woensdag 10 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 1)


"Willen jullie de keukenboiler nog? En de gordijnen? Lampen, rails, planken, kookplaat? En kijk dit hekje stond nog in de schuur. Het past precies daar, op de overloop. En zie je die blauwe spijlen? Die hebben daar gezeten, naast de trap naar de tweede, voordat we het huis hebben gescheiden."

In de tuinkamer hangen nog gordijnen die ik op maat liet maken toen iedereen van kamer wisselde in het spookhuis. Samen met de nieuwe bewoonster, eveneens moeder van drie kinderen, halen we beiden een helft van de roede. De makelaar staat intussen ongeduldig beneden.
'Of willen jullie ze nog gebruiken?'
'Ja, laat ze maar hangen.' 
Ik hang mijn helft weer netjes op.
Haar kant legt ze gevouwen op het plankje dat ooit als nachtkastje fungeerde.

Op de slaapkamer van Kees, waar eerder zijn oudere broers sliepen, zijn de zilveren wanden voor een deel al wit gesausd. Het schoolbord, door hemzelf met een vriendje geschilderd, zal ook gauw sneuvelen. Hij zelf gelukkig niet. Even schoot dat door mijn hoofd, toen ik gisteravond tussen de ene rit en de andere, in paniek door mijn ex werd gebeld: "Kees is kwijt! Hij ging vooruit maar hij is niet thuis! Misschien is hij naar het oude huis gefietst." Als eerste wilde ik weten hoe wakker Kees was. Vervolgens reed ik, doodop van werk, verhuizen en slaaptekort, turend in het donker door het autovrije park.
Kees was gelukkig gauw weer boven water. Hij was even verkeerd gefietst.

Via de keuken, meterkast en slaapkamers belanden we in de schuur.
'O, vinden jullie dat kinderbakfietsje leuk?'
'Ja, ik zag 'm bij de bezichtiging al'.
'Misschien willen jullie ook het antieke trapautootje wel hebben. Dan laad ik 'm weer uit.' 

Precies boven de plek waar het rode autootje opnieuw voor de kachel staat, hangt de tafellamp. De tafel verhuisde echter zo vaak van plek, dat de lamp voor het gemak aan een stangetje zit dat als een passer over het plafond kan draaien. Het stangetje komt van de wieg waar naast mijn jongens ook ikzelf en mijn oudere zus als baby in sliepen.

Nadat ik de verdwaalde voetballen ('Die groeien hier in de tuin') door de gang de voordeur heb uitgeschopt, draai ik de deur in het slot. Voor het laatst. De makelaar keert zijn auto, de kopers zijn de straat al uit. Ik wacht nog even op mijn ex die naar het hek van de brandgang rent om te checken of we straks bij de notaris wel de juiste sleutel in de Griekse-yoghurt-emmer doen.

Het is grijs en het regent. Ik kan de strepen op de weg maar moeilijk zien. Hoewel dat ook een andere oorzaak kan hebben. Gelukkig valt met de ruitenwissers op de snelste stand mijn eigen geveeg minder op. Ik hou een onnozele verhandeling over de ritstechnieken op snelwegen en voeg me intussen brutaal in de file achter de leasebak van de makelaar. Bij het remmen knalt de doos kerstballen tegen mijn rugleuning. Niet de gehele inhoud van de auto zal deze rit doorstaan.

(vervolg)

Geen opmerkingen: