Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Griekenland. Alle posts tonen

maandag 13 juli 2015

Dat mag niet van mijn bewindvoerder

'Mevrouw, mevrouw!'
Tot mijn verbazing heeft de vrouw die me na het afrekenen achterna loopt lege handen.
Een door mij vergeten pakje boter was dus niet de reden om mijn aandacht te willen.
'Meende u dat? Wat u daarnet zei?'


Verward probeer ik terug te halen wat ik er even te voren, wachtend in de rij, uitflapte. Het thuis vergeten boodschappenlijstje zoemt meer door mijn hoofd. En of het droog zal blijven bij de BBQ en of ik de container van de buurvrouw al buiten zette en of ik genoeg stokbrood heb. . . .


'O, dát! Ja, natuurlijk! U kunt 'm zo van me krijgen. Anders gaat ie toch weg. Ik wacht wel even totdat u klaar bent met afrekenen. Of ik vraag aan mijn kinderen om 'm even bij u in de bus te doen.'
'Nee, dat is niet nodig. Ik heb verder niks nodig. Ik loop wel even met u mee. Als u dat tenminste niet eng vindt.'

Wachtend in de rij bij de super, had ik vanuit mijn ooghoek haar beteuterde gezicht bij de lege krantenbakken gezien. Impulsief bood ik haar mijn krant aan. Ze had schaapachtig teruggekeken met een blik van: 'Wat mot dat mens?' Schuchter had ik mijn boodschappen gepind en het was het voorval acuut vergeten. Maar zij niet.

Zodra we mijn tuin binnenstappen steekt Leo (14) haar met een stralende lach zijn uitgestoken hand toe. Kees (11) blijft verdiept in zijn boek en het ronddartelende vriendje helpt me met de boodschappen. Met het stokbrood nog onder mijn arm vis ik de Trouw van de bank. Dankbaar en vol ongeloof loopt ze met haar krant in haar hand richting huis.

Vier uur later zijn de gasten naar huis, de jongens in bed en is de barbecue gedoofd. De kat komt thuis met een muis. Terwijl ik in het schemerduister de broccoli en sla van het oprukkende slakkenleger red. Dat zich bijna onhoorbaar tegoed doet aan mijn verse groente. Ik denk aan wat ze zei. Toen we, zij lopend en ik met de fiets aan de hand, naar mijn huis wandelden. Haar ouders lazen altijd twee kranten. Konden zich dat veroorloven. Ook zelf leest ze hem graag. Vooral in het weekend. Soms krijgt ze er eentje cadeau in de stad. Zegt dan altijd eerlijk naar die jongelui, dat ze echt geen abonnement neemt, hoe graag ze het ook zou willen. En ze twijfelt of ze dan ook de echte reden moet noemen:
Dat het niet mag.
Van haar bewindvoerder.

Griekenland op wijkniveau.














donderdag 2 april 2015

Armeense paella uit Assen

Begin jaren zestig woont er in Istanbul een avontuurlijke jongen van achttien jaar. Hij voelt er niks voor om het ambacht van zijn vader over te nemen en kiest het ruime sop richting Nederland. Hij belandt uiteindelijk in Drenthe en wordt daar postbode. 

Z. kent Istanbul als zijn broekzak, zwierf er rond als kind. Toen ik er in 2009 met mijn ouders en zus op vakantie ging, gaf hij me van te voren Turkse les. Die woorden ben ik vergeten. Zijn familieverhaal niet.

Als het over minderheden in Turkije gaat, gaat het vaak over de genocide op Armeniërs die geen genocide mag heten. Tv-kijkers die gister afstemden op Pauw, konden zien hoe de gemoederen daarover nog steeds hoog oplopen. Soms hoor je iets over het uitbannen van Grieken uit Turkije en andersom. Onlangs nog in de documentaire 'bloedbroeders'. De gruwelijkheden, nationaliseringen, volksverhuizingen zouden zich louter begin vorige eeuw hebben afgespeeld. Dat de verturksing nog ver na de tweede wereldoorlog doorging, wordt vaak vergeten.

De vader van Z. ondervond als Armeniër de Turkse razzia's aan den lijve. Hij vluchtte, verstopte zich en verturkste zijn achternaam. Zijn moeder was een Griekse. Voor een Turkse jongen met Grieks en Armeens bloed, was Nederland vast een verademing. Hoewel Z. in doen en laten wel een echte Griek lijkt. Luid sprekend, besnord, harde lach, bromstem, handelaar, drankje, sigaretje, uitgesproken mening en vooral: lekker koken en eten. Ook toen hij alleen bleef.

Zijn vrouw, zijn maatje, verloor hij jong aan kanker. Als jonge weduwnaar voelde hij zich thuis bij de duikclub. Hij kookte voor de hele club, zijn paella werd geroemd. De laatste jaren ontvielen hem enkele vrienden. Het greep hem aan.

Hij hield ook van handeltjes. Vooral als daar geen fiscus mee te maken had. In de berging staat de zaagtafel die ik van hem kreeg. Ervoor betalen hoefde niet, maar een bonnetje kon hij zo nodig wel voor me regelen.

Het bootje dat hij kocht, doopte hij naar zijn overleden vrouw. Op een dag liet hij me haar zien. En naast zijn bootje troonde hij me ook mee naar een garage. Waar ik moest proefrijden in de bestelbus die hij op een trailer voor me had gespot. Hoewel het ding met achtduizend euro behoorlijk boven mijn budget lag, kreeg hij gelijk. Ik rij er nu acht jaar in.

De deuken en krassen die er inkwamen repareerde ik niet. Ook van binnen werd mijn auto een ongelooflijk bende. Hij vond het begrijpelijk, zei hij, want die auto was mijn werk, maar stiekem gruwde hij ervan. Want hij was erg netjes. Hij rookte tijdens het koken, maar legde oude kranten op de plavuizen tegen de oliespetters.

Daar vertelde ik over, toen ik hem opzocht op de Intensive care. Zijn blik was mat. Hij kon niet praten. Toen ik vroeg of hij er nog zin in had, schudde hij langzaam zijn hoofd.

"Vanmiddag om 13 u. is Z. heel rustig ingeslapen", las ik net op mijn display.
Ik liet een paar tranen, uit mijn van verkoudheid toch al waterige oogjes.


Morgen kan ik vast het juiste gereedschap weer eens niet vinden.


Met Pasen ruim ik de bus op. 
söz, խոստացել է, υποσχεθεί, beloofd.

zondag 14 oktober 2012

Toros, cabrones y trapleuningen

Europa is in de ban van angst. Hebben we morgen nog werk, wat is ons huis nog waard, wie wil het kopen en waar kan ik mijn schamele spaarcenten beter bewaren: op een bankrekening of onder het matras?

Italianen wantrouwden de banken altijd al en blijven dus, net als voorheen, hun euro's in een oude sok stoppen of ze schuiven het onder een tafel door. Nee, niet een enkeling, maar 'cosí fan tutti', iedereen doet het zo. Een soort van 'belegging' in wederdiensten.

Portugezen daarentegen laten hun banken opkopen door Angola en vinden zelf emplooi in hun voormalige koloniën. Over de zogenaamde braindrain aldaar wijdde ik in februari al een logje. En de Grieken? Ach, als je leest wat die arme Grieken de afgelopen eeuwen hebben moeten doorstaan dan verbaast het je dat het land er überhaupt nog is. Republiek, dictatuur, monarchie. Zorg vooral voor vandaag, morgen kan alles weer anders zijn.

De EEG, zoals we dat economisch samenwerkingsverband noemden toen ik nog op de lagere school zat, moet koste wat kost gered worden. Maar Europa viel eigenlijk al veel eerder, toen ze als Fenicische prinses ontvoerd werd door Zeus himself. Die zich voor de gelegenheid had vermomd als stier. List en bedrog is wat telt. Volgens geschiedschrijver Herodotus kon deze mythe, omdat het een Fenicische prinses betrof, niet de oorsprong van de naam van het continent Europa zijn.
Arme Europa, verleid door een stier.

Maar ik wilde het hebben over dat àndere warme vakantieland, Spanje. Want wat moet je nu als je èn geen geld in een sok, èn geen baan, èn geen recente onafhankelijk geworden koloniën hebt? Dan rest je niks anders dan je blik naar binnen te richten. De redding, denken veel Spanjaarden, ligt in de terugkeer naar de eenvoud. Het dorpsleven, een moestuin en een paar koeien (..)  meer dan 40.000 Spanjaarden hebben afgelopen jaar het roer al omgegooid en bijna veertig procent van de bevolking heeft er wel eens aan gedacht'. las ik in Het Dagblad van het Noorden van vrijdag 12 oktober. 'Advocaten en economen plukken druiven in Galicië'  Een baan in loondienst lijkt onbereikbaar. 'Om koffie rond te mogen brengen worden al exorbitante eisen gesteld: liefst drietalig en universitair afgestudeerd in communicatie-wetenschappen. En wat blijkt: ze worden met open armen ontvangen in de vergrijsde dorpen. Om de lagere school open te houden, de laatste bakker te behouden, de buslijn rendabel te maken. Boven het artikel prijkt een grote foto van het  zonovergoten Moratella. Alleen al vanwege de naam zou je er willen wonen.

En toen, toen sloeg mijn fantasie op hol. Want wat wàs ik mijn tijd vooruit zeg, toen ik in 1987 meende oud en wijs genoeg te zijn voor een pioniersleven in de Italiaanse bergen. Van het geld dat mijn ouders spaarden voor mijn studie, kocht ik honderd geiten en bekwaamde me in het melken van die beesten. Het was een stuk minder romantisch dan het lijkt. (hoewel zo'n maf verhaal het natuurlijk prima doet bij een borrel). Na zes jaar keerde ik terug naar Nederland. Ik kon kaas maken, kippen en konijnen slachten en sprak vloeiend Italiaans, maar kwam er al snel achter dat men op die kennis in Nederland niet zat te wachten. Niet getreurd, ik ging, je raadt het al, koffie schenken, in een broodjeshuis in de Amsterdamse Scheldestraat.

Misschien moet ik me eens aanmelden voor de Spaanse 'Campesino busca mujer'. Of wacht, ze hebben daar al een soort van 'Boer zoekt vrouw' Alleen komt Yvonne Jaspers daar niet met een busje brieven, maar stappen de dames allemaal tegelijk zelf in.

Dunque, entonces, dus....

Ik blijf toch maar lekker hier, en bezorg die arme Spanjaard via een omweg een beetje inkomsten. Ze produceren daar namelijk buigbare trapleuningen. Nooit van gehoord? Ik ook niet. Klik hier voor het montagefimpje (met muziek die doet denken aan Bruce Springsteens Philadelphia). En en masse bestellen, hè. Ja, niet die film van bijna twintig jaar oud, maar die Torneados Munoz. Volgende week, als ik weer beter ben, ga ik mijn eerste exemplaar monteren in Amsterdam.

Adios cabrones!

Bij het zoeken naar een bijpassend plaatje, vond ik veel geitenkuddes en zelfs een gelakte trapleuning. Maar ik koos deze twee: met een beetje fantasie zie je hier een Perzisch en een Fenicisch boerenmeisje. De eerste foto is gemaakt in 2008 te Kandovan, in Iran. Het land dat nu een inflatie kent van 23.5%. Dan kan je die oude sok wel vergeten. Hopelijk heeft dit meisje nog amandelen, die ze toen stuksloeg op het dak van haar huis. Het andere meisje ben ik zelf in 1978, in een vijgenboom op de pindaplantage van Hassan op de Westelijke Jordaanoever in Israël. 


 

donderdag 5 juli 2012

Grachtengordel met de grond gelijk gemaakt



Heb je het gehoord?
of in de krant gelezen? 
Heeft iemand er überhaupt ooit iets over gelezen? 
Of wel eens iemand gesproken die er vandaan kwam? 
Daar waar handel werd gedreven in goud en kruiden en textiel? 
Waar de geletterdheid al ver voor de gouden eeuw wijdverbreid zou zijn? 
Zo lees ik net. Want ook ik moest weer even opzoeken hoe dat nou zat. Daar in Timboektoe, in het huidige Mali. Waar dit weekend een ware beeldenstorm plaatshad, die nog niet is uitgewoed.
De titel komt uit dagblad Trouw: 'De verwoestingen in Timboektoe kunnen uitlopen op een cultuurvernietiging die vergelijkbaar is met een verwoesting van bijvoorbeeld Florence, Canterbury of de Amsterdamse grachtengordel.' Ik had dus ook Florence kunnen aanhalen. Waar hordes zwaarbewapende godsdienstfanaten dan, in naam van de heer, eeuwenoude kerken in brand steken, een heksenjacht beginnen en Palazzo Vecchio platgooien. Omdat het afleidt van het ware Christendom.

Marokko heeft de daden veroordeeld. En buurland Algerije had juist succes geboekt bij de bestrijding van terrorisme in naam van Allah. Waarna de groep die zich Asnar Dine noemt, in het aangrenzende Mali misbruik kon maken van de chaos daar. Die uitbrak toen Toearegs (je weet wel, van die blauwe ninja's) in april de onafhankelijkheid van Noord-Mali uitriepen. Dat niet werd erkend. En hoewel ze iets riepen over een 'grondwet' en 'staakt-het-vuren', werden de ninja's al gauw zelf onder de voet gelopen. In Timboektoe schijnt inmiddels de sharia te zijn ingevoerd. En worden monumenten kapotgeslagen. Die van leem zijn gemaakt. Er is weinig voor nodig om ze met de grond gelijk maken. De wind zal het werk afmaken. En anders doen ze het zelf, zegt Asnar Dine.


Ik wilde opzoeken wat die naam betekent. Zou het Malinke, Pular of Bambara zijn? Of één van die vele andere talen die er wordt gesproken. Maar geen van deze talen wordt als optie gegeven bij googletranslate (het Gularati of Tagalog wel. Waar zou dàt de voertaal zijn?). Het klinkt Arabisch. En Arabieren hebben nooit veel opgehad met zwart Afrika. Het geeft ze vast een vrijbrief om de eeuwenoude moskeeën te lijf gaan, zogenaamd vanwege 'niet recht in de leer' en afgoderij. Een Afrikaanse beeldenstorm. Omstanders kijken er huilend naar en kunnen weinig uitrichten.
 


Wat wij kunnen doen? Nou, kennis nemen van het rijke verleden van Mali, van Timboektoe, van Bamako, van Segou. Waar landsgrenzen weinig verband hebben met de volken die ze herbergen. Lees bijvoorbeeld 'Segou, de aarden wallen', het epos van Maryse Condé. Waarin wordt verteld over een koninkrijk dat teloorgaat, over slaven, nomaden, de rol van vrouwen, de eerste blanke die in West-Afrika een kijkje neemt en, last but not least, de Islam die zijn intrede doet. Het tweede deel van Condé's boek is behoorlijk gewelddadig, maar het helpt om te begrijpen wat we niet op school leerden. Zelfs van de overzeese strijd, in Zuid-Amerika, wordt verslag gedaan. Wie, waarom elkaars bloed wel kan drinken. Over de waanzin van oorlog. Die families verscheurt. Het boek is ook nog eens erg goed geschreven. En prima vertaald.

Liever muziek? Kan ook. Van Zita Swoon bijvoorbeeld. Het is weliswaar een Belgische band, maar ze maken ook swingende muziek met Mamadou Diabaté Kibié. Uit Burkina Faso. Alwaar de moskee staat op de foto hiernaast. Die in mijn Westerse ogen verdomd veel lijkt op die in Mali (maar dat is vast net zoiets als het Colloseum in Rome vergelijken met de Sagrada famiglia in Barcelona). Toen ik, naar aanleiding van een blog van Sanneke, Zita Swoon hier in de schouwburg hoorde spelen, nodigde leadzanger Stef Kamil het publiek uit om te komen dansen, maar ook spoorde hij iedereen aan om vooral zelf een kijkje te gaan nemen in dat prachtige continent.


Terug naar de krant. Harriët Duurvoort roept in de Volkskrant van 2 juli Bono op om een hit te maken over het afschaffen van Europese landbouwsubsidies. Dat zou meer zoden aan de dijk zetten dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Die vooral corrupte regimes ten goede komt. Maar er is hoop. Want, zo schrijft ze 'in Ghana, is het binnenkort beter toeven dan in Griekenland. Ze haalt een Afrikaanse econome aan, ene Dambis Moyo. (ja, mensen, die hebben ze daar in Afrika óók. Een economie. En economen). Moyo pleit voor een gezondere markt. China timmert al aardig aan de weg.  Letterlijk. China asfalteert Afrika. En Afrika gaat straks Europa redden. Wat zeg ik, dat doet het al. Want Afrika barst van de bodemschatten en Europa's economie is gebouwd op lucht. Chinezen beseffen dit en laten Europa links liggen. Misschien dat Amsterdam, ergens in 2030, hulp krijgt van een Malinese troepenmacht, om het doorbreken van de dijken door extremistische christenen uit Scandinavië en het laten overspoelen van Amsterdam te verhinderen. Wie weet.

vrijdag 11 november 2011

Griekse noodhulp belandt in Duitsland in de prullenbak

Dit keer een bijdrage van mijn zusje uit Berlijn, passend bij mijn mijmeringen over de Griekse voedselpakketten. Het verhaaltje is zo'n drie jaar oud. Maar gezien de actualiteit èn ook om de inhoud, erg vermakelijk. Dank je wel zus!

Poging 1 om gebruikmakend van de inhoud van het Care-pakket van de Griekse schoonmoeder van mijn zusje iets eetbaars te creëren:

Wat zou dit zijn? Een soort griesmeel? Op het pak staat alleen maar abracadabra. En een plaatje van een gebakje, dus het zal wel voor taart gebruikt kunnen worden. De substantie lijkt op griesmeel, maar het is geler. Zou het maismeel zijn? Een soort polenta? Ik ben niet zo’n taartenbakker, zal ik maar gewoon proberen er iets hartigs van te maken? Zou je het moeten koken? Zou je het kùnnen koken?
Ik doe twee glaasjes water in een pannetje, beetje zout er bij, en dan een half glaasje van het onbekende spul. Ik breng het aan de kook, laat het even doorkoken, en stort de brei in een diep bord. Half uurtje af laten koelen. Flink wat olijfolie in een koekenpan heet laten worden, de inmiddels min of meer hard geworden brei in plakken van ca. 1 cm dik snijden, en deze in de olie bakken/frituren.
Jammie, voor het eerst van mijn leven polenta geserveerd!

Poging 2:

Lekkere groentensoep gemaakt. Het gebruikelijke recept van spekjes, ui en knoflook aanbakken, even later blokjes aardappels, stukjes wortel en courgette, water erbij, bouillon en kruiden. Allerlei groentetjes uit de diepvries, van alles een handje. O wacht, ik heb nog linzen in het voedselhulppakket. Twintig minuten voor de groente klaar is, twee handjes rijst en twee handjes linzen erbij.
"Kindjes, het eten is klaar!"
Ik proef de soep, alles is gaar, er hoeft geen zout meer bij. Maar wat zijn die linzen nog hard. Vreemd, ik heb ze er toch op tijd in gedaan.
Ik vraag huisgenoot F. wat hij er van denkt. Hij bestudeert de linzen in de soep en in de pot. Dan valt het me ook op; deze linzen zijn grijs, en niet rood. De linzen die ik normaal in de soep doe, zijn rood. Oh shit, deze moet je weken, vast wel een paar uur….
Ik ben een half uur bezig alle linzen een voor een weer uit de soep te vissen, maak de boel weer warm en eet samen met de kindjes linzenloze soep….

Poging 3:

Wat zou dit in vredesnaam zijn? Het lijken wel paprikapitjes. Maar ze voelen anders aan. De twee Griekse woorden die op het pak staan, zijn allebei niet in mijn Grieks-Duitse woordenboekje te vinden. “Pikantikos”, daar kan ik zelf nog wel wat van bakken, maar het andere woord zegt me helemaal niets. Vanwege dat “pikantikos” durf ik het niet te proeven, maar F. werpt zich op als proefkonijn. Na hem durf ik ook. Het smaakt vooral naar niks. F. denkt dat het knabbeldingetjes voor bij een biertje of een wijntje zijn. Ik ga eerder voor een spulletje dat gekookt moet worden of korreltjes die oplossen en die dan b.v. de soep binden.
We nemen de proef op de som, doen een handje korreltjes in een pannetje, water erbij, en aan de kook brengen. Het wordt er niet appetijtelijker op. Blubberig wordt het spul steeds dikker, het lijkt wel gelatine. We kijken elkaar aan; wie proeft? En hoewel we beiden geen voorstander zijn van het weggooien van eten, gaat dit vreemde goedje toch rechtstreeks de prullenbak in….

Eens kijken wat we morgen voor avontuurlijks gaan eten…..
;-)Linzen, pitjes en polenta waren afkomstig uit dit voedselpakket.

vrijdag 4 november 2011

Noothulp uit Griekenland

Hebben mensen die tijdens hun werk een computer aan hebben, ook tijd voor privélezen? Gister concludeerde ik dit uit een telefoongesprek.

'Dat zult u vast al gelezen hebben', zei de mevrouw die me belde om aanvullende informatie te geven op de mail die ze me die dag toezond. En, toen ik dit ontkende, ik had nog niets gelezen, want ik had gewerkt, bleek dat het werk-argument niet steekhoudend was. Ze spoorde me aan in mijn spam te kijken. Juist ja, daar stond ik dan, bij het benzinestation in hartje stad. Nu heeft mijn klusbus wel iets weg van een vuilnisbak, maar haar mail zag ik toch nergens liggen tussen mijn zooi.

Hoe het ook zij. Ik moet het qua nieuws en nieuwtjes hebben van de radio. En dan alleen van en naar het werk in de auto, want mijn bouwradio heeft zich opgewerkt tot keukenradio. Ook leuk. Kan ik tijdens de afwas met mijn voet van zender wisselen. Maar op mijn werk hoor ik alleen vogels. Of een sonate van Bach. Al naar gelang het werk binnen of buiten plaatsheeft en afhankelijk van de muzieksmaak van de klant. En of die thuis is.

Wat meldt de radio? Mevrouw Merkel heeft een onderonsje met meneer Papandreou. En toen mevrouw Bruni het leven schonk aan een dochter, kon papa Sarkozy er niet bij zijn, die moest ook van alles met Merkel. Allemaal om dat arme Griekenland te redden. Of Europa.

Ach, Griekenland. Alle mensen bij wie wat te halen viel, zijn dat land al lang ontvlucht. Zo ook mijn ex-schoonouders. We kregen wel eens wat geld onder tafel. Ze hebben me nooit echt gemogen, maar een Griek laat overal liever zijn geld dan dat ie een cent aan de belastingdienst geeft. Toch jammer. Niet van dat geld. Maar van de 'voedselpakketten'. Voor "Hongerend Holland". Uit Griekenland.

Elk jaar, rond deze tijd, kwam er een vrachtauto de straat in rijden. Nadat de chauffeur had aangebeld en ik een krabbel had gezet op een papier met half Griekse, half Engelse tekst, werd er een pallet (ja echt, een pallet, zo'n houten ding van één bij één meter waar tegenwoordig van die hippe meubelen van worden gemaakt, maar dat bij mij brandhout werd), uitgeladen met
pasta
linzen
laurier
feta (één keer ontplofte het blik bijna, er was iets misgegaan tijdens het transport)
olijfolie
vijgen-/perziken/aarbeien-/vulmaarin-jam
walnoten
amandelen
couscous
zout
griesmeel
honing..........

Je kunt het zo gek niet bedenken of er was een jaar dat het er bij zat. Saffraan, bergthee, kerrie....
soms zelfs een waterkoker, strijkplank (kun je dat eten?), pannen, speelgoed (met veel batterijen), een complete stofzuiger, kinderkleding en tapijten. Ik heb genoeg olijfoliezeep om me een eeuw mee te kunnen wassen.

Nadat de vrachtauto de straat uit was gemanoeuvreerd, begon 'overslagbedrijf' Lehti op volle toeren te draaien. Eerst was het kleine Leo die met de punt van zijn tong uit zijn mond, het plastic waarmee alle dozen waren omwikkeld, met de schaar te lijf ging. Later deed Kees dit. Ik heb nog een filmpje waarop één van de twee met de pakbon en een pen in de hand langs de muur van dozen loopt en, in zichzelf mompelend, allemaal golfjes tekent op het papier: "Daar zit jam in, daar bonen....., 1, 2, 3, 7, 9, 6....". En dan, heel serieus, alles afvinken. Héérlijk.

Ondertussen ging ik dan schuiven met vazen, pannen en ongebruikte spullen van het jaar ervoor. Om ruimte te maken. Ik timmerde er hier en daar een plankje bij. Te meer omdat mijn schoonzus had verkondigd dat ze de helft van haar 'hulp' linea recta de prullenbak in kiepte. Wat ik dan weer zonde vond, dus had ik nòg meer bergruimte nodig. Háár halve lading belandde hier.

Maar ik repte over een overslag- en niet over een opslagbedrijf. En inderdaad, de timing was steeds perfect. In november, vlak voor Sinterklaas. Ik had vrienden die smulden van jam, anderen hielden meer van oregano, krenten of olijven en voor wortels en bloemkool op zuur had ik ook een adresje. Van de handgemaakte tagliatelle en bucatini voor de pasticio maakte ik op mijn beurt weer pakketjes voor de familie met wie ik Sinterklaas vierde. Leuk gedichtje erbij. Klaar. Mijn zus wist soms niet goed wat ze er mee moest. Ze deed me verslag hoe de bereiding verliep van de producten die ofwel een Griekse verpakking hadden, ofwel helemaal geen letters bevatten. Die ze haar dochters dan liet keuren. "Mam, wat gaan we eten?" "Geen idee!" In de loop der jaren heb ik heel wat kussenslopen verzameld, want de afdeling noten en peulvruchten werd daarin vervoerd. De weckpotten van mijn oma kwamen goed van pas.

Natuurlijk werden er ook recepten bijgeleverd (maar wat moet de plaatselijke kringloop met kookboeken in het Grieks?). Soms zat er iets bij dat ik ècht niet kende. Zoals trachana. Een soort bouillon in korrels. Paar keer geprobeerd te maken. Smerig. Ik kon het slijten aan een Griekse mevrouw in de straat. Zij maakte er maaltijden van voor de Griekse kerk hier ter stede.

Het zal de tijd van het jaar wel zijn die me hieraan doet denken. Maar het geeft misschien ook een verklaring voor zowel de financieel mindere tijden (ik doe eindelijk zelf mijn boodschapjes. Na de scheiding maakte ik een statement door, voor het eerst sinds jaren, mijn eigen olijfolie te kopen) en, wellicht is het de reden voor de crisis waarin Griekenland zich nu bevindt. Er wordt immers geen eten meer gekocht voor de export naar hongerend Holland! De lezer weet waar dit geld heen ging. Misschien moet ik maar wat doneren op giro 555, om hongerend Hellas te helpen. Dat middel heeft Merkel nog niet geopperd.

Maar waarom begon ik hierover? Oja, of ik mijn mail lees. En het verband met de opgedroogde voedselhulp uit Griekenland. Huh? Nou ja, zoiets dan.
Het volgende blogje wordt vast minder warrig.

Buiten zingen krekels. Vast ooit meegelift met een Griekse vrachtauto.
Toch vreemd, op vier november.