dinsdag 6 juli 2010

Voetbalvogels



De blik van die man, likkend aan een ijsje, líjkt die nu zo dwars of is het verbeelding? 'Kijk mij hier nu, ik ben een man, ik loop op straat en lik aan een ijsje, kijk maar goed, jaja, ik ben een zeldzaam exemplaar.'

Naast hem bevolken alleen vogels nog het park. De kroeg waar ik heen wil is gehuld in oranje en de televisie staat er op straat. Het andere café is dicht. Er zit niks anders op dan me te verschansen in het verlaten plantsoen.

Daar zien meeuwen hun kans schoon en pikken pizzaresten uit de dozen die overbleven na een studentenpicknick, een paar uur eerder, toen het park nog vol was. Ganzen dobberen in de vijver, de straten zijn verlaten. Ik vraag me af of de vogels zo hard zingen omdat ze de voetbaltoeters willen overstemmen of omdat ze eindelijk eens het rijk alleen hebben. Op mij en de ijslikker na dan.

maandag 5 juli 2010

Op kamers zonder gereedschap


De stroommeter en draadstripper zijn nog niet retour, de auto heeft Frans al wel terug gebracht. Maar wat heb ik aan vervoer als ik geen gereedschap heb?! Dat ik tevens mijn hele voorraad fittingen en kroonsteentjes aan hem kado gaf, bij wijze van uitzet, is niet zo'n ramp. Die arme jongen heeft het per slot al zwaar genoeg om zijn nieuwe bestaan als kamerbewoner op de rails te krijgen. Maar ik vertik het om ook al het gereedschap nieuw aan te schaffen. Zijn telefoon geeft geen gehoor en tegen beter weten in, vraag ik de voicemail om mij het gereedschap per ommegaande terug te brengen.

vrijdag 2 juli 2010

Oranje erotiek

Lege snelwegen en uitgestorven supermarkten en doe-het-zelf-zaken op een gewone vrijdagmiddag? Weliswaar een boeldhete, maar toch, wat is hier loos? Heel Holland is zich aan het opladen voor de buis want Holland speelt tegen Brazilië. Als Nederland met 2-1 wint gebeurt het, dan volgt de ontlading. Het bier vloeit rijkelijk, er wordt getoeterd en gebruld. Maar er wordt ook omhelsd, geaaid en gezoend door honderdduizenden machomannen. Eindelijk màg het, eens in de vier jaar, als we winnen, mag elke man, elke andere man, omhelzen en bespringen. Al die lieve vrienden die elkaar het liefst teder in een hoekje in hun armen zouden willen sluiten of passievol zouden willen vastpakken, mogen elkaar nu met overgave omarmen. Wat een heerlijke ontlading moet dit zijn voor al die mannen die vastbesloten zijn hun hele leven veilig in de kast te blijven. Het is ze gegund. Leve oranje!

zaterdag 13 maart 2010

Kapotje met zout

We zitten zwijgend naast elkaar. Ik schakel naar de drie en hij kijkt peinzend naar buiten, wil iets zeggen maar weet nog niet goed hoe. Dan zegt hij: 'Heeft Gijs wel eens iets raars opgegeten?' Geschrokken maar vooral nieuwsgierig vraag ik hem wat zijn Poek dan wel opat. Hij antwoordt verbaasd en licht gepikeerd om mijn snelle reactie, waarbij ik zijn ingeplande vertraging in het aansnijden van het werkelijke onderwerp onderuit haal: 'Daar gaat het niet om!' Maar na nog een paar stoplichten zegt hij droog: 'Een condoom.'

Toen hij de dierenarts had gebeld had die aan de andere kant van de telefoon zitten gniffelen. Het advies om het beest te laten kokhalzen met behulp van een lepel zout had hij opgevolgd en korte tijd later kwamen er eerst asperges en vervolgens een condoom uit de kattekeel. Mission completed. Als het niet was gelukt had hij mij gebeld. Ik ben zeker van de ECI: Eerstehulp bij Condoom Indigestie.

Misschien ziet Marianne Thieme van de dierenpartij in dit voorval aanleiding voor een spoeddebat in de Tweede kamer. Staat er straks op de durex: 'Vóór, ná en tijdens gebruik buiten bereik van uw kat of hond bewaren.' Brrrrr.

dinsdag 16 februari 2010

Astrid Joostens verboden chocola

'Geil, dat vind ik nu echt geil, geil....' Steeds opnieuw laat Ruud de Wild het stukje herhalen. Astrid zou het hebben gezegd. Op tv nog wel. Het ging over gesmolten chocola dat uit een toetje loopt, als je het openmaakt, een toetje dat van buiten hard is. En zo was er al gauw een vrolijk bruggetje geslagen naar Joostens boek 'Verboden liefdes'. Over vreemdgaan, door vooral mannen natuurlijk, over 'de ware' en 'elkaar vinden' en over de reden van dit boek.

Ruud vraagt Astrid ernaar per telefoon. Ze had er een item voor tv van willen maken maar de geïnterviewden hadden niet in beeld gewild. Dan maar een boek. En zijzelf?, wilden de luisteraars natuurlijk weten. Nee, Astrid zelf was al jaren trouw aan haar vriend. Wel flirten, geen smsjes, wel verliefdheden, geen brieven. De zelf getrokken sexuele grens, ieders sexuele moraal, is weer een andere. En die 'open huwelijken', die waren volgens De Wild allemaal ongelukkig, dat was logisch.

Het interview is afgelopen en ik stap uit. Ik bel aan, ik sms, ik bel, op zijn mobiele nummers en thuis. Maar hij doet niet open, wil niet open doen. Of is in coma na te weinige uren slaap. Ik verdween hier een paar uur eerder, om zes uur 's morgens, om thuis mijn man af te lossen, die me gister, bij mijn vertrek, veel plezier had gewenst. Ik was ruim op tijd weer thuis geweest om hem uit te zwaaien naar zijn werk, broodtrommels te smeren en met de kleintjes te ontbijten. Als ik ze in de auto naar school breng, pik ik onderweg nog een klasgenootje op, die dreigt te laat te komen.
Ik gaap. Iets had me teruggelokt naar mijn eigen verboden liefde, naar de plaats des onheils. Maar de deur blijft dicht. Als ik langzaam zijn straat uit rij, de weg ligt vol ijzel, hoor ik op de radio dat Astrid Joosten naar haar voordeur loopt. Ze roept naar haar man om vooral niet open te doen, dat het voor háár is. Ze krijgt een chocoladetaart cadeau. Die moet alleen nog even worden opgewarmd, instrueert afzender Ruud haar door de telefoon, dan smelt ie van binnen.

maandag 8 februari 2010

Verse bejaarden, oude verhalen

Een jaar geleden kuste ik haar perkamenten wang en pakte iets lekkers bij haar uit de kast. (zie: wederzijdse zorg)
Nu neem ik mijn eigen thermos mee naar een zelfde soort flat. Ik moet de woning klaarmaken voor een nieuw oudje, bejaarde, dame op leeftijd...of hoe wil een vrouw van drie kwart eeuw worden aangeduid, die nog verre van levensmoe is maar wel toe is aan een kleinere woning?

De lift, de lucht, het gezoem van de openslaande deuren, alles lijkt op het huis van mijn oma, die er niet meer is. Maar zo vol als het bij oma was, zo leeg is het nog hier. Het huisje klinkt hol, het behang is vaal, het tapijt van de vorige bewoonster is zorgvuldig van de betonnen vloer gekrabt. Ik mag het opnieuw schilderen en stofferen. Zodat zij haar statige huis zal kunnen achterlaten, waar haar man stierf, waar haar boeken zijn, en die grote meubels, die nu weg moeten, anders past ze niet in de nieuwe flat.

'Nee', zegt de nieuwsgierig geworden buurvrouw, 'ik heb geen last van de bouwradio en dat mens aan de andere kant is ook nagenoeg doof, dus maak je vooral geen zorgen.' Even later belt de halfdove vrouw aan om te vragen of ik iets warms bij me heb. Pas zes uur en twintig liter latex later besef ik pas dat dit waarschijnlijk een omslachtige manier was om me uit te nodigen voor een kop koffie. Zo'n vrouw is misschien de hele dag alleen thuis en zit wellicht verlegen om een praatje.

Als ik na gedane arbeid bij de dove buuf aanbel, voor 'iets warms', doet ze de deur niet open. Opnieuw komt de nieuwsgierige buurvrouw over de galerij. Haar kleine keffertje loopt langs mij heen naar binnen, het lege huis in. Het hondje kan mijn werk wellicht beter inspecteren dan mijn opdrachtgever, want die is bijna blind.

Op de bouwradio wordt melding gemaakt van het burgerinitiatief van voormalige politieke vijanden Hedy d'Ancona en Frits Bolkestein. Het gaat over de zeggenschap over het beëindigen van je eigen leven 'als je vindt dat je leven af is.'

Terwijl ik de laatste verfspetters wegpoets vraag ik me af hoe dat zou voelen: 'af' zijn. Zou je dan ook niks meer te vertellen hebben? Of zou je denken dat anderen je verhalen niet meer willen horen of dat ze te oud of gedateerd zijn? En als er nog wel naar je wordt geluisterd, er nog oprechte belangstelling is voor je verhalen, zou je je dan toch 'af' voelen? Of zou ik dan, onder het genot van 'iets warms' met 'iets lekkers' graag vertellen over vroeger, van voordat mijn leven 'af' was. Over de boeken van de Beauvoir, mijn leven in den vreemde of zondagmiddagwandelingen, over liefdes, over inzichten?

Ik luister nu naar de vrouw met het hondje. Haar kinderen pikten elkaars vrouw in, en ze spreken elkaar nu niet meer. En de vent aan wie één van die kinderen haar koppelde ('je hoeft niet zo lang alleen te zijn, mam') heeft haar geld er doorheen gejaagd in de kroeg, zodat ze, berooid, alleen nog maar naar deze flat kon. Als ze mijn laatste kop thee uit mijn thermos heeft opgedronken zwaait ze mij uit tot ik uit beeld ben.

Zo lang er iemand luistert is niemands leven af.

maandag 11 januari 2010

De blikvanger van Doebai

Precies een week geleden, op de eerste maandag van dit jaar, stond er op de voorpagina van Trouw een foto van een groep mannen. Ze hebben zwarte haren, één draagt een mooi moslimmutsje en op hun bovenlip prijken pluizige schaamhaarsnorretjes. Het is er ook warm, in dat land, want de man die het meest prominent in beeld is, heeft de mouwen van zijn overhemd opgerold. Hij kijkt in de camera, zijn armen stijf over elkaar en lijkt, met één schouder naar de toeschouwer gedraaid, expres vóór de andere aanwezigen te willen gaan staan. Maar wat nog het meest opvalt is zijn blik. Hij houdt zijn hoofd licht scheef en heeft een flauwe glimlach, die twee hazetanden ontbloot, zijn oogleden staan een beetje lijzig. Hij kijkt niet geschrokken, angstig of agressief, nee, het is een blik die de kijker moet verleiden en, in dit geval, misschien de maker van de foto. Dit is een flirter, een haantje, iemand die alles wat hem aan zelfverzekerheid rest in de blik legt en ook, al dan niet bewust, de kijker het zicht op de concurrende haantjes ontneemt. De fotografe moet haast wel een vrouw zijn.

'Gevangen door schulden in Doebai', luidt het onderschrift. De mannen zullen dus wel weinig loslopend vrouwvolk tegenkomen, en zeker niet één die een camera op hen richt. Maar ik vermoed dat vrouwen, vooral onder buitenlandse persfotografen, zeker in islamitische landen, in de minderheid zijn.

'Jetteke van Wijk', prijkt er onder de foto. Een nadere uitleg over het wel en wee van de geportetterdden leert me dat de man met de geile blik inderdaad niet het onderwerp is, maar de mannen die hem links en rechts flankeren, waar hij pontificaal voor is gaan staan. Gulwahab uit Pakistan en Robiul uit Bangladesh. Beide als werkloze gastarbeiders in Doebai. 'Ze kunnen hun familie niet onder ogen komen' en blijven dus in hun gastland.

Op diezelfde 4 januari werd de grootste bewoonde pik ter wereld onthuld; een toren van 800 meter hoog. Talloze gastwerkers uit Zuid-Azië werkten er aan mee. Drie miljard euro kostte deze blikvanger. Vijftig miljard euro is de schuld van Doebai. Het voornaamste doel is om in beeld te komen.

vrijdag 8 januari 2010

Onthaasten op donderdag

Vanmorgen voelden de voorste delen van mijn hersenen nattigheid toen ze de combinatie 'in bed + buiten al licht' hadden geregistreerd. Het leek niet in overeenstemming met het dagritme zoals dat in mijn diepere grijze cellen leek te horen. Maar gut, wat voor dag was het eigenlijk? Juist, een doordeweekse donderdag.....alle gezinsleden hebben zich dus collectief verslapen! Paniek!

Hetgeen resulteerde in staccato commando's (jongens opschieten, brood smeren, melk drinken, tas/jas/muts pakken!), gejengel over ritsen die niet dicht wilden (ik wil die broek niet aan!) en chocopasta op slaperige wangetjes. De fietsketting lag er af, het knmi-advies (ga de weg niet op als het niet echt moet!) sloeg ik in de wind en ik liet iedereen instappen aan bestuurderskant (vastgevroren sloten) van de witbesneeuwde auto.



Na het record 'van-bed-naar-school' te hebben gebroken merkte de buuf droog op dat men in verslaapgevallen het beter rustig aan kan doen, want dat de strijd dan toch al als verloren beschouwd moet worden. Hoe waar! Zoals mijn leraar psychologie ooit zei: 'Àls je te laat komt, doe het dan ook goed; vijf minuten is gewoon dom, met een uur is het pas serieus.' Maar de stress waarde al rond na het ontwaken uit een voor iedereen veel te korte slaap (i.v.m. met zware nachtelijke gesprekken met nachtbrakende puberkinderen)



Bij gebrek aan werk in verband met vorstverlet besloot ik het advies van de buuf alsnog ter harte te nemen. Ik ging onthaasten in de dichtstbijzijnde super. Loom liep ik langs al het uitgestalde eten en nadat ik me thuis van mijn besneeuwde schoenen had ontdaan, kroop ik met een verse kop koffie achter mijn krant. Genieten.

donderdag 7 januari 2010

De herkansing

Entertainment mag enige spanning geven maar wel zodanig dat je als kijker nog lekkerder onderuitzakt op de bank en het gelukshormoon vrij spel krijgt in ons lijf. En inderdaad maakt Prem, in de eerste aflevering van 'De herkansing' gewag van 'de kerstgedachte' als hij zijn zielige vogeltje weer op de rails zet en alle -voorheen weinig coöperatieve- betrokkenen van zijn gelijk overtuigd. Daar kan de kijker, zo in de eerste week van het jaar, uitbuikend van de feelgood movies die over ons waren uitgestort, niet genoeg van krijgen. En het moet in deze tijd natuurlijk snel en efficient. Probleem benoemen > probleem oplossen > happpy end. Daar kan geen supernanny tegenop.

Het vogeltje in kwestie heet Ieteke, de moedervogel oogt nog zieliger en de redder is dus Prem Shivram Shaw Radhakishun. Een man met evenveel rollen als namen. Ik doel hierbij niet op zijn beroepen, nee, hij oogt in de aflevering zelf als bedenker, producer, regisseur en superheld tegelijk. Jeugdzorg faalt, evenals de school en ook moeder moet het ontgelden, al kan deze laatste daar weinig aan doen. Ieteke, het ineengedoken doch blijkbaar straalverwende meiske, zal en moet op school terugkeren, dat is Prems plan. Eerst laat hij haar zeggen dat de moeder niet steng genoeg is en al haar hele leven zwak ziek en misselijk is. Ja ja, die kennen we, ik ben als puber niet in staat mezelf een rem op te leggen, dus is het de schuld van moeke dat ze me niet aan de kachel vastbindt om me weg te houden bij mijn foute vriendjes. Nee, mama kan niet tegen me op en ik wil naar Vlieland. Zo gezegd, zo gedaan.

In de volgende shots bewonderen we Prem aan de reling van de pont naar Vlieland (zijn haren wapperen in de wind. Daar staat duidelijk een man met een missie, gelijk Colijn in de crisisjaren, alleen de oliejas ontbreekt), bij de school en het potentiële gastgezin van Ieteke, dat een kwartier bedenktijd krijgt om...precies!...'JA' te zeggen.

Prem laat steevast zijn tegenspelers hun eigen zegje doen als hij ze heeft gewonnen voor zijn plan. Allen praten met zijn woorden. Dat hierbij instanties er de woorden 'naar alle waarschijnlijkheid' aan toevoegen, i.p.v. een daadkrachtig 'Ja, we doen het' laten horen, is natuurlijk koren op de molen van de criticasters van jeugdzorg ('Zie je wel, ze dúrven niet en kúnnen niet', lees de reacties van lotgenoten op de NPS site er maar op na).

Dan Prem, dat is pas een man met ballen. Weg met dat softe gedoe! Kennis over psychiatrische stoornissen, het gezinssysteem waar Ieteke zich bevindt, het doet allemaal niet ter zake. Ja, het woord 'dossier' wordt wel door Prem genoemd, maar zó dat het wordt ontdaan van een functie, dossiers zijn namelijk suf en saai. Het wordt niet gezegd, maar het druipt er van af. Er moet actie komen. Op schóól zal ze komen, en wel meteen!

Eenmaal terug op Ietekes kamer (Prem had haar eerder nog even les gegeven in het opschudden van kussens) liet hij haar raden of de school haar wilde aannemen. En ook mag ze gissen of de ouders van haar beste vriendin haar in huis willen (alsof het bij weigering tot een uitzending zou komen. En, als Ieteke wèrkelijk verrast was, het meisje in kwestie niet allang via hyves, msn of sms op de hoogte was gebracht). Jammer voor Prem dat Ietekes: 'Ja, èècht', niet wordt gevolgd door een snikkende dankbetuiging aan haar reddende engel. Maar de voice-over maakt er nog wat moois van.

Dan volgt, op het moment dat de school begint, toch nog die door Prem zo gewenste omhelzing tussen Ieteke en haar moeder. Nog even een highfive en de boodschap 'verknal het niet meid', en daar gaat ze, in de donkere nacht'. Allemachtig, wat heeft Prem dat toch slim gedaan. De verpakking is daadkracht en liefde. De boodschap is: pubers zijn zielig, GGZ is traag, jeugdzorg idem en ik ben de held. Hulde. En de kijker doet met betraande ogen nog een graai uit de chipszak.

Maar de werkelijke boodschap is dat de in de ogen van Ieteke toch al zwakke moeder nu het stempel van compleet onbekwaam krijgt. Dàt is het voorbeeld dat de dochter krijgt. Hoe veel méér had Prem kunnen winnen door minder eigen scoringsdrift ten toon te spreiden en moeder meer het heft in handen te geven, handvatten te geven, háár haren in de wind te laten wapperen. Moeder had dan een beetje aanzien kunnen terugwinnen in de ogen van haar dochter, en misschien wat zelfvertrouwen. Maar dat was geen mooi entertainment geweest, het liet de kijker misschien zelfs met het onbehaaglijke gevoel zitten dat die zelf ook iets kon bijdragen aan de benarde situatie van zichzelf, buren, of bekenden die er zelf maar moeilijk uitkwamen. Aan de gecompliceerdheid van de werkelijkheid waar we allemaal deel van uitmaken en een bijdrage aan leveren. Nee, nuances passen niet bij volksvermaak en is slecht voor de kijkcijfers.

Lang leve het entertainment!

dinsdag 1 december 2009

Werklui versus welzijnwerkers

Ik schilder het kozijn voor huis. Het is de laatste maand van het jaar. Weliswaar de eerste dag ervan, maar toch. Het is niet guur en niet koud, eerder warm vandaag. Ik was mijn klus vroeg begonnen. Maar de werklui van de overkant waren me uiteraard vóór geweest. Die waren al uren eerder in de weer met dakpannen, kitspuiten en raamlatten. De rode mannen werkten op het dak, de witte op de steigers en er waren ook groene mannen. Die namen de hekjes en tuintegels voor hun rekening.

De nieuwe kozijnen die worden geplaatst zijn van kunststof. Praktisch, hoeft nooit meer een laag verf op. Ook de groene mannen nemen geen halve maatregelen en trekken met een graafmachine een rij coniferen uit de grond, ontwortelen berken en leggen er perfect egale betontegels voor in de plaats. Lekker makkelijk voor de nieuwe bewoners.

Of het mooier is weet ik niet. Terwijl ik me uitleef in het zo strak mogelijk afwerken van mijn kozijn, wandelt er een oude bekende voorbij. Hij is grijzer geworden. Hij loopt met zijn fiets aan de hand te genieten van de ochtendzon. Tien jaar geleden bestierden we samen een huis dat aan jeugd vertier moest bieden. Het reageren op overlastmeldingen van de politie en het werven van vrijwilligers vanuit 'de doelgroep' was ons werk waarvoor we betaald werden. En vergaderen natuurlijk. Allemachtig wat heb ik een hoop genotuleerd in die tijd. Opschrijven wat werd gedaan. Voor het archief. 'Wie dit leest krijgt een zak drop', schreef ik eens middenin een verslag. Ik was slechts één portie drop kwijt. Het team bestond uit meer dan tien mensen.

Het resultaat van dat welzijnswerk was moeilijk meetbaar. Om daar toch wat van te maken werd er nòg meer opgeschreven. De 'doelgroepvrijwilligers' keken met scheven ogen naar de managers die er voor werden betaald om aan geldschieters uit te leggen hoe goed we ons werk deden. Hoe onmisbaar het toch was wat er in het honk gebeurde.

Mijn oud-collega neemt de door mij aangeboden koffie aan. We kijken samen naar de gestaag vorderende arbeid aan de overkant. Werk dat wèl meetbaar is, waar wèl precieze offertes voor gemaakt kunnen worden, materialen, manuren, vierkante meters, pallets met dakpannen, isolatieplaten. Eén van de groene mannen, blijkt een voormalig vrijwilliger te zijn uit het jeugdhonk. De jongere is nu ouder.

We beoordelen ongegeneerd het resultaat van de werklui. Een kop koffie in de hand. Een minivergadering van geflopte welzijnswerkers op de stoep. We zijn het nog niet verleerd. Alleen de notulist is er niet. Of toch wel? Zie de tekst hierboven.

dinsdag 13 oktober 2009

Justitianus, heilige Irene, de maagd Maria en Allah


Als Romeinse keizers opdracht geven tot het bouwen van een kerk.
Waar je dan dus gewoon vóór staat.
En dan te bedenken dat die Constantijn, of dan toch in ieder geval Justitianus (het eerste bouwwerk, van twee eeuwen eerder, brandde af) hier ook ooit heeft moeten staan.
Dan wordt geschiedenis tastbaar.
Magisch.



Maar we kunnen er niet in. Deze kerk uit de vierde eeuw is maar zelden open. Dit in tegenstelling tot Irene's grote zus, de Hagia Sofia, die, op het Topkapipaleis na, de grootste toeristenattractie is van Istanbul. Maar die heet officieel dan ook geen kerk meer, maar moskee. En zo prijkt er 'Allah-o-Akbar' naast het gouden mozaïek van de heilige maagd Maria. En de keizer naast Jezus. Ook een soort goden, toch?

dinsdag 29 september 2009

Bejaarden achter de tralies

Er waren eens twee oude mannen, beide in het herfst van hun leven. De één aan de vooravond van zijn pensioen, de ander zou gehuldigd worden. Ze zouden de vruchten plukken van hun inspanningen, in de schijnwerpers staan. En dat deden ze deze week beide, de krant halen. Ze hadden het aan kunnen zien komen, waren gevlucht geweest maar hadden zich redelijk vrij gewaand. Maar justitie slaapt blijkbaar niet in tijden van crisis en pakte de mannen op.

De slachtoffers van man één waren politieke tegenstanders geweest. Hij had ze naar de plaats van bestemming gevlogen en daar waren ze in zee gegooid, levend. Hij had zich gevestigd in Nederland en was genaturaliseerd. Nu, dertig jaar later, was hij gearresteerd in Spanje en het land waar de misdaad was gepleegd, Argentinië, vroeg om zijn uitlevering. Zou deze man ook mij naar mijn vakantiebestemming hebben gevlogen, en heb ik wellicht voor hem geapplaudisseerd nadat hij de airbus veilig aan de grond had gezet in Thessaloniki of Montpellier, luchthavens waar je vlak voor de landing zo mooi laag over de zee scheert?

Het slachtoffer van man twee leeft nog. Ze is intussen een vrouw van in de veertig. Destijds een meisje van dertien. Hij had haar gedrogeerd en verkracht en, voordat hij achter de tralies kon verdwijnen, was ook hij over de grote plas gevlucht, naar het vrije Europa. Voor hem was het Frankrijk geweest waar hij zich had schuilgehouden. Hij schreef veel en zou een prijs krijgen voor zijn ouvre. Maar in Zwitserland wachtte hem iets anders. Hij komt nu alsnog voor rechter.

Gaat het om het aantal slachtoffers, is het schrijven van boeken een nobeler bezigheid dan het rondvliegen van vakantiegangers of gaat het om de houding van de dader? De piloot die geen berouw toonde, zelfs trots scheen op hetgeen hij deed en de schrijver die een schikking trof met het slachtoffer? Over de arrestatie van de eerste wordt in ieder geval met meer vanzelfsprekendheid geschreven dan die van de tweede. Maar het was toch juist de schrijver geweest die het meisje in zijn volle vrijheid had verkracht, of was hij slaaf van zijn eigen lust geweest? Ik neem aan dat dit niet gold voor de piloot, die zijn orders kreeg van het leger.

De moraal van het verhaal zal wel zijn dat misdaden wel kunnen worden toegedekt maar in ruil voor dat stilzwijgen wordt ook van de dader enige terughoudendheid verwacht. Mannen die iets op hun kerfstok hebben, kunnen zich maar beter iets nuttigs doen, in plaats van wegrotten achter tralies. Alles wordt gedoogd zolang men zich dienstbaar maakt. Een soort levenslange werkstraf dus. Maar wie gaat pochen of wil gaan genieten van zij oude dag heeft het mis. Hen wacht water en brood in plaats van uitrusten in een villa aan zee.

vrijdag 5 juni 2009

Na de rode dag

Het rode zeil wordt opgerold. De hokjes afgebroken, de potloden gaan terug in een doos.

'Aan geen enkel land kan democratie worden opgelegd. Maar dat vermindert mijn steun niet aan regeringen die de wil van het volk weerspiegelen,' Aldus Obama gister in zijn speech op de universiteit van Caïro.

Ik blader verder door de krant en twee foto's trekken mijn bijzondere aandacht; één van een synchroon vlaggende menigte en één van opeengepakte vluchtelingen op een gammel bootje. Andere plaatsen, andere mensen, beide groepsgewijs. Voor het gemak neem ik aan dat het ene plaatje is geschoten in een oord waar het met 'het respecteren van de wil van het volk' niet zo best is gestemd en dat de opvarenden op de andere foto ook uit een dergelijk land komen. De broer, zus, neef, studiegenoot van de vlaggers/opvarenden ging ook de straat op met een vlag/ook met die boot mee. Want dat was goed, zo zeiden ze. Wie zelf durft na te denken, wie oproept iets eens van de andere kant te bekijken, vragen stelt bij het vlaggen of liever thuis blijft, valt al gauw buiten de groep. Zijn we dan allemaal schaapjes?

Hier is wèl sprake van een democratie en gister kleurde ik op de valreep het rondje voor de politica van mijn keuze rood. Op de hoek van de straat ruimden een paar schilders hun steiger op. Op het terras voor het stemlokaal dronken mensen een biertje. Geld verdienen en het uitgeven, is dat voor de meeste mensen op deze aardbol niet de voornaamste reden van bestaan, de drijfveer om verandering te willen of naar elders te togen?

Obama: '(...) ik zeg speciaal tegen de jongeren: jullie kunnen deze wereld opnieuw opbouwen. Wij zijn allen maar korte tijd op aarde. De vraag is of we die tijd gebruiken om verdeeldheid te brengen of om een gemeenschappelijke grond te vinden voor een toekomst voor onze kinderen.'

In Caïro wordt de Amerikaanse vlag gestreken, de rode loper voor diens president opgerold. Het opkomstpercentage van de verkiezingen hier, kwam nergens boven de vijftig procent.

Waarschijnlijk zijn hier mensen aan de macht die de wil van het volk weerspiegelen; beetje geld verdienen, en het elders weer lekker uitgeven. Trouw bevestigt het: 'Van klant Jan (79) hoeft het ook niet, hij komt vloerbedekking kopen en bekommert zich niet om Europarlementariërs die hij toch niet kent.' Jan heeft straks zijn eigen rode loper thuis. Van zijn zelf verdiende centen, om mee te pronken bij de buren. Meer heeft hij niet nodig.

Er is niks meer om voor te strijden en iemand die verkondigt dat dit wel zo is, die verdeeldheid zaait, kan wèl rekenen op een grote aanhang: 'We worden nog veel groter', lichtte de blonde man op de buis zijn zege toe. Zijn strijd tegen de islam slaat kennelijk aan.

Obama begon zijn speech met een vredesgroet: assalaam aleikum. Hij vertelde over de tijdloze poëzie, kalligrafie en plaatsen van contemplatie die de moslimgemeenschap ons heeft gebracht.

Durft te denken.

donderdag 28 mei 2009

Manloos

Heerlijk, zo'n week alleen met de kinderen. Hij was er weliswaar niet toen er zwemlessen en speeltuin op het menu stonden, en om beide jongens op tijd op school te krijgen was het ook flink doortrappen. Maar verder was het puur genieten. Het bed helemaal voor mij alleen, of samen met de kleintjes, gezellig met alle kussens voorlezen in het grote bed.

'Ik ga een nieuwe papa kopen', zei Leo laatst, toen hij wakker werd. Toen ik hem vroeg of de zijne niet goed genoeg was, stelde hij zijn plan wat bij, hij zou een vader húren, om spelletjes mee te spelen als zijn papa even weg was. Maar voor mij was noch het kopen noch het huren van een man een optie. Geen bezette wc's, douches en computers meer. Bovendoen drinkt hij al je koffie op, propt de vuilnisbak vol totdat hij kraakt en laat handdoeken hangen als dweilen aan een haakje.

Het ontbreken van een partner noopt kinderen bovendien tot actie en berusting. 'Nee, ga zelf je schoenen maar zoeken' en 'opruimen hoort bij het spelen, jongens.' Er is tevens geen tweede ouder bij wie kan worden gezeurd: 'Mag ik van jóu dan wel op de tv?'. En niemand kan de door mij ingestelde beeldschermvrije dag met voeten treden.

Geen borstharen in bad en geen schoenen op de mat, geen waterbad rond de gootsteen en geen vieze vaatdoekjes, doordrenkt met melk en koffie. Boodschappen kunnen eenvoudig lopend worden gedaan, - er wordt minder gegeten-, en de krant is voor mij alleen. Geen klont met kleren meer in de slaapkamer en een week lang geen opgerolde hemdsmouwen en sokkendrollen bij de was. Geen bezwete sport t-shirts meer buiten verkleurend in de zon of doordrenkt van de regen met zijn verschimmelde schoenen ernaast. Alleen mijn eigen troep.

Ook mis ik niet zijn kritische visie op mijn soms wat bizarre opvoedpraktijken, die ventileert hij per slot ook niet als hij wèl aanwezig is. Daarentegen gromt grote zoon wel dat ik zijn broertje minder hard moet aanpakken. En die maant zíjn kleine broertje weer om op te schieten met zijn broodje en vooral geen melk te morsen. De vaderrol dreigt te worden overgenomen.

Vandaag komt manlief terug. Met het vliegtuig van ver. Terwijl ik de afwasser leegruim -voor het laatst gevuld op mijn manier- schrik ik van de plas water die er in staat, de pomp is stuk. Er is genoeg te doen vandaag, dit kan ik er niet bijhebben. Híj mag zich er bij thuiskomst over buigen. Ik stort me op de laatste was en schrik van de rotzooi in de slaapvertrek. Op het echterlijk bed zie ik broeken, pyama's, vesten en hemdjes, allemaal van mij, opgehoopt op zijn bedhelft. Het filter van de droger zit vol shag van grote zoon en de heuvel handdoeken op de vloer begint onfris te ruiken. De oudpapierbak stroomt over en de lege flessen hangen al dagen aan de deur.

Afwezigheid van de ander verandert niet mijn ogen maar wel mijn blik.

donderdag 30 april 2009

Vuile was

7 uur 's morgens, het huis is nog in diepe rust. Na een ochtendplas, vouw ik de was. Als ik de kleren van Frans op zijn kamer wil leggen, zie ik, na het openen van zijn deur, twee geschoeide voeten over de rand van de bank heen steken. Op de tweede bank ligt een tweede vriend van Frans te pitten. Het raam staat open, de ochtendmist verfrist de berookte kamer. Degene die aan de voeten vast zit ken ik. Ik sprak een dag eerder uitgebreid met zijn moeder. Ze was het zat, had de politie gebeld, de maat was vol. Wat er aan vooraf ging weet ik niet, vuile was hangt men niet buiten. Ik leg een deken over de jongen met de schoenen.

Beneden bel ik zijn moeder. Nee, ze wist niet dat ie bij mij was, en is blij dat ik haar bel. Vanmiddag om twaalf uur heeft hij een gesprek met haar en zijn stiefvader. Hij gaat hij het huis uit, als hij het nog eens flikt. Of kapotte ramen en een tafel niet genoeg zijn? Nou, eigenlijk was het de vader die hem nog een kans wilde geven. Ik wens hen succes en adviseer haar om die morgen gewoon aan het werk te gaan.

12 uur 's middags. Ik laadt de pakken laminaat en de verfemmers uit. Ze gaat de slaapkamer van haar dochter, die net uit huis is, grondig opknappen. Alle punaisegaatjes van de aanbeden filmsterren, alle plekken op de muur, niks blijft bij het oude. De kinderbijslag is gestopt, ze sloot een lening af waarmee ze onder meer een nieuwe wasmachine voor dochter kocht. De gulheid blijkt ook eigenbelang: ze vreesde dagelijks haar dochter op bezoek met bergen was.

Om 7 's avonds schuif ik fris gedoucht aan tafel. Vader kookte een pan pasta voor een weeshuis. Na twee happen gaat de telefoon. Nee hoor, mijn vakantie stoor je niet, je onderbreekt alleen mijn eten. De jongen, die al jaren de puberleeftijd is ontgroeid, maar met zijn bijna even oude zus en beider aanhang nog immer het moederlijk huis bewoond, vertelt het verhaal van de uit de hand gelopen ruzie. Hij komt met zijn liefje mijn kant op. Ik bel de zus nog even thuis en laat haar haar kant van het verhaal vertellen. Moeder is niet met vakantie. Het is flink bonje.

De pan pasta komt goed van pas. Met wat tranen en bibberende handen komt er een verhaal van aangekoekte afwas, te harde muziek, uitgedraaide stoppen en ja, ook van de was die niemand ophangt. Vele sigaretten later zitten de twee vechtende, bijna volwassen vrouwen, die ongewild samen één huis bewonen, met elkaar aan de telefoon. De ene schoonzus is dronken, de ander is in tranen.

Het lijkt me beter dat jullie hier vannacht blijven. Ik zet boven het droogrek aan de kant, maak een bedje op en wens het stel welterusten.

Een nieuwe nacht, met nieuwe gasten.

zondag 5 april 2009

Multiculti zondag

De zonnige morgen is er voor zwervers die ontwaken en paartjes die elkaar innig ten afscheid kussen, alvorens met een euforische glimlach, alleen verder te sluipen. Na een paar uur komen de joggers en de wandelwagens. Ze moeten laveren tussen de flessen wijn en pizzadozen, die getuigen in het gras van een gezellige zaterdagnacht in het park. Een ijverige moeder raapt de ergste troep op. Studenten gaan voetballend hun kater te lijf.

Een chinese oma, geheel gehuld in roze, inclusief haar nikes en sokken, heeft haar steile zwarte haar netjes in de krul gezet. Ze praat Mandarijn met het peutermeisje naast haar terwijl ze haar handen ingraaft in het zand. Twee andere Chinese kindjes worden vergezeld door hun adoptievader.

Een blonde slanke man duwt een kindjes op een draaimolen. Ze ogen minder oosters, maar lijken zo uit het boek 'De vliegeraar' te zijn gelopen. Peper en zoutstelletjes zitten zwijgzaam op de bank. De producten van hun passie hobbelen, afhankelijk van hun leeftijd, met gespreide armpjes door het gras of manen hun ouders hoog vanuit het klimrek, om naar boven te turen. De halfbloedjes die het roepen moe of ontgroeid zijn, dribbelen met een basketbal. Een groepje jonge Portugezen passeert per fiets de speelplaats.

Zouden dezelfde kinderen hier over een kwart eeuw zelf op een bankje liggen? Of stiekem wegsluipen na een heerlijk slippertje? of joggen ze zich fit om de maandag weer fris op kantoor te verschijnen.

donderdag 26 maart 2009

Roken tegen geweld

'Onderzoek heeft aangetoond' is een veelgehoorde kreet. Het verleent status aan hetgeen men zegt. 'Ah, het is aangetoond, door middel van onderzoek nog wel, tjonge, nou, daar kan men niks meer tegenin brengen!' Welk onderzoek, waar, met en door wie is eigenlijk niet van belang. Te lang, te ingewikkeld. Blijft niet hangen.

Voor sommige verbanden is geen onderzoek nodig. Zoals de relatie drank-agressie of roken-kanker. Hoewel over deze laatste de meningen zijn verdeeld. Als we deze daden en hun gevolgen nu eens in een mooie matrix vatten en een beetje gaan gogelen. (god, wat staat dat raar, ben inmiddels gewend aan het werkwoord googlen). Heeft drank ook met kanker van doen?. Er zijn mensen die het tegendeel beweren. Een glas rode wijn per dag zou kanker zelfs tegen gaan. Maar ook daar rijzen natuurlijk vragen als; wat aten de wijndrinkers in het onderzoek, waren ze erg relaxed, hadden ze meer geld of dronk de controlegroep juist een kankerverwekkend soort cola? Wie zal het zeggen.

Daar waar alcohol schenken nog steeds een meer dan geaccepteerde manier van sociale omgang is, delft de sigaret het onderspit. Ik betwijfel of de directe schade die door meeroken wordt veroorzaakt zo veel schadelijker is dan de gevolgen van alcohol. Want de klappen die thuis vallen na een glaasje te veel, tellen natuurlijk niet mee. Hoe zou je die ook meten. Alleen straatgeweld wil nog wel eens de krant halen. Misschien is tegen deze laatste vorm van agressie, het recente rookverbod wel een probaat middel.

Want wie kent ze niet. De groepjes samengeklonterde paffers op de stoep van al die hippe kroegen. Vooruitlopend op de opwarming van de aarde zijn de straten in de stadscentra van Nederland opeens net zo vol als de ramblas in Barcelona. Zij zien misschien niet méér dan al die camera's die het centrum sieren, maar de opgefokte dronkaard herkent in die stoeproker wel een stukje geweten. Zodra twee mensen op de vuist gaan, staan er tien paffers om hen heen. En het zal niet nodig zijn, ze laten het uit hun hoofd. Veel te veel getuigen. Lang leve de verstokte rokers!. Ze sterven dan wellicht jonger, ze behoeden ons tevens voor nog meer gesneuvelde Joes Kloppenburgs en Meindert Tjoelkers. Wie sociale controle wil, gaat gewoon roken! Daar kan geen onderzoek tegenop.

zaterdag 7 maart 2009

Water en vis

Traag trap ik de trappers rond in cirkels. Kees en Leo gaan naar zwemles. Ze hebben geen zin. Ze hebben nooit zin. Zit in de familie. Ik had ook nooit zin, moest op mijn vijfde nog vóór de school begon in dat koude bad. Hun broer Frans kreeg al nachtmerries als hij nog zes dagen verwijderd was van de volgende les. En tante en opa?, zij vinden zwemmen wel leuk, ware het niet dat dat water altijd zo nat is. Hun honderdjarige oma leerde alles pas op mijn leeftijd. Schilderen, vreemde talen, piano spelen en ja, ook zwemmen dus. Maar als haar voeten de grond niet raakten, vreesde ze te verzuipen.

Ze is gevallen, die oma. Nu moet er een pin haar heup. Vorige week versloeg ze me, met domino, vier keer. Vóórdat ik mijn vertrek in gang zette, fileerde ik de vis voor haar. Voor 's avonds, voor op brood, voor als ze weer alleen was. Ze watertandde bij het zien van het vette vel: 'Moet dat weg?'. De thee en de twee koeken hadden haar lekkere trek niet gestild: 'Geef me een stuk', zei ze, met haar ogen gericht op de gefileerde stukken die ik verdeelde over bakjes. 'Waarom doe je dat daarin?'. Tja, voor zo'n op vis verzotte oma hoeft niks te worden verdeeld. Ze krijgt die makreel ook zo wel op. En ze heeft dat, zodra ik mijn hielen had gelicht, misschien ook wel gedaan. Een dag later moest ze overgeven. En nu is ze onder het mes. Maar dat komt niet door de vis.

Terwijl Leo en Kees poedelen in het zwembad, wacht ik bij de visboer. Dit keer neem ik haring. Het is druk. De één wil vier, de ander zelfs acht matjes. De leeftijd van de gemiddelde klant is twee maal die van het personeel. Tachtig-veertig, zeg maar. Terwijl er tientallen haringen worden gekaakt, luister ik naar de praatjes en de liedjes, de visboer is in een goede bui. Als ik mijn Hollandse nieuwe weghap, denk ik aan haar, aan oma. Mijn buurvrouw bij de viskraam loopt met een rollator, net als zij. En net als die vrouw, is ook oma dol op vis.

Met mijn gedachten ergens anders, droog ik mijn jongens af. Traag fietsen we weer terug naar huis, in de eerste voorjaarszon.

woensdag 4 maart 2009

Verandering van kleur.

De voorjaarsvakantie is voorbij maar voorjaar is het niet. Krokussen kruipen met hun groene spichtige sprieten voorzichtig uit de koude grond. Net mensen, het barst van de geboortes. Dikke buiken veranderen spontaan in rijdende kinderwagens. Evenzoveel mensen lijken te overlijden nu de natuur weer op springen staat. Sommigen kiezen voor een combinatie van beide. Ze scheiden, verhuizen en verdelen huis en haard, kind en hond en verven zich een slag in de rondte in een poging de voorbije relatie te doen vervagen.

Vanmorgen bezocht ik de vrouwelijke helft van een geknald koppel. Onder het genot van een kop thee kreeg ik les in selfmade rebirthing, yoga, meditatie en negatieve energie die er uit moest. Schulden, woede en het herbouwen van een nieuw eigen leven op de brokstukken van een eerdere relatie. Volgens haar zelfs die van generaties her. Ze laat haar theorieën los op mijn eigen pedagogisch gekronkel. Over Leo die niks lijkt te horen en Frans die me een bloedneus slaat. Wat kinderen je willen zeggen, waar pijn kan lijden tot zelfdestructie. Ze praat over Tzolkin, gele slangen en rode draken. Ik hou zo veel als mogelijk bij toeval.

Er waait een koude Noordenwind, de zon verwarmt nog weinig. Ik laat het gezegde op me inwerken. Als ik mijn straat inwandel zie ik een vader die zijn hond uitlaat. Hij is gescheiden van zijn land en sinds kort ook van zijn vrouw en kind. Ja, hoor, hij wil best een kop koffie. Terwijl zijn hond en mijn kat elkaar besnuffelen hoor ik de frustratie van de vader. Niet elke dag meer samen wakker worden naast je eigen kind maar ook de vrijheid naar eigen smaak de muren geel, de bank groot en de kamer leeg te maken. En, wat zij nooit wilde, de muren lekker wit, doet ze nu juist wel! Onbegrijpelijk.

Als ik hem uitlaat zie ik dat de krokussen hun kopjes lijken uit te rekken. De gure wind trotserend, vastbesloten de prille voorjaarszon te vangen en om te zetten in paars, geel of wit. Al naar gelang wat hun wortels ze meegeven. En in welke bui de koper van hun bolletjes destijds was en waar ze -toevallig?- zijn geplant.

dinsdag 24 februari 2009

Wederzijdse zorg

De vakantie is voorbij. Een nieuwe dag begint. Vader smeert broodjes, Leo doet zijn schoenen aan, Frans rijdt weg op zijn fiets en Keesje zoekt zijn jas. De uitbesteding van de zorg zet zich weer in beweging. De school en crèchedeuren zijn weer open.

In de trein is het vinden van een zitplek lastig. Velen blijven staan op het balkon. De controleur -altijd goed om deze handhaver der wet in te zetten, zo vlak een vakantie-, geeft het vriendelijke advies om een ander eens te vragen een tas van een zitplaats weg te halen. Maar vragen schijnt de basebalpetjes en bomberjacks vreemd. Mij niet.

Ik mag gratis met de bus, de kaartjes zijn op en de rest rijdt met ov. 'Het is anders zo sneu' zegt de chauffeuse, bij het zien van mijn verbaasde blik.
'Ja hoor, mevrouw, die plek is vrij'. De vlotte jongen neemt z'n tas op schoot en praat vrolijk verder met zijn studiegenoten aan de andere kant van het middenpad. Eén van hen had onlangs opgepast bij de kerk: 'Vooral zo'n jochie van acht, dat was echt een kutkind'. Er volgen meer oppasverhalen. 'Ze halen altijd lekkers in huis', 'Ik hoef echt niks te doen. Ze liggen altijd al in bed. 'Beetje chips eten bij de buis'. Maar ook aan luxe baantjes kleven nadelen: 'Ze kopen echt vet veel, man, zijn bang dat ik iets niet lus, of zo'. 'Dan zijn ze gewoon boos als ze thuiskomen, dat ik niks heb genomen! Maar soms heb ik gewoon geen trek, geen dorst'. 'Ja', zegt de jongen: 'Mijn oma ook, ze leeft heel zuinig, eet nooit iets extra's en toch ligt de hele kast vol chips en drinken, voor het geval er iemand langs komt. Ik sta op, wurm me tussen de schooltassen door en wandel naar de grote flat.

'Oh, ben jíj het' zegt ze zacht. Ik zoen haar perkamenten wang. Ze gaat weer zitten en ik ruim haar ontbijtrestjes van tafel. 'Zet zelf maar even maar koffie, meid, en pak maar wat lekkers uit de kast'.

woensdag 18 februari 2009

Krokus logistiek

Tot drie keer toe stormt en een kudde bizons langs mijn slaapkamer. Het blijkt zoon Frans te zijn. Deze vakantie is erg geschikt om de aan hem opgelegde taakstraf uit te voeren. De kudde zoekt tevergeefs zijn sleutelbos. Drie minuten voordat hij aanwezig dient te zijn op zijn 'werk', racet hij de straat uit op mijn fiets. Ik ben zonder dat ding onthand, maar leen die van de vader. Die daardoor geen boodschappen kan doen en de broertjes niet naar hun speelvriendjes kan brengen.

Via een lege trein, -ha eindelijk kan ik eens zitten-, en een volle bus -nooit geweten dat er zoveel kinderen scholieren op pad gingen als hun scholen gesloten zijn- wandel ik binnen bij oma. Haar hulp heeft ook vakantie dus ik moet flink aan de bak. De pillen zouden worden gebracht maar komen niet. Ik moet zelf naar de apotheek.

Van de pillen loop ik naar de natuurwinkel. Oma zweert bij 'goed spul'. Ze wil beslist 'geen rommel' op haar eten. Vroeger beantwoordde ze mijn 'ik lus het niet' met een veelbetekenend 'maar het is goed spul'. En daarmee kon ik het dan doen. En aten we die tuinbonen of alfalfakiempjes of wat dan ook. We kwamen altijd een paar kilo aan nadat we bij haar hadden gelogeerd. Was geen overbodige luxe. We waren mager toentertijd en oma kon lekker koken. Nu moet ik op haar letten. Opdat ze niet te veel afvalt. Mijn omaatje.

Het enige blik kippensoep dat nog in het schap staat is flink gebutst. Maar een alternatief is niet voor handen. Want oma loopt vast niet warm voor 'mosterdsoep met boerenslak' (hoe kómen ze er op, zou er soms een markt zijn voor voedsel met onfrisse namen?).

Met lamme armen van de tassen sjok ik terug naar de duttende oma. Na het wassen, zuigen, soppen en gieten pak ik weer de bus naar huis. Oma's slurpt gulzig van de soep uit het gebutste blik. Het vet druip van haar kin.

Thuis wordt het sleutelcaroussel van die morgen herhaald in omgekeerde richting. Frans sleutels zijn weer boven water. De taakstraf zit er op. Ik krijg mijn fiets terug. En vader de zijne. De broertjes kunnen morgen weer spelen en inkopen kan weer per fiets worden gedaan.

donderdag 29 januari 2009

Ochtendgekwetter

Kees heeft wel wanten aan, maar tussen de bovenkant van zijn sokken en de onderkant van zijn broek blijft nog een stuk bloot been zichtbaar. Hij klaagt niet, dus waarom zou ik dat wel doen. Toen ik zaterdag dezelfde route fietste keken we vooral omhoog, naar de bomen die de eerste zon op hun kale takken vingen. Naar de vogels die we hoorden maar niet zagen. Nu overstemt de verkeersdrukte de vogels. Die zullen het trouwens wel koud hebben. Forenzen zijn er wel. Ze vliegen voorbij en kwetteren en kwinkeleren. Mijn versnelling blijft steken in de één vanwege de vorst. We worden veelvuldig ingehaald. Flarden van conversaties komen voorbij: "Ik heb nog gezegd dat ze het beter niet kon doen" of "Vooral die blonde en die bruine zijn vreselijk", gevolgd door een uitschietend 'focking'. Het vervolg en de aanloop ontbreken. En daarmee is de context van alle woorden zoek. Wat wel opvalt is de continuïtiet van de derde persoon in al die gespreken. Uit vrijwel alle halve en hele zinnen valt een 'hij' of een 'zij' op te pikken.

Roddelen zou een zonde zijn. Althans, kwaadspreken is niet iets waarop men zich laat voorstaan. Toch doen we het voortdurend. Zou er binnen vluchtige werkcontacten -waar ik de passerende fietskoppels voor het gemak maar even onder schaar- ook meer over anderen worden gepraat dan bijvoorbeld binnen een huwelijk het geval is? De uitzondering die de regel bevestigd fietst voorbij: 'Dat komt alleen omdat jíj er bij bent'. De ontvanger van het compliment, draait niet glimlachend zijn hoofd, maar blijft strak voor zich uitkijken. Twijfelt hij aan zijn kwaliteiten, is dit zijn personal coach die hem een veer in de kont steekt?. Of maakt ze hem omslachtig het hof?

Ik til Kees uit het fietsstoeltje. Zijn beker en appel worden uitgepakt, de kapstok zorgvuldig uitgezocht. Een medemoeder buigt zich naar hem toe: 'Wil je een keertje met Meike spelen?'. Kees kijkt strak naar zijn tenen en zwijgt, ook bij herhaling van de vraag. De moeder bedekt haar teleurstelling met vertedering (ze gaat verhuizen en heeft oppas nodig). Zodra deze uit beeld is zegt Kees fel: 'Meike is stom, ze is een meisje, ze pest me!' Praten over de ander is zoveel veiliger dan rechtstreeks.

dinsdag 30 december 2008

Noten op Gaza

De doppen vallen op de persfoto van 'een passerend gezin'. Zij kijkt naar de grond en heeft een doek om haar hoofd. De lak van haar roodgeverfde nagels is afgebladderd, ze houdt haar gespreide slanke vingers tegen haar gezicht. De man heeft een muts en een baard die hem slecht staat, hij kijkt woest langs de lezer in de verte. Alleen het kind kijkt recht in de camera. Het zit op de arm bij de man, hij draagt een geel gebreid truitje. Zijn wijdopen ogen kijken me gelaten aan. Op de achtergrond een vage schim, grijs puin en vuur. Als mijn handen pijn doen van het kraken van de Iraanse amandelen, laat ik de doppen over het huilende vrouwengezicht en de slanke vingers in de prullenbak glijden.

Het vriest. Tijd om de vogels bij te voeren. Terwijl het gistdeeg met noten rijst voor de oliebollen van morgen, rijg ik een ketting van pinda's. Ik haal de haakpen door de aardnoten. Dertig jaar terug mocht ik mee op de plantage van Hassan. Ik klom verlegen in de vijgeboom en keek verbaasd toen bleek dat de groene plantjeszee, pinda's onder de grond verborg. Binnen werden we verwend met dadels, buiten scholden de buren me uit voor 'Jewish girl'.

De zak is leeg, de ketting klaar. 'Israelische doppinda's', staat op het briefje onderin. Als ik de boel opruim valt mijn blik op de tweede bladzijde van de krant van gister. Vier jongeren, op de rug gezien, maken met mobieltjes foto's van rookpluimen achter groene heuvels. Ze hebben hippe kleding, pasgeknipte haren en ééntje lacht er achterom over zijn schouder.

Er bellen jongens aan voor onze kerstboom. Ze krijgen ook een stapel kranten mee voor het vreugdevuur van morgen. 2009 begint met brandend Gaza.

dinsdag 9 december 2008

Offerkerst

Er klinken vrome klanken uit het lokaal. Ik waggel met een duf hoofd onder de kerstlampjes door naar de lage tafeltjes. Kees wil puzzelen maar zijn handjes zijn te koud. Hij vergat z'n wanten. Een medemoeder pakt liefdevol zijn rode knuistjes: 'Voel 's hoe warm mijn handen zijn?'. Er druppelen meer kinderen de klas in. Marieke maakt drafgeluiden en stuitert met een houten os langs een kribbe met een gebakerd Jezusje. Zohra wordt, geheel gehuld in roze glitters, door haar behoofddoekte moeder gebracht. Ik: 'Wat zie je er mooi uit'. Zohra lacht verlegen, haar moeder legt uit: 'Gister was het offerfeest. Dan snelt ze de klas uit, naar haar werk. Marieke ziet een vriendinnetje en laat de stal voor wat ie is. Zohra pakt gauw de os, die levenloos naast Kees puzzel ligt. 'Ere zij god'...'In excelsis deo'.

zaterdag 15 november 2008

Amour Africaine

Free Website Counter
Free Website Counter
Geen beat te horen, geen zweem van zweetlucht......slecht teken. 'Ja, hoor', zegt ze. Ik mag best een blik werpen alvorens te besluiten of dit de plek wordt waar ik de nacht ga doorbrengen. Binnen blijken er tien keer méér mensen te zijn dan in de vorige dansclub, waar vier barkrukken waren bezet en de parketvloer immens leeg was. Maar het is verre van gezellig vol. Ik blijf toch. Na het betalen van de forse entreeprijs -een goed doel, mevrouw, een goed doel!-, wordt ik afgestempeld. En, nee, ik hoef echt geen loten meer...ik wil swingen, man, de pan uit!

Aan de muur achter het podium prijkt een metershoog portret van een rastakleuter met hoog aaibaarheidgehalte. Daar gaan de acht euri voor het kaartje vast naar toe, mijn hart smelt en gelijktijdig wordt mijn geweten gesust. Ik lurk gelukzalig aan een fles cola. De vrouw die op de planken staat weet niet hoe ze de mensen kan bedanken die er zijn, het zijn er immers zo weinig. En betálende gasten zijn vast op één hand te tellen. Om je te richten op een dergelijk publiek vol gaten is moeilijk. Haar man, die ze liefdevol aan- en afkondigt, doet ook flink zijn best.

De meeste dames zijn blank. Zij die dat niet zijn, hebben hun haar ontkroest en de billen in strakke broeken geperst. De heren zijn vooral zwart, de weinige witte jongens lijken homo. Enkele dames ken ik vaag omdat hun chocoladekindjes mijn leven bij daglicht bevolken. De aanbidding van het zwarte continent druipt van de witte gezichten. Zonder make-up, hun wenkbrauwen zagen zelden een pincet. De ontkroesden hebben een onderonsje. Ze smiespelen als de zanger zegt: 'Every man take a women'. Niemand maakt aanstalten paren te vormen. Ook ik, anders altijd haantje de voorste, heb vanavond niet de behoefte me te laten opgeilen op de dansvloer. Eén van de dames, die vrijwel onafgebroken staat te dansen heeft zichtbaar schik. Haar grijze haar hangt in een lange vlecht op haar rug. Ze heeft zo te zien lak aan wat de mode voorschrijft. De twee heren, die vlak bij haar dansen, vragen haar niet ten dans. Haar borsten en billen zijn nog minder geprononceerd dan die van hen die zich in een burka hullen. Wat maakt dat de Afrikaanse cultuur juist door hèn wordt aanbeden, en niet door hen die net zo dwepen met hun uiterlijk als veel Afrikanen zelf doen?.

De zanger met mooie dreads die vergeefs trachtte mensen tot paren aan te sporen, wordt opgevolgd door de grootste en langste zwarte man die ik ooit zag. Zijn stem zet in op een toon die zo laag ligt, dat ik vrees dat mijn piano er niet bij kan. Hij is gehuld in een krijtstreep broek met vouw. Voor de Hollandse altokliek alhier een onmogelijke outfit. De muziek start al even abrupt al hij even te voren is afgebroken om de loterij er door te jassen. Djembé's, talking drums en opzwepende dansen worden ten tonele gevoerd. Op een groot videoscherm draaien dames wild met hun billen en buiken. Ze lijken niet afkomstig van het donkere continent, eerder Oosters. Voor het eerst ervaar ik aan den lijve wat de verkiezing van Amerika's eerst gekleurde president moet betekenen. Elke twee strofes valt zijn slogan 'Yes,we can' te horen. Er wordt enthousiast meegebruld door het verder vrij matte publiek.

Naarmate de avond vordert is er steeds meer ruimte voor traditie. Petjes worden gekleurder, de krijtstreep wordt verruild voor een jurk. Ik heb van achterin de zaal goed zicht op de laatste artiest die zich in de kleren hijst. Gehuld met een tooi en schelpjes wenkt hij woest naar de dj. Die ziet zijn drukte niet. De danser is nerveus, schikt nog even het beige kleed waar hij straks onder gaat zitten en de dansvloer gaat betreden. Belletjes om zijn benen, schelpjes om zijn arm, ja zelfs een raffia rokje ontbreekt niet. De spreekstalmeester zei het al; in West-Afrika zelf is geen traditionele muziek te vinden. Maar dit riekt toch wel erg naar vroeger. Dan mag hij op, beweegt op huiveringwekkend tempo z'n blote voeten over de houten vloer, slanke zwarte benen steken onder zijn rieten rokje vandaan. Na het applaus puft hij buiten adem uit op een bankje. 'Wil je water?' vraag ik. 'No, tea please', hijgt hij. De barmannen reiken me een kop heet water en een petfles koud water aan, de onzinnige hoeveelheid theezakjes valt op de grond. Alles is doorweekt van het bier.

Nog geen tien uur later sta ik met een brok in mijn keel te zwaaien en te zingen naar nog veel zwartere types. Ze zijn gehuld in felgekleurde pakken en zwaaien met bijeengebonden bosjes takken. Ze lopen achter een kudde schapen, ezels, mennen een dubbel paardenspan en besturen zelfs een brandweerauto. Ze slaan op trommels, blazen tuba en rijden op skeelers, eenwielers en maken salto's op een boot. Ze delen lekkers uit de schreeuwende kindjes langs de weg. De blanke heer, die ze dienen, en die tevens vele malen wijzer is, is gezeten op een al even blank paard. Lang leve de moor.

maandag 3 november 2008

Oma en Obama

Obama's onmiskenbare keelstem galmt over de gang. Door de deur waar het geluid vandaan komt, komt een vrouw aanschuifelen. Ze heeft een bolle toet en een wond op haar hoofd. Ik ben er al snel achter dat zij niet de juiste persoon is om te vragen waar de watermeter zit. 'Oh, zijn ze bij u al geweest?', brengt ze hoopvol uit, terwijl ze verder schuifelt, van nergens naar nergens. Er komt een witgejaste zwarte dame uit het trappenhuis. Ja, ze weten ervan, van dat bloed, die dame is onlangs aan haar hoofd geopereerd.

Oma heeft het koud. 'Zullen we wat gaan wandelen?'. Er komt geen antwoord maar haar hoofd draait langzaam naar de deur en dan wiebelt ze met haar voeten. 'Ja, oma, ik zie het, uw schoenen zijn nog los, zal ik ze vastmaken?'. Twee witte witgejaste dames praten door ons heen als we hen passeren. Ze zijn vast gewend aan zeer oude mensen. Die zeggen toch niks terug, dus zeggen zusters niks heen. Althans niet tegen ons. Ik ben dan wel niet oud, maar zo schuifelend naast oma, zien ze mij vast als één met haar. Het gaat over nachtvoedingen en foto's. Nee, naar buiten wil oma niet. Ze vindt het 'miserabel weer'. We keren om en schuifelen terug. Overal hoor je Obama. Zij niet. Ze is bijna doof. Voor haar geen verandering.

'Post halen' mompelt ze. Ik haal de sleutel, zij wacht. De krant is opgezegd. Een brief is er wel. Iets over een patientendossier. Of al haar gegevens in de computer mogen. Haar warrigheid, haar pillen. Waarvan ze niet weet dat ze die krijgt. Of anderen dat wel mogen weten. Vreemde vraag. Ik maal het pilletje fijn in de watergruwel. 'Pareltjespoep', noemden ze dat vroeger bij haar thuis. Als ik de pareltjes voor haar opwarm in haar emaillen hondebakje, zing ik. Oma schommelt heen en weer in haar stoel. Ze neuriet zachtjes mee.

'Je zet de rozijntjes eerst even te week, apart. Het bessensap doe je er als laatst in, dat alles er in blijft, een beetje kan je er bij doen voor de kleur. En die parelgort moet nog wel eventjes staan geloof ik. En dan nog wat suiker,... dacht ik, ik weet het niet eens.' Ze is het recept vergeten.

Na het eten gaat ze slapen. Ik aai haar over haar perkamenten wang. Ze glimlacht. Met haar ogen halfopen kijkt ze naar me terwijl ik de afwas doe. Het boek dat ik lees gaat over een oude boer die zijn nog oudere vader naar boven verhuist. De boer krijgt bezoek en doet alsof vader dood is. Buiten is het grijs maar de gordijnen moeten dicht. Ik kan de letters niet meer zien en val zelf ook in slaap. Ik droom dat ik oma verstop. Ik schrik wakker van de bel. De zuster wil thee zetten. Maar dat is is niet nodig, ik doe dat vandaag. We eten er koek bij. Veel koek. En aardbeien (in november!) en kiwi en peer en vis. We smullen. Oma heeft vet aan haar kin.

Als het tijd wordt dat ik ga, wordt ze onrustig. 'Wat moet ik nou?' zegt ze. Ik was nog even af en vraag of ze straks zelf kan afdrogen.
'Tot volgende week.'
'Tot volgende week.'
Dan ren ik het donker in, het park door, naar de bus, de trein, naar een huis vol kinderen, computers, de tv. Oma zit in haar lege huis. Ze wacht.

Op Hawaii overlijdt een andere oma.

dinsdag 30 september 2008

De beurskrach en de taaltrucs

Je kon er op wachten, maar wannéér zou die term het eerst gebruikt worden?. Nieuwslezers bleven het stug hebben over 'crisis'. Maar vanmorgen was het zover: 'In Europa werd eerder al een voorschot genomen op de beurskrach in de VS.'. Trouw, voorpagina, tweede kolom, erboven een foto van een beurshandelaar in New York, de blik naar boven, linker arm tegen zijn neus gedrukt, terwijl hij, zo luidt het onderschrift, vol ongeloof kijkt naar de stemming in het Huis van Afgevaardigden. Die verwierpen met 228 tegen 205 stemmen het reddingsplan voor de financiële sector van 700 miljard dollar. Vier dagen eerder pronkte Bush met zijn twee mogelijke opvolgers op de foto. Hieronder zijn vraag vooral eenheid te vormen in de strijd tegen de economische crisis. Het artikel meldt dat de samenkomst niet meer nodig was want nog vóór ze bij elkaar kwamen zou er al een akkoord op hoofdlijnen zijn over een reddingspakket.

'Allemaal propaganda' zei Mr Lehti hier gister over in bed. Hij voorzag het einde van het moderne kapitalisme. Vooruitlopend op een vrije val van ons inkomen en daarbijbehorende luxe pochte ik met mijn kennis van en kunde in het leiden van een primitief leven. Tuinieren, inmaken en slachten, daar draai ik mijn hand niet voor om. Hij opperde dat we ook nú al in een hutje op de hei zouden kunnen gaan zitten. Maar ik geef luxe liever pas op als het echt moet. Voorlopig leef ik nog in deze gedeelde illusie.

Bush redt het niet, maar onze Bos redt ABN-AMRO. Op de achterpagina geeft diezelfde bank tekst en uitleg in drie stappen. De inhoud is immer ondergeschikt. Bij stap 1 staat: 'stabiel', 'zelfstandig' en 'gezond', bij 2 wordt gerept over 'het belang van de klant' en als afsluiter geeft stap 3: 'Goed nieuws'. Doelend op de bemoeienis van de overheid. Die zal zorgen voor 'een, goede, betrouwbare partner'.

De vakbond waarschuwt dat een nieuwe koper voor ABN, meer banen zal gaan schrappen dan bij ING het geval geweest zou zijn. De De Unievoorzitter voegt er een getal van 10.000 aan toe. Maar de directeur die de advertentie tekent, doet dat nu nog namens alle 21000 medewerkers.
Een zesde van de banen die er sinds de zomer van 2007 wereldwijd in de bankwereld zijn geschrapt.

Handen uit de mouwen, geld verdienen Lehti! Tussen het gebrul van de schuurmachine door hoor ik een snelle zakenman een rendement van wel tien procent door de ether schreeuwen. Een zoetgevooisde stem voegt er de verplichte waarschuwing aan toe: 'Lees de financiële bijsluiter, daarin staat dat het risico van dit product zeer groot is'. Banken wassen hun handen in onschuld; u was gewaarschuwd!, aan ons heeft het niet gelegen!, dom van u dat u uw geld bij ons in beheer geeft!, waar staat dat wij uw vertrouwen waard zijn? U lijdt aan dezelfde geldzucht als wij.

Ik vouw de kranten van afgelopen week open en leg ze netjes naast elkaar. Ik schilder de geschuurde kozijnen. Dikke blauwe druppen vallen op de arm van de beurshandelaar, op Barak Obama en de vertrekkend bankmedewerker met een doos onder zijn arm en een wapperende das. Hup hup, weg van uw werk, uw huis uit, de hei op en niet zeuren.

'Daarom staan onze 21000 medewerkers elke dag klaar om al uw bankzaken perfect te behandelen. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo in de toekomst'.

maandag 22 september 2008

de moederblues

Het is zeven uur. De wekker loeit. Ik kan er niet bij. Het bed is leeg. Hij vertrok al een uur geleden naar zijn werk zonder dat ik iets doorhad. Slaapdronken leg ik kleren klaar voor de kleintjes. Het doordeweekse ochtendconcert vangt aan. Dat is niet 'lento' of 'adagio' maar meteen 'prestissimo', vanuit het niets. "Jòòòngens, ... wààkker worden, opstaan, aankleden, opschieten! Ze verstoppen zich onder de dekens: 'ik wil niet naar school', 'ik ben moe', 'ik wil spelen'. Maar deze concertmeester is onverbiddelijk: dóóreten, schoenen aan, zwemspullen, tas mee!. lk experimenteer nooit met een andere riedel: hoe zou het vallen als ze ongeschoeid of zonder brood op school verschenen? Ik ben niet van zo van de proefondervindelijke snit. Neen, ik ben de creator, de auteur van een nieuwe aanstormende generatie nix. Om ze later, in hun pubertijd te verwijten hoe weinig verantwoordelijkheidsbesef ze hebben.

Op school wandel ik tegen de stroom ouders in, zij verlaten al de school. Na een kus nemen Kees en Leo plaats tussen de twintig andere afgeblafte koters. Ze zijn net een uurtje wakker, hun oren tuiten van de verwijten. Ik fiets rustig terug naar huis, hoop dat Frans inmiddels is opgestaan, ik neem me voor hem niet te wekken en me ook niet op te winden. Maar het is wel akelig stil in huis. Geen klaterend douchewater. Zijn fiets staat er nog. Een tweede helm ligt in de hal. Zou hij logé's hebben?.

Zo relaxed mogelijk zet ik koffie. Ik smeer langzaam mijn lunchpakket. De klok kruipt naar
half tien. Een gesmoorde vloek ontsnapt aan mijn lippen. Dan loop ik zuchtend naar Frans' kamer en bereid me voor op: 'Hou je bek!'. Na drie wekpogingen racet hij dan toch richting school. Hij komt te laat en moet zich melden, maar dat doet hij niet.

Het eerste voornemen is mislukt, maar wat is een mens zonder doel?. De rest van de dag ga ik mijn tijd nemen! Ik ga er niet meer tegen vechten want verliezen doe ik toch! Geen gehaast meer, lieve Lehti!

Als ik de jongens weer ophaal, zet Leo de tweede stem in: 'Mama, je moet ons eerder halen!', 'waarom ben je weer zo laat?.' Ik heb geen weerwoord maar het is niet waar. We huppelen en kletsen en zingen liedjes op de fiets. We lopen langs de bakker en slager en ik voel me bijna een volmaakte moeder. Keesje zegt geen dankuwel want zijn mond zit vol met worst. Het verse brood mag aan de eendjes. Waarschuwingen voor hondestront laat ik achterwege. Ze worden groen van het klimmen in de boom. Thuis laadt ik de tassen uit, de jassen hang ik ook maar op. Waarom toch drukte maken om iets kleins. Na eten gaan we in het bad en wordt het een grote natte troep. Vader gaat naar dansles en komt reuze vrolijk terug. Frans slentert stoned naar zijn kamer.






woensdag 17 september 2008

hormoongehalte

Gister was het snoeidag en nu zit ik met de takkenzooi. Na het maken van een paar flinke bundels loop ik heen en weer over de stoep. Er staan twee pratende postbodes in de straat. Elke keer dat ik voorbijloop worden ze vrijpostiger: "Zo, dat is een stevige tred", "Zou ze nog een keertje langskomen?". Als ik vertrek houden ook zij het voor gezien. Ze gaan fietsend post bezorgen, ik rij richting steiger. Als ik ze zwaaiend voorbijscheur trap ik, heel even maar, wat harder op het gaspedaal.

Zes uur later zakt de septemberzon langzaam naar beneden. Ik ruim mijn spullen op. G. vroeg me een pak voor haar te halen in de binnenstad, dus stop ik vandaag iets eerder. Met mijn overall nog aan neem ik stoer plaats achter het stuur. Nu ik de twijfelachtig status van autobezitter heb, maak ik er het beste van. Het is mooi herfstweer, ik draai het raampje open en zet de radio aan, hard aan. De vrees dat ik door die herrie mogelijk een naderende ambulance niet zal horen, compenseer ik door nog harder om me heen te kijken. Kan ik ook mooi zien hoe de blik van een geïrriteerde fietser vanaf de 'daderkant' oogt. Met genoegen laat ik nu zelf de bassen over de rotonde schallen. Mijn rechterhandpalm draait het stuur, mijn linkerarm hangt losjes uit het raam. Radiobliebjes kondigen het hele uur aan. Snel wissel ik van hand en speur naar een nieuwe hit op de ether. Tevergeefs, alle zenders samen braken een soort postmodern gedicht uit, waarbij elke zin afwisselend door een vrouwen en een mannenstem wordt voorgelezen: Varen,...... glaasje gekeken,..... promillage,..... Letland. Je hoort heel autorijdend Nederland denken: 'Alles wat naar Rusland riekt drinkt' (want is Letland nog méér dan een voormalige Sovjetstaat?). Maar met een dronken kapitein is het moeilijk shockeren of charmeren in de stadsspits. Ah,...er wordt melding gemaakt van een onderzoek,....altijd leuk. Dit keer geen inzakkende huizenmarkt of neerstortende beurs maar een wetenschappelijke uitleg tot wie vrouwen zich voelen aangetrokken. Mooi, meneer de onderzoeker, meldt mij eens even hoe dit zit. Het heeft, zoals ik dacht, niet met geur of blik of lijf of kop van doen. Nee, de term 'ik val op type x' is vanaf nu verleden tijd. De onderzoeker zegt dat de hoeveelheid testosteron van de vrouw bepaalt op welke man zij valt. Saillant detail: de hoeveelheid van dit hormoon verschilt per dag. Bijna is de blik en omhoogtrekkende mondhoeken van de nieuwslezer te horen. Hoe hoger het testosterongehalte, hoe 'mannelijker' is de man tot wie zij zich voelt aangetrokken. Uiteraard meldt dit bulletin niet of het hormoon de kip of het ei is.

In de binnenstad drijf ik mijn heilige koe vakkundig de stoep op. Fietsers laveren langszij en ook de bus heeft het moeilijk met mijn bolide. In mijn autoloze tijdperk overwoog ik eens de politie te porren om dergelijk wangedrag harder aan te pakken. Stoepparkeren leek me veel bonwaardiger dan het negeren van rood licht door fietsers (toevallig vroeg kleine Kees vanmorgen wat ze daar deden, zo om de hoek. Toen ik de geüniformeerde dames deze vraag voorlegde, meende ik ook bij hen enige gêne te bespeuren: 'Ook wij zouden liever boeven vangen, maar het mot van de baas').

Nadat ik mijn koe van knipperlichtjes voorzie, loop ik wijdbeens de beautysalon binnen: "Ik kom een pakje halen voor mevrouw G". Twee beeldschone heren zitten druk te babbelen met de benen over elkaar. Ik kijk niet uit waar ik loop en struikel bijna over de groenroze bal die bij de deur ligt. Aan de rafelige haren te zien schijnbaar eigendom van een beest, ergens buiten mijn blikveld. De heren zijn slank, schoon en zeer verzorgd. Terwijl ik mijn eigen kloffie aanschouw -ik zie er niet echt uit als hun klant- biedt de eerste vrouwtjesman aan om me te helpen tillen.

Nadat ik G. haar pakket bracht, schuif ik thuis aan voor een warme hap. Manlief zet koffie, wast af en stopt Leo in bed. Ik moet mijn hormoongehalte maar eens meten.

woensdag 2 juli 2008

Knikker uit de stront

Angstig en luid klinkt er een kinderstem van boven. Het poepritueel was voorafgegaan door het spelen met de knikkerbaan en nu ligt er een hele mooie knikker in de toitelpot, die geen plateau kent. Moeizaam hijs ik me uit bed en de trap op. In de richting van Keesje in paniek: "Me knikker is in de wéécéhéhéé gevallen". Tja, wat nu. Deksel van de pot eerst maar dicht doen. Geen paniek Kees, mama lost dit wel even op. Ze weet alleen nog niet hoe. Kees heeft niet alleen de gave om váák te poepen, zijn productie is vervolgens ook nog eens van een zeer onsamenhangende substantie. Intussen komt Leo zijn beklag doen. Die was nog niet uitgeslapen en is wakkergeschreeuwd door zijn broertje. We staan met z'n drieën beteuterd in de badkamer. En Leo kan niet plassen want doorspoelen, dat mag niet van Kees. Hoe redden we ons hier uit.

Ieder vak kent zo zijn voordelen als er zich huiselijke problemen voordoen. Dat van mij ook. Ik hijs me in het stoffige kloffie van de dag ervoor en ga rommelen tussen de kwasten en de krabbers. Ja, zowaar, één paar handschoenen is nog heel. Als een ervaren chirurg voel ik al gauw een harde knobbel tussen de uitwerpselen. Schijnbaar onverschillig neemt Kees zijn van stront ontdane knikker in ontvangst. Ik kan me prettiger ochtendrituelen bedenken dan dit.

vrijdag 13 juni 2008

Wat koopt een Iraanse voor kleding?

Loopt ze het liefst in een strakke spijkerbroek met daarboven een topje met doorzichtige bandjes? Of zou ze liever dat mooie rode sexy jurkje kopen? Iraniërs zijn verzot op mooie kleren, maar in het winkelcentrum zelf, waar al dat moois wordt uitgestald, gaat er een grote zwarte cape overheen. Niet alleen de haren worden aan het zicht onttrokken, ook de dure kleding wordt zorgvuldig voor de buitenwereld, die geen naaste familie is, verstopt. De in het zwart gehulde vrouwen vergapen zich aan de uitdagende kleding in de vitrines. Hun kinderen dartelen intussen vrolijk rond in het ballenbad. Walt-Disneyfiguren op de muur overzien het geheel. Aan de andere kant waakt de strenge foto van de groot-ayatollah. Dezelfde als op de bankbiljetten staat.



woensdag 28 mei 2008

Verschroeide erfenissen

De wereld is een monarchie armer. De Nepalese koning Gyanendra is vanaf vandaag burger. Een paleismoord, een guerillaoorlog, Maoïsten die van ondergronds naar regering gaan. De diplomaat op de radio beweert dat de nieuwe regering zelfs een plan voor Nepal zou hebben, iets dat de eerdere machthebbers ontbeerden, die hadden slechts een plan met zichzelf.

Zou de Nepalese regering een eerlijke kans krijgen? 33 procent van het volk zou de koning niet weg hebben gewild. Tegengewicht genoeg en oppositie is nooit weg. Maar wat voor land krijgt de regering te besturen? Wat voor economie is er over na twaalf jaar guerillaoorlog en durven toeristen nu weer te komen? Leidt meer vrijheid om voor je mening uit te komen ook altijd tot meer weeklagen. En maakt dergelijk klagen de geesten rijp voor het verlangen naar een dictatoriale koning?. Maoïsten, zal het volk dan zeggen, gaan jullie maar terug de bergen in, van wederopbouw en economie hebben jullie geen verstand. Kijk maar naar de inflatie en een baan hebben we ook niet. Vroeger was alles beter.

We springen bijna een eeuw achteruit: nog tijdens de eerste wereldoorlog mochten de Duitse socialisten opeens meeregeren. Alle eerdere verboden en maatregelen om hen de wind uit de zeilen te nemen verdwenen als sneeuw voor de zon. Keizer weg, kiest u maar. De Nederlandse sociaaldemocraten mochten daarentegen pas aan de vooravond van de oorlog erna meeregeren, de SPD dus twintig jaar eerder. Ze waren als slachtoffer welkom. 'Jullie wilden zo graag regeren, regel het maar! De Duitse nederlaag en het daaropvolgende wurgverdag van Versailles was iets dat hen maar al te graag in de schoenen werd geschoven. Couppogingen, een gierende inflatie en de beurscrach, het zat de republiek van Weimar niet mee. Het bedje werd gespreid voor populistische ideeën.

We springen weer naar het heden: de huur kunnen de Afghanen niet meer te betalen en het brood is niet genoeg om alle monden te voeden. Men maakt schulden, vaak bij familie in den vreemde. Hoe triest ook, het is een verademing bij het NOS journaal een vrouw te kunnen aankijken terwijl ze wordt geïnterviewd, zonder burka. Hun familieinkomen volstaat niet, zegt ze. De baardman en de bakker die erna in beeld komen weten wel waardoor het komt: Het is de schuld van de regering! Maar investeerde de Taliban dan wèl in de landbouw en was de inflatie onder de Russen lager? Democratie in een oorlog, kan dat?

Van de Kathmandu naar Weimar en van Kabul naar de VS. In oktober, over vijf maanden, kiezen ze daar een nieuwe leider. Als we Mc Cain hypothetisch even uitschakelen, vanwege zijn leeftijd en omdat hij van dezelfde club als Bush is, wordt het dus een democraat. Een vrouw of een zwarte, Clinton of Obama. Vooral die laatste wil breken met het doemdenken en een positief verhaal neerzetten waar de kaalgeplukte Amerikaan weer in kan geloven. Krijgt hij een kans?

Nee, leg ik mijn jongens steeds uit, het getal 'ontelbaar' bestaat niet. Maar de schuld die Obama zal erven is gek genoeg toch niet tellen. De schuld van de kiezer liegt er ook niet om. Het maandsalaris volstaat ook in de States niet meer voor een dak boven je hoofd. Medische zorg is er net zo onbetaalbaar als het brood in Kabul. Om de schijn van wereldmacht hoog te houden, houdt Bush grote uitverkoop. Aan wie? Aan degene die aan de andere kant van de balans staat. China, de erfgenamen van Mao dus. Krijgt Amerika het rode gevaar alsnog via de achterdeur binnen. Zonder terrrorisme, gewoon door een toegangskaartje te betalen. Als er nu niemand opstaat die zegt dat de nieuwe zwarte keizer straks geen kleren heeft om aan te trekken, hoeft Obama straks alleen zijn schuld nog maar te dragen. Yes, he can!

zondag 11 mei 2008

Radetzky op de kermis

'Vindt die het eng?' Vraagt Kees vanuit zijn fietsstoel terwijl we turen naar de volgende lading mensenvlees dat zich vrijwillig en tegen een fikse prijs het eten uit de maag en de hersenen uit de schedel laat draaien. Een achttal jongeren ontdoet zich van schoeisel. Men neemt plaats op zachte zetels. Metalen veiligheidpansters worden dichtgeklikt. Traag wordt het hek naar beneden gedraaid en dreigend langzaam begint de 'Extreme' aan zijn duizelingwekkende slinger. Kees kijkt omhoog, en dan omlaag. Het bakje draait rond en om zijn as. Even hangen ze ondersteboven en denderen dan weer met een noodvaart rakelings langs de daken van de pakhuizen.

In minder dan een minuut is alles voorbij. Strauss' Radetzky mars moet de waaghalzen ervan overtuigen dat ze een prestatie van formaat hebben geleverd. Enkele zwaar opgemaakte meiden persen giebelend hun voeten weer in hun pumps en wandelen heupwiegend naar de botsauto's. Maar één puber is minder blij. Hij brengt zijn trillende handen als laatste naar de gordel. Zijn gezicht is zonder emotie, hij neemt plaats op een trap van traanplaat maar wordt weggejaagd. Giebelende meiden met hoofddoek geven elkaar een peuk door, ze kijken neerbuigend naar het joch. Ook bij de spiegeltent, waar hij zich vastklampt, moeten ze hem niet. Zijn geld hebben ze nu binnen, hij moet voortmacheren: Rata boem, rata boem, rata boem boem boem.

Eenmaal thuisgekomen wil ook Kees' broer Frans naar de kermis. Maar hij heeft geen geld. Ik weet niet of ik daar rouwig om moet zijn.

vrijdag 9 mei 2008

Radetzky op college

'Aandoenlijk' is wellicht de meest rake term om deze docent te typeren. 'Plaatsvervangende schaamte' kan ook. Uitvoerig verhaalt hij over de staat van dienst van enkele briljante hoogleraren. Ze werden allebei schaamteloos weggekaapt door de hoofdstedelijke universiteit. Het tragische verhaal wordt ruim voorzien van armgebaren die zo uit een boekje over lichaamstaal lijken te zijn gecopieerd.

Zijn verhandelingen over negentiende eeuwse veldslagen kan ik moeilijk volgen, ik ben gebiologeerd door een telkens om zijn as draaiende hand. Het kost me weinig moeite hem te zien oefenen voor de spiegel. 'Zorg dat u iets om handen heeft', leest hij hardop voor, in een gefixeerde pose, buiten gehoorafstand van zijn vrouw. Goedkeurend bekijkt hij zijn spiegelbeeld, zijn niet draaiende hand omklemt de handleiding. In de collegezaal is het boekje vervangen door een kop koffie. Naarmate de tijd vordert maak ik me steeds meer zorgen om de temperatuur van zijn bakje troost. Een voordeel van deze houding is dat zijn neiging het papier te pakken afneemt. Maar het oplezen van een college heeft z'n nadelen: 'Wat zeg ik nu weer, anatomie?!...ik bedoel natuurlijk autonomie!. Dames en heren, excusé?'

Na een uur wordt het bekertje koude koffie plots neergezet. Beide handen leunen op het katheder, een triomfantelijk gezicht er boven (Ojee, nu gaat hij het college 'opleuken'). Hij tuurt naar een voor ons niet zichtbaar beeldscherm. De 'handleiding voor de moderne docent' lijkt na te galmen in zijn oren: 'Zorg dat u de aandacht van de -heden ten dage toch al met weinig concentratie vermogen behepte- student vasthoudt, auditieve hulpmiddelen zijn hierbij een beproefd middel'. En ja, daar tettert Strauss' Radetzky mars in onze oren. Hoe vindingrijk.

Helaas laat de docent gedurende de bijna drie minuten durende performance zijn eigen tekst niet achterwege. Zo dwarrelen flarden van veldslagen onze kant uit. Als de laatste noten klinken is ook het verhaal van de docent af. Ik onderdruk de neiging zijn triomfantelijk gezicht te belonen met applaus. Hoe triest dat niet ook hij voor een grote zak geld werd gevraagd elders onderzoek te doen. Hem rest slechts lesgeven, aan ondankbare studenten.
Rata boem, rata boem, rata boem boem boem....