Kieviten vliegen laag over de verlaten voetbalvelden. Zou het gras op het veld eigenlijk nog gemaaid worden en zo niet, liggen daar nu kievitseieren in plaats van ballen?
In 'Buitenhof' was gister te zien hoe zowel Jan Terlouw als Ramsey Nasr hun haar langer droegen dan gewoonlijk. Misschien breekt er een nieuw hippie-tijdperk aan nu kappers niet mogen werken. Of beter gezegd, een era van 'capelloni', (lang) harigen, de Italiaanse term voor hippies dekt de lading beter.
Zouden het meldpunt discriminatie sinds de coronamaatregelen nu ook minder te doen hebben? Aangezien tegenwoordig iederéén met een grote boog om elkaar heen loopt, weigert handen te schudden en er ontslagen om aantoonbaar andere redenen vallen. Alleen de hoeveelheid kerels op de buis is in deze tijd buitenproportioneel. Maar daarover klagen is vast niet gepast.
Meldingen van huiselijk geweld zullen daarentegen wel stijgen. Want hoe fijn het ook is dat de criminaliteit op straat op vele vlakken daalt, agressie stopt niet bij de voordeur. En opgesloten zitten met je agressor is, zo weet ik uit eigen ervaring, bepaald geen pretje.
Werk weg, kappers dicht, kroegen, bioscopen en schouwburgen gesloten. Zelfs scholen zijn nu al een maand dicht. Wat dat huiselijk geweld dan weer aan het licht kan brengen. Zo werd een docent terwijl ze online lesgaf mishandeld door haar vriend. Niet zo snugger van hem en de leerlingen die het zagen schrokken zich wild, maar wellicht schudt dit de docent in kwestie en hopelijk veel anderen wakker. Dat dat 'oude normaal' toch verre van normaal is. Sommige relaties vragen ook om gepaste afstand.
Dat thuisonderwijs blijkt in huize Lehti goed uit te pakken. Natuurlijk wordt er gehannest met onlinelessen ('Waarom werkt de wifi niet? Hoezo valt het geluid nu uit?), inleverdata en wat niet al, maar mijn jongste kan nu tussen de stof door zijn dutjes doen en loopt zijn achterstanden mooi in. Zijn broer Leo heeft sowieso weinig op met het opgehokt in een lokaal zitten met leeftijdgenoten. Hij liet zich dan ook ontvallen dat hij het eigenlijk wel prima zo vindt, waarom kunnen de scholen niet gewoon dicht blijven? Zelfs bij zijn baantje als bezorger moet hij nu afstand houden. Wel zo prettig voor hem.
Ook mijn uithuizige grote zoon mag niet klagen. Na twaalf jaar werken in de horeca verdient hij nu zijn maandloon in een drugssstore. En drugs, zo heeft de overheid besloten, vallen niet onder de horeca. De lange rijen bij de coffeeshops gingen op de enige dag dat alles dicht moest weliswaar harder dan de corona zelf viraal de hele wereld over, maar een dag later werd besloten dat drugs kennelijk toch onder 'de eerste levensbehoeften' vallen. Ook wel fijn voor al die opgehokte, opgefokte thuiszitters.
Sporttrainingen van het kroost zijn ook tot nader orde geschrapt. Maar gelukkig kunnen ze door de zogenaamde 'intelligente' lockdown nog wel samen buiten ballen. Als ik ze tenminste de deur uit schop. Heeft moeders ook even een uurtje lucht. Nu maar hopen dat daarbij geen kievitseieren sneuvelen.
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
maandag 20 april 2020
vrijdag 8 februari 2019
Een eind breien
Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.
Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.
Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:
Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent
Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.
Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.
Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.
Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.
Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:
Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent
Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.
Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.
zondag 16 december 2018
Een boombel voor pennen
Koude ruggen, dat krijgen mijn zonen van al dat groeien. Hoog tijd voor een bliksembezoek aan de plaatselijke kledingzaak. Gelukkig doen mijn kinderen minder moeilijk over het passen van kleding dan ik vroeger deed. Ik kan me zelfs niet heugen dat ik op hun leeftijd met mijn moeder mee ging naar de winkel. Ik was met zestien jaar al gevlogen. En dan niet gezellig op kamers in een stad in de buurt, maar gelijk vijftienhonderd kilometer van huis. Alsof het niks is. Maar mijn jongens laten zich nog fijn meetronen naar de winkel.
Na slechts tien minuten konden we twee maatjes XL afrekenen. Bij de kassa lagen grote rode papieren kerstbellen. Daar kon je je naam opschrijven. En een kerstwens. Daarna kon je het ding in een boom hangen die middenin het winkelcentrum stond. Leo nam een bel mee en vroeg: 'Heb je een pen?'
Na slechts tien minuten konden we twee maatjes XL afrekenen. Bij de kassa lagen grote rode papieren kerstbellen. Daar kon je je naam opschrijven. En een kerstwens. Daarna kon je het ding in een boom hangen die middenin het winkelcentrum stond. Leo nam een bel mee en vroeg: 'Heb je een pen?'
Kees ging alvast naar huis, alwaar hem bergen huiswerk wachtten. Zelf snelde ik nog even door de supermarkt voor een pakje boter en een tros bananen. Leo liep achter me aan met bel en pen. Toen ook de bananen waren afgerekend vroeg ik nieuwsgierig hoe zijn kerstwens luidde.
'Bicpennen', zei hij.
'Pennen?', dacht ik. Ach ja, waarom ook niet. Een XL trui had hij al. En een nieuwe jas vond hij niet nodig, ook al stak zijn sleutelbos door de gaten in de jaszakken van zijn afdankertje naar buiten. Maar Leo voegde er gelijk aan toe dat hij die pennen eigenlijk ook niet mócht wensen. Want hij moest zuiniger op de pennen zijn die hij al had.
'Bicpennen', zei hij.
'Pennen?', dacht ik. Ach ja, waarom ook niet. Een XL trui had hij al. En een nieuwe jas vond hij niet nodig, ook al stak zijn sleutelbos door de gaten in de jaszakken van zijn afdankertje naar buiten. Maar Leo voegde er gelijk aan toe dat hij die pennen eigenlijk ook niet mócht wensen. Want hij moest zuiniger op de pennen zijn die hij al had.
Hij hing zijn bel zorgvuldig in de boom en ondanks ons strakke middagschema met sporttrainingen en avondwerk, hadden we opeens niet zo'n haast meer. Al lezend liepen we om de boom, nieuwsgierig naar andermans wensen.
"Gezondheid voor iedereen en ik hoop dat ik volgend jaar op paardrijen mag." Of andersom: "Een ijgen paard... en gezondheid voor mijn familie." Er werden etentjes gewenst, met moeders of met de vriend van die en vriendin van die, een uur lang gratis boodschappen en opvallend veel uitjes. Naar Disneyland of gewoon naar zee. Andere wensen maakten meer indruk: "Een huis voor mij en me moeder." Met als toelichting dat orkaan Irma -of was het Katrina- hen dakloos had gemaakt. Of alleen maar een eigen kamer, omdat de wenser uit huis was geplaatst. Een sportabbonnement (voor iemand die aan huis gekluisterd was) of gewoon geluk voor een zoon omdat die een niet nader gespecificeerde zware tijd had doorgemaakt.
"Gezondheid voor iedereen en ik hoop dat ik volgend jaar op paardrijen mag." Of andersom: "Een ijgen paard... en gezondheid voor mijn familie." Er werden etentjes gewenst, met moeders of met de vriend van die en vriendin van die, een uur lang gratis boodschappen en opvallend veel uitjes. Naar Disneyland of gewoon naar zee. Andere wensen maakten meer indruk: "Een huis voor mij en me moeder." Met als toelichting dat orkaan Irma -of was het Katrina- hen dakloos had gemaakt. Of alleen maar een eigen kamer, omdat de wenser uit huis was geplaatst. Een sportabbonnement (voor iemand die aan huis gekluisterd was) of gewoon geluk voor een zoon omdat die een niet nader gespecificeerde zware tijd had doorgemaakt.
De kerststemming zat er gelijk goed in. Maar missschien kwam dat omdat er ook anderen rond de boom kwamen staan die nieuwsgierig andermans dromen prevelden. Ik zou ter plekke alle paardrijlessen, boodschappen, etentjes en kamers willen betalen.
'Bicpennen', galmde het nog na in mijn hoofd. Ach, hij blijkt niet de enige. Zo is juf Daisy uit Helmond genomineerd voor beste leerkracht van de wereld. Aan die prijs is een bedrag van één miljoen euro verbonden. Ook één van haar leerlingen oppert om daar pennen van te kopen. Als het jeugdjournaal vraagt iets duurders te verzinnen volgt een bescheiden: 'vulpennen misschien?' (bij min. 2.20).
vrijdag 30 november 2018
Scholen verkopen gelukkig geen broccoli
Bij het doen van boodschappen -iets dat met twee inwonende pubers zó vaak moet gebeuren dat ik het ze nu vaak zelf laat doen- vind ik het fijn om het brood bij de bakker, het vlees bij de slager en de groente, bij gebrek aan een groenteboer, op de markt te kopen. Als ik haast heb, haal ik alles bij de supermarkt. Alwaar ook een indeling naar soort wordt aangehouden. Wel zo handig.
Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.
Een dergelijke logica qua indeling en vindplaats zou je ook verwachten op de plek waar ieder van ons vier tot zes jaar van zijn of haar leven doorbrengt. Maar hoewel ik het fenomeen middelbare school nu zo'n vijftien jaar van nabij meemaak (iets met een tweede leg), ontgaat hun logica me totaal.
Je zou zeggen dat de belpyramides, papieren agenda's en dito roosters met de komst van internet passé zijn. Deels is dat ook het geval want er zijn nog wel boeken maar wat je daar uit moet leren verschijnt digitaal op verschillende plekken. Eerst was er Magister, toen kwam SOM-today, een overzichtelijk systeem met naast roosters en huiswerk ook uitnodigingen voor ouderavonden en cijfers. Of dat laatste pedagogisch verantwoord is betwijfel ik. Een kind kan een slecht cijfer nooit meer even 'inkleden' (of verzwijgen) of juist enthousiast binnenkomen met een tien voor een boekverslag. Ouders weten alles al. Maar overzichtelijk is het wel.
Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.
Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.
Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.
Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.
Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.
Helaas bleek het in SOM voor docenten niet mogelijk om huiswerk in te voeren dat verder dan twee weken vooruit af moet zijn. En de documenten die zij daar voor mij posten kan ik als ouder niet openen vanwege een beveiliging. Er werd overgestapt op Zermelo. -uiteraard met nieuwe wachtwoorden voor elke ouder en elk kind afzonderlijk-. Aan dit systeem lijken in mijn ogen alleen programmeurs te hebben gewerkt. Want er stond 24 uur in beeld en zo zie ik mijn zoons soms turen of of ze al dan niet het eerste uur vrij hebben. Voor het gemak heeft men het vorige systeem (SOM) nog niet overboord gegooid zodat vaak beide sites worden geraadpleegd, die vaak onderling verschillen. En op een ouderavond meen ik te hebben gehoord dat er nog een derde systeem bestaat, dat leidend is. Welke site dat was ben ik vergeten, en dat is maar goed ook. Als je kinderen de veertien zijn gepasseerd wordt het hoog tijd ze los te laten. Of te laten zwemmen.
Maar dat zwemmen is niet makkelijk. Want als digitaal invoeren van gegevens lastig is, wijken veel docenten uit naar losse kopietjes. En losse papieren, welke ouder kent het niet, belanden op stapels of onderin tassen met daar bovenop een geplette mandarijn of banaan in staat van ontbinding. Op die papieren wordt dan weer verwezen naar een site waar meer informatie is te vinden: 'It's Learning', lees: weer een gebruikersnaam en een wachtwoord. Tot slot zijn daar dan nog verschillende mailboxen met ook daar weer gebruikersnamen en wachtwoorden om er toegang toe te krijgen. Tot zo ver de receptieve kant.
Als ze er dan achter zijn wát ze moeten doen, rijst de vraag waar dat vervolgens heen moet. Soms is dat een werkboek, soms een schrift maar digitaal invoeren is ook mogelijk. De uitdaging is om uit te vinden welke manier van toepassing is. Het liefst voordat ze alles met de hand schreven en het toch digitaal moet worden overgetypt. Op een digitale leeromgeving die soms zo traag is dat een cursus blind typen zinloos is.
Als je voor het kopen van broccoli eenzelfde weg zou moeten bewandelen ziet dat er ongeveer zo uit: Bij de ingang van de winkel stel je je eerst voor als 'Kees1' , 'KeEs#@grumbl+=&' of gewoon '18534190'. Met een enorme bos sleutels loop je dan naar een schap zonder opschrift dat hermetisch is afgesloten. Heb je het slot open, dan is de kans groot dat je achter de deur geen broccoli vindt maar komkommers of zelfs melk of wc-papier. Of er ligt een andere sleutel met de aanwijzing dat die past op een andere deur op een ander schap op een afdeling aan de andere kant van de winkel. Het brood moet je vervolgens contant betalen, de broccoli bij kassa vier en voor melk en maandverband heb je verschillende pincodes nodig, die je jaarlijks moet veranderen.
Ik heb het met mijn kinderen te doen. Gelukkig stuur ik ze af en toe naar de winkel. Met een zo leesbaar mogelijk boodschappenbriefje en een pinpas. Daar heeft men tegenwoordig niet eens meer een wachtwoord voor nodig. Wel zo handig.
zondag 15 juli 2018
Karretjes en doosjes bouillonblokjes
De intercom zoemt onafgebroken maar de man roept naar het roostertje dat het niet lukt. Hij probeert een steekkar met een stapel plastic stoelen door de flatdeur te krijgen, de strak afgestelde dranger belet hem de doorgang. Als ik naar boven kijk lees ik op een laken dat over het balkon hangt: 'Hoera, opa wordt 65!. Zou opa zijn eigen verjaardagsstoelen van de buren zijn gaan lenen?
In het lommerrijke Molukkenplantsoen heeft een andere karrenman het makkelijker. Op zijn kar staat iets dat het midden houdt tussen een zonnepaneel en een halve tafeltennistafel. Bijna huppelend duwt hij het ding voort. Ik word ingehaald door andere karretjes. Elektrische exemplaren. Niet het soort dat ik net bij de kartbaan achter de zwarte muur hoorde scheuren. Maar dat waren dan ook 'karts' en geen 'karren'. Toch wel een verschilletje, zo kon ik onlangs zelf ervaren. Na acht rondes waarin ik braaf voor elke bocht remde en instuurde, werd ik door mijn snellere zoons ingehaald. Uit de bocht vliegen doe je niet met zo'n ding.
Er heerst een drukte van belang bij de Beren, het prachtige nieuwbouwproject op het Cibogaterrein. Tussen het winkelend publiek loopt een vrouw in een lange grijze jurk en dito haren. De grijs van het haar en wellicht het haar zelf ook, is nep. 'Dat hebben ze tegenwoordig zo', zou mijn oma, zelf gezegend met lang grijs haar, daarover hebben gezegd. De grijze jongedame duwt een kar voort van het soort dat je normaliter aantreft bij een bouwmarkt of Ikea. Misschien gaat ze er mee verhuizen. Met een studentenkamer van zes vierkante meter, zou haar inboedel er best op passen.
In het Noorderplantsoen wisselen kinder- en invalidenkarretjes elkaar af. De meeste kinderexemplaren zijn leeg. Twee invalidenkarren bij de vijver ook. Ze lijken er lukraak neergezet. Net als de exemplaren die mijn portiek opleuken en waar ik langs moet laveren als de bovenburen weer eens immobiel bezoek hebben. De meeste karren houden niet van traplopen. Hoewel ik in Venetië steekkarren zag met aan beide zijden drie wielen. Die namen met gemak de getrapte bruggen.
Sommige karren worden voortgeduwd door het kind waar het voor dient. Dat kijkt dan naar de grond of tegen de rugleuning van de buggy. Een vader grijpt nog net op tijd zo'n ongeleid projectiel vast dat de drukke tweewielerbaan door het park wil oversteken. Ooit liep ik hier zelf met zo'n kar, en een aanhangplank op wielen.
Bij de China Expres staat een onverwoestbare stalen steekkar met dikke zwarte banden. Voor zakken rijst of kratten tomaten. De kar wordt geflankeerd door twee witte leeuwen. Chinezen hebben iets met leeuwen. Dezelfde beesten zie ik verderop bij het tuinpad van een burgerlijk voortuintje. In plaats van een steekkar staat er een idyllische molen naast. Zulke accessoires geven toch sfeer.
Bij het tuincentrum aan de andere kant van de stad, ga ik even zitten. Een ratelend ritme van karretjes vol groen vult de parkeerplaats. Wat een prachtige uitvinding is dat toch: karren om feeststoelen, bejaarden, baby's, rijst, je huisraad en zelfs bomen mee te vervoeren. Toch lijkt deze vondst te worden overtroffen door een andere uitvinding. Een ding zonder wielen ter grootte van een doosje bouillonblokjes. Je kunt er stoelen mee kopen, ze laten bezorgen, een oppas zoeken, of de liefde, of ruzie. Je kunt er mee schaken, je examenuitslag mee checken of je aandelenkoers. Je kunt er je kind mee traceren, een pizza bestellen of het recept daarvoor opzoeken. Het wijst je de weg naar het tuincentrum of naar Rome. Je kunt er zelfs verhaaltjes mee typen. Geen wonder dat ik naast al die karren een veelvoud van die doosjes zag. Met gebogen arm hield men de doosjes voor de ogen. Er werd over gewreven, tegen gepraat of gelachen.
Maar één ding kan het doosje niet.
Zien wat ik vanmiddag zag.
Zien wat ik vanmiddag zag.
Labels:
bouillonblokjes,
Groningen,
internet,
karren,
kinderen
zondag 7 januari 2018
Over ijs
Over ijs, over slootjes, over vaarten bij Giekerk schaatste mijn oma. Het was 1943, of misschien wel 1942 of 1944. Ik zal het mijn moeder eens vragen. Die er toen ook al was en, in tegenstelling tot haar moeder, mijn oma, nu nog steeds. Ze ligt weliswaar geveld door griep, gordelroos en ongelooflijke jeuk op de bank in Amsterdam. Maar ooit schaatste ook zij als kleuter door het Friese land. Bij Giekerk. Onder een andere naam. Omdat haar Oostenrijkse vader deserteerde uit het Duitse leger. Mijn oma, moeder en tante wisten niet waar hun man en vader was. Maar een enkele keer heeft oma hem ontmoet. Bij de grens bij Groesbeek. Waar ik vorig jaar met mijn vriend ongemerkt de grens over fietste.
Schaatsen maakt melancholisch. Zeker in verstild landschap. Dat landschap zat er dit weekend helaas niet in bij dat schaatsen. Niet bij Giekerk en ook niet in Groningen of Amsterdam. Maar daar, op de Jaap Edenbaan volgde mijn moeder wel schaatslessen. En in de weinige strenge winters van de jaren zeventig, tachtig en negentig reden we de Molentocht, schaatsten bij de Rijp en op de Vinkeveense plassen.
Vrijdag wist ik twee van mijn drie zonen over te halen om ook even te komen krabbelen op het opgespoten plasje op de Grote Markt in Groningen. Frans (26) leerde Leo (16) hoe hij moest remmen. Kees (13) liet het schaatsen aan hem voorbij gaan, verkoos om op de tribune met zijn smartphone te spelen. De dag erna sleepte ik Leo opnieuw mee het ijs op, naar de kunstijsbaan in Kardinge. Alwaar kleuters met sleetjes, opa's, oma's, Fries sprekende gezinnetjes ('jou dat mar an heit, leave') en enkele nieuwkomers krabbelden, lachten en vielen. Helaas moest Leo zijn val bekopen met een pijnlijke pols. Waarna hij met een zakje ijs op een bankje zat en ging klokken hoe lang ik over één ronde op de vierhondermeter-baan deed.
Ik zei Leo dat ik hoopte dat het schaatsbloed ondanks zijn val door zijn aderen bleef stromen. Dat zijn overgrootmoeder, oma en moeder alle drie fervent schaatsers waren en zijn. Terecht merkte hij op dat hij nog andere genen heeft en zijn vader niks met schaatsen heeft. Daar had hij een punt. Grieks bloed en schaatsen gaat wellicht slecht samen.
Toen zijn ijszakje was gesmolten gingen we toch maar weg.
Nadat ik nog één laatste rondje deed. Nog één.
Met mijn handen op mijn rug, diep door de knieën.
Denkend aan Giekerk van vijfenzeventig jaar geleden.
En mijn moeder op de bank in Amsterdam.
zondag 17 september 2017
Take me to church
De ratelende wieltjes van Leo's skateboard begeleiden de Hallelulah's die ons tegemoet komen.
We laveren tussen een deprimerende verzameling gebouwtjes die hier aan de rand van de ringweg tijdelijk onderdak biedt aan allerlei vage bedrijven en genootschappen. Belendende borden hangen scheefgezakt achter glas. Op hoogspanningskabels boven ons zitten honderden spreeuwen zij aan zij te kwetteren in de zon: "Kijk, die hebben vandaag ook een kerkdienst", zeg ik tegen Leo, terwijl ik mijn fiets op slot zet. Hij wil zich laten dopen. Al maanden had ik het plan om eens met hem mee te gaan naar de kerk. Vandaag is het zover.
Leo wacht op mij in de deuropening. Het eerste dat ik bij binnenkomst zie zijn twee mollige babybeentjes die omhoog worden getild om een nieuwe luier onder de billetjes te leggen. Het kind ligt op een kantoortafel, zijn moeder heeft het ontkroesde haar perfect in model. Net als alle andere kerkgangers. Stilletjes gaat Leo me voor naar twee lege stoelen. Hij legt zijn skatebord tussen ons in. Ongemakkelijk liggen mijn handen op mijn schoot.
Een paar rijen vóór mij doet een moeder met een omvang waar ik drie keer in pas (wat moet het fijn om tegen zo'n boezem troost te vinden) verwoede pogingen haar tienerzoon bij de dienst te betrekken. Onder zijn gezicht waar de verveling van afdruipt zit een prachtige vlinderstrik. Het maakt zijn paars met zwarte pakje helemaal af. Ik stel me voor dat er bij hen vanmorgen geen onenigheid was over wat het kind aan moest trekken. Zo'n omvangrijke vrouw deelt thuis vast de lakens uit. Hoe anders verliep het bij mij thuis. In mijn Hollandse huishouden met 'overleg-structuur'. Mijn halfslachtige poging om Leo over te halen zijn sportbroekje te verruilen voor een nettere outfit haalde niks uit. Het ging er volgens mijn zoon niet om hoe je er uitzag, maar hoe je van bínnen bent. Tegen zoveel zondagse wijsheid kon ik niet op.
Niet alleen ontbeer ik het gezag van een zelfverzekerde moeder uit de Cariben, ik zal me ook nooit zo'n warme 'W' eigen kunnen maken. Als we 'Wees welkom in de familie van God' inzetten, klinkt het uit mijn mond meer als "Fees-vél-kom". Zelden was ik me eerder zo bewust van mijn kleur. Ik voel me als een vrouw die zonder hoofddoek de moskee betreedt, als een Chinees op schaatsen. Dat ik braaf meezing voor 'The Almighty' doet naar weinig aan af. Opgelucht geef ik gehoor aan de voorganger die iedereen uitnodigt een nieuwgeborene te zegenen. Weet ik eindelijk waar ik mijn handen moet laten. Tientallen armen strekken zich uit naar voren. Naar het kale kindje met roze strik.
Zingen is fijn en van heupwiegen ben ik ondanks mijn witte kleur niet vies. Wel gaan mijn tenen krommen als de aanwezigen er aan worden herinnerd dat God een bestemming voor ons heeft. Op zichzelf een troostrijke gedachte. Ook best een mooi tegengeluid voor de doorgeslagen maakbaarheid van ieders eigen geluk anno 2017. Spijtig genoeg haalt de voorganger in dezelfde passage de rol van huisvrouw aan. Mijn gedachten dwalen af naar hoe honderd jaar eerder met hetzelfde argument de logica van de bevoogding van zwarten werd gepredikt, en vijftig jaar terug degenen met een andere seksuele voorkeur werden -en worden- neergezet als mensen die tegen 'Gods wil' ingingen. De schepping wordt bezongen met een stichtelijk lied van Elly en Rikkert. Ik heb persoonlijk meer met hun 'kauwgomballenboom' ("de ballen die dan plakken laat ie naar beneden kwakken")
Mijn kritische gedachten worden onderbroken als Leo me te kennen geeft te gaan staan. De voorganger merkt op dat er 'enkele nieuwkomers in ons midden zijn'. Ongemakkelijk neem ik het applaus en vooral de glimlachende blikken in ontvangst. Wees welkom, galmt het door mijn heidense gedachten. God mag weten wat er in hun hoofden omgaat.
Als we weer thuis zijn vind ik op de grond een papiertje met Leo's handschrift "Vader tuchtigt je met een reden". Hieronder prijkt de naam van de voorganger waar ik na de dienst mee sprak. Ik laat niet merken dat ik het briefje lees en leg het terloops terug. Als hij me vraagt wat ik van de dienst vond probeer ik zo lovend mogelijk te zijn: "Ik weet dat de kerk belangrijk voor je is, en jij, Leo, bent belangrijk voor mij. Dus het was fijn om er bij te zijn". Ook vraag ik hem wie hij wil dat er aanwezig is bij zijn doop. Hij mompelt wat namen en voegt er na een stilte aan toe: "Ik weet het nog niet, misschien moet ik eerst nog eens bij de katholieke kerk kijken."
Oh bless me Father!
Take me to church!
Hallelujah!
Leo wacht op mij in de deuropening. Het eerste dat ik bij binnenkomst zie zijn twee mollige babybeentjes die omhoog worden getild om een nieuwe luier onder de billetjes te leggen. Het kind ligt op een kantoortafel, zijn moeder heeft het ontkroesde haar perfect in model. Net als alle andere kerkgangers. Stilletjes gaat Leo me voor naar twee lege stoelen. Hij legt zijn skatebord tussen ons in. Ongemakkelijk liggen mijn handen op mijn schoot.
Een paar rijen vóór mij doet een moeder met een omvang waar ik drie keer in pas (wat moet het fijn om tegen zo'n boezem troost te vinden) verwoede pogingen haar tienerzoon bij de dienst te betrekken. Onder zijn gezicht waar de verveling van afdruipt zit een prachtige vlinderstrik. Het maakt zijn paars met zwarte pakje helemaal af. Ik stel me voor dat er bij hen vanmorgen geen onenigheid was over wat het kind aan moest trekken. Zo'n omvangrijke vrouw deelt thuis vast de lakens uit. Hoe anders verliep het bij mij thuis. In mijn Hollandse huishouden met 'overleg-structuur'. Mijn halfslachtige poging om Leo over te halen zijn sportbroekje te verruilen voor een nettere outfit haalde niks uit. Het ging er volgens mijn zoon niet om hoe je er uitzag, maar hoe je van bínnen bent. Tegen zoveel zondagse wijsheid kon ik niet op.
Niet alleen ontbeer ik het gezag van een zelfverzekerde moeder uit de Cariben, ik zal me ook nooit zo'n warme 'W' eigen kunnen maken. Als we 'Wees welkom in de familie van God' inzetten, klinkt het uit mijn mond meer als "Fees-vél-kom". Zelden was ik me eerder zo bewust van mijn kleur. Ik voel me als een vrouw die zonder hoofddoek de moskee betreedt, als een Chinees op schaatsen. Dat ik braaf meezing voor 'The Almighty' doet naar weinig aan af. Opgelucht geef ik gehoor aan de voorganger die iedereen uitnodigt een nieuwgeborene te zegenen. Weet ik eindelijk waar ik mijn handen moet laten. Tientallen armen strekken zich uit naar voren. Naar het kale kindje met roze strik.
Zingen is fijn en van heupwiegen ben ik ondanks mijn witte kleur niet vies. Wel gaan mijn tenen krommen als de aanwezigen er aan worden herinnerd dat God een bestemming voor ons heeft. Op zichzelf een troostrijke gedachte. Ook best een mooi tegengeluid voor de doorgeslagen maakbaarheid van ieders eigen geluk anno 2017. Spijtig genoeg haalt de voorganger in dezelfde passage de rol van huisvrouw aan. Mijn gedachten dwalen af naar hoe honderd jaar eerder met hetzelfde argument de logica van de bevoogding van zwarten werd gepredikt, en vijftig jaar terug degenen met een andere seksuele voorkeur werden -en worden- neergezet als mensen die tegen 'Gods wil' ingingen. De schepping wordt bezongen met een stichtelijk lied van Elly en Rikkert. Ik heb persoonlijk meer met hun 'kauwgomballenboom' ("de ballen die dan plakken laat ie naar beneden kwakken")
Mijn kritische gedachten worden onderbroken als Leo me te kennen geeft te gaan staan. De voorganger merkt op dat er 'enkele nieuwkomers in ons midden zijn'. Ongemakkelijk neem ik het applaus en vooral de glimlachende blikken in ontvangst. Wees welkom, galmt het door mijn heidense gedachten. God mag weten wat er in hun hoofden omgaat.
Als we weer thuis zijn vind ik op de grond een papiertje met Leo's handschrift "Vader tuchtigt je met een reden". Hieronder prijkt de naam van de voorganger waar ik na de dienst mee sprak. Ik laat niet merken dat ik het briefje lees en leg het terloops terug. Als hij me vraagt wat ik van de dienst vond probeer ik zo lovend mogelijk te zijn: "Ik weet dat de kerk belangrijk voor je is, en jij, Leo, bent belangrijk voor mij. Dus het was fijn om er bij te zijn". Ook vraag ik hem wie hij wil dat er aanwezig is bij zijn doop. Hij mompelt wat namen en voegt er na een stilte aan toe: "Ik weet het nog niet, misschien moet ik eerst nog eens bij de katholieke kerk kijken."
Oh bless me Father!
Take me to church!
Hallelujah!
maandag 28 augustus 2017
Wat vindt u van ons?
Mijn mening doet er toe. Althans, dat zou je verwachten als je alle verzoeken om die te ventileren aanschouwt. Ik vind ze bij bosjes in de brievenbus of op de digitale deurmat. Het maakt niet uit wát mijn mening is, áls ik maar iets vind. Zelfs na het wegklikken van ongevraagde reclame boven mijn mail plopt er-opnieuw ongevraagd-: 'Vertel ons waarom je de advertentie gesloten hebt' omhoog.
Bij telefoontjes naar instanties krijgt je nog vóór het stellen van je vraag de boodschap dat: Het gesprek kan worden opgenomen 'om de dienstverlening te verbeteren', of, directer, 'ten behoeve van trainingsdoeleinden'. Soms aangevuld met het verzoek om na afloop van het gesprek deel te nemen aan, u raadt het al, een enquête. Om misverstanden vóór te zijn wordt dan ná zo'n gesprek -maar vóór de eventuele enquête- gevraagd: 'Is uw vraag zo voldoende beantwoord?' en 'Heeft u verder nog vragen'? Als de desbetreffende medewerker zijn of haar huiswerk goed heeft gedaan, sluit die het gesprek af met het noemen van je naam en het toewensen van een prettige dag. Van zo'n stortvloed aan persoonlijke aandacht vergeet ik van de weeromstuit het gekregen antwoord.
Het komt vast door de privatisering, -lees toenemende concurrentie-. In Nederland dan. Want wie wel eens een instantie benaderde búiten de landsgrenzen zal heel wat kroegpraat kunnen opdissen over ongeïnteresseerde medewerkers die in het woord 'dienstverlening' omgekeerd uitlegden. Alsof je als burger een dienst bewijst aan degene wiens werk het is jou van informatie te voorzien.
Misschien komt het door al die prachtige opleidingen op het gebied van communicatie. Want waren het niet stagiaires van zo'n opleiding die me uithoorden over de openheid/ bezigheden/ zichtbaarheid van het bestuur van de sportclub waar mijn jongens bij spelen?
Hoe mooi al die moeite die men doet om het gewone man of vrouw naar de zin te maken ook is, ik word van al die klantgerichtheid een beetje kregel. Tot voor kort was ik geneigd om plichtsgetrouw alle enquêtes naar eer en geweten te beantwoorden. Het is per slot voor de goede zaak. Al zou ik wel eens willen weten hoeveel invullers zich vertegenwoordigd voelen als ze cijfers zien die de gestegen klanttevredenheid aantonen van een overheidsdienst, ziekenhuis of sportclub. Zou men een neus voor hebben voor mijn braafheid? Zodat elke nieuwe ingevulde vragenlijst nieuwe verzoeken om mijn mening genereert? Dat zou de betrouwbaarheid van de uitkomsten nadelig beïnvloeden. Maar misschien bewijst het alleen dat ik een groot netwerk heb, midden in het leven sta. Of, dat kan natuurlijk ook, veel problemen heb. Wat daar ook van zij, op mijn beantwoording wachten nog vragen over hoe tevreden ik ben over:
Daar vind ik wat van.
Bij telefoontjes naar instanties krijgt je nog vóór het stellen van je vraag de boodschap dat: Het gesprek kan worden opgenomen 'om de dienstverlening te verbeteren', of, directer, 'ten behoeve van trainingsdoeleinden'. Soms aangevuld met het verzoek om na afloop van het gesprek deel te nemen aan, u raadt het al, een enquête. Om misverstanden vóór te zijn wordt dan ná zo'n gesprek -maar vóór de eventuele enquête- gevraagd: 'Is uw vraag zo voldoende beantwoord?' en 'Heeft u verder nog vragen'? Als de desbetreffende medewerker zijn of haar huiswerk goed heeft gedaan, sluit die het gesprek af met het noemen van je naam en het toewensen van een prettige dag. Van zo'n stortvloed aan persoonlijke aandacht vergeet ik van de weeromstuit het gekregen antwoord.
Het komt vast door de privatisering, -lees toenemende concurrentie-. In Nederland dan. Want wie wel eens een instantie benaderde búiten de landsgrenzen zal heel wat kroegpraat kunnen opdissen over ongeïnteresseerde medewerkers die in het woord 'dienstverlening' omgekeerd uitlegden. Alsof je als burger een dienst bewijst aan degene wiens werk het is jou van informatie te voorzien.
Misschien komt het door al die prachtige opleidingen op het gebied van communicatie. Want waren het niet stagiaires van zo'n opleiding die me uithoorden over de openheid/ bezigheden/ zichtbaarheid van het bestuur van de sportclub waar mijn jongens bij spelen?
Hoe mooi al die moeite die men doet om het gewone man of vrouw naar de zin te maken ook is, ik word van al die klantgerichtheid een beetje kregel. Tot voor kort was ik geneigd om plichtsgetrouw alle enquêtes naar eer en geweten te beantwoorden. Het is per slot voor de goede zaak. Al zou ik wel eens willen weten hoeveel invullers zich vertegenwoordigd voelen als ze cijfers zien die de gestegen klanttevredenheid aantonen van een overheidsdienst, ziekenhuis of sportclub. Zou men een neus voor hebben voor mijn braafheid? Zodat elke nieuwe ingevulde vragenlijst nieuwe verzoeken om mijn mening genereert? Dat zou de betrouwbaarheid van de uitkomsten nadelig beïnvloeden. Maar misschien bewijst het alleen dat ik een groot netwerk heb, midden in het leven sta. Of, dat kan natuurlijk ook, veel problemen heb. Wat daar ook van zij, op mijn beantwoording wachten nog vragen over hoe tevreden ik ben over:
- De politie
- Het ziekenhuis
- De hulpverleningsinstantie voor zoon Leo
- De instantie die het na een jaar van hen overnam
- Een ander ziekenhuis (voor iets waar ik nooit aan ben geholpen)
- De ANWB (ja, die was fantastisch toen ik twee keer binnen een jaar in Frankrijk strandde)
- De eerdergenoemde sportclub
- De buurtclub
- De internetprovider (of was het het waterschap?)
- De gemeente, iets met bedrijveninventarisatie (nee, ik neem geen mensen aan)
- De woningbouwvereniging (Nee, ik was niet blij met gaslek na plaatsing van de nieuwe CV)
- Dezelfde sociale woningbouwclub (zonnepanelenbelangstellinginventarisatie of zoiets)
- Wéér die woningbouw. Ben vergeten waarover (overlast?, veiligheid?, onderhoud?)
- De club van die andere zoon Kees begeleidt
- De school, of scholen.... ik ben de tel kwijt.
- De vereniging die de belangen van Kees en diens lotgenoten behartigt die wil dat ik mijn stem uitbreng (tweemaal digitaal, éénmaal per snailmail.... er schijnt daar ruzie te zijn...wegwezen!)
- En om de voortgang van zijn aandoening (narcolepsie) in kaart te brengen moet niet alleen ik, maar ook Kees zelf én de mentor van school een vragenlijst invullen die niet 'maar vijf minuutjes' van mijn tijd in beslag neemt. zoals de lezing van dit logje, maar zo'n drie kwartier.
- Na een paar maanden volgen nog tweemaal dezelfde vragenlijsten (iets met nulmeting en zo)
Daar vind ik wat van.
Labels:
enquête,
kinderen,
mening,
narcolepsie,
papieren,
politie,
woningbouw
woensdag 3 mei 2017
Vergeet Parijs (2)



In de koude aprilzon doorkruisten we per fiets en te voet het prachtige Rijsel. Van de voorspelde hagel en onweer geen spoor. We lachten om de groene berg boontjes die Kees kreeg nadat de Vietnamese serveerster hem nadrukkelijk vroeg of hij écht 'haricot verts' in plaats van 'pommes frites' bij de kip wilde. We juichten 'defence' dat rijmt op Frans als echte supporters Lilloises in het Centre sportif van San Saveur en Leo en Kees verzamelde na de wedstrijd handtekeningen. We aten wild zwijn uit een potje en meters baguette. Zochten veldjes om te basketballen, alwaar werd kennisgemaakt met het fenomeen 'straatschoffies' -Non, tu ne peux pas faire du wheely op my bicicle!!'- Maar ze zagen elders ook dat een vrouw met hoofddoek prima kan dribbelen.
We bezochten alsnog een voorstelling door jongeren in 'Le grand Bleu' waarbij ik het weinige dat ik er zelf van verstond simultaan vertaalde voor beide jongens en bezochten de Chambre de Commerce uit 1715 waar Kees de ultieme foto wilde maken van het glas in lood plafond van zestien meter doorsnee. Tussendoor werd af en toe de aftandse hotelkamer bezocht voor de verzorging van Kees' teen of het doen van een dutje.
In deze stad troffen we geen hordes Engelsen, Hollanders of kuddes Chinezen met selfiesticks. Ook uren wachten voor de Tour Eiffel of het Louvre om een glimp van de Mona Lisa op te vangen was niet nodig. Het toerisme in Lille bestond slechts uit schoolklassen die met handen vol papieren met opdrachten over de pleinen liepen. Op de dag van vertrek liet Leo zich bij de coiffeur tussen de kebabzaak Istanbul en de Unversité du Droit et Santé knippen.Mocht u niet zelf in gelegenheid zijn om fietsen mee te nemen is dat geen punt. Want net als in Wenen en Sevilla zijn er talloze plekken waar je fietsen kunt huren die op straat al voor u klaarstaan. En een metro is er ook.
dinsdag 2 mei 2017
Vergeet Parijs (1)
De meivakantie van mijn kinderen kwam voor mij als complete verrassing. Het stond keurig in mijn agenda maar opeens waren ze vrij. Wellicht speelt mijn leeftijd hierbij een rol, Douwe Draaisma schreef daar eens een mooi boek over: "Waarom de tijd sneller gaat als je ouder wordt". Dat de mei-vakantie volledig in april viel, hielp natuurlijk ook niet mee. Leo wilde gaan kamperen of naar Parijs of waarom geen lastminute naar Mallorca of Malta? Ook ik hou van reizen maar tegen de voorbereiding zie ik vaak op. Dus zette ik Leo zelf aan het werk en hij pakte het serieus aan. Waar was het mooi, waar waren huisjes, welke vliegtickets betaalbaar? Helaas moest ik zijn euforie vaak temperen omdat de schreeuwerige lokkertjes met dumpprijzen verwezen naar vertrekdata buiten de vakantie. Tot zijn teleurstelling zag hij dat de prijzen meer dan halveerden zodra ze weer naar school moesten. Zelf had ik hun halve vakantie al werk gepland. Hij stelde zijn eisen bij en opperde toen Rijsel, wél in Frankrijk, wat hij graag wilde, maar toch niet ver. 'Och nee, niet naar Lille', wierp ik tegen, 'dat is een vieze, vervallen stinkstad waar het altijd regent'.
Nadat ze in bed lagen zocht ik zelf verder. Vanwege weersvoorspellingen met hagel, natte sneeuw en onweer lieten ik het kampeerplan varen. Maar Lille leek na enig speurwerk toch meer te bieden te hebben dan ik dacht. Een hotel in hartje stad was voor 70 euro per nacht voor drie man gauw gevonden. En een dure Thalys was goed vervangbaar door een drie keer goedkopere Flixbus. Maar daarmee zouden we twee van de drie geplande vakantiedagen in een touringcar zitten. Ik besloot met mijn eigen klusbus te gaan, daar zat per slot een nieuwe motor in. Als we op tijd vertrokken, konden we aan het begin van de middag in 'la douce France' zijn.
De dag erna zat de stemming er goed in. De jongens gingen in de miezerregen met steeksleutels in de weer. Op twee keukentrapjes demonteerden ze het imperiaal van mijn bus, dat zou toch weer een tientje aan brandstof schelen. Ook zou het de toegang tot een eventuele parkeergarage vergemakkelijken (ik bleef al eens steken in die van de Oosterpoort. Geen feest om in hartje stad achteruit te moeten als er drie auto's achter je staan). En het scheelt ook een hoop herrie bij het scheuren over snelweg.

We zetten de fietsen achterin, Kees smeerde broodjes, Leo bracht zelfs nog oud papier weg (om één of andere reden zijn klusjes die de hele week blijven liggen vlak voor vertrek opeens urgent) en kocht steriele gaasjes om de net geopereerde teennagel van Kees mee te kunnen verzorgen. Ik probeerde intussen kaartjes te regelen voor een toneelstuk maar de voicemail van het theater meldde iets met 'complet' en 'liste d'attendre'. Toevallig bleek er tijdens ons verblijf wel een belangrijke basketbalwedstrijd tussen Lille en Boulogne-sur-Mer te zijn. Op nog geen kilometer van het hotel. Wat wilden mijn twee dribbelaars nog meer?
Na viereneenhalf uur rijden waren we in Lille, zochten we een gratis parkeerplek, plantten onze rolkoffertjes achterop de fietsen en vervolgden onze weg. Net als in Nederlandse steden zijn bijna alle one-way-wegen aan beide zijden toegankelijk voor fietsers. Kees, die steevast onvoldoendes op school haalt voor Frans, vergeet het woordje 'sauf' nu nooit meer. Via de 'Rue de Jeanne d'Arc' (hoe Frans wil je het hebben?) reden we naar ons aftandse hotel waarvan de naam 'Mister Bed' weinig goeds beloofde. Op een misgelopen reservering, ramen die niet open konden, een restje wiet op de dekens, een lekkende kraan en beschimmelde kit na, was het voor twee nachten prima te doen. Het vervolg....
maandag 20 februari 2017
De liegende vluchteling
Er was eens een meisje van zes. Ze heette Gerda de Vries en woonde aan de Rijnkade vijftien in Arnhem. Maar gek genoeg had deze Gerda geen flauw idee hoe het er daar op de Rijnkade uitzag. Of ooit had uitgezien. Ze was in heel Arnhem zelfs nog nooit geweest. Ze heette eigenlijk ook geen Gerda. En 'de Vries' was niet de achternaam die ze van haar vader had meegekregen. Maar hoewel er niks klopte aan haar papieren, was ze er wel. Het was een meisje van vlees en bloed met bruine ogen en een grote strik in het haar. Dat knikkerde en leerde schrijven en schaatsen. Ze bestond echt. Sterker nog, ze bestaat nog steeds.
Het enige dat correct op de papieren stond, was haar geboortedatum, 1 april. Maar aan alle verzinsels rond de rest van haar identiteit, was verder weinig grappigs. De Rijnkade vijftien was namelijk gebombardeerd. Een vergissingsaanval, geallieerden hadden de stad aangezien voor het Duitse Kleef. Er vielen zestig doden. Ook dat had Gerda weliswaar niet meegemaakt, maar het was wel de reden om juist dit adres te verzinnen. Want wie wil zich nou niet ontfermen over een 'evacueetje' uit 'geteisterd gebied'? Daar is weinig verdachts aan. Wat dat betreft is er niets veranderd. Ook anno 2017 willen we eigenlijk alleen 'echte' vluchtelingen helpen. Mensen wiens huis is platgegooid spreekt tot ieders verbeelding. Maar wie liegt over zijn of haar identiteit, kan op weinig compassie rekenen.
Maar laat nu juist de afkomst van dit meisje de reden zijn geweest om te liegen. Het maakte dat zelfs haar geboortehuis in Friesland niet meer veilig was en ze moest onderduiken, samen met haar moeder en zus. Waar vader was wisten ze niet. Naar later bleek probeerde hij, vermomd als vrouw, de controles te omzeilen.
De vader van het meisje was zelf twintig jaar voor Gerda's valse papieren ook vluchteling geweest. Of mag je een jongen van twaalf, die zich zonder ouders verstopt in een volle trein, op zoek naar een beter bestaan in een ander land, zo niet noemen? Feit was wel dat toen hij inmiddels was getrouwd met een Friese boerendochter, zij twee dochters hadden en een bloeiende eigen zaak runden, hij nog niet was genaturaliseerd als Nederlander. Het wrede toeval wilde dat Nazi-Duitsland zijn geboorteland toen annexeerde en zo werd hij, als Duitser, opgeroepen voor militaire dienst. Hij wist het lang te ontduiken maar moest uiteindelijk toch het nazi-leger in. Gerda's oudere zus werd geacht naar de Duitse school te gaan. Hoe te laveren tussen wat verplicht was in oorlogstijd, de blikken van de buren en je eigen geweten?
Vader wist te ontsnappen uit het medisch, militair kantoor van de nazi's waar hij werkte in het toen nog Duitse Stettin (het huidige Szczecin, wat nu in Polen ligt. 'Landsgrenzen' blijven een vreemd fenomeen). En zo werd het meisje met de strik de dochter van een gedeserteerde Duitser en daardoor noodgedwongen Gerda. Vader dook onder en zijn gezin hield zich elders schuil. Soms waren dat fijne plekken, die toch niet veilig bleken, soms was het eten vies (maar daar mogen vluchtelingen niet over klagen). Soms waren het plekken waar het meisje en haar zus de straat op werden geschopt -kinderen maken het huis maar vies- of waar je koffer stiekem werd nageplozen door de gastvrouw. In een oorlog is het overleven. Maar het echte overleven begon voor Gerda pas na de oorlog.
Op de dag dat Friesland werd bevrijd, een maand voor 5 mei 1945, stak het inmiddels zevenjarige meisje zonder uitkijken de weg over, en werd ze aangereden door een Canadese jeep. Wekenlang lag ze doodstil in de bedstee van het onderduikadres. Men wist niet of ze het zou redden. Maar ze overleefde de klap.
Vijfenzestig jaar later maakte ik met dit meisje een driedaagse fietstocht. Van Arnhem naar Zwolle. De tocht begon daar waar ze volgens haar vluchtelingenverklaring zou hebben gewoond. Lachend poseerde ze voor de deur van de inmiddels herbouwde Rijnkade vijftien.
Het is mijn eigen moeder.
Het enige dat correct op de papieren stond, was haar geboortedatum, 1 april. Maar aan alle verzinsels rond de rest van haar identiteit, was verder weinig grappigs. De Rijnkade vijftien was namelijk gebombardeerd. Een vergissingsaanval, geallieerden hadden de stad aangezien voor het Duitse Kleef. Er vielen zestig doden. Ook dat had Gerda weliswaar niet meegemaakt, maar het was wel de reden om juist dit adres te verzinnen. Want wie wil zich nou niet ontfermen over een 'evacueetje' uit 'geteisterd gebied'? Daar is weinig verdachts aan. Wat dat betreft is er niets veranderd. Ook anno 2017 willen we eigenlijk alleen 'echte' vluchtelingen helpen. Mensen wiens huis is platgegooid spreekt tot ieders verbeelding. Maar wie liegt over zijn of haar identiteit, kan op weinig compassie rekenen.
Maar laat nu juist de afkomst van dit meisje de reden zijn geweest om te liegen. Het maakte dat zelfs haar geboortehuis in Friesland niet meer veilig was en ze moest onderduiken, samen met haar moeder en zus. Waar vader was wisten ze niet. Naar later bleek probeerde hij, vermomd als vrouw, de controles te omzeilen.
De vader van het meisje was zelf twintig jaar voor Gerda's valse papieren ook vluchteling geweest. Of mag je een jongen van twaalf, die zich zonder ouders verstopt in een volle trein, op zoek naar een beter bestaan in een ander land, zo niet noemen? Feit was wel dat toen hij inmiddels was getrouwd met een Friese boerendochter, zij twee dochters hadden en een bloeiende eigen zaak runden, hij nog niet was genaturaliseerd als Nederlander. Het wrede toeval wilde dat Nazi-Duitsland zijn geboorteland toen annexeerde en zo werd hij, als Duitser, opgeroepen voor militaire dienst. Hij wist het lang te ontduiken maar moest uiteindelijk toch het nazi-leger in. Gerda's oudere zus werd geacht naar de Duitse school te gaan. Hoe te laveren tussen wat verplicht was in oorlogstijd, de blikken van de buren en je eigen geweten?
Vader wist te ontsnappen uit het medisch, militair kantoor van de nazi's waar hij werkte in het toen nog Duitse Stettin (het huidige Szczecin, wat nu in Polen ligt. 'Landsgrenzen' blijven een vreemd fenomeen). En zo werd het meisje met de strik de dochter van een gedeserteerde Duitser en daardoor noodgedwongen Gerda. Vader dook onder en zijn gezin hield zich elders schuil. Soms waren dat fijne plekken, die toch niet veilig bleken, soms was het eten vies (maar daar mogen vluchtelingen niet over klagen). Soms waren het plekken waar het meisje en haar zus de straat op werden geschopt -kinderen maken het huis maar vies- of waar je koffer stiekem werd nageplozen door de gastvrouw. In een oorlog is het overleven. Maar het echte overleven begon voor Gerda pas na de oorlog.
Op de dag dat Friesland werd bevrijd, een maand voor 5 mei 1945, stak het inmiddels zevenjarige meisje zonder uitkijken de weg over, en werd ze aangereden door een Canadese jeep. Wekenlang lag ze doodstil in de bedstee van het onderduikadres. Men wist niet of ze het zou redden. Maar ze overleefde de klap.
Vijfenzestig jaar later maakte ik met dit meisje een driedaagse fietstocht. Van Arnhem naar Zwolle. De tocht begon daar waar ze volgens haar vluchtelingenverklaring zou hebben gewoond. Lachend poseerde ze voor de deur van de inmiddels herbouwde Rijnkade vijftien.
Het is mijn eigen moeder.
Labels:
angst,
Arnhem,
familie,
fietsen,
kinderen,
liegen,
onderduiken,
oorlog,
vluchtelingen
maandag 26 december 2016
J'aime sterdam
Daar waar BN-ers al joggend hun hoofd leegmaken.


Waar reclames van vroeger een nieuwe lik verf krijgen.
Waar ketchup-fietsen zijn en luchten grijzen.
En kerken in groen gaas zijn verpakt.
Daar waar moeders peren rood stoven
en vaders garnalen bakken met citroen.
Waar kaarslicht flakkert in een ooit gevonden spiegel
en elke drie minuten een vliegtuig landt van ver.
Daar waar wordt gestoeid en gemusiceerd.
Al is er van een 'Silent night' geen sprake als er
op de terugweg uit de kelen van mijn nageslacht klinkt:
"You better lose your yourself in the moment, the music"
Daar hou ik van.


'la Cine, l'Afrique et l'Islam.
Sont réunies, et toutes les races
Enfine s'embrassent
Á Amsterdam.'
(Guy Béart)
maandag 12 december 2016
Stemt allen op het hemd van de boshoer!
Dat ik niet moet vergeten om zelf reclame te maken. Op social media en zo. Dat stond er bij.
Dat houdt dan vast ook in dat ik een Facebook account moet aanmaken. Heb ik er straks wéér een verslaving bij. Alsof schrijven, wordfeuden en roken al niet genoeg tijd opslokken.
Maar ik weet het goed gemaakt. U krijgt gewoon hier als trouwe lezer (of kersverse lurker. Wees welkom allemaal!) een portie ongevraagde reclame. Er zijn een vakjuryprijs en een publieksprijs te verdelen. Voor dat laatste dan natuurlijk ook de vraag om te stemmen. Als u het de moeite waard vindt tenminste.
Het is geplaatst onder non-fictie verhalen. Maar het had ook in de categorie 'history' kunnen staan. Als die er tenminste was. Waarmee ik maar wil zeggen: huiselijk geweld kunnen we hopelijk ooit verbannen naar de geschiedenisboekjes.
dinsdag 22 november 2016
Zwartkijken
In praatprogramma's wordt ons regelmatig verteld dat een zwarte knecht niet meer van deze tijd is. Hoeveel we ook houden van de Zwarte man. Maar er is goed nieuws voor de laatste believers van blackface! Want waar je ook kijkt, overal wordt onze traditionele kijk op gekleurde mensen bevestigd. Niet omdat de Hema nu opeens weer chocoladeslaafjes in het schap heeft. Wel door op tv en in de krant ons de verhevenheid van het blanke ras voor te schotelen. Met daaraan gekoppeld de rol die de zwarte bevolking zich laat aanmeten.
Mijn jongste zoon ziet Zwarte Piet graag blijven. Ik vermoed omdat zijn klasgenootjes dezelfde mening zijn toegedaan. En ik begrijp best dat je als brugpieper maar één echte zorg hebt: Niet afwijken. Wie in een groep functioneert, voegt zich naar de geldende norm. Dat geldt niet alleen voor brugpiepers.
Kees' (12) argument is dat Sint de kinderen heeft bevrijd uit hun slavernij. Dat het dus iets goeds was, iets positiefs. Het idee dat de witte (man) de redder is en de Pieten daarmee tot gelukkige, bevrijde slaven maakt is een fijne gedachte. Het geeft houvast. Het maakt de wereld voorspelbaar en veilig. Het is precies dat veilige gevoel dat het op de buis goed doet.
Het nieuws dan? Dat brengt toch objectief de werkelijkheid in beeld? Over een item over chocola hoor ik dat fairtrade chocola nooit echt eerlijk kan zijn. In de minireportage krijgen we bezwete koppies in beeld. De voice-over vertelt dat deze jongens 'ingestudeerde antwoorden' geven omtrent hun leeftijd. Een donkere jongen kapt zwijgend verder met zijn machete. Een kind dat moet werken. Het is me wat.
Mijn gedrukte krant (Trouw) doet qua beeldvorming ook een duit in het zakje. Op Obama na, zie ik vooral foto's van witte mannen op leeftijd op hoge functies. Op pagina twaalf van de bijlage staat een foto van een man met ontbloot bovenlijf. Van achteren gekiekt. Met opgeheven armen sjouwt hij een zware plank uit het bos (!). De zon laat zijn gespierde bovenarmen goed uitkomen. U mag raden naar zijn huidskleur. De tekst van het artikel luidt: 'Fout met hout uit Kameroen'.
Hoopvol werp ik maandag een blik in de NRC. Naast een naamloze zwarte man -Één op de zes hardlopers raakt oververhit-, bevat alleen de cultuurpagina wat kleur. Bij het stelletje dat 'wereldfilms' aan de man brengt zien we van hem zijn mooie billen. De vrouw ernaast draagt een rokje van raffia. En in het artikel over de kunstbeurs neemt men de term 'beeldvorming' wel héél letterlijk. (zie foto). De ontbrekende voorkant van het halfnaakte filmstelletje wordt hier in één Afrikaans kunstwerk gevat.
-------------------
Ik houd mijn zoon of andere voorstanders van Zwarte Piet niet verantwoordelijk voor de slavernij. Wel lijkt het me zinvol om eens stil te staan bij de tijd die voorafging aan de afschaffing hiervan. Iets met tradities. Hieronder een aantal anekdotes uit die tijd. Er is meer over te lezen in de biografie van koning Willem III. Redder van de Slaven.
'Ook petities tegen de slavernij laat de koning voor zover bekend onbeantwoord, terwijl de discussie over het onderwerp levendiger wordt.'
'Het regent preken van de kansel en voorstellen over de beëindiging van de slavernij.'
'De commissie gaat behoedzaam te werk. Te behoedzaam, vindt Groen. Dit leidt tot ‘eene emancipatie die over duizend jaren welligt tot stand’ zal komen, roept hij gefrustreerd. Hij stapt op.'
'De aard van de zwarte bevolking maakt het volgens het kabinet nodig hen ‘te behandelen als onmondigen, die raad, leiding en ondersteuning noodig hebben van hunnen voogd’.'
'Missionarissen en zendelingen gaan na de aankondiging van de afschaffing van de slavernij massaal aan het werk om hun kudde liedjes te leren waarin ze hun blijdschap projecteren op de figuur van de koning, ver weg in het onbekende Nederland. Een mythe is geboren, over een vaderlijke vorst die in al zijn goedheid besloten heeft de ketenen van de slaven te verbreken. De mythe blijkt onuitroeibaar.'
Ik wens iedereen een fijne pakjesavond.
Mijn jongste zoon ziet Zwarte Piet graag blijven. Ik vermoed omdat zijn klasgenootjes dezelfde mening zijn toegedaan. En ik begrijp best dat je als brugpieper maar één echte zorg hebt: Niet afwijken. Wie in een groep functioneert, voegt zich naar de geldende norm. Dat geldt niet alleen voor brugpiepers.
Kees' (12) argument is dat Sint de kinderen heeft bevrijd uit hun slavernij. Dat het dus iets goeds was, iets positiefs. Het idee dat de witte (man) de redder is en de Pieten daarmee tot gelukkige, bevrijde slaven maakt is een fijne gedachte. Het geeft houvast. Het maakt de wereld voorspelbaar en veilig. Het is precies dat veilige gevoel dat het op de buis goed doet.
Zo vraagt presentator Krabbé bij 'The Voice of Holland' aan de gekleurde zangeres, die in Los Angeles woont, om een nadere verklaring omtrent haar huidskleur. Nee, dat vraagt hij natuurlijk niet zó. Eerst wordt haar blanke zus in beeld gebracht (zoek de verschillen) en dan Krabbé die met een grote glimlach en opgetrokken wenkbrauwen zegt: 'Sprekend!' en 'Leg eens uit' (Ha, fijn!, wij vroegen ons als kijker ook al af hoe dat zat. De gedachte dat de zangeres van negenentwintig zich vast al ettelijke keren heeft moeten 'verantwoorden' voor haar huidskleur, maakt van mij waarschijnlijk een oude zeur. Een spelbreker.)
Stralend vertelt ze dan hoe ze als baby'tje (Aaaah, zwarte baby's zijn lííef) bij een fantastisch gezin mocht (!) wonen. Ze doet er nog een schepje bovenop door te vertellen hoe blij ze is om in Nederland Hollandse pot te kunnen eten. Want dat heb je niet in Amerika. (Geen woord over wat ze daar doet. Blijkbaar is boerenkool relevanter voor haar zangcarrière dan haar baan). Dan volgt het beeld waarbij ze, met het bord op schoot. de moeder prijst over hoe goed die altijd voor haar is. Het plaatje is bijna compleet: Zielig zwart kindje, lieve (kokende) moeder en dankbaarheid als volwassen vrouw. Ik voel ook mijn eigen mondhoeken omhoog krullen. Een betere inleiding van het weekend bestaat niet.
Na haar auditie neemt ze de loftuitingen op haar uiterlijk van de blanke jury in ontvangst. (Nee mensen, ik ga géén parallellen trekken met de wereld van vóór 1863, Want het wankele lijntje dat ik met u als kritisch lezer heb opgebouwd, wil ik niet kwijt). Jurylid Ali B. vraagt haar om nóg iets te zingen. Want met Justin Biebers' 'Love yourself', was ze niet op haar best. Na het soulnummer klinkt een daverend applaus. Volgens Ali past dit nummer beter bij haar.
Voordat we te zien krijgen wie ze als zangcoach kiest, komt er nog een blokje ster. In één spotje wordt vier keer achter elkaar 'Afrika' genoemd. Afgewisseld met woorden als 'diarree' en 'dood'. Het is me niet duidelijk of ik als kijker wordt verleid tot het kopen van een lot en daarmee het fijne gevoel krijg dat ik 'arme zwartjes' help (ik doe het heus niet voor dat miljoen) of dat er, met de kerstdagen voor de deur, een direct appel op mijn portemonnee wordt gedaan. Wél weet ik dat binnen een paar seconden het beeld van een ziek continent is neergezet. Waarom zie ik nooit een oproep voor steun aan een onderzoek naar kanker op een universiteit in Kenia? Of, nog gekker, om je voor zo'n onderzoek als proefpersoon aan te melden? Maar dat zou vast de wereld op kop zijn zetten. We kunnen in de wetenschap toch moeilijk worden voorbijgestreefd door die achterlijke zwartjes! Dat druist in tegen ons wereldbeeld. Waar we zaken het liefst zo houden zoals we denken dat het is. Lang leve de traditie.
Stralend vertelt ze dan hoe ze als baby'tje (Aaaah, zwarte baby's zijn lííef) bij een fantastisch gezin mocht (!) wonen. Ze doet er nog een schepje bovenop door te vertellen hoe blij ze is om in Nederland Hollandse pot te kunnen eten. Want dat heb je niet in Amerika. (Geen woord over wat ze daar doet. Blijkbaar is boerenkool relevanter voor haar zangcarrière dan haar baan). Dan volgt het beeld waarbij ze, met het bord op schoot. de moeder prijst over hoe goed die altijd voor haar is. Het plaatje is bijna compleet: Zielig zwart kindje, lieve (kokende) moeder en dankbaarheid als volwassen vrouw. Ik voel ook mijn eigen mondhoeken omhoog krullen. Een betere inleiding van het weekend bestaat niet.
Na haar auditie neemt ze de loftuitingen op haar uiterlijk van de blanke jury in ontvangst. (Nee mensen, ik ga géén parallellen trekken met de wereld van vóór 1863, Want het wankele lijntje dat ik met u als kritisch lezer heb opgebouwd, wil ik niet kwijt). Jurylid Ali B. vraagt haar om nóg iets te zingen. Want met Justin Biebers' 'Love yourself', was ze niet op haar best. Na het soulnummer klinkt een daverend applaus. Volgens Ali past dit nummer beter bij haar.
Voordat we te zien krijgen wie ze als zangcoach kiest, komt er nog een blokje ster. In één spotje wordt vier keer achter elkaar 'Afrika' genoemd. Afgewisseld met woorden als 'diarree' en 'dood'. Het is me niet duidelijk of ik als kijker wordt verleid tot het kopen van een lot en daarmee het fijne gevoel krijg dat ik 'arme zwartjes' help (ik doe het heus niet voor dat miljoen) of dat er, met de kerstdagen voor de deur, een direct appel op mijn portemonnee wordt gedaan. Wél weet ik dat binnen een paar seconden het beeld van een ziek continent is neergezet. Waarom zie ik nooit een oproep voor steun aan een onderzoek naar kanker op een universiteit in Kenia? Of, nog gekker, om je voor zo'n onderzoek als proefpersoon aan te melden? Maar dat zou vast de wereld op kop zijn zetten. We kunnen in de wetenschap toch moeilijk worden voorbijgestreefd door die achterlijke zwartjes! Dat druist in tegen ons wereldbeeld. Waar we zaken het liefst zo houden zoals we denken dat het is. Lang leve de traditie.
Het nieuws dan? Dat brengt toch objectief de werkelijkheid in beeld? Over een item over chocola hoor ik dat fairtrade chocola nooit echt eerlijk kan zijn. In de minireportage krijgen we bezwete koppies in beeld. De voice-over vertelt dat deze jongens 'ingestudeerde antwoorden' geven omtrent hun leeftijd. Een donkere jongen kapt zwijgend verder met zijn machete. Een kind dat moet werken. Het is me wat.
Mijn gedrukte krant (Trouw) doet qua beeldvorming ook een duit in het zakje. Op Obama na, zie ik vooral foto's van witte mannen op leeftijd op hoge functies. Op pagina twaalf van de bijlage staat een foto van een man met ontbloot bovenlijf. Van achteren gekiekt. Met opgeheven armen sjouwt hij een zware plank uit het bos (!). De zon laat zijn gespierde bovenarmen goed uitkomen. U mag raden naar zijn huidskleur. De tekst van het artikel luidt: 'Fout met hout uit Kameroen'.
Hoopvol werp ik maandag een blik in de NRC. Naast een naamloze zwarte man -Één op de zes hardlopers raakt oververhit-, bevat alleen de cultuurpagina wat kleur. Bij het stelletje dat 'wereldfilms' aan de man brengt zien we van hem zijn mooie billen. De vrouw ernaast draagt een rokje van raffia. En in het artikel over de kunstbeurs neemt men de term 'beeldvorming' wel héél letterlijk. (zie foto). De ontbrekende voorkant van het halfnaakte filmstelletje wordt hier in één Afrikaans kunstwerk gevat.-------------------
Ik houd mijn zoon of andere voorstanders van Zwarte Piet niet verantwoordelijk voor de slavernij. Wel lijkt het me zinvol om eens stil te staan bij de tijd die voorafging aan de afschaffing hiervan. Iets met tradities. Hieronder een aantal anekdotes uit die tijd. Er is meer over te lezen in de biografie van koning Willem III. Redder van de Slaven.
'Ook petities tegen de slavernij laat de koning voor zover bekend onbeantwoord, terwijl de discussie over het onderwerp levendiger wordt.''Het regent preken van de kansel en voorstellen over de beëindiging van de slavernij.'
'De commissie gaat behoedzaam te werk. Te behoedzaam, vindt Groen. Dit leidt tot ‘eene emancipatie die over duizend jaren welligt tot stand’ zal komen, roept hij gefrustreerd. Hij stapt op.'
'De aard van de zwarte bevolking maakt het volgens het kabinet nodig hen ‘te behandelen als onmondigen, die raad, leiding en ondersteuning noodig hebben van hunnen voogd’.'
'Missionarissen en zendelingen gaan na de aankondiging van de afschaffing van de slavernij massaal aan het werk om hun kudde liedjes te leren waarin ze hun blijdschap projecteren op de figuur van de koning, ver weg in het onbekende Nederland. Een mythe is geboren, over een vaderlijke vorst die in al zijn goedheid besloten heeft de ketenen van de slaven te verbreken. De mythe blijkt onuitroeibaar.'
Ik wens iedereen een fijne pakjesavond.
Abonneren op:
Posts (Atom)






















