Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zon. Alle posts tonen

donderdag 11 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 2)

Eenmaal boven bij de notaris moeten we toch nog wachten. De dames drinken thee, de heren allen koffie. Er is eindelijk even tijd om een paar woorden met de kopers te wisselen. Zij geeft Griekse les, mijn ex spreekt daar de nieuwe variant van. Hij is archeoloog. Romeinse richting. Beide spreken ze Italiaans, mijn tweede taal. Dan schuift er een derde heer in pak aan. Aan de ronde tafel leest hij een belangrijk en ingewikkeld verhaal voor. Waarna alle aanwezigen zonder pak er hun handtekening onder zetten. Het zoontje van de kopers bladert in het paspoort van zijn vader.

In de lift terug naar beneden kijk ik met afgewende blik uit over nat en schitterend Groningen. De hemel is al uitgehuild. Meneer de makelaar haalt twee kadoverpakkingen uit zijn leasebak. Ik drink geen wijn. Maar dat weet hij natuurlijk niet. Hij feliciteert ons: "Jullie hebben meer gekregen dan ik had gedacht". ("Jij anders ook", denk ik stiekem). Als hij me even omhelst, komt er wat snot op zijn mooie jasje. Na het handen schudden rijdt hij naar het volgende tranendal.

Daar staan we dan.
Onder een strakblauwe hemel.
'Waar gaan we nu heen?'

Eenmaal terug in de straat voor de aller- allerlaatste zooi, moet ik plassen. We hebben alleen nog een sleutel van de buurvrouw. Kan ik zomaar ongevraagd van haar toilet gebruikmaken? Zonder dat ik de kat hoef te voeren? Gisteravond hielp ze nog met het inladen van mijn zaagtafel, die nog net tussen de box en bureaustoel in mijn auto paste. Ja ja, al die spullen kwamen nog tevoorschijn uit de catacomben van het kasteel waarvan ik maandag toch echt meende dat het leeg was.

In mijn nieuwe huis heb ik een nieuwe buurvrouw. Aan wie ik de box doorsluisde. Ze is net opnieuw (oppas-) oma geworden. Tot voor kort laadde ik andere bruikbare spullen vaak over in de auto van mijn laatste vriend, met wie ik, om het nog ingewikkelder te maken -een notaris is er niks bij- ook bijna buren ben. Waarna hij het weer versleepte naar zijn tweedehandswinkel. Maandag vroeg ik het hem weer, schoorvoetend, of hij wat mee wilde nemen. Het was goed, schreef hij. Toen we elkaar zagen, na een maand, was de woede, die via de mail soms zo welig tiert, gelukkig even weg. Een woordeloze omhelzing brengt soms rust.

Ik sta nu weer de dralen op de stoep van het huis dat het mijne niet meer is: 'Ik voel me net een kat van wie de kleintjes zijn verplaatst'. De makelaar appt me de meterstanden door. Zes. Ik ben zelf de tel kwijt.

De beschimmelde skeelers die ik naast de gasmeters vond, moffel ik tussen de fietswrakken in de klusbus. Ook de douchebak, destijds aangeschaft voor het bouwen van een nieuwe badkamer, die er nooit kwam, past er nog in. Gister vroeg ik grote zoon Frans wat ie met de tweepersoons lattenbodem wilde. Nu sta ik het bed met mijn ex vast te sjorren op het imperiaal.

'Wil je die mop nog?' vraagt hij, 'anders wil ik 'm wel.' 'Nee', zeg ik, en trek het ding waar ik net nog een laatste keer de door hem gelegde houten vloer mee dweilde, weer uit de achterbak.

'Wat een puinhoop', zeg ik.
Hij beaamt het.
Een omhelzing.
Dat was het dan. 

Als ik de straat uitrij, zie ik hem in de achteruitkijkspiegel de andere kant op fietsen. Hij houdt de bezem en mop in zijn hand.
Op de radio klinkt: What's the use to cry?

woensdag 10 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 1)


"Willen jullie de keukenboiler nog? En de gordijnen? Lampen, rails, planken, kookplaat? En kijk dit hekje stond nog in de schuur. Het past precies daar, op de overloop. En zie je die blauwe spijlen? Die hebben daar gezeten, naast de trap naar de tweede, voordat we het huis hebben gescheiden."

In de tuinkamer hangen nog gordijnen die ik op maat liet maken toen iedereen van kamer wisselde in het spookhuis. Samen met de nieuwe bewoonster, eveneens moeder van drie kinderen, halen we beiden een helft van de roede. De makelaar staat intussen ongeduldig beneden.
'Of willen jullie ze nog gebruiken?'
'Ja, laat ze maar hangen.' 
Ik hang mijn helft weer netjes op.
Haar kant legt ze gevouwen op het plankje dat ooit als nachtkastje fungeerde.

Op de slaapkamer van Kees, waar eerder zijn oudere broers sliepen, zijn de zilveren wanden voor een deel al wit gesausd. Het schoolbord, door hemzelf met een vriendje geschilderd, zal ook gauw sneuvelen. Hij zelf gelukkig niet. Even schoot dat door mijn hoofd, toen ik gisteravond tussen de ene rit en de andere, in paniek door mijn ex werd gebeld: "Kees is kwijt! Hij ging vooruit maar hij is niet thuis! Misschien is hij naar het oude huis gefietst." Als eerste wilde ik weten hoe wakker Kees was. Vervolgens reed ik, doodop van werk, verhuizen en slaaptekort, turend in het donker door het autovrije park.
Kees was gelukkig gauw weer boven water. Hij was even verkeerd gefietst.

Via de keuken, meterkast en slaapkamers belanden we in de schuur.
'O, vinden jullie dat kinderbakfietsje leuk?'
'Ja, ik zag 'm bij de bezichtiging al'.
'Misschien willen jullie ook het antieke trapautootje wel hebben. Dan laad ik 'm weer uit.' 

Precies boven de plek waar het rode autootje opnieuw voor de kachel staat, hangt de tafellamp. De tafel verhuisde echter zo vaak van plek, dat de lamp voor het gemak aan een stangetje zit dat als een passer over het plafond kan draaien. Het stangetje komt van de wieg waar naast mijn jongens ook ikzelf en mijn oudere zus als baby in sliepen.

Nadat ik de verdwaalde voetballen ('Die groeien hier in de tuin') door de gang de voordeur heb uitgeschopt, draai ik de deur in het slot. Voor het laatst. De makelaar keert zijn auto, de kopers zijn de straat al uit. Ik wacht nog even op mijn ex die naar het hek van de brandgang rent om te checken of we straks bij de notaris wel de juiste sleutel in de Griekse-yoghurt-emmer doen.

Het is grijs en het regent. Ik kan de strepen op de weg maar moeilijk zien. Hoewel dat ook een andere oorzaak kan hebben. Gelukkig valt met de ruitenwissers op de snelste stand mijn eigen geveeg minder op. Ik hou een onnozele verhandeling over de ritstechnieken op snelwegen en voeg me intussen brutaal in de file achter de leasebak van de makelaar. Bij het remmen knalt de doos kerstballen tegen mijn rugleuning. Niet de gehele inhoud van de auto zal deze rit doorstaan.

(vervolg)

zondag 6 januari 2013

De school begint, maar leren doe je in je vrije tijd




Bijvoorbeeld in de branding bij Lido Conchiglie, of veilig achter de atlas met opa in Amsterdam. Door te luisteren naar de uitleg van stadshistoricus Beno Hofman over de verzuiling in Groningen. Of naar de opera die schuilt in de buurtbosjes.


Of door te kijken hoe grote broer pizzadeeg maakt, de muur af te breken tussen je ouders, aardappels te rooien, de zee te zien in Pieterburen of Puglia, voor Stampertje te spelen en naar de maan te staren of alle Europese kaarten van 1:200.000 in het bos op de grond te leggen, zodat inzichtelijk wordt hoe ver Denemarken van Carcassone is.






Een bootje leeg te scheppen in de Lot (of was het toch de Loire) waarmee je dan helaas niet weg kan varen omdat het ding aan een ketting ligt, maar gelukkig kun je er wel perziken in eten. Of door een zonnepanelenhuisje te bouwen op de maker fair, door het maken van servetkunst terwijl broerlief de pizza's bakt, een eigen basket in de tuin op te hangen of gewoon door op oudjaarsdag spelletjes te spelen.



(Nu moet ik alleen nog leren hoe op een overzichtelijke manier mijn plaatjes blogwaardig te krijgen) 








dinsdag 25 september 2012

l'Estate torna ancora



















 






























Vorig jaar zomerden we onder meer in Berlijn, tussen de maffiosi op SiciliĆ« en op het Noordzeestrand. De plaatjes die hier staan schoot ik dichter bij huis: in Groningen en Friesland. Maar ook deze 'estate' is alweer ten einde en ging weer veel te snel. De kachel brandt, mijn handen voelen koud. Maar hij komt terug hoor, de zomer. Tenminste, als ik Bennato moet geloven. 

Ben je er klaar voor? Zijn de stoelen aan de kant? Open dan het laatste linkje en ga lekker los. 
Dansen we rock & rollend naar de volgende zomer. Krijg je het warm van.

zondag 17 juni 2012

Zossen en Hollande


Terwijl artistiek, alternatief of gewoon cultuurminnend Groningen zich per veer of zeilboot naar Terschelling heeft gespoed, ter ere van het Cannes van het lokatietheater, beter bekend als Oerol, bevind ik me, tussen de buien door, nog steeds in de Martinistad. Angstvallig hou ik buienradar in de gaten. Want komende week is het weer tijd voor het buitenschilderwerk. Leek me slim qua planning. Want, zo dacht ik, zomer = warm = droog. Maar dat klopt dus gewoon niet. Ben zeker nog blijven hangen in mijn Italiƫtijd. Waar alles overzichtelijk en voorspelbaar is. Politici zijn er corrupt, wie vrijwillig belasting betaalt is mesjokke en na een koude winter volgt een droge zomer. Maar un estate Olandese is dus nat, koud en vooral wisselvallig.

Ik had het kunnen weten. Een duik in het archief van dit (ik krijg 'deze' niet over mijn lippen) blog leert me dat ik een jaar geleden, op vijf juni, bijkans verzoop in het noodweer. Een week later plaatste ik foto's van nieuwe dreigende luchten en wat werk betreft herinner ik me vooral veel gedoe met dekzeilen op steigers en te hoge ladders bij harde wind. Ook in de rest van Europa was het mis. Het was een wonder dat we in dat kampeerweekje nĆ­et zijn weggedreven. We zaten bij toeval in het enige stukje Frankrijk waar het droog bleef. Zuslief smste vanaf haar zuidelijker gelegen werkcamping, hoe de blubber het -pas gepoetste- sanitair inliep en hoe ze in de stromende regen in haar tentje zat te koken. 

Maar gelukkig scheen in juni 2011 ook wel eens de zon.
In Zossen bijvoorbeeld. Dat onder de rook van Berlijn ligt.
We gingen erheen met de draisine.


Met de watte?
Met dit ding:



En ze hebben daar nog meer. In dat gat in de voormalige DDR. Je kunt er voor een schijntje huizen kopen. Of oude stations. Misschien moet ik binnenkort maar weer 's Oostwaarts. Moet ik wel nog even een Umweltsticker regelen. Want met mijn vieze diesel mag ik de Berenstad niet meer in. Of wacht, waarom trekken ze dat dat draisinespoor niet gewoon door naar Groningen? Of Rotterdam, Schiphol, Breda? Waar nu de Fyra nog rijdt. Die miljoenen verliezen lijdt. Het is weliswaar geen hsl, maar wel klimaatneutraal. Misschien kan je er zelfs stroom mee opwekken. Volgens mij heet zo'n ding ook wel een goudkarretje.

En als we die draisine laten doorrijden naar de ƉlysĆ©e, kan Hollande er zo mee naar Merkel.  Dan zet ie zijn huidige en eerdere liefjes ValĆ©rie en SĆ©golĆØne, beter bekend als Trierweiler en Royal aan het roer. Kunnen ze mooi wat geld rondpompen en hebben ze gelijk hun handen niet meer vrij om elkaar van de troon te twitteren. De slagboom kunnen ze om beurten openen en op de tussengelegen stations kunnen ze fijn de benen strekken op van die Zossener Fahrader. Waarmee je met je zadel moet trappen of het voor- en achterwiel dwars kunt zetten. Best lastig hoor. Een Europese crisis is er niks bij.


















Intussen is het zondag en regent het alweer. Of nog steeds. De radijzen barsten open. Op Terschelling zullen ze wel dicht tegen elkaar aankruipen. Of ik morgen kan schilderen valt te bezien.
Weten jullie trouwens wat Oerol betekent.
Nee? Ik ook niet.
'Overal'.
Om met Loesje te spreken:

Met mijn gedachten ergens anders ben ik altijd overal. 










vrijdag 23 maart 2012

Utrecht


Utrecht. Iedereen kent het, iedereen komt er langs. Als er seinen weigeren of bovenleidingen bevriezen, zitten in Utrecht als eerste de sporthallen vol gestrande reizigers. De dichtheid van snelwegen is er fabelachtig en de enorme fietsenzee trekt zelfs aandacht over de grens. Zie hier wat de Belgische bentenge er over blogt. En over bloggen gesproken, je schijnt er op zondagen ook BB-ers (bekende bloggers als Sanneke en Susy) tegen te kunnen komen. In Utrecht.

Maar ik verdwaalde er in verlaten onderdoorgangen, genoot er van de eerste lentezon en schoot plaatjes van de buitensporige bouwwoede die daar heerst. Zelfs op zondag. Ook de stations van Arnhem, Zwolle, Rotterdam en Den Haag zijn getransformeerd in bouwputten. Ook daar trof ik een kruip- en sluip- door van tunnels, bruggen, rammelende noodliften of 'door de NS ingezette bussen'.

Maar ik was in Utrecht. Waar ik keek hoe de trein naar Groningen werd aangekoppeld. En ik hoefde in Assen gelukkig niet met de NS-bus. Zoals twee weken eerder. Toen ik vreesde daar lang op te moeten wachten. Op zo'n bus. En daarom het laatste stukje meeliftte met een bevriende rapper die werd opgehaald door z'n vriendin. Een relaxte jongen die net was teruggekeerd van een tournee door Oostenrijk. Hij was in Wien, zo bleef hij stug volhouden. Van Wenen had hij vast nog nooit gehoord. Ach, Ƭk ken zijn muziek niet. Moet ik toch maar 's gaan kijken dan. Bij dope d.o.d.

Tja, poe, nou, wat zal ik zeggen. Niet ĆØcht my cup of tea. 

Maar het boek dat Novy me leende dan weer wel. 
En dat is toch wel het fijnste wat er is:
trein - boek - zon.
Zonder 'gedeng gedeng', want het spoor is nu voegloos, aan elkaar gelast.
Lekker rustig.
  
Welk boek?
'De naam van de vader'. Van Nelleke Noordervliet.
Moet je lezen. Is gewoon goed. Echt goed.
Luister maar.