Mijmerend of ik de biologische wortels of de goedkopere variant zou nemen. Of ik mijn portemonnee of mijn geweten (en de vaak genoeg gepropageerde 'eerlijke prijs voor je eten') zou laten spreken. En wellicht ook wat weifelend omdat ik tot voor kort bijna uitsluitend eigen geteelde groentes at, stond ik wat verloren tussen de sinaasappels uit Argentinië en de boontjes uit Kenia bij de versafdeling.
Toen riep een mevrouw achter me. Of ik iets voor haar kon pakken, want ze kon er niet bij. Natuurlijk kon ik dat. Maar voordat ik het zakje met de door haar gewenste laurier van de bovenste plank uit het kruidenschap pakte, zei ik haar dat ze van mij ook wel wat kon krijgen. Veel zelfs. Want hoewel mijn vader niet geloofde dat dat kruid de Nederlandse winter kon doorstaan, groeit en bloeit mijn lauwerboom in mijn tuin als een malle.
De mevrouw zou zeker langskomen. Of ik bij haar. Maar voorlopig deed ze het met dit zakje van Verstegen à €66, 50 de kilo -je hebt er gelukkig maar weinig nodig-. Want ze ging die avond snert maken. En daar hoorde beslist een blaadje in.
Nadat ik thuis met mijn jas nog aan de wortels, melk en ander lekkers in de koelkast had gestald, knipte ik direct een paar takjes laurier af en snelde er mee naar het adres van de vrouw. Twee staten verderop. Kweken en weggeven is, zeker als je weet dat de ontvanger hetgeen je geeft ook ècht gebruikt (en niet piept dat het schoonmaken van de boerenkoolbladeren zo veel werk is), zo mogelijk nog fijner dan je eigen teelt zelf opeten. Maar de vrouw was niet thuis. Zij stond op haar beurt voor mijn deur. Ik stopte de takjes in de brievenbus. Hoewel ze me had gezegd dat vooral niet te doen omdat ze altijd thuis was. En altijd open deed.
Later op de avond twijfelde ik. Was het niet wat lomp geweest? Of opdringerig? Om die blaadjes in haar brievenbus proppen? Als om te zeggen: "Leuk hoor, zo'n uitnodiging om langs te komen voor een praatje, maar ik ga echt niet aanbellen, straks zit ik uren aan dat oude mens vast." Of misschien, dat was ook een mogelijkheid, zou ze de blaadjes niet eens vinden, haar brievenbus kwam uit in een donkere schuur.
Na het eten sprong ik nogmaals op mijn fiets. Dit keer nam ik ook wat roosmarijn, basilicum en appels mee. Ze had de lauriertakken inderdaad niet gevonden, want het licht in de schuur was kapot. Staand voor haar deur kletsten we honderduit. Over tuinieren en inmaken. Iets wat ze tot zes jaar geleden met overgave deed. Net als fotograferen. Maar sinds het overlijden van haar man niet meer. Alleen zijn, zei ze, went niet echt, je kunt er alleen mee leren leven. Haar man hield van koken en kluste vaak. En toen, toen kon ik niet nalaten om onbedoeld reclame te maken voor mijn klusbedrijf. Ze was aangenaam verrast.
Ik schaamde me een beetje. Daar was het me helemaal niet om te doen geweest. Ik wilde met haar slechts delen in mijn oogst. Die nu bijna voorbij was. Tussen alle gevallen blaadjes stond nog wel wat snijbiet, de spruiten waren bijna klaar om geoogst te worden en door het zachte weer hing er ook weer een handjevol snijbonen aan de stokken. Zelfs twee meloenen die hun best deden om te rijpen tussen de slakken en de modder waren nog niet weggerot.
Eigenlijk best gek, wel trots zijn op mijn stadsmoestuin, en ietwat beschaamd om mijn kunnen als klusser te promoten. Ik gaf haar zelfs geen visitekaartje, maar alleen de naam waarmee ze mijn bedrijf online kon vinden. Mocht ze die vergeten, dan breng ik haar gewoon opnieuw wat blaadjes.
En als ze het licht in haar schuur dan wil repareren, of de brievenbus naar haar voordeur wil verplaatsen, dan hoor het wel.
Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen
zaterdag 26 oktober 2019
vrijdag 21 december 2018
Sterstemmen 1
Ondanks de oneindige mogelijkheden van podcasts, streamen, terugluisteren en wat niet al, hou ik het overdag meestal bij mijn simpele bouwradio die inmiddels is bedolven onder stof en verfspetters. Via Radio-Noord of Oogradio hoor ik uitgaanstips in de buurt (waar ik niet heenga), Radio 4 staat op als ik de muzieksmaak van mijn klant als klassiek inschat (niet alle bouwvakkers zijn boeren) maar Sublime FM heeft mijn eigen voorkeur. Deze zender trakteert me tijdens het tegelen op prachtige Soulmuziek en ze zenden er elk half uur 'goed nieuws' uit. Of, in hun woorden 'nieuws waar je iets mee kunt'. Skatebanen in Jordanië bijvoorbeeld of hoe stroom op te wekken uit afvoerputjes.
Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.
Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30) met hun tijd meegaan.
Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.
In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'
Hier lees je deel 2
Radio 1 is dan weer handig voor mijn dagelijkse portie ellende in de wereld. Nuchtere stemmen van Ghislaine Plag of Frits Spits duiden daar of men moet vrezen voor, of zich juist kan verheugen op een nieuwe franse revolutie. En als daar het Groot Nederlands Dictee voorbij komt weet ik weer of je die 'Revolutie' of dat 'dictee' met hoofd- dan wel kleine letter moet schrijven. Of ik hoor hoe ene Sam van Doorn zich vastbijt in witwaspraktijken en er geen genoegen mee neemt dat ING een schikking van 775 miljoen treft met het OM. Sam wil dat de bank met de leeuw publiekelijk schuld bekent. De bankenbranche als spannend hoorspel. Ook Patrick Lodiers en Lidwien Gevers hebben stemmen met een aangenaam timbre en de enkele keer dat ik 's zondags werk, geniet ik van Lidewijde Paris die op aanstekelijke wijze nieuwe boeken aanprijst. Maar wáár ik ook op afstem, altijd galmen er op gezette tijden radiospotjes tussendoor. Die op zichzelf ook veel verklappen over de toestand van Nederland.
Zo lijkt de autobranche het moeilijk te hebben. Porsche, Hyundai, Citroën en vele anderen wedijveren in extra's, opties en afbetalingen. Ze leuren met zowel klusbussen als stoere hebbewagens. Soms sijpelt daar een beetje emancipatie in door: "Terwijl hij boodschappen doet plak jij de band van je zoon, terwijl hij je dochter naar voetbal brengt, laat jij de hond uit." Toch fijn als stermakers ondanks tegenstribbelen bij Fidan Ekiz' 'Vrouw op Mars' ('De tijdgeest veranderen in dertig seconden vind ik lastig' bij min. 13.30) met hun tijd meegaan.
Supermarkten wedijveren het hele jaar door, al lijkt de veldslag om de consument zich vooral voor kerst af te spelen. Wat die strijd om de kalkoenkopende consument in beeldvorm kost hoor ik ook, want er is zelfs een radiospotje voor tv-spotjes: jezelf aanprijzen op de buis kan al vanaf dertigduizend euro! Banken komen ook opvallend vaak voorbij, al lijkt het woord 'bank' aan hoge inflatie onderhevig. Er wordt volstaan met iets als: 'Uw geld is bij ons in goede handen', gevolgd door een fancy naam die moet worden gespeld, en dan bij voorkeur
erg.....
traag...
....uitgesproken (elke schijn van hebberigheid dient te worden vermeden). Best vreemd, zo'n bankspotje met er vóór en erna allerlei nieuws over ontevreden burgers in gele hesjes die niet meer kunnen rondkomen. Is zulke reclame wellicht bedoeld voor mensen die nergens meer heen kunnen met hun zwarte geld nu ING met de billen bloot moet? Of zegt al die ontevredenheid over ziektekostenpremies en ecotaks ons weinig over geld dat er 'over' is? Rustige, bijna zwoele stemmen prediken het evangelie van 'geld dat moet groeien'. Door bijvoorbeeld te investeren in, jawel, 'supermarktvastgoed'.
In de feestmaand kun je de kalkoen bij kaarslicht bijna door de radio rúiken. Erg bevorderend voor het gevoel van eenzaamheid onder de kalkoen- en kaarsloze luisteraar. Misschien doen datingsites het daarom ook goed in deze tijd. En net als autofabrikanten, supermarkten en belegboeven kennen ook bedrijven die als core-business uw 'hoop op liefde' hebben, lokkertjes. Hoewel mijn fantasie een beetje op hol slaat bij het idee van 'extra opties op een partner'. Wel leuk om eens te combineren met de slogan voor onderhoudsbedrijf Feentra 'Na één jaar kosteloos opzeggen.'
Hier lees je deel 2
Labels:
Fidaz Ekiz,
radio,
reclame,
stemmen,
vrouw op mars,
werk
zondag 22 mei 2016
Wie gaat er mee billenwassen?
Geadresseerde is overleden in december 2013, schreef ik altijd keurig op haar post. Maar na tweeënhalf jaar voel ik geen gewetenswroeging meer om de brieven niet meer 'retour afzender' te sturen en ook, zeker als het naar reclame riekt, te openen. Zoals vanmorgen.
'Geberit', stond er op de grote envelop. Een wc-merk. U ziet hun logo vast wel eens staan op de spoelknop bij het ziekenhuis of de sportclub. Ik had net weer een hangend toilet van dit merk gemonteerd. Ook maakte ik een jaar terug eens sluikreclame voor ze, door in mijn verhaal over 'Islam in de schaamstreek' te linken naar hun spotje. Ze spelen goed in op onze veranderende toiletcultuur.
En nu werpt dezelfde Geberit me als dank een nieuw verhaal in de schoot. Door mij (of eigenlijk mijn overleden voorgangster) uit te nodigen voor een demodag voor de 'douchewc'. Het enthousiaste team staat klaar met advies en laat zien hoe deze werkt. Ook kan ik het ding zelf testen en mijn ervaring achterlaten op een formulier. Tot slot maak ik nog kans op een hotelarrangement in een suite met, precies, u raadt het al, een heuse Aquaclean.
Niks om lacherig over te doen, mensen. Gewoon uitproberen zo'n toilet met ingebouwde douche voor het onderlichaam. Want, om met Geberit te spreken, u maakt uw auto toch ook niet schoon met papier?
Dus, verstokte Hollandse strontvegers, komt allen op zaterdag 28 mei naar Bedum!
Rest me alleen nog een tip te geven aan de afzender. Potentiële kopers van uw product zijn waarschijnlijk de statushouders onder de nieuwkomers. Nu is het wat vreemd om te folderen op een azc, maar uw produkt promoten bij woningbouwverenigingen die tegenwoordig steeds vaker aan huurders de keus laten hoe ze hun badkamer willen inrichten, is wel een optie. Ook Turken en zelfs Italianen hebben vast meer oren naar een fris kruis dan een Hollandse dame die al jaren onder de groene zoden ligt.
En ga nu niet zeuren over dat ik jullie prachtige billen-hartje-logo heb gejat. Het was gewoon te mooi om ongelezen in de oud-papier bak te flikkeren.
'Geberit', stond er op de grote envelop. Een wc-merk. U ziet hun logo vast wel eens staan op de spoelknop bij het ziekenhuis of de sportclub. Ik had net weer een hangend toilet van dit merk gemonteerd. Ook maakte ik een jaar terug eens sluikreclame voor ze, door in mijn verhaal over 'Islam in de schaamstreek' te linken naar hun spotje. Ze spelen goed in op onze veranderende toiletcultuur.
En nu werpt dezelfde Geberit me als dank een nieuw verhaal in de schoot. Door mij (of eigenlijk mijn overleden voorgangster) uit te nodigen voor een demodag voor de 'douchewc'. Het enthousiaste team staat klaar met advies en laat zien hoe deze werkt. Ook kan ik het ding zelf testen en mijn ervaring achterlaten op een formulier. Tot slot maak ik nog kans op een hotelarrangement in een suite met, precies, u raadt het al, een heuse Aquaclean.
Dus, verstokte Hollandse strontvegers, komt allen op zaterdag 28 mei naar Bedum!
Rest me alleen nog een tip te geven aan de afzender. Potentiële kopers van uw product zijn waarschijnlijk de statushouders onder de nieuwkomers. Nu is het wat vreemd om te folderen op een azc, maar uw produkt promoten bij woningbouwverenigingen die tegenwoordig steeds vaker aan huurders de keus laten hoe ze hun badkamer willen inrichten, is wel een optie. Ook Turken en zelfs Italianen hebben vast meer oren naar een fris kruis dan een Hollandse dame die al jaren onder de groene zoden ligt.En ga nu niet zeuren over dat ik jullie prachtige billen-hartje-logo heb gejat. Het was gewoon te mooi om ongelezen in de oud-papier bak te flikkeren.
maandag 25 april 2016
De jeugd van tegenwoordig heeft recht op meer bloot!
"Ik kijk nooit tv", zei ik stoer.
"Jawel, je kijkt elke avond tv", wierp Kees (11) tegen.
"Ik krijg vaak genoeg kijktips van je" deed zijn vader er nog een schepje bovenop.
Ik bond in. Ze hadden gelijk. Ik kijk eigenlijk best vaak. Naar 'langs de oevers van de Yangtze', of naar '3 op reis' en onlangs zelfs naar 'Het beste Brein' (waarbij ik bij het rekenonderdeel volledig door Kees werd weggeblazen). Maar het vaakst nog naar reclame. In eerste instantie omdat ik nog steeds geen afstandsbediening heb. Maar ook omdat commercials het niveau van de deskundige in de witte jas die het waspoeder aanprijst, al lang zijn ontstegen.
Bijna bloot doet het altijd goed. De suggestie van lekkere seks prikkelt onze koophormonen. Schaars geklede vrouwen worden gelinkt aan auto's en parfum. Gezichtscreme en chocola worden aangeprezen met geile voice-overs. Maar gister werd ik gefêteerd op een geheel blote man. Die met een gelukzalige grijns in slow motion van een helling af rolde. Hierna volgde een spotje met een andere bloterik die naar een rode Engelse telefooncel rende. Het ging hier respectievelijk om een bouwmarkt en, jawel, ontbijtkoek. Wat opviel was dat beide heren ontdaan leken van hun libido. Dat lag niet aan het buiten beeld houden van hun geslachtdelen maar meer aan het feit dat goed geklede kerels vaak sensueler ogen (koffie!) dan bloot.
Zou het voor onze opgroeiende jeugd niet goed zijn als het taboe op het tonen van -normale- geslachtdelen weer wordt doorbroken? Nu extreme preutsheid lijkt te zijn doorgedrongen tot bad- en kleedkamer. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bij gym tot een jaar of tien gemengde kleedkamers waren en dat er ook gemengd werd gedoucht. (nee, ik keek natuurlijk niet. Ik was toen nog een bleu blond vlechtenmeisje). Inmiddels schijnt het bij gym en bij sport normaal om ook bij gescheiden douchen een onderbroek aan te houden. Als er al wordt gedoucht. Tot mijn verbazing wist een ervaren trainer mij onlangs te zeggen het vaak de ouders zélf zijn die hier voor gaan liggen. Misschien denkt men dat elke trainer die met jeugd werkt zich aan blote kindertjes vergrijpt? Of zijn we zelf bang voor bloot geworden omdat we dit automatisch aan seks linken?
Maar hoe komt de toekomstige generatie er nu achter hoe het andere geslacht er uit ziet? Of dat van zijn seksegenoten? Welk ander referentiekader rest hen dan het stiekem bezoeken van pornosites vol piemels van twintig centimeter en gemodelleerde kale kutten en vol- (of vooral onder-) gespoten borsten. (Ook het beeld dat spermaspuiterij iets fijns of verplichts zou zijn is hardnekkig. Niet alleen onder jongeren).
Ik wacht met smart op de eerste commercial waarbij een sportheld verschijnt met een kleine, onbesneden pik of een scheve grote kut. Ter inspiratie kunnen reclamejongens het British museum bezoeken. Waar blote rennende mannen als helden worden afgebeeld. 2500 jaar geleden was je met een klein pikkie gewoon cool!
"Jawel, je kijkt elke avond tv", wierp Kees (11) tegen.
"Ik krijg vaak genoeg kijktips van je" deed zijn vader er nog een schepje bovenop.
Ik bond in. Ze hadden gelijk. Ik kijk eigenlijk best vaak. Naar 'langs de oevers van de Yangtze', of naar '3 op reis' en onlangs zelfs naar 'Het beste Brein' (waarbij ik bij het rekenonderdeel volledig door Kees werd weggeblazen). Maar het vaakst nog naar reclame. In eerste instantie omdat ik nog steeds geen afstandsbediening heb. Maar ook omdat commercials het niveau van de deskundige in de witte jas die het waspoeder aanprijst, al lang zijn ontstegen.
Bijna bloot doet het altijd goed. De suggestie van lekkere seks prikkelt onze koophormonen. Schaars geklede vrouwen worden gelinkt aan auto's en parfum. Gezichtscreme en chocola worden aangeprezen met geile voice-overs. Maar gister werd ik gefêteerd op een geheel blote man. Die met een gelukzalige grijns in slow motion van een helling af rolde. Hierna volgde een spotje met een andere bloterik die naar een rode Engelse telefooncel rende. Het ging hier respectievelijk om een bouwmarkt en, jawel, ontbijtkoek. Wat opviel was dat beide heren ontdaan leken van hun libido. Dat lag niet aan het buiten beeld houden van hun geslachtdelen maar meer aan het feit dat goed geklede kerels vaak sensueler ogen (koffie!) dan bloot.
Zou het voor onze opgroeiende jeugd niet goed zijn als het taboe op het tonen van -normale- geslachtdelen weer wordt doorbroken? Nu extreme preutsheid lijkt te zijn doorgedrongen tot bad- en kleedkamer. Ik meen me te herinneren dat er vroeger bij gym tot een jaar of tien gemengde kleedkamers waren en dat er ook gemengd werd gedoucht. (nee, ik keek natuurlijk niet. Ik was toen nog een bleu blond vlechtenmeisje). Inmiddels schijnt het bij gym en bij sport normaal om ook bij gescheiden douchen een onderbroek aan te houden. Als er al wordt gedoucht. Tot mijn verbazing wist een ervaren trainer mij onlangs te zeggen het vaak de ouders zélf zijn die hier voor gaan liggen. Misschien denkt men dat elke trainer die met jeugd werkt zich aan blote kindertjes vergrijpt? Of zijn we zelf bang voor bloot geworden omdat we dit automatisch aan seks linken?
Maar hoe komt de toekomstige generatie er nu achter hoe het andere geslacht er uit ziet? Of dat van zijn seksegenoten? Welk ander referentiekader rest hen dan het stiekem bezoeken van pornosites vol piemels van twintig centimeter en gemodelleerde kale kutten en vol- (of vooral onder-) gespoten borsten. (Ook het beeld dat spermaspuiterij iets fijns of verplichts zou zijn is hardnekkig. Niet alleen onder jongeren).
Ik wacht met smart op de eerste commercial waarbij een sportheld verschijnt met een kleine, onbesneden pik of een scheve grote kut. Ter inspiratie kunnen reclamejongens het British museum bezoeken. Waar blote rennende mannen als helden worden afgebeeld. 2500 jaar geleden was je met een klein pikkie gewoon cool!
donderdag 1 mei 2014
Meksi, Elmo en de EHBO
Meksi en Elmo.
Zo heette haar muis en haar vis.
Dat zei ze me.
Althans, ze zei het wel, maar niet tegen mij.
Ze wist ook niet dat ik haar hoorde. Op mijn voicemail.
Tegen wie ze het wèl zei weet ik niet.
Ik hoorde alleen wat instemmend gemurmel op de achtergrond.
Dat leek voor de Elmo en Meksi-mevrouw reden genoeg om schaterend te lachen.
Om de muis.
Die in het vorige gebouw zat, midden in de grote hal, elke morrege sat ie daar, in de belruimte.
En het hoofd van de afdeling voerde Meksi kaas.
HA HA HA.
Welk hoofd van welke afdeling van welk bedrijf in welk vorig gebouw, dat weet ik niet, want op mijn display stond 'privé'.
Gek genoeg zijn negen van de tien 'privé' telefoontjes juist niet prive, maar zakelijk.
Misschien was het dezelfde dame die later opnieuw belde.
'Is dit klussenbedrijf Paul?'.
'Ja daar spreekt u mee, met mevrouw Paul.'
Dit keer hoorde ze me wel, maar wat ze hoorde kwam niet overeeen met wat ze verwachtte.
'O, wat dom van me.'
Ze scheen op slag te zijn vergeten waarom ze belde.
'Och, maar natuurlijk, och wat dom van me', zei ze nogmaals, voordat ze de moed had om mij haar EHBO artikelen aan te prijzen.
Die ik niet hoefde.
Ook al ben ik dan een vrouw.
Volgende keer als ik 'privé' wordt gebeld, zeg ik:
'Met mevrouw Meksi, verkoopt u ook kaas?'
Zo heette haar muis en haar vis.
Dat zei ze me.
Althans, ze zei het wel, maar niet tegen mij.
Ze wist ook niet dat ik haar hoorde. Op mijn voicemail.
Tegen wie ze het wèl zei weet ik niet.
Ik hoorde alleen wat instemmend gemurmel op de achtergrond.
Dat leek voor de Elmo en Meksi-mevrouw reden genoeg om schaterend te lachen.
Om de muis.
Die in het vorige gebouw zat, midden in de grote hal, elke morrege sat ie daar, in de belruimte.
En het hoofd van de afdeling voerde Meksi kaas.
HA HA HA.
Welk hoofd van welke afdeling van welk bedrijf in welk vorig gebouw, dat weet ik niet, want op mijn display stond 'privé'.
Gek genoeg zijn negen van de tien 'privé' telefoontjes juist niet prive, maar zakelijk.
Misschien was het dezelfde dame die later opnieuw belde.
'Is dit klussenbedrijf Paul?'.
'Ja daar spreekt u mee, met mevrouw Paul.'
Dit keer hoorde ze me wel, maar wat ze hoorde kwam niet overeeen met wat ze verwachtte.
'O, wat dom van me.'
Ze scheen op slag te zijn vergeten waarom ze belde.
'Och, maar natuurlijk, och wat dom van me', zei ze nogmaals, voordat ze de moed had om mij haar EHBO artikelen aan te prijzen.
Die ik niet hoefde.
Ook al ben ik dan een vrouw.
Volgende keer als ik 'privé' wordt gebeld, zeg ik:
'Met mevrouw Meksi, verkoopt u ook kaas?'
Labels:
beeld,
kaas,
mobiel,
ondernemen,
reclame,
uitspraken
vrijdag 25 april 2014
De houthandel belde toen ik in de avondzon de ochtendkrant las en toen lag er een kind in het water
'Rust'; dacht ik nog. Daar in het gras, onder het frisse groen, tussen de molshopen, omringd door lieflijke watertjes en meertjes. Met achter een boomwal het geluid van forensen die zich over de A28 naar huis spoedden.
Op veilige afstand, met een schuine blik op de krant, aanschouwde ik een potje 'rugby op het water'. Wist niks af van het bestaan van deze sport. Met bal, helmpjes en vooral veel gespetter. Een soort waterpolo, maar dan zittend. Ik moet er niet aan denken om zo'n verdwaalde mep met een roeispaan, of moet ik peddel zeggen, tegen mijn kop te krijgen. Doe mij maar de krant.
De crisis moet wel erg zijn. Dat maakte ik niet op uit de krant. Maar meende ik te concluderen toen de groothandel mij opbelde om te melden dat ze me misten. Bij het horen van de bedrijfsnaam dacht ik in eerste instantie dat mijn rust voorbij was, en wachtte gespannen af welk bedrag er zou volgen dat ik hen nog schuldig was. Maar de uiterst vriendelijke mannenstem vroeg hoe het met me ging, dat hij me zo lang niet had gezien en of ik nog eens langskwam voor een geheel vrijblijvend kopje koffie.
In het niet meer vochtige gras, met een laaghangende zon, wachtend zonder echt te wachten, was ik erg geduldig. Ik hoorde de beste man uit over hoe het stond met hun bouwshop en de mogelijkheid om online facturen te ontvangen. Op mijn programma staan horren die ik nog moet maken. Misschien dat ik het hout voor het frame bij hun ga aanschaffen. Bij een kop koffie. En misschien krijg ik dan weer een knuffel kado. De eerdere bruine beertjes werden door mijn kinders 'houtje' en zaagseltje' gedoopt.
O ja, kinders. Dat was waar ook. Wel zo aardig dat ik wat interesse toonde voor zoonlief. Ik was hier per slot beland dankzij hem. Hij ging voor het eerst bootje varen, ik bedoel roeien, eh, kanoën, met een vriendje. De clou verklapte ik al in de titel.
Terwijl ik Kees ontdeed van het aan zijn lijf geplakte T-shirt, klaagde hij over het gebeurde. Over hoe stom het was dat hij na het omkiepen ook nog terug in de boot moest. Hij was liever naar de kant gezwommen. Maar dat mocht niet. Zijn slechte humeur was onder de warme douche gelukkig gauw over. En toen we het vriendje thuis afzetten, zei hij dat hij de volgende keer samen met hem 'Intouchable' wilde kijken. Want dat was zo'n mooie film.
's Avonds aten we Surinaamse kippensoep met het Algerijnse buurmeisje. En Griekse balletjes met basmatirijst. En sla met zachte geitenkaas. En gegrilde aubergines en courgettes.
Kees zette het nummer 'Fly' op. Dat hij zo mooi vindt. Van de film.
En nu maar hopen dat er niet ook een vriendje op skydiven zit.
Op veilige afstand, met een schuine blik op de krant, aanschouwde ik een potje 'rugby op het water'. Wist niks af van het bestaan van deze sport. Met bal, helmpjes en vooral veel gespetter. Een soort waterpolo, maar dan zittend. Ik moet er niet aan denken om zo'n verdwaalde mep met een roeispaan, of moet ik peddel zeggen, tegen mijn kop te krijgen. Doe mij maar de krant.
De crisis moet wel erg zijn. Dat maakte ik niet op uit de krant. Maar meende ik te concluderen toen de groothandel mij opbelde om te melden dat ze me misten. Bij het horen van de bedrijfsnaam dacht ik in eerste instantie dat mijn rust voorbij was, en wachtte gespannen af welk bedrag er zou volgen dat ik hen nog schuldig was. Maar de uiterst vriendelijke mannenstem vroeg hoe het met me ging, dat hij me zo lang niet had gezien en of ik nog eens langskwam voor een geheel vrijblijvend kopje koffie.
In het niet meer vochtige gras, met een laaghangende zon, wachtend zonder echt te wachten, was ik erg geduldig. Ik hoorde de beste man uit over hoe het stond met hun bouwshop en de mogelijkheid om online facturen te ontvangen. Op mijn programma staan horren die ik nog moet maken. Misschien dat ik het hout voor het frame bij hun ga aanschaffen. Bij een kop koffie. En misschien krijg ik dan weer een knuffel kado. De eerdere bruine beertjes werden door mijn kinders 'houtje' en zaagseltje' gedoopt.
O ja, kinders. Dat was waar ook. Wel zo aardig dat ik wat interesse toonde voor zoonlief. Ik was hier per slot beland dankzij hem. Hij ging voor het eerst bootje varen, ik bedoel roeien, eh, kanoën, met een vriendje. De clou verklapte ik al in de titel.
Terwijl ik Kees ontdeed van het aan zijn lijf geplakte T-shirt, klaagde hij over het gebeurde. Over hoe stom het was dat hij na het omkiepen ook nog terug in de boot moest. Hij was liever naar de kant gezwommen. Maar dat mocht niet. Zijn slechte humeur was onder de warme douche gelukkig gauw over. En toen we het vriendje thuis afzetten, zei hij dat hij de volgende keer samen met hem 'Intouchable' wilde kijken. Want dat was zo'n mooie film.
's Avonds aten we Surinaamse kippensoep met het Algerijnse buurmeisje. En Griekse balletjes met basmatirijst. En sla met zachte geitenkaas. En gegrilde aubergines en courgettes.
Kees zette het nummer 'Fly' op. Dat hij zo mooi vindt. Van de film.
En nu maar hopen dat er niet ook een vriendje op skydiven zit.
zondag 13 januari 2013
Wij helpen u wel. De hufters.
"Geen lening door de BKR.
Wij helpen u wel
Let op, Geld lenen kost geld."
Let op, Geld lenen kost geld."
Zo staat er schreeuwerig in de rechterkolom naast mijn mailbox. Ja, ook iets met 'stijlvolle lingerie', 'passie voor techniek' en nog meer vaags, zodat ik me afvraag hoe gmail eigenlijk mijn post scant. Maar dus ook reclame voor het krijgen van leningen buiten 'Tiel' om, alwaar het Bureau Kredietregistratie (BKR) is gevestigd. Voor de goede orde; wie dáár éénmaal als wanbetaler te boek staat, krijgt geen lening meer. Geloof ik.
En daar wordt ik dus enorm pissig van. Van dat soort reclame. Ja, ik ben ouderwets. En daar schaam ik me niet voor. Want als je vandaag geen geld hebt voor een nieuw bankstel of de laatste I-pod, heb je dat morgen óók niet. Sterker nog, voor dat bankstel of die I-pod betaal je op afbetaling het dubbele. Als het niet meer is. Dom, onnodig, maar ook reuze lucratief. Althans, voor degene die daar leningen voor verstrekt. En dat vind ik dus hufterig. Het verstrekken van -lees: geld verdienen met- leningen die mensen niet kunnen aflossen.
Want dat bankstel krijgt geen babybankstelletjes die je kunt doorverkopen. Het mijne niet althans. Nu is het verhaal van mijn bankstel ook wel wat apart, want dat is niet van mij, noch van de bank van lening, maar van mijn oudste zoon. Die de complete inrichting van zijn driekamerflat, na twee jaar op zichzelf te hebben gewoond, hier heeft geparkeerd. Met hemzelf erbij. Reuze gezellig hoor, daar niet van. Maar wel een beetje inschikken.
Sinds drie maanden leven we hier al klauterend over de dozen. Een goede les in het leren weggooien van oude meuk. Maar ondanks de tochten naar de stort en de kringloop, het bijtimmeren van planken aan elke muur die dat toelaat, is het hier nog steeds behoorlijk vol. Tot overmaat van ramp kwam ondergetekende deze zomer ook nog op het lumineuze plan om aan elk van haar drie zoons een poezenbeest kado te doen en zie daar: Villa Kakelbont is compleet. Er ontbreken alleen nog een aap en een paard.
Want dat bankstel krijgt geen babybankstelletjes die je kunt doorverkopen. Het mijne niet althans. Nu is het verhaal van mijn bankstel ook wel wat apart, want dat is niet van mij, noch van de bank van lening, maar van mijn oudste zoon. Die de complete inrichting van zijn driekamerflat, na twee jaar op zichzelf te hebben gewoond, hier heeft geparkeerd. Met hemzelf erbij. Reuze gezellig hoor, daar niet van. Maar wel een beetje inschikken.
Sinds drie maanden leven we hier al klauterend over de dozen. Een goede les in het leren weggooien van oude meuk. Maar ondanks de tochten naar de stort en de kringloop, het bijtimmeren van planken aan elke muur die dat toelaat, is het hier nog steeds behoorlijk vol. Tot overmaat van ramp kwam ondergetekende deze zomer ook nog op het lumineuze plan om aan elk van haar drie zoons een poezenbeest kado te doen en zie daar: Villa Kakelbont is compleet. Er ontbreken alleen nog een aap en een paard.
Met de teruggekeerde zoon en zijn huisraad, kwam er ook een brief van de gemeente. Of ik soms wist waar meneer uithing. Het adres dat bij hen bekend was, werd onbewoond aangetroffen.
Hoe slim!, dacht ik stiekem. Want hij wéét dat het mij niet lukt om me te laten inschrijven op het adres waar ik feitelijk woon. Door bij mij in te trekken, lost hij gewoon op in het niets. Maar da's gemeen gedacht van mij, want hij kon geen kant op. Dus als rechtgeaarde burger noteerde ik keurig het adres, postte dit in de bijgeleverde retourenvelop en ziedaar, opeens wisten de zorgverzekeraar, telefoonaanbieder, het waterschap, de hogeschool en al die andere mensen die hem diensten hadden geleverd dit 'spookhuis' wonderwel te vinden. Nú wel. Want ze wilden geld zien. Veel geld.
Daar kwam ik achter doordat ik mijn kont hier inmiddels weer enigszins kon keren, en zo stuitte op zijn stapels ongeopende post. Die ik ongevraagd opende (Nee, niks 'foei!', soms móet dat gewoon). Niet fijn. Zulke oude lijken in huis.
En hoewel ik van mijn eigen administratie soms een behoorlijke puinhoop maak en ook de term 'financiële planning' als een prachtig buitenaards wezen zie, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik tenminste geen schulden (meer) heb. Met uitzondering van het blok aan mijn been van dit huis dat niet bestaat. Maar intussen ben ik volledig ingewijd in het domein der dwangbevelen, deurwaarders en dagvaardingen. Want, zo moge duidelijk zijn, ik liet het niet bij het openen van zijn post alleen. Wat hij er zelf van vond? Ach, na wat initieel gesputter, liet hij het dankbaar gebeuren. Het geld dat hij verdient met het koken voor allerlei bobo's ("Mam, weet je wie er vandáág in de zaak kwam eten?") levert hij wekelijks bij me in en ik maak het geld keurig over, overeenkomstig de betalingsregelingen die ik trof met zijn schuldeisers.
So far so good. Maar ik was dus boos. Want tussen die post en óók als je inlogt op de site van je bank en dus óók als ik mijn digitale postvak open, tref ik daar lekkermakende reclame voor allerlei leningen. 'Wij helpen u wel'.
Me reet!
Vooral jongeren kunnen zonder slag of stoot duizenden euro's lenen of in de min staan. Best handig. Ze gaan niet zo snel dood, geven geld uit als water (in politieke termen: 'hebben vertrouwen in de economie') en als het echt te gortig wordt, springen de -vermogende- (groot-) ouders wel bij. Die laatsten zijn meestal zelf grootgebracht met het spáren voor dat bankstel, en hebben dus wat achter de hand. Kortom, jongeren zijn een feest voor iedere zichzelf respecterende geldverstrekker. Prachtige melkkoeien. Want zo'n 'zakgeldspel' voor 'het besef van geld' is natuurlijk goed bedoeld en ook het Nibud probeert heroïsch iets aan budgetvoorlichting te doen, maar we hóren helemaal niet te sparen. We moeten geld úitgeven. En wel nu. Dat is goed voor de economie (whatever that might be).
Dus 'Wij helpen u wel'. Met de mogelijkheid om de nieuwste gadgets te kopen, waar u gelukkig van denkt te worden. Of om de buren mee af te troeven. Of beide. Maar waarvoor u geen middelen heeft. Maar wij helpen u wel. Helaas zijn we genoodzaakt u het dubbele te laten betalen. Maar nu kunt u fijn vanaf uw bankstel op uw nieuwste I-pod stemmen op uw favoriete Idols-Soyouthinkyoucandance-X Factor-ThevoiceofHolland. Welnee, dat zijn géén belspelletjes, die zijn immers verboden. Want mensen moeten natuurlijk níet denken dat ze als domme melkkoe worden gezien.
Wij helpen u graag.
Uit zuivere naastenliefde.
De hufters.
(wordt vervolgd)
Hoe slim!, dacht ik stiekem. Want hij wéét dat het mij niet lukt om me te laten inschrijven op het adres waar ik feitelijk woon. Door bij mij in te trekken, lost hij gewoon op in het niets. Maar da's gemeen gedacht van mij, want hij kon geen kant op. Dus als rechtgeaarde burger noteerde ik keurig het adres, postte dit in de bijgeleverde retourenvelop en ziedaar, opeens wisten de zorgverzekeraar, telefoonaanbieder, het waterschap, de hogeschool en al die andere mensen die hem diensten hadden geleverd dit 'spookhuis' wonderwel te vinden. Nú wel. Want ze wilden geld zien. Veel geld.
Daar kwam ik achter doordat ik mijn kont hier inmiddels weer enigszins kon keren, en zo stuitte op zijn stapels ongeopende post. Die ik ongevraagd opende (Nee, niks 'foei!', soms móet dat gewoon). Niet fijn. Zulke oude lijken in huis.
En hoewel ik van mijn eigen administratie soms een behoorlijke puinhoop maak en ook de term 'financiële planning' als een prachtig buitenaards wezen zie, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik tenminste geen schulden (meer) heb. Met uitzondering van het blok aan mijn been van dit huis dat niet bestaat. Maar intussen ben ik volledig ingewijd in het domein der dwangbevelen, deurwaarders en dagvaardingen. Want, zo moge duidelijk zijn, ik liet het niet bij het openen van zijn post alleen. Wat hij er zelf van vond? Ach, na wat initieel gesputter, liet hij het dankbaar gebeuren. Het geld dat hij verdient met het koken voor allerlei bobo's ("Mam, weet je wie er vandáág in de zaak kwam eten?") levert hij wekelijks bij me in en ik maak het geld keurig over, overeenkomstig de betalingsregelingen die ik trof met zijn schuldeisers.
So far so good. Maar ik was dus boos. Want tussen die post en óók als je inlogt op de site van je bank en dus óók als ik mijn digitale postvak open, tref ik daar lekkermakende reclame voor allerlei leningen. 'Wij helpen u wel'.
Me reet!
Vooral jongeren kunnen zonder slag of stoot duizenden euro's lenen of in de min staan. Best handig. Ze gaan niet zo snel dood, geven geld uit als water (in politieke termen: 'hebben vertrouwen in de economie') en als het echt te gortig wordt, springen de -vermogende- (groot-) ouders wel bij. Die laatsten zijn meestal zelf grootgebracht met het spáren voor dat bankstel, en hebben dus wat achter de hand. Kortom, jongeren zijn een feest voor iedere zichzelf respecterende geldverstrekker. Prachtige melkkoeien. Want zo'n 'zakgeldspel' voor 'het besef van geld' is natuurlijk goed bedoeld en ook het Nibud probeert heroïsch iets aan budgetvoorlichting te doen, maar we hóren helemaal niet te sparen. We moeten geld úitgeven. En wel nu. Dat is goed voor de economie (whatever that might be).
Dus 'Wij helpen u wel'. Met de mogelijkheid om de nieuwste gadgets te kopen, waar u gelukkig van denkt te worden. Of om de buren mee af te troeven. Of beide. Maar waarvoor u geen middelen heeft. Maar wij helpen u wel. Helaas zijn we genoodzaakt u het dubbele te laten betalen. Maar nu kunt u fijn vanaf uw bankstel op uw nieuwste I-pod stemmen op uw favoriete Idols-Soyouthinkyoucandance-X Factor-ThevoiceofHolland. Welnee, dat zijn géén belspelletjes, die zijn immers verboden. Want mensen moeten natuurlijk níet denken dat ze als domme melkkoe worden gezien.
Wij helpen u graag.
Uit zuivere naastenliefde.
De hufters.
(wordt vervolgd)
Abonneren op:
Posts (Atom)

