Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

maandag 6 december 2021

De onttroonde klant

In 2008, middenin de crisis, begon ik een klusbedrijf. In de dertien jaar die volgden breidde mijn klantenbestand, de hoeveelheid klussen en ook de aard ervan zich uit. Van een paar kapotte tegels vervangen naar het renoveren van een badkamer zeg maar. Leuk en dankbaar werk en mijn klanten betalen snel dus wat wil ik nog meer.  

Maar in 2021 deed zich iets vreemds voor. Als eerste was en is daar natuurlijk de pandemie. Mensen werken meer thuis, gaan zich opeens ergeren aan de inrichting van het huis en menen dat met een fris kleurtje op de muur of een nieuw aanrechtblad ook de sleur van het thuiszitten verdwijnt. De vraag stijgt en het gebrek aan personeel dat al dat werk kan uitvoeren heeft mij er toe besluiten mijn uurprijs te verhogen. Maar, en nu komt het, dat personeelstekort en de bouw die overuren draait was al er ook al voor de pandemie en voordat er weer als een malle werd gebouwd. Wat ook bekend was, was de aardbevingsschade en plannen (lees= subsidie) voor verduurzaming. Deze zomer was de pot geld die daarvoor beschikbaar was, binnen drie dagen leeg. En in januari krijgen huiseigenaren opnieuw een kans. Ze kunnen voor €10.000 subsidie aanvragen. Superleuk allemaal, maar de vraag is nu niet meer 'wie gaat dat betalen?' maar 'wie gaat dat doen?' 

En dan krijg je een soort kantelpunt. Althans, dan ga je opeens niet meer op klus om lekkages te verhelpen, een vloer waar iemand doorzakte te repareren of een student te bevrijden wiens slot kapot is, maar vraagt de klant aan jou wat je leuk vindt. Ja echt. Of ik liever een inbouwtoilet of verhoogde pot monteer. Of ik liever zeil leg of een vloer betegel? Er komt een dag dat klanten me vragen waar ik vandaag zin in heb, mijn gereedschap en materialen gaan sjouwen en geld toegeven als ik bij hen voor de deur parkeer.  



woensdag 28 oktober 2020

Kweepeersnoepjes en leesvoer

Feestjes zijn er niet, werken doe je thuis en of de school van je kinderen morgen nog open is, is onzeker. Uit eten kan niet, gaan dansen is gevaarlijk en vakantievierders worden door de buren voor gek versleten, en dat is niet uit jaloezie. Een politicus roept op om geen klussen in huis te gaan doen en raadt zelfs af om je kind te leren fietsen. Want als je van de ladder valt, of de fietsles eindigt met meer dan een paar schrammen, kan het ziekenhuis je mogelijk niet helpen.  

Je zou er spontaan van in een diepe winterslaap vallen. Maar in huize Lehti is het tegendeel het geval. Thuiswerken is geen optie en dus werk ik me een slag in de rondte. Want lekkende daken of verstopte afvoeren zijn er altijd, corona of niet, en die moeten worden verholpen en mensen blijven ondanks alle beperkingen toch verhuizen en verbouwen. Helaas levert meer werk ook meer risico's op en dan bedoel ik niet het contact met klanten. Dan ben ik opeens zelf de veroorzaker van lekkage in plaats van de verhelper ervan. Maar daar ga ik hier niet over uitweiden, dat overkomt de beste klussers, zo hou ik mezelf voor. 

Dat ik door al dat werken geen tijd meer heb voor leuke dingen is geen probleem, vakanties of feestjes zijn immers uit den boze. Jammer is wel dat ik door mijn uithuizigheid de toevallige bezoeker die mijn huis passeert dan misloop. De ene vriend deponeert mijn manuscript met zijn zinnige commentaar in de brievenbus en herinnert me er daarmee aan dat ik die roman ooit nog eens wil vervolmaken. Een andere vriend zet achter huis twee bakjes met lekkers neer. Met zelfgemaakte frambozendrab en kweepeersnoepjes. Kijk, dan heb ik toch zomaar weer een feestje. Met leesvoer en lekkers en wek ik daarmee dit blog voor eventjes uit haar winterslaap. 




dinsdag 13 oktober 2020

De oogst van 2020

Er zit een jongen op een bankje langs de weg. Hij tuurt op het scherm van zijn smartphone. Op de tafel vóór hem liggen een tiental zakjes die van binnen een beetje zijn beslagen door de zon die er op schijnt. Op het stuk karton ernaast staat 'stoofperen €1, - per kilo'. Honderd meter verder staat eenzelfde soort tafel, met weer andere zakjes. Wat er in in zit is niet te zien maar op het bordje ernaast staat 'walnoten'. 

Ik rij hier wel vaker langs. Op weg naar een klant die buiten de stad wilde wonen en in twee jaar tijd een hokkerige, doorrookte woning omtoverde tot een plattelandsparadijsje. Alles wordt aangepakt, de vloer en het dak, de badkamer en balustrade, alles volledig naar haar eigen wensen. Het huis is omringd met hazelaars, vlinderstruiken, enorme bloeiende fuchsia's en bomen vol vruchten. Na gedane arbeid krijg ik vaak wat van de oogst mee. Walnoten of appels of wat het seizoen ook maar rondstrooit. 

Zelf strooi ik ook wel eens wat rond. Bouwlampen, steeksleutels, duimstokken, ijzerzagen, lijmklemmen en ik raakte in de loop der jaren zelfs eens grote huishoudtrap kwijt. Toch niet iets wat je zomaar over het hoofd ziet. Vandaag haalde ik wat van mijn vergeten strooigoed op bij de klant op het platteland. De zon scheen uitbundig, de noten waren rijp en de peren te koop.

woensdag 1 april 2020

De pré-coroniale kudde

Scholen dicht, vliegverkeer plat, openbaar vervoer reizen met negentig procent gedaald, samenscholingsverbod en afstandsgebod, in de supermarkt is zelfs solitair winkelen verplicht. Concerten afgelast, theaters en bioscopen dicht. Ook het maken van films en toneelstukken of het samen instuderen van muziek niet toegestaan, tenzij op afstand. Men mag niet meer naar de kerk of moskee, uit eten of op verjaardagsvisite. Obers, stewardessen, sekswerkers, koks, kappers, violisten, docenten, oppassers worden met duizenden ontslagen.  En het is geen oorlog, er is geen oogst mislukt, geen overstroming gaande of coup gepleegd door een sociaal angstige, cultuurhatende dictator met smetvrees.

Hoe kijken we straks terug op deze tijd? Als 'Wat overtrokken.' of juist 'Toen dachten we dat het crisis was, terwijl het ergste nog moest komen.' Mijn tachtigjarige vader heeft zijn twijfels of het een paar jaar sparen van (in het beste geval) de levens van zwakke oudjes al die draconische maatregelen en opofferingen wereldwijd wel waard zijn. Maar, positief als hij is, hij ziet ook de explosie aan vindingrijkheid. En gelijk heeft ie.

Restaurants worden gaarkeukens, grondpersoneel van KLM en horecamensen dichten het gat dat verdwenen arbeidsmigranten achterlaten en gaan asperges steken, het zwarte goud. Een stofzuigerfabrikant ontwerpt de behuizing voor beademingsapparatuur die een Britse fabrikant van graafcabinecabines dan weer gaat maken. Bavaria gaat de alcohol uit bier halen dat de horeca nu niet meer verkoopt en er handgel van brouwen. Ook Dommelsch, Jupiler en Leffe leveren nu ontsmettingsmiddelen. En dan zijn er natuurlijk nog de ontelbare initiatieven thuis. Van boodschappendienst tot balkonfitness tot het naaien van mondkapjes. En zij die ooit de zorg verlieten vanwege onderbetaling of god mag weten waarom, willen hun steentje nu weer bijdragen. In één week tijd boden zich al twintigduizend mensen aan. Misschien draait het in de wereld dan toch meer om erkenning in plaats van poen. 

Nog even een aanmoediging voor degenen die bang zijn om nieuwe wegen in te slaan: je kan nu naar hartenlust thuis 'droog' oefenen. Experimenteer eens in de keuken bijvoorbeeld, je hoeft geen onverwacht bezoek te vrezen dat jouw aangebrande drab zal ruiken. Je kunt elke dag een nieuwe look proberen, hoeft je voeten niet meer in hippe maar knellende schoenen te persen. Je kunt je haar touperen of de schaar er in zetten, zonder dat iemand je 's ochtends bij de koffieautomaat op kantoor een meewarige blik toewerpt en de droom verwezenlijken waar je anders nooit tijd voor had. We worden teruggeworpen op onszelf, zijn nu aangewezen op onze eigen smaak en creativiteit.

Misschien dat dat straks blijft hangen na deze draconische maatregelen. Wordt er bij geschiedenisles in 2100 gezegd dat we in het pré-corona tijdperk nog kuddedieren waren die deden wat de buurman deed. Postcorona wezens zijn autonoom. Ze zijn nieuwsgieriger, vindingrijker en erkennen de keuzes die anderen maken zonder die bij voorbaat af te keuren.   

zondag 22 maart 2020

Koolmees, aasgier of toch een vredesduif?

Rick Nieman bleef vanmorgen bij WNL maar drammen over een lock-down of dan tenminste handhaving van de tot nog toe ingestelde omgangsregels om verspreiding van het Coronavirus af te remmen. Maar de beide door de wol geverfde Annemaries gingen niet mee in zijn roep om repressie. 

Jorritsma zei dat ze op de webcam van het Vondelpark toch echt zag dat de situatie anders was dan gister, dat de meesten zich uit eigen beweging aan de afstandsvoorschriften hielden. Ook vond ze die term 'lockdown' wat misleidend, want in Frankrijk gingen mensen toch ook nog naar hun werk? 

Van Gaal sprak op haar beurt hoopvolle woorden over haar ervaringen tijdens verschillende crises in Rusland. Toen de roebel met driekwart devalueerde en mensen met honderdduizenden werden ontslagen. Waar geen WW of bijstand was en dat we het in Nederland toch goed voor elkaar hadden. Ze riep op om er de schouders er onder te zetten, uitdagingen op te pakken en zag dat nu ook gebeurde. Ze zei zelfs 'blij te zijn met de crisis'. 

Rick begreep maar niet dat zijn gasten niet met hem meegingen, álle landen om ons heen waren toch veel strenger? Zelfs het door hem zo geliefde Italië deed het geloof ik beter in zijn ogen en schreef massa's boetes uit. Maar ook Staatssecretaris Vijlbrief wees hem er op dat men in Nederland gewend is om mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken.

Minister Koolmees gebruikte daar eerder deze week een iets krachtiger term voor: 'moreel appèl'. En doelde daarmee op de hausse aan aanvragen voor deeltijd WW en uitkeringen voor ZZP-ers.  Die waren in Rotterdam vertienvoudigd en in Amsterdam hadden in één week 2350 ZZP-ers een aanvraag ingediend. Dat waren er eerder tweeduizend in een jaar geweest. Tja, zo'n cadeautje waarbij niet wordt gekeken naar de levensvatbaarheid van je bedrijf of je vermogen, laat de zuinige Nederlander natuurlijk niet liggen. Want als de bankhangende buurman er gebruik van maakt, dan heb ik er toch zeker ook recht op! 

Zou die rechtse Rick dan toch een punt hebben? Is er werkelijk altijd controle nodig om mensen in toom te houden? Om anderhalve meter afstand te houden. Om misbruik van uitkeringen te voorkomen? Aasgieren zijn het! Tuig van de richel! Het is overheidsgeld mensen! Geld dat ook aan verplegend personeel of beademingsapparatuur kan worden besteed. Of aan al dat onderwijzend personeel waar zo'n tekort aan is en waar we toch o zo solidair mee waren. Of gaat die solidariteit en saamhorigheid niet verder dan klappen op balkons of de hashtag 'helden'?  Met dit graaigedrag valt al dat genereuze aanbod om vrijwillig boodschappen te doen, maaltijden te brengen en eenzame ouderen te bellen in het niet. Boos word ik er van! Zijn ZZPers zielig? Maximaal vijftienhonderd euro per maand kan men krijgen. Reken er twee maanden voor, dat betekent dat al die ZZP-ers niet eens drieduizend euro apart hebben gelegd? Zelfstandige mehoela!

Maar wacht eens even. Is mijn woede wel gepast? Als dat leger tijdelijke steuntrekkers nu inderdaad bereid is om sociaal bezig te zijn, om iets betekenisvols te doen. Gratis muziek aan te bieden, online onderwijs, allemaal voor noppes. Is zo'n steuntje in rug dan niet terecht? Of nee, sterker nog, is dit niet gewoon een vorm vorm basisinkomen? Geld omdat je een persoon bent, die nu eenmaal op de wereld is. Los van hoeveel geld je opzij legt of hoe goed je het economisch doet? Kennelijk doet men ook zonder er geld voor te krijgen, graag iets voor de medemens.  

Die Annemaries hebben gelijk, zo'n crisis biedt kansen. Om iets moois te doen. Om het verschil te maken. Om er te mogen zijn als mens. Daar kan geen handhaver tegenop. Dat doen mensen gewoon zelf. 

Ik ga nu eerst mijn eenzame tante in Den Haag maar eens bellen. En dan mijn al even eenzame oom in Rotterdam. En als ik werkelijk het risico op besmetting wil beperken vraag ik maandag een tijdelijke uitkering aan. Te meer omdat de geplande klus bij twee andere lieve tachtigers om begrijpelijke redenen werd afgezegd.

donderdag 31 oktober 2019

Er klinkt weer muziek op het feestje

Als er bij het ontbijt geen brood meer is om je lunchpakketje mee klaar te maken.
Als je het ijs weer van je voorruit moet krabben en de krabber kwijt is.
Als je autoradio al drie maanden stuk is en je muziekloos op klus gaat.
Als die klus van een simpel dichten van een kleine lekkage uitmondt in het afbreken van een gehele balkonvloer en dat dan blijkt dat er ook twee stalen draagbalken van het huis zelf zijn doorgeroest. En dat die dan doorlopen in het huis van de buurvrouw die het huis net voor een topprijs kocht.
Als je, in afwachting van een constructeur, naar een andere klus rijdt en ter plaatse ontdekt de benodigde ladder niet te hebben meegenomen.
Als er bij een door jou strak geschilderd huis na een half jaar weer lekkageplekken verschijnen.
Als je bij de stort de postcode van je werkadres vergat en vervolgens twintig euro moet betalen voor drie emmers gipsafval.
Als de prijs van een liter diesel de grens van één euro veertig is gepasseerd.
Als je bij thuiskomst aanbelt bij de Antilliaanse buurman die beloofde jouw radio te fiksen en dat die niet thuis is.
Als je daarbij een andere bovenbuurman tegen het lijf loopt die voor de zoveelste keer naar je briest dat hij door mijn afdak zijn was niet meer kan ophangen, dat er inbrekers op zullen klimmen en dat de kat van de buurvrouw bij hem naar binnen loopt. En dat ik nooit meer over hem mag klagen! Nooit meer!
Als je hem dan antwoordt dat je dat toch al niet deed en je waardering uitspreekt dat het de laatste jaren weer fijn rustig is, dat hij dan dreigt met 'De zomer komt er weer aan!'  (Lees: als jij je afdak niet afbreekt, ga ik bij mooi weer lekker Hazes meeblèren op mijn balkon en jij houdt je bek!')
Als je dan moedeloos op funda en woningnet rondsurft om te kijken of je elders heen kan vluchten.
Als je dan concludeert dat de woningmarkt oververhit en tegelijk potdicht zit.
Als de kat op het tapijt kotst.
Als je moe bent.


Dan rest je niks anders dan met je hoofd onder de dekens op bed gaan liggen. Met je bestofte werkkleding nog aan. Op het bed van je zoon uiteraard. Want op je eigen bed liggen nog twee wassen die gevouwen moeten worden. En dan, als je weer wakker wordt, gewoon te gaan wandelen. Weg van huis. Weg van lekkages en boze buurmannen, weg van kutklussen en kattenkots. Weg van de was, een volgestouwde auto en een bed vol bouwgruis. 

En dan blijken er opeens goudsbloemen te bloeien. En bramen. En zelfs rozen.  Dan tuur je naar roofvogels, hazen en fazanten. Bewondert de gouden haan op de torenspits die licht geeft in de avondzon. Dan zie je geiten die hun eigen sores hebben, zoals gras dat bij de buurwei groener is.







En bij thuiskomst belt dan de Antilliaanse buurman bij jou aan. Die dan in tien minuten je autoradio fikst. Gratis. Dan blijkt het gist dat al twee weken in de koelkast ligt nog goed te zijn en kneed je zelf twee volkorenbroden. Als die staan te rijzen lach je om het appje van je zus die vijftig bananen, zeven komkommers en een appel uit het afval viste en daar een feestje mee bouwt. En je kijkt vrolijk uit naar de volgende zomer. Zonder ijs te hoeven krabben en met 's avonds de deur open. Zodat alle buurkatten bij je binnenlopen en je lekker kunt meeblèren met 'de glimlach van een kind'. die door de straat galmt.













zondag 1 september 2019

Mannen hebben het niet makkelijk

'Meneer, heeft u een vuurtje voor me?', hoor ik de scootersleutelaar achter me zeggen, terwijl ik met mijn achterwerk naar hem toe sta en een poging doe enige orde in mijn klusbus te scheppen. (Eigenlijk is het geen bus, meer een auto. maar daarover zijn de meningen van mijn naasten verdeeld, zodat 'Kom je met de bus?' al gauw tot misverstanden leidt.)

Ik stap uit de auto, recht mijn rug (zie je wel, het is géén bus, anders zou ik er wel rechtop in kunnen staan), graai een aansteker uit mijn werkbroek en terwijl ik die aanreik aan de sleutelaar slaat hij zijn hand voor zijn mond en mompelt verschrikt: 'Oh, sorry, mevrouw, sorry sorry sorry, ik zag niet dat u...'

Zomaar een scène van een tijdje terug. Mijn outfit baart wel vaker opzien. Gister bij de groothandel kon ik weer een nieuwe uitspraak aan de lange reeks opmerkingen toevoegen: 'Ik wou dat mijn vrouw zo handig was.'  Maar ik heb geen klagen, het is goed bedoeld en de functie van afwijkend rolmodel past mij prima. En zo afwijkend ben ik inmiddels niet meer want op reclameposters van bouwmarkten poseren tegenwoordig ook besmeurde vrouwen met zwaar gereedschap.

Hoe anders is dit voor mannen. Zij worden in het gunstigste geval gedoogd als ze zich in vrouwenkleren hullen. De kerel die ik ooit heupwiegend op zijn highheels door de Appie zag lopen,  werd meewariger nagekeken dan ik, gehuld in mijn smerige werkbroek.

----------------

Veel van mijn klanten zijn vrouw. Wellicht komt dat omdat zij een kerel die met bouwvakkersdecolleté in hun badkamer ligt te zweten niet zo fijn vinden. (Wat pornoverhaaltjes daar ook voor moois van proberen te maken). Hoewel het natuurlijk ook kan komen doordat vrouwen minder vaak zelf klussen en dat werk dus sneller uitbesteden. Maar laat ik nu niet ook vervallen in stereotypen, er zijn per slot ook zat mannen die mij inhuren.

Bij de koffiepauze wordt me door zowel mannen als vrouwen vaak meer toevertrouwd dan alleen hun verbouwing. Ik schreef al eens over hartverscheurende verhalen over rouw, drugsgebruikende kinderen of futloze huwelijken. Maar ik word ook deelgenoot gemaakt over zaken waar zij blij van worden. En dat beperkt soms zich niet tot woorden alleen.

Zo klus ik ook bij mannen die zich in mijn gezelschap veilig wanen om datgene te doen wat ze tussen de schappen van de Appie (nog) niet durven: vrouw zijn. Zodat ik wel eens, terwijl ik de poederlijm met de nodige spierkracht tot een smeuïge smurrie vermeng, tikkende hakken op de trap hoor. Eenmaal beneden vraagt zo'n thuiswerkende klant dan of ik het niet raar vind dat hij een zwart kanten niemendalletje draagt. Ik mompel dan iets vaags over dat elk mens vooral moet doen waar hij zich goed bij voelt en dan volgt vaak een neutrale wedervraag mijnerzijds over de legrichting van tegels of wat de wensen van meneer zijn inzake de kleur van de voegen. (Ongemak is ook mij niet vreemd)

Achter de voordeur, omdat hun vrouw, kinderen en buurtgenoten er niks van mogen of willen weten, toveren mannen zich stiekem om tot vrouw. Vertrouwen mij hun vreugde toe. Hopelijk schaad ik dat vertrouwen niet met het schrijven van dit logje. Misschien moest ik zo'n man bij een volgende koffiepauze eens vragen: 'Mevrouw, heeft u een vuurtje voor me?'  Of, als ik één van hen op zekere dag toch op highheels door de buurtsuper zie paraderen, verrukt uitroepen: 'Ik wou dat mijn man zo handig was.'

vrijdag 8 februari 2019

Een eind breien

Google plus stopt er mee. Er was te weinig animo voor. Dat is vast een eufemisme voor het feit dat ze niet tegen Facebook konden opboksen. Misschien nemen ze deze blog ook mee naar de schroothoop. Dat is dan maar zo. De geplaatste verhalen namen ook gestaag af. In 2018 verscheen slechts een derde van de stukjes die ik in 2011 plaatste. Andere schrijfactiviteiten kregen de voorkeur. Hoewel ik het niet voor de centen doe. Daarvoor houd ik me bezig met het verhelpen van lekkages, plakken van tegels, schilderen, het plaatsen van dakgoten en wat niet al. Ook best leuk. Hoewel ik daar vorige week, bij het afhangen van een loodzware deur, even anders over dacht. Het sneeuwde en hoewel het dragen van een bril me vaak voordelen oplevert -minder stof in de ogen- zag ik door de vallende vlokken vrij weinig. Ook was het ondanks mijn thermobroek en wollen hemd gewoon stervenskoud.

Dit is het eerste logje van 2019. Nieuwjaarsrecepties, kerstborrels en het klagen hierover gingen volledig aan mij voorbij. Zelfs het uitwisselen van gelukwensen met mijn opdrachtgevers bleef vaak uit. Aangezien ik meestal zelf met een reservesleutel naar de klus ga, en klanten dan vaak al zijn vertrokken naar hun werk. Een vroege bouwvakker zal ik wel nooit worden. Maar het terugblikken en vooruitkijken, dat met zo'n jaarwisseling verbonden is, schoot er ook bij in.

Tijd om het goed te maken. Half februari leent zich daar goed voor. Nu het buiten nog grijs en nat is maar sneeuwklokjes en krokussen alweer omhoog schieten. Vrees niet, ik zal u niet vervelen met cijfers omtrent bezoekersaantallen van deze blog. Het openbaren van het aantal views aan degenen die die views veroorzaken, blijft een raar verschijnsel. Nee, het leek me leuk om eens terug te blikken op mijn klanten. Want hoewel ik ze zelden zie, weet ik vaak wel waar ze de kost mee verdienen. Dat geeft een leuk inkijkje in de gemiddelde huizenbezitter die van mijn diensten gebruik maakt. Een alfabetisch lijstje:

Archeoloog
Buschauffeur
Campingeigenaar
Docent Grieks
Emdr behandelaar
Fins docent
Gemeenteambtenaar
Huisarts
Ict-er
Jeugdzorgmanager
Kunstenaar
Logopedist
Muziekdocent
Nurse practitioner
Operatie assistent
Postbode
Reuma onderzoeker
Schrijver
Thuiszorgmedewerker
Verpleegkundige
Wiskundejuf
Zangdocent

Ik blijf een soort dubbelleven leiden. Want mijn klanten weten weinig van mijn schrijfambities. Grappig genoeg bestaat mijn klusbedrijf net zo lang als deze blog. Waar andersom mijn werkende leven soms wel voorbijkomt. In de vorm van billenwastoiletten of gewetensnood bij het kopen van verf. Bij een stukje over verdwalen in Haarlem of over hoe de Kamer van Koophandel  je privégegevens online gooit. En ja, ook die zeldzame lastige klant kwam voorbij. Maar altijd anoniem. Ik schreef over een dove buurman, een klant die doodging en ook over een lezer en medeschrijver die verongelukte: Selma Schepel. Ze nodigde me uit maar ik ontmoette haar helaas nooit in het echt.

Soms voel ik me een beetje een voyeur en eerlijk gezegd ben ik dat ook. Zelfs mijn kinderen worden niet gespaard. In 2007 begon ik met 'sommige gebeurtenissen luiden het einde van een tijdperk in' een logje over de eerste schooldag van de jongste. Die peuter heeft intussen een zware stem, begint zich te scheren en heeft me in lengte gepasseerd. Zijn oudere broer volgt rijlessen en de oudste wil een eigen zaak gaan openen. Misschien wordt het ook voor mij tijd voor iets anders, om een eind te breien aan dit verhaaltjesfeest. Voordat Google plus dat voor mij doet.

Mocht u zich rekenen tot een trouwe bezoeker dan wel lezer of reageerder (ik geef toe, het wordt om voor mij duistere redenen steeds lastiger om hier reacties achter te laten), dan dank ik jullie daarvoor. Het schrijven kan ik nog immer niet laten. Aan mijn manuscript ben ik inmiddels alweer vier jaar bezig. Met vlagen. De bedoeling is om het boek voor mijn vijftigste te publiceren. Waarschijnlijk onder dezelfde naam als waaronder de ruim vierhonderdvijftig logjes hier werden geplaatst: Lehti Paul. Die van breien overigens geen kaas heeft gegeten.

zondag 23 december 2018

Sterstemmen 2

(lees hier deel 1)

Tussen al dat gebabbel over eten en vastgoed, auto's en dating, geld of misbruik daarvan valt me soms de multi-inzetbaarheid van stemmen op. Op de buis merk je dat meteen en ben je als BN-er gelijk getekend voor je rest van je loopbaan. Zo deed Harry Piekema, jarenlang het gezicht van Albert Heijn, ook de stem bij 'De Wildernis'. Maar die film kan je met alle heisa rond de Oostvaardersplassen sowieso niet objectief meer zien. Ook speelde hij in het toneelstuk  'Borgen' van het NNO. Dit stuk zag ik niet -het duurde negen uur- maar ik vraag me wel af hoe meneer Appie klonk binnen een politieke setting.

Frank Lammers is momenteel de Jumbo-familie-man en ook hij is acteur. Hij speelde onder meer in 'Shouf Shouf Habibi' (2004) en 'Het Schnitzelparadijs' (2009). Maar als ik hem daarin de langharige rockende chefkok zie spelen, sijpelt er in mijn brein steeds een beetje Jumbo door. Knap van die reclamebureau's, jammer voor Frank. Hoewel, zijn honorarium voor het spotje wordt op anderhalve ton per jaar geschat.

Chris Zegers is op zijn beurt naast 3-Op Reis presentator ('Wat is het hier mooi/ fantastisch/ ongelooflijk/ wow/ vet', Chris' woordenschat lijkt wat beperkt) ook het gezicht van 'Het Zwitserleven gevoel'. In zuinig Nederland wordt je dan gauw weggehoond, zeker als men meent dat je zwemt in het geld.

Maar genoeg geluld over televisie, het ging per slot over stemmen, niet over stemmingmakerij. We schakelen terug naar de bouwradio, want beeldloze boodschappen zijn fijner. Je kunt al luisterend nog eens iets doen, of je fantasie de vrije loop laten. Zo is er een stem à la polygoonjornaal (hilarische remake) die datingsite 'E-matching' aanprijst. Uiteraard voelt de 'hoger opgeleide' zich sneller aangesproken met 'Durft u het aan?' dan als hij of zij wordt getutoyeerd. En deze stem lijkt sprekend op die van een spotje waarin met managementboeken wordt geleurd. Er is vast onderzoek gedaan naar wat werkt, maar ik zou me als advocaat/ dokter/ rechter/ manager in iets vaags weinig serieus genomen voelen als ik word gelokt met zo'n belegen stem. In de tv-versie van het E-matching spotje zien we een keurig wit poloshirt en een nog smettelozer spaghettihempje aan een waslijn wapperen. Een tweede, nog geaffecteerdere 'ik-woon-op-stand-stem' zegt weifelend dat de boodschap 'niet bedoeld is voor mensen voor wie deze niet bedoeld is'. Nou. Poe. Die is diep hoor. Typisch iets voor hogeropgeleiden.

Een tweede stem die ik op de radio meen te herkennen is die van Mimoun Oaïssa. Ook hij speelde net als Lammers in  'Shouf Shouf habibi' en in het chaotische 'Schnitzelparadijs'. En nu hoor ik diezelfde Mimoun in een spotje van Insinger Gillissen. Ja, u raadt het goed, dat is een bank. Speelgoed of warenhuizen heten nóóit zo ingewikkeld. Die stem hoor je ook - zonder gezicht- bij de beeldversie van de 'private banking'. Met een bekertje roze verf als metafoor voor 'uw vermogen'.

Als het bekertje langzaam wordt omgekiept en de verf uitloopt, spreekt de trage voice-over van de player uit het Schitzelparadijs dit keer: "Wij helpen uw dromen te realiseren (...) want met de juiste begeleiding (...)".  Dat verschilt toch verrekt weinig met zijn tekst uit de film: 'Je hebt begeleiding nodig man, echt een coach'. Of je nu afwashulp bent of handelt in vastgoed, bij Oaïssa zit je goed! Maar ja, hij geeft tegenwoordig dan ook communicatietraingen. En met Oaïssa als player en bankier in gedachten, wordt de educatieve klokhuis-scène waarin hij als cowboy speelt ook mooier. Het gaat daar om 'de juiste muziek bij de juiste scène'. Weet ik dat ook weer.

Maar radiostemmen zonder beeld blijven toch fijner. Of herkent u hieronder uw bankier?


vrijdag 21 december 2018

Sterstemmen 1

Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga),  Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.

Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.

Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30) met hun tijd meegaan.

Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.

In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'

Hier lees je deel 2

zaterdag 20 oktober 2018

Over een eenzame druif en een groen haantje

Het pleidooi om wat positiever naar onszelf en de wereld te kijken, dat ik hier onlangs in het Engels hield, betekent natuurlijk niet dat ik zelf altijd fluitend door het leven ga. 

Aan het weer kan het niet liggen. Want oktober 2018, en de maanden ervoor, waren uitzonderlijk zonnig. Hetgeen tot vandaag tomaten en snijbonen uit eigen tuin opleverde. 'Hoera, ik heb weer een heerlijke maaltijd van zelf gekweekte groentes bereid', zeg ik dan in mezelf. Want er is niemand in de buurt.

De twee jongste zonen zijn bij hun vader. Ik mis hun afleiding en muziek in huis. Mijn oudste is aan het werk of slaapt nog in zijn studentenhol. Mijn ouders vieren vakantie in Frankrijk, mijn vriend doet hetzelfde in Hongarije en zelfs zijn tachtigplus-jarige moeder zoeft per Eurostar onder het kanaal door. Mijn zus vertoeft voor de verandering eens niet in Italië, Canada of een warm overzees oord, maar ook haar kan ik nu geen heerlijke 'Insalata Caprese' met eigen basilicum voorzetten. Haar thuis is al decennialang Berlijn. Twee keer verder van hier dan de woonst van mijn vriend. Langsgaan bij de buurvrouw is wel een optie, ware het niet dat ik nu even geen zin heb in haar gezelschap. De buurman heeft op zijn beurt weer geen trek in mij.

Sinds ik aan de rand van de stad woon, verrast nog zelden iemand mij met een bezoek. Mensen op het werk tegenkomen zou ook kunnen helpen. Maar collega's heb ik niet en bij mijn laatste klus was zelfs de opdrachtgever afwezig. En aangezien zijn hokjeshuis geen ruimte bood om daar te werken, besloot ik de klus thuis te klaren. Ik sjouwde, sneed glas, zaagde de glaslatten keurig in verstek en zette na het kitten het geheel in de lak. Het resultaat mocht er zijn. Maar ook dat kon ik met niemand delen, zelfs niet bij het afhangen van de deur. In het krappe studentenhuis draaide ik zelf de sleutel in het slot, daar jaren eerder door mij geplaatst. De afwezige studenten stuurden wel een keurig 'dankjewel' in de groepsapp nadat ik schreef dat ze voorzichtig moesten zijn met de nog verse verf.

Het getuigt natuurlijk van vertrouwen dat de huisbaas mij 'carte blanche' geeft. Maar een blik op de 'porte blanche' was naast een betaalde factuur ook fijn geweest. Een plaatje op twitter of alhier was natuurlijk nog mogelijk. Maar niet met als doel daar lof voor te krijgen, want als er al iemand mijn tweets of stukjes leest, dan wordt er zelden op gereageerd. En het weinige dagelijkse digitale contact middels Wordfeud is er ook niet meer wegens te verslavend voor mij.

Er kraait geen haan naar mijn snoeptomaten, lange schrijfsels of op maat gemaakte deur. Ook mijn zangtalent oogst geen applaus meer, want na de uitvoering in de Martinikerk hield ik de muziek voor gezien. Bij de schrijfcursus was feedback op mijn kunnen nog wel mogelijk geweest, er was een goede klik tussen de medecursisten onderling, maar de organisatoren vonden mij te kritisch en ik had het nakijken.

Dus tracht ik in mijn eentje heel intens te genieten van mijn mierzoete, zelf gekweekte druiven en werp intussen een eenzame, doch tevreden blik op de gedane arbeid. Op naar de volgende klus, in een al even leeg huis. Gelukkig was er toch kort onverwacht bezoek. Een felgroene sprinkhaan keurde in de bedwelmende terpentinelucht aandachtig mijn werk. Haar voelsprieten draaiden alle kanten op. Ze zag dat het goed was en sprong toen sierlijk richting wijnrank.

Dag haantje, fijn dat je even langskwam.


woensdag 7 maart 2018

Een verdwaalde loodgieter in hip Haarlem

Het is koud en het waait en ik loop door een straat waar geen auto's mogen komen. Winkelpuien met namen als 'Subliem', 'Polkadot' en 'Lots of Leuks' moeten de wandelaar verleiden. 'Bink' vind ik een rare naam voor een winkel waar ze fournituren verkopen. En 'Foof' past ook niet echt bij schoenen. Deze stad was meen ik eens 'de meest aantrekkelijke woonplek van Nederland'. Maar de mensen voor wie ik hier een badkamer aan het verbouwen ben, zeggen dat er naar Haarlem tegenwoordig vooral mensen komen die geen betaalbare woonruimte meer kunnen vinden in Amsterdam. Een gezette man trekt met gebogen rug kisten vol boeken terug zijn antiquiteitenwinkel in. Er bungelt een peukje uit zijn mond. Aan hem durf ik wel te vragen waar men een nicotinedealer kan vinden. Hij wijst me de weg naar een avondwinkel.

Het blijkt een felverlichte snackbar te zijn, waar zowel de koopwaar, de felle neonverlichting maar ook de allochtone uitbater een beetje uit de toon vallen in de verder überwitte Kleine Houtstaat. Vóór mij is een klant die geld wil wisselen. Al wapperend met een briefje van vijftig, dicteert hij de snackman in welke coupeures hij dat wil, tot op de euro nauwkeurig. (Misschien zocht hij sterkere genotmiddelen dan ik). Als hij de pijpenla is uitgebeend begint de snackman een praatje. Alsof hij de man die hem zojuist toeblafte wil wegpraten. Ik kan zijn verhaal over pinnen, contant geld en Londen maar moeilijk volgen en frons mijn wenkbrauwen als hij over 'Bos 300' begint. Hij herhaalt nog een paar keer 'bos, bos driehonderd'. Dan begrijp ik dat hij het niet over zijn Engelse werkgever heeft, maar over de betaalmogelijkheden in een Londense bus. Met contant geld. Of met de pin. Dat ben ik vergeten. Na mijn contactloze betaling vervolg ik mijn dwaaltocht.  

Hoewel de meeste kledingzaken al dicht zijn, brandt er bij 'Baby Plus' nog licht. Aan het gedempte geroezemoes maak ik op dat er mensen binnen zijn, maar ik kan ze niet zien door de beslagen ramen. Alsof men de klandizie ter plekke aan het verwekken is. Misschien noemen ze de baby dan wel 'Bink' of  'Foof'. 

Voor me doemt de enorme Sint Bavo kathedraal op. Ik had hem van een afstand al gezien, maar hij ging daarna weer schuil tussen de opeengepakte huizen waar het in de tijd van Frans Hals vast naar vis en paardenstront zal hebben geroken. Er is horeca genoeg hier, maar ik durf op dit uur niet zomaar een espresso te bestellen in een druk restaurant. Ze zien me al aankomen in mijn eentje. En dan ben ik ook nog van plan op het terras te gaan paffen. Voel ik me helemaal een eenzame junk. Of nee, dat is het niet, het zou vast klanten afstoten zo bij de ingang. En ik ben mede-ondernemers goed gezind. Ik wil gewoon even de benen strekken, iets dat na drie dagen op mijn knieën te hebben gewerkt, best een plausibel alibi is. 'Moed inlopen' is vast gezonder dan het indrinken ervan.

Net als het gevoel van eenzame zwerver me dreigt in te halen -eettenten zijn steeds dunner gezaaid, mezelf voorwenden dat ik koffie zoek, wordt al lastiger- zie ik, tegenover De Toneelschuur, een leeg café met de robuuste naam 'Bierlokaal de Uiver'. Er staan binnen geen stoelen en er zijn, op twee mensen na, die beiden aan één kant van de imposante toog staan, geen mensen. De bardame en klant kijken mijn kant uit. Nederig wijs ik naar de koffiemachine en merk iets op over dat die schoon is. 'O, die is alleen voor het personeel', zegt de barvrouw met een glimlach. Haarlemse humor. Toen ik vanmiddag bij de groothandel, te midden van vijf bouwvakkers, om hennep en kittersfit vroeg, voelde ik me zekerder dan nu. 'Je wil een kopje espresso?', vraagt ze dan, 'Ik kom het zo wel even buiten brengen en doe de terrasverwarming voor je aan.'  'Dat is niet nodig hoor', zeg ik. Door mijn bescheidenheid voel ik me als het meisje van zestien dat voor het eerst -alleen- gaat stappen. Maar of ik veel voldoening uit dat jong-voelen put, is nog de vraag. Dan nestel ik me buiten onder de broedlamp bij de Uiver met zicht op de theaterbezoekers achter het glas aan de overkant. We roeren synchroon in onze kopjes koffie. Ben ik toch niet alleen. 

Na de koffie laat ik binnen mijn blik langs tientallen koperen kranen met bieren met al even exotische namen als de winkels gaan en vraag of ze een blond biertje voor me heeft. 'Ik zoek wel wat lekkers voor je uit', zegt ze lachend. Even later zet ze een mooi schuimend glas gerstenat voor me neer: 'Het is gebrouwen in Utrecht en heet 'De gouden kraan'. Ik voel me op slag weer loodgieter en veeg het schuim met mijn mouw van mijn lippen.

woensdag 25 oktober 2017

Ze wil iets wits met een friemeltje.

Ze was een nieuwe klant en ik rekende geen voorrijkosten bij de eerste kennismaking. Of  nou ja, 'kennismaking', het was meer een consult en het stellen van een diagnose: 'Ja, het klopt dat de lekkage in de keuken wordt veroorzaakt vanuit de badkamer op de verdieping erboven'. Maar, zo was mijn devies: zolang het water ín de douchebak blijft, kan er weinig misgaan.  

Ze mailde nederig of ze nog inspraak had bij de kleurkeuze van de tegel. 'Ik ben niet moeilijk hoor, het liefst zoiets als er nu ligt, vierkant en wit met een friemeltje erin.' Ook vroeg ze of er nog alternatieven waren, 'rubber tegels' of zo. 'Die liggen in speeltuinen', antwoordde ik droog.

Het was geen ramp dat ik pas over twee maanden kon komen, hoewel ze de klus liever eerder geklaard zag. Ik zegde toe mijn best te doen -de etiquette der klussers begin ik eindelijk te beheersen- En toen een buitenschilderklus vanwege slecht weer niet doorging was het zo ver, ik kon drie weken eerder dan gepland bezig met het uitbikken van haar badkamervloer. 

Mij was al snel duidelijk dat 'Niet moeilijk zijn', een relatief begrip is. Zo zei ze al bij het eerste consult dat de btw voor haar wel een dingetje was. Ze had per slot maar één studentenpand, wilde er niet te veel geld aan besteden dus als het even kon, betaalde ze me zwart. Of in elk geval een deel. En hoewel deze gewoonte in klusland meer regel dan uitzondering is, hou ik me aan díe etiquette niet. En toen bleek dat de vloer onder de tegels rotter was dan een vergeten appel onderin de schooltas van mijn kinderen, en er eerst een nieuwe vloer moest komen om überhaupt te kunnen tegelen, appte ze: 'Er moet zaterdag wel weer gedoucht kunnen worden. En opgeruimd'. De studenten zelf deden gelukkig níet moeilijk. Die gingen douchen bij de sportschool of een tante.

Ik kende nog een adresje met mooie restpartijen Sfynx en Mosa (gerenommeerde tegelproducenten), maar helaas was er van 'wit met een friemeltje' net niet genoeg. Bij de groothandel lachten ze me bijna uit want wat ik wilde 'was zó jaren negentig' en ook de bij Hornbach en Bauhaus zeiden ze niks voor mij te kunnen doen, iedereen wilde tegenwoordig groot en grijs. Maar 'hebben we niet' dat ken ik niet en na nog wat rondstruinen vond ik iets dat leek op wat er lag: vierkant en wit met een friemeltje. 

Na het breken, krabben, vervangen van een deel van de ondervloer, aanbrengen kimband en het  smeren van een waterdichte laag kwam de klant na haar werk even kijken. Trots sneed ik de doos met tegels open om haar mijn vangst te tonen. Maar, u raadt het al, ze vond ze toch niet zo mooi.

*Stik*

'Nee hoor', zei ik knarsentandend, 'dat is niet erg.' Maar ik adviseerde wel om dan maar zelf naar iets op zoek te gaan.

Een dag later lagen er nieuwe dozen in de gang.
Met grote, rechthoekige grijze tegels.

dinsdag 5 september 2017

De betaalde voyeur

Ze willen iets groters, lichters en meer groen om zich heen en vertrekken nu van de uitgeleefde bovenwoning in de binnenstad naar een huis met eigen parkeerplek. En ik verhuis, zoals met veel van mijn klanten, met hen mee. Bij deze mensen was gezinsuitbreiding de reden om te verkassen maar soms willen mensen om omgekeerde redenen weg. Omdat er iemand dood is. Of vanwege een scheiding. In dat laatste geval is men het over weinig nog eens en de oplevering van de oude, gezamenlijke stek geeft dan de nodige stress. Die ik geduldig aanhoor als men mij koffie aanbiedt.

Zwangerschapskwaaltjes, gedoe over de erfenis of wrok naar een ex. Een man die opschept dat hij zijn zoon, die vastzit, elke week opzoekt, gemopper op buren. Ik hoor verhalen uit elke levensfase. Een moeder die zich ongevraagd bemoeit met haar kind dat op kamers gaat, de vrouw die de hoop ooit nog te gaan samenwonen heeft laten varen en kleiner gaat wonen en de ouderen die hun beklag doen over familie die hen een verzorgingshuis in wil praten.

Na de koffie betreed ik de duistere hoeken in hun huizen. Voor een uur, een dag of een hele week. In de goot, door keukenafvoeren of achter kniebeschotten van een zolder waar men alles heeft verstopt dat niet voor andermans ogen bestemd is of waarvan herinneringen pijn doen. Ik vervang een deur met een gat en maak een doorgezakt bed weer heel. Ik trek lades open in bad- en slaapkamers zonder naar de inhoud te kijken en repareer alleen de gevolgen van de overbelasting ervan. 

Wat ik ook hoor, waar ik ook loop of gluur of graai, men is altijd blij met mijn komst.
En ik word er nog voor betaald ook. 

woensdag 28 juni 2017

Krijgt ie ooit zijn leven op de rit met internet?

Scholen in Groningen niet aardbevingsbestendig,  Rutte wil tornen aan plafond bonussen om zo de uitzwermende London City binnen te hengelen. Kaviaarschandalen bij de Raad van Europa waar ze geen afzettingsprocedure kennen. Gesjoemel met zaad van spermadonoren. Eén komma drie miljoen Nederlandse huishoudens in de schulden (maakten zij met dat geld wellicht die economische 'groei' mogelijk?). Een toeslagensysteem dat niet versimpeld kan worden en mensen nog harder in de schulden helpt. Eén miljoen Nederlanders aan de antidepressiva. Mensen die doodgaan. Van net vijftig, zestig, tachtig. Aan een hartaanval, aan Parkinson. Iemand die me appt om te vragen of ik sloten op haar slaapkamerdeur kan zetten, ze voelt zich niet meer veilig voor haar kind.  Een goede vriend die al een half jaar wacht op achterstallig loon. Ouderen die vereenzamen.Vijftigplussers die maar niet aan het werk komen. En dan heb ik het nog niet eens over de ellende in Jemen, Noord-Korea of Sudan.

Maar er gebeuren ook mooie dingen. Zo worden in Colombia duizenden kalasjnikovs van de Farc omgesmolten tot kunstwerken, gaat China een 'luchtstad' bouwen. voor dertigduizend mensen en veertigduizend bomen, trekt Uganda geld uit voor meer gendergelijkheid. Door op basisscholen voorlichting te gaan geven over puberteit, menstruatie en seksualiteit. En er gebeurt nog zo veel meer moois op het gebied van kunst, milieu en medemenselijkheid. Ook in Nederland. Als ik ondersteboven in een keukenkastje lig of buiten sta te schilderen luister ik naar dit zeldzaam hoopgevende 'Nieuws van de vooruitgang'. Op elk halve uur. Met tussendoor ook nog mooie muziek.

Het is acht uur als ik eindelijk thuiskom. Ik heb na mijn werk de vrouw uitgelegd hoe ze zelf sloten op haar deur kan zetten. Ik lees op de app dat het kindje in de buik van mijn nichtje toch is gedraaid, misschien wel dankzij mijn tip om met een bult kussens onder haar rug te liggen. Mijn bijna tachtigjarige ouders schrijven een berichtje dat ze nog steeds genieten van hun kampeervakantie: 'Al is het voor deze oudjes wel hard werken'. Intussen vis ik de NRC uit de bus die ik ontvang in hun afwezigheid. Bovenop het cybercrime- en choleranieuws ligt een brief. Met postzegel. En handgeschreven adressering. Nieuwsgierig scheur ik hem open op de drempel van de voordeur. 



Kijk, zo kan het ook. Zelf als 55 plusser op zoek gaan. Initiatief nemen. Buiten bedompte kantoortjes van het UWV om. En ook nog even je best doen op de spelling. Offline is misschien wel de beste manier om je leven weer op te pakken. Misschien moest ik maar eens contact leggen met deze schilder. Luisteren we binnenkort samen naar al het moois wat de wereld te bieden heeft. 

Maar zoals elke potentiële werkgever doet, typ je toch maar even zijn naam in. En dan verschijnen daar woorden als bedrog, stiekem en onbetrouwbaar. Ze blijken van zijn ex te zijn. Best slim om die scheiding als voorzetje in de brief te vermelden. 

woensdag 31 mei 2017

Dat kun je niet weigeren

Dit logje stond al een tijdje in de steigers maar er kwam steeds van alles tussen. Iets met schuren en kwasten en zo. Schrijven laat zich nog altijd lastig combineren met schilderen. Al zullen mensen die met schrijven hun brood verdienen het omgekeerde zeggen. Die komen vast niet aan klussen toe.

Maar ik snapte het eigenlijk ook niet zo goed. Het onderwerp waar ik over wilde schrijven. Over die 'verfmaker'. Zo noemde Annechien Steenhuizen Akzo gister op de buis. Op de radio had ik Akzo al eerder langs horen komen. Radionieuws is nóg beknopter dan het NOS journaal dus veel duidelijker was dat niet. Maar het zinnetje over dat men 'iets niet kon weigeren' bleef wel in mijn hoofd hangen.

Akzo zou misschien verkocht worden. Ach, big deal, er worden zo vaak bedrijven verkocht. Er komt een bedrag met heul veul nullen langs en dan is iets in handen van een Chinees, Saoedi of Amerikaan. Vallen er even later ontslagen of valt het hele bedrijf om, roept iedereen 'oh' en 'ah' en na een paar interviews met zielige gedupeerden -bij de NOS hebben ze 'gewone mensen' ontdekt-, hoort men er vervolgens niks meer van.

Maar wát kon men eigenlijk niet weigeren? Of wie? En vooral waaróm niet? Aan tafel bij mijn ex bracht ik het Akzo vraagstuk ter sprake. En zo hadden we het tussen de rösti en tzaziki over geldzaken. Zoon Leo riep na een korte uitleg van zijn vader over de werking van de financiële markt: 'Maar dat mág toch zo maar niet. Dat is crimineel! Waarom dóet niemand daar wat aan!'  Tja, hem staat de ondergang van V&D vast nog vers in het geheugen. Daar wordt je in Groningen dagelijks aan herinnerd als je door de stad fietst. De holle flat van Vroom en Dreesman pronkt er aan de rand van de Grote Markt.

Maar nu terug naar die verfmaker. Als beursgenoteerd bedrijf, zo begrijp ook ik intussen, hebben aandeelhouders het voor het zeggen. De onmogelijkheid iets te weigeren kwam van hen. PPG had een een bod uitgebracht op Akzo. En toen nog één. Met als begeleidende tekst dat Akzo daar beter van zou worden. Maar de verfvoorzittercommissaris sprak over banen die daarmee verloren zouden gaan en zei nee. Een paar aandeelhouders wilden toen de voorzitter kwijt en toen dat niks uithaalde daagden ze Akzo voor de rechter: 'U mag dit niet weigeren want wij willen meer geld' (of zoiets).

De rechter stelde Akzo gister in het gelijk. Ze kwamen er van af met een reprimande. Akzo moest 'de verstandhouding met haar aandeelhouders goed houden'. Economie blijft bijzonder. Alsof iemand ongevraagd aanbelt om iets te kopen wat ik niet kwijt wil, en ik moet vervolgens uitleggen waarom. Maar kennelijk valt er zelfs in de wereld van heul veul nullen soms iets te weigeren. Deed ik bij monopoly ook wel eens. Als men mijn stations wilde kopen. Van vijandelijke overnames had ik toen nog nooit gehoord.

Moet ik me nu schuldig voelen dat ik morgen ga schilderen met Sigmalak van PPG in plaats van Sikkens van Akzo? Het aandeel is al met 1,8 procent gezakt. Ik heb mijn vaderlandse plicht verzaakt. Laat Leo het maar niet horen.





vrijdag 14 april 2017

Het groene doekje

Onderweg naar huis met een fiets vol boodschappen, spookt er een groen doekje door mijn hoofd. Dat nam ik vorig jaar per ongeluk mee uit een huis waar ik een deurdorpel verving. Er bleek veel meer hout verrot dan verwacht. Na negen jaar klussen zou ik beter moeten weten. Maar het was geen straf en tevreden klanten zijn me lief. Geen idee hoe hun doekje tussen mijn gereedschap belandde.

Ze behoren tot de weinige mensen die een papieren factuur willen en altijd met cash geld betalen. Ook toen ik eerder hun stortbak verving en een buitenkraan aanlegde telden ze, tot op de cent nauwkeurig, het aan mij verschuldigde bedrag uit op hun keukentafel. Dat had wel wat. Zichtbaar werk voor tastbaar geld. Het is een ouder stel. Of eigenlijk is 'stel' niet het goede woord. Hij was bij haar ingetrokken toen hij met gezondheidsproblemen kampte. Iets met een motorongeluk. Aan dezelfde keukentafel kreeg ik daarover alles in geuren en kleuren te horen.

Jaren later was zij aan de beurt. Haar hart, vlekjes op haar huid, maar ze hield zich groot en lachte met haar rauwe rokersstem de problemen weg. Bij elke klus werd ik nadrukkelijk gevraagd om eerst te komen koffie drinken. Met speculaas en stroopwafels erbij. En natuurlijk shag. Hij vertelde dan graag over zijn vissen, zij over haar familie. Maar beiden praatten ze vooral over elkaar. In de derde persoon, tegen mij, terwijl de ander ernaast zat.

Dat doekje is eigenlijk te onbenullig om terug te brengen, het heeft vast nog geen vijftig cent gekost. Anderzijds, het is een mooi excuus om nog eens langs te gaan. Als ik thuis de boodschappen heb gedropt, kan ik het wel even brengen, er staan voor vandaag toch geen urgente klussen op stapel.

Hoewel de man al op leeftijd was, had hij nog een vader. Die bleek een ervaren timmerman te zijn en was belangstellend komen kijken, toen ik op mijn knieën op het stoepje voor de deur met beitels en klemmen de boel op maat maakte. Als een timmerman van bijna honderd je lof toezwaait is dat, vooral voor een eeuwige twijfelaar als ik, extra waardevol. Zijn schoondochter, de vrouw des huizes, had me gevraagd om dit jaar een offerte uit te brengen voor het opknappen van de bovenverdieping. Ook daar vertoonde het schilderwerk kale plekken. Daar konden we het straks bij de koffie wel over hebben.

Er fietst mij een man tegemoet. Ik herken hem en we groeten elkaar. Alsof we een teken krijgen, draaien we beiden onze sturen naar links, maken midden op de weg een synchrone draai en staan dan weer precies even ver bij elkaar vandaan. We lachen er om en hij komt naar me toe. Nog voordat ik kan zeggen dat ik net aan hen dacht, zegt hij me dat ze drie weken geleden is overleden.

Hij had nog bij me langs willen gaan, maar er was van alles met de notaris, een zoon, de vissen, de erfenis, zijn suikerziekte en wat niet al. Mijn meegepikte groene doekje verliest terstond nog meer waarde dan het had. Ik hoor haar stem, zie haar op de bank liggen. Overleggen hoe laat ik verder zou gaan met mijn herrie. Ze sliep vaak slecht en was nooit vroeg op. Ik voeg me graag naar het dagritme van klanten. Zelf ben ik per slot ook geen vroege vogel.

Thuis zet ik koffie voor mij alleen. Gedachteloos schenk ik meer water op het filter dan nodig. Het kopje stroomt over. Met het groene doekje veeg ik het aanrecht schoon.
Aan dode mensen kun je ze niks meer teruggeven.

maandag 3 april 2017

Wat men vindt

Wie in Nederland een eigen zaak begint, schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel. Dan mag je aan het werk, dan ben je vindbaar. En dan bedoel ik niet meteen voor klanten, maar wel voor verkopers die zeggen gespecialiseerd te zijn in het laten doen vinden van je bedrijf, met aanbiedingen en unieke kansen voor vermeldingen en verbeterde zoekfuncties via weet ik wat voor fantastische sites. Maar zou het niet door de KvK-vermelding zélf komen dat ik met naam en toenaam, inclusief een foto van mijn eigen voordeur te vinden ben?

Ik gaf bij mijn weten nooit toestemming om een foto van mijn huis op internet te zetten. Vroeger, in tijden van de papieren telefoon- en gouden gids, moest je voor een extra lijntje of vetgedrukte bedrijfsnaam nog betalen, maar nu kom je zonder bijbetaling ongevraagd in kleur op de voorpagina van het wereldwijde web. Tijden veranderen.

Malafide mensen kunnen zo een handige route maken waar eventueel gereedschap voor het grijpen ligt. Maar laat ik nu niet weer beginnen over de dag dat ik mijn bus opengebroken voor mijn huis vond. Er zijn gelukkig nog altijd veel meer bonafide mensen op de wereld dan mensen die ons schade willen berokkenen. Zo bleek dit weekend weer toen een oplettende voorbijganger zich de moeite getroostte om de eigenaar van een gevonden OV-kaart op te sporen. Ook al moest de vinder in kwestie daarvoor speuren naar mijn naamgenoot die in de buurt van de plek woonde waar de kaart op straat lag. En zo kreeg mijn vader in Amsterdam een telefoontje uit Haarlem van de vinder van mijn OV-kaart. Het toeval wilde dat diezelfde middag zoon Leo een wedstrijd speelde in Haarlem en zo konden we na het ophalen van Leo, een bloemetje brengen aan de vinder.

Terug naar mijn werk. Waarmee ik soms op idyllische plekken kom. Zo mag ik deze week mijn koffiepauze houden met twee konijntjes en heb ik als achtergrondmuziek het gehamer van een specht. Verder zie ik de hele dag geen mens. Ik schep kilo's dennennaalden uit de goot, breek de kitscherige lambrisering weg die plaats moet maken voor modernere wandbekleding. Verwijder houtrot en vul het gat met een giftig goedje dat voelt als vloeken op deze paradijselijke plek. Honger en oorlog in de rest van de wereld lijken ver weg. Maar zelf richt ik dagelijks een massaslachting aan. Spinnen rennen voor hun leven, mieren die een hele schutting tot pulp kauwden zoeken een veilig heenkomen en pissebedden blijven als versteend zitten als ik hun paradijsje wreed verstoor met binnenvallend zonlicht.

Maar helemaal afgesloten van de buitenwereld ben ik niet. Zo belde er vandaag een klant die vroeg of ik al terug was van mijn sabbatical. Ach ja, hoe dom was het van me om aan mijn vaste klanten te zeggen dat ik het klussen een tijdje in de wacht zou zetten om me aan het schrijven te wijden. Dat heb ik weliswaar gedaan, maar het duurde niet lang. Een jaar rustig werken aan mijn nieuwe boek zit er voorlopig niet in. Gelukkig wist de klant me nog te vinden. Ze had werk voor me.

Soms belt er ook een nieuwe klant. Ik herkende het vaste nummer op mijn display niet. Vreesde een eerder genoemd verkooppraatje. Uit voorzorg zei ik alleen mijn voornaam. De vrouw aan de andere kant van de lijn meende een verkeerd nummer te hebben gebeld, ze zocht namelijk een klusbedrijf. Toen ik zei dat ze daarmee sprak, was ze zo verbaasd een vrouw aan de lijn te hebben dat ze naast het gebruikelijke 'Dat hoor je niet vaak' ook zei dat ze er zelfs even van moest bijkomen. Ze had nog deze week iemand nodig en ik verwees haar door naar een collega. Uit nieuwsgierigheid vroeg ik haar nog wel even waar ze mijn naam vandaan had.
'Uit de gouden gids', zei ze.
Kijk, dat vind ik dan weer bijzonder.


zondag 12 februari 2017

De merel zingt weer, maar het schrijfseizoen is nooit voorbij.

Onderweg naar een schilderklus zag ik vorige week de opkomende zon als een grote oranje bal boven de nog benevelde velden hangen. 's Avonds was ik tot na zonsondergang bezig met het afhangen van een zelfgemaakt tuinhek aan twee solide duimhengen (wat een mooi woord is dat toch: hengen). Er wachtten verder nog een verstopte keukenafvoer, het afkitten van een badkamer en in het weekend was ik in de weer met het op maat schaven van klemmende deuren en ramen. Een heel leger therapeuten zat tijdens hun sessies namelijk op de tocht. Sommige psychologen hadden het ergste leed proberen te verhelpen met wat plakband en een opgerolde theedoek.

Het verhelpen van tocht en verstoppingen blijft soms wat ondankbaar of in elk geval onzichtbaar werk. Er kunnen geen mooie plaatjes van op mijn website worden gezet. Het enige dat kan aantonen of ik mijn vak versta, is het uitdoven van klachten over de kou.

Als de dagen lengen stroomt mijn agenda weer vol. Mensen lijken te ontwaken uit hun winterslaap, willen iets veranderen aan hun woonst, aan hun nestje. Er moet opeens iets worden verbouwd of hersteld waar men in de winter minder last van scheen te hebben. Ze bellen mij en ik rij er heen. Voor het negende jaar op rij. De lente is voelbaar, zichtbaar en zelfs hoorbaar. Merels zingen als de avond valt.

Ik mag niet klagen maar eigenlijk wil ik schrijven. Elke dag, elk uur, altijd. Ik sta op met verhalen en val ermee in slaap. Daar krijg ik geen kramp van in mijn handen zoals bij het schilderen vaak gebeurt. Op mijn mobiel staan vele interviews en er liggen vol gekrabbelde schriftjes naast de laptop te wachten om te worden getransformeerd tot een roman. Aantekeningen met beelden, met geuren en ontroering.

Het is een verhaal dat verteld moet worden. Dat van alle tijden is. En er altijd zal zijn. Het is een verhaal over Ierse, Baskische en Franse voorouders. Maar ook dat van mijn Weense opa die als wees zijn heil zocht in Friesland. En ook van Syriers en Marokkanen van nu. Het gaat over gelukszoekers, avonturiers, over mensen die een beter leven willen. En voor wie het verminderen van kou en tocht niet meer volstaat. Die er altijd al zijn geweest. Maar zo lang er ook mensen zijn die de verbetering van hun leefomstandigheden zoeken in kleinere veranderingen. Zo lang er tuinhekken omwaaien, keukens verstoppen en ramen kieren, zal het nog minstens een jaar gaan duren voordat er een lezenswaardige roman is.

Het is fijn dat er weer werk is en dat mijn inmiddels trouwe klantenkring daar ook keurig voor betaalt. Maar hoe mooi zou het zijn als die erkenning er ook kwam voor mijn geploeter met woorden, met zinnen, met verhalen die er ik zo graag vertel. Jammer genoeg levert dat niet alleen geen beleg op, maar zelfs geen boterham.

Wie weet. Wie weet zal er, als de merels over een jaar opnieuw gaan zingen, iemand zijn die me vraagt om te schrijven. Een boek, een verhaal, een column. Het maakt me niet uit. Als ik maar mag schrijven.

Inmiddels is het een week later. Er trekt een nieuw koudefront over ons land. Misschien moest ik me vandaag maar richten op het verbeteren van mijn eigen leefwereld. Mijn tuinhek klemt en er is nog een bed dat gemonteerd moet worden. Maar voorlopig verschans ik me bij de kachel achter mijn toetsenbord. Waar ik woorden laat stromen, zinnen verzin, zinnen verzet en geniet.

Buiten fluiten de vogels en schijnt de zon.

vrijdag 16 december 2016

Max

'MAX', las ik in de hoek van het beeldscherm. Toen Wandert weer eens op de buis was. U weet wel, die droogkomische bioloog. Ik maakte hem eens premier van een kabinet dat verder bestond uit Sheila Sitalsing, Job Cohen, Nelleke Noordervliet en nog zo wat lieden die wellicht niet hoog scoren als onderbuikgerommelmenner, maar wel veel verstand van zaken hebben. En vooral van mensen. Maar die Wandert, dat is dus gewoon Midas Dekkers. Ik hoorde van meerdere kanten dat zijn hoofd lang niet op tv was verschenen. Maar hij was wel op de radio. Dat onvolprezen medium waarnaar je ook onder het afwassen of stoppen van je sokken kunt luisteren. Maar ja, dat doet natuurlijk geen hond meer. Midas was dus kennelijk naar Max overgestapt. Max. Ik mag die naam wel.

Ik zag vanmiddag ook een Max fietsen. Toen ik, in de vroeg vallende duisternis, met een kunstenaar de natte gevel van een huis stond te inspecteren. Ik was al op het dak van de buren geweest en had emmertjes water in verschillende goten gekiept om de bron van de nattigheid te achterhalen. Als stopmiddel had ik wat teer in de open naden van het dakleer gespoten, terwijl een vriendelijke student mijn ladder op het gammele balkon vasthield. Altijd lastig, die binnenstadklusjes. Al was het alleen maar vanwege het parkeren. De student lachte, net als ik, de passerende stadswachten vriendelijk toe. Die gelukkig geen boete uitdeelden, maar wel goed advies gaven. Dat ik er niet door kon, vanwege het festival op de Hoge der Aa. Toch aardig van ze. Te meer omdat de weg waar ik niet in mocht, sowieso al verboden was om in te rijden.

Met mijn leenautootje manoeuvreerde ik mij achteruit in de richting van politiek café de Wolthoorn. Misschien ging Max daar wel naar toe op zijn stalen ros. Max van de Berg, onze onlangs afgezwaaide commissaris van de koningin. Maar hij heeft vast nog pit genoeg om plaats te nemen in dat kabinet met Midas, Sheila, Nelleke, Job en Jan. Ja, want ook Jan Rot mocht niet ontbreken van mijn vader. Dan geven we Jan de rol van staatszanger. Kan hij elke Kamervergadering inleiden met een lied. 

Onder het koken hoor ik op de radio dat Nederland na tweeëndertig jaar weer een wereldkampioen dammen heeft. Ene Roel Boomstra. Op de vraag wat hij gaat doen nu hij deze droom heeft waargemaakt, antwoordt hij: "Mijn planning ging tot hier. Ik zou het echt niet weten." 
Weet je wat? We zetten die Roel gewoon ook in dat kabinet. Samen met zijn tegenspeler Jan Groenendijk. Want dammers zijn strategische denkers. Gaan to the max, maar zonder plan geen actie! Aan de pers zijn deze piepjonge denksporters al gewend. Want bij DWDD (verdorie, alweer dat kastje!) zagen we dat ze zowel in een Haags glazen huis als in de eerste kamer hadden gespeeld. Als dat geen hoge binnenkomer is!

En Matthijs' tafelheer Akwasi wordt dan gewoon vicepremier. Of nee, we maken in één klap korte metten met dat gekleurd denken. We laten Midas tweede viool spelen en Akwasi wordt de eerste echte hiphoppremier. Horen we ook nooit meer dat gezever over 'de kloof tussen kiezer en politiek'. Stemgerechtigden zijn bij het installeren van dit kabinet weliswaar kiezer af, maar aan betrokkenheid van 'de burger' is dan geen gebrek meer. En zonder verkiezingen zijn we ook meteen verlost van internettrollen die de boel opstoken om verwarring te zaaien. Bewaker van het kabinetsbeleid wordt Sunny Bergman. Die met haar documentaire 'Wit is ook een kleur' mooi laat zien hoe blind we zijn voor de privileges en vooroordelen van witte mensen. Maar als vrouw draagt ze natuurlijk ook de sleutel om als rolmodel de nog altijd aanwezige stereotypering van vrouwen om te buigen.  

Zo, en nu ga ik eindelijk de zwarte teer onder mijn nagels vandaan peuteren. En dromen van het trio Midas-Akwasi-Sunny.