vrijdag 4 januari 2013

Het Panamacollege

"Nee, nee, niet in de stiltecoupé!" zeiden Leo en Kees tegen elkaar op het perron in Duivendrecht.  Nu had het voor henzelf weinig uitgemaakt, want in de ruim twee uur durende reis sukkelden ze om beurten in slaap. Maar in de coupé tegenover ons zat een onlangs uit Zuid-Amerika teruggekeerd gezin. Althans, ouders en broer (?) waren hun dochter/zus er gaan opzoeken en ophalen. Zo leek het. Het meisje was er vol van. Ze hield een betoog over de familieverbanden tussen M en M en W en K, wie wie wel of niet mocht, waar ze waren opgegroeid, naar welke school en welke kerk ze gingen, wie er lesbisch was, wie er geen foto's op facebook wilde, welke tattoo's bij wie wel of niet werden gewaardeerd, wie wie met de nek aankeek, wie sociaal goed bedeeld was, van wandelen hield. Wie oma had belazerd, gescheiden was, wie mooi en wie lelijk was....

Het was of ik er zelf bij was geweest. Haar ouders probeerden heel respectvol -Ja, zij hadden het heus ook erg naar hun zin gehad- vanuit het Nederlands standpunt enige kritische vragen te stellen. Over de tweedeling aldaar, en de wat bizarre gewoonte van de bovenklasse om hun kinderen in de VS of elders naar school te sturen en hoe het toch kwam dat er schijnbaar geen noemenswaardig schoolsysteem voor de locals was. Iets dat, zo beweerden zij, in landen als Singapore toch zeker wel met enig succes was opgezet. Dochterlief zei veel zinnigs en kwam met valide argumenten als vergelijkingspercentages over mensen die hier de mavo bezoeken. En dat in een willekeurig Afrikaans land ook de middenklasse ontbreekt. Maar moeders zat de cultuur- en vooral de enorme inkomens-verschillen tussen de ruim drie miljoen koppige bevolking dwars: "Toch snap ik het niet". Vader (hij zag zijn dochter al voorgoed emigreren) wierp tegen dat er ook niet zo héél veel te beleven viel. Ok, hij ging zelf nu ook niet zo vaak naar theater... maar toch. En het bevreemdde hem dat er geen fatsoenlijke universiteit was. Zouden ze toch eens iets aan moeten doen.

Toen we Assen naderden was broerlief in slaap gesukkeld, vader had de krant gepakt en dochter troosttte zich met het idee dat het toch ook wel weer leuk was om oma hier in Nederland te zien. Maar, zo wierp ze tegen, dat reizen van haar, dat was absoluut geen verslaving. Echt niet.

"Huh, zijn we al bij Haren? Broer: "Ja, zie je, je bent er zo. Je kunt ook wel in Panama gaan wonen."

Thuis dronken we hete thee en warme chocomel met slagrooom. Ik bracht Leo naar zijn slaapfeestje. Later aten Keesje en ik, na ruim een week in gezelschap van zes tot elf mensen te hebben vertoefd, tagliatelle met boontjes. Op de bank voor de buis. We wachtten op "Het Klokhuis". Met Dolores Leeuwin. Kees eet normaal graag en snel. Maar nu niet. Sprakeloos luisterde hij naar Nieuwsuur, waar uitvoerig verslag werd gedaan van weer een frauduleuze bestuurder bij een woningcorporatie.

"Dat is toch èrg!", riep Kees uit, "dat die man het geld voor huizen, zomaar in zijn eigen zak steekt." Ja Kees, dat is erg. En er dan dure huizen voor zichzelf van bouwen. Op Curacao bijvoorbeeld. Kees vond het vreselijk. Het zou niet mogen. Later, na zijn tweede hazeslaapje, toen Klokhuis was afgelopen, vond hij het toch ook wel slim gedaan. Door toch te doen alsof, en toch wat huizen te bouwen.

Nee, Curacao is geen Panama. Maar wat scheelt het. Bananen doen het op beide plekken vast goed. Misschien moest Kees later maar eens doen waar het treingezin van vandaag mee afsloot: een goede universiteit opzetten in Panama. Of een woningbouwvereniging op Curacao. Of een eigen bureau, met locals. Hij wil per slot van rekening architect worden.

Mocht het reislustige Groningse gezin dit lezen: dank jullie wel voor het boeiende college.

Geen opmerkingen: