Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

vrijdag 11 december 2015

Sint en Socrates

Wat gebeurt er in de luchtledige tijd ná Sinterklaas en vóór Kerst?
Er moet dan kerst gevierd op school, want als het ècht Kerst is, zijn de kinderen vrij. Marsepein en  chocoladeletters mogen niet meer, net als pepernoten. En 'Zwarte Piet moet blijven', maar ook weer niet te lang. Hij mag in de schoorsteen en op het dak. Hij mag vooral niet hangen in een boom met lichtjes.

Gewoontes, rituelen, tradities. Zo kunnen we ons fijn richten op de ander. Wat die allemaal niet goed doet. Omdat onze waarheid heilig is.

Daar heeft de dood allemaal geen boodschap aan. Die komt gewoon als het haar uitkomt. Of niet uitkomt. Maar komt wel. En dan word je, tussen Sint en Kerst, gebeld met de vraag wat je adres is. 
'Kerstkaartje', dacht ik toen eerst. Leuk, zo'n uitstervende traditie (waar heb je in deze niemandstijd anders een adres voor nodig?)
Maar het ging om een rouwkaart.

..........

Vanmiddag zijn er geen pepernoten of kerstkransjes.
Wel stroopwafels en chocolaatjes.
Want daar hield de man zo van.

Ook van Socrates, zo vertelde zijn dochter.
Die er bij is. Als het lichaam van haar vader straks tot as vergaat.
Tussen Sint en Kerst.


"To fear death, is nothing else but to believe ourselves to be wise, when we are not; and to fancy that we know what we do not know. In effect, no body knows death; no body can tell, but it may be the greatest benefit of mankind; and yet men are afraid of it, as if they knew certainly that it were the greatest of evils."

The reason is that a man, having to deal with other men, has no knowledge of them; for if he had knowledge he would have known the true state of the case, that few are the good and few the evil, and that the great majority are in the interval between them. 

 bron


woensdag 13 augustus 2014

Wil de overledene de modem even op de bus doen?

Niet dat er tomatensoep op de muren was gespat -hoewel ik wel een soepfeestje gaf om me door de kilo's pompoen en courgette heen te werken- maar toch voelde ik me een beetje als de dweilende 'zuster' uit Floddertje van Annie M.G. Schmidt. Op mijn knieën probeerde ik zonet om de restanten gescheurde reclamefolders onder de bank en de plinten vandaan te peuteren. Veroorzaakt door de twee dozen confetti die ik gister over me heen kreeg. Net op het moment dat iedereen zijn sinaasappel-kerrie-gorgonzola-soep stond op te lepelen (of piano speelde, tafeltenniste of stiekem zijn snotvingers in de verse pesto dipte).

Onnozel als ik ben, had ik niets vermoed toen alle scharen opeens weg waren, de perforator kapot ging, Leo en Kees het oud papier wel héél erg snel naar de container leken te brengen en ik achter de gesloten deur van de kinderkamer (waar zich naast mijn eigen kinderen ook een viertal nooit eerder geziene buurtkinderen van verschillende nationaliteiten en leeftijden had verzameld) het onmiskenbare geluid van mijn verroeste pastamachine hoorde.

Logisch dat ik niks doorhad. Was zelf druk doende met het versnipperen van kool en komkommer (nog een geluk dat ik geen tzaziki over me heen kreeg). Maar het resultaat van al die kinderkniparbeid lag vandaag dus in elke bilnaad van mijn huis. Dus kroop ik (samen met de veroorzakers) over de vloer om mijn woonst van haar carnavaleske karakter te ontdoen.

Het was trouwens niet alleen een soepfeest, maar ook een bedelfeest. Voor mijn verjaardag vroeg ik om de cadeaus achterwege te laten en het bedrag van de niet gekochte wijn/boek/plant in de bus voor mijn klusbus te stoppen. Die stuk is (en het is niet erg waarschijnlijk dat mijn autogarage wil worden uitbetaald in groente).

De vakantie was verder trouwens prima, maar het vertrek leek wel wat op 'Lola Rennt'. Twee nachten na elkaar vertrok ik van dezelfde plek, met dezelfde mannen, naar dezelfde bestemming. De eerste keer strandde in lekkend koelwater en veel sissen en 's nachts de marechaussee in donker Oost-Groningen storen om hen om water te vragen. De herhaling ging in de auto van mijn ouders (met achterlating van flink wat bagage).

Eenmaal in Tsjechië, probeerde ik, compleet gaar van het dubbele nachtelijk vertrek, de benodigde campingpapieren voor iedereen in te vullen. Maar dit sneeuwwitje haalde daarbij de namen van haar huidige en vorige vriend door elkaar. Dat is geen hogere wiskunde, want ze dragen dezelfde naam. Hetgeen bij de dagelijkse communicatie in dit fusiegezin wel eens voor verwarring zorgt ('Bedoel je eerstehans of tweedehans?').

'Dan kun je hun namen toch ook niet verwisselen?' Nee, daar heeft u dan weer gelijk in, oplettende lezer, maar wel hun TWEEDE naam (die ze beide vreselijk vinden, hen daarmee aanspreken is geen optie). En ook met hun geboortedata kan men de mist in gaan. Om het nog exotischer te maken waren de heren de eerste dagen beide aanwezig op de camping. En ja, ze deden wel samen de afwas, maar sliepen niet gezamenlijk in mijn tent. Verder nog vragen?

Bij het noteren van overlijden hebben andere mensen dan weer moeite. Zo bleek toen ik weer thuis was. (Met de trein, ik hou de zaken graag ingewikkeld. Waarmee ik de primeur had om WEL in Berlijn te zijn, en NIET uit te stappen). Thuis bleek ik te zijn afgesloten van de buitenwereld. Geen telefoon. Geen internet. Wel een brief met het verzoek om de (het?) modem retour te zenden.

Ze dachten dat ik dood was. Of zoiets. Had ik zelf veroorzaakt. Door hen er op te wijzen dat het niet erg zinvol was om steeds aanmaningen te sturen aan de vorige bewoonster. Die is overleden. Nadat ik de afdeling nabestaanden had gemeld dat ik toch echt niet dood was, volgden er excuses, twee maanden vrijstelling van betaling en zelfs een boeket bloemen (waar ik eerst geen kaartje op kon ontdekken en even vreesde voor een 'Derdehans').

'Zijn die voor de rouw of voor je verjaardag?' vroeg Leo jolig.


Slapen wil soms wel eens helpen om het hoofd koel te houden.
En niet te veel te dwalen.
Hoewel dat dwalen ook zijn charme heeft.

In het bos bijvoorbeeld,
Of tussen de schappen met ondefinieerbaar voedsel.
Of op een Tsjechisch kerkhof, op zoek naar mijn voorouders.

Of in een maisdoolhof.
Maar dat is pas morgen.












dinsdag 26 juni 2012

Mijn dominoom

Station Zwolle. Stromende regen. Mijn nicht, zijn voormalige schoondochter, haalt me op. We drinken koffie en praten bij. Over ouders en kinderen, over ziekte, zoeken en sterven. Samen wachten we op mijn vader. Zijn trein uit Amsterdam heeft vertraging. Het is zomer. Het is koud.

Even later rijden we met zijn drieën door een lommerrijk, maar drijfnat landschap. Hier preekte hij, vlak na zijn pensioen. Nu ligt hij er zelf. Hij wil niet meer, zegt hij, bij monde van zijn zoons. Want als ik naast hem zit, en zijn hand vasthoud, zwijgt mijn oom. Hij slaapt.

'Ik ben het', zeg ik zacht en noem mijn naam. Dezelfde naam als die van zijn eerste vrouw, die doodging toen ik nog klein was. Mijn tante was dolblij toen ze via de telefoon hoorde dat ze werd vernoemd. Mijn nicht met wie ik hier nu ben, stond toen naast haar. Dat verhaal kende ik niet. Net als andere verhalen die ik hoor. Dat mijn oom op zaterdag 'onder hoogspanning' zou staan, omdat het schrijven van de zondagspreek soms stress gaf naar het schijnt.

Mijn vader logeerde als jongetje wel eens in de pastorie. Bij zijn zus, die al het huis uit was en was getrouwd. Met een dominee. Dat gaf wel status, zij was 'de mevrouw' en mijn vader dus 'het broertje van mevrouw', maar er was vaak weinig geld. Soms kregen ze een dode haas of een levende kip. Loon in natura. Mijn oom en tante wisten er geen raad mee. Schijnen zelfs een keer een tapijt te hebben uitgerold om de kippen terug in het hok te krijgen. Het was vaak koud. In dat grote huis naast de kerk. Een tafeltennistafel bood soms soelaas. Ik weet er allemaal maar weinig van. Maar mijn oom kon goed vertellen. En had een goed geheugen. Daar dacht ik zondag aan, toen ik zijn hand vasthield en afwisselend keek naar zijn slapende gezicht en de foto op de vensterbank. Waarop de lachende vrouw stond naar wie ik ben vernoemd.

Zou hij ook vaak zelf zo hebben gezeten? Aan een ziekbed of sterfbed? Bij mensen uit zijn gemeente in Surhuisterveen, Arnhem of IJmuiden? Of hier vlak om de hoek, op de plek waar hij als jonge dominee als eerste werd beroepen, in het Ommelanderwijk van de jaren vijftig?

In de trein terug naar Groningen lees ik 'Millemorti' uit. Na een zwaarbewolkte, donkere dag klaart het 's avonds toch nog op. Een gouden gloed valt over de stad.

Mijn oom werd zondag, eergister, wonderwel nog even wakker. 'Hij zei niets verstaanbaars meer maar begreep alles knikte met zijn hoofd.' Zo lees ik in de sms van mijn zus. Die even was overgekomen uit Berlijn, voor een laatste groet aan onze laatste oom.


Vanmiddag oom twee uur is de dominee gestorven. Hij wordt maandag begraven. Niet naast mijn naamgenoot, die ligt op Texel. Want, zo zou zij gezegd hebben, je wordt begraven in de gemeente waar je sterft.
Het is goed zo.
Rust zacht oom.
Tot maandag. 

maandag 14 november 2011

Wonderbra's, Alzheimer en een aardbeving.

Ik blijf op de internationale tour. Dit keer geen Griekenland of Italië. Vrijdag belandde ik in Spaanstalige sferen. Of eigenlijk Caraïbische. Ik ga nèt genoeg uit om nog een paar danspasjes te kunnen onthouden maar weinig genoeg om de heren mijn gezicht te laten doen vergeten. Zodat ze mij wèl ten dans vragen maar er vervolgens achter komen, na één nummer, dat de dame in kwestie misschien best maat kan houden, maar dat daarmee ook zo'n beetje alles is gezegd. Nou vooruit dan, laat ik me niet hullen in valse bescheidenheid. Ik hèb lekker gedanst. En daar ging het mij tenslotte om.

De day after the night before word ik wakker in een vreemd huis. Dat mij inmiddels toch wel zó bekend is, dat ik er zowaar een aantal tv-zenders kan decoderen. Op de meeste kanalen wordt slechts een diarree aan reclameboodschappen uitgezonden. Wonderbra's, afslankmiddeltjes en dat soort stuff. Als er zendtijd voor is, zijn er kennelijk kopers. Ik vraag me af wie dat zouden kunnen zijn. Vooruit, de economie moet draaien. Ze doen maar.

Op een meer gerenommeerde zender worden een paar in Nederland woonachtige Italianen van stal gehaald. Op de vraag of ze zich schamen voor hetgeen zich voordoet ik 'hun' land, blijven ze het antwoord schuldig. Italianen houden wellicht van mannen met macht. Of die dat uitstralen. Dat zal het zijn. Als intermezzo is er een Griekse komediante. Die verkondigt terug te verlangen naar de tijd dat ze vragen kreeg over tzaziki. Hoe dat te maken. "Zie ik er uit alsof ik verstand heb van economie?' zegt Tula tot haar publiek.

De zenders zijn ontelbaar. Als ik ben aanbeland bij Irib2*, waar ik de voertaal niet van beheers, zit er intussen een simultaan vertaler naast me op de bank. "Jammer dat je het niet verstaat", zegt hij. Om dit gelijk weer terug te nemen, want eigenlijk schaamt hij zich kapot voor hetgeen op deze serieuze zender worden uitgezonden. Ik zie een interviewer in hip groen overhemd, die vragen voorlegt aan een hooggeplaatste geestelijke. Vragen die kijkers per mail hebben gesteld.

Het gaat niet over de resultaten van een vermageringskuur of hoe een pushup-bh je buste kan opkrikken. Maar voordat ik het meest bizarre antwoord hier opteken, ga ik terug naar de filmhuishit van 2011 'A separation' (Nog niet gezien? Doen!). Een prachtig psychologisch drama over een gebroken gezin in het Iran van nu. Het gaat vooral over wat scheiden met een kind (en ouders) doet, over (mis-) communicatie tussen mensen en tenslotte ook over Alzheimer en de zorgen die de zorg voor wie die dit heeft, met zich mee brengt. In de film wordt deze zorg toevertrouwd aan een arme, erg vrome hulp. Als deze vrouw per telefoon aan een geestelijke vraagt of ze de beplaste broek van de oude man wel mag verschonen, of dit niet als haram (onrein) wordt gezien, hoor je het bioscooppubliek gniffelen. Van ongeloof (hoewel ik me ook afvraag of één van de kijkers ooit, voor een hongerloontje, de piemel van een oude, hen onbekende man heeft gewassen). Ok, het publiek gniffelt en denkt 'Arme vrouw' of 'Wat een land' of 'Goede film'. Maar, en nu komt het, wat er in het hier en nu, in het èchte leven aan geestelijken wordt voorgelegd is vele malen gekker, absurder. En dat is geen film, dat is ècht. Of althans, de kijker moet geloven dat het echt is. Net als de wonder-bra. 't Is maar wat je gelooft.

Tegenover de hippe groene interviewer zit een godgeleerde in lang gewaad met witte tulband. Zijn voorhoofd is mooi donker gekleurd. Een teken van devotie. Het bewijst dat de man vol overtuiging bidt. Om de uiterlijke kenmerken van het geloof nog wat op te krikken, schijnen sommigen zich ook met een hard stuk touw of hete steen over het voorhoofd te wrijven, teneinde een dikke donkere eeltbult te kweken die parmantig onder de tulband uitsteekt (een ieder kweekt een grotere cupmaat op eigen wijze). Goed, de man in de jurk (de witjas in de afslankreclame) met bruine knobbel op het kale voorhoofd beantwoordt een kijkersvraag:

"Het kind dat wordt verwekt als je bij een aardbeving per ongeluk op de onder gelegen verdieping belandt, waar je tante woont, waar je dan geheel toevallig bovenop valt, dat is welkom." Het kind is niet vervloekt, verdoemd of hoe dat ook maar heet.

Huh, pardon? Dus als je huis instort is het eerste waar je aan denkt een vrouw penetreren? Ongeacht haar status of verwondingen, om daar een kind bij te verwekken en je vervolgens af te vragen of dit kind welkom is? De vraag of de vrouw in die omstandigheid überhaupt trek heeft in een potje vrijen, of een verkrachting, met/door haar neef nog wel, komt niet ter sprake. Hoe kòm je erop? Of, wat moet een mens verzìnnen om een 'ongelukje' goed te praten. Of, hoe peper je de kijker in dat alleen mannen, mensen zijn.

God spaar me. Ik ben blij dat ik geen Farsi versta en ook ben ik blij om te lezen dat het in 2010 voorgenomen bezoek aan Nederland door vertegenwoordigers van deze zender, vanwege enorm protest is afgeblazen. De delegatie zou in gesprek gaan met de heer Jan de Jong, directeur van NOS en de heer Henk Hagroot, directeur van NPO. Voor het geval de lezer denkt dat de tulband met het vrijpleiten van dit incestueuze aardebevingskind iets progressiefs heeft gezegd; op dezelfde zender propageert men ook dat een goede, gelovige vrouw zich bìnnen haar familie zou moeten bedekken. Voor de veiligheid (tja, je kunt per slot van rekening nooit weten wie er door je plafond naar beneden komt).

Ik drink hete Iraanse thee met saffraan. Na een heerlijk ontbijtje met Arabisch brood, Griekse yoghurt, walnoten uit Californië en Hollandse honing ga ik de deur uit. Ik mag de handschoenen van mijn vertaler lenen. Ze zijn niet zwart. Tussen mijn muts en mijn sjaal zijn alleen nog mijn ogen nog te zien. Het is helder en koud. De eerste rijp van dit najaar schittert in de zon.

Wat ben ik blij dat ik hier ben.
Dat ik kan zijn wie ik ben.
Een gescheiden ongelovige met hangtieten.
Morgen ga ik weer dansen.


* Het hoofd van IRIB wordt door de Opperste Leider van de Islamitische Republiek van Iran benoemd die de grootste hand heeft in het gewelddadig neerslaan van de Iraanse emancipatoire beweging. IRIB is naast de veiligheidsdienst en de Revolutionaire Garde een van de belangrijkste pilaren van het dogmatische regime in Iran, die belast is met het voeren van propaganda. IRIB heeft als staatsomroep het exclusieve recht om Tv-beelden uit te zenden. Maar niet alleen zijn alle beelden eenzijdig geselecteerd, IRIB richt zich specifiek op beeldvorming in het voordeel van het staatsapparaat, al is dat door mede opzetten van schrikwekkende show trials.
bron: http://iranpy.net/articles/796

zaterdag 15 oktober 2011

Rucola, dood, een voorstelling en weer muizen

Oktober begon zwoel aan het strand, werd toen grijs en nat en nu, nu we op de helft zijn, is het binnen warm en buiten koud. Een laaghangende, bijna witte zon, schijnt fel over de ontwakende stad. Bij het openschuiven van de gordijnen zie ik tientallen schoorstenen rook uitblazen. Voordat mijn eigen kachel aan is, ga ik met mijn rug naar het raam zitten. De zon verwarmt mijn zwarte trui. Lekker.

Na een ontbijt van rucola en gorgonzola, rij ik naar mijn werk in Leeuwarden. Om CV en elektra te repareren. En als de kachel en het licht bij de klant weer brandt, zet ik weer vrolijk koers naar het Oosten. Hoewel ik weet dat de reparaties nodig waren om bezoek een warm onthaal te geven. Rouwbezoek wel te verstaan. Van een nog niet overleden vrouw. Die nog geen jaar terug haar eigen moeder te grave droeg. Triest. Maar het verhaal dat zij nu, samen met haar broer, haar eigen begrafenis tot in de puntjes kan regelen, op de manier die het best bij haar past, ontroert me. Het is vast vele malen te verkiezen boven het plotseling wegvallen van een naaste. Warm.

Ik rij langs de kerk waar mijn oma ligt begraven. Die twee jaar geleden in mijn armen stierf, terwijl ik 'do bist myn femke' (je bent mijn meisje) voor haar zong. Net als zij dat, jaren eerder, voor mij zong. Ze ligt bij haar man. Die ooit als twaalfjarig bleekneusje uit Wenen naar Friesland kwam. Om aan te sterken. Net als Miep Gies. Ze gingen beiden niet meer terug. Op de dag dat ik zeven jaar zou worden, zou mijn opa de zeventig volmaken. Maar hij ging eerder dood. Toen was ik ontroostbaar. Nu is het goed.

De zon schijnt nog steeds uitbundig. Dit keer doet de Iraanse reggaemuziek het op de weg terug naar huis prima. Zou dat ook aan het weer liggen? Ik kan niet meezingen, want ik ben de taal niet machtig. Het betekent iets van "Zeg maar niks meer".

Maar ik zeg wel wat. Want Kees (7) was 's avonds weer meesterlijk. We stonden in de badkamer.
Of dat ook overging, die ziekte van hem, vroeg hij.
"Nee," zei ik, "die gaat niet over."
Kees: (zonder al te veel emotie) "Maar dan ga ik dood."
"Nee," zei ik "je gaat niet er niet dood aan en je hebt ook geen pijn, het is alleen wel strontvervelend. Van dat slapen en dat vallen. Maar het is ook bijzonder want het is een heel zeldzame ziekte die jij hebt."
Z'n ogen gingen twinkelen en ik zag dat er een plan in zijn koppie opkwam.
Kees: "O, maar dan kan ik wel een voorstelling geven, en dan komen er mensen kijken en dan wordt ik vet rijk!"
En toen stapte hij zingend onder de douche en zong hij, uit volle borst "Say, say, say." (x25). Na het zien van de clip besef ik pas hoe hilarisch de link is. Ik zag het niet eerder.

Met een beetje oktoberzon lukt het best om de zware zaken in het leven met lichtheid zien.
Zelfs de aardappels op de markt worden er mooi van.
Weet je hoe ze die noemen,
die piepers uit Andijk?
'Muizen'.