Posts tonen met het label taxi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taxi. Alle posts tonen

vrijdag 23 januari 2015

Het gebroken gezin in Dakar 3

Vervolg van 2

Na tien minuten in de taxi wordt het nog stadser. Ik vraag de chauffeur of hij weet waar het hotel is. Er komt geen duidelijk antwoord. Ik pak mijn Lonely Planet er bij en geef hem het adres. Hij geeft geen teken van herkenning. Ik probeer hem uit te leggen dat het met 'vue sur mer' is. Paulien: "Mama, waarom laat je hem niet de kaart zien, dan weet hij het toch wel?"  Ik: "Volgens mij zou hij daardoor niet beter weten hoe hij moet rijden."

We rijden volgens mij de goede kant op. Dan leg ik hem uit dat het bij de Corniche Ouest is. Dat lijkt voor hem enigszins richtingwijzend te zijn. We rijden door smalle straatjes (die bij ons eenrichtingverkeer zouden zijn, je kunt elkaar hier met geen mogelijkheid passeren), de chauffeur spreekt een man op straat aan: 'Hé grand frère!' Richt zich dan tot ons op de achterbank: "Hoe heette dat hotel?" Ik laat hem de gids zien. De Lonely Planet gaat naar de 'grand frère', die het ook niet weet. Lonely Planet weer naar de achterbank en verder rijden. 

Omdat ik nog steeds redelijk zeker weet dat we ongeveer goed zitten, vind ik het best. Het is ook wel grappig, zo'n nachtelijke sightseeing, met een aardige taxichauffeur, die niet weet waar ie ons naar toe moet brengen, maar die wel heel erg zijn best doet. Zo zie je nog eens wat van nachtelijk Dakar.


Het tafereel met een of andere 'grand frère' herhaalt zich nog een paar keer, tot er één een duidelijke beschrijving geeft, bij die winkel links, dan tout droit, dan bij dat punt zo en zo, dan bij dat ding rechts, en dan nog even tout droit, en huppeldepup bladiebla. Chauffeur lijkt het te begrijpen en binnen vijf minuten staan we voor ons hotel.


Er is een klein raamloos huisje waar een security-vent, helemaal ingepakt met muts en sjaal en winterschoenen, in diepe slaap verzonken half tegen de muur op een krukje hangt. Hij wordt niet wakker van ons. Chauffeur gebaart ons in de auto te blijven zitten en vraagt waakman, die hij eerst omstandig wakker moet maken, of hij met de taxi naar beneden naar het hotel mag rijden. Kennelijk mag het niet, chauffeur komt weer terug en helpt ons met het uitladen van de koffers.

Ik had er van te voren al op gelet dat ik kleine briefjes euro's had, zodat ik mijn vijftien euro passend kon betalen. Maar voor zijn gezoek en zijn nachtelijke stadstoer, en omdat hij de jongeman zo veel voor zijn bemiddeling moest betalen, en omdat het een aardige man is die zijn werk gewoon goed doet, ben ik best bereid twintig euro te betalen. Ik geef hem twee briefjes van tien euro en zeg dat het zo goed is. Ik verwacht eigenlijk een bedankje, maar hij staat wat schaapachtig naar de briefjes te kijken. Hij reageert vrijwel niet.

Dan leg ik hem uit dat de vijftien euro die ik met de jongeman had afgesproken, ongeveer tienduizend francs is. En dat twintig euro veertienduizend francs waard is. Dan klaart zijn gezicht op,  hij bedankt me, probeert me nog een toer aan te smeren door te vragen wanneer hij ons weer op kan halen en welke toer we zouden willen doen, en verdwijnt dan in de nacht. Wij pakken onze koffers en lopen naar het hotel. Halverwege komt iemand van het hotel de trappen op rennen, zijn veters nog los, om ons te helpen met dragen. Die zat vast ook te slapen bij het wachten op late gasten.

Aan de receptie moeten we ieder een kaartje met formaliteiten invullen, paspoortnummer, beroep, adres, de hele reutemeteut. Dan met meneer de drager naar de eerste verdieping. Het hotel ziet er net zo gek en exotisch uit als op de foto's. In de lift met rood tapijt staat een gietijzeren zitbankje. Aan de muur op de gang zijn reliëfs van Romeinse en Egyptische taferelen. Op de vloer in de gang liggen mozaïeken in de vorm van zebravellen.


Boven het grote bed hangt een klamboe, boven het eenpersoonsbed niet. We hangen onze klamboe op, poetsen onze tanden, kleden ons om, werpen vanaf ons balkon nog even een blik op zee, en vallen dan doodmoe in bed.

Wordt vervolgd.


dinsdag 20 januari 2015

Het gebroken gezin naar Dakar* 2

Vervolg van 1
 
Wij gaan met zijn drieën naar het loket. Heeft u een visum? Nee, hebben we niet. Wilt u dat kopen?
Nou ja, si c'est obligé, dan wel, ja. 
Ok, loopt u maar met die mevrouw mee. Er zijn – behalve een paar officiële figuren in uniform – verder geen mensen. (Zijn we de enigen die hier een visum moeten kopen?) Eerst moeten we 157,50 euro betalen (Tsja, ze willen hier natuurlijk wel wat aan die toeristen verdienen). Dan moeten we naar een andere politiemeneer, waar ik op een stoel voor een fotoapparaat moet gaan zitten. Ondertussen staart meneer op zijn beeldscherm. Het apparaat waar ik voor zit, ziet er uit alsof het niet echt (of: echt niet...) werkt. 

Inderdaad krijg ik tien minuten later een visum in mijn paspoort geplakt, waar een foto van de foto in mijn paspoort bij staat. Er staat inmiddels een rij van vijftien personen achter ons. Ook de vrouw met het kindje. Ze legt uit dat zij Senegalese is maar het jongetje Frans, dus dat hij een visum nodig heeft. We praten over het belang van de nieuwe taal en de nieuwe nationaliteit voor de kinderen die in dat andere, nieuwe land opgroeien, waar je als ouder heen bent geëmigreerd. Intussen maak ik me zorgen over onze koffers en hoop maar dat ze straks nog ergens op een band rondrijden.


Ik ga zowat van mijn stokje van de vermoeidheid. Ook de kinderen zitten te gapen. Dan begint meneer de eerste autoriteit iets tegen me te zeggen, ik versta het slecht. Waar heeft ie het nou over? Koffie? Ik moet hem koffie geven? Wil ie koffie met me gaan drinken? 
Nu? 
Hier? 
Ik begrijp er geen hout van. Ik begin maar wat te antwoorden, zeg dat we moe zijn, dat de kinderen willen slapen, dat we naar ons hotel willen. Dan begint me iets te dagen. Ja ja, koffie. Zou dat -een half uur nadat we Senegalees grondgebied hebben betreden- een verzoek om smeergeld zijn? Of zie ik nu beren op de weg? Ik doe alsof mijn neus bloedt en klets maar wat verder over moe en kinderen en lange reis en willen slapen.


Na een klein half uurtje zijn we alle drie klaar en kunnen we naar onze koffers op zoek. Geen idee welke band we moeten hebben, nergens staat iets aangegeven. De meisjes bestuderen de wachtende mensen en zien dat er meerdere mensen zijn die bij ons in het vliegtuig zaten, dus het zal wel de goede band zijn.


Als we weer buiten staan is midden in de nacht, warm, vochtig. De sfeer is stads. Tientallen mensen staan geduldig aan hekken te wachten. Veel mannen, ook een aantal vrouwen, met prachtige gekleurde gewaden en grote om hun haar gebonden doeken. Veel mannen met djellaba's en van die kleine petjes/hoedjes. Zeer Afrikaans, zeer islamitisch.


We zijn de deur nauwelijks uit of ik word aangesproken door een jongeman die vraagt of we een taxi nodig hebben. De kinderen zijn al wat verder gelopen, in de veronderstelling dat we niet met de eerste de beste die ons aanspreekt, mee gaan. Maar ik vraag toch maar of hij weet waar hotel Sokhamon is en wat dat ritje zou kosten. Vingt euros. Volgens mijn info zou het tussen de douze en quinze euros moeten kosten, dus ik stel quinze voor. 

Hij vindt het best, pakt mijn rolkoffer, ik roep de kinderen en we lopen in flink tempo achter mijn rolkoffer aan de hand van meneer aan. Hij wordt door het dranghek gelaten, heeft kennelijk goede connecties. Met vlotte pas loopt hij naar de straat, waar taxi's staan te wachten. Maar hij loopt verder, de straat een stuk in, tot hij geroepen wordt. Hij draait zich om, loopt (nog steeds met onze koffer) nu met flinke pas weer naar het begin van de rij taxi's, hij smijt mijn koffer in de achterbak van de eerste taxi en gooit de bak dicht. Ondertussen is er een wat oudere man uit de taxi gestapt, degene die hem had geroepen, die doet de achterbak weer open, laadt onze tweede rolkoffer in en laat ons alle drie op de achterbank plaatsnemen. Chauffeur stapt in en gaat achter het stuur zitten, jongeman stapt aan de bijrijderskant in. Er ontstaat een niet al te vriendelijke woordenwisseling tussen de twee mannen voorin, terwijl meneer de chauffeur langzaam is begonnen te rijden. Ondertussen probeert de chauffeur met zijn rechterhand uit de catacomben van zijn dashboardkastje wat geld vandaan te vissen. Een paar duizend francs. Volgens jongeman is dat niet genoeg, nog duizend franc erbij, nog duizend franc. Als we een paar honderd meter met een slakkengangetje gereden zijn en jongeman eindelijk tevreden is met het bedrag, stapt jongeman uit en rijdt chauffeur mopperend verder.

Ik probeer in het Frans een gesprek aan te knopen over wat er nou was. Ik begreep al dat jongeman alleen maar een klantenvanger was, geen taxichauffeur, maar hoe dat nou zat en hoeveel hij voor welke diensten betaald kreeg, dat kan ik toch niet doorgronden. Ik vertel de chauffeur dat jongeman was ingegaan op mijn bod van vijftien euro. (Niet dat we daar straks nog onenigheid over krijgen.)


In ieder geval lijkt de chauffeur me een aardige vent. Ik leg de kinderen uit dat het mopperen van de  chauffeur op jongeman mij wel vertrouwen gaf in de chauffeur. Paulien: "Huh, omdat hij boos werd op die jongen, vind je hem aardig?" Ik: "Omdat de chauffeur beledigd was dat de jongeman zo veel geld wilde hebben, denk ik dat de chauffeur in ieder geval niet iemand is die ons gaat oplichten of die onaardig tegen ons zal zijn."


Het is half drie 's nachts, voor ons dus al half vier. Onze taxi heeft aan de voorkant zo goed als geen licht, achter iets meer. Je kunt de weg nauwelijks zien vanwege de strepen op de voorruit. Er is behoorlijk veel verkeer onderweg, veel taxi's. Buitenwijken van Dakar, veel blokkenhuizen, platte daken, eenvoudig gebouwd, lijkt wel wat op de buitenwijken van Caïro, maar dan minder dicht bij elkaar gebouwd.

Met zijn drieën achterin de auto. Nuna: "Mama, de snelheidsmeter doet het niet." Inderdaad, de wijzer blijft op 10 km/h hangen. Paulien: "Mama, ben jij bang?" Ik: "Nee, ik ben niet bang. Ik vind het wel erg spannend, hoe het er hier uit ziet, hoe de vakantie wordt, waar we belanden, maar ik zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn. 
Paulien: "Goed. Als jij niet bang bent, dan ben ik ook niet bang."







* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.

Wordt vervolgd