Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Berlijn. Alle posts tonen

zondag 25 december 2016

Waarom neemt Merkel geen voorbeeld aan Iran?

Misschien is het goed eerst even stil te staan bij Lukasz Urban. Het lijkt er op dat deze truckchauffeur, alvorens te worden doodgeschoten door de doorgedraaide kaper van zijn truck, heeft geprobeerd meer slachtoffers te voorkomen. Op die Berlijnse kerstmarkt van afgelopen maandag. Het signaal is opgepikt en eerdere bedreigingen aan het adres van zijn oom en tevens werkgever zijn nu omgezet in acties om geld in te zamelen voor de nabestaanden van Lukasz. Ze zouden tevens een speciaal pensioen ontvangen.

Uiteraard wordt nu niet het hele Poolse volk geëerd. Wie iets dergelijks oppert, ook als je niet naast die boze oom aan de kerstdis zit, zal slechts schamper worden toegelachen. Want waarom zou men een heldendaad van één man toeschrijven aan een heel land? Het Polenmeldpunt is vast niet bedoeld om een soort lintjesregen te bewerkstelligen.

De man die een kogel door Lukasz heen jaste, was een crimineel. Als je wat verder op het net zoekt kom je ook zaken als drankgebruik en brandstichting tegen. En ja, het was ook een Tunesiër. De Marokkaanse geheime dienst had voor hem gewaarschuwd en zijn broers (toevallig ook Tunesiërs) menen dat hij in de gevangenis is geradicaliseerd. Maar dat is kennelijk te veel informatie voor degenen die de bedenker van eerder genoemde Polenmeldpunt bejubelen. Zaken moeten simpel. Bij onrecht hoort een vijand. En dan het liefst een hele groep. Het volk wil bloed zien. En het volk wordt voorzien. Lekker scoren met een plaatje van Merkel met bloed aan haar handen. Want zij verwelkomde toch een miljoen mensen van 'daaro'? Nou dan! Allemaal criminelen! Grenzen dicht! Ja, ook voor Polen uiteraard.

Maar als het om simpele oplossingen gaat, ken ik er ook nog één. In Europa is vaak verontwaardiging als er na een schietpartij in de VS om méér in plaats van minder wapens wordt geroepen. Kunnen we die verbazing niet ook toepassen op het wapen van de crimineel in Berlijn? En dan bedoel ik niet het wapen waarmee hij schoot.

Berlijn is van oorsprong een autovriendelijke stad. Er zijn jaarlijks honderddertigduizend verkeersongelukken. Met tweeduizend zwaargewonde en vijftig dodelijke slachtoffers (2015). Twintig jaar terug waren dat er nog drie keer zo veel. En dan nu het wapen. De vrachtauto waar de crimineel mee over de kerstmarkt reed.

Nog een bruggetje. Naar Iran (Nee, dat ligt niet bij Tunesië om de hoek, maar vijfduizend kilometer oostwaarts. Net zo ver als van hier naar Moskou en weer terug). In Iraanse steden vielen ook veel verkeersslachtoffers. En dat kwam niet alleen door die wapperende chadors die tussen de wielen belandden. In Teheran bouwde men daarom loopbruggen en de grootste moordwapens werden verboden: vrachtauto's komen er niet meer in. Rondom de grote steden worden alle goederen nu overgeladen op kleine bestelauto's. Ook daar kun je uiteraard slachtoffers mee maken. Maar het is geen vergelijking met de mitrailleurs op wielen die Nice en Berlijn terroriseerden.

Dus beste Merkel, laat u niks wijsmaken. Criminelen zijn overal. Sommige extremisten menen brand te moeten stichten op scholen, anderen in asielzoekerscentra. De één slaat toe op een feest in Nice, een andere idioot op een markt in Berlijn. Criminelen zijn van alle tijden, alle gezindten en alle nationaliteiten. Goed om die aan te pakken. Maar neem hen ook de wapens uit handen. Handhaving is simpeler dan die van een verbod op bellen op de fiets. Desnoods kunt u nog een truckmeldpunt overwegen.



















Rest me alleen om de lezer die tot hier is gekomen te vragen: 'Vindt u het gevaarlijker om naast Fatima te wonen, of naast een druk verkeerskruispunt?' Of vindt u dat het grootste, sluipende gevaar schuilt achter een keuze voor dat eerste?

dinsdag 30 december 2014

Vrije worsten en donuts (2)

Een toenmalige vijand van de DDR, die uit zijn gevangenschap werd vrijgekocht en daarna anderen hielp om naar het vrije westen te vluchten, zegt in de documentaire dat hij drie aanslagen overleefde.  Zijn vriend en zijn vrouw verlinkten hem, er was een Ghanese rivaal in de liefde in Boekarest, giftig eten in Londen en hij noemde zelfs de Zuid-Afrikaanse Swapo. James Bond is er niks bij.

Frau Tunker droeg een munt met Kennedy's beeltenis tijdens haar vlucht. Riekt naar heiligenverering. Ze kan nu, vijftig jaar later, op zoek naar de Tsjech die haar destijds hielp. Ook de Ossie die mensen hielp vluchten en de Wessie die informatie naar de DDR doorspeelde kunnen hun verhalen navertellen. Kennedy zelf werd vijf maanden na zijn speech vermoord. 'Freedom has many difficulties'. 

Toch ben ik blij in vrijheid te leven.

Om te kunnen kiezen of je de feestdagen met anderen viert. Of liever alleen.
Vrijheid om naar Curaçao te vliegen en het risico te nemen te worden geprikt door een Aziatische tijgermug. Of niet.
Vrij om kunnen lezen dat bewoners van Damascus een fietstocht houden om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ja, in Syrië. Omdat dat daar kennelijk ook kan.
Om kinderen op de wereld te willen schoppen, of juist niet.
Vrij om bij de buren aan te bellen om samen een kop thee of koffie te drinken
Vrij om kennis te vergaren, te dromen, om te geloven wat je wilt en te gaan waar je wilt.
Of om jezelf zo vreselijk vol te vreten met worst en donuts, dat je eigen lijf je die vrijheid weer ontneemt. En de roep klinkt om van overheidswege het vrije aanbod van de vrije markt in te perken. Vrijheid is nu eenmaal niet vrij van moeilijkheden.

Sommigen menen dat deze vrijheid fake is. Omdat onze muisklikken worden geteld en onze digitale vrienden digitaal zouden worden gefouilleerd. Dat we aan de ketting van het Kapitaal liggen. Maar dat heeft dacht ik al eens eerder iemand beweerd.

Ik voel me vrij. Of, anders gezegd:

”Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.” *










*Δεν ελπίζω τίποτα. Δε φοβούμαι τίποτα. Είμαι λέφθερος. Opschrift op het graf van Nikos Kazanthakis. Hem werd een kerkelijke begraafplaats ontzegd. Kazanthakis overleed, zes jaar voor Kennedy's toespraak, in -what's in a name-:
Freiburg.

dinsdag 26 juni 2012

Mijn dominoom

Station Zwolle. Stromende regen. Mijn nicht, zijn voormalige schoondochter, haalt me op. We drinken koffie en praten bij. Over ouders en kinderen, over ziekte, zoeken en sterven. Samen wachten we op mijn vader. Zijn trein uit Amsterdam heeft vertraging. Het is zomer. Het is koud.

Even later rijden we met zijn drieën door een lommerrijk, maar drijfnat landschap. Hier preekte hij, vlak na zijn pensioen. Nu ligt hij er zelf. Hij wil niet meer, zegt hij, bij monde van zijn zoons. Want als ik naast hem zit, en zijn hand vasthoud, zwijgt mijn oom. Hij slaapt.

'Ik ben het', zeg ik zacht en noem mijn naam. Dezelfde naam als die van zijn eerste vrouw, die doodging toen ik nog klein was. Mijn tante was dolblij toen ze via de telefoon hoorde dat ze werd vernoemd. Mijn nicht met wie ik hier nu ben, stond toen naast haar. Dat verhaal kende ik niet. Net als andere verhalen die ik hoor. Dat mijn oom op zaterdag 'onder hoogspanning' zou staan, omdat het schrijven van de zondagspreek soms stress gaf naar het schijnt.

Mijn vader logeerde als jongetje wel eens in de pastorie. Bij zijn zus, die al het huis uit was en was getrouwd. Met een dominee. Dat gaf wel status, zij was 'de mevrouw' en mijn vader dus 'het broertje van mevrouw', maar er was vaak weinig geld. Soms kregen ze een dode haas of een levende kip. Loon in natura. Mijn oom en tante wisten er geen raad mee. Schijnen zelfs een keer een tapijt te hebben uitgerold om de kippen terug in het hok te krijgen. Het was vaak koud. In dat grote huis naast de kerk. Een tafeltennistafel bood soms soelaas. Ik weet er allemaal maar weinig van. Maar mijn oom kon goed vertellen. En had een goed geheugen. Daar dacht ik zondag aan, toen ik zijn hand vasthield en afwisselend keek naar zijn slapende gezicht en de foto op de vensterbank. Waarop de lachende vrouw stond naar wie ik ben vernoemd.

Zou hij ook vaak zelf zo hebben gezeten? Aan een ziekbed of sterfbed? Bij mensen uit zijn gemeente in Surhuisterveen, Arnhem of IJmuiden? Of hier vlak om de hoek, op de plek waar hij als jonge dominee als eerste werd beroepen, in het Ommelanderwijk van de jaren vijftig?

In de trein terug naar Groningen lees ik 'Millemorti' uit. Na een zwaarbewolkte, donkere dag klaart het 's avonds toch nog op. Een gouden gloed valt over de stad.

Mijn oom werd zondag, eergister, wonderwel nog even wakker. 'Hij zei niets verstaanbaars meer maar begreep alles knikte met zijn hoofd.' Zo lees ik in de sms van mijn zus. Die even was overgekomen uit Berlijn, voor een laatste groet aan onze laatste oom.


Vanmiddag oom twee uur is de dominee gestorven. Hij wordt maandag begraven. Niet naast mijn naamgenoot, die ligt op Texel. Want, zo zou zij gezegd hebben, je wordt begraven in de gemeente waar je sterft.
Het is goed zo.
Rust zacht oom.
Tot maandag.