Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feest. Alle posts tonen

woensdag 28 oktober 2020

Kweepeersnoepjes en leesvoer

Feestjes zijn er niet, werken doe je thuis en of de school van je kinderen morgen nog open is, is onzeker. Uit eten kan niet, gaan dansen is gevaarlijk en vakantievierders worden door de buren voor gek versleten, en dat is niet uit jaloezie. Een politicus roept op om geen klussen in huis te gaan doen en raadt zelfs af om je kind te leren fietsen. Want als je van de ladder valt, of de fietsles eindigt met meer dan een paar schrammen, kan het ziekenhuis je mogelijk niet helpen.  

Je zou er spontaan van in een diepe winterslaap vallen. Maar in huize Lehti is het tegendeel het geval. Thuiswerken is geen optie en dus werk ik me een slag in de rondte. Want lekkende daken of verstopte afvoeren zijn er altijd, corona of niet, en die moeten worden verholpen en mensen blijven ondanks alle beperkingen toch verhuizen en verbouwen. Helaas levert meer werk ook meer risico's op en dan bedoel ik niet het contact met klanten. Dan ben ik opeens zelf de veroorzaker van lekkage in plaats van de verhelper ervan. Maar daar ga ik hier niet over uitweiden, dat overkomt de beste klussers, zo hou ik mezelf voor. 

Dat ik door al dat werken geen tijd meer heb voor leuke dingen is geen probleem, vakanties of feestjes zijn immers uit den boze. Jammer is wel dat ik door mijn uithuizigheid de toevallige bezoeker die mijn huis passeert dan misloop. De ene vriend deponeert mijn manuscript met zijn zinnige commentaar in de brievenbus en herinnert me er daarmee aan dat ik die roman ooit nog eens wil vervolmaken. Een andere vriend zet achter huis twee bakjes met lekkers neer. Met zelfgemaakte frambozendrab en kweepeersnoepjes. Kijk, dan heb ik toch zomaar weer een feestje. Met leesvoer en lekkers en wek ik daarmee dit blog voor eventjes uit haar winterslaap. 




woensdag 5 december 2018

Feestjes die niet doorgaan

Altijd jammer als een feest niet doorgaat, zeker op een dag als deze. En dat is al de tweede afgelasting deze maand. Terwijl de maand nog geen week oud is!

Eén december zouden we de voetjes van de vloer gooien. Dansen is de sport die ik het liefst beoefen. En naast mijn werk gelijk ook de enige vorm van lichaamsbeweging. Maar ik was moe en het regende.  
"Hoe laat ben je bij ons" appte ze.
"Zeg jij het maar. Heb je al kaartjes? Het is pokkeweer. Ik kom denk ik met de bus"
"Wat mij betreft gaan we er even na elven heen. Kaartjes kopen we wel aan de kassa. Ze voorspellen vanaf nu geen regen meer"
"Dan spring ik toch op de fiets. Ben ik 23 u. daar, ok? Ik laat mijn foon thuis, is toch leeg"
Het is mij een raadsel welke buienradar zij raadpleegde, want een half uur later stond ik als een verzopen kat in de stad. Ze gaf haar man de schuld (waar samenzijn al niet goed voor is). 

Als twee stuiterende pubers begaven we ons richting vismarkt, waar we samen met een tiental anderen een dichte deur bij Huize Maas aantroffen. Wegens tegenvallende kaartverkoop ging het feest niet door. Toegegeven, de grote zaal in Huize Maas is met dertig man nog zieliger dan een half uur door de regen naar de stad fietsen, maar betrouwbare websites zijn soms ook best prettig. Gelukkig telt Groningen kroegen genoeg waar gedanst kan worden. 

Om drie uur 's nachts was het weer droog en fietste ik moegedanst naar huis, maar ik kon de slaap niet vatten. Vanwege een ander feestje. Een groter, ingrijpender en spannender feestje. Niks geen 'Huize Maas' maar een 'Huize Mijn'. Althans, dat was de bedoeling. 

Ik wandelde er vrijdag naar toe, en zondag na te zijn bijgekomen van het dansen opnieuw. Ook daar was een dichte deur, maar het tuinhek bleek wel open. Ik maakte foto's en kletste met een buurjongen die zijn het wiel van zijn geplakte band niet alleen terug op zijn fiets kreeg. Een Turkse man zei dat het er rustig wonen was, een Antiliaan die een hond uitliet zei dat er allemaal mensen woonden die 'iets met natuur' hadden. Ja, daar wilde ik bij horen! 

Maandagmiddag was er open huis in 'Huize Mijn'. Mijn kinderen waren niet onverdeeld enthousiast: "Wat een deurenfestijn" en "De halve school fietst hier elk ochtend langs". Omdat Kees niet was toegekomen aan zijn dutje stortte hij ter plekke in op het enige meubelstuk dat het uitgewoonde huis rijk was, de tuinbank. Nog voordat ik het huis tot het mijne had gemaakt, was mijn jongste telg er al gaan slapen! Meer symboliek kan een mens niet wensen. 

Vandaag werd ik teruggebeld. Het wordt geen 'Huize Mijn' maar 'Huize Zijn'. "Die man wilde het persé hebben", zei de makelaar. "Hij deed een hoger bod"

Mijn feestje gaat niet door. 
Maar december is nog jong.
We maken er een feest van.

woensdag 13 augustus 2014

Wil de overledene de modem even op de bus doen?

Niet dat er tomatensoep op de muren was gespat -hoewel ik wel een soepfeestje gaf om me door de kilo's pompoen en courgette heen te werken- maar toch voelde ik me een beetje als de dweilende 'zuster' uit Floddertje van Annie M.G. Schmidt. Op mijn knieën probeerde ik zonet om de restanten gescheurde reclamefolders onder de bank en de plinten vandaan te peuteren. Veroorzaakt door de twee dozen confetti die ik gister over me heen kreeg. Net op het moment dat iedereen zijn sinaasappel-kerrie-gorgonzola-soep stond op te lepelen (of piano speelde, tafeltenniste of stiekem zijn snotvingers in de verse pesto dipte).

Onnozel als ik ben, had ik niets vermoed toen alle scharen opeens weg waren, de perforator kapot ging, Leo en Kees het oud papier wel héél erg snel naar de container leken te brengen en ik achter de gesloten deur van de kinderkamer (waar zich naast mijn eigen kinderen ook een viertal nooit eerder geziene buurtkinderen van verschillende nationaliteiten en leeftijden had verzameld) het onmiskenbare geluid van mijn verroeste pastamachine hoorde.

Logisch dat ik niks doorhad. Was zelf druk doende met het versnipperen van kool en komkommer (nog een geluk dat ik geen tzaziki over me heen kreeg). Maar het resultaat van al die kinderkniparbeid lag vandaag dus in elke bilnaad van mijn huis. Dus kroop ik (samen met de veroorzakers) over de vloer om mijn woonst van haar carnavaleske karakter te ontdoen.

Het was trouwens niet alleen een soepfeest, maar ook een bedelfeest. Voor mijn verjaardag vroeg ik om de cadeaus achterwege te laten en het bedrag van de niet gekochte wijn/boek/plant in de bus voor mijn klusbus te stoppen. Die stuk is (en het is niet erg waarschijnlijk dat mijn autogarage wil worden uitbetaald in groente).

De vakantie was verder trouwens prima, maar het vertrek leek wel wat op 'Lola Rennt'. Twee nachten na elkaar vertrok ik van dezelfde plek, met dezelfde mannen, naar dezelfde bestemming. De eerste keer strandde in lekkend koelwater en veel sissen en 's nachts de marechaussee in donker Oost-Groningen storen om hen om water te vragen. De herhaling ging in de auto van mijn ouders (met achterlating van flink wat bagage).

Eenmaal in Tsjechië, probeerde ik, compleet gaar van het dubbele nachtelijk vertrek, de benodigde campingpapieren voor iedereen in te vullen. Maar dit sneeuwwitje haalde daarbij de namen van haar huidige en vorige vriend door elkaar. Dat is geen hogere wiskunde, want ze dragen dezelfde naam. Hetgeen bij de dagelijkse communicatie in dit fusiegezin wel eens voor verwarring zorgt ('Bedoel je eerstehans of tweedehans?').

'Dan kun je hun namen toch ook niet verwisselen?' Nee, daar heeft u dan weer gelijk in, oplettende lezer, maar wel hun TWEEDE naam (die ze beide vreselijk vinden, hen daarmee aanspreken is geen optie). En ook met hun geboortedata kan men de mist in gaan. Om het nog exotischer te maken waren de heren de eerste dagen beide aanwezig op de camping. En ja, ze deden wel samen de afwas, maar sliepen niet gezamenlijk in mijn tent. Verder nog vragen?

Bij het noteren van overlijden hebben andere mensen dan weer moeite. Zo bleek toen ik weer thuis was. (Met de trein, ik hou de zaken graag ingewikkeld. Waarmee ik de primeur had om WEL in Berlijn te zijn, en NIET uit te stappen). Thuis bleek ik te zijn afgesloten van de buitenwereld. Geen telefoon. Geen internet. Wel een brief met het verzoek om de (het?) modem retour te zenden.

Ze dachten dat ik dood was. Of zoiets. Had ik zelf veroorzaakt. Door hen er op te wijzen dat het niet erg zinvol was om steeds aanmaningen te sturen aan de vorige bewoonster. Die is overleden. Nadat ik de afdeling nabestaanden had gemeld dat ik toch echt niet dood was, volgden er excuses, twee maanden vrijstelling van betaling en zelfs een boeket bloemen (waar ik eerst geen kaartje op kon ontdekken en even vreesde voor een 'Derdehans').

'Zijn die voor de rouw of voor je verjaardag?' vroeg Leo jolig.


Slapen wil soms wel eens helpen om het hoofd koel te houden.
En niet te veel te dwalen.
Hoewel dat dwalen ook zijn charme heeft.

In het bos bijvoorbeeld,
Of tussen de schappen met ondefinieerbaar voedsel.
Of op een Tsjechisch kerkhof, op zoek naar mijn voorouders.

Of in een maisdoolhof.
Maar dat is pas morgen.












woensdag 13 maart 2013

Grillig Groningen en de Harlem shake


Hoewel hij in hartje winter werd geboren, viel zijn feestje in de lente. Althans, dat leek zo. Dat liep zo. Want ik had geen tijd of geen zin in dat gedoe. Ook het prikken van een dag was lastig want vriendjes gingen om beurten met vakantie.

Het moest weliswaar een verrassing zijn en hij wilde er niks van weten maar hij was nu alweer een paar weken geleden jarig geweest en herinnerde mams af en toch maar met klem aan haar belofte: 'Ik hoop dat de speurtocht heel leuk wordt'.









Op vijf maart was de hele school een dag vrij, het was toevallig zomaar vijftien graden en zo verreden acht jongens die dag de beloofde speurtocht dwars door Groningen. Ze maakten knotsgekke 'Harlem Shake' filmpjes die ik niet online mag zetten en bakten als afsluiter pizza in het restaurant bij de grote broer.
 
's Avonds, toen ik hem al basketballend het portiek hoorde naderen, deed ik alvast de deur voor hem open. Hij spreidde zijn armen en zei stralend: "de speurtocht was fantastisch!"

Uitstellen is soms zo slecht nog niet. Maar ben blij dat ik niet langer wachtte, want nu, een week later, ligt er buiten alweer sneeuw. In het zuiden van Nederland zag men geen zon, half Frankrijk zit vast in zijn auto op de weg en er stond dertienhonderd kilometer file in België. Maar niet in Groningen hoor. Daar was het landschap bedekt met een prachtig laagje poedersuiker en verder vooral stil en leeg. Op mij na dan.


























 

zaterdag 23 februari 2013

Jozef Krekel van de yoghurt

Ooit maakte hij reclame voor yoghurt. Nu daagt Jozef Krekel de Italiaanse media en maffia uit, de gevestigde orde, politici. Eind jaren tachtig staarde hij seconden lang zwijgend in de camera, recht in het gezicht van de kijker. 'Hypnotiserende publiciteit' heette dat geloof ik. Misschien verkocht hij toen al zijn ziel aan de duivel. Maar nu schijnt de Italiaanse televisie niets meer van hem te moeten hebben. Of zou hij dat spelen? Hij ìs per slot een komediant. En stemmen trekken in Italië, dat kun je het beste doen door vooral heel erg tégen te zijn. Die vlieger gaat ook op in Nederland, getuige Fortuyn met z'n 'Puinhopen van paars', de SP met de tomaat en de Partij van de Vrijheid.

Ontevreden mensen willen horen dat ze met recht ontevreden zijn. En dat iemand anders daar schuld aan heeft. Dat is precies wat Jozef Krekel doet, beter bekend als Beppe Grillo, de komiek met de prachtige grijze lokken. Beppe komt van Giuseppe, Jozef. Veel Italiaanse mannen boven de vijftig heten zo. En Grillo is dus gewoon krekel.

Bij gebrek aan een zeepkist op tv, trekt Grillo door Italië. Met een soort boodschap als 'Spread the word'. Bij Nieuwsuur vertoont men beelden van auto's met megafoons: "Vanavond zes uur Grillo in Piazza". Een mooie knipoog naar de voorbije jaren zestig vol voorspoed. Eén van de toehoorders op het plein in Campobasso, in Italië's minst bekende regio Molise, zegt: 'òf Grillo wint deze verkiezingen, òf er komt een burgeroorlog'. Beppe zelf maakte vanaf het podium een obsceen gebaar naar de Italiaanse pers, die volgens hem alleen opnames zou vertonen van het lege plein na afloop. Om zo de zwevende kiezer te ontmoedigen. Of zoiets. Nieuwsuur mocht Grillo, in tegenstelling tot de Italiaanse pers, wel even interviewen. De intonatie van de yoghurtkrekel verraadt zijn herkomst: Genua.

Na zes jaar in dat prachtige, idiote land te hebben vertoefd, keerde ik in 1993 terug naar Nederland. Degene door wie, of voor wie ik in Italië verzeild raakte en dankzij wie ik, ere wie ere toekomt, de taal perfect leerde spreken, deed, in de tijd dat ik hem nog sprak, eens een mooie uitspraak over die Italiaanse crisis. "Wat nou crisis, Italianen moeten alleen wennen aan het idee dat ze geen dertig paar schoenen maar slechts één paar per jaar kunnen kopen." Ook mannen met losse handjes zeggen wel eens iets zinnigs. 

Crisis is ook in Nederland het toverwoord. Van huishoudbeurs ('niks is meer gratis') tot hypotheken ('zeventigduizend huishoudens met betalingsachterstand'), bij elk item wordt iets over de malaise gemeld. Slechts zelden rept men over afnemende milieuvervuiling, autobezit, meer tijd om zorgtaken te vervullen of andere positieve neveneffecten van de groei die even afvlakt. Klagen over hoe erg het is levert niet alleen stemmen op. Het fungeert ook als kijkcijfercanon.

Over die hypotheken mijmerde ik nog even verder. Waren die zeventigduizend per jaar? totaal? Het leek me zo veel. Toen het zoveelste reclameblok voor het aanschaffen van geluk/ liefde/ seks in de vorm van een mobiel/ auto/ drankje de huiskamer in knalde, sloeg ik aan het rekenen. (Als hier iemand meeleest die cijfermatig of op economisch vlak beter is onderlegd dan ik, laat hij of zij niet schromen mij terecht te wijzen, mij op een denk- of rekenfout te attenderen)

Zestien miljoen Nederlanders. Ooit woonden daar zeventig procent van in een huurhuis. Althans -daar heb je 'm weer- daar pochte ik in mijn Italiaanse tijd mee. Enige vorm van chauvinisme was me niet vreemd ("In Nederland rijden alle treinen op tijd en worden films nóóit onderbroken voor reclame). Ok, zestien miljoen. Stel dat de verhouding koop/ huur in twintig jaar is omgedraaid, dan woont er nu zeventig procent in een eigen huis van de bank. Maakt elf komma twee miljoen. Er wonen vast niet alleen singles in die betonnen paleizen. Laat ik een conservatieve schatting maken. Gemiddeld twee mensen per huis. De helft van elf punt twee maakt vijf punt zes miljoen. Als ik dat deel door waar het mee begon, zeventigduizend, maakt dat één op de tachtig huishoudens problemen heeft bij het betalen van hun hypotheek. En, zo meende ik op te vangen, dat is alleen wat zichtbaar is. Hoeveel mensen er met behulp van eventueel spaargeld en/of vermogende ouders het hoofd nog net boven water houden, is onbekend.

Zou er een politicus zijn die deze som iets degelijker kan narekenen? Die dan misschien concludeert dat het bevorderen van huizenbezit tegen de geldende marktprijs een farce is. Dat het misschien zinvoller is -ik noem maar een zijspoor- om niet (alleen) omvallende banken met miljarden te nationaliseren, maar het ooit zo jubelend verkochte sociale woningbezit in handen van de overheid te krijgen? Zodat mensen hun geld niet èn aan -omvallende- banken èn de fiscus kwijt zijn. Maar alléén aan de overheid. Lekker transparant. Kan een degelijke, integere politicus daar niet eens iets zinnigs over zeggen?

Ach, ik brul maar wat. Ben geen politica. Net zo min als Beppe Grillo. Die verschuilt zich, zo beweren de media in Italië, achter zijn blog. So do I.

Het ligt voor de hand om nu een linkje te plaatsen naar 'Il grillo parlante', 'de pratende krekel'. Bennato maakte dit album zo'n veertig jaar geleden. Over Pinocchio. Over hoe Italië functioneert en het kapitalisme in het algemeen. Maar al surfend stuit ik op een gemeenschappelijk bluesoptreden van Bennato (uit het Zuiden, 'terrone', boer) en Grillo (uit het Noorden, 'polentone', maispapvreter) ten behoeve van de vuilnisdag in 2008 te Napoli: Nun se salv nisciuno!!!! (Niemand redt zich/is veilig). (zeer slechte opname en in onverstaanbaar Napolitaans)

Maar wat nu? Er is deze week in een oorlog tussen pro-Grillo en Bennato-fans uitgebroken. Er wordt met modder en stront gesmeten. Oorzaak: Bennato plaatste op you-tube 'Al diavolo il grillo parlante' (naar de duivel met de pratende krekel). Heetgebakerde reacties over en weer ('Ik ben fan-af, smijt nu al je lp's in de kliko!"). Het is hi-la-risch. Of diep triest natuurlijk. Net wat je wilt.

Italianen geloven in God. In sprookjes.
De één koopt jonge meisjes en strooit met geld in ruil voor je stem.
Een pratende krekel noemt zijn partij 'Vijf sterren'.
En dan is er nog een communist
en...
ach laat maar.

Wordt het niet tijd voor een Prima Donna in Italië?
En dan liever niet pornoster/parlementslid Cicciolina (tevens ex van Jef Koons) of de kleindochter van Mussolini (tevens nichtje van Sophia Loren)

Ik bler intussen nog even mee met Bennato over Pinocchio:   

E stata tua la colpa (het was je eigen schuld)
alora adesso che vuoi (dus wat wil je nu?)
volevi diventare come una di noi (je wilde als één van ons worden)
En stata tua la scelta (het was jouw keus)
alora adesso che vuoi
sei diventato proprio come una di noi (je bent als één van ons geworden)

Maar eigenlijk is deze nu meer van toepassing:
'Lui è il gatto ed io la Volpe, di noi ti puoi fidar'
(hij is de kat, ik de Vos, je kunt ons vertrouwen)

Cari Italiani, heel veel succes met kiezen uit al die (tweehonderd!) sprookjes dit weekend!

dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.

vrijdag 16 november 2012

Paren in het spookhuis

Nee lieve lezer, nu volgt niet alsnog de sappige tekst van de kermisdate van dit voorjaar. Of hoe het vervolg was van de veelbelovende ontmoeting met de schilder. Maar mocht je alsnog nieuwsgierig zijn, lees dan gerust verder.

Sinds twee jaar ben ik gescheiden. Of nou ja, wat heet. Kees (8) vindt dat zijn ouders niet gescheiden zijn, want we waren ook nooit getrouwd. Maar intussen denk ik zelf, dat als je kinderen met iemand op de wereld zet (en ze samen maakt), je ook nooit echt kùnt scheiden. Wat daar verder ook van zij, mijn situatie is, voor wie mij van nabij kent, op zijn minst opmerkelijk (of raar, verwarrend, idioot,  mag ook).

Twaalf jaar geleden kochten we een huis. Mijn ex en ik. Of eigenlijk twee huizen. Boven elkaar. Vooruitziende blik? Wellicht. Die huizen, deze huizen, dat was liefde op het eerste gezicht. "Dit huis is zo bizar, hier willen we wonen". Dat zeiden we toen tegen elkaar en, binnen tien minuten, ook tegen de makelaar.

De verkopers, eveneens een stel, hadden het samenvoegen van de panden beperkt tot het maken van een smalle doorgang op de eerste verdieping (inpandige trap was al aanwezig en hoorde bij het benedenhuis. Veel Groningse huizen zijn al raar van zichzelf). Als we onverhoopt uit elkaar zouden gaan, konden we het muurtje tussen de woningen gewoon dichtmetselen. De doorgang kreeg als bijnaam 'het geboortekanaal'. Ik paste er toentertijd net door. Maar dat kwam omdat ik hoogzwanger was. Toen de baby er eenmaal was (die inmiddels een tiener is en zonet meldde dat hij een tattoo wil), en de kraamtranen gedroogd, werd er gesloopt, verbouwd, vergroot en verkleind.


Het huisnummer van de bovenwoning werd opgeheven, althans bij de gemeente. Daar waren toen aantrekkelijke redenen voor. Al was het alleen maar omdat je als modelgezin met twee huizen ofwel één huis onbewoond moet laten, ofwel op papier als alleengaanden door het leven gaat. Maar op zekere dag vonden we elkáár niet meer aantrekkelijk. En ging ik een deurtje verder -ok, hoger- wonen. De emotionele kant van de soap laat ik nu even achterwege, maar het lag voor de hand om het geboortekanaal, of wat daar van over was, niet gelijk dicht te metselen. (hoewel je dat na het baren van drie kinderen best kunt overwegen). Het was per slot wel prettig dat de kinderen voor hun vergeten basketballen, biebboeken of mobieltjes niet steeds eerst hun schoenen en huissleutels nodig hadden. Dat lot zou deze kinderen van scheidouders gespaard blijven. So far, so good.
 
Maar ik vond het zelf toch prettig als de NS, Kamer van koophandel, woningcorporatie ('U bent niet urgent want u komt niet op straat te staan, er zijn nog honderd wachtenden voor u') of god mag weten welke instantie dan ook, mijn werkelijke woonst als zodanig zou erkennen. Of dat ik bijvoorbeeld weer belasting mocht betalen en de mogelijkheid kreeg om het grofvuil te laten ophalen. Wat nu nog niet kan. Want mijn huis, mijn woning, die bestaat niet:   

U kunt op dit adres geen grofvuil aanbieden omdat:
  •     Dit adres geen woning is

Bij de afdeling ruimtelijke ordening (what's in the name) werken welwillende mensen: "Als het bij het Kadaster nog als twee woningen te boek staat, volstaat een kort briefje waarin u uitlegt wat uw situatie is en kan de woning officieel weer worden gesplitst" (dubbele gas-, water- en lichtmeters waren nooit verwijderd). Maar toen bleken er verscherpte eisen, en regels waaraan de arme ambtenaren zich -het spijt me mevrouw- niet aan konden onttrekken. Er moest tussen de huizen een brandwerende muur komen waarna ik een officieel splitsingverzoek kon indienen. De muur mocht ná de inspectie wel weer worden gesloopt, maar zo waren nu eenmaal de voorschriften.

Het geboortekanaal was niet kindwerend, laat staan dat dat tochtgat een brand kon vertragen. Wat nu te doen? Een andere ambtenaar adviseerde me om gewoon te proberen me te laten inschrijven in mijn spookhuis. Wat ik deed. En wat lukte. Binnen vijf minuten huppelde ik blij weer naar buiten bij de afdeling burgerzaken. Maar na drie dagen werd ik gebeld: "Er is iets ráárs, mevrouw," -Goh, vertel mij wat- "u kunt daar niet wonen, dat huis is opgeheven."

In relaties ben ik niet zo'n kei en in scheiden dus ook al niet. Weliswaar zit er intussen een brandwerende deur in de doorgang. Maar mijn ex heeft nog geen eigen badkamer en doucht nog steeds in de mijne  (hoewel ik dat nooit merk, hij heeft een perfect aanpassingsvermogen, als het hier spookt, spookt hij gewoon mee. In die zin is hij een voorbeeldig echtgenoot). Maar het blijft niet bij het huis alleen (waar intussen ook de oudste zoon zich weer heeft gevestigd. Nóg een spook erbij). We delen ook nog een auto en zelfs een wasmachine. En dat laatste, zo blijkt, heeft in de afgelopen jaren tientallen nieuwe scheidingen opgeleverd. Dus heb ik me dit weekend, als ervaringsdeskundig mediator, in de strijd gegooid. Door het paren van de door de wasmachine van elkaar verwijderde sokken. Wat resulteerde in maar liefst zestien met elkaar verzoende stelletjes! Uiteraard bleven er ook een hoop eenlingen over. Wat de vraag opwierp wat dáár nu weer mee te doen. Maar dat paren werkte inspirerend en bracht me op goede ideeën.

Ten eerste nodigde ik vanavond mijn ex uit om te komen eten. Het lam was mals, de soep was lekker en de sfeer was goed. Toen we aan de koffie met koekjes zaten, daagde Frans (21) zijn broertje Leo (11) uit voor een potje push-ups.


Ten tweede belde ik maar weer eens de gemeente. Op vrijdagmiddag tegen vijven. En je houdt het niet voor mogelijk, maar volgende week komen ze inspecteren of mijn huis ontspookt kan worden.

Als ik dan eindelijk officieel op mezelf kan wonen, ga ik het samen vieren.