donderdag 9 juni 2011

Zuipen op de steiger


Bij ons in de straat wordt geschilderd. Bij ons in de straat wonen studenten. Dat dit een perfecte match is voor een origineel feestje bleek vanavond. Ik hing uit het raam om te genieten van de laatste lichtgloed die over de stad viel. Het groen is nu op zijn groenst. Het breekbare, bleke, malse van de lente is er nu wel af en de droogte van augustus moet nog komen. Nergens rookpluimen uit schoorstenen. Een prima dag voor een luchtballonvaart. Het is windstil. Door de stilte draagt het gebral bij de buren extra ver. Tegen elven is het bijna donker en zit er al flink wat drank in. Ze klimmen met z'n velen uit de dakkapel op de steiger. De jongens stoten steeds meer oerkreten uit, de meiden manen tot kalmte.

Ik moet denken aan zoon Frans, die vanavond langskwam. Voor het eten. Met een blauwe vingernagel en de mededeling: "Ik was bijna dood". In Brugge, bij het werken op de kermis, had hij, of zijn werkmaatje uit Mongolië, per ongeluk één van de vier haken niet losgemaakt van het plateau vol hekken voor de achtbaan. Het signaal naar de kraan, dat deze kon gaan binnenhalen, was te snel gegeven. Frans voelde dat de hekken onder hem gingen bewegen, gingen schuiven. Het platform ging hellen, het zat nog aan één haak vast. Zijn baas schreeuwde 'ER AF, FRANS, ER AF!', en zelf rende de man, met handen als kolenschoppen, ook voor zijn leven. Met daverend kabaal stortten de hekken naast hem op de kasseien. Frans was net op tijd op de trailer terug geklauterd.

Het is gevaarlijk werk. En zwaar. En zwart. Maar hij is terug. Heel. Hij wil mijn auto lenen om boodschappen mee te doen. Om zijn geld weer uit te geven. Aan eten. En drank. Misschien staat hij morgen ook brallend op de steiger.

zondag 5 juni 2011

Sternfahrt, Trabi's en bliksem


Ik besluit dat de voordelen van het 's nachts rijden niet opwegen tegen de nadelen. Dus begeef ik me, op klaarlichte dag, als half Duitsland een zonovergoten hemelvaart afsluit en huiswaarts keert, op de Autobahn. Althans, daar doe ik een poging toe. Want uitgerekend op deze zondag, toont Berlijn zich van zijn milieuvriendelijkste kant; er worden vandaag alleen fietsers toegelaten op de snelweg. Vanuit alle windrichtingen worden van buiten de hoofdstad fietsers richting Postdamerplatz geleid. Dat ziet er zo uit: en dit is dan nog maar één weg, hè

Groen-witte politiebusjes blokkeren opritten. De toegangswegen raken al snel verstopt. Hoewel ik tot voor kort zwoer bij een ouderwetse topo-kaart van papier, ben ik nu totaal overgeleverd aan mijn navigatie-apparaat. Niet zo slim van Lehti. Je hoort het al: 'probeer om te keren', -route wordt herberekend-, 'probeer om te keren'. En die Tomtom kent deze zogenaamde 'Sternfahrt' natuurlijk niet. Maar de zon schijnt, dus als ik de schaduwen in de gaten hou, kan ik pal naar het westen rijden. 'Ergens kom je altijd' was Pippi's motto.

Voor mij is het alleen vertraging. Meer medelijden heb ik met mijn zusje, die vandaag een toeristische autotocht langs Berlijnse bezienswaardigheden moet leiden. In van die Trabanten dus. Heel authentiek, maar vandaag was een fietstoer beter geweest.

Door in de juiste windrichting te blijven rijden, ben ik na een klein uurtje toch Berlijn uit. Het landschap is hier prachtig. Ik kan de Friese boeren, die hier naar toe emigreren, geen ongelijk geven. Om de vele Baustelle bij Hamburg te vermijden, heb ik dit keer de route over Hannover gekozen. Maar allemachtig wat is het hier druk....en warm. Kees en Leo verzinnen spelletjes maar ook zij zijn er na zes uur file in, file uit, aardig zat van.

We leggen ons te rusten bij een meertje, dat zichtbaar is vanaf de snelweg en, wonder boven wonder, met een afrit in de buurt nog makkelijk bereikbaar ook. Liggen op een kleedje, mooie stenen zoeken, turen naar pasgeboren eendjes. Plassen, water drinken en roken. Een visser groet in het voorbijgaan, de mais wordt met waterkanonnen nat gespoten. Margrieten bloeien. Te mooi om waar te zijn. Maar Murphy is aan mijn zijde, want de òprit tot de snelweg blijkt hier afgesloten. Nergens een omleidingsbord. Ik rij opnieuw de zon achterna. Zo zie je nog 's wat van Duitsland.

Acht uur nadat we vertrokken uit Berlijn, bereiken we Bunde (toch maar een bypass over Bremen gekozen, het stond overal muurvast), eindelijk kunnen we vaart maken. De teller tikt de 150 aan. Maar dan, net als ik alles denk gehad te hebben, pakken inktzwarte wolken samen, bliksemschichten schieten rakelings langs de weg, de hemel barst open. Tegemoetkomende vrachtwagens bieden een beetje bescherming tegen de horizontale slagregens. Het lawaai is oorverdovend. Leo, die nog steeds wakker is, zegt met een benepen maar toch heldhaftige stem: "Ik help je wel". De teller gaat van tachtig naar vijftig, naar dertig, de ruitenwissers kunnen het noodweer ook op hun snelste stand niet aan. Glibberend bereiken we 'de Poort van Groningen'.

Een korte plaspauze. Leo wil een filmpje maken van het onweer in de verte, maar ik wil naar huis. We zijn er bijna. Ik start alvast de auto.
"Ik tel tot tien."

Bij sec. 15 (zo ongeduldig ben ik nu ook weer niet), gaat heel even het licht aan,
in de oosten,
in Berlijn.




zaterdag 4 juni 2011

Ehec-lunch




Lekkere China-pfanne met taugé aan de Karl-Marxstrasse in Berlijn. Helles biertje er bij.



En dan wensen dat we de ehec niet krijgen.

vrijdag 3 juni 2011

Titten, Techno & Trompeten

Oftewel Berlin Calling. De muziek staat al een jaar bovenaan mijn lijstje. Krijg er nog steeds geen genoeg van. Heerlijk ook als je achter het stuur zit. Vanavond was er een life optreden van Kalkbrenner in Berlijn. Uitverkocht. In Nederland kwam de film maar niet langs. Maar nu draait hij, met Engelse ondertiteling, in de kino van de Hackesches Hofe. Heerlijke muziek, humor, vaart, goed spel en weinig cliché's.

Nieuwsgierig geworden. Hier zijn nog meer mooie tracks:
(volumeknop helemaal open)
S-bahn
Sky & sand
Dockyard

Scene uit de inrichting. Met een lief soort humor: revolte

donderdag 2 juni 2011

Groningen, Pritzwalk, Berlijn in de nacht

De eerste dag van juni sluit ik af met een nachtelijke tocht Oostwaarts. Naar hun tante, onze nichtjes. Om negen uur race ik nog even naar de buurtsuper om het door hun bestelde Nederlandse brood te kopen. Ik doe nog een afwasje en maak me klaar voor vertrek. Leo wil niet mee, gaat op de bank liggen en reageert op mijn verzoek zijn spullen te pakken met struisvogelpolitiek. Op de bank, met de gordijnen en de deur dicht, zal er vast niks gebeuren lijkt zijn redenatie. "Ik ga niet mee!" Op zijn broertje heeft deze bokkigheid een stimulerend effect. Keesje wil helpen inladen, zoekt knuffels en onderbroeken bij elkaar en installeert een lekkker bedje achter in de auto. Als ik Leo van de bank naar de auto til, is het enige doelwit wat zich in zijn buurt bevind, zijn broertje. Die krijgt een ferme trap in zijn zij en zo begin ik, met twee jengelende kindjes, aan mijn uitstapje naar de Berenstad. De jongens vallen gelukkig gauw in slaap.

Na Leer en Oldenburg kan ik lekkere doorjakkeren. En niet lang nadat de laatste lichtheid in het westen in mijn achteruitkijkspiegel is verdwenen, gloort er aan de horizon voor me, een warme oranje gloed. Nevel hangt laag op de velden, moerassen, akkers, koeien steken er spookachtig hun koppen bovenuit. Als er niet zo veel windmolens waren en ik ook mijn eigen bolide op het asfalt wegdenk, waan ik me zo in een tafereel van eeuwen her. Landontginners trekken door bossen en moerassen om het woeste land richting Polen te ontginnen. Ook nu is er geen huis te bekennen. Dan hoor ik Kees met zware ochtendstem vanaf de achterbank "Kijk zonsondergang". En ach, hoe heerlijk zo'n uitspraak ook is, zeker nadat ik al vele malen mijn favoriete nummers van de usb-stick heb afgespeeld, ik ben toch ook maar een ma. Dus corrigeer ik hem met een "Nee, schatje, dat is de zonsòpgang,...het is al ochtend. Ik wijs hem op het sprookjesachtige tafereel aan de andere kant van de weg: "Kijk, zie je die mist." Kennelijk zijn zijn ogen en zijn mond eerder wakker dan zijn oren. Want Keesje zegt zelf: "Kijk, allemaal rook." Waarop Lehti opnieuw betweterig meldt dat het hier wolken betreft die op het land liggen. Met een kort "O" valt hij weer in slaap.



Als het hele land verlicht is, hou ik een korte rookstop nabij Pritzwalk. Poolse vrachtauto's met onuitspreekbare plaatsnamen staan als legoblokjes langs de kant. Hun chauffeurs liggen nog op één oor achter in hun cabine. Ik ben de enige PKW hier. Dan zoeven er drie BMW's de parkeerplaats op. Mannen met brede armen, zonnebrillen, kale koppen en gotische letters op hun kleding stappen uit de zwarte auto's. Ik vraag me af of dit een paar van die neonazi's kunnen zijn die mijn nichtje onlangs de stuipen op het lijf joegen toen ze voor het eerst alleen met de metro ging. Een groep zat een wagon vóór haar. Hun bedoeling was om in de kleurrijke wijk Kreuzberg de boel op stelten te zetten. Hoewel de politie de zaak niet onder controle had en er later alsnog veel mensen werden afgetuigd, liet men de metro (met zowel mijn iele nichtje als de neonazi's aan boord) zonder te stoppen tot aan de eindhalte rijden. Om bloedvergieten te voorkomen, of om de neonazi's te verspreiden. Mijn nichtje kwam toen met bonzend hart op een haar volkomen vreemd station terecht. Huilend en veel later dan gepland kwam ze thuis. Maar hier op deze Rasstätte zie ik geen swastika's dus het is vast alleen de plaatselijke voetbalfanclub. Maar misschien maakt dat ook niet zo'n groot verschil.

Een uur later rij ik de Autobahn af, de stille Tempelhoferdamm op. In geen enkele andere wereldstad van die omvang grenst de natuur zo tot aan de rand van de stad en ook kun je volgens mij zelden via de snelweg zo ver doordringen in de stad. Berlijn, stad van extremen. Een paar vrouwen haasten zich naar hun vroege schoonmaakbaantjes. Het is 2 juni, Hemelvaartsdag, de dag dat de Zoon naar de Vader terugkeerde. In Duitsland viert men dan vaderdag. Of 'Herrentag'. En dan moet je niet denken aan kunstig geknutselde stropdassen of beschilderde spaghetti, nee, dat is gewoon met mannen onder elkaar zuipen tot je er bij neervalt. Of net niet. Zoals de man die nu met zijn rug tegen een auto staat, slapend, met zijn hoofd naar één schouder gezakt. Als ie voorover valt, rij ik zijn kop er af. Hij blijft gelukkig staan.

We passeren de voormalige flughafen Tempelhof. Ooit landden hier de zogenaamde 'Rosinenbomber', nu ligt het enorme grasveld er verlaten bij. In afwachting van een nieuwe bestemming hebben de konijntjes, die eerst huisden op de totenstreifen tussen de Muur, hier een veilig heenkomen gevonden.

Ik wil mijn zus niet om zes uur 's ochtends wakker klingeln. Ook mijn jongens liggen achterin de auto nog in diepe rust. Ik parkeer mijn auto dubbel voor een Backerei. Een vroege klant op het terras leest zijn krantje bij een verse kop koffie. Dat lijkt mij ook wel wat. Maar er is niemand in de zaak. Het ruikt er lekker en het uitgestalde banket doet me watertanden. Na mijn voorzichtige 'Hallo', komt er een vrouw van achteren aansloffen. Bij het zien van haar kille blik, voel ik me al bijna schuldig dat ik haar zoete broodjes wil komen kopen. Oja, bedenk ik me dan, dat was ook zo, dat is de welbekende "Berliner Snauzer". Dat is niet snauwen, dat is gewoon hun manier van beleefde zakelijkheid. Niks geen 'Waarmee kan ik u van dienst zijn?' of 'Verders nog iets, mevrouw?'. De klant zegt wat ie wil en krijgt wat ie wil. Niks geen zoete broodjes bakken. Die zijn al klaar. Ik probeer na het bestellen van koffie nog een luchtig babbeltje te houden over haar heerlijke baksels. Maar meer dan 'Klein oder Gross?', krijg ik niet van haar terug. Ja, het wisselgeld, dat ze op de toonbank kwakt. Ook een kwestie van gewoonte. Zo snel als ze kan is ze weer verdwenen achterin de winkel. Ook goedemorgen mevrouw.

Mijn koffie drink ik op, gezeten op een bak met zand voor in de winter. Op de stoep van de nog gesloten rolluiken van de fietsenmaker. Hoe vaak hebben we hier niet met drie broeken aan over de sneeuw en het ijs geglibberd. Bevroren wc's, dichtgevroren autosloten, het is hier echt vreselijk koud in de winter. Niet voor niets zijn alle ramen voorzien van vierdubbel glas. Maar nu laat de aangename kant van het landklimaat zich voelen. Het is pas half zeven en de zon voelt gelijk al warm. "Trust no one" staat er op de bak met zand gekalkt. De koffie is smerig maar heet. Het broodje smaakt naar reuzel.

Om zeven uur maak ik Leo wakker. Hij is nog steeds struisvogel en weigert uit te stappen. Maar even later speelt hij lachend met zijn nichtjes en broertje het spoken spel. Ik stort neer op het bed van mijn zus en val als een blok in slaap. Wat een lange nacht. De neefjes en nichtjes gaan ontbijten, met meegebracht Nederlands brood.
Leo wil niet meer naar huis. Hij wil hier blijven wonen.

zondag 22 mei 2011

In Zoo-men

Als Leo en Kees zondag met mama Lehti naar de dierentuin gaan, schieten ze naar hartelust plaatjes van alles wat ze tegenkomen. Eerst worden het vooral zoekplaatjes. Het water, het oerwoud en de varens zijn dus niet de onderwerpen van de foto's hieronder.








Naarmate de dag vordert en ze de lol van het inzoomen hebben ontdekt, blijkt het ook dan weer een hele kunst om zo'n beest in zijn geheel in beeld te krijgen. En dan krijg je dus stukjes streep, bil of vin. Een ander soort zoekplaatje.










Maar na een hele dag rennen, klimmen, ijs eten en heel veel in- en uitzoomen, kunnen de foto's van Keesje en Leo zo in de souvenirwinkel van de dierentuin als ansicht worden verkocht. Zonder te zijn bewerkt. Natuurtalentjes. Al vind ik de zoekplaatjes zelf leuker.








maandag 16 mei 2011

Koperkut


.... of eigenlijk is 'het kutkoper' een passender titel. Nee, niet 'de', ik bedoel echt 'het'. Want het betreft hier geen afnemer van spleten, maar het metaal dat tegenwoordig zo prijzig is dat diefstal ervan de spoorwegen onregelt, kerktorens brandgevaarlijk maakt vanwege het afknippen van bliksemafleiders en dat de koperopkoper -nu wel weer 'de'- in het verdomhoekje drukt omdat die niet afdoende navraag zou doen naar de duistere herkomst van dit gewilde goedje. Van koper dus.

Juist omdat het zo prijzig is, heb ik onlangs voor het eerst een lekkende loden waterleiding vervangen door een witte plastic buis. Niet door koper. Dat is dan natuurlijk de buitenkant, de binnenkant en de koppelstukken zijn namelijk weer wel van dit zo wonderlijk riekend rode metaal. Ook nog van koper was de aansluiting naar de meter en de badkamerkraan. Kortom, nog koper zat.

Als ik met water aan de slag ga, gaat de hoofdkraan dicht. Logisch. En als er geen water is, was ik minder vaak mijn handjes. Ook vrij logisch. En hoewel ik mezelf best hygiënisch vind, nam ik het bij deze klus niet zo nou. Lunchte dus met vieze handjes tussen het solderen van een muurplaatje en het aansluiten van de stortbak door. En nu heb ik last van overmatige afscheiding. Niet de waterleiding lekt, niks mis met die plastic buis, maar mijn kut. Geen oorzakelijk verband, zou je zeggen. Want ik werk dan wel behoorlijk chaotisch, maar ik stop die koppelstukken ècht niet in mijn vagina.

Eenmaal bij de huisarts, vraag ik waar deze onschuldige, doch niet zo praktische aandoening vandaan komt. (hoef me als loodgieter niet te schamen voor nattigheid op mijn werkkleding, een nat kruis zal vast minder opvallen dan bij een mantelpak). De dokter blijft vaag.
Ik opper iets met hygiëne?,
Nasleep van mijn miskraam?
Seks?
'Nee', zegt de dokter, 'Nonnen kunnen het ook krijgen.' (mijn gevatte reactie hierop laat zich raden). 

Terwijl hij een recept voor een 'vaginaal paasei' intypt, mompelt hij dat je het ook van 'koperen waterleiding kunt krijgen'.
Pardon???, Wát zei u daar?!
Ik heb me zojuist dagenlang met koper omgeven! Moet ik dit euvel nu scharen in de categorie bedrijfsgerelateerde ziekten?!

Nadat het recept via de digitale snelweg bij mijn apotheek is beland, gaat het gesprek verder over anticonceptie. Een spiraal wel te verstaan. Op een model van een vagina, ter grote van een blikje nachtcrème, laat hij geduldig zien hoe het inbrengen er van in zijn werk gaat.
Heeft de werking hiervan niet met koper van doen, dokter? Nee, mevrouw, die dingen zijn tegenwoordig van veel vriendelijker materiaal.
Ik meen toch iets groens te ontwaren.
Kutkoper.

zaterdag 30 april 2011

De macht van de taal van de tandarts


"Wil je Priscilla even roepen, ik wil haar iets vragen wat jij denk ik niet weet."
Met mijn kaken in een kramp kijk ik naar de blik van de assistent, wat zou zijn reactie zijn op dit verzoek? Omdat de tandarts er van uitgaat dat hij iets niet wéét, moet híj van zijn baas zijn voorgangster halen, een zwarte dame nog wel?! Ik kan geen tekenen van irritatie ontwaren. Ik kan sowieso niet zien hoe de lippen van deze Aziatische jongeling gevormd zijn. Er zit een kapje voor.

Hij vraagt voor de zekerheid nog na of hij wordt geacht om haar te gaan hálen. De toon is niet spottend. Maar de samenwerking is vast geen lang leven beschoren. Want als assistent behoor je zulks natuurlijk áán te voelen. Er doemt zich het beeld op van de chirurg die, zonder op te kijken van het bloederige tafereel onder hem, zwijgend zijn hand ophoudt naar de lieftallige assistente naast hem. In dit geval is niet de arts maar de assistent de man. Laat hij Hassan heten. Hassan praat voor zijn beurt als de tandarts eindelijk haar vraag aan Priscilla stelt: "Ja", zegt hij, "er ìs een aparte 'bonding' voor deze 'rebuild'." (Hoe durft ze te beweren dat hij dat niet wéét! Hij zal haar eens wat bewíjzen). Ik blijf braaf mijn mond wijd opensperren.

Maar ze pakt hem terug. Want de medische hiërarchie is hardnekkiger dan de geldingsdrang van verdwaalde haantjes. "O, goh, leren jullie dat zó op de opleiding?", zegt ze, terwijl ze hem voordoet hoe mijn hij mijn kwijl hoort af te zuigen. Wat subtiel, die geveinsde verbazing. Over de meest basale handeling van een assistent. Elke poging tot verweer na zo'n vraag die geen vraag is, is zinloos. Arme jongen. Hij loopt vast stage. Het kennen van je plek staat vast niet in de boeken. Of wordt nederigheid hem juist afgeraden? Hij tuurt naar het speeksel dat zich ophoopt achterin mijn keel.

Er wordt gehakt, geboord en gekleid. Hij doet wat de arts hem vraagt. En zij? zij vraagt opnieuw aan Priscilla of 'het gebruikte vulmiddel wel tegen zonlicht kan'. Zou ze haar nieuwe assistent werkelijk uittesten? Het komt op mij meer over als een soort vrouwelijke leiderschap. Waarbij kennis van een tandarts wordt aangevuld met de ervaring van een assistent. Waar het vragen om advies of bevestiging geen zwaktebod of teken van onzekerheid is. Daar verlaag je je als arts niet mee. Integendeel. Wie weet. Het onderwerp waaromheen de zoektocht naar het groepsevenwicht van de drie witjassen zich concentreert, is mijn grote, open, maar zwijgende bekkie.

Als blijkt dat het vulmiddel inderdaad verhardt bij blootstelling aan zonlicht, kijkt Hassan om zich heen of hij een donkere verstopplek vindt. Maar bij gebrek aan beter, vouwt hij dan vroom zijn handen om de spuit heen, ter bescherming van de kit. De twee vrouwen lachen. Hassan zwijgt. Mijn mond blijft openhangen. Ik doe mijn ogen dicht.

Er zit pus in een 'pocket'. Een tasje dus. Lekker. Mijn tandarts van dertig jaar geleden -een grijze man die uit zijn mond stonk en waarvan je alleen al van de etherlucht die in de praktijk hing, onwel werd-, deze man had mij, via mijn moeder, geadviseerd om later te gaan trouwen met een tandarts. Het zou volgens hem de enige manier zijn om het onderhoud van mijn gebit te kunnen bekostigen. Hiermee weinig bescheiden pochend met zijn riante salaris. Ook liet hij geen controle voorbij gaan (hoewel we er in mijn herinnering elke maand zaten) om te vertellen over zijn jaren in de Oost. Zijn naam was zelfs ontleend aan een eiland in Nederlands-Indië. Of hadden zijn voorouders hun naam gegeven aan de berg op het eiland? De babu's en koelies hadden hem daar vast net zo gediend als zijn assistentes dat later voor hem deden. Je plek kennen, daar ging het om. Hij liet ook geen gelegenheid onbenut om te spotten met de politieke activiteiten van mijn moeder. Dat die niet verder gingen dan stencilen en folderen, deed niet ter zake. Het bleef politiek. Niks voor vrouwen dus. Of kleurlingen.

Als ik mijn kaken weer op elkaar heb en mijn benen weer op de grond, volgt een adviesgesprek. De tandarts van vandaag adviseert me te gaan sparen. Terwijl Hassan de stoel poetst waar ik zojuist heb gezeten en Priscilla de bloed- en spuugdoekjes opruimt, schudt ik de tandarts de hand. De assistenten niet.

woensdag 27 april 2011

Jip en Janneke of hyves

Kees wil op hyves. Want Bart heeft ook hyves! Maar ik wil er niet aan en krijg het verwijt een strenge moeder te zijn. "Dat zegt iedereen uit mijn klas ook!", schept Leo er bovenop. Samen tegen moeder zijn ze errug eensgezind. Dan wel.
Ik zeg: "Het zij zo."
Ik denk: "Wie zou dat dan zeggen?"

Het is bedtijd. Leo, inmiddels tiener, mag nog even op de computer. Naar medemoeders hou ik de schijn hoog dat ik met Leo meelees, maar zo'n computer waar je kind virtueel mee kan knutselen is toch juist handig als de jongste al naar bed moet? Zeker nu we een logeetje hebben.

Het logeetje is twee jaar jonger dan Kees. Kleine Kees voelt zich groot. Als ik, in het bijzijn van broer Leo, vraag of ie samen met haar in bad wil, krijg ik een minachtende ontkenning. Hoe ik het dúrf te vragen! En ik denk: waarom vraag ik hem dit eigenlijk?

Als Leo uit zicht is, is Kees weer kleuter. Zonder blikken of blozen stapt hij vrolijk in bad met de logé. Hij staart eerst nog even zwijgend en gebiologeerd naar haar kruis, -dat heb je zo, in een huis met alleen jongens-, maar al gauw is het een geplons van jewelste. Het meisje wil niet alléén slapen en Kees vind het geen enkel punt om het grote mamabed met haar te delen (waar ik zelf dan ga slapen zien we later wel). Kees schaamt zich ook niet voor de luier die hij 's nachts nog draagt. En opeens zijn Jip en Janneke, die de zandbak leegscheppen op zoek naar papa's potlood en mama's haarspeld, niet meer kinderachtig. Ze blaten in koor mee met de bange koning uit: "Liselotje is een meisje en ze woont in een paleisje!"

Als ik weer beneden ben, zie ik hoe Leo worstelt met het pimpen van zijn hyvesprofiel. Zijn klasgenoten hebben weinig flatteuse krabbels geplaatst en er plopt een uitnodiging voor een 30 jarige, maagdelijke misteryguest in beeld. Het meisje dat vandaag naast haar prekende moeder op het schoolplein stond, ondertussen de-jongen-met-wie-ze-gaat nastarend, doet op haar pagina uitgebreid verslag van de hartstocht voor hem. Die er óók nog zal zijn als hij sterft. Quel drame! Ze zijn tien! :-/

Kleuter Kees ligt op één oor. Die dertigjarige maagd stel ik voor hem nog maar even uit. En de tienerliefdes ook.

Leo vraagt me of ik samen bij hem op de kamer wil slapen. En dat doe ik. Onder een dekbed van Jip en Janneke.

dinsdag 5 april 2011

Das badeschiff in Berlijn

Daar wandelde ik rond. Op twee april. Bij de Spree. Langs de gesloten reggea-kroegboot de Hoppetosse. Genoemd naar het schip van Pippi's vader. Langs de uitgestorven cocktailbar op het strand. Ik zag uitgewoonde feestgangers uit het nog nabonkende container komen rollen. De laatsten. Om twaalf uur 's middags. De zon scheen warm. Mijn buik slonk. Ik vloeide nog. Een week eerder had ik, 23 weken te vroeg, mijn vierde zoontje gebaard. Dood.

Vreemd, hoe een moederblik verandert. Aan het idee ben ik gewend maar hormonen nestelen zich kennelijk dieper. Op de naastgelegen vlooienmarkt struin ik langs babykleertjes en kinderwagens, maar roep mezelf tijdig terug. En verleg mijn blik naar fietsen, stoelen en gereedschap.

Vriend K. mailt me die avond dat ze op me zou lijken. De hoofdrolspeelster uit 'Drei'. Die in Berlijn woont en werkt. Waar ik nu ben. Dat hadden twee bezoekers, die de film onafhankelijk van elkaar hadden gezien, vastgesteld. O, is het omdat ze er twee mannen op na houdt? Dus daarom! Nee, dat was het niet. Het was haar loopje geweest, zei hij, haar manier van roken en van praten. Misschien bedreef ze ook wel de liefde zoals ik, bedenk ik achteloos. Ik werd nieuwsgierig. Hij nodigt me uit om samen naar de film te gaan.

Een paar dagen later tref ik K. op het terras van de vernieuwde 'Images' aan het Hereplein. De maker van 'Drei', die tevens de verfilming van 'das Parfum' en de onovertroffen 'Lola rennt' op zijn naam heeft staan, blijkt scenes te hebben opgenomen op de plekken waar ik was. Heerlijk toeval. Er wordt gedronken in de Hoppetosse en geneukt op het Badeschiff. Maar er gebeurt meer. Veel meer. Met kunst en ziektes en werk. En niet alleen spelen er scenes bij de Spree, ook in het Mauerpark werd er gedraaid. Bizar. Daar liep ik eergister nog rond. En de release van de film? Die was precies in de week dat er in mij nieuw leven ging groeien. Na een heerlijke vrijpartij. Waarbij de lattenbodem die steun moest geven bij het minnespel, steeds meer latjes verloor. Ik was kwaad op hem geweest. O, wat was ik kwaad geworden. Maar ik had op tijd ingegrepen. Hij had een morning-after pil voor me gehaald, die ik op tijd slikte. Toen ik het niet wilde, bleef het groeien. Toen ik het wel wilde, ging het dood.
Leven is raar. Dood trouwens ook.

Als de film voorbij is, praten we nog wat na in de verlaten lounge.
Hij voelt zich een beetje bezwaard, vanwege scene van baby's en dikke buiken. Die hij, tot mijn ontzetting dan weer, afstotelijk vindt. Maar ze leek toch niet op me? Ik ben toch vrolijker? Of denk ik dat maar. Maar haar schrikreactie bij het aflezen van de test was grappiger. Scroll maar even door naar 2.20 seconden.

vrijdag 18 maart 2011

Ontlijst


Als ik boodschappen doe, koop ik vaak meer dan ik van plan was. Zeker als ik geen lijstje hebt mee genomen. Dan is de inhoud van de kar al helemaal een verrassing bij het afrekenen.

Balen als ik bij thuiskomst merk dat juist wat wel op mijn lijstje stond, 'pleepapier' (met drie uitroeptekens) níet is aangeschaft. Het oordeel is vaak dat -te– veel geld uitgeven -aan onnodige zaken- slecht is. En een al te rode rekening ìs ook niet handig. Tering en nering en zo. Maar op zo'n 'oordeel' valt natuurlijk best wat af te dingen. Want een graai uit die onbedoeld gekochte zak chips of doos chocola, is namelijk best lekker.

Met mijn todo-list heb ik ook een raar soort haat-liefde verhouding. De belastingdienst, bedden afhalen en eindelijk dat nieuwe douchegordijn ophangen (dat daar al een half jaar ligt, terwijl de schimmel op het oude schrikbarende vormen begint aan te nemen), ik blijf dat soort niet levensreddende handelingen vooruit schuiven. Zelden lukt het me om alles op het lijstje af te strepen. Maar hoe vrolijk wordt een mens van het doen van dingen die er niet op staan. Gewoon, omdat ze zich voordoen, of omdat het lente is.

Keesje komt uit school. We gaan de stad in. Kaas halen op de markt, kraamkaartje uitzoeken en bij de drogist vindt Keesje de roze -dure- beautycase erg mooi en erg geschikt voor S, die zondag 15 wordt (Ook Kees kent de 'koopknop' in mijn hersenen. Hoewel 'kadootje S' dit keer wèl op mijn lijstje stond).

Eenmaal thuis, zie ik dat de buurmans pest (wat is de officiële naam voor dit onkruid?) voorzichtig zijn groenfrisse kopjes boven de aarde uitsteekt (of moet hier haar kopjes staan? Vast niet, dan zou het wel 'buurvrouws pest' zijn). Ik blijf nog even dralen in de lente zon en poog Keesje ondertussen enige natuurkennis bij te brengen. Hij bestudeert de narcissen in de knop en aait de dikke tulpenbladeren. Ik ga snel even naar binnen en pak het eerste de beste stuk gereedschap dat ik tegenkom, om de prikheg mee in te tomen (de snoeischaar ligt ergens ingegraven in de schuur) Met het broodmes zaag ik een paar takken af. Ik prik me. Kees: "Waarom doe je geen handschoenen aan?" Tja.

Ik vraag of hij de vieze buitenvensterbank wil schoonmaken, maar hij komt zelf met het idee de ramen te lappen. Super. Want hoe vies die zijn, zie je beter in de zon. Nu is het zíjn beurt om het een en ander van binnen te halen. ("Waar is de wisser?"..... "Wat is dat, een gootsteenkastje")

Belastingdienst en douchegordijn kunnen wachten. Het onkruid is gewied, de heg gesnoeid en de ramen zijn gelapt (tot Keeshoogte, je kunt niet alles hebben, hè. Het stond per slot ook niet op mijn lijstje).

In de eerste lentezon, op het schoongeveegde stoepje, eten we met z'n tweetjes de halve doos bonbons leeg.

zaterdag 5 maart 2011

Hoofdkranen



Het apparaat dat het overtollig speeksel uit mijn mond moet afvoeren, zuigt zich vast aan mijn tong, hetgeen niet alleen een vreemd gevoel geeft, maar bovendien bijzonder inefficiënt is. De dienstdoende tandarts tuurt in mijn mond en komt handen te kort. Ze heeft de Antilliaanse assistente nodig, maar deze is net een telefoontje aan het afhandelen. De tandarts verlegt nu zelf de zuiger, hannest met een krabber en boor maar haar blik blijft zorgelijk. Ik sluit mijn ogen. Vooral tegen het felle licht.

Een half uur voordat ik plaatsnam in de ligstoel, had ik mijn werkkleding verruild voor een wat nettere outfit. Geheel tegen mijn vaste gewoonte in, was ik ruim op tijd vertrokken, de klus waar ik mee bezig was, schoot toch niet op. Na het aansluiten van de afvoerbuizen, had het met het aansluiten van de kraan niet meegezeten. Het was een goed moment om wat afstand te nemen om later, zo was mijn ervaring, met frisse blik en hernieuwd inzicht, in een mum van tijd het karwei af te maken. Door het monteren van twee kogelstopkranen hoefde niemand last van het langdurig afsluiten van de hoofdkraan, die kon weer open.

Ik verheugde me al op de rubrieken in Quote en Vriendin, de lectuur die je normaliter aantreft in de meeste wachtkamers. Een beetje bewuste arts heeft daar nog een WNF blaadje aan toegevoegd. Maar van lezen zou niks terecht komen. Want de afslag naar de vinexwijk waar mijn tandarts praktijk houdt, was afgesloten wegens werkzaamheden aan, jawel, het riool. Tja, natuurlijk vereist ook op dit niveau de afvoer soms enig onderhoud. Braaf volg ik de gele bordjes, die mij via de achterkant de nieuwbouwwijk in loodsen. Ik vraag me af wat er in de maand waarin het riool wordt opgeknapt, met al het afvalwater gebeurt. Een omleiding via een andere wijk geeft natuurlijk al gauw stront, in de meest letterlijke betekenis. En de bron tijdelijk afsluiten, in de vorm van één of andere hoofdkraan, leek me alleen op micro-niveau, zoals ik even tevoren deed, haalbaar. Voor een hele wijk, en dan gedurende een paar weken, zal dat vast niet gebeuren.

Het gevoel alsof een botte appelboor zich rond mijn stompje tand in mijn vlees zet, haalt me ruw uit mijn overpeinzingen. De assistente begrijpt gelukkig gauw wat ik met mijn gegesticuleer bedoel: 'Oh, je wil dà ik je in je han knijp?!' De zuiger en de vele mond tampons kunnen het bloeden niet stelpen. Ze hebben een uur voor me ingeruimd. Het maken van een foto, -voor een vrouw in mijn positie wordt dit afgeraden- sloegen ze over. Mijn mond blijft zich, getuige het commentaar van de tandarts -ik zie er zelf niks van-, vullen door een niet te stoppen bloedtoevoer. Van vullen kan, ze zegt ze, op deze manier geen sprake zijn. Onwillekeurig trek ik een vergelijking met het afdoppen van een leiding, terwijl de hoofdkraan openstaat.

Ten einde raad vraagt ze Priscilla om de 'witte boor'. Het klinkt als een noodmaatregel. Ze wil een randje tandvlees bij me wegbranden, zodat ze over kan gaan tot het opbouwen van de afgebroken kies zonder te worden gehinderd door plassen bloed. Na een paar venijnige verdovingen, ruik een een schroeilucht uit mijn mond opstijgen. Door de verdoving lukt het me opnieuw om mijn gedachten terug te voeren naar mijn eigen werk. De verloopstukjes van de waterleiding pasten perfect, en toch vloeide de soldeer onvoldoende in de naad. Misschien zou een 'witte boor' mij kunnen helpen. binnenpretje. Terwijl ik er lustig op los fantaseer, zegt de tandarts opeens dat ik me kan oprichten, dat ik kan gaan. Het heeft geen zin, zegt ze, kom volgende week maar terug. Verbaasd vraag ik of ze denkt dat het bovenmatig bloeden dan vermindert zal zijn. Ik zal per slot van rekening nog een half jaar in omvang zullen groeien, voordat mijn bloedsomloop weer enigszins is genormaliseerd.

Ik vertel haar over de overeenkomsten die ik zie tussen mijn werk en het hare. Ware het dat ik in dergelijke gevallen de hoofdkraan kan dichtdraaien. Ik spoel mijn mond met veel water. Een roze draaikolk verdwijnt in de afvoer. Ergens naar toe.

dinsdag 22 februari 2011

Jezelf uitzwaaien...

...anders kan ik het niet noemen. Natuurlijk ben ik wel vaker zonder man, kind of in een andere samenstelling dan met het gebruikelijke kerngezin op stap geweest. En de laatste zomers bivakkeerden Leo en Keesje, dankzij de vakantie-lat relatie van hun ouders, maar liefst zès weken in de zon. Kinderen, vliegticket en autosleutel werden na drie weken, ergens op een camping uitgeruild door pa en ma. Van de schaarse gezamenlijke nachten (en dagen) werd goed gebruik gemaakt om elkaars voorbije en komende afwezigheid te compenseren. Nooit geweten dat een tent zo heet kon zijn. En na een paar dagen werd in een andere samenstelling genoten van de één-oudervakantie. De andere ouder keerde huiswaarts. Back tot work. Een erg praktische oplossing voor het jaarlijks terugkerend gepuzzel met vakantiedagen. En ach, thuis zaten we toch al te veel op elkaars lip. Enig mogelijk nadeel was de wanhopige blik die op het gezicht van de campingbazen verscheen als de rekening moest worden opgemaakt. Zij wist niet meer wie er wanneer en hoe lang op haar terrein was geweest. Maar dat was vermakelijk. Het gevoel dat me vanmorgen bekroop was van een ander kaliber.

De avond te voren had ik, al fröbelend met eten, mijn moederplicht vervuld. Lunchdoosjes met komkommerkroontjes, koude pannenkoeken en kaasblokjes (oud voor Kees, jong voor Leo) werden afgemaakt met een ansicht vol rijmelarij over het te bezoeken vakantieland. Een kunstig gevouwen briefje van tien completeerden het pakketje liefde voor onderweg. Hoe crea. Ja ja, het duel om een vent kan zelfs de vorm van kaas aannemen. Uiteraard bleef ik 's avonds te lang op, zodat het 's morgens toch minder gezellig werd dan ik me had voorgesteld. 'Opschieten jongens, als je nog iets mee wilt, moet je het nú, ik bedoel dus NU pakken!'. 'Nee, liefje, zo veel knuffels kunnen niet mee.' en 'Hup hup, papa staat zo met de auto voor de deur.'

Klokslag half negen belt papa aan, hij maakt geen gebruik van zijn huissleutel, die hij nog altijd heeft, ondanks dat hij hier al maanden niet meer woont. Zijn nieuwe lief blijft in de auto wachten. Ik zoen mijn ex goedemorgen en druk hem een verse kop koffie in de hand. Terwijl ik de jongens in hun schoenen en jassen praat (veel bewerkelijker dan het even zelf te doen, maar ja, ze moeten het ook léren, toch?), ren ik zelf op sloffen naar de auto, om mijn werkschoenen te pakken. Hierbij duw ik per abuis mijn boezem onder de neus van mijn lieftallige opvolgster. Oeps. Als iedereen startklaar lijkt, neem ik plaats achter het stuur, om het nieuwe gezinnetje naar het station te brengen. Maar dan loopt Keesje nog even doodkalm het huis in met de woorden "Oh, ik ben me stifte vergete, eve zoeke hoor." Wat fijn om zulke relaxte kinderen te hebben. En ìk ben ook niet degene die de Alpentrein moet halen. Neem de tijd.

Met één hand aan het stuur en de autoradio een tikkie te hard, draai ik 'taxi Lehti' de parkeerplaats voor het station op. Ik wandel rustig naar de parkeermeter terwijl vader en zijn lief de koffers uitladen. Bij de trein omhelst Leo me innig. Hij zegt dat ie denkt me te gaan missen en oppert waarom ik niet gewoon mee ga naar de bergen. Dan brengt hij plotseling verschrikt uit dat zijn zonnebril nog in de auto ligt. 'Rennen', brult hij me paniekerig achterna, terwijl ik me een weg baan tussen de mensen op het perron.

Als hij me weer blij aankijkt, met zijn coole bril op zijn neus, zie ik alleen de weerspiegeling van mijn eigen maandagmorgenblik. Een laatste zoen, ook voor vader, schiet mijn opvolgster schijnbaar in het verkeerde keelgat, ze tovert prompt haar laptop tevoorschijn. Vader vingert zich alvast warm op zijn I-phone. Hun beider blikken staan strak op hun apparaten gericht. Wat een zegen moet die nieuwe technologie toch zijn voor al diegenen die zich op dergelijke 'non-momenten' geen houding weten. Als ik haar net iets te lang aankijk, verschijnt er een geforceerd lachje om haar mond. 'Take care of my boys.', zegt ik haar. 'Yes, I will.' Het is haar geraden.

Vanaf het perron maak ik ski-gebaren naar Leo -het lijkt meer op schaatsen- en teken ik smileys voor Keesje op het smerige raam. Mijn vingertoppen zijn al gauw pikzwart. Maar tekenen lukt zo des te beter. Kees probeert hetzelfde te doen maar aan de binnenkant is de trein wèl schoon. Ik zie hoe hij zijn mond wijd opent en blaast. Even later tekent hij een volmaakt hartje op het beslagen raam. Ik glimlach, richt mijn ogen ten hemel en vouw mijn handen voor mijn boezem. Kees lacht terug. Het verse stel lijkt niks te merken, of zouden ze wachten tot de trein wegrijdt ik eindelijk uit beeld ben? Ik gebaar dat de jongens hun jas uit kunnen doen en wijs naar de kapstok (hetzelfde spook van de zelfredzaamheid als bij het schoen aantrekken thuis, nog geen uur geleden). Zij neemt zwijgend hun jassen aan. Ze drapeert ze naast zich op de bank. Het is een geduldig en liefdevol gebaar. Wat een heerlijk relaxte vrouw.

Er wordt gefloten, sissend sluiten de deuren en langzaam zet de trein zich in beweging. Kees en Leo werpen kushandjes naar mij door het raam.

Elf uur later stuurt vader me een sms. Ze zijn goed aangekomen. En de groeten. De tot gister gebezigde kusjes waarmee werd afgesloten blijven veilig daar, ver weg, op vakantie, binnen het gezellige gezin. Dag dag!

dinsdag 1 februari 2011

Toeslagen terreur

Het gaat gebeuren. Vol vertrouwen maak ik een lijstje van regelzaken die deze morgen gedaan dienen te worden. Dat streept zo lekker weg als de dingen gedaan zijn. Het lijkt mee te zitten. Papieren zijn op orde, boekhouder voor vragen bereikbaar en zelfs de opzegging van de kinderopvang, net een dag te laat verstuurd, leverde een half uurtje na indiening een telefonische bevestiging op.

Dat versnelt de zaak nog meer, zo kan ik dit in één moeite door invullen op het digitale wijzigingformulier van de belastingdienst. De site waarop dit papier te downloaden is, is geen toonbeeld van efficiëntie en gebruiksvriendelijkheid. Maar ach, denk ik, als het er te gelikt uit zou zien, zou dat ook van mijn centen zijn gedaan. Nee, het is juist goed dat sites van de overheid ietwat sober ogen. Dat ze traag zijn, neem ik op de koop toe.

Voor de zekerheid bel ik nog even met de dienst zelf. Die tot mijn verwondering direct opneemt: "Er volgt nu een keuzemenu", "sofinummer bij de hand", ach, u kent het wel.
Er wordt besloten met "En, had u verder nog vragen?" Ja ja, die mensen hebben tegenwoordig allemaal een klantvriendelijke anti-agressie training gehad. Maar ze kunnen me dus mooi niet helpen. "Nee, mevrouw dat moet u echt via onze site doen. Ook als het alleen het registratienummer betreft. In het uiterste geval kunt u ook nog persoonlijk langskomen." Ha ha, die is leuk, dus niet telefonisch, wel langskomen!

Ok, om het gevraagde nummer door te geven (zouden ze daarmee pedofielen buiten de deur willen houden), werk ik me eerst door namen, geboortedata en adressen heen. Of er nog iemand werkt, uitkeert, meebetaalt enz. Ik heb alle vier sofinummers bij de hand. Het loopt gesmeerd.

De vraag over het geschatte inkomen van mijn ex -waarmee ik nog wel toegeslagen partner ben via de fiscus-, sla ik eerst even over. Op mijn vraag wat ie verdient (en hoeveel bilharen ie heeft) volgt al snel zijn sms. Ik wil terugkeren naar een eerdere bladzijde, maar, zo waarschuwt men mij, dan gaan er gegevens verloren. Stel je eens voor hoe dat bij een papieren versie zou voelen. Je slaat een bladzijde terug en hopla, alle gegevens uitgegumd. Nouja, niks aan te doen. Wat mot dat mot en de deadline voor dat verrekte nummer was eergister, dus ik móet en zàl zal er doorkomen vandaag. Opnieuw namen, geboortedata en adressen invullen (stapeltjes belasting, contracten e.d. bij de hand). So far so good.

Mooi, nu komt de vraag of ik de opvang wil stopzetten. Ja dus, dat wil ik, maar niet een maand geleden, maar pas over twee maanden. Opzegtermijn, weet u wel. Mijn blijdschap dat ik er dit keer eens op tijd bij ben, in plaats van twee jaar te laat, slaat om als ik zie dat een maand van te voren opzeggen geen optie is. Ook goed, dan de tarieven en opvanguren maar. 'PLOP': 'het sofinummer van Leo kan niet hetzelfde als dat van Keesje zijn'. Oja, verkeerd gekeken zeker, maar weer terug dan. Ja, en nu krijg ik vast weer zo'n waarschuwing over verloren gegevens (alsof ze niet alles al van me weten daar). Maakt niet uit, nog even en ik ken alle data uit mijn hoofd. Oefening baart kunst.

Maar nee, geen waarschuwing dit keer. De bevoogdende fiscus gaat er van uit dat de gegevens voor Leo zijn afgerond. 'Plop': "Voor hoeveel kinderen, naast Leo (o, wat leuk, ze hebben de naam uit een eerder veld hieraan gekoppeld, wat goed zeg, lijkt de postcodeloterij wel), wilt u de opvang stopzetten? Huh, maar ik kòn toch niks stopzetten, waarom nu wel dan?. En waar staat de datum dan?

"Plop!" Een enquête. Of ik tevreden ben over de dienstverlening? Dit keer niet wegklikken Lehti, ik ga ze eens zeggen hoe slecht de site werkt. Het 'slechts één minuutje' voor het invullen is vooruitstrevend ingeschat, maar ik ben er wel mooi wat frustratie mee kwijtgeraakt. Op de plek waar het thuishoort.

Nou, nog maar weer eens tarieven, uren, namen en data van Keesje invullen. "Sofinummer kan niet gelijk zijn aan dat van Leo." Ja, mensen, dat schreven jullie net ook al. Maar Kees heeft het góede nummer, ik wil juist dat van Leo wijzigen, maar dat schijnt niet meer te kunnen. Wat nu? Ik kan niet heen, ik kan niet terug. En ik wilde alleen maar een nummer doorgeven!

Mensen, alsjeblieft, red me van de toeslagenterreur. Was die slogan niet iets met makkelijker en niet leuker? Ik vind dit verschrikkelijk onleuk! Misschien dat mijn werkloze ex kan helpen dit vreselijke programma van een dienst die over woningen (huurtoeslag), gezondheid (zorgtoeslag), kinderen en wat al niet meer van 16 miljoen mensen gaat, te verbeteren. Want zo kan ik natuurlijk nooit iets afstrepen van mijn lijstje. Weet je wat? Ik fiets er morgen even langs. Gaat honderd keer sneller.

zondag 12 december 2010

'Het'

Weet je het al?
Het is niet mis
Laat het toe,
het mag van mij.

Het is aan met haar.
Het is over met jou.
Je laat het gebeuren
Het valt me zwaar.

Vind je het fijn bij mij?
Is het niet meer wat het was?
Gaat het wel een beetje?
En wat wordt het nou?

Het lijkt me heerlijk.
Maar het valt niet te rijmen.
Het is niks gedaan zo.
En het is uit tussen ons.

Het gaat gebeuren.
Het gaat rond.
Het kan verkeren.
En het heeft wel wat.

donderdag 28 oktober 2010

In het park gebeurt het






Daar wordt geknuffeld, gespeeld, gevochten en gelezen. Afhankelijk van in welke levensfase men is. Misschien dat de oude man ook nog vrijt, en de moeder is wellicht te porren voor een robbertje vechten. Maar dat zag ik niet. Dit wel. In Spanje is het park de huiskamer waar jong en oud mag zijn.