maandag 16 mei 2011
Koperkut
.... of eigenlijk is 'het kutkoper' een passender titel. Nee, niet 'de', ik bedoel echt 'het'. Want het betreft hier geen afnemer van spleten, maar het metaal dat tegenwoordig zo prijzig is dat diefstal ervan de spoorwegen onregelt, kerktorens brandgevaarlijk maakt vanwege het afknippen van bliksemafleiders en dat de koperopkoper -nu wel weer 'de'- in het verdomhoekje drukt omdat die niet afdoende navraag zou doen naar de duistere herkomst van dit gewilde goedje. Van koper dus.
Juist omdat het zo prijzig is, heb ik onlangs voor het eerst een lekkende loden waterleiding vervangen door een witte plastic buis. Niet door koper. Dat is dan natuurlijk de buitenkant, de binnenkant en de koppelstukken zijn namelijk weer wel van dit zo wonderlijk riekend rode metaal. Ook nog van koper was de aansluiting naar de meter en de badkamerkraan. Kortom, nog koper zat.
Als ik met water aan de slag ga, gaat de hoofdkraan dicht. Logisch. En als er geen water is, was ik minder vaak mijn handjes. Ook vrij logisch. En hoewel ik mezelf best hygiënisch vind, nam ik het bij deze klus niet zo nou. Lunchte dus met vieze handjes tussen het solderen van een muurplaatje en het aansluiten van de stortbak door. En nu heb ik last van overmatige afscheiding. Niet de waterleiding lekt, niks mis met die plastic buis, maar mijn kut. Geen oorzakelijk verband, zou je zeggen. Want ik werk dan wel behoorlijk chaotisch, maar ik stop die koppelstukken ècht niet in mijn vagina.
Eenmaal bij de huisarts, vraag ik waar deze onschuldige, doch niet zo praktische aandoening vandaan komt. (hoef me als loodgieter niet te schamen voor nattigheid op mijn werkkleding, een nat kruis zal vast minder opvallen dan bij een mantelpak). De dokter blijft vaag.
Ik opper iets met hygiëne?,
Nasleep van mijn miskraam?
Seks?
'Nee', zegt de dokter, 'Nonnen kunnen het ook krijgen.' (mijn gevatte reactie hierop laat zich raden).
Terwijl hij een recept voor een 'vaginaal paasei' intypt, mompelt hij dat je het ook van 'koperen waterleiding kunt krijgen'.
Pardon???, Wát zei u daar?!
Ik heb me zojuist dagenlang met koper omgeven! Moet ik dit euvel nu scharen in de categorie bedrijfsgerelateerde ziekten?!
Nadat het recept via de digitale snelweg bij mijn apotheek is beland, gaat het gesprek verder over anticonceptie. Een spiraal wel te verstaan. Op een model van een vagina, ter grote van een blikje nachtcrème, laat hij geduldig zien hoe het inbrengen er van in zijn werk gaat.
Heeft de werking hiervan niet met koper van doen, dokter? Nee, mevrouw, die dingen zijn tegenwoordig van veel vriendelijker materiaal.
Ik meen toch iets groens te ontwaren.
Kutkoper.
zaterdag 30 april 2011
De macht van de taal van de tandarts
"Wil je Priscilla even roepen, ik wil haar iets vragen wat jij denk ik niet weet."
Met mijn kaken in een kramp kijk ik naar de blik van de assistent, wat zou zijn reactie zijn op dit verzoek? Omdat de tandarts er van uitgaat dat hij iets niet wéét, moet híj van zijn baas zijn voorgangster halen, een zwarte dame nog wel?! Ik kan geen tekenen van irritatie ontwaren. Ik kan sowieso niet zien hoe de lippen van deze Aziatische jongeling gevormd zijn. Er zit een kapje voor.
Hij vraagt voor de zekerheid nog na of hij wordt geacht om haar te gaan hálen. De toon is niet spottend. Maar de samenwerking is vast geen lang leven beschoren. Want als assistent behoor je zulks natuurlijk áán te voelen. Er doemt zich het beeld op van de chirurg die, zonder op te kijken van het bloederige tafereel onder hem, zwijgend zijn hand ophoudt naar de lieftallige assistente naast hem. In dit geval is niet de arts maar de assistent de man. Laat hij Hassan heten. Hassan praat voor zijn beurt als de tandarts eindelijk haar vraag aan Priscilla stelt: "Ja", zegt hij, "er ìs een aparte 'bonding' voor deze 'rebuild'." (Hoe durft ze te beweren dat hij dat niet wéét! Hij zal haar eens wat bewíjzen). Ik blijf braaf mijn mond wijd opensperren.
Maar ze pakt hem terug. Want de medische hiërarchie is hardnekkiger dan de geldingsdrang van verdwaalde haantjes. "O, goh, leren jullie dat zó op de opleiding?", zegt ze, terwijl ze hem voordoet hoe mijn hij mijn kwijl hoort af te zuigen. Wat subtiel, die geveinsde verbazing. Over de meest basale handeling van een assistent. Elke poging tot verweer na zo'n vraag die geen vraag is, is zinloos. Arme jongen. Hij loopt vast stage. Het kennen van je plek staat vast niet in de boeken. Of wordt nederigheid hem juist afgeraden? Hij tuurt naar het speeksel dat zich ophoopt achterin mijn keel.
Er wordt gehakt, geboord en gekleid. Hij doet wat de arts hem vraagt. En zij? zij vraagt opnieuw aan Priscilla of 'het gebruikte vulmiddel wel tegen zonlicht kan'. Zou ze haar nieuwe assistent werkelijk uittesten? Het komt op mij meer over als een soort vrouwelijke leiderschap. Waarbij kennis van een tandarts wordt aangevuld met de ervaring van een assistent. Waar het vragen om advies of bevestiging geen zwaktebod of teken van onzekerheid is. Daar verlaag je je als arts niet mee. Integendeel. Wie weet. Het onderwerp waaromheen de zoektocht naar het groepsevenwicht van de drie witjassen zich concentreert, is mijn grote, open, maar zwijgende bekkie.
Als blijkt dat het vulmiddel inderdaad verhardt bij blootstelling aan zonlicht, kijkt Hassan om zich heen of hij een donkere verstopplek vindt. Maar bij gebrek aan beter, vouwt hij dan vroom zijn handen om de spuit heen, ter bescherming van de kit. De twee vrouwen lachen. Hassan zwijgt. Mijn mond blijft openhangen. Ik doe mijn ogen dicht.
Er zit pus in een 'pocket'. Een tasje dus. Lekker. Mijn tandarts van dertig jaar geleden -een grijze man die uit zijn mond stonk en waarvan je alleen al van de etherlucht die in de praktijk hing, onwel werd-, deze man had mij, via mijn moeder, geadviseerd om later te gaan trouwen met een tandarts. Het zou volgens hem de enige manier zijn om het onderhoud van mijn gebit te kunnen bekostigen. Hiermee weinig bescheiden pochend met zijn riante salaris. Ook liet hij geen controle voorbij gaan (hoewel we er in mijn herinnering elke maand zaten) om te vertellen over zijn jaren in de Oost. Zijn naam was zelfs ontleend aan een eiland in Nederlands-Indië. Of hadden zijn voorouders hun naam gegeven aan de berg op het eiland? De babu's en koelies hadden hem daar vast net zo gediend als zijn assistentes dat later voor hem deden. Je plek kennen, daar ging het om. Hij liet ook geen gelegenheid onbenut om te spotten met de politieke activiteiten van mijn moeder. Dat die niet verder gingen dan stencilen en folderen, deed niet ter zake. Het bleef politiek. Niks voor vrouwen dus. Of kleurlingen.
Als ik mijn kaken weer op elkaar heb en mijn benen weer op de grond, volgt een adviesgesprek. De tandarts van vandaag adviseert me te gaan sparen. Terwijl Hassan de stoel poetst waar ik zojuist heb gezeten en Priscilla de bloed- en spuugdoekjes opruimt, schudt ik de tandarts de hand. De assistenten niet.
woensdag 27 april 2011
Jip en Janneke of hyves
Ik zeg: "Het zij zo."
Ik denk: "Wie zou dat dan zeggen?"
Het is bedtijd. Leo, inmiddels tiener, mag nog even op de computer. Naar medemoeders hou ik de schijn hoog dat ik met Leo meelees, maar zo'n computer waar je kind virtueel mee kan knutselen is toch juist handig als de jongste al naar bed moet? Zeker nu we een logeetje hebben.
Het logeetje is twee jaar jonger dan Kees. Kleine Kees voelt zich groot. Als ik, in het bijzijn van broer Leo, vraag of ie samen met haar in bad wil, krijg ik een minachtende ontkenning. Hoe ik het dúrf te vragen! En ik denk: waarom vraag ik hem dit eigenlijk?
Als Leo uit zicht is, is Kees weer kleuter. Zonder blikken of blozen stapt hij vrolijk in bad met de logé. Hij staart eerst nog even zwijgend en gebiologeerd naar haar kruis, -dat heb je zo, in een huis met alleen jongens-, maar al gauw is het een geplons van jewelste. Het meisje wil niet alléén slapen en Kees vind het geen enkel punt om het grote mamabed met haar te delen (waar ik zelf dan ga slapen zien we later wel). Kees schaamt zich ook niet voor de luier die hij 's nachts nog draagt. En opeens zijn Jip en Janneke, die de zandbak leegscheppen op zoek naar papa's potlood en mama's haarspeld, niet meer kinderachtig. Ze blaten in koor mee met de bange koning uit: "Liselotje is een meisje en ze woont in een paleisje!"
Als ik weer beneden ben, zie ik hoe Leo worstelt met het pimpen van zijn hyvesprofiel. Zijn klasgenoten hebben weinig flatteuse krabbels geplaatst en er plopt een uitnodiging voor een 30 jarige, maagdelijke misteryguest in beeld. Het meisje dat vandaag naast haar prekende moeder op het schoolplein stond, ondertussen de-jongen-met-wie-ze-gaat nastarend, doet op haar pagina uitgebreid verslag van de hartstocht voor hem. Die er óók nog zal zijn als hij sterft. Quel drame! Ze zijn tien! :-/
Kleuter Kees ligt op één oor. Die dertigjarige maagd stel ik voor hem nog maar even uit. En de tienerliefdes ook.
Leo vraagt me of ik samen bij hem op de kamer wil slapen. En dat doe ik. Onder een dekbed van Jip en Janneke.
dinsdag 5 april 2011
Das badeschiff in Berlijn
Daar wandelde ik rond. Op twee april. Bij de Spree. Langs de gesloten reggea-kroegboot de Hoppetosse. Genoemd naar het schip van Pippi's vader. Langs de uitgestorven cocktailbar op het strand. Ik zag uitgewoonde feestgangers uit het nog nabonkende container komen rollen. De laatsten. Om twaalf uur 's middags. De zon scheen warm. Mijn buik slonk. Ik vloeide nog. Een week eerder had ik, 23 weken te vroeg, mijn vierde zoontje gebaard. Dood.
Vreemd, hoe een moederblik verandert. Aan het idee ben ik gewend maar hormonen nestelen zich kennelijk dieper. Op de naastgelegen vlooienmarkt struin ik langs babykleertjes en kinderwagens, maar roep mezelf tijdig terug. En verleg mijn blik naar fietsen, stoelen en gereedschap.
Vriend K. mailt me die avond dat ze op me zou lijken. De hoofdrolspeelster uit 'Drei'. Die in Berlijn woont en werkt. Waar ik nu ben. Dat hadden twee bezoekers, die de film onafhankelijk van elkaar hadden gezien, vastgesteld. O, is het omdat ze er twee mannen op na houdt? Dus daarom! Nee, dat was het niet. Het was haar loopje geweest, zei hij, haar manier van roken en van praten. Misschien bedreef ze ook wel de liefde zoals ik, bedenk ik achteloos. Ik werd nieuwsgierig. Hij nodigt me uit om samen naar de film te gaan.
Leven is raar. Dood trouwens ook.
Als de film voorbij is, praten we nog wat na in de verlaten lounge.
Hij voelt zich een beetje bezwaard, vanwege scene van baby's en dikke buiken. Die hij, tot mijn ontzetting dan weer, afstotelijk vindt. Maar ze leek toch niet op me? Ik ben toch vrolijker? Of denk ik dat maar. Maar haar schrikreactie bij het aflezen van de test was grappiger. Scroll maar even door naar 2.20 seconden.
vrijdag 18 maart 2011
Ontlijst
Als ik boodschappen doe, koop ik vaak meer dan ik van plan was. Zeker als ik geen lijstje hebt mee genomen. Dan is de inhoud van de kar al helemaal een verrassing bij het afrekenen.
Balen als ik bij thuiskomst merk dat juist wat wel op mijn lijstje stond, 'pleepapier' (met drie uitroeptekens) níet is aangeschaft. Het oordeel is vaak dat -te– veel geld uitgeven -aan onnodige zaken- slecht is. En een al te rode rekening ìs ook niet handig. Tering en nering en zo. Maar op zo'n 'oordeel' valt natuurlijk best wat af te dingen. Want een graai uit die onbedoeld gekochte zak chips of doos chocola, is namelijk best lekker.
Met mijn todo-list heb ik ook een raar soort haat-liefde verhouding. De belastingdienst, bedden afhalen en eindelijk dat nieuwe douchegordijn ophangen (dat daar al een half jaar ligt, terwijl de schimmel op het oude schrikbarende vormen begint aan te nemen), ik blijf dat soort niet levensreddende handelingen vooruit schuiven. Zelden lukt het me om alles op het lijstje af te strepen. Maar hoe vrolijk wordt een mens van het doen van dingen die er niet op staan. Gewoon, omdat ze zich voordoen, of omdat het lente is.
Keesje komt uit school. We gaan de stad in. Kaas halen op de markt, kraamkaartje uitzoeken en bij de drogist vindt Keesje de roze -dure- beautycase erg mooi en erg geschikt voor S, die zondag 15 wordt (Ook Kees kent de 'koopknop' in mijn hersenen. Hoewel 'kadootje S' dit keer wèl op mijn lijstje stond).
Eenmaal thuis, zie ik dat de buurmans pest (wat is de officiële naam voor dit onkruid?) voorzichtig zijn groenfrisse kopjes boven de aarde uitsteekt (of moet hier haar kopjes staan? Vast niet, dan zou het wel 'buurvrouws pest' zijn). Ik blijf nog even dralen in de lente zon en poog Keesje ondertussen enige natuurkennis bij te brengen. Hij bestudeert de narcissen in de knop en aait de dikke tulpenbladeren. Ik ga snel even naar binnen en pak het eerste de beste stuk gereedschap dat ik tegenkom, om de prikheg mee in te tomen (de snoeischaar ligt ergens ingegraven in de schuur) Met het broodmes zaag ik een paar takken af. Ik prik me. Kees: "Waarom doe je geen handschoenen aan?" Tja.
Ik vraag of hij de vieze buitenvensterbank wil schoonmaken, maar hij komt zelf met het idee de ramen te lappen. Super. Want hoe vies die zijn, zie je beter in de zon. Nu is het zíjn beurt om het een en ander van binnen te halen. ("Waar is de wisser?"..... "Wat is dat, een gootsteenkastje")
Belastingdienst en douchegordijn kunnen wachten. Het onkruid is gewied, de heg gesnoeid en de ramen zijn gelapt (tot Keeshoogte, je kunt niet alles hebben, hè. Het stond per slot ook niet op mijn lijstje).
In de eerste lentezon, op het schoongeveegde stoepje, eten we met z'n tweetjes de halve doos bonbons leeg.
zaterdag 5 maart 2011
Hoofdkranen
Het apparaat dat het overtollig speeksel uit mijn mond moet afvoeren, zuigt zich vast aan mijn tong, hetgeen niet alleen een vreemd gevoel geeft, maar bovendien bijzonder inefficiënt is. De dienstdoende tandarts tuurt in mijn mond en komt handen te kort. Ze heeft de Antilliaanse assistente nodig, maar deze is net een telefoontje aan het afhandelen. De tandarts verlegt nu zelf de zuiger, hannest met een krabber en boor maar haar blik blijft zorgelijk. Ik sluit mijn ogen. Vooral tegen het felle licht.
Een half uur voordat ik plaatsnam in de ligstoel, had ik mijn werkkleding verruild voor een wat nettere outfit. Geheel tegen mijn vaste gewoonte in, was ik ruim op tijd vertrokken, de klus waar ik mee bezig was, schoot toch niet op. Na het aansluiten van de afvoerbuizen, had het met het aansluiten van de kraan niet meegezeten. Het was een goed moment om wat afstand te nemen om later, zo was mijn ervaring, met frisse blik en hernieuwd inzicht, in een mum van tijd het karwei af te maken. Door het monteren van twee kogelstopkranen hoefde niemand last van het langdurig afsluiten van de hoofdkraan, die kon weer open.
Ik verheugde me al op de rubrieken in Quote en Vriendin, de lectuur die je normaliter aantreft in de meeste wachtkamers. Een beetje bewuste arts heeft daar nog een WNF blaadje aan toegevoegd. Maar van lezen zou niks terecht komen. Want de afslag naar de vinexwijk waar mijn tandarts praktijk houdt, was afgesloten wegens werkzaamheden aan, jawel, het riool. Tja, natuurlijk vereist ook op dit niveau de afvoer soms enig onderhoud. Braaf volg ik de gele bordjes, die mij via de achterkant de nieuwbouwwijk in loodsen. Ik vraag me af wat er in de maand waarin het riool wordt opgeknapt, met al het afvalwater gebeurt. Een omleiding via een andere wijk geeft natuurlijk al gauw stront, in de meest letterlijke betekenis. En de bron tijdelijk afsluiten, in de vorm van één of andere hoofdkraan, leek me alleen op micro-niveau, zoals ik even tevoren deed, haalbaar. Voor een hele wijk, en dan gedurende een paar weken, zal dat vast niet gebeuren.
Het gevoel alsof een botte appelboor zich rond mijn stompje tand in mijn vlees zet, haalt me ruw uit mijn overpeinzingen. De assistente begrijpt gelukkig gauw wat ik met mijn gegesticuleer bedoel: 'Oh, je wil dà ik je in je han knijp?!' De zuiger en de vele mond tampons kunnen het bloeden niet stelpen. Ze hebben een uur voor me ingeruimd. Het maken van een foto, -voor een vrouw in mijn positie wordt dit afgeraden- sloegen ze over. Mijn mond blijft zich, getuige het commentaar van de tandarts -ik zie er zelf niks van-, vullen door een niet te stoppen bloedtoevoer. Van vullen kan, ze zegt ze, op deze manier geen sprake zijn. Onwillekeurig trek ik een vergelijking met het afdoppen van een leiding, terwijl de hoofdkraan openstaat.
Ten einde raad vraagt ze Priscilla om de 'witte boor'. Het klinkt als een noodmaatregel. Ze wil een randje tandvlees bij me wegbranden, zodat ze over kan gaan tot het opbouwen van de afgebroken kies zonder te worden gehinderd door plassen bloed. Na een paar venijnige verdovingen, ruik een een schroeilucht uit mijn mond opstijgen. Door de verdoving lukt het me opnieuw om mijn gedachten terug te voeren naar mijn eigen werk. De verloopstukjes van de waterleiding pasten perfect, en toch vloeide de soldeer onvoldoende in de naad. Misschien zou een 'witte boor' mij kunnen helpen. binnenpretje. Terwijl ik er lustig op los fantaseer, zegt de tandarts opeens dat ik me kan oprichten, dat ik kan gaan. Het heeft geen zin, zegt ze, kom volgende week maar terug. Verbaasd vraag ik of ze denkt dat het bovenmatig bloeden dan vermindert zal zijn. Ik zal per slot van rekening nog een half jaar in omvang zullen groeien, voordat mijn bloedsomloop weer enigszins is genormaliseerd.
Ik vertel haar over de overeenkomsten die ik zie tussen mijn werk en het hare. Ware het dat ik in dergelijke gevallen de hoofdkraan kan dichtdraaien. Ik spoel mijn mond met veel water. Een roze draaikolk verdwijnt in de afvoer. Ergens naar toe.
dinsdag 22 februari 2011
Jezelf uitzwaaien...
De avond te voren had ik, al fröbelend met eten, mijn moederplicht vervuld. Lunchdoosjes met komkommerkroontjes, koude pannenkoeken en kaasblokjes (oud voor Kees, jong voor Leo) werden afgemaakt met een ansicht vol rijmelarij over het te bezoeken vakantieland. Een kunstig gevouwen briefje van tien completeerden het pakketje liefde voor onderweg. Hoe crea. Ja ja, het duel om een vent kan zelfs de vorm van kaas aannemen. Uiteraard bleef ik 's avonds te lang op, zodat het 's morgens toch minder gezellig werd dan ik me had voorgesteld. 'Opschieten jongens, als je nog iets mee wilt, moet je het nú, ik bedoel dus NU pakken!'. 'Nee, liefje, zo veel knuffels kunnen niet mee.' en 'Hup hup, papa staat zo met de auto voor de deur.'
Klokslag half negen belt papa aan, hij maakt geen gebruik van zijn huissleutel, die hij nog altijd heeft, ondanks dat hij hier al maanden niet meer woont. Zijn nieuwe lief blijft in de auto wachten. Ik zoen mijn ex goedemorgen en druk hem een verse kop koffie in de hand. Terwijl ik de jongens in hun schoenen en jassen praat (veel bewerkelijker dan het even zelf te doen, maar ja, ze moeten het ook léren, toch?), ren ik zelf op sloffen naar de auto, om mijn werkschoenen te pakken. Hierbij duw ik per abuis mijn boezem onder de neus van mijn lieftallige opvolgster. Oeps. Als iedereen startklaar lijkt, neem ik plaats achter het stuur, om het nieuwe gezinnetje naar het station te brengen. Maar dan loopt Keesje nog even doodkalm het huis in met de woorden "Oh, ik ben me stifte vergete, eve zoeke hoor." Wat fijn om zulke relaxte kinderen te hebben. En ìk ben ook niet degene die de Alpentrein moet halen. Neem de tijd.
Met één hand aan het stuur en de autoradio een tikkie te hard, draai ik 'taxi Lehti' de parkeerplaats voor het station op. Ik wandel rustig naar de parkeermeter terwijl vader en zijn lief de koffers uitladen. Bij de trein omhelst Leo me innig. Hij zegt dat ie denkt me te gaan missen en oppert waarom ik niet gewoon mee ga naar de bergen. Dan brengt hij plotseling verschrikt uit dat zijn zonnebril nog in de auto ligt. 'Rennen', brult hij me paniekerig achterna, terwijl ik me een weg baan tussen de mensen op het perron.
Als hij me weer blij aankijkt, met zijn coole bril op zijn neus, zie ik alleen de weerspiegeling van mijn eigen maandagmorgenblik. Een laatste zoen, ook voor vader, schiet mijn opvolgster schijnbaar in het verkeerde keelgat, ze tovert prompt haar laptop tevoorschijn. Vader vingert zich alvast warm op zijn I-phone. Hun beider blikken staan strak op hun apparaten gericht. Wat een zegen moet die nieuwe technologie toch zijn voor al diegenen die zich op dergelijke 'non-momenten' geen houding weten. Als ik haar net iets te lang aankijk, verschijnt er een geforceerd lachje om haar mond. 'Take care of my boys.', zegt ik haar. 'Yes, I will.' Het is haar geraden.
Vanaf het perron maak ik ski-gebaren naar Leo -het lijkt meer op schaatsen- en teken ik smileys voor Keesje op het smerige raam. Mijn vingertoppen zijn al gauw pikzwart. Maar tekenen lukt zo des te beter. Kees probeert hetzelfde te doen maar aan de binnenkant is de trein wèl schoon. Ik zie hoe hij zijn mond wijd opent en blaast. Even later tekent hij een volmaakt hartje op het beslagen raam. Ik glimlach, richt mijn ogen ten hemel en vouw mijn handen voor mijn boezem. Kees lacht terug. Het verse stel lijkt niks te merken, of zouden ze wachten tot de trein wegrijdt ik eindelijk uit beeld ben? Ik gebaar dat de jongens hun jas uit kunnen doen en wijs naar de kapstok (hetzelfde spook van de zelfredzaamheid als bij het schoen aantrekken thuis, nog geen uur geleden). Zij neemt zwijgend hun jassen aan. Ze drapeert ze naast zich op de bank. Het is een geduldig en liefdevol gebaar. Wat een heerlijk relaxte vrouw.
Er wordt gefloten, sissend sluiten de deuren en langzaam zet de trein zich in beweging. Kees en Leo werpen kushandjes naar mij door het raam.
Elf uur later stuurt vader me een sms. Ze zijn goed aangekomen. En de groeten. De tot gister gebezigde kusjes waarmee werd afgesloten blijven veilig daar, ver weg, op vakantie, binnen het gezellige gezin. Dag dag!
dinsdag 1 februari 2011
Toeslagen terreur
Dat versnelt de zaak nog meer, zo kan ik dit in één moeite door invullen op het digitale wijzigingformulier van de belastingdienst. De site waarop dit papier te downloaden is, is geen toonbeeld van efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid. Maar ach, denk ik, als het er te gelikt uit zou zien, zou dat ook van mijn centen zijn gedaan. Nee, het is juist goed dat sites van de overheid ietwat sober ogen. Dat ze traag zijn, neem ik op de koop toe.
Voor de zekerheid bel ik nog even met de dienst zelf. Die tot mijn verwondering direct opneemt: "Er volgt nu een keuzemenu", "sofinummer bij de hand", ach, u kent het wel.
Er wordt besloten met "En, had u verder nog vragen?" Ja ja, die mensen hebben tegenwoordig allemaal een klantvriendelijke anti-agressie training gehad. Maar ze kunnen me dus mooi niet helpen. "Nee, mevrouw dat moet u echt via onze site doen. Ook als het alleen het registratienummer betreft. In het uiterste geval kunt u ook nog persoonlijk langskomen." Ha ha, die is leuk, dus niet telefonisch, wel langskomen!
Ok, om het gevraagde nummer door te geven (zouden ze daarmee pedofielen buiten de deur willen houden), werk ik me eerst door namen, geboortedata en adressen heen. Of er nog iemand werkt, uitkeert, meebetaalt enz. Ik heb alle vier sofinummers bij de hand. Het loopt gesmeerd.
De vraag over het geschatte inkomen van mijn ex -waarmee ik nog wel toegeslagen partner ben via de fiscus-, sla ik eerst even over. Op mijn vraag wat ie verdient (en hoeveel bilharen ie heeft) volgt al snel zijn sms. Ik wil terugkeren naar een eerdere bladzijde, maar, zo waarschuwt men mij, dan gaan er gegevens verloren. Stel je eens voor hoe dat bij een papieren versie zou voelen. Je slaat een bladzijde terug en hopla, alle gegevens uitgegumd. Nouja, niks aan te doen. Wat mot dat mot en de deadline voor dat verrekte nummer was eergister, dus ik móet en zàl zal er doorkomen vandaag. Opnieuw namen, geboortedata en adressen invullen (stapeltjes belasting, contracten e.d. bij de hand). So far so good.
Mooi, nu komt de vraag of ik de opvang wil stopzetten. Ja dus, dat wil ik, maar niet een maand geleden, maar pas over twee maanden. Opzegtermijn, weet u wel. Mijn blijdschap dat ik er dit keer eens op tijd bij ben, in plaats van twee jaar te laat, slaat om als ik zie dat een maand van te voren opzeggen geen optie is. Ook goed, dan de tarieven en opvanguren maar. 'PLOP': 'het sofinummer van Leo kan niet hetzelfde als dat van Keesje zijn'. Oja, verkeerd gekeken zeker, maar weer terug dan. Ja, en nu krijg ik vast weer zo'n waarschuwing over verloren gegevens (alsof ze niet alles al van me weten daar). Maakt niet uit, nog even en ik ken alle data uit mijn hoofd. Oefening baart kunst.
Maar nee, geen waarschuwing dit keer. De bevoogdende fiscus gaat er van uit dat de gegevens voor Leo zijn afgerond. 'Plop': "Voor hoeveel kinderen, naast Leo (o, wat leuk, ze hebben de naam uit een eerder veld hieraan gekoppeld, wat goed zeg, lijkt de postcodeloterij wel), wilt u de opvang stopzetten? Huh, maar ik kòn toch niks stopzetten, waarom nu wel dan?. En waar staat de datum dan?
"Plop!" Een enquête. Of ik tevreden ben over de dienstverlening? Dit keer niet wegklikken Lehti, ik ga ze eens zeggen hoe slecht de site werkt. Het 'slechts één minuutje' voor het invullen is vooruitstrevend ingeschat, maar ik ben er wel mooi wat frustratie mee kwijtgeraakt. Op de plek waar het thuishoort.
Nou, nog maar weer eens tarieven, uren, namen en data van Keesje invullen. "Sofinummer kan niet gelijk zijn aan dat van Leo." Ja, mensen, dat schreven jullie net ook al. Maar Kees heeft het góede nummer, ik wil juist dat van Leo wijzigen, maar dat schijnt niet meer te kunnen. Wat nu? Ik kan niet heen, ik kan niet terug. En ik wilde alleen maar een nummer doorgeven!
Mensen, alsjeblieft, red me van de toeslagenterreur. Was die slogan niet iets met makkelijker en niet leuker? Ik vind dit verschrikkelijk onleuk! Misschien dat mijn werkloze ex kan helpen dit vreselijke programma van een dienst die over woningen (huurtoeslag), gezondheid (zorgtoeslag), kinderen en wat al niet meer van 16 miljoen mensen gaat, te verbeteren. Want zo kan ik natuurlijk nooit iets afstrepen van mijn lijstje. Weet je wat? Ik fiets er morgen even langs. Gaat honderd keer sneller.
zondag 12 december 2010
'Het'
Het is niet mis
Laat het toe,
het mag van mij.
Het is aan met haar.
Het is over met jou.
Je laat het gebeuren
Het valt me zwaar.
Vind je het fijn bij mij?
Is het niet meer wat het was?
Gaat het wel een beetje?
En wat wordt het nou?
Het lijkt me heerlijk.
Maar het valt niet te rijmen.
Het is niks gedaan zo.
En het is uit tussen ons.
Het gaat gebeuren.
Het gaat rond.
Het kan verkeren.
En het heeft wel wat.
maandag 1 november 2010
donderdag 28 oktober 2010
In het park gebeurt het
woensdag 27 oktober 2010
maandag 25 oktober 2010
dinsdag 6 juli 2010
Voetbalvogels
De blik van die man, likkend aan een ijsje, líjkt die nu zo dwars of is het verbeelding? 'Kijk mij hier nu, ik ben een man, ik loop op straat en lik aan een ijsje, kijk maar goed, jaja, ik ben een zeldzaam exemplaar.'
Naast hem bevolken alleen vogels nog het park. De kroeg waar ik heen wil is gehuld in oranje en de televisie staat er op straat. Het andere café is dicht. Er zit niks anders op dan me te verschansen in het verlaten plantsoen.
Daar zien meeuwen hun kans schoon en pikken pizzaresten uit de dozen die overbleven na een studentenpicknick, een paar uur eerder, toen het park nog vol was. Ganzen dobberen in de vijver, de straten zijn verlaten. Ik vraag me af of de vogels zo hard zingen omdat ze de voetbaltoeters willen overstemmen of omdat ze eindelijk eens het rijk alleen hebben. Op mij en de ijslikker na dan.
maandag 5 juli 2010
Op kamers zonder gereedschap
De stroommeter en draadstripper zijn nog niet retour, de auto heeft Frans al wel terug gebracht. Maar wat heb ik aan vervoer als ik geen gereedschap heb?! Dat ik tevens mijn hele voorraad fittingen en kroonsteentjes aan hem kado gaf, bij wijze van uitzet, is niet zo'n ramp. Die arme jongen heeft het per slot al zwaar genoeg om zijn nieuwe bestaan als kamerbewoner op de rails te krijgen. Maar ik vertik het om ook al het gereedschap nieuw aan te schaffen. Zijn telefoon geeft geen gehoor en tegen beter weten in, vraag ik de voicemail om mij het gereedschap per ommegaande terug te brengen.
vrijdag 2 juli 2010
Oranje erotiek
zaterdag 13 maart 2010
Kapotje met zout
Toen hij de dierenarts had gebeld had die aan de andere kant van de telefoon zitten gniffelen. Het advies om het beest te laten kokhalzen met behulp van een lepel zout had hij opgevolgd en korte tijd later kwamen er eerst asperges en vervolgens een condoom uit de kattekeel. Mission completed. Als het niet was gelukt had hij mij gebeld. Ik ben zeker van de ECI: Eerstehulp bij Condoom Indigestie.
Misschien ziet Marianne Thieme van de dierenpartij in dit voorval aanleiding voor een spoeddebat in de Tweede kamer. Staat er straks op de durex: 'Vóór, ná en tijdens gebruik buiten bereik van uw kat of hond bewaren.' Brrrrr.
dinsdag 16 februari 2010
Astrid Joostens verboden chocola
Ruud vraagt Astrid ernaar per telefoon. Ze had er een item voor tv van willen maken maar de geïnterviewden hadden niet in beeld gewild. Dan maar een boek. En zijzelf?, wilden de luisteraars natuurlijk weten. Nee, Astrid zelf was al jaren trouw aan haar vriend. Wel flirten, geen smsjes, wel verliefdheden, geen brieven. De zelf getrokken sexuele grens, ieders sexuele moraal, is weer een andere. En die 'open huwelijken', die waren volgens De Wild allemaal ongelukkig, dat was logisch.
Het interview is afgelopen en ik stap uit. Ik bel aan, ik sms, ik bel, op zijn mobiele nummers en thuis. Maar hij doet niet open, wil niet open doen. Of is in coma na te weinige uren slaap. Ik verdween hier een paar uur eerder, om zes uur 's morgens, om thuis mijn man af te lossen, die me gister, bij mijn vertrek, veel plezier had gewenst. Ik was ruim op tijd weer thuis geweest om hem uit te zwaaien naar zijn werk, broodtrommels te smeren en met de kleintjes te ontbijten. Als ik ze in de auto naar school breng, pik ik onderweg nog een klasgenootje op, die dreigt te laat te komen.
Ik gaap. Iets had me teruggelokt naar mijn eigen verboden liefde, naar de plaats des onheils. Maar de deur blijft dicht. Als ik langzaam zijn straat uit rij, de weg ligt vol ijzel, hoor ik op de radio dat Astrid Joosten naar haar voordeur loopt. Ze roept naar haar man om vooral niet open te doen, dat het voor háár is. Ze krijgt een chocoladetaart cadeau. Die moet alleen nog even worden opgewarmd, instrueert afzender Ruud haar door de telefoon, dan smelt ie van binnen.
maandag 8 februari 2010
Verse bejaarden, oude verhalen
Nu neem ik mijn eigen thermos mee naar een zelfde soort flat. Ik moet de woning klaarmaken voor een nieuw oudje, bejaarde, dame op leeftijd...of hoe wil een vrouw van drie kwart eeuw worden aangeduid, die nog verre van levensmoe is maar wel toe is aan een kleinere woning?
De lift, de lucht, het gezoem van de openslaande deuren, alles lijkt op het huis van mijn oma, die er niet meer is. Maar zo vol als het bij oma was, zo leeg is het nog hier. Het huisje klinkt hol, het behang is vaal, het tapijt van de vorige bewoonster is zorgvuldig van de betonnen vloer gekrabt. Ik mag het opnieuw schilderen en stofferen. Zodat zij haar statige huis zal kunnen achterlaten, waar haar man stierf, waar haar boeken zijn, en die grote meubels, die nu weg moeten, anders past ze niet in de nieuwe flat.
'Nee', zegt de nieuwsgierig geworden buurvrouw, 'ik heb geen last van de bouwradio en dat mens aan de andere kant is ook nagenoeg doof, dus maak je vooral geen zorgen.' Even later belt de halfdove vrouw aan om te vragen of ik iets warms bij me heb. Pas zes uur en twintig liter latex later besef ik pas dat dit waarschijnlijk een omslachtige manier was om me uit te nodigen voor een kop koffie. Zo'n vrouw is misschien de hele dag alleen thuis en zit wellicht verlegen om een praatje.
Als ik na gedane arbeid bij de dove buuf aanbel, voor 'iets warms', doet ze de deur niet open. Opnieuw komt de nieuwsgierige buurvrouw over de galerij. Haar kleine keffertje loopt langs mij heen naar binnen, het lege huis in. Het hondje kan mijn werk wellicht beter inspecteren dan mijn opdrachtgever, want die is bijna blind.
Op de bouwradio wordt melding gemaakt van het burgerinitiatief van voormalige politieke vijanden Hedy d'Ancona en Frits Bolkestein. Het gaat over de zeggenschap over het beëindigen van je eigen leven 'als je vindt dat je leven af is.'
Terwijl ik de laatste verfspetters wegpoets vraag ik me af hoe dat zou voelen: 'af' zijn. Zou je dan ook niks meer te vertellen hebben? Of zou je denken dat anderen je verhalen niet meer willen horen of dat ze te oud of gedateerd zijn? En als er nog wel naar je wordt geluisterd, er nog oprechte belangstelling is voor je verhalen, zou je je dan toch 'af' voelen? Of zou ik dan, onder het genot van 'iets warms' met 'iets lekkers' graag vertellen over vroeger, van voordat mijn leven 'af' was. Over de boeken van de Beauvoir, mijn leven in den vreemde of zondagmiddagwandelingen, over liefdes, over inzichten?
Ik luister nu naar de vrouw met het hondje. Haar kinderen pikten elkaars vrouw in, en ze spreken elkaar nu niet meer. En de vent aan wie één van die kinderen haar koppelde ('je hoeft niet zo lang alleen te zijn, mam') heeft haar geld er doorheen gejaagd in de kroeg, zodat ze, berooid, alleen nog maar naar deze flat kon. Als ze mijn laatste kop thee uit mijn thermos heeft opgedronken zwaait ze mij uit tot ik uit beeld ben.
Zo lang er iemand luistert is niemands leven af.
maandag 11 januari 2010
De blikvanger van Doebai
'Gevangen door schulden in Doebai', luidt het onderschrift. De mannen zullen dus wel weinig loslopend vrouwvolk tegenkomen, en zeker niet één die een camera op hen richt. Maar ik vermoed dat vrouwen, vooral onder buitenlandse persfotografen, zeker in islamitische landen, in de minderheid zijn.
'Jetteke van Wijk', prijkt er onder de foto. Een nadere uitleg over het wel en wee van de geportetterdden leert me dat de man met de geile blik inderdaad niet het onderwerp is, maar de mannen die hem links en rechts flankeren, waar hij pontificaal voor is gaan staan. Gulwahab uit Pakistan en Robiul uit Bangladesh. Beide als werkloze gastarbeiders in Doebai. 'Ze kunnen hun familie niet onder ogen komen' en blijven dus in hun gastland.
Op diezelfde 4 januari werd de grootste bewoonde pik ter wereld onthuld; een toren van 800 meter hoog. Talloze gastwerkers uit Zuid-Azië werkten er aan mee. Drie miljard euro kostte deze blikvanger. Vijftig miljard euro is de schuld van Doebai. Het voornaamste doel is om in beeld te komen.
vrijdag 8 januari 2010
Onthaasten op donderdag
Hetgeen resulteerde in staccato commando's (jongens opschieten, brood smeren, melk drinken, tas/jas/muts pakken!), gejengel over ritsen die niet dicht wilden (ik wil die broek niet aan!) en chocopasta op slaperige wangetjes. De fietsketting lag er af, het knmi-advies (ga de weg niet op als het niet echt moet!) sloeg ik in de wind en ik liet iedereen instappen aan bestuurderskant (vastgevroren sloten) van de witbesneeuwde auto.
Na het record 'van-bed-naar-school' te hebben gebroken merkte de buuf droog op dat men in verslaapgevallen het beter rustig aan kan doen, want dat de strijd dan toch al als verloren beschouwd moet worden. Hoe waar! Zoals mijn leraar psychologie ooit zei: 'Àls je te laat komt, doe het dan ook goed; vijf minuten is gewoon dom, met een uur is het pas serieus.' Maar de stress waarde al rond na het ontwaken uit een voor iedereen veel te korte slaap (i.v.m. met zware nachtelijke gesprekken met nachtbrakende puberkinderen)
Bij gebrek aan werk in verband met vorstverlet besloot ik het advies van de buuf alsnog ter harte te nemen. Ik ging onthaasten in de dichtstbijzijnde super. Loom liep ik langs al het uitgestalde eten en nadat ik me thuis van mijn besneeuwde schoenen had ontdaan, kroop ik met een verse kop koffie achter mijn krant. Genieten.
donderdag 7 januari 2010
De herkansing
Het vogeltje in kwestie heet Ieteke, de moedervogel oogt nog zieliger en de redder is dus Prem Shivram Shaw Radhakishun. Een man met evenveel rollen als namen. Ik doel hierbij niet op zijn beroepen, nee, hij oogt in de aflevering zelf als bedenker, producer, regisseur en superheld tegelijk. Jeugdzorg faalt, evenals de school en ook moeder moet het ontgelden, al kan deze laatste daar weinig aan doen. Ieteke, het ineengedoken doch blijkbaar straalverwende meiske, zal en moet op school terugkeren, dat is Prems plan. Eerst laat hij haar zeggen dat de moeder niet steng genoeg is en al haar hele leven zwak ziek en misselijk is. Ja ja, die kennen we, ik ben als puber niet in staat mezelf een rem op te leggen, dus is het de schuld van moeke dat ze me niet aan de kachel vastbindt om me weg te houden bij mijn foute vriendjes. Nee, mama kan niet tegen me op en ik wil naar Vlieland. Zo gezegd, zo gedaan.
In de volgende shots bewonderen we Prem aan de reling van de pont naar Vlieland (zijn haren wapperen in de wind. Daar staat duidelijk een man met een missie, gelijk Colijn in de crisisjaren, alleen de oliejas ontbreekt), bij de school en het potentiële gastgezin van Ieteke, dat een kwartier bedenktijd krijgt om...precies!...'JA' te zeggen.
Prem laat steevast zijn tegenspelers hun eigen zegje doen als hij ze heeft gewonnen voor zijn plan. Allen praten met zijn woorden. Dat hierbij instanties er de woorden 'naar alle waarschijnlijkheid' aan toevoegen, i.p.v. een daadkrachtig 'Ja, we doen het' laten horen, is natuurlijk koren op de molen van de criticasters van jeugdzorg ('Zie je wel, ze dúrven niet en kúnnen niet', lees de reacties van lotgenoten op de NPS site er maar op na).
Dan Prem, dat is pas een man met ballen. Weg met dat softe gedoe! Kennis over psychiatrische stoornissen, het gezinssysteem waar Ieteke zich bevindt, het doet allemaal niet ter zake. Ja, het woord 'dossier' wordt wel door Prem genoemd, maar zó dat het wordt ontdaan van een functie, dossiers zijn namelijk suf en saai. Het wordt niet gezegd, maar het druipt er van af. Er moet actie komen. Op schóól zal ze komen, en wel meteen!
Eenmaal terug op Ietekes kamer (Prem had haar eerder nog even les gegeven in het opschudden van kussens) liet hij haar raden of de school haar wilde aannemen. En ook mag ze gissen of de ouders van haar beste vriendin haar in huis willen (alsof het bij weigering tot een uitzending zou komen. En, als Ieteke wèrkelijk verrast was, het meisje in kwestie niet allang via hyves, msn of sms op de hoogte was gebracht). Jammer voor Prem dat Ietekes: 'Ja, èècht', niet wordt gevolgd door een snikkende dankbetuiging aan haar reddende engel. Maar de voice-over maakt er nog wat moois van.
Dan volgt, op het moment dat de school begint, toch nog die door Prem zo gewenste omhelzing tussen Ieteke en haar moeder. Nog even een highfive en de boodschap 'verknal het niet meid', en daar gaat ze, in de donkere nacht'. Allemachtig, wat heeft Prem dat toch slim gedaan. De verpakking is daadkracht en liefde. De boodschap is: pubers zijn zielig, GGZ is traag, jeugdzorg idem en ik ben de held. Hulde. En de kijker doet met betraande ogen nog een graai uit de chipszak.
Maar de werkelijke boodschap is dat de in de ogen van Ieteke toch al zwakke moeder nu het stempel van compleet onbekwaam krijgt. Dàt is het voorbeeld dat de dochter krijgt. Hoe veel méér had Prem kunnen winnen door minder eigen scoringsdrift ten toon te spreiden en moeder meer het heft in handen te geven, handvatten te geven, háár haren in de wind te laten wapperen. Moeder had dan een beetje aanzien kunnen terugwinnen in de ogen van haar dochter, en misschien wat zelfvertrouwen. Maar dat was geen mooi entertainment geweest, het liet de kijker misschien zelfs met het onbehaaglijke gevoel zitten dat die zelf ook iets kon bijdragen aan de benarde situatie van zichzelf, buren, of bekenden die er zelf maar moeilijk uitkwamen. Aan de gecompliceerdheid van de werkelijkheid waar we allemaal deel van uitmaken en een bijdrage aan leveren. Nee, nuances passen niet bij volksvermaak en is slecht voor de kijkcijfers.
Lang leve het entertainment!
dinsdag 1 december 2009
Werklui versus welzijnwerkers
De nieuwe kozijnen die worden geplaatst zijn van kunststof. Praktisch, hoeft nooit meer een laag verf op. Ook de groene mannen nemen geen halve maatregelen en trekken met een graafmachine een rij coniferen uit de grond, ontwortelen berken en leggen er perfect egale betontegels voor in de plaats. Lekker makkelijk voor de nieuwe bewoners.
Of het mooier is weet ik niet. Terwijl ik me uitleef in het zo strak mogelijk afwerken van mijn kozijn, wandelt er een oude bekende voorbij. Hij is grijzer geworden. Hij loopt met zijn fiets aan de hand te genieten van de ochtendzon. Tien jaar geleden bestierden we samen een huis dat aan jeugd vertier moest bieden. Het reageren op overlastmeldingen van de politie en het werven van vrijwilligers vanuit 'de doelgroep' was ons werk waarvoor we betaald werden. En vergaderen natuurlijk. Allemachtig wat heb ik een hoop genotuleerd in die tijd. Opschrijven wat werd gedaan. Voor het archief. 'Wie dit leest krijgt een zak drop', schreef ik eens middenin een verslag. Ik was slechts één portie drop kwijt. Het team bestond uit meer dan tien mensen.
Het resultaat van dat welzijnswerk was moeilijk meetbaar. Om daar toch wat van te maken werd er nòg meer opgeschreven. De 'doelgroepvrijwilligers' keken met scheven ogen naar de managers die er voor werden betaald om aan geldschieters uit te leggen hoe goed we ons werk deden. Hoe onmisbaar het toch was wat er in het honk gebeurde.
Mijn oud-collega neemt de door mij aangeboden koffie aan. We kijken samen naar de gestaag vorderende arbeid aan de overkant. Werk dat wèl meetbaar is, waar wèl precieze offertes voor gemaakt kunnen worden, materialen, manuren, vierkante meters, pallets met dakpannen, isolatieplaten. Eén van de groene mannen, blijkt een voormalig vrijwilliger te zijn uit het jeugdhonk. De jongere is nu ouder.
We beoordelen ongegeneerd het resultaat van de werklui. Een kop koffie in de hand. Een minivergadering van geflopte welzijnswerkers op de stoep. We zijn het nog niet verleerd. Alleen de notulist is er niet. Of toch wel? Zie de tekst hierboven.
dinsdag 13 oktober 2009
Justitianus, heilige Irene, de maagd Maria en Allah

Als Romeinse keizers opdracht geven tot het bouwen van een kerk.
Waar je dan dus gewoon vóór staat.
En dan te bedenken dat die Constantijn, of dan toch in ieder geval Justitianus (het eerste bouwwerk, van twee eeuwen eerder, brandde af) hier ook ooit heeft moeten staan.
Dan wordt geschiedenis tastbaar.
Magisch.

Maar we kunnen er niet in. Deze kerk uit de vierde eeuw is maar zelden open. Dit in tegenstelling tot Irene's grote zus, de Hagia Sofia, die, op het Topkapipaleis na, de grootste toeristenattractie is van Istanbul. Maar die heet officieel dan ook geen kerk meer, maar moskee. En zo prijkt er 'Allah-o-Akbar' naast het gouden mozaïek van de heilige maagd Maria. En de keizer naast Jezus. Ook een soort goden, toch?
dinsdag 29 september 2009
Bejaarden achter de tralies
De slachtoffers van man één waren politieke tegenstanders geweest. Hij had ze naar de plaats van bestemming gevlogen en daar waren ze in zee gegooid, levend. Hij had zich gevestigd in Nederland en was genaturaliseerd. Nu, dertig jaar later, was hij gearresteerd in Spanje en het land waar de misdaad was gepleegd, Argentinië, vroeg om zijn uitlevering. Zou deze man ook mij naar mijn vakantiebestemming hebben gevlogen, en heb ik wellicht voor hem geapplaudisseerd nadat hij de airbus veilig aan de grond had gezet in Thessaloniki of Montpellier, luchthavens waar je vlak voor de landing zo mooi laag over de zee scheert?
Het slachtoffer van man twee leeft nog. Ze is intussen een vrouw van in de veertig. Destijds een meisje van dertien. Hij had haar gedrogeerd en verkracht en, voordat hij achter de tralies kon verdwijnen, was ook hij over de grote plas gevlucht, naar het vrije Europa. Voor hem was het Frankrijk geweest waar hij zich had schuilgehouden. Hij schreef veel en zou een prijs krijgen voor zijn ouvre. Maar in Zwitserland wachtte hem iets anders. Hij komt nu alsnog voor rechter.
Gaat het om het aantal slachtoffers, is het schrijven van boeken een nobeler bezigheid dan het rondvliegen van vakantiegangers of gaat het om de houding van de dader? De piloot die geen berouw toonde, zelfs trots scheen op hetgeen hij deed en de schrijver die een schikking trof met het slachtoffer? Over de arrestatie van de eerste wordt in ieder geval met meer vanzelfsprekendheid geschreven dan die van de tweede. Maar het was toch juist de schrijver geweest die het meisje in zijn volle vrijheid had verkracht, of was hij slaaf van zijn eigen lust geweest? Ik neem aan dat dit niet gold voor de piloot, die zijn orders kreeg van het leger.
De moraal van het verhaal zal wel zijn dat misdaden wel kunnen worden toegedekt maar in ruil voor dat stilzwijgen wordt ook van de dader enige terughoudendheid verwacht. Mannen die iets op hun kerfstok hebben, kunnen zich maar beter iets nuttigs doen, in plaats van wegrotten achter tralies. Alles wordt gedoogd zolang men zich dienstbaar maakt. Een soort levenslange werkstraf dus. Maar wie gaat pochen of wil gaan genieten van zij oude dag heeft het mis. Hen wacht water en brood in plaats van uitrusten in een villa aan zee.
vrijdag 5 juni 2009
Na de rode dag
'Aan geen enkel land kan democratie worden opgelegd. Maar dat vermindert mijn steun niet aan regeringen die de wil van het volk weerspiegelen,' Aldus Obama gister in zijn speech op de universiteit van Caïro.
Ik blader verder door de krant en twee foto's trekken mijn bijzondere aandacht; één van een synchroon vlaggende menigte en één van opeengepakte vluchtelingen op een gammel bootje. Andere plaatsen, andere mensen, beide groepsgewijs. Voor het gemak neem ik aan dat het ene plaatje is geschoten in een oord waar het met 'het respecteren van de wil van het volk' niet zo best is gestemd en dat de opvarenden op de andere foto ook uit een dergelijk land komen. De broer, zus, neef, studiegenoot van de vlaggers/opvarenden ging ook de straat op met een vlag/ook met die boot mee. Want dat was goed, zo zeiden ze. Wie zelf durft na te denken, wie oproept iets eens van de andere kant te bekijken, vragen stelt bij het vlaggen of liever thuis blijft, valt al gauw buiten de groep. Zijn we dan allemaal schaapjes?
Hier is wèl sprake van een democratie en gister kleurde ik op de valreep het rondje voor de politica van mijn keuze rood. Op de hoek van de straat ruimden een paar schilders hun steiger op. Op het terras voor het stemlokaal dronken mensen een biertje. Geld verdienen en het uitgeven, is dat voor de meeste mensen op deze aardbol niet de voornaamste reden van bestaan, de drijfveer om verandering te willen of naar elders te togen?
Obama: '(...) ik zeg speciaal tegen de jongeren: jullie kunnen deze wereld opnieuw opbouwen. Wij zijn allen maar korte tijd op aarde. De vraag is of we die tijd gebruiken om verdeeldheid te brengen of om een gemeenschappelijke grond te vinden voor een toekomst voor onze kinderen.'
In Caïro wordt de Amerikaanse vlag gestreken, de rode loper voor diens president opgerold. Het opkomstpercentage van de verkiezingen hier, kwam nergens boven de vijftig procent.
Waarschijnlijk zijn hier mensen aan de macht die de wil van het volk weerspiegelen; beetje geld verdienen, en het elders weer lekker uitgeven. Trouw bevestigt het: 'Van klant Jan (79) hoeft het ook niet, hij komt vloerbedekking kopen en bekommert zich niet om Europarlementariërs die hij toch niet kent.' Jan heeft straks zijn eigen rode loper thuis. Van zijn zelf verdiende centen, om mee te pronken bij de buren. Meer heeft hij niet nodig.
Er is niks meer om voor te strijden en iemand die verkondigt dat dit wel zo is, die verdeeldheid zaait, kan wèl rekenen op een grote aanhang: 'We worden nog veel groter', lichtte de blonde man op de buis zijn zege toe. Zijn strijd tegen de islam slaat kennelijk aan.
Obama begon zijn speech met een vredesgroet: assalaam aleikum. Hij vertelde over de tijdloze poëzie, kalligrafie en plaatsen van contemplatie die de moslimgemeenschap ons heeft gebracht.
Durft te denken.
donderdag 28 mei 2009
Manloos
'Ik ga een nieuwe papa kopen', zei Leo laatst, toen hij wakker werd. Toen ik hem vroeg of de zijne niet goed genoeg was, stelde hij zijn plan wat bij, hij zou een vader húren, om spelletjes mee te spelen als zijn papa even weg was. Maar voor mij was noch het kopen noch het huren van een man een optie. Geen bezette wc's, douches en computers meer. Bovendoen drinkt hij al je koffie op, propt de vuilnisbak vol totdat hij kraakt en laat handdoeken hangen als dweilen aan een haakje.
Het ontbreken van een partner noopt kinderen bovendien tot actie en berusting. 'Nee, ga zelf je schoenen maar zoeken' en 'opruimen hoort bij het spelen, jongens.' Er is tevens geen tweede ouder bij wie kan worden gezeurd: 'Mag ik van jóu dan wel op de tv?'. En niemand kan de door mij ingestelde beeldschermvrije dag met voeten treden.
Geen borstharen in bad en geen schoenen op de mat, geen waterbad rond de gootsteen en geen vieze vaatdoekjes, doordrenkt met melk en koffie. Boodschappen kunnen eenvoudig lopend worden gedaan, - er wordt minder gegeten-, en de krant is voor mij alleen. Geen klont met kleren meer in de slaapkamer en een week lang geen opgerolde hemdsmouwen en sokkendrollen bij de was. Geen bezwete sport t-shirts meer buiten verkleurend in de zon of doordrenkt van de regen met zijn verschimmelde schoenen ernaast. Alleen mijn eigen troep.
Ook mis ik niet zijn kritische visie op mijn soms wat bizarre opvoedpraktijken, die ventileert hij per slot ook niet als hij wèl aanwezig is. Daarentegen gromt grote zoon wel dat ik zijn broertje minder hard moet aanpakken. En die maant zíjn kleine broertje weer om op te schieten met zijn broodje en vooral geen melk te morsen. De vaderrol dreigt te worden overgenomen.
Vandaag komt manlief terug. Met het vliegtuig van ver. Terwijl ik de afwasser leegruim -voor het laatst gevuld op mijn manier- schrik ik van de plas water die er in staat, de pomp is stuk. Er is genoeg te doen vandaag, dit kan ik er niet bijhebben. Híj mag zich er bij thuiskomst over buigen. Ik stort me op de laatste was en schrik van de rotzooi in de slaapvertrek. Op het echterlijk bed zie ik broeken, pyama's, vesten en hemdjes, allemaal van mij, opgehoopt op zijn bedhelft. Het filter van de droger zit vol shag van grote zoon en de heuvel handdoeken op de vloer begint onfris te ruiken. De oudpapierbak stroomt over en de lege flessen hangen al dagen aan de deur.
Afwezigheid van de ander verandert niet mijn ogen maar wel mijn blik.
donderdag 30 april 2009
Vuile was
Beneden bel ik zijn moeder. Nee, ze wist niet dat ie bij mij was, en is blij dat ik haar bel. Vanmiddag om twaalf uur heeft hij een gesprek met haar en zijn stiefvader. Hij gaat hij het huis uit, als hij het nog eens flikt. Of kapotte ramen en een tafel niet genoeg zijn? Nou, eigenlijk was het de vader die hem nog een kans wilde geven. Ik wens hen succes en adviseer haar om die morgen gewoon aan het werk te gaan.
12 uur 's middags. Ik laadt de pakken laminaat en de verfemmers uit. Ze gaat de slaapkamer van haar dochter, die net uit huis is, grondig opknappen. Alle punaisegaatjes van de aanbeden filmsterren, alle plekken op de muur, niks blijft bij het oude. De kinderbijslag is gestopt, ze sloot een lening af waarmee ze onder meer een nieuwe wasmachine voor dochter kocht. De gulheid blijkt ook eigenbelang: ze vreesde dagelijks haar dochter op bezoek met bergen was.
Om 7 's avonds schuif ik fris gedoucht aan tafel. Vader kookte een pan pasta voor een weeshuis. Na twee happen gaat de telefoon. Nee hoor, mijn vakantie stoor je niet, je onderbreekt alleen mijn eten. De jongen, die al jaren de puberleeftijd is ontgroeid, maar met zijn bijna even oude zus en beider aanhang nog immer het moederlijk huis bewoond, vertelt het verhaal van de uit de hand gelopen ruzie. Hij komt met zijn liefje mijn kant op. Ik bel de zus nog even thuis en laat haar haar kant van het verhaal vertellen. Moeder is niet met vakantie. Het is flink bonje.
De pan pasta komt goed van pas. Met wat tranen en bibberende handen komt er een verhaal van aangekoekte afwas, te harde muziek, uitgedraaide stoppen en ja, ook van de was die niemand ophangt. Vele sigaretten later zitten de twee vechtende, bijna volwassen vrouwen, die ongewild samen één huis bewonen, met elkaar aan de telefoon. De ene schoonzus is dronken, de ander is in tranen.
Het lijkt me beter dat jullie hier vannacht blijven. Ik zet boven het droogrek aan de kant, maak een bedje op en wens het stel welterusten.
Een nieuwe nacht, met nieuwe gasten.
zondag 5 april 2009
Multiculti zondag
Een chinese oma, geheel gehuld in roze, inclusief haar nikes en sokken, heeft haar steile zwarte haar netjes in de krul gezet. Ze praat Mandarijn met het peutermeisje naast haar terwijl ze haar handen ingraaft in het zand. Twee andere Chinese kindjes worden vergezeld door hun adoptievader.
Een blonde slanke man duwt een kindjes op een draaimolen. Ze ogen minder oosters, maar lijken zo uit het boek 'De vliegeraar' te zijn gelopen. Peper en zoutstelletjes zitten zwijgzaam op de bank. De producten van hun passie hobbelen, afhankelijk van hun leeftijd, met gespreide armpjes door het gras of manen hun ouders hoog vanuit het klimrek, om naar boven te turen. De halfbloedjes die het roepen moe of ontgroeid zijn, dribbelen met een basketbal. Een groepje jonge Portugezen passeert per fiets de speelplaats.
Zouden dezelfde kinderen hier over een kwart eeuw zelf op een bankje liggen? Of stiekem wegsluipen na een heerlijk slippertje? of joggen ze zich fit om de maandag weer fris op kantoor te verschijnen.
donderdag 26 maart 2009
Roken tegen geweld
Voor sommige verbanden is geen onderzoek nodig. Zoals de relatie drank-agressie of roken-kanker. Hoewel over deze laatste de meningen zijn verdeeld. Als we deze daden en hun gevolgen nu eens in een mooie matrix vatten en een beetje gaan gogelen. (god, wat staat dat raar, ben inmiddels gewend aan het werkwoord googlen). Heeft drank ook met kanker van doen?. Er zijn mensen die het tegendeel beweren. Een glas rode wijn per dag zou kanker zelfs tegen gaan. Maar ook daar rijzen natuurlijk vragen als; wat aten de wijndrinkers in het onderzoek, waren ze erg relaxed, hadden ze meer geld of dronk de controlegroep juist een kankerverwekkend soort cola? Wie zal het zeggen.
Daar waar alcohol schenken nog steeds een meer dan geaccepteerde manier van sociale omgang is, delft de sigaret het onderspit. Ik betwijfel of de directe schade die door meeroken wordt veroorzaakt zo veel schadelijker is dan de gevolgen van alcohol. Want de klappen die thuis vallen na een glaasje te veel, tellen natuurlijk niet mee. Hoe zou je die ook meten. Alleen straatgeweld wil nog wel eens de krant halen. Misschien is tegen deze laatste vorm van agressie, het recente rookverbod wel een probaat middel.
Want wie kent ze niet. De groepjes samengeklonterde paffers op de stoep van al die hippe kroegen. Vooruitlopend op de opwarming van de aarde zijn de straten in de stadscentra van Nederland opeens net zo vol als de ramblas in Barcelona. Zij zien misschien niet méér dan al die camera's die het centrum sieren, maar de opgefokte dronkaard herkent in die stoeproker wel een stukje geweten. Zodra twee mensen op de vuist gaan, staan er tien paffers om hen heen. En het zal niet nodig zijn, ze laten het uit hun hoofd. Veel te veel getuigen. Lang leve de verstokte rokers!. Ze sterven dan wellicht jonger, ze behoeden ons tevens voor nog meer gesneuvelde Joes Kloppenburgs en Meindert Tjoelkers. Wie sociale controle wil, gaat gewoon roken! Daar kan geen onderzoek tegenop.
zaterdag 7 maart 2009
Water en vis
Ze is gevallen, die oma. Nu moet er een pin haar heup. Vorige week versloeg ze me, met domino, vier keer. Vóórdat ik mijn vertrek in gang zette, fileerde ik de vis voor haar. Voor 's avonds, voor op brood, voor als ze weer alleen was. Ze watertandde bij het zien van het vette vel: 'Moet dat weg?'. De thee en de twee koeken hadden haar lekkere trek niet gestild: 'Geef me een stuk', zei ze, met haar ogen gericht op de gefileerde stukken die ik verdeelde over bakjes. 'Waarom doe je dat daarin?'. Tja, voor zo'n op vis verzotte oma hoeft niks te worden verdeeld. Ze krijgt die makreel ook zo wel op. En ze heeft dat, zodra ik mijn hielen had gelicht, misschien ook wel gedaan. Een dag later moest ze overgeven. En nu is ze onder het mes. Maar dat komt niet door de vis.
Terwijl Leo en Kees poedelen in het zwembad, wacht ik bij de visboer. Dit keer neem ik haring. Het is druk. De één wil vier, de ander zelfs acht matjes. De leeftijd van de gemiddelde klant is twee maal die van het personeel. Tachtig-veertig, zeg maar. Terwijl er tientallen haringen worden gekaakt, luister ik naar de praatjes en de liedjes, de visboer is in een goede bui. Als ik mijn Hollandse nieuwe weghap, denk ik aan haar, aan oma. Mijn buurvrouw bij de viskraam loopt met een rollator, net als zij. En net als die vrouw, is ook oma dol op vis.
Met mijn gedachten ergens anders, droog ik mijn jongens af. Traag fietsen we weer terug naar huis, in de eerste voorjaarszon.
woensdag 4 maart 2009
Verandering van kleur.
Vanmorgen bezocht ik de vrouwelijke helft van een geknald koppel. Onder het genot van een kop thee kreeg ik les in selfmade rebirthing, yoga, meditatie en negatieve energie die er uit moest. Schulden, woede en het herbouwen van een nieuw eigen leven op de brokstukken van een eerdere relatie. Volgens haar zelfs die van generaties her. Ze laat haar theorieën los op mijn eigen pedagogisch gekronkel. Over Leo die niks lijkt te horen en Frans die me een bloedneus slaat. Wat kinderen je willen zeggen, waar pijn kan lijden tot zelfdestructie. Ze praat over Tzolkin, gele slangen en rode draken. Ik hou zo veel als mogelijk bij toeval.
Er waait een koude Noordenwind, de zon verwarmt nog weinig. Ik laat het gezegde op me inwerken. Als ik mijn straat inwandel zie ik een vader die zijn hond uitlaat. Hij is gescheiden van zijn land en sinds kort ook van zijn vrouw en kind. Ja, hoor, hij wil best een kop koffie. Terwijl zijn hond en mijn kat elkaar besnuffelen hoor ik de frustratie van de vader. Niet elke dag meer samen wakker worden naast je eigen kind maar ook de vrijheid naar eigen smaak de muren geel, de bank groot en de kamer leeg te maken. En, wat zij nooit wilde, de muren lekker wit, doet ze nu juist wel! Onbegrijpelijk.
Als ik hem uitlaat zie ik dat de krokussen hun kopjes lijken uit te rekken. De gure wind trotserend, vastbesloten de prille voorjaarszon te vangen en om te zetten in paars, geel of wit. Al naar gelang wat hun wortels ze meegeven. En in welke bui de koper van hun bolletjes destijds was en waar ze -toevallig?- zijn geplant.
dinsdag 24 februari 2009
Wederzijdse zorg
In de trein is het vinden van een zitplek lastig. Velen blijven staan op het balkon. De controleur -altijd goed om deze handhaver der wet in te zetten, zo vlak ná een vakantie-, geeft het vriendelijke advies om een ander eens te vragen een tas van een zitplaats weg te halen. Maar vragen schijnt de basebalpetjes en bomberjacks vreemd. Mij niet.
Ik mag gratis met de bus, de kaartjes zijn op en de rest rijdt met ov. 'Het is anders zo sneu' zegt de chauffeuse, bij het zien van mijn verbaasde blik.
'Ja hoor, mevrouw, die plek is vrij'. De vlotte jongen neemt z'n tas op schoot en praat vrolijk verder met zijn studiegenoten aan de andere kant van het middenpad. Eén van hen had onlangs opgepast bij de kerk: 'Vooral zo'n jochie van acht, dat was echt een kutkind'. Er volgen meer oppasverhalen. 'Ze halen altijd lekkers in huis', 'Ik hoef echt niks te doen. Ze liggen altijd al in bed. 'Beetje chips eten bij de buis'. Maar ook aan luxe baantjes kleven nadelen: 'Ze kopen echt vet veel, man, zijn bang dat ik iets niet lus, of zo'. 'Dan zijn ze gewoon boos als ze thuiskomen, dat ik niks heb genomen! Maar soms heb ik gewoon geen trek, geen dorst'. 'Ja', zegt de jongen: 'Mijn oma ook, ze leeft heel zuinig, eet nooit iets extra's en toch ligt de hele kast vol chips en drinken, voor het geval er iemand langs komt. Ik sta op, wurm me tussen de schooltassen door en wandel naar de grote flat.
'Oh, ben jíj het' zegt ze zacht. Ik zoen haar perkamenten wang. Ze gaat weer zitten en ik ruim haar ontbijtrestjes van tafel. 'Zet zelf maar even maar koffie, meid, en pak maar wat lekkers uit de kast'.
woensdag 18 februari 2009
Krokus logistiek
Via een lege trein, -ha eindelijk kan ik eens zitten-, en een volle bus -nooit geweten dat er zoveel kinderen scholieren op pad gingen als hun scholen gesloten zijn- wandel ik binnen bij oma. Haar hulp heeft ook vakantie dus ik moet flink aan de bak. De pillen zouden worden gebracht maar komen niet. Ik moet zelf naar de apotheek.
Van de pillen loop ik naar de natuurwinkel. Oma zweert bij 'goed spul'. Ze wil beslist 'geen rommel' op haar eten. Vroeger beantwoordde ze mijn 'ik lus het niet' met een veelbetekenend 'maar het is goed spul'. En daarmee kon ik het dan doen. En aten we die tuinbonen of alfalfakiempjes of wat dan ook. We kwamen altijd een paar kilo aan nadat we bij haar hadden gelogeerd. Was geen overbodige luxe. We waren mager toentertijd en oma kon lekker koken. Nu moet ik op haar letten. Opdat ze niet te veel afvalt. Mijn omaatje.
Het enige blik kippensoep dat nog in het schap staat is flink gebutst. Maar een alternatief is niet voor handen. Want oma loopt vast niet warm voor 'mosterdsoep met boerenslak' (hoe kómen ze er op, zou er soms een markt zijn voor voedsel met onfrisse namen?).
Met lamme armen van de tassen sjok ik terug naar de duttende oma. Na het wassen, zuigen, soppen en gieten pak ik weer de bus naar huis. Oma's slurpt gulzig van de soep uit het gebutste blik. Het vet druip van haar kin.
Thuis wordt het sleutelcaroussel van die morgen herhaald in omgekeerde richting. Frans sleutels zijn weer boven water. De taakstraf zit er op. Ik krijg mijn fiets terug. En vader de zijne. De broertjes kunnen morgen weer spelen en inkopen kan weer per fiets worden gedaan.
donderdag 29 januari 2009
Ochtendgekwetter
Roddelen zou een zonde zijn. Althans, kwaadspreken is niet iets waarop men zich laat voorstaan. Toch doen we het voortdurend. Zou er binnen vluchtige werkcontacten -waar ik de passerende fietskoppels voor het gemak maar even onder schaar- ook meer over anderen worden gepraat dan bijvoorbeld binnen een huwelijk het geval is? De uitzondering die de regel bevestigd fietst voorbij: 'Dat komt alleen omdat jíj er bij bent'. De ontvanger van het compliment, draait niet glimlachend zijn hoofd, maar blijft strak voor zich uitkijken. Twijfelt hij aan zijn kwaliteiten, is dit zijn personal coach die hem een veer in de kont steekt?. Of maakt ze hem omslachtig het hof?
Ik til Kees uit het fietsstoeltje. Zijn beker en appel worden uitgepakt, de kapstok zorgvuldig uitgezocht. Een medemoeder buigt zich naar hem toe: 'Wil je een keertje met Meike spelen?'. Kees kijkt strak naar zijn tenen en zwijgt, ook bij herhaling van de vraag. De moeder bedekt haar teleurstelling met vertedering (ze gaat verhuizen en heeft oppas nodig). Zodra deze uit beeld is zegt Kees fel: 'Meike is stom, ze is een meisje, ze pest me!' Praten over de ander is zoveel veiliger dan rechtstreeks.









