Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorlezen. Alle posts tonen

dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.

zondag 7 oktober 2012

Nitrocelibaat

Het is geloof ik herfst.

Bentenge heeft het over het Terugvinden van evenwicht.

Olijf schrijft: Vandaag, de laatste tijd - zoals u al merkte - draaien een paar dingetjes vierkant en heb ik de grootste moeite om de weg van onschuldig positivisme te bewandelen.

Sanneke zegt: Ik ben een puzzel. Een kapotte puzzel, waarvan het knap lastig is de stukjes weer in elkaar te zetten. Tot nog toe is het niemand nog gelukt in elk geval, dus zal ik wel heel moeilijk zijn.

De verhalen van deze bloggers zijn echt. Over het verlies van werk, hun lief, een vriendin of gedoe met gezondheid. In het hier en nu kampen ze met twijfel en onzekerheid over wat gaat komen. Daarom hier een hopelijk opbeurend boekenlogje. Tevens in het kader van de kinderboekweek. Verhalen op papier, verzonnen of waargebeurd, om te lezen, voor te lezen, te geven, krijgen of te verslinden.

Want lezen is leuk. Voorlezen ook. Laura en Iris lazen eens voor in de trein, uit Winnie the Pooh. Jammer dat ze niet zo'n succes hadden. Ik lees zelf weinig, maar lees wel voor. Guus Kuijer, Thea Beckman, Roald Dahl en natuurlijk alles van Annie M.G Schmidt. Alles? Nou ja, je weet wel, Pluk en Otje en zo. Maar toen ik onlangs het laatste deel van Mees Kees uit had (moet je lezen!) en er geen biebboeken meer in huis waren, zag ik toch iets van haar hand in de kast dat ik nog niet kende (ja, dat kan ècht, bij wie ooit in de kringloop werkte kàn dat: boeken in je bezit hebben die je niet kent), nog nooit van gehoord zelfs. Zou het niet goed zijn? Of komt het door die vreselijke titel?

Al voorlezend leek het boek een reactie op de kritiek die Annie M.G.Schmidt kreeg (Jip en Janneke zijn dood), vanwege te braaf en te rolbevestigend. Nee, neem dan Jorrie en Snorrie (ja, dat is ècht de titel). De ministers in het verhaal zijn vrouw, er is een bom, er wordt gedemonstreerd en met tomaten gegooid (zou de SP toen al zijn gesticht):

Woedend waren ze. Ze waren van plan de jubeltrein te bekogelen met tomaten en komkommers. Maar waarom dan? Wel, er werd beweerd dat hun tomaten niet deugden. De gezondheidsraad had ontdekt dat er nitrocelibaat in hun tomaten zat. En nu moesten ze alle tomaten vernietigen. terwijl het puike tomaten waren zonder een spoor van nitrocelibaat. Schande. Protest!

Kijk, ik hou van dit soort knipogen. Ik ken weinig boeken die voor kinderen èn volwassenen geschikt zijn. Dat merkt ook Novy in 'Voorleesseizoen'. Ze krijgt het intussen misschien wat heet met het voorlezen over haar holenbeer. Sanneke nodigt in 'Voorleesvirus' uit om te bloggen over mooie voorleesboeken. Bij deze. Mijn favoriete (kinder) (voor) leesboek is nog steeds "De verdwenen prinsessen of Milo's fantastische reis door het land van letters en cijfers", (ook hier per ongeluk als tweedehands beland). Leo wil zelden worden voorgelezen, maar dit boek las ik hem meer dan één keer voor. Ook leuk voor volwassenen:

'Wel, wel, wel, wel, wel, welkom, welkom, welkom in het Land der Verwachtingen, in het Land der Verwachtingen. Er komen tegenwoordig niet veel reizigers meer. Wat kan ik voor je doen? Ik ben de weergod.' 
'Is dit de goede weg naar Dictionopolis?' vroeg Milo een beetje beduusd door de uitbundige begroeting.
'Kijk eens aan, kijk eens aan, kijk eens aan,' begon hij weer, 'ik ken geen verkeerde weg naar Dictionopolis, dus als deze weg, wie weet, naar Dictionopolis gaat, moet het de goede weg wel zijn en als die weg er niet naar toe gaat moet het de goede weg ergens anders naar toe zijn, omdat er geen verkeerde wegen naar iets bestaan. Denk je dat het gaat regenen?'
'Ik dacht dat u het weermannetjes was, 'zei Milo knap in de war.
'Weermannetje', zei het mannetje, 'ik ben de weergod, want het is per slot belangrijker te weten of er weer weer komt, dan te weten wat we voor weer zullen krijgen.' En daarna liet hij een dozijn balonnen los die wegzweefden naar de blauwe lucht. Eens kijken van welke kant de wind weer komt.' zei hij grinnikend over zijn grapje en hij keek hoe ze in allerlei richtingen verdwenen. 
'Wat is dat eigenlijk voor iets, dat land der Verwachtingen?' vroeg Milo die de man niet grappig vond en behoorlijk aan diens verstand twijfelde.
'goeie vraag, goeie vraag, ' riep hij uit. 'je gaat altijd eerst door het land der verwachtingen voor je aankomt waar je heen wilt.'

En zo zou ik nog bladzijdes lang kunnen voltypen, ware het niet dat het al laat is, ik morgen moet werken en ik nog steeds niet blind kan typen.

Laat ik afsluiten met een gedicht van Jos van Venrooij, schrijver en tevens huisvader. Hij post tijdens de kinderboekenweek elke dag een gedicht van eigen hand. Ik zou het hier graag plaatsen, maar  volsta met link naar: 'Er zit een feest in mij'. Bij deze virtueel voorgelezen aan iedereen die het deze herfst moeilijk heeft. Dat een ieder genoeg gezondheid, liefde en werk mag krijgen om lekker te kunnen leven. Santé!




Ik breng een toast uit met een heerlijk glaasje nitrocelibaat. Best lekker op zijn tijd.

dinsdag 10 juli 2012

Positivo

"Welke dag is het, moet ik naar school? "Ik haat school, school is saai." 's Morgens, nog voordat Kees' ogen opengaan, zijn dit zijn woorden als hij rond zes uur naast me wakker wordt. Meestal komt hij om één uur 's nachts met een poeslieve glimlach mijn kamer binnen, checkt of broer Leo zijn plek in mama's bed niet al heeft ingepikt en rolt zich dan als mummie in mijn dekbed. Om drie, vier of vijf uur wordt hij vaak even wakker. Dat hoort bij zijn ziekte. Zo weten we sinds een jaar. Soms zakt hij door zijn benen, zoals gister, toen hij aan het tandenpoetsen was, en onderuit ging. Ik was blij dat hij niet net op de trap liep. Ook dat hoort er bij. En slapen overdag. Ook. Dikker worden. Hoort er ook bij. Hij nam zich voor om af te vallen en heeft zijn Sint Maarten snoep nog steeds. Weggooien mag ik het niet. Zijn tong die uit zijn mond hangt of slap wordt, zodat kinderen hem niet verstaan, zijn nekspieren die slap worden als hij lacht, elke dag minstens één pestbui. Of is ontroostbaar. Hoort er allemaal bij. En dat valt niet mee. Als je acht jaar bent. Op een maandagmorgen. Als je naar school moet.    
  
Maar zodra er ontbeten kan worden is het goed. Yoghurt of pap en als het even meezit ook de halve of hele boterham die ik voor mezelf had bedoeld. Hij geniet er van.   

 "Zullen we een andere route naar school nemen?"
"Goed"
"Dan kunnen we zien hoe ver ze zijn."
"Goed"










"Kijk, dat wat daar op de muur staat, daar ben ik het wel mee eens. Nu bouwen ze er tòch huizen" Bomen brengen vast te weinig geld in het gemeentelaatje voor zulke dure bouwgrond.
Kees denkt even na en zegt dan: "Ja, maar de mensen moeten toch ook ergens leven?"






Gelijk heeft ie. En er moet natuurlijk ook worden gegeten. Dus rooide hij diezelfde dag de aardappels. Uit het kindertuintje van zijn broer. Die huiswerk moest maken. 
Vanavond kwam er iemand aan de deur die naar hem vroeg. Hij had de eerste prijs gewonnen van een geschiedenisquiz. Een boekenbon van vijftien euro. Daar koopt hij misschien het volgende deel van 'Mees Kees' van. "Want", zo zegt mijn zoontje, "dat is een meester waar je blij van wordt."


woensdag 7 december 2011

G.G. Marquez, Pooh en Madelief

'Dat lijkt me nou een leuk boek', zegt Kees, als hij zijn blik over de ruggen van de boeken laat gaan. Van binnen moet ik lachen, en zoek naar goede woorden om hem te zeggen dat ik daar niet uit ga voorlezen. Maar, en dat is de kunst, de grootste uitdaging van het moederschap, althans in mijn geval, je hoeft niet overal op in te gaan. Sommige uitspraken zijn er gewoon om iets mede te delen, te delen. Dus beaam ik, zwijgen was ook een optie geweest, wat Kees al vaststelde: 'Ja, dat lijkt mij ook een erg mooi boek.'

Later vraag ik me af waarom Kees nu juist dìt boek zo aansprak. Wat vond hij zo mooi aan deze beduimelde verhalenbundel? Onbevangen kijken is ook een kunst. Wat zag hij wat ik niet zie? Het afgeschreven bibliotheekboek heeft een geel met rode kaft. Om het kiezen te vergemakkelijken, is er een doodskop op de rug geplakt. Dat oogt vast cool voor een zevenjarige.

Nieuwsgierig geworden sla ik het open. Eerste zin:
'Toen ik die ochtend in de krant de gruwelijke bijzonderheden zag staan omtrent de akelige vondst die in een hotel in Bologna was gedaan, wist ik dat het niet meer dan een kwestie van tijd zou zijn voordat de een of andere vertegenwoordiger van de politie zich tot mij zou wenden met het verzoek mijn invloed aan te wenden om Roman Calvo bij het onderzoek te betrekken.' (Haaaaaa = hap naar lucht). (door Alberto Edwards, 'De zaak van het reizende lijk')

Honderd bladzijden verder: 'Ik twijfel er niet aan dat we hier met een hoge piet in de onderwereld-hiërarchie van doen hebben, misschien wel de rechterhand van een maffia-voorman. Kijk maar eens naar het meubilair, kijk eens naar zijn huis, kijk naar - zijn vrouw.' (Pepe Martinez la Vega, 'De dode had zijn handen vol')

Als ik binnenkort met de trein naar Den Haag ga, komen we misschien Laura tegen. En dan leest ze ons voor uit 'Winnie the Pooh'. Kan ik aan haar deze 'Spannendste Zuid-Amerikaanse verhalen' geven. Of als zwerfboek achterlaten. Ik vind dat soort initiatieven briljant. Gewoon een beetje voorlezen in de trein. Jammer dat de mensen aan wie ze het vroeg minder gecharmeerd waren. Misschien kan ze voortaan beter aankondigen welk boek het is.

(...) 'kan een eerlijk man in dit godvergeten nest van hoeren, dieven en verkrachters van fatsoenlijke vrouwen nog niet eens één nacht rustig slapen? Wat is dat voor stelletje smerige cabrones voor mijn deur? Ik heb niet één miezerige vuile rotdruppel tequila in huis. Loop naar de hel, jullie smerige wormstekige honden. Ik wil slapen. Begrepen?'

Nou.
Poeh zeg.
Kees zette al grote ogen op (ik ben een ster in spannend voorlezen. Krijg er ook meteen van langs als mijn gedachten afdwalen: 'Je moet meer stémmen doen!'), goed, ik hoorde Kees' hartje al bonzen toen ik las over Madelief die haar fiets kwijt was. Ze dacht dat ie gestolen was. De dief bleek een aardige meneer die het ding in zijn schuur had gezet.

Voorlopig liever fietsen en madeliefjes dan lijken en doodshoofdjes.
Of woezels. Dat kan natuurlijk ook nog.

zondag 6 november 2011

Onderstoffen, chocola en lezen

Alsof ik niks beters te doen heb. Blogsurfen. Weinig leesbaars tegengekomen. Wel iets schokkends. Een moeder die schrijft dat, terwijl ze aan het dusten is under the piano of zoiets, haar zoontje met stoepkrijt smijt. Tot zover niks nieuws. 't Is dat ik geen piano meer heb. En dan zou ik er zeker geen dust onder vandaan gaan vegen.

Maar het schokkende was dit: "My son is 2,5 years old and still can't read." Ja, het stond er ècht. Was serieus bedoeld. Ik wil dat dus helemaal niet wéten. Dat dat bestáát. De naam van het arme jochie heb ik onthouden, maar blog en quote kan ik gelukkig niet meer vinden. Kom ik ook niet in de verleiding om bemoeizuchtig commentaar te posten. "Zeg, mevrouw de Duster, dat is normáál hoor, laat uw zoontje Amadeus (of iets vergelijkbaars) alsjeblieft eens met poep spelen." Maar, een ieder krijgt bij mij altijd het voordeel van de twijfel en terwijl ik wegklikte las ik nog net hoe moeders van het fijngestampte krijt een soort waterverf had gemaakt. Waar Amadeus dan weer lekker mee mocht knoeien. Toch fijn voor 'm.

Maar allemachies wat ben ik blij met mijn eigen drie Mozartjes. Vrijdag kwam grote zoon Frans eten. Hij was moe. Was al twee dagen achter elkaar om half negen op school verschenen. En 's avonds gewerkt. Hij viel in slaap op het bed van Leo. Die blij was dat zijn grote broer dit keer zo lang bleef. Ook al was ie dan vooral slapende. Terwijl ik koffie zette, gaf Leo chocola aan zijn broer. Belgische bonbons of zeebanket, of hoe dat ook maar heet. Vind ie zo lekker. ("Nee, mama, nú nog niet van snoepen, die moeten we pas opeten als Frans vanavond komt.")

En toen, werd ik gebeld. Of we in het restaurant van Frans konden eten. De dag erna. Om de verjaardag van een grote neef te vieren. Het leek me leuk en ik zou het vragen. Per slot was hij hier nu toch. Half in coma. Maar wat was dat? Het kussen van Leo en het overhemd van Frans maar vooral diens hele hand leek wel onder de poep te zitten! Frans heft zijn bruine handen ten hemel en zegt: "Huh, ik had helemaal niet dóór dat ik een bonbon had gekregen." Leo en ik lachten ons slap.

En zondag was helemaal een topdag. Buiten basketballen. Havermoutpap en kado's voor Sinterkerst in elkaar knutselen (ik begin dit jaar 's op tijd). En, toen het tijd was om eten te maken kregen de kleintjes bijna ruzie om wie mocht helpen koken ("Ik had het éérder gevraagd!") De spruitjes gingen er in als koek en toen ik, meer uit gewoonte, vroeg wie er wilde afwassen, zei Kees (7): "Als jij het wilt". Waarop mijn weke moederhart hem natuurlijk verder liet spelen met zijn lego. En ik ging afwassen met een rustig jazzmuziekje.

Ik las Keesje voor over de Kluizenaar. Uit Pluk. Die de muizen in de torteltuin moet redden van de bulldozers. Hij vond het eng. Maar ik las wel goed voor.
En later las ik Leo voor uit het onovertroffen Milo.

Mijn jongens kunnen lezen en lezen graag. Maar voorlezen is een feest. Ik hoop het nog jaren te mogen doen. Bij mij blijft het stof lekker overal onder liggen. Ieder z'n ding.