Het stadhuis bewonder ik vast nog eens op een later moment in de toekomst.
Posts tonen met het label dansen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dansen. Alle posts tonen
woensdag 31 augustus 2022
Dansende Stadjers
Gister was het zover; het verbouwde, verduurzaamde stadhuis van was binnen te bewonderen voor publiek. Dat mocht zelfs nog vóór de officiële opening met genodigden, want die vond vandaag pas plaats. Getuige de lange rij op de Grote Markt was men erg nieuwsgierig. Die rij viel ook te bewonderen op de webcam. Wat die webcam niet liet zien was dat de wachtenden na zeven uur nóg iets te zien kregen: dansende Stadjers die genieten van de zomer. Hieronder een kleine indruk.
zaterdag 3 oktober 2020
De prinses, corona en Allah
Haar schoondochter doet open, of hoe noemt men de zus van de verloofde van haar dochter? Nou ja, er is een feest voor gevierd dus het is vast familie. Dan komt ze ook zelf aanlopen, vanwege corona wordt er niet omhelsd of gezoend, alleen wat lief gelachen. Anderhalve kop schelen we en ook haar voeten zijn vier maten kleiner dan de mijne, ik voel me een beetje een reus. Als ik vraag of ze mee gaat wandelen glipt ze de slaapkamer in en komt even later, gehuld in een lange jurk en met hoofdoek de gang weer in. Ze schiet ook gauw haar kabouterslofjes aan en even later wandelen we met z'n drieën langs de velden achter onze wijk. Ik leer haar de woorden 'kikker' en 'ezel' en ik probeer het Arabisch dat ze me bijbrengt te herhalen. Het nablaten van haar woorden gaat me vrij aardig af en ergens herken ik de klanken wel, die ik voordat corona uitbrak van haar leerde. Maar of het nu 'dinsdag', 'aardappels' of 'weiland' betekent, ontgaat me. Zelfs tot tien tellen in het Arabisch lukt me niet meer.
Ze maakt die avond rijst met kip en paprika en vraagt of ik mee-eet maar ik sla het aanbod af, er wacht thuis nog een restje zalmforel. "Vies isj lekker", zegt ze. Het Arabische vreetfeestje van vorige week liet ik ook al aan me voorbijgaan. 'Mobarak' en 'gefeliciteerd' appte ik haar, aangezien er uit haar huis muziek te horen was. Het bleek de verloving van haar dochter te zijn. Het stelletje is nu -eenmaal verloofd mag dat kennelijk- samen elders in het land, drie dagen maar liefst. Waarschijnlijk week dochterlief nog nooit eerder zo lang van moeders zijde. Diezelfde dochter die in reactie op mijn burgerlijke staat eens zei: "Dat doen wij niet bij ons, wij blijven altijd bij elkaar".
Als we bijna bij huis zijn krijg ik het verlovingsfilmpje te zien waarop vrouwen met hoofddoeken wild klappen bij opzwepende muziek. Van de bruid en de zus van de bruidegom zijn de haren wel te zien, en wat voor haar! Nadat het koppel heeft gedanst en zelfs bij het slow dansen nauwlettend in de gaten wordt gehouden door de omstanders, voegen ook de moeders en de zus van de bruidegom zich bij het stel, hetzelfde pubermeisje dat nu naast me staat en de hele wandeling weinig zegt. Dan haalt ze haar telefoon tevoorschijn en toont me haar eigen haren zonder hoofddoek. Inktzwarte krullen die verder reiken dan haar heupen. Bloedmooie prinses.
Bij de laatste bocht houden we nog even halt. Mijn buurvrouw wil me 'Corona klaar, Insállah' laten zeggen. 'Nou, dat moest ik maar niet doen', zeg ik, 'dat filmpje stuur je dan zeker naar je zus in Jordanië?'
'Ja, ja', lacht ze vrolijk.
'En naar míjn moeder' lacht het Arabische prinsesje en trekt haar hoofddoek voor haar gezicht. Niet tegen corona, maar tegen de zon. Ik lach en wijs naar mijn blote benen: 'Daar wil ik juist wat meer van'.
Als we afscheid nemen dringen ze beide nog even aan en ga ik overstag. Ik blaat hen en na en die avond zal mijn wens dat 'Corona morgen voorbij is als Allah het wil' door huiskamers van familie in Jordanië, Syrië, Soedan en Groningen gaan. God weet waar het goed voor is.
zondag 29 september 2019
Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (2)
(deel 1)
Na hun vertrek lurkte ik aan mijn alcoholvrije Bavaria, rookte een shagje en keek vanuit mijn ooghoek naar de flirtende mensen aan de tafeltjes naast me. Al was flirten misschien niet de juiste term voor het onstuimig zoenen dat ik gadesloeg. Was dit wellicht wat de barvrouw bedoelde met 'verkeerde figuren'?
De aanblik van al dat opnaaien was allerminst onaangenaam, maar, zo bedacht ik me, was dansen niet het doel geweest van mijn komst naar het centrum? Drinken en roken kon ik thuis ook. Dan zelfs met alcohol. Al was de tv minder prettig vertier dan hier een beetje de voyeur uithangen. Wellicht was mijn ex toch niet naar de bejaardendisco gegaan. Daar kwam ik gauw genoeg achter.
Ik wandelde over de Grote Markt. Genoot van giebelende groepjes studenten die in het Duits, Frans en Spaans discussieerden. Over dat één van hen moest pissen. Of waar ze heen zouden gaan. De nachtelijke, natgeregende stad bleef een genot om alleen doorheen te lopen. Net zo mooi als toen ik hier twaalf uur eerder liep, op jacht naar een cadeautje voor mijn vriendin.
Vanmorgen was de markt bevolkt geweest door jonge gezinnetjes. Zouden die, voordat ze zich settelden, ook lallend door de stad hebben gelopen? En zich ook pas over tien jaar weer in het uitgaansleven storten? Jammer genoeg moest daar vaak eerst een scheiding aan vooraf gaan. Swingen met een trouwring was vast ook iets vreselijks fouts.
Ik gluurde door de klapdeuren. Het was rustig maar de dansvloer was vol. Er was geen ex te zien en ook de Drenten schitterden door afwezigheid. Die waren wellicht elders iets leuks gaan doen of waren een potentiële prooi tegengekomen. Ik ging los op grijsgedraaide evengreens als 'Freedom' and 'I like you'.
Tegen enen dreigde de barman in slaap te vallen en dropen er mensen af. Ook voor mij werd het tijd om te gaan. Teruglopend naar de auto passeerde ik opnieuw de foute-figuren-kroeg. Mijn nieuwsgierigheid won het van de roep om slaap. De tafels waren zoals aangekondigd aan de kant geschoven en een paar beentjes gingen ook hier van de vloer. En daar, aan de rand van de dansvloer, zaten de twee Drenten. Ze hadden de bejaardendisco niet kunnen vinden. Arme kerels. Te meer daar hun taxi kort erop klaar zou staan aan de Rademarkt. Hoe ver dat lopen was, wilden ze weten.
Als de tijd dringt valt schaamte soms weg. Al kan het ook aan hun drankgebruik hebben gelegen. Maar ik was aangenaam verrast toen ik zag hoe de heupen van één van hen swingden en onder de indruk van het ritmische voetenspel. Allemachtig, dat was pas dansen!
Of ik ook op internet zat, wilden ze nog weten. Misschien was het een omslachtige manier om mij online op te sporen? Naar mijn nummer vragen was slimmer geweest. Tinder, Badoo, Lexa? .... ze noemden een reeks datingsites op die ik niet allemaal kende. Ik tipte hen dat je bij daten beter samen iets leuks kon gaan doen dan gelijk af te spreken voor een drankje in de kroeg. Wandelen of fietsen, schaatsen of schaken. Of dansen natuurlijk. Als je dan na een eerste blik op je date gelijk wilde wegrennen, had je in elk geval iets leuks gedaan.
Zondag ontwaakte ik nuchter naast mijn eigen spinnende jager. Garfield sprong uit bed en nam miauwend plaats bij de deur. Toen die openging, spurtte ze naar buiten. De hort op.
Na hun vertrek lurkte ik aan mijn alcoholvrije Bavaria, rookte een shagje en keek vanuit mijn ooghoek naar de flirtende mensen aan de tafeltjes naast me. Al was flirten misschien niet de juiste term voor het onstuimig zoenen dat ik gadesloeg. Was dit wellicht wat de barvrouw bedoelde met 'verkeerde figuren'?
De aanblik van al dat opnaaien was allerminst onaangenaam, maar, zo bedacht ik me, was dansen niet het doel geweest van mijn komst naar het centrum? Drinken en roken kon ik thuis ook. Dan zelfs met alcohol. Al was de tv minder prettig vertier dan hier een beetje de voyeur uithangen. Wellicht was mijn ex toch niet naar de bejaardendisco gegaan. Daar kwam ik gauw genoeg achter.
Ik wandelde over de Grote Markt. Genoot van giebelende groepjes studenten die in het Duits, Frans en Spaans discussieerden. Over dat één van hen moest pissen. Of waar ze heen zouden gaan. De nachtelijke, natgeregende stad bleef een genot om alleen doorheen te lopen. Net zo mooi als toen ik hier twaalf uur eerder liep, op jacht naar een cadeautje voor mijn vriendin.
Vanmorgen was de markt bevolkt geweest door jonge gezinnetjes. Zouden die, voordat ze zich settelden, ook lallend door de stad hebben gelopen? En zich ook pas over tien jaar weer in het uitgaansleven storten? Jammer genoeg moest daar vaak eerst een scheiding aan vooraf gaan. Swingen met een trouwring was vast ook iets vreselijks fouts.
Ik gluurde door de klapdeuren. Het was rustig maar de dansvloer was vol. Er was geen ex te zien en ook de Drenten schitterden door afwezigheid. Die waren wellicht elders iets leuks gaan doen of waren een potentiële prooi tegengekomen. Ik ging los op grijsgedraaide evengreens als 'Freedom' and 'I like you'.
Tegen enen dreigde de barman in slaap te vallen en dropen er mensen af. Ook voor mij werd het tijd om te gaan. Teruglopend naar de auto passeerde ik opnieuw de foute-figuren-kroeg. Mijn nieuwsgierigheid won het van de roep om slaap. De tafels waren zoals aangekondigd aan de kant geschoven en een paar beentjes gingen ook hier van de vloer. En daar, aan de rand van de dansvloer, zaten de twee Drenten. Ze hadden de bejaardendisco niet kunnen vinden. Arme kerels. Te meer daar hun taxi kort erop klaar zou staan aan de Rademarkt. Hoe ver dat lopen was, wilden ze weten.
Als de tijd dringt valt schaamte soms weg. Al kan het ook aan hun drankgebruik hebben gelegen. Maar ik was aangenaam verrast toen ik zag hoe de heupen van één van hen swingden en onder de indruk van het ritmische voetenspel. Allemachtig, dat was pas dansen!
Of ik ook op internet zat, wilden ze nog weten. Misschien was het een omslachtige manier om mij online op te sporen? Naar mijn nummer vragen was slimmer geweest. Tinder, Badoo, Lexa? .... ze noemden een reeks datingsites op die ik niet allemaal kende. Ik tipte hen dat je bij daten beter samen iets leuks kon gaan doen dan gelijk af te spreken voor een drankje in de kroeg. Wandelen of fietsen, schaatsen of schaken. Of dansen natuurlijk. Als je dan na een eerste blik op je date gelijk wilde wegrennen, had je in elk geval iets leuks gedaan.
Zondag ontwaakte ik nuchter naast mijn eigen spinnende jager. Garfield sprong uit bed en nam miauwend plaats bij de deur. Toen die openging, spurtte ze naar buiten. De hort op.
Over verdwaalde jagers en dansen in een dorp (1)
'Dus,... jij gaat helemaal naar Amsterdam op en neer voor een verjaardag?!'
'Ja, het is een goede vriendin, en zij doet hetzelfde. Nou ja, dit jaar niet, want ik heb haar niet uitgenodigd. Maar volgend jaar word ik vijftig dus dan zal ze zeker komen.'
Zo, de leeftijdvraag was mooi getackeld, daarover waren geen cliché raadspelletjes meer te verwachten.
'En ,wat brengt jullie hier?', was mijn wedervraag, en nam een flinke teug uit het flesje dat voor me op de toog stond.
'We wilden stappen in Groningen, in Hoogeveen is uitgaan kut en we hoorden dat het hier leuk was.'
'Klopt, het is hier vaak gezellig. Maar de barvrouw zei me net dat de dj niet meer komt. De dansavonden hier zouden verkeerde mensen aantrekken.'
Om haar woorden kracht bij te zetten, had ze me gezegd dat het me wellicht was opgevallen dat er weinig dames waren. Na een blik om me heen zag ik inderdaad meer man- dan vrouwvolk, maar dat was in een café niet uitzonderlijk.
Ik mijmerde verder over wat 'verkeerde types' zoal zijn konden. Jagende mannen wellicht? Maar ook dat was bij het uitgaan geen geheim. Zo gaven ook de twee Drenten schoorvoetend toe. Wellicht doelde de barvrouw op de 'vleesmarkt' die het hier volgens sommigen was geworden. Dat het er in de kleine uurtjes wel erg dik bovenop lag wie naast wie op zondagochtend brak zou ontwaken. Er was kennelijk een verschil tussen 'jagen' en 'jagen'. Op safari gaan in de brave Beekse bergen mag, maar hetzelfde doen in Kenia is superfout. Zoiets.
De barvrouw zei tegen de heren dat het voor gezellig stappen wat vroeg was, maar dat er in het Pakhuis wel werd gedanst zou worden en dat later ook hier de tafels nog aan de kant zouden gaan. Huh? Nu werd haar verhaal me toch wat vaag. Dansen met dj was in de ban gedaan vanwege foute types, maar dansen op muziek kon nog wel? Hoe zat het nou?
Eén van de Drenten rookte, we gingen buiten onder het afdak zitten en keuvelden over werk, relaties en kinderen. Zijn vriend schoof ook aan. Want hoewel hij de schurft aan roken had, tussen de paffers is het vaak gewoon gezelliger. Zo beweerde ook een ex van mij. Die ik nooit meer zie, omdat hij dat liever niet wil. Kan gebeuren na een breuk. Maar ik zag hem wel, eerder op dezelfde avond en dat was tevens de reden dat ik naast de Drenten belandde.
Na vierhonderdvijftig kilometer asfalt en een paar fikse hoosbuien waarbij ik met zeventig kilometer per uur over de snelweg door de polder kroop, was ik naar de bejaardendisco gereden. Ik was hard toe aan wat beweging. De kroeg lag in hartje stad, zodat parkeren slechts voor maximaal een half uur was geoorloofd tegen een vergoeding die hoger lag dan de prijs van een drankje. Geen nood, Groningen is een dorp - al dachten de Drenten daar anders over- er was vast elders een betere parkeerplek. En toen ik daar naar op zoek ging, fietste de bewuste ex me tegemoet. Die ongetwijfeld op weg was naar dezelfde danstent. Om zijn avond niet te bederven. ging ik over op tot plan B. Aan de andere kant van de stad plantte ik mijn auto langs de gracht en nu zat ik buiten onder een afdak. Het voelde bijna als thuis.
'De barvrouw had niet helemaal gelijk hoor. Er valt wel degelijk te dansen op dit uur.'
En na mijn uitleg aan de twee jagers over de beste looproute, vroegen ze of ik meeging. En waaróm dan niet? En dat het alternatief alleen achter te blijven toch geen fijn vooruitzicht was.
'Nee, jongens, echt niet. Zeker niet met jullie. Want als die ex mij daar ziet binnenstappen met twee vlotte kerels, zal hij nog minder amused zijn. Maak er een leuke avond van. Veel plezier.'
(deel 2)
'Ja, het is een goede vriendin, en zij doet hetzelfde. Nou ja, dit jaar niet, want ik heb haar niet uitgenodigd. Maar volgend jaar word ik vijftig dus dan zal ze zeker komen.'
Zo, de leeftijdvraag was mooi getackeld, daarover waren geen cliché raadspelletjes meer te verwachten.
'En ,wat brengt jullie hier?', was mijn wedervraag, en nam een flinke teug uit het flesje dat voor me op de toog stond.
'We wilden stappen in Groningen, in Hoogeveen is uitgaan kut en we hoorden dat het hier leuk was.'
'Klopt, het is hier vaak gezellig. Maar de barvrouw zei me net dat de dj niet meer komt. De dansavonden hier zouden verkeerde mensen aantrekken.'
Om haar woorden kracht bij te zetten, had ze me gezegd dat het me wellicht was opgevallen dat er weinig dames waren. Na een blik om me heen zag ik inderdaad meer man- dan vrouwvolk, maar dat was in een café niet uitzonderlijk.
Ik mijmerde verder over wat 'verkeerde types' zoal zijn konden. Jagende mannen wellicht? Maar ook dat was bij het uitgaan geen geheim. Zo gaven ook de twee Drenten schoorvoetend toe. Wellicht doelde de barvrouw op de 'vleesmarkt' die het hier volgens sommigen was geworden. Dat het er in de kleine uurtjes wel erg dik bovenop lag wie naast wie op zondagochtend brak zou ontwaken. Er was kennelijk een verschil tussen 'jagen' en 'jagen'. Op safari gaan in de brave Beekse bergen mag, maar hetzelfde doen in Kenia is superfout. Zoiets.
De barvrouw zei tegen de heren dat het voor gezellig stappen wat vroeg was, maar dat er in het Pakhuis wel werd gedanst zou worden en dat later ook hier de tafels nog aan de kant zouden gaan. Huh? Nu werd haar verhaal me toch wat vaag. Dansen met dj was in de ban gedaan vanwege foute types, maar dansen op muziek kon nog wel? Hoe zat het nou?
Eén van de Drenten rookte, we gingen buiten onder het afdak zitten en keuvelden over werk, relaties en kinderen. Zijn vriend schoof ook aan. Want hoewel hij de schurft aan roken had, tussen de paffers is het vaak gewoon gezelliger. Zo beweerde ook een ex van mij. Die ik nooit meer zie, omdat hij dat liever niet wil. Kan gebeuren na een breuk. Maar ik zag hem wel, eerder op dezelfde avond en dat was tevens de reden dat ik naast de Drenten belandde.
Na vierhonderdvijftig kilometer asfalt en een paar fikse hoosbuien waarbij ik met zeventig kilometer per uur over de snelweg door de polder kroop, was ik naar de bejaardendisco gereden. Ik was hard toe aan wat beweging. De kroeg lag in hartje stad, zodat parkeren slechts voor maximaal een half uur was geoorloofd tegen een vergoeding die hoger lag dan de prijs van een drankje. Geen nood, Groningen is een dorp - al dachten de Drenten daar anders over- er was vast elders een betere parkeerplek. En toen ik daar naar op zoek ging, fietste de bewuste ex me tegemoet. Die ongetwijfeld op weg was naar dezelfde danstent. Om zijn avond niet te bederven. ging ik over op tot plan B. Aan de andere kant van de stad plantte ik mijn auto langs de gracht en nu zat ik buiten onder een afdak. Het voelde bijna als thuis.
'De barvrouw had niet helemaal gelijk hoor. Er valt wel degelijk te dansen op dit uur.'
En na mijn uitleg aan de twee jagers over de beste looproute, vroegen ze of ik meeging. En waaróm dan niet? En dat het alternatief alleen achter te blijven toch geen fijn vooruitzicht was.
'Nee, jongens, echt niet. Zeker niet met jullie. Want als die ex mij daar ziet binnenstappen met twee vlotte kerels, zal hij nog minder amused zijn. Maak er een leuke avond van. Veel plezier.'
(deel 2)
woensdag 5 december 2018
Feestjes die niet doorgaan
Altijd jammer als een feest niet doorgaat, zeker op een dag als deze. En dat is al de tweede afgelasting deze maand. Terwijl de maand nog geen week oud is!
Eén december zouden we de voetjes van de vloer gooien. Dansen is de sport die ik het liefst beoefen. En naast mijn werk gelijk ook de enige vorm van lichaamsbeweging. Maar ik was moe en het regende.
"Hoe laat ben je bij ons" appte ze.
"Zeg jij het maar. Heb je al kaartjes? Het is pokkeweer. Ik kom denk ik met de bus"
"Wat mij betreft gaan we er even na elven heen. Kaartjes kopen we wel aan de kassa. Ze voorspellen vanaf nu geen regen meer"
"Dan spring ik toch op de fiets. Ben ik 23 u. daar, ok? Ik laat mijn foon thuis, is toch leeg"
Het is mij een raadsel welke buienradar zij raadpleegde, want een half uur later stond ik als een verzopen kat in de stad. Ze gaf haar man de schuld (waar samenzijn al niet goed voor is).
Als twee stuiterende pubers begaven we ons richting vismarkt, waar we samen met een tiental anderen een dichte deur bij Huize Maas aantroffen. Wegens tegenvallende kaartverkoop ging het feest niet door. Toegegeven, de grote zaal in Huize Maas is met dertig man nog zieliger dan een half uur door de regen naar de stad fietsen, maar betrouwbare websites zijn soms ook best prettig. Gelukkig telt Groningen kroegen genoeg waar gedanst kan worden.
Om drie uur 's nachts was het weer droog en fietste ik moegedanst naar huis, maar ik kon de slaap niet vatten. Vanwege een ander feestje. Een groter, ingrijpender en spannender feestje. Niks geen 'Huize Maas' maar een 'Huize Mijn'. Althans, dat was de bedoeling.
Ik wandelde er vrijdag naar toe, en zondag na te zijn bijgekomen van het dansen opnieuw. Ook daar was een dichte deur, maar het tuinhek bleek wel open. Ik maakte foto's en kletste met een buurjongen die zijn het wiel van zijn geplakte band niet alleen terug op zijn fiets kreeg. Een Turkse man zei dat het er rustig wonen was, een Antiliaan die een hond uitliet zei dat er allemaal mensen woonden die 'iets met natuur' hadden. Ja, daar wilde ik bij horen!
Maandagmiddag was er open huis in 'Huize Mijn'. Mijn kinderen waren niet onverdeeld enthousiast: "Wat een deurenfestijn" en "De halve school fietst hier elk ochtend langs". Omdat Kees niet was toegekomen aan zijn dutje stortte hij ter plekke in op het enige meubelstuk dat het uitgewoonde huis rijk was, de tuinbank. Nog voordat ik het huis tot het mijne had gemaakt, was mijn jongste telg er al gaan slapen! Meer symboliek kan een mens niet wensen.
Vandaag werd ik teruggebeld. Het wordt geen 'Huize Mijn' maar 'Huize Zijn'. "Die man wilde het persé hebben", zei de makelaar. "Hij deed een hoger bod".
Mijn feestje gaat niet door.
Maar december is nog jong.
We maken er een feest van.
zondag 31 januari 2016
Groninger bal (2)
(wat er vooraf ging)
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Uiteraard. Dom van me. Meneer Bashir was Groninger! Voor hem was wel duidelijk wat ik vroeg, of waar ik heen wilde. Maar het kwam hem vast zijn neus uit. Past in hetzelfde straatje als ‘Ik wist niet dat vrouwen dat ook konden’ of ‘Wat praat je goed Nederlands’ (tegen een als baby geadopteerde Chinees). In een poging me te redden uit mijn miskleun, roemde ik zijn geboorteland. Hoewel ik ook niet de ‘kijk-mij-eens-kosmopolitisch-zijn’ wilde uithangen en er snel aan toevoegde dat ik van Marokko weinig meer zag dan de binnenkant van een sporthal.
Ik bood iets te drinken aan. Niet vanwege mijn vrijgevigheid, -mijn inkomen geeft daar niet veel aanleiding toe- maar meer omdat ik, bij gebrek aan broekzakken, alleen briefgeld in het elastiek van mijn rokje stak (een handtas? Wat is dat?). Bij één consumptie zou het wisselgeld, in losse euro’s, vast verder mijn ondergoed in wandelen. En in één vijfje pasten precies twee biertjes. Probleem opgelost. Maar de feestende Bas dronk een mix. Zodat ik alsnog met muntgeld zat. Heerlijk hoe hij op zijn beurt mij weer in een ander hokje plaatste: Terwijl ik mijn glas cola achterover goot, nipte hij van iets vies met Wodka en excuseerde zich half met: “Normaal drink ik nooit”.
Maar naast zijn (voor) oordeel: ‘Alle Hollanders zuipen’, en het mijne ‘Een man die goed danst is geen Hollander’ dacht ik vast onterecht dat hij dacht dat ik op jacht was en dacht hij dat ik dacht dat hij zijn poten niet thuis kon houden of dat ik hem bij de minste aanraking zou aanklagen vanwege een vrouwonvriendelijke bejegening.
Om drie uur fietste ik zingend naar huis. Toen ik me uitkleedde vielen er twee losse euro’s uit mijn bh. Ik droomde van een ander bal. Vol boeken. Met Nasrdin Dchar en Simone van Saarloos. En mijn verhaal natuurlijk.
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
zaterdag 30 januari 2016
Groninger bal
Wintertijd. Weinig werk. Elk jaar hetzelfde liedje. Maar ondanks 'automatische afschrijving vanwege onvoldoende saldo mislukt’ heerst er nog geen paniek in huize Lehti. Want ik mag schrijven! Geen offertes, rekeningen of reclameteksten. Maar fictie!
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Verhalen van vijfhonderd woorden. Of het viervoudige. Over erotiek, ‘Duitsland’, of met als thema ‘Verstrikt’. Schrijven voor anderhalve kip (hier bloggen) of met een poging het verhaal op de radio voorgelezen te krijgen door Nasrdin Dchar. Liever niet door Renate Dorrestein. Want hoewel ik haar boeken verslond, denk ik dat haar stem mijn verhaal niet kan dragen. Als het lúkt. Als ik tussen die honderden, duizenden andere schrijfgrage zielen bij de beste vijftig.... wat zeg ik? bij de laatste vijf eindig! Hoop doet leven. En dansen natuurlijk.
Dus gooide ik de voetjes van de vloer, dromend over het boekenbal, op de plek waar Giel Belen kort ervoor geen bier kopte, maar ballonnen liet neerdalen. Giel had er vast veel voor over gehad om bij de uitreiking van de popprijs, net zulk uitzinnig publiek te hebben als afgelopen zaterdag in de Oosterpoort.
De Vlaamse bezoekers hier, lazen al eerder dat alleen uitgaan voor mij geen ramp is. In 2015 had ik zelfs een poging gewaagd om zelf zo’n dansfeest op te zetten. Maar het liep al net als met mijn schrijfambities. Een vliegende start, om er vervolgens al gauw niet meer in te geloven. Een goed verhaal vereist een strenge redacteur en het neerzetten van een feest kun je ook niet alleen. De DJ’s deden hun best hoor. Maar na drie keer wist ik: dit ìs niks en gaat ook niks worden. Beter om aan te haken bij de ‘bejaardendisco’ in de Oosterpoort.
De hotpants liet ik bij deze 40-UP party voor gezien. Nee, vanavond droeg ik een braaf rokje en dito decolleté. Ik bleef veilig tussen de stelletjes dansen en ontweek gretige blikken. Vooral geen aanleiding geven. En toen zag ik ze. Twee dansende mannen. Samen met een dame. Dat beviel me. Niet dat ik aasde op één van hen. Verre van dat. Maar ze kwamen om te dansen. En dat zag je.
Het drietal stelde zich voor. Om de kans op herkenning te verkleinen, noem ik ze hier Bas en Al. (Waarschijnlijk Bashir en Ali). Het meisje noem ik Nicole. (Wat fijn om zo’n lekkere seventies naam te mogen bedenken). Kort er op vroeg ik waar Bas vandaan kwam.
“Groningen.”
Juist ja.
(morgen het vervolg)
Labels:
dansen,
Groningen,
Nasrdin Dchar,
NPO,
radio,
Renate Dorrestein,
schrijven,
wedstrijd
zondag 13 december 2015
Zaterdags genot in Groningen
De hakken van mijn hoge laarzen klinken hard op de natte kasseien van de Vismarkt.
Of is kasseien teveel een importwoord. Nou, 'Kinderhoofdjes' dan.
Mijn moeder houdt vast niet van deze laarzen.
Teveel Zwart. Te veel leger.
Te veel oorlog.
Maar ik voel me er jong bij.
Ik glimlach, het is druk. Mensen schuilen. Anderen schreeuwen.
"Vier mango's voor één euróó"
"Twee bloemkolen één euró"
De zaterdaghulp graaft vijftig cent uit een krat appels.
Brie en brokkelkaas.
In mijn eerste stopweek mag ik lief zijn voor mezelf.
Aubergine, venkel en snijbonen.
In mijn hoofd zie ik slechts paffende roze olifantjes.
Arabisch brood, cucuk worst, gebrande nootjes.
Mensen verstoppen zich in capuchons.
De honing- en stroopwafelkraam zijn al bijna klaar.
Ook de kousenman wurmt de laatste natte losse benen in zijn kar.
Met volle tassen ren ik over de Grote Markt naar de halte.
De Martinitoren slaat kwart voor vijf. In de bus is wifi.
Vrouwen achter me praten over verzekeringen.
Ik lees dat mijn vriendinnetje vanavond meegaat.
Samen zijn we honderd jaar.
Straks gaan we op de fiets
In regenpakken.
Uit.
Ik dans achter de pannen.
God wat voel ik me jong.
Of is kasseien teveel een importwoord. Nou, 'Kinderhoofdjes' dan.
Mijn moeder houdt vast niet van deze laarzen.
Teveel Zwart. Te veel leger.
Te veel oorlog.
Maar ik voel me er jong bij.
Ik glimlach, het is druk. Mensen schuilen. Anderen schreeuwen.
"Vier mango's voor één euróó"
"Twee bloemkolen één euró"
De zaterdaghulp graaft vijftig cent uit een krat appels.
Brie en brokkelkaas.
In mijn eerste stopweek mag ik lief zijn voor mezelf.
Aubergine, venkel en snijbonen.
In mijn hoofd zie ik slechts paffende roze olifantjes.
Arabisch brood, cucuk worst, gebrande nootjes.
Mensen verstoppen zich in capuchons.
De honing- en stroopwafelkraam zijn al bijna klaar.
Ook de kousenman wurmt de laatste natte losse benen in zijn kar.
Met volle tassen ren ik over de Grote Markt naar de halte.
De Martinitoren slaat kwart voor vijf. In de bus is wifi.
Vrouwen achter me praten over verzekeringen.
Ik lees dat mijn vriendinnetje vanavond meegaat.
Samen zijn we honderd jaar.
Straks gaan we op de fiets
In regenpakken.
Uit.
Ik dans achter de pannen.
God wat voel ik me jong.
vrijdag 2 oktober 2015
Doe je dat, eh . . . als hobby?
"Als hobby? Tja, nou ja, hóbby. . .
Kijk, ik wilde eerst actief worden binnen een politieke partij, maar dit is iets concreter, hè. Net zoals je lid kunt zijn van de OR op je werk. Of in de medezeggenschapsraad op school. Uit maatschappelijke betrokkenheid, weet je wel. Dánsen, dát is meer mijn hobby. Dat vind ik leuk om te doen. Voor mezelf. Snap je?"
Vreemd. Dat ik dat uit moet leggen. En ze zit nog wel in het onderwijs.
Anderzijds. Zo vanzelfsprekend is het niet. Niet iedereen werd als kind in slaap gewiegd met de cadans van de stencilmachine op zolder. Voor het partijprogramma, notulen van De Wereldwinkel of weet ik wat. Of werd voor een lang weekend meegetroond naar een oefensessie vol strijdvaardige muziek. Het lot -of de zegen- van kinderen van ouders als wereldverbeteraars.
De bandleden schijnen eens te hebben geluisterd naar hoe ik 's nachts 'De Internationale' zong. In mijn slaap. Vond ik niet leuk. Dat ze dat de dag erna vertelden. Wel leuk was het om 's ochtends te zien hoe de honden van de drummer -of was het de bassist- de halflege pijpjes pils leegslobberden. Voor de volwassenen gold dacht ik een omgekeerde waardering. Zo gaat dat soms.
Mijn moeder zit nog steeds in een band. Ze speelt niet meer bij demonstraties. Wel op straat. Of op de Russische ambassade. Mijn vader roert zich nog steeds binnen de politiek. En hij schildert. Net als toen. Als hobby.
En vanavond toog ik zelf naar een maatschappelijk betrokken praatclubje. Die bleek pas volgende week plaats te vinden (geëngageerd zijn valt ook niet mee). Maar om nu gelijk huiswaarts te keren en mijn zoontjes hun moedervrije avond te ontnemen, dat vond ik wat flauw. Ze stonden toen ik thuis wegfietste braaf gebroederlijk aan de afwas. Bij de afscheidszoen dicteerde ik hun bedtijden (die bij afwezige ouders natuurlijk horen te worden overtreden).
Kinderen. Ook een soort hobby.
Dus dook ik maar de nabijgelegen pizzeria in. Voor een espresso. En om de oudste van mijn drie zoons dag te zeggen. Die er in de keuken werkt. Toevallig tafelden daar ook mijn voormalig buurvrouw en buurmeisje. Met een vriendin. Ze smulden van de pizza's die Frans had gebakken.
Koken? Een hobby!
En zo praatten we dus over het fenomeen 'maatschappelijke betrokkenheid'. En waarom iemand zich überhaupt bezig wil houden met zaken als huurverhoging of doorstroombevordering. Ik vertelde over de nieuwe woningwet en over de geschiedenis van de woningbouw in Nederland. Dat ook ooit als een soort hobby begon. Van het Nederlands schakelden we al gauw over op het Engels. Omwille van de Poolse dame, die ook aan tafel zat. Zij legden uit hoe ze vriendinnen waren geworden. Via Nederlandse les. En dat de Poolse Italiaans sprak.
Uit liefhebberij.
Oooh! Jááá!
Liefhebberíj!!
Dá's pas een mooi woord.
En een mooie bezigheid.
Ik moest maar weer eens gaan dansen.
Uit liefhebberij.
Kijk, ik wilde eerst actief worden binnen een politieke partij, maar dit is iets concreter, hè. Net zoals je lid kunt zijn van de OR op je werk. Of in de medezeggenschapsraad op school. Uit maatschappelijke betrokkenheid, weet je wel. Dánsen, dát is meer mijn hobby. Dat vind ik leuk om te doen. Voor mezelf. Snap je?"
Vreemd. Dat ik dat uit moet leggen. En ze zit nog wel in het onderwijs.
Anderzijds. Zo vanzelfsprekend is het niet. Niet iedereen werd als kind in slaap gewiegd met de cadans van de stencilmachine op zolder. Voor het partijprogramma, notulen van De Wereldwinkel of weet ik wat. Of werd voor een lang weekend meegetroond naar een oefensessie vol strijdvaardige muziek. Het lot -of de zegen- van kinderen van ouders als wereldverbeteraars.
De bandleden schijnen eens te hebben geluisterd naar hoe ik 's nachts 'De Internationale' zong. In mijn slaap. Vond ik niet leuk. Dat ze dat de dag erna vertelden. Wel leuk was het om 's ochtends te zien hoe de honden van de drummer -of was het de bassist- de halflege pijpjes pils leegslobberden. Voor de volwassenen gold dacht ik een omgekeerde waardering. Zo gaat dat soms.
Mijn moeder zit nog steeds in een band. Ze speelt niet meer bij demonstraties. Wel op straat. Of op de Russische ambassade. Mijn vader roert zich nog steeds binnen de politiek. En hij schildert. Net als toen. Als hobby.
En vanavond toog ik zelf naar een maatschappelijk betrokken praatclubje. Die bleek pas volgende week plaats te vinden (geëngageerd zijn valt ook niet mee). Maar om nu gelijk huiswaarts te keren en mijn zoontjes hun moedervrije avond te ontnemen, dat vond ik wat flauw. Ze stonden toen ik thuis wegfietste braaf gebroederlijk aan de afwas. Bij de afscheidszoen dicteerde ik hun bedtijden (die bij afwezige ouders natuurlijk horen te worden overtreden).
Kinderen. Ook een soort hobby.
Dus dook ik maar de nabijgelegen pizzeria in. Voor een espresso. En om de oudste van mijn drie zoons dag te zeggen. Die er in de keuken werkt. Toevallig tafelden daar ook mijn voormalig buurvrouw en buurmeisje. Met een vriendin. Ze smulden van de pizza's die Frans had gebakken.
Koken? Een hobby!
En zo praatten we dus over het fenomeen 'maatschappelijke betrokkenheid'. En waarom iemand zich überhaupt bezig wil houden met zaken als huurverhoging of doorstroombevordering. Ik vertelde over de nieuwe woningwet en over de geschiedenis van de woningbouw in Nederland. Dat ook ooit als een soort hobby begon. Van het Nederlands schakelden we al gauw over op het Engels. Omwille van de Poolse dame, die ook aan tafel zat. Zij legden uit hoe ze vriendinnen waren geworden. Via Nederlandse les. En dat de Poolse Italiaans sprak.
Uit liefhebberij.
Oooh! Jááá!
Liefhebberíj!!
Dá's pas een mooi woord.
En een mooie bezigheid.
Ik moest maar weer eens gaan dansen.
Uit liefhebberij.
zondag 10 juni 2012
Komt een vrouw bij de
Laat ik die zin maar niet afmaken. Ik ben niet zo bekend met de auteursrechten in blogland. Pochen dat je kind op een filmster lijkt mag misschien nog nèt, maar dit riekt vast te veel naar misbruik. Heel Nederland weet intussen wel waar die vrouw kwam.
Ook ik moet misschien maar 's naar een dokter. Voor mezelf. Niet voor 'n ander, zoals ik vorige week deed bij de bloedbank, waar de dienstdoende arts me er op wees dat niet alleen mijn ijzergehalte maar ook mijn bloeddruk te laag was. Iets beter voor mezelf zorgen dus. Mijn eigen huisarts sprak ik trouwens ook al. Maar dat ging dan weer over hypotheken, Afrika, drugs en de klassenverdeling. Dat heb je zo, met een dokter die kinders heeft op dezelfde school als je eigen kroost.
Ok, prima, geen dokter dus. Dan gaat die vrouw toch gewoon naar de markt. En niet naar de gewone markt. Nee, dit was een heuse een-uur-voordat-het-Nederlands-elftal-moet-spelen-markt. Da's net zo zeldzaam als die Venus die eerder deze week voor de zon langs ging. Ik zag het niet, want ik was niet op Ameland. En in de rest van het land was Venus afgeschermd door een dik wolkendek. De aardappelman wist me bij het volscheppen van een zak muizen nog vrij relaxed te melden dat je die lekker in de schil kunt koken (vast geen voetballiefhebber). Ook de kaasvrouw was in voor een babbel. Ze vroeg hoe het met de vriendin van de vriendin was, die al twee keer was geopereerd aan een hersentumor. En toen ze vorige week kennis had genomen van mijn status van gescheidene (Goh, jee, echt wáár meid?) gaf ze me, met invoelende blik, een stuk kaas kado. Ik nam me voor om me dit keer ook
Nu ging het er om spannen. De fruitman had zijn appels al onderop de kar gezet. 'Doe maar tien kiwi's', het eerste dat ik zag, 'en een doos aardbeien' en weg was ik. De A-kerk wees vijf uur aan. De poelier was zijn kar al van het plein af aan het manoeuvreren. Oranje leeuwen fietsten, laverend met sixpacks bungelend aan het stuur, tussen de marktkarren door. De groenteman maakte er geen geheim van en zei, meer geïrriteerd dan verontschuldigend: 'Ja, hoor 's, ik wil de wedstrijd zien' en drapeerde zijn zeil over de broccoli. Geen groente dus.
Het leek alsof op elk moment een onweersbui kon losbarsten (gister, vrijdag, was ècht de bliksem ingeslagen in de Herestraat). De bloemenboer reed zich klem en stond met zijn neus bijna tegen de SUV van de Belg die zijn friettent wegsleepte. Achteruit rijden was onmogelijk. Ze blokkeerden beiden het fietspad voor de Korenbeurs, dat toch al volstond met barrels omdat iedereen nog gauw iets lekkers wilde scoren bij de AH. Er stonden welgeteld nog zes pijpjes pils van mijn favoriete merk in het allerlaatste krat. Voetbal op de buis betekent bier in je kruis.
Het was leuk geweest om de tijdstippen te noteren waarop de oerkreten opstegen uit de stad. En dan de toonhoogte of lengte van het gebrul te verbinden met doelpunten of gemiste kansen. Vergelijkend onderzoek doen. Met hoe apenkreten klinken of wat het met seks van doen heeft. Want soms leek het alsof heel Groningen tegelijkertijd (bijna) tot een hoogtepunt kwam. Na afloop hoorde ik dat Nederland met 1-0 verloor tegen de Denen. Arme Denen. Kunnen ze voorlopig niet rustig over hun markt struinen. Misschien hadden ze seks gehad voor de wedstrijd. Of juist niet. Ik las deze week een artikel over onderzoeken (meer het gebrek hieraan) die aantoonden dat dit voor sporters prestatieverhogend (of juist verlagend) zou werken. Over spieren, aandacht en het 'knuffelhormoon' oxytocine. Misschien moest ik maar 's onderzoeken of er nog dansgrage gedesillusioneerde manspersonen in de stad zijn.
Ik stuur een sms. Of hij nog gaat dansen. 'Als je me vraagt', luidt het antwoord. Tja. Het is laat. Nachtrust is een goed medicijn voor je weerstand. Hij vraagt of ik bij hem kom. Maar ik ga slapen. Ik hoef geen wedstrijd te winnen.
Zondagochtend eet ik verse radijsjes uit de kindertuin.
Die zijn rijk aan ijzer naar het schijnt.
Un ravanello al giorno, toglie il medico di torno
(a radish a day keeps the doctor away).
Er komt geen vrouw bij de dokter.
En ook niet bij de groenteboer.
Een gezonde zondag allemaal!
woensdag 26 oktober 2011
Eikel
Laat ik er van uitgaan dat het een vent is. Want hoewel mannen beter bedreven zijn in het zich slachtoffer voelen, -dan de ander sekse- vind ik 'man' toch te veel eer voor de afzender van de mail ik onlangs kreeg.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.
Watskeburt?
Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti
Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet
Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).
Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!
Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?
Eikel.
Hoewel?
Vent?...
Wees een vent?.......
dat impliceert toch dat er sprake is van een man met ballen? Maar iemand die 'stenen vanuit het donker gooit' zoals mijn minnaar het treffend omschreef, is toch, in eerste instantie, meer een klootloos mannetje.
Watskeburt?
Wel, ik trof in mijn mailbox de volgende vraag aan:
of ik 'nog wel es (!) mannen gebruik terwijl ik stiekem een relatie heb?'
Ondergetekende: Slachtoffer.
Aanhef: Slehti
Even ontleden:
1. Ik gebruik wel eens mannen. (Waarvoor? Waar? Wanneer of Hoe?)
2. Ik heb een relatie. (Met wie? Sinds wanneer? Als die stiekem is, hoe weet Slachtoffer dit?)
3. Ik heet Slet
Aan een taalkundige, grammaticale of andersoortige ontleding waag ik me maar even niet (meeste taalfouten haalde ik er voor het gemak maar even uit).
Ik was geneigd om het mailtje te beantwoorden -mysteries zijn er ten slotte om te ontrafelen- maar heb de verleiding kunnen weerstaan. Beter een blogje. Want wat verder te doen met dit sujet. Dat wellicht zelfs vrouw is. Ja, een getrouwde vrouw! Die me uit mijn tentje naar haar tentje wil lokken! GTST!
Volgende keer dat ik me in het uitgaansleven stort, neem ik een benzinestift mee. Niet om de één of andere toiletdeur te voorzien van een grote lul. Ook niet om bij mezelf een stip op mijn voorhoofd te tekenen zodat ik me niet langer geroepen voel om een geïnteresseerde mannenblik ogenblikkelijk te beantwoorden met 'verspil geen moeite, ik ben niet op zoek'. Nee, met die stift zal ik degene versieren die rood aanloopt als ik hem/haar aanspreek met "Hé slachtoffer, alles goed?". Door met grote letters 'malaka' op zijn/haar hoofd te schrijven. Wat rukker betekent in het Grieks. En, omdat een blogje uitsluitend voor dit balloze, stenen gooiende slachtoffer me toch iets te veel van het goede is, sluit ik af met een liedje over een malaka, een rukker dus. Van Lucio Dalla. Het gaat Over Bologna, Berlijn, een linkse hoer en een onderbroek. De melodie is niet erg verheffend. Toch benieuwd naar hoe dat klinkt? zo dus. Wie de taal van deze cantautore machtig is, kan hier de tekst lezen Disperato Erotico Stomp. Grappig genoeg staat er accappella waar eigenlijk 'capella' moet staan. Wat dàt nu weer betekent?
Eikel.
Labels:
'de ander',
beeld,
blog,
Dalla,
dansen,
jagen,
Lucio Dalla,
man,
man-vrouw,
relatie,
schrijven,
seks,
taal,
uit,
uitspraken,
vrouwen
Abonneren op:
Posts (Atom)
