Onderweg naar een schilderklus zag ik vorige week de opkomende zon als een grote oranje bal boven de nog benevelde velden hangen. 's Avonds was ik tot na zonsondergang bezig met het afhangen van een zelfgemaakt tuinhek aan twee solide duimhengen (wat een mooi woord is dat toch: hengen). Er wachtten verder nog een verstopte keukenafvoer, het afkitten van een badkamer en in het weekend was ik in de weer met het op maat schaven van klemmende deuren en ramen. Een heel leger therapeuten zat tijdens hun sessies namelijk op de tocht. Sommige psychologen hadden het ergste leed proberen te verhelpen met wat plakband en een opgerolde theedoek.
Het verhelpen van tocht en verstoppingen blijft soms wat ondankbaar of in elk geval onzichtbaar werk. Er kunnen geen mooie plaatjes van op mijn website worden gezet. Het enige dat kan aantonen of ik mijn vak versta, is het uitdoven van klachten over de kou.
Als de dagen lengen stroomt mijn agenda weer vol. Mensen lijken te ontwaken uit hun winterslaap, willen iets veranderen aan hun woonst, aan hun nestje. Er moet opeens iets worden verbouwd of hersteld waar men in de winter minder last van scheen te hebben. Ze bellen mij en ik rij er heen. Voor het negende jaar op rij. De lente is voelbaar, zichtbaar en zelfs hoorbaar. Merels zingen als de avond valt.
Ik mag niet klagen maar eigenlijk wil ik schrijven. Elke dag, elk uur, altijd. Ik sta op met verhalen en val ermee in slaap. Daar krijg ik geen kramp van in mijn handen zoals bij het schilderen vaak gebeurt. Op mijn mobiel staan vele interviews en er liggen vol gekrabbelde schriftjes naast de laptop te wachten om te worden getransformeerd tot een roman. Aantekeningen met beelden, met geuren en ontroering.
Het is een verhaal dat verteld moet worden. Dat van alle tijden is. En er altijd zal zijn. Het is een verhaal over Ierse, Baskische en Franse voorouders. Maar ook dat van mijn Weense opa die als wees zijn heil zocht in Friesland. En ook van Syriers en Marokkanen van nu. Het gaat over gelukszoekers, avonturiers, over mensen die een beter leven willen. En voor wie het verminderen van kou en tocht niet meer volstaat. Die er altijd al zijn geweest. Maar zo lang er ook mensen zijn die de verbetering van hun leefomstandigheden zoeken in kleinere veranderingen. Zo lang er tuinhekken omwaaien, keukens verstoppen en ramen kieren, zal het nog minstens een jaar gaan duren voordat er een lezenswaardige roman is.
Het is fijn dat er weer werk is en dat mijn inmiddels trouwe klantenkring daar ook keurig voor betaalt. Maar hoe mooi zou het zijn als die erkenning er ook kwam voor mijn geploeter met woorden, met zinnen, met verhalen die er ik zo graag vertel. Jammer genoeg levert dat niet alleen geen beleg op, maar zelfs geen boterham.
Wie weet. Wie weet zal er, als de merels over een jaar opnieuw gaan zingen, iemand zijn die me vraagt om te schrijven. Een boek, een verhaal, een column. Het maakt me niet uit. Als ik maar mag schrijven.
Inmiddels is het een week later. Er trekt een nieuw koudefront over ons land. Misschien moest ik me vandaag maar richten op het verbeteren van mijn eigen leefwereld. Mijn tuinhek klemt en er is nog een bed dat gemonteerd moet worden. Maar voorlopig verschans ik me bij de kachel achter mijn toetsenbord. Waar ik woorden laat stromen, zinnen verzin, zinnen verzet en geniet.
Buiten fluiten de vogels en schijnt de zon.
Posts tonen met het label winter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label winter. Alle posts tonen
zondag 12 februari 2017
maandag 11 februari 2013
dinsdag 1 januari 2013
zaterdag 15 december 2012
dinsdag 21 februari 2012
De handschoenboom en lenteboter
Vroeg eten. En daarna naar buiten. Stukje lopen. Dat zouden we zondag weer eens doen. Maar Kees kon zijn ene handschoen niet vinden en we hadden geen dóel. Dat was stom. Vreselijk stom. Ik mompelde iets over het gebouw naast de Martinikerk dat werd afgebroken. Daar konden we misschien wel heen wandelen. 'Bedoel je daar bij die kadobonnensupermarkt', zei Leo.
Kadobonnensupermarkt????
En toen, even later, prees ik hem de hemel in. Ik vond het zo mooi gevonden! 'Ik weet niet waarom, maar ik ben best trots op mezelf', mompelde Leo om zoveel lof. Hij straalde. Ben nu eenmaal dol op originele, zelfbedachte woorden. Het ging om het VVV-kantoor op de Groninger Grote Markt. Waar zo veel over te doen is. Vlakbij de gesloopte Oostwand. Is me volledig ontgaan dat dat zo groots gevierd werd. Inmiddels is de boel plat.
Kadobonnensupermarkt. Briljant. Wie snapt 'm?
We gingen gedrieën naar buiten. Maar wisten niet waarheen. Stilletjes vond ik de Grote Markt toch wat ver. Ik bedacht een toneelstukje. Over een jongetje dat in paniek raakt omdat hij zijn handschoen niet kan vinden, niet in zijn jaszak, niet in de mand en dat dan, ten einde raad, half gillend, met het overgebleven exemplaar gaat gooien. Het gevolg van mijn imitatieact was wel dat Kees' boze bui acuut over was: 'Je doet míj na, haha', maar óók dat mijn handschoen aan een vier meter hoge tak bleef hangen. Ik kon er met geen mogelijkheid bij. Handig.
Nu was het de beurt aan zijn broer. Die vond het echt superstom dat ik mijn handschoen niet meteen uit de boom haalde! Hij wilde mijn sjaal, daarmee zou hij hem er wel even uithalen. Hij weigerde verder te wandelen. Tja. Dan maar met z'n tweetjes. Leo zou later wel komen. Dacht ik.
We sloegen eens rechtsaf en toen linksaf. 'Goh, hier ben ik eigenlijk nog niet vaak geweest', zei Kees verheugd. Voer een gekke act op, ga een paar keer een hoek om en al die geparkeerde auto's doen de rest.
Leo kwam niet. Ook thuis was hij niet. Gauw gaan zoeken. Kees plantte ik intussen in bad. Die daar zachtjes zingend van genoot. Ik vond Leo onder de boom. 'Ik ben ook nog naar de stad geweest, hoor', zei hij. Hij weigerde thuis te komen. Ook niet toen er een beetje poedersuiker uit de lucht kwam. Kon ie mooi met sneeuwballen proberen mijn handschoen uit de boom te gooien. Tevergeefs.
Een dag later was de sneeuw gesmolten en had hij training. Met zo'n grote oranje bal. Na afloop liet hij me trots een suède handschoen zien. Die hij met één voltreffer uit de boom had geschoten. Helaas ben ik die andere nog kwijt. En mijn sjaal nu ook. Maar dat geeft niet, want de winter is voorbij.
Kijk maar. De boter smelt in de voorjaarszon op de ontbijttafel.
O, en mocht iemand nog een paarse handschoen kwijt zijn. Die kwam per ongeluk ook mee naar huis.
Kadobonnensupermarkt????
En toen, even later, prees ik hem de hemel in. Ik vond het zo mooi gevonden! 'Ik weet niet waarom, maar ik ben best trots op mezelf', mompelde Leo om zoveel lof. Hij straalde. Ben nu eenmaal dol op originele, zelfbedachte woorden. Het ging om het VVV-kantoor op de Groninger Grote Markt. Waar zo veel over te doen is. Vlakbij de gesloopte Oostwand. Is me volledig ontgaan dat dat zo groots gevierd werd. Inmiddels is de boel plat.Kadobonnensupermarkt. Briljant. Wie snapt 'm?
We gingen gedrieën naar buiten. Maar wisten niet waarheen. Stilletjes vond ik de Grote Markt toch wat ver. Ik bedacht een toneelstukje. Over een jongetje dat in paniek raakt omdat hij zijn handschoen niet kan vinden, niet in zijn jaszak, niet in de mand en dat dan, ten einde raad, half gillend, met het overgebleven exemplaar gaat gooien. Het gevolg van mijn imitatieact was wel dat Kees' boze bui acuut over was: 'Je doet míj na, haha', maar óók dat mijn handschoen aan een vier meter hoge tak bleef hangen. Ik kon er met geen mogelijkheid bij. Handig.
Nu was het de beurt aan zijn broer. Die vond het echt superstom dat ik mijn handschoen niet meteen uit de boom haalde! Hij wilde mijn sjaal, daarmee zou hij hem er wel even uithalen. Hij weigerde verder te wandelen. Tja. Dan maar met z'n tweetjes. Leo zou later wel komen. Dacht ik.
We sloegen eens rechtsaf en toen linksaf. 'Goh, hier ben ik eigenlijk nog niet vaak geweest', zei Kees verheugd. Voer een gekke act op, ga een paar keer een hoek om en al die geparkeerde auto's doen de rest.
Leo kwam niet. Ook thuis was hij niet. Gauw gaan zoeken. Kees plantte ik intussen in bad. Die daar zachtjes zingend van genoot. Ik vond Leo onder de boom. 'Ik ben ook nog naar de stad geweest, hoor', zei hij. Hij weigerde thuis te komen. Ook niet toen er een beetje poedersuiker uit de lucht kwam. Kon ie mooi met sneeuwballen proberen mijn handschoen uit de boom te gooien. Tevergeefs.
Kijk maar. De boter smelt in de voorjaarszon op de ontbijttafel.
O, en mocht iemand nog een paarse handschoen kwijt zijn. Die kwam per ongeluk ook mee naar huis.
donderdag 16 februari 2012
Mama groet 's morgens de dingen
dag ijs op het meer
dag snert zonder worst en
dag jongetjelief op de schaats
dag jongetjelief op het touw bij de boot
touw en boot
van het jongetje
goeiendag
Daa-ag ijs
dag mooie winter
dag korte maar fijne winter.


Lees hier het echte gedicht van ongeveer een eeuw geleden. Van Paul van Ostaijen. Die, zo zie ik nu, slechts tweeëndertig jaar werd: Marc groet 's morgens de dingen.
Over tweeëndertig dagen begint de lente. Zei Olijf.
Voor wie nog wat sfeer wil opsnuiven of graag wil onthouden hoe de winter klinkt, hier drie miniopnames:
Van zondag 5 februari op het Zuidlaardermeer,
van de drukke Groninger grachten en
van het stille Reitdiep, de zondag erna.
En toen was de winter alweer voorbij.
Daaaa-ag!
Abonneren op:
Posts (Atom)






