Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek. Alle posts tonen

vrijdag 22 november 2024

De Tolk van Java en meer

Een groot lezer ben ik niet maar soms gebeurt het. Dan trek ik ergens een boek uit de kast, begin te lezen en heb geen rust aleer het uit is. Dat gebeurde nu weer met 'De tolk van Java' van Alfred Birney. Kwam het door de stijl, het onderwerp, de opbouw of mijn zijdelingse betrokkenheid bij deze geschiedenis?

Om met het laatste te beginnen: mijn oude schoolvriend en sinds drie jaar mijn lief is net als Birney's  hoofdpersoon kind van een Chinese moeder van Java en een Nederlandse vader. We bezochten onlangs samen het graf van zijn ouders in Den Haag, de stad waar ook de school stond waar mijn vriend en ik elkaar veertig jaar geleden leerden kennen en waar zich een groot deel van 'De tolk van Java' afspeelt. Een boek over keuzes, jeugd- en oorlogstrauma's, rivaliteit, de roep om erkenning. De gevolgen van het gemis van die erkenning en het doorgeven van pijn.

Naast betrokkenheid ervoer ik ook een soort herkenning in stijl en onderwerp als schrijver. Zoals het gebruikmaken van verschillende ik-personen, die elkaar afwisselen maar ook het veelvuldig gebruik van een monologue interieur. Het specifiek benoemen van straatnamen (Melis Stokelaan, Loosduinen), kleuren, geuren ('weeïge zoete geur van verbrand mensenvlees'), muziek (Vera Lynn maar ook 'een platenhoes waarop een leger konijnen prijkt'. Ik heb ze stuk voor stuk gegoogled en beluisterd) en woorden die horen bij het land, bij het plaats delict zijn allemaal zaken waar ik zelf ook zeer bewust en -naar de smaak van mijn uitgever soms te vaak- gebruik van heb gemaakt. Geweld en de desastreuse gevolgen hiervan zijn thema's van beide boeken. Aan het opgroeien in een land waar je niet thuishoort of waarvan omstanders menen dat je er niet bij hoort heb ik zelfs de titel van mijn boek ontleend: 'Niet van hier' (helaas is deze titel hierna ook door de zus van Theo Maassen gebruikt voor haar boek) 

Mooi detail is om te melden dat degene die het boek kado gaf aan mijn vriend zelf ook nogal een samenraapsel van afkomsten vormt. Iets van native Americans en Frankrijk. Haar man zat als kind in een Jappenkamp en wordt nu hij op leeftijd is 's nachts door zijn herinneringen geplaagd.   

Ik zou Alfred Birney graag laten weten hoe fenomenaal ik zijn boek vind. Maar ik heb geen facebook, heb Twitter aan de wilgen gehangen en weet verder niet hoe ik met de auteur in contact zou kunnen komen. Ook zou ik hem schrijven dat het me soms duizelde van de namen. Toevallig was dit dezelfde kritiek die sommige lezers op mijn boek hadden. In het uitzonderlijke geval dat Alfred bij een nachtelijke googlesessie toch zijn eigen naam intypt en hier uitkomt: dank voor het delen van het verhaal en dat van je vader, moeder, voorouders en verwanten. 

Op de omslag van de 'Tolk van Java' prijkt een zwart wit foto die waarschijnlijk afkomstig is uit het archief van de auteur. Ook ik had graag een zwart wit foto op de cover van mijn boek geplaatst. Hoewel er, om andere redenen dan bij Birney's boek het geval was, niet veel foto's van de hoofdpersoon uit mijn roman voorhanden waren. Helaas vond mijn uitgever dat de door mij aangeleverde foto van een te slechte kwaliteit was en niet gebruikt kon worden. Maar wat Birney kan, kan ik ook. Tijd voor een herdruk, bij De Geus bijvoorbeeld. Of, dat kan natuurlijk ook, de gedetailleerde aantekeningen van mijn helaas al in 1983 overleden schoonmoeder in een roman gieten. Het was haar droom om journalist te worden, ze sprak veel talen en ook zij beschrijft de cultuurshock toen ze in de jaren zestig in Nederland aankwam heel beeldend. Helaas heb ik haar nooit gekend. Nog spijtiger is dat mijn vriend nooit afscheid van zijn moeder heeft kunnen nemen. 

woensdag 11 februari 2015

De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen (2)

Na het eten ontvlucht ik de chaos en geniet buiten, lurkend aan mijn peukje, met een pijpje pils en vingerend met lettertjes, van mijn nieuwste verslaving wordfeud. Met onder meer mijn nichtje in India. Intussen bouwen drie jongens in mijn woonkamer verder aan hun hut a la Khadaffi. Dat de boekenkast die ik nog steeds niet aan de muur heb verankerd hierbij als tentstok fungeert, baart me enige zorgen. Maar het grut is per slot geen kleuter meer, dus ik speel vrolijk verder. 'Hoeren', verschijnt er op mijn aaischermpje. Zelf leg ik 'zeden'.

Drank, roken, seks en spel. Zoveel onreinheid is natuurlijk de goden verzoeken!


Binnen klinkt een harde klap en wat gerommel. Ik ren naar binnen en daar ligt het kroost bedolven onder een berg doeken. Er bovenop losse planken en massa's verhalen. De bescheiden 'Borst' van Philip Roth, 'Vermaledijde vaders' van Monica van Paemel en een vuistdikke Koran. Gemixt met non-fictie als 'Wie luidt de noodklok over de Arabieren' en het inmiddels wat achterhaalde 'De gesluierde Eva'. 'Russisch Blauw' van Rasha Peper, Gunter Gras, Peter Hog, Junichiro Tanizaki en ook mijn eigen dagboeken die ik vanaf mijn elfde bijhield liggen er tussen. Bovenop pronkt 'De gifhouten bijbel' van Barbara Kingsolver, over wat godsdienstfanatisme met een gezin doet. De hele heilige en heidense wereld is bovenop hen gedonderd.

Primo Levi verloor helaas zijn kaft, Farah Diba's biografie mankeert niks maar internet ligt er wel uit. De jongetjes zelf zijn gelukkig ongedeerd. Boos ben ik niet. Wel deel ik, als een commandant aan het front, bevelen uit (er komt nog bezoek). Het speelvriendje vraagt, al bladerend in het oude testament: "Ging jij vroeger naar de kerk, Lehti?" en "Waarom ligt hier dan een bijbel?"

Als alle boeken op stapels in de vensterbank liggen, de hutkoffer weer vol is en de nu lege kast weer op zijn pootjes staat, wordt het vriendje opgehaald. Ik breng mijn eigen jongens naar bed. Dan komt mijn logee: een moslima in minirok. Haar dochter is vandaag jarig en ze ontvlucht thuis de herrie. Gelukkig is het bij mij rustig. We zagen elkaar niet voor een jaar en we kletsen bij met sterke thee. Over familie: Ze is inmiddels oma en haar schoonzonen zijn blanke Nederlands. Over inburgeren: Met al die onbedekte ramen heb je toch nooit privacy? Ik waag haar maar niet te vragen of schoonheidsspecialistes voor hun inkomsten nog steeds afhankelijk zijn van dames van lichte zeden.

Om middernacht maak ik voor haar een bedje op de bank. Mijn muur van boeken fungeert als tijdelijk gordijn. Voor haar privacy. En zo worden mannen, die morgen op de dag des Heres naar de kerk lopen, niet afgeleid door haar mooie slapende gezicht. Maar misschien loeren ze wel liever door een opgelichte sluier naar mijn literatuur. Naar de boeken die me heilig zijn.
Omdat ze mijn horizon verbreedden.

Ze mogen ze hebben.
Mijn blik richt ik graag naar buiten.






zondag 9 december 2012

Wilde boeken en de jacht

Er was eens, een jaar of zes geleden, in een huis hier onder mij, een stel dat elkaar sinds twee decennia kende. Zij was wild en hij las veel. Het verbaasde haar dan ook niet, dat hij verslingerd raakte aan 'zwerfboeken', beter bekend als 'bookcrossing'. (voor uitleg verwijs ik naar de officiële website van dit bizarre maar heerlijke tijdverdrijf om 'van de hele wereld een bibliotheek te maken').

De man ging bij nacht en ontij op jacht naar boeken. Want als er een boek werd losgelaten in het wild, ontving hij een 'release alert'; een melding over de plek waar het boek wachtte om bejaagd, gepakt en gelezen te worden. En als hij, of een andere boekenjager, zijn prooi binnen had, meldde hij zijn vondst op het net. Elk lid dat eens het boek in handen had gehad, kon zo volgen welke reis het aflegde. Oudgedienden mopperden op fora soms dat dit hijgerige jagen weinig meer met lezen had te maken. En echt ongelijk hadden zij niet. Wat te denken van een boek dat onderin een zandbak lag begraven of dat zat vastgebonden aan de slagboom van een overweg, zodat alleen bij het langskomen van een trein, onder het oog van tientallen wachtende fietsers, het boek kon worden losgepeuterd? Heeft niks met lezen van doen. Maar daarom niet minder leuk. 

De man legde en joeg op boeken. En hij niet alleen. De Groningse scene haalde er zelfs de krant mee. Men opereerde onder schuilnamen, een persoonlijke foto op je profiel was zeldzaam. Ook wie man of vrouw was, bleef vaak onduidelijk. Spannender dan facebook. Tot welke hilarische toestanden dit soms leidde, kan een goed jager teruglezen in de archieven van bookcrossing. Hier beperk ik me tot het boekenstel.

De vrouw kreeg er lucht van dat de uithuizigheid van haar ega niet alleen de jacht op boeken betrof. En ze bedacht -want dat gaat zo in sprookjes- een list. Zij werd, zonder dat hij het wist, zelf lid van de zwerfboekclub. Onder de naam 'Letterzetter'. Nu wil het toeval dat de vrouw toentertijd haar brood verdiende met het begeleiden van langdurig werklozen in een kringloopwinkel. En, net als bij tweedehands kleding het geval was, was ook maar een klein deel het ingebrachte leesvoer geschikt voor wederverkoop. Zo beschikte Letterzetter over honderden doorgedraaide boeken. In de trein naar huis selecteerde ze elke dag zorgvuldig de titels en broedde op haar plan. Ze zou een soort speurtocht voor hem uitzetten, door kwistig te strooien met boeken. Boeken over vrouwen, met wulpse plaatjes op de cover of met vrouwen in de titel. Waar hij dan op zou jagen, gissend wie toch die mysterieuze boekenlegger kon zijn. 

Aldus geschiedde. Hij volgde, maar vermoedde niet dat Letterzetter zijn lief was. De veelheid aan boeken en vreemde titels als 'Een vrouw volgt het spoor' wekten bij hem geen argwaan. Zelfs toen ze een boek afgaf bij een aardige 'abuela' van lichte zeden, en er op het forum druk werd gespeculeerd wie het boek bij haar zou durven afhalen, ging er geen lichtje bij hem branden. Maar liegen en leedvermaak waren niet echt haar ding, dus ze onthulde al gauw zelf haar grap. Toen was het even stil.

Letterzetter bleef langer lid dan nodig was voor de duur van de list, en ze kreeg al leggend en jagend, de smaak van het lezen te pakken. Ze maakte kennis met werk van Tom Lanoye, Nelleke Noordervliet en John Irving. En ze genoot met volle teugen.

Hoe het afliep met dat stel? Nou ja, dat ging dus, jaren later, alsnog uit elkaar. Zo gaat dat soms. Maar de boeken trof geen blaam, hoor. Sprookje van niks, hè. Geen spinnewiel, geen wolf, geen glazen muiltje ter verhoging van de feestvreugde, en zelfs geen behoorlijke moraal.

Scheiden doet natuurlijk lijden, maar opent ook het jachtseizoen. Op bewegend wild. En soms, soms levert die jacht dan weer een boek op. Een nieuw boek, nota bene. Als cadeautje. Nu schrijf ik zelden over boeken, maar aan dit boek had ik al eens een logje geweid. Zonder er in te hebben gelezen. Terwijl 1 miljoen Nederlanders me al voorgingen. Zal ik het dan toch wagen? Daar gaat ie: bladzijde 280: "We pakken het ritme op... op, neer, op, neer, op, neer ... en weer en weer en het voelt zo...lekker" (...) zwoegende (...) barstens (...) heftig (....) kloppend (....) tuimelend (....) kreten.

Hm. Ja ja. Wat zal ik doen met deze prooi? Ruilen of toch liever loslaten? Er zal vast gretig naar worden gezocht. Mijn eigen ingedutte instinct leefde gister ook even op. Want ik bejaagde een boek. Tussen de wortels in een winkel. En ik vond het!

Nieuwsgierig geworden? Ga ook op jacht! Waar? Nou, op zes december werd er in Amsterdam, bij de bloedbank aan de Plesmanlaan, een boek neergelegd. En fivergirl liet daar eerder al 'De vrouw van de keukengod', los. Ben je meer een type voor Baldacci?, die ligt in Zwolle te wachten op de vuilcontainer aan de Zanzegge. Misschien is ie nog warm van het lezen, want hij werd er vandaag neergelegd. In Groningen ligt in de poststraat 'de Pianoman' van Bernlef op nieuwe lezers te wachten. En ook in België ligt veel fraais. Zo reisde er een boek via Tilburg, Emmen en Castricum naar het station in Turnhout: 'Van aardbei tot zweepje'

Happy hunting! (en de vangst natuurlijk even melden)

zondag 7 oktober 2012

Nitrocelibaat

Het is geloof ik herfst.

Bentenge heeft het over het Terugvinden van evenwicht.

Olijf schrijft: Vandaag, de laatste tijd - zoals u al merkte - draaien een paar dingetjes vierkant en heb ik de grootste moeite om de weg van onschuldig positivisme te bewandelen.

Sanneke zegt: Ik ben een puzzel. Een kapotte puzzel, waarvan het knap lastig is de stukjes weer in elkaar te zetten. Tot nog toe is het niemand nog gelukt in elk geval, dus zal ik wel heel moeilijk zijn.

De verhalen van deze bloggers zijn echt. Over het verlies van werk, hun lief, een vriendin of gedoe met gezondheid. In het hier en nu kampen ze met twijfel en onzekerheid over wat gaat komen. Daarom hier een hopelijk opbeurend boekenlogje. Tevens in het kader van de kinderboekweek. Verhalen op papier, verzonnen of waargebeurd, om te lezen, voor te lezen, te geven, krijgen of te verslinden.

Want lezen is leuk. Voorlezen ook. Laura en Iris lazen eens voor in de trein, uit Winnie the Pooh. Jammer dat ze niet zo'n succes hadden. Ik lees zelf weinig, maar lees wel voor. Guus Kuijer, Thea Beckman, Roald Dahl en natuurlijk alles van Annie M.G Schmidt. Alles? Nou ja, je weet wel, Pluk en Otje en zo. Maar toen ik onlangs het laatste deel van Mees Kees uit had (moet je lezen!) en er geen biebboeken meer in huis waren, zag ik toch iets van haar hand in de kast dat ik nog niet kende (ja, dat kan ècht, bij wie ooit in de kringloop werkte kàn dat: boeken in je bezit hebben die je niet kent), nog nooit van gehoord zelfs. Zou het niet goed zijn? Of komt het door die vreselijke titel?

Al voorlezend leek het boek een reactie op de kritiek die Annie M.G.Schmidt kreeg (Jip en Janneke zijn dood), vanwege te braaf en te rolbevestigend. Nee, neem dan Jorrie en Snorrie (ja, dat is ècht de titel). De ministers in het verhaal zijn vrouw, er is een bom, er wordt gedemonstreerd en met tomaten gegooid (zou de SP toen al zijn gesticht):

Woedend waren ze. Ze waren van plan de jubeltrein te bekogelen met tomaten en komkommers. Maar waarom dan? Wel, er werd beweerd dat hun tomaten niet deugden. De gezondheidsraad had ontdekt dat er nitrocelibaat in hun tomaten zat. En nu moesten ze alle tomaten vernietigen. terwijl het puike tomaten waren zonder een spoor van nitrocelibaat. Schande. Protest!

Kijk, ik hou van dit soort knipogen. Ik ken weinig boeken die voor kinderen èn volwassenen geschikt zijn. Dat merkt ook Novy in 'Voorleesseizoen'. Ze krijgt het intussen misschien wat heet met het voorlezen over haar holenbeer. Sanneke nodigt in 'Voorleesvirus' uit om te bloggen over mooie voorleesboeken. Bij deze. Mijn favoriete (kinder) (voor) leesboek is nog steeds "De verdwenen prinsessen of Milo's fantastische reis door het land van letters en cijfers", (ook hier per ongeluk als tweedehands beland). Leo wil zelden worden voorgelezen, maar dit boek las ik hem meer dan één keer voor. Ook leuk voor volwassenen:

'Wel, wel, wel, wel, wel, welkom, welkom, welkom in het Land der Verwachtingen, in het Land der Verwachtingen. Er komen tegenwoordig niet veel reizigers meer. Wat kan ik voor je doen? Ik ben de weergod.' 
'Is dit de goede weg naar Dictionopolis?' vroeg Milo een beetje beduusd door de uitbundige begroeting.
'Kijk eens aan, kijk eens aan, kijk eens aan,' begon hij weer, 'ik ken geen verkeerde weg naar Dictionopolis, dus als deze weg, wie weet, naar Dictionopolis gaat, moet het de goede weg wel zijn en als die weg er niet naar toe gaat moet het de goede weg ergens anders naar toe zijn, omdat er geen verkeerde wegen naar iets bestaan. Denk je dat het gaat regenen?'
'Ik dacht dat u het weermannetjes was, 'zei Milo knap in de war.
'Weermannetje', zei het mannetje, 'ik ben de weergod, want het is per slot belangrijker te weten of er weer weer komt, dan te weten wat we voor weer zullen krijgen.' En daarna liet hij een dozijn balonnen los die wegzweefden naar de blauwe lucht. Eens kijken van welke kant de wind weer komt.' zei hij grinnikend over zijn grapje en hij keek hoe ze in allerlei richtingen verdwenen. 
'Wat is dat eigenlijk voor iets, dat land der Verwachtingen?' vroeg Milo die de man niet grappig vond en behoorlijk aan diens verstand twijfelde.
'goeie vraag, goeie vraag, ' riep hij uit. 'je gaat altijd eerst door het land der verwachtingen voor je aankomt waar je heen wilt.'

En zo zou ik nog bladzijdes lang kunnen voltypen, ware het niet dat het al laat is, ik morgen moet werken en ik nog steeds niet blind kan typen.

Laat ik afsluiten met een gedicht van Jos van Venrooij, schrijver en tevens huisvader. Hij post tijdens de kinderboekenweek elke dag een gedicht van eigen hand. Ik zou het hier graag plaatsen, maar  volsta met link naar: 'Er zit een feest in mij'. Bij deze virtueel voorgelezen aan iedereen die het deze herfst moeilijk heeft. Dat een ieder genoeg gezondheid, liefde en werk mag krijgen om lekker te kunnen leven. Santé!




Ik breng een toast uit met een heerlijk glaasje nitrocelibaat. Best lekker op zijn tijd.

dinsdag 10 juli 2012

Positivo

"Welke dag is het, moet ik naar school? "Ik haat school, school is saai." 's Morgens, nog voordat Kees' ogen opengaan, zijn dit zijn woorden als hij rond zes uur naast me wakker wordt. Meestal komt hij om één uur 's nachts met een poeslieve glimlach mijn kamer binnen, checkt of broer Leo zijn plek in mama's bed niet al heeft ingepikt en rolt zich dan als mummie in mijn dekbed. Om drie, vier of vijf uur wordt hij vaak even wakker. Dat hoort bij zijn ziekte. Zo weten we sinds een jaar. Soms zakt hij door zijn benen, zoals gister, toen hij aan het tandenpoetsen was, en onderuit ging. Ik was blij dat hij niet net op de trap liep. Ook dat hoort er bij. En slapen overdag. Ook. Dikker worden. Hoort er ook bij. Hij nam zich voor om af te vallen en heeft zijn Sint Maarten snoep nog steeds. Weggooien mag ik het niet. Zijn tong die uit zijn mond hangt of slap wordt, zodat kinderen hem niet verstaan, zijn nekspieren die slap worden als hij lacht, elke dag minstens één pestbui. Of is ontroostbaar. Hoort er allemaal bij. En dat valt niet mee. Als je acht jaar bent. Op een maandagmorgen. Als je naar school moet.    
  
Maar zodra er ontbeten kan worden is het goed. Yoghurt of pap en als het even meezit ook de halve of hele boterham die ik voor mezelf had bedoeld. Hij geniet er van.   

 "Zullen we een andere route naar school nemen?"
"Goed"
"Dan kunnen we zien hoe ver ze zijn."
"Goed"










"Kijk, dat wat daar op de muur staat, daar ben ik het wel mee eens. Nu bouwen ze er tòch huizen" Bomen brengen vast te weinig geld in het gemeentelaatje voor zulke dure bouwgrond.
Kees denkt even na en zegt dan: "Ja, maar de mensen moeten toch ook ergens leven?"






Gelijk heeft ie. En er moet natuurlijk ook worden gegeten. Dus rooide hij diezelfde dag de aardappels. Uit het kindertuintje van zijn broer. Die huiswerk moest maken. 
Vanavond kwam er iemand aan de deur die naar hem vroeg. Hij had de eerste prijs gewonnen van een geschiedenisquiz. Een boekenbon van vijftien euro. Daar koopt hij misschien het volgende deel van 'Mees Kees' van. "Want", zo zegt mijn zoontje, "dat is een meester waar je blij van wordt."


zaterdag 26 mei 2012

Niet lezen, dit gaat over E-CO-NO-MIE


Muziek verlicht het werk. Dus luister ik tijdens mijn -bij tijd en wijlen enigszins geestdodende werk-, naar de radio. En mits ik geen hamerboor of zaagmachine ter hand neem, kan ik aardig volgen wat er door de verschillende dj's op Sky, Slam of 538 de ether in wordt geslingerd. De muziek wordt afgewisseld met een belachelijke hoeveelheid reclame, die, ondanks mijn standvastigheid als facebookloze zonderling (Nee, nee, nee, ik zit niet op FB!), speciaal op mij schijnt te zijn toegesneden. 'Beter boekhouden!', 'Goedkoper tanken!'.

Als ik al dat geram en geblaat dan beu ben, stem ik in de loop van de middag af op radio 1, de nieuws- en sportzender. Achtergronden, interviews, voorgenomen plannen in de politiek....zo blijf ik een beetje bij. Echter, steeds vaker bekruipt me het gevoel dat er alleen aan paniekvoetbal wordt gedaan. Ik kan zo zelden een spreker betrappen op een visie voor een wat langere termijn. Alles moet worden gevat in één zin of slogan, uitsluitend bedoeld om lezertjes, luisteraars, kiezertjes te scoren. 'Targets halen', heet dat geloof ik in economische termen. Want dáár gaat het de laatste tijd wel over. Over economie. Wat dat ook zijn moge. 'Geld rondpompen' of zo?

Neem nu het wereldnatuurfonds. Dat heeft zich kennelijk ook doelen gesteld, want de stem van één of andere geile presentator (milieu moet vooral sexy zijn) zegt, of liever gezegd beveelt de luisteraar dat hij NU iets moet doen aan het weghalen van eieren van.... van... ja om wat voor arm beest in de Stille Zuidzee gaat het eigenlijk? Met een sms van slechts twintig cent sus ik mijn geweten door het redden van een ei! Kan ik weer rustig slapen. En morgen weer naar de winkel snellen voor de laatste laarzen, handtas of ander verzinsel dat de zinnen prikkelt zodat die verrekte economie blijft draaien.

Wat stoort mij daar nu aan? Waarom wind ik me eigenlijk zo op? Het is al zo warm. Sheila Sitalsing, briljant columniste van de Volkskrant, legt in haar stuk 'IJsbeer' van woensdag 23 mei haarfijn uit hoe dat werkt met de hypocrisie in ons handelen als het om 'natuur' gaat. 'De buurman moet niet alleen de crisis betalen, we zien ook graag dat hij vaker de auto laat staan. Dan kunnen wij doortuffen en zeggen dat we het afschuwelijk vinden, van die ijsberen', besluit ze het stuk. Op de voorpagina ermee!

Een week eerder schreef Grunberg in dezelfde krant een stukje over 'wilskracht'. Hij haalt een interview aan met Roy Baumeister, een psycholoog die zou hebben gezegd dat het in het leven om intelligentie en zelfbeheersing gaat. En dat je van die twee alleen zelfbeheersing kunt vergroten. Waar wilskracht voor nodig is, zodat men driften als seks en agressie kan onderdrukken. En -nu komt het- economie wordt als vijand van deze wilskracht genoemd. Economische groei bestaat bij de gratie van consumenten die zich niet kunnen beheersen!

Grunberg noemde, naast de economie, ook 'de cultus van de authenticiteit', waarbij alle emoties in de openbaarheid moeten, als vijand van die wilskracht. Emoties zouden, net als toiletbezoek, een privéaangelegenheid zijn. Die onderdrukt dient te worden. Ik weet het niet hoor. Ik vind het wel fijn om te beseffen dat ook de koningin moet poepen. Het is een soort troost en het vermindert, mits het het hele scala aan emoties betreft, juist de afgunst. Teveel positieve emotie wakkert die afgunst en daarmee de economie juist aan. Willen we die weer op gang helpen, dan is het zaak om vooral de illusie van het groenere gras, de betere seks, de lievere echtgenoot, schattiger kindertjes en de dikkere auto te cultiveren. Want we willen net zo, of nee, nòg lekkerder, meer, luxer en beter eten, wonen, neuken en rondrijden dan de buren.

Dus, beste mensen, pimp je facebookprofiel zodat het geluk er van afdruipt! Zwijg over die slaande ruzie, je obstipatie gedurende die verre reis en schrijf vooral niet over die kindertjes die je het bloed onder de nagels vandaan halen. De beursgang van facebook past perfect in dit straatje. Een bedrijf dat niks maakt, niks produceert, maar kapitalen waard is, omdat het kan inhaken op onze jaloezie, onze driften, ons onbeheersbaar koopgedrag. 

Is dit angstwekkend? deprimerend? Niet getreurd. We hebben in elk geval het idéé dat we ons leven zelf in de hand hebben. Het is immers ónze hand die op die muis klikt? En niet God of 'Big Brother' waar George Orwell ons in 1949 met zijn boek 1984 voor waarschuwde. (Over lange termijn visie gesproken).

Ach, en dan is er altijd nog muziek. Die kun je zelf maken, op de radio beluisteren of is, na een paar muisklikken, te vinden op joetjoep. Ik wilde een link naar een liefdesslaapliedje. Maar om het melancholische walsritme van Francesco de de Gregori's buonanotte fiorellino te beluisteren, moet ik me eerst door een commercial heenwerken. Van een andere, modernere musicus, David Guetta. Hij maakt geen reclame voor zijn nieuwste cd, maar laat zich dik laat betalen om de elektrische auto van Renault aan de man te brengen. -Nerd wordt op sleeptouw genomen door enorme stoot.-
Sex sells.
Driften.
Je weet wel.

Slaap lekker.

zondag 22 april 2012

Jan, het paradijs voor de vrouw.


Die lag me daar toch zomaar op de deurmat!
Die Jan,
compleet met zeven postzegels.
Kan geen digitale post tegenop.









Langzaam openmaken.
Proeven.
Bruin papier.
Mooie letters
'Alles voor de naaister?'
Ik ben benieuwd.






O, een gidsje.

Van het paradijs.
Voor vrouwen
en kinderen
Waar we volgende week zijn.
In het Apulië van Olijf
Waar ik was in 1988
en 2003
en nu weer.
Ik heb zo'n zin!

vrijdag 23 maart 2012

Utrecht


Utrecht. Iedereen kent het, iedereen komt er langs. Als er seinen weigeren of bovenleidingen bevriezen, zitten in Utrecht als eerste de sporthallen vol gestrande reizigers. De dichtheid van snelwegen is er fabelachtig en de enorme fietsenzee trekt zelfs aandacht over de grens. Zie hier wat de Belgische bentenge er over blogt. En over bloggen gesproken, je schijnt er op zondagen ook BB-ers (bekende bloggers als Sanneke en Susy) tegen te kunnen komen. In Utrecht.

Maar ik verdwaalde er in verlaten onderdoorgangen, genoot er van de eerste lentezon en schoot plaatjes van de buitensporige bouwwoede die daar heerst. Zelfs op zondag. Ook de stations van Arnhem, Zwolle, Rotterdam en Den Haag zijn getransformeerd in bouwputten. Ook daar trof ik een kruip- en sluip- door van tunnels, bruggen, rammelende noodliften of 'door de NS ingezette bussen'.

Maar ik was in Utrecht. Waar ik keek hoe de trein naar Groningen werd aangekoppeld. En ik hoefde in Assen gelukkig niet met de NS-bus. Zoals twee weken eerder. Toen ik vreesde daar lang op te moeten wachten. Op zo'n bus. En daarom het laatste stukje meeliftte met een bevriende rapper die werd opgehaald door z'n vriendin. Een relaxte jongen die net was teruggekeerd van een tournee door Oostenrijk. Hij was in Wien, zo bleef hij stug volhouden. Van Wenen had hij vast nog nooit gehoord. Ach, ìk ken zijn muziek niet. Moet ik toch maar 's gaan kijken dan. Bij dope d.o.d.

Tja, poe, nou, wat zal ik zeggen. Niet ècht my cup of tea. 

Maar het boek dat Novy me leende dan weer wel. 
En dat is toch wel het fijnste wat er is:
trein - boek - zon.
Zonder 'gedeng gedeng', want het spoor is nu voegloos, aan elkaar gelast.
Lekker rustig.
  
Welk boek?
'De naam van de vader'. Van Nelleke Noordervliet.
Moet je lezen. Is gewoon goed. Echt goed.
Luister maar. 









woensdag 7 december 2011

G.G. Marquez, Pooh en Madelief

'Dat lijkt me nou een leuk boek', zegt Kees, als hij zijn blik over de ruggen van de boeken laat gaan. Van binnen moet ik lachen, en zoek naar goede woorden om hem te zeggen dat ik daar niet uit ga voorlezen. Maar, en dat is de kunst, de grootste uitdaging van het moederschap, althans in mijn geval, je hoeft niet overal op in te gaan. Sommige uitspraken zijn er gewoon om iets mede te delen, te delen. Dus beaam ik, zwijgen was ook een optie geweest, wat Kees al vaststelde: 'Ja, dat lijkt mij ook een erg mooi boek.'

Later vraag ik me af waarom Kees nu juist dìt boek zo aansprak. Wat vond hij zo mooi aan deze beduimelde verhalenbundel? Onbevangen kijken is ook een kunst. Wat zag hij wat ik niet zie? Het afgeschreven bibliotheekboek heeft een geel met rode kaft. Om het kiezen te vergemakkelijken, is er een doodskop op de rug geplakt. Dat oogt vast cool voor een zevenjarige.

Nieuwsgierig geworden sla ik het open. Eerste zin:
'Toen ik die ochtend in de krant de gruwelijke bijzonderheden zag staan omtrent de akelige vondst die in een hotel in Bologna was gedaan, wist ik dat het niet meer dan een kwestie van tijd zou zijn voordat de een of andere vertegenwoordiger van de politie zich tot mij zou wenden met het verzoek mijn invloed aan te wenden om Roman Calvo bij het onderzoek te betrekken.' (Haaaaaa = hap naar lucht). (door Alberto Edwards, 'De zaak van het reizende lijk')

Honderd bladzijden verder: 'Ik twijfel er niet aan dat we hier met een hoge piet in de onderwereld-hiërarchie van doen hebben, misschien wel de rechterhand van een maffia-voorman. Kijk maar eens naar het meubilair, kijk eens naar zijn huis, kijk naar - zijn vrouw.' (Pepe Martinez la Vega, 'De dode had zijn handen vol')

Als ik binnenkort met de trein naar Den Haag ga, komen we misschien Laura tegen. En dan leest ze ons voor uit 'Winnie the Pooh'. Kan ik aan haar deze 'Spannendste Zuid-Amerikaanse verhalen' geven. Of als zwerfboek achterlaten. Ik vind dat soort initiatieven briljant. Gewoon een beetje voorlezen in de trein. Jammer dat de mensen aan wie ze het vroeg minder gecharmeerd waren. Misschien kan ze voortaan beter aankondigen welk boek het is.

(...) 'kan een eerlijk man in dit godvergeten nest van hoeren, dieven en verkrachters van fatsoenlijke vrouwen nog niet eens één nacht rustig slapen? Wat is dat voor stelletje smerige cabrones voor mijn deur? Ik heb niet één miezerige vuile rotdruppel tequila in huis. Loop naar de hel, jullie smerige wormstekige honden. Ik wil slapen. Begrepen?'

Nou.
Poeh zeg.
Kees zette al grote ogen op (ik ben een ster in spannend voorlezen. Krijg er ook meteen van langs als mijn gedachten afdwalen: 'Je moet meer stémmen doen!'), goed, ik hoorde Kees' hartje al bonzen toen ik las over Madelief die haar fiets kwijt was. Ze dacht dat ie gestolen was. De dief bleek een aardige meneer die het ding in zijn schuur had gezet.

Voorlopig liever fietsen en madeliefjes dan lijken en doodshoofdjes.
Of woezels. Dat kan natuurlijk ook nog.

zaterdag 9 juli 2011

Strani Italiani


"Dit moét je lezen."

In het geval ik de persoon die dit zegt, èn diens boekensmaak mag, geef ik er, een enkel keertje, gehoor aan. Andersom gebeurt veel minder. Ben er de persoon ook niet naar om te veronderstellen dat mijn smaak strookt met die van een ander. Maar ook hierop maak ik, heel soms, een uitzondering. En hoewel ik op het punt sta om hier een dergelijk arrogante uitspraak te doen -alsof er niet nog een miljoen andere boeken op lezing wachten die vele malen mooier zijn-, volgt allereerst een kanttekening.

Over de stijl van de schrijver niets dan lof. Maar, ik vrees dat de inhoud, alleen voor gewezen (en deels genezen) Italofielen als ik, ècht leuk is (over arrogantie gesproken). Want een ieder die niet thuis is in de schizofrene houding t.a.v. giftige kersen, Communistische schranspartijen of gynaecologen 'di fiducia', zal wellicht slechts met groeiend ongeloof dit boekje doorlezen. Wel, voort hèn luidt de boodschap:

"Het is allemaal wáár."

Want Italiaanse kinderen wórden van de wieg tot het graf verzorgd.
Dat hóórt zo. Ze zíjn ziekelijk gepreoccupeerd met hun gezondheid (ook de alternativo's). Ze betálen zich scheel aan zwartwerkende (private) doktoren/loodgieters/stucadoors/ vul maar in*. En lopen hiermee te koop. Dat geeft status. (*Niets doorstrepen want het is allemaal van toepassing). Ze aanbidden ècht hun mamma's en willen het liefst tot hun zestigste bij hen in de buurt wonen. Op kamers wonen?, uitvliegen? Wat is dat voor modern gedoe.

Onnavolgbaar is ook hoe ze met bewondering en verachting op-/neerkijken tegen/op hen die een baantje bij de overheid hebben. Net als de wijze waarop deze betrekking is verkregen. En de uitgesproken manier, want dat zijn Italianen wèl vaak, uitgesproken, waarop wordt gepraat over
tomatensaus/ belastingpapieren/ gras/ bloeddruk/ de maan/ schoonmaken en alles wat zoal in het dagelijks leven voorbij komt en waar men zich maar enigszins een mening over zou kúnnen vormen.

Ok, ik hou op. Want èrgens hou ik toch wel van dat land. En haar inwoners. Veel zelfs. Aldus. Italianen nemen, ondanks een rijke wijncultuur, weinig alcohol tot zich. Zeker jongeren. Dronkenschap op straat is not done. Misschien leven ze zich daarom uit op de Istiklal Caddesi in Istanbul. Ver van huis. Ik hoorde daar verdomme tot 4 u 's nachts alleen maar Italianen brallen. Nee, Lehti, positief blijven!

Aldus. Het is een verademing om in een willekeurige Italiaanse stad 'fare le vasche', oftewel kijken en bekeken worden, op en neer te lopen zonder al dat bier dat bij dergelijke gelegenheden door Tedeschi wordt gehesen. Ook is de Italiaanse keuken verre te verkiezen boven de Nederlandse. Al gaan ze met dat koken soms wat spastisch om.
Geen brood op tafel? Dan wordt de sla niet aangeraakt. Onmogelijk. Linzensoep met vermicelli? Schande! daar horen van die kleine vlindertjes in. Desnoods 'ditalini' (vingertjes). Hoewel die toch eigenlijk bij de bonen passen.

Ok, basta. Ik woon er niet meer. Hoef me niet meer tig keer per dag om te kleden, mijn kinderen van kraakheldere kleding te voorzien en in gestreken uniform op school af te leveren. Waar ze de hele dag binnen zitten want de speeltuin is voor het gemak afgebroken. Ze zouden zich eens kunnen bezeren. Geen steekpenningen voor een werk- of verblijfsvergunning meer. Geen boerse carabinieri meer. Geen postkantoren en benzinestations waar één of ander bollo (zegel) moet worden gehaald voor één of ander reuze belangrijk formulier. Geen 'contacten' meer om onder de voortreffelijke Italiaanse wetgeving uit te komen, waar niemand iets van snapt en geen hond zich aan houdt.

Maar... zodra ik kan,.... deze zomer..... smeer ik 'm toch weer zuidwaarts.
Om weer te weten hoe de echte pizza bianca al taglio smaakt. Slechts voorzien van roosmarijn en grof zout. Want meer is niet nodig. Om, aan de kant een provinciale weg, een broodje 'porchetta' te eten (een heel varken vol venkel). Om op luide toon, druk gesticulerend, te discussiëren over om het even wat, bij een kop espresso, die nog een uur lang nagalmt op je palato. Wat nou capuccino?, dat is ontbijt voor watjes, man, streng verboden na tien uur!

Lees déze en andere voorschriften er maar op na in "Italiaanse buren". Het is met liefde geschreven. De auteur, Tim Parks, doet een geslaagde poging om de Italianen te begrijpen en laat tevens zien dat Noorderlingen, in de ogen van Italianen, al even vreemde wezens zijn. Vertaald door C.M.L. Kisling. Ook geschikt voor degene die het land dit jaar bezoeken.

Laat je niet afschrikken. Het is een heerlijk land. Vol strani Italiani.
Je moet dit lezen. En er dan heen gaan. Echt. Goditelo (geniet ervan).