiets langs de school die de redacteur bezocht (hij groeide hier wél op), over het Damsterdiep en dan dwars over het Europaplein. Deze Martinistad heeft geen krant nodig om op te scheppen over één zogenaamde 'shared space'. Hier gaan op kruispunten alle fietsverkeerslichten tegelijk op groen. Voor elke richting. Dat levert in de spits een prachtig schouwspel op. Geen Stadjer die zich daarvoor op de borst klopt. Het werkt gewoon. 

Of datzelfde voor mijn debuut geldt moet nog blijken.

maandag 26 december 2016

J'aime sterdam

Daar waar BN-ers al joggend hun hoofd leegmaken.
Waar reclames van vroeger een nieuwe lik verf krijgen.
Waar ketchup-fietsen zijn en luchten grijzen.
En kerken in groen gaas zijn verpakt. 

Daar waar moeders peren rood stoven 
en vaders garnalen bakken met citroen. 
Waar kaarslicht flakkert in een ooit gevonden spiegel 
en elke drie minuten een vliegtuig landt van ver.

Daar waar wordt gestoeid en gemusiceerd.
Al is er van een 'Silent night' geen sprake als er 
op de terugweg uit de kelen van mijn nageslacht klinkt:
"You better lose your yourself in the moment, the music"

Daar hou ik van. 
















'la Cine, l'Afrique et l'Islam.
Sont réunies, et toutes les races
Enfine s'embrassent
Á Amsterdam.'
(Guy Béart)



zondag 13 maart 2016

Het mag wel in de krant

Het filmfestival in Assen sloeg ik dit weekend over. Ook Borgen van het NNT, naar de gelijknamige Deense tv-serie, heb ik gemist. In de krant stond naast hoofdrolspeelster Malou Gorter ook een artikel over een andere, mij eveneens bekende creatieveling, Remko Wind. En op de school van mijn kinderen loopt er naast toneel- en muziektalent ook een schrijver rond. Bronja Prazdny om precies te zijn. Van wie onlangs haar tweede boek 'Verloren taal' uitkwam.

Graag was ik vrijdag met haar meegegaan naar Amsterdam. Maar helaas schopte ik het niet tot een toegangskaartje voor het boekenbal. Het was al een hele eer om bij de beste vijftig van de NPO verhalenwedstrijd te komen. En mijn inzending over verkrachtingen, vluchtelingen met ook nog Keulen er in verwerkt, was wel op het randje.

De boekenweek is begonnen, het schrijfseizoen is voorbij. Gelukkig stroomt mijn agenda weer vol. Met opdrachten voor sloopwerk en badkamers. En terwijl ik bezig was om met een oorverdovend lawaai een pizzeria te ontmantelen, werd ik gebeld. Door een columniste. Zo'n echte. Die ik zaterdag vaak lees in de papieren krant. Ze sprak een boodschap in op een al even archaïsch medium: 'de voicemail'.

Toen ik Trouw terug belde stelde ik me voor met 'Lehti Paul'. Maar dat bleek nou net het punt. Monic Slingerland was er achtergekomen dat dit een pseudoniem was. Hoewel Paul evengoed mijn familienaam is als de naam in mijn paspoort. Maar woensdag kwam ik dus onder mijn eigen naam in de krant. Helaas werd daardoor niemand hierheen gelokt.


Zo'n papieren krant wordt wel grondiger gelezen dan ik dacht. Er volgden mails met reacties van familie uit Amersfoort en Amsterdam. En smsjes van klanten. De brief over woningnood leverde me zelfs schilderwerk op! Best handig. Of, om met Bronja te spreken: 'Je hebt toch niks te verbergen?'








Of ik dit weekend nog wat cultureels deed?
Jazeker. Op een motor door het Drentse land racen. Smeltende taartjes snoepen in de voorjaarszon. En daarna een gedicht van Vasalis voorlezen.
Aan mijn lief. Met mijn lief.
Daar kan geen film aan tippen.

maandag 15 februari 2016

Betaalde liefde

Het lijkt verdorie wel lente. Zelfs Rita Verdonk gaat op de koffie bij een asielzoeker en predikt samen met weggepeste oud-minister Ella Vogelaar voor een herwaardering van de inburgering. En Rogier van Boxtel denkt dat alles goed komt als nieuwkomers maar genoeg onder de mensen komen.

Het is ook voorjaar in de liefde. Het is weliswaar koud, maar ook zonnig. Op de afsluitdijk stripte vandaag een dame voor een stel verbouwereerde Italiaanse toeristen. Eindelijk weer echte mensen in plaats van liefderobots. De Italianen applaudisseerden in hun dikke winterjassen. En zo kwam een bus vol vrolijke sekswerkers op prime-time onze huiskamers binnen.

Dat werd tijd. Om de boel eens van een andere kant te bekijken. Een gevluchte Bosniër die via werk bij een kippenboer nu kunstwerken voor vijftienduizend euro aan de man brengt (Tegen Rita: "Er zitten wel zevenhonderd uur in!") en hoeren die de-dag-van-de-betaalde-liefde vieren. Werk waar maar weinigen vrijwillig toe in staat zijn maar dat wereldwijd in een enorme behoefte voorziet. Voor hen die nooit enige vorm van seksuele aanraking kenden. Maar vast ook voor mannen die klem zitten in een uitzichtloze relatie. Of, om met de woorden van ex-prostituee Xaviera Hollander te spreken: 'Ik had klanten die binnenkwamen met "My wife is so cold." Die kropen boven op me en waren in twee tellen klaar. Hoe durf je! Dus ik zei: of ik leer je de lessen, of je hoeft niet meer terug te komen'. Meestal zag ik ze terug. Dan had ik ze in een maand veel bijgebracht over orale seks en voorspel en dan was het: "Nou gaat het goed met mijn vrouw, ik hoef eigenlijk niet meer te komen." Ha ha, had ik mijn eigen glazen ingegooid". *

Weet je wat Xaviera ook zei: 'Ik zocht vooral meisjes met humor, die wat tekst hadden, en bijvoorbeeld twee talen spraken.'

Ik wil maar zeggen. Het komt vast wel goed met die inburgering. Lang leve de lente!






 *De rest van het interview staat in Trouw


De foto's maakte ik op de Amsterdamse Wallen. Bij 'Ons-lieve-heer-op-Solder'. Eerst kon ik het niet vinden en er was niet één inheemse hoerenloper om het aan te vragen. Toen een agent het uitlegde, vroeg hij of ik wist waar 'Moscou' was. Want daar moest je rechts. Volgende keer klop ik wel op een rood raam om de weg naar deze prachtige schuilkerk te vragen.

vrijdag 7 augustus 2015

Onderweggenoten

Kantoorklerken spoeden zich, samen met trager sjokkende toeristen, richting station. De broodjes die de kinderen vanmorgen voor me smeerden smaken goed. Rechts van mij tuttelt een moeder met honderd kroesvlechtjes met haar baby. Links van mij wordt de dag, of het leven, of voetbal, of god mag weten wat besproken. In het Arabisch. 

Een hooggehakt groen broekpak klikt voorbij. Flarden Afrofrans. Een man leest lopend een boek. Een gouden dasspeld blinkt in de zon onder een rode jas. Net flets genoeg om niet op te vallen in de massa.

Vertrekkend volk. Wachtenden. Jaar in, jaar uit, eeuwenlang. Een station als een roman zonder einde.

Een marineblauwe dame met bijpassende hoofddoek praat met de I-phone aan haar oor. Een bebaarde hipster lijkt, ondanks zijn honderd plus kilo, te huppelen op zijn muziek die via snoertjes naar zijn oren loopt. De cabrio die langsbromt is minder discreet. 

Op de tas van een Griekse vrouw pronkt een paars vrijheidsbeeld. Ze peutert in haar neus. Als haar vriend niet tegen haar had gepraat, wist ik niks van haar oorsprong. Op de trap stopt een vrouw in Berberkleding met een kolossale tas op haar hoofd. Het meisje aan haar voeten weigert verder te lopen. Maar moeders kan het kind er niet bij dragen. Ze komt ergens vandaan. Gaat ergens naar toe. Net als ik.

Mijn trein had vertraging en ik miste mijn aansluiting. Gelukkig was hij niet afgelast. Of uitgelast, afgeschreven of hoe heet dat hier in Vlaanderen ook al weer? Amai!

In Luik praatte men 'un beetje' Nederlands. Een Turk veegde de druilregen met een wisser van zijn  terrastafeltjes. Zijn koffie was goedkoop maar niet Italiaans. Station Liège Guillemins, van architect Calatrava, was te groot voor het scherm van mijn smartphone. En ook de voorbijgaanden in Brussel, zijn meer dan ik in één logje kan vangen. Er schijnt een winderig zonnetje.

De geparfumeerde man die naast me in de trein zit, drinkt vast vaker cola dan ik. Bij hem springen tenminste geen tranen in de ogen. De jongen vóór mij hangt met geblindeerde ogen over twee stoelen. Net als zijn twee vrienden lijkt hij de mensen die in onvervalst Rotterdams op hen foeteren niet te verstaan: 'Je reist toch same, ga dan bij elkaar sitte!'

Mijn vakantie is voorbij. De kinderen gaan verder naar Frankrijk met hun vader. Maar ik kan het moederen niet laten. Bij Maline, of 'Mechelen' zo u wilt, spreek ik de geblindeerde jongen aan. Een bits 'I don't speak English' is het antwoord. Maar na 'Le train est plain, vous occupez deux place', schuift hij toch verveeld zijn voeten in zijn hagelwitte Adidasstappers en gaat rechtop slapen. Naast hem verdiept een donkere man zich nu in de Franse versie van 'De Wachttoren'. Buiten draaien windmolens en wacht het gouden graan om te worden geoogst.

In het kruisverhoor waar de Portugese gladjakker zijn Amerikaanse buurvrouw achter mij aan onderwerpt, wordt van Engels via Frans naar Spaans geschakeld. Ik denk aan de hoofdpersonen in Gipharts 'Ik ook van jou', dat ik halfgelezen teruglegde in de campingkantine. Over twee jonge versierders in een kano. Ook ik trok gister een kano door het laagstaande water van de Amblève. In het kielzog van mijn vlot voortpeddelende kinderen. Die nu verder zuidwaarts gaan. 

Achter me antwoordt  het meisje op de vraag of ze ook 'niños' heeft. . . of wil: 'Tengo solo veinte años!' Ze lacht. Maar ik zie haar niet.
Mijn ouders wachten met eten in Amsterdam.




















maandag 9 maart 2015

IS op de fiets, Anne Frank en logica

Hij fietst voor me en mompelt iets onverstaanbaars.
Ik roep: "Als je wil dat ik je hoor, moet je mijn kant op praten."

"Die zullen wel een zware straf krijgen als ze die te pakken krijgen!"

A, ik verstond het!
Maar waar gaat dit over?
Het blijkt over IS te gaan. 

Ik -altijd bereid om de keerzijde van een schijnbaar simpele werkelijkheid te belichten- zeg: "Ja, maar wie moet ze straffen? Het leger en de politie zijn gevlucht en nu is IS daar de baas. Nu zijn zij degenen die anderen straffen. (Dat het leger, -mogelijk met hulp van Iran-, inmiddels weer bezig is met een comeback richting de olievelden laat ik maar achterwege) Je hand er af als je iets steelt, je kop er af als je iemand vermoord...."
 
Mijn politiek correcte hersenspoeling staat paraat voor het geval zoonlief zou tegenwerpen dat het straffen met de dood bij moordgevallen best ok is. Maar Kees steekt qua correctheid -of eigenlijk meer qua logisch denken- boven moeders uit. Volgens hem is het helemaal niet goed om iemand om moord met moord te straffen, dan wordt je immers zelf moordenaar en moet je daarvoor weer gestraft en zo blijft er niemand over.

Bij wijze van vrouwendag-staartje vertel ik ook dat vrouwen er niet zonder familiebegeleiding over straat mogen, geen eigen auto kunnen kopen, geen haren aan de buitenwereld laten zien.....
(dat ook orthodoxe, Joodse vrouwen hun eigen haar met een pruik bedekken, laat ik voor het gemak maar even achterwege).... "En als je dan kanker hebt?", vraagt Kees.


*Stilte*

(al fietsend tussen groene weilanden, visualiseer ik een kale, blootshoofdse dame te midden van een blauwe boerkazee) Kees vervolgt: "O, dan moet je zeker een pruik op en daar dan weer een sluier overheen."

' s Avonds zit Kees op de bank met zijn voeten in een sodabadje. Hij leest. Grote broer Leo oefent Pachelbel en Aardrijkskunde. Ik zing zachtjes en vertel over mijn Amsterdamse uitje van gister: met viereneenhalve Italiaan bezocht ik het Anne Frankhuis. Op het kaartje dat ik er kocht staan twee bladzijden uit het dagboek van het meisje dat zo graag schrijfster wilde worden. Tussen berichten over haar gewicht, sabotage, deportatie ('die sturen ze nu ook bijna allemaal naar Duitsland om te werken, zowel mannen als vrouwen') ook een stukje over vrouwenemancipatie: "Het is de strijd die er geweest is om de vrouw, dat die ook wilde studeren en dezelfde rechten hebben als de man. Want vroeger als de vrouw niet getrouwd was kwam ze meestal als oude hardwerkende sul bij een van haar broers in huis"

Kees denkt dat er een derde wereldoorlog komt. Ik zeg dat ik het niet weet, maar ook dat die er misschien al is, alleen niet in Europa. Om het dreigement van Griekenland moet hij lachen.

Later, in bed, zegt hij dat ie blij is dat hij hier woont, en niet in Irak, of Syrië.... of in Oekraïne. Ik ook. "Weet je", zeg ik, terwijl ik hem over zijn bol aai, "er zijn nu op de wereld heel veel andere kinderen die ook een kus van hun moeder krijgen. Ook in Syrië. Ook in Irak. Ook in de Oekraïne. Maar dan wat eerder (dat kinderen daar niet al om acht uur naar bed gaan laat ik maar achterwege), want verder naar het Oosten, of nee... later....of nee....... eerder", besluit ik uiteindelijk.
 "Dat heb je goed uitgerekend, of nee, dat heb je logisch bedacht, mama."

"Heb je ook wiskunde zonder cijfers?"
"Eh ja, dat heet geloof ik logica."

woensdag 4 februari 2015

Domweg gelukkig in Groningen


Dat allitereert toch een stuk lekkerder dan die Dapperstraat van Bloem? Maar het verwarrende is, dat ik, op vijf minuten fietsen van die beroemde Dapperstraat, toch zomaar in Groningen belandde. Nu had ik al eerder beweerd dat Amsterdam in de achtertuin van Groningen ligt, maar om hier het Boter-, Reit- en Hoendiep te zien, was toch een verrassing. Prachtige huizen trouwens. Daar in de rivierenbuurt van plan Berlage. Waar ik gister doorheen fietste. Om nieuwe schilden voor een deurkruk te kopen (Waarom daar??) en ik de weg vroeg naar de Praxis aan twee studenten die de overblijfselen van hun weekend (en wellicht nog die van oud & nieuw) in de glasbak probeerden te krijgen.




Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.



Iets verder weg, in het Amsterdams Lyceum aan het Valeriusplein, zag ik een dag eerder de bijzondere opera, 'Lali's vlucht'. Die niet alleen over Lali's vlucht uit Iran ging, maar ook over zijn ontvangst in Amsterdam. Aan de Apollolaan. Sadhu zong Griekse muziek, Frans speelde klarinet en Aad speelde Lali. Onder de voorstelling at het publiek Spaanse gazpacho en granaatappel. Na afloop bood ik de echte Lali, die eigenlijk Mohamed heet, mijn manuscript aan, over mijn eigen reis naar Iran. Hoog tijd voor de zoveelste redigeersessie.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen. 


Maar lieve Lehti, zou dit niet een lofzang op dat schone Groningen worden? Waar je zelf na wat omzwervingen werd omarmd door grachten, fietsendieven en het dansen van Salsa. Waar je zelfs nog even voor student speelde? Waar ik de stadszwerver ken ("Past u wel op, het is glad hoor, Fijne dag nog. Ja daag") en de parkeerboeteschrijvers. De stad waar ik afvoeren ontstopte, tegeltjes plakte en kozijnen strak in de lak zette. Waar groenteman Jan en de Kaasdame me kennen op de markt. Waar ik vol bewondering kijk naar hoe de stad oprukt naar het ommeland.


Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.


























Nou vooruit dan. Nog twee laatste plaatjes uit Mokum. Omdat dat beter past bij de laatste strofe van Bloem's gedicht. Hoewel daar de zon niet scheen te schijnen. Tussen de buien door.






Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.









maandag 18 maart 2013

Reuring in de Pijp (en een beetje Berlage)

Reuring:
'beroering, drukte, gedoe, leven, opschudding', wordt hier gezegd.
Ook wel: 'Amsterdams woord voor gezellig druk'.

Beide benaderen de werkelijkheid aardig.

Als klap op de vuurpijl gingen we er zelfs eten. Daar bij Reuring.
Waar wilde wortel en paard prima smaakten. En het gezelschap ook.

Ik zie dat AT5 er drie dagen eerder ook al aandacht aan besteedde. 
Reclame is niet nodig, want het zit er toch altijd vol.

Weet je wat ook leuk is?
Kaas en kleren kopen op de Albert Cuyp.
Tussen de toeristen door laveren op de Berenstraat.
Op een bankje in hartje stad een broodje mozzarella eten onder het genot van live vioolmuziek.
En vooral naar boven kijken, heel veel naar boven kijken.
In de Kalverstraat
of al fietsend door plan Zuid.
Verveelt nooit.