zaterdag 30 mei 2015

De middeleeuwen. Want Ankersmit en Brandt Corstius

Frank Ankersmit haalde beroemde werken van Jan Romein aan. Met mooie bruggetjes naar hedendaags populisme en Dijsselbloem, betoogde hij dat de gangbare indeling in tijdvakken onjuist was. Hij zette uiteen waarom de democratie zoals wij die nu kennen tijdelijk is. De rol van de volksvertegenwoordiging zou vergelijkbaar zijn met een advocaat die tijdens een rechtszaak zich tevens de rol van rechter aanmeet. Hij voorzag een terugkeer naar de middeleeuwen.

De spreker na hem, Mattias Gijsbertsen vertelde over koningin Wilhelmina. Zij zag in de tweede wereldoorlog haar kans schoon om zonder bemoeienis van een Tweede Kamer haar eigen beslissingen te nemen. Ook in de regering de Geer had ze weinig vertrouwen. En dat was zacht uitgedrukt, zo zei de Groninger politicus bij wie het portret van de vorstin aan de muur op zijn werkkamer hing.

Met een rode helm onder mijn arm overdacht ik de woorden van Ankersmit en Gijsbertsen. Docent en student. Emeritus hoogleraar en wethouder van Groen-Links. Bijna dertig meter onder mij zag ik het podium waar Ankersmit met zijn heen weer zwaaiende vinger had gesproken. Ik keek door het gat in de hemel van de A-kerk, dat de kleinzoon van de koster, Harry de Munck, voor deze gelegenheid -'De nacht van de geschiedenis'- even had geopend. Mijn helm viel niet naar beneden.

De Munck vertelde met zijn volle stem hoe hij als klein jochie in deze kerk had leren lopen en fietsen. Over zijn vriendjes met wie hij in deze gewelven met duiveneieren gooide. Hoe vier gloeiende potkachels met cokes de kerk met twaalfhonderd gelovigen moesten droog stoken. Over vleermuizen, koninklijk bezoek en de te Aduard gebakken kloostermoppen waar het zout tot op heden uitsloeg. Engelse piloten en Duitse soldaten waren er in deze kerk geweest. In de Franse tijd hadden katholieke paarden er op protestantse graven gescheten. En voor de reformatie (de donkere middeleeuwen hadden we volgens Ankersmit toen al eeuwen achter ons gelaten) had men de heilige maagd Maria door de open hemel laten neerdalen in de kerk. De Munck had meer verhalen dan de tijd ons toeliet. 'We moeten weer naar beneden' zei hij, 'anders krijg ik ruzie met Brandt Corstius'. Vervolgens sloot hij de hemel.

Jelle Brandt Corstius, die als publiekstrekker op het entreebewijs prijkte, nam na de pauze plaats achter het katheder. Hij sprak over het onbestaande land Gaugazie, over als bevrijders geëerde SS-ers in Letland en propagandabedrijven vol studenten die zich als Russisch bouwvakker of andere willekeurig alter ego op social media begaven. Als opstapje naar de nieuwe tv-serie over Oost-Europa vertelde hij over de 'bedachte' onafhankelijkheidsdag van Kazachstan en over Loekasjenko, die opeens de noodzaak zag om de eigen, Wit-Russische taal op scholen te onderwijzen. Het zouden reacties zijn op Ruslands bemoeienis in Oekraïne. En hoewel Jelle als Ruslandkenner voor een bredere, minder vooringenomen berichtgeving over Rusland pleitte, droeg zijn duiding van het nieuws daar niet echt aan bij.

In de Russische geschiedschrijving hebben de goelags nu nog slechts een marginale rol. 'Goelagje spelen' schijnt er dan weer wel te kunnen. In Moskou kun je voor de ontspanning, of zo je wilt, het 'entertainment', naar een dergelijke club gaan. Bij binnenkomst blaffen honden je toe en wordt je gefouilleerd. Eenmaal binnen wordt je vergast op ratten onder een glazen vloer en om middernacht zijn er twee heuse 'nep-executies'. Alsof wij het weekend inluiden door te gaan swingen in club 'Bergen-Belsen'.

Stefan van der Poel sprak als laatste. Alvorens aan zijn van citaten wemelende lezing over de Joodse gemeenschap in Groningen te beginnen, merkte hij op dat men 'hier kennelijk niet van Joden houdt'. Hij doelde op het weglopend publiek.

Het kon niet.
Die opmerking.
Eigenlijk kon het niet.

Misschien mag wat ik nadien dacht ook niet schrijven.
Maar Ankersmit had gelijk.
We keren terug naar de middeleeuwen.
De tekenen zijn tastbaar.

Acht sprekers waren er tijdens deze nacht van de geschiedenis.
Allemaal hadden ze interessante invalshoeken. Ze hielden mooie betogen. Ik hing aan hun lippen.
Maar ze waren allemaal blank.
En ze waren allen man.
Alle acht.  

(over framing, beeldvorming en identiteit gesproken)

Men houdt hier kennelijk niet van vrouwen.


























Zowel een hoogleraar geschiedenis als een Groningse wethouder maken deel uit van mijn klantenkring. Als timmervrouw. Maar ik vrees daarmee geen geschiedenis te schrijven.

zaterdag 23 mei 2015

Natuurrampen bouwen in Groningen


"Natuurramp!" Dat riep hij. Net nadat ik vanaf de brug een foto van het werk maakte waar hij, maar op dat moment meer zijn collega, mee bezig was.

Ik stond op de noodbrug boven hen. Zij bouwden aan de echte. Eén van de nieuwe bruggen over de oostelijke ringweg. Gelijkvloerse kruisingen met stoplichten verdwijnen en ook fietsers krijgen meer luxe richting stad. Daar is tegenwoordig geld voor. Had meen ik iets te maken met een trein naar het westen die er niet kwam. Als troost mocht het geld worden geïnvesteerd in andere infrastructuur. Je hoeft ook niet altijd westwaarts. Doorstroming naar en rond de stad is ook best belangrijk.

Eerst verstond ik hem niet. Of, wat waarschijnlijker is, omdat me dat vaker gebeurt, ik was niet bedacht op zulke joligheid. Hij riep het nu harder: "Je maakt een foto van een natuurramp!" Toen viel het kwartje. Hij doelde op zijn collega. Grapje. Ha ha.

Ben ik er niet vatbaar voor? te serieus? of ben ik, als elitair anti-autoritair opgevoed wicht uit het westen van het land toch te veel de fatsoensrakker waar een Amsterdammer me eens voor uitmaakte?


De nieuwe bruggen hebben geen middenpoot meer. De halve ovalen die vier rijstroken overspannen zijn vast beter bestand tegen aardbevingen dan het prestigieuze Forum. Dat daarom deels weer moet worden afgebroken. Zo las ik gister. Arme bouwers. Ze hadden net de bekisting van het beton van de eerste verdieping verwijderd.

De brug van steigerbuizen waar ik op sta, was in het Dagblad van het Noorden onlangs tot 'herriebrug' gedoopt. Best jammer dat er deze week geen drieduizend wandelvierdagers overheen mochten stampen. Inmiddels zijn er rubbermatten op gelegd, vastgesjord met spanbanden.


"Het wordt mooi hoor!" schreeuwde ik terug naar meneer Natuurramp en zijn collega's en fietste gauw weer weg. Gister schalde Ede Staal (sommigen menen dat dit nummer van Jacques Brel is) door hun radio. En maakte ik opnieuw foto's. Stiekem. Snel. Straks maken ze weer grapjes. Weet ik weer niet wat ik moet zeggen. Gelukkig hangen er webcams. Zo kan ik de vorderingen thuis volgen.



Maar op zaterdag 13 juni, op de dag van de bouw, kunnen we weer met eigen ogen genieten wat er zoal gemaakt wordt. Vorig jaar stelde mijn toen nog tienjarige ingewikkelde vragen aan de bouwers, staand op de restanten van de oude Noordzeebrug. Als we er nu overheen rijden, weet hij welke krachten de pijlers er onder aankunnen.

Dit jaar is de Sontbrug open voor publiek, die achter Ikea wordt gebouwd. En in Middelstum kun je kijken hoe de kerk wordt beschermd tegen toekomstige natuurrampen. Die in Groningen weinig met natuur te maken hebben.
Ha ha. Grapje.

Mocht u niks met Groningen hebben, de Noord-Zuidlijn, die zich beperkt tot (verzakkingen in) de hoofdstad, is op de dag van de bouw ook weer open voor publiek.

zaterdag 9 mei 2015

De penis van google

Natuurlijk weet ik dat het inchecken, boarden, scannen van mijn Oysterkaart en pinnen van Chinese souvenirs in Oxfordstreet allemaal kostbare informatie oplevert. Waar ik ben, mijn koopgedrag en, aan de hand daarvan waarschijnlijk ook mijn hormooncyclus, is overal in digitopolis bekend. Nergens hangen zoveel camera’s als in de hoofdstad van Groot-Brittannië en mijn smartphone wordt ongevraagd geüpdate. Het is een gegeven waar ik me als gebruiker bij neerleg.

Toch was ik verbaasd om vanmorgen in mijn mailbox de melding te vinden dat ‘het verhaal van Lehti Paul’ klaar was en kon worden bekeken. En dat betrof niet het logje van gister. Het idee dat ik zelf tenminste nog de hand heb in hetgeen ik produceer; een gesprek, een tekening of een verhaal, is kennelijk een illusie.

Toegegeven, het was wat ouderwets om gisteren een serie foto's per mail naar mijn tweede account te sturen, te downloaden en op het blog zetten. Dat kon vast stukken efficiënter. Maar het is mij een raadsel waarom google hier vervolgens een eigen verhaal van maakt met achtergrond, indeling en zelfs de locatie er voor het gemak aan toevoegt? Die ik zelf geen enkele keer noemde, zelfs niet in de titel van de mails! Ook een header van de 'Tower bridge by night' ontbreekt niet. Het leek google vast attent om deze foto, die ik niet zelf maakte, er bij te doen. Zonder mijn toestemming iets in elkaar fietsen van mijn eigen foto’s en dan een uitnodiging sturen om het te lezen. Amazing.

Tot nog toe hield ik me verre van facebook, maar googleplus heeft me rechts ingehaald. Dat heb je soms zo in Engeland. Het zijn gek genoeg vooral foto’s die het logje gister niet haalden. Google moet kennelijk nog wat 'finetunen' in het doorgronden van mijn grillige smaak.

Maar er is hoop. Cameron mag dan geen kaas hebben gegeten van de digitale wereld en haar (on) mogelijkheden. Binnenkort wordt het bij Android mogelijk om bij elke app aan te geven of je toegang geeft tot de rest van de info op je telefoon. Iets wat nu, met het aanvaarden van de algemene voorwaarden, nog automatisch gaat.

Ach, het is allemaal zo logisch. In ruil voor gratis gebruik van allerlei speeltjes om eindeloos mee op het scherm te vingeren, zetten wij de deuren naar onze denkwijze, dagboeken en privé foto's wijd open. Voor niets gaat de zon op.

Maar er is meer. Ik ging zojuist langs bij een klant voor een nieuwe klus (ik kan de onwetende lezer hier nog van alles wijsmaken, Google weet inmiddels al lang of ik gister ook stoute speeltjes bestelde). En daar stond, pal voor de deur, een wel erg grote, ingepakte fallus.

Handig hoor. Binnenkort wordt ik, mijn bus, gereedschap en de nieuwe schutting die ik maandag ga plaatsen, allemaal online gezet. Hoef ik straks alleen nog maar naar streetview te verwijzen voor een portfolio van mijn werk.




Dear Cameron, it was a tiring but wonderful campaign

















zondag 26 april 2015

Over de flex en het gebed

Woensdagmiddag zat ik op mijn knieën op een trap. Met de haakse slijper. Buiten. Er drentelden wat mensen in de buurt. Een paar rokers, een vrouw die twee keukenmedewerkers een uitbrander gaf, mensen die kennelijk bij het hotel hoorden waar ik een traptrede vergrootte. Want de bovenste tree naar het net verbouwde souterrain was zo krap dat bezoekers er dreigden naar beneden te kukelen. "Wanneer kan ik de nieuwe gasten inchecken?" vroeg de balieman aan de uitbater. "Nu", luidde het antwoord.

Ik schoof mijn gereedschap aan de kant, goot het gietertje water, dat klaarstond om de slijpschijf te koelen over de bestofte treden en nodigde de gasten breed lachend uit. Hun maagdelijk witte schoentjes zetten ze voorzichtig op de droge straatklinkers die ik had neergelegd zodat ze geen drek mee naar binnen zouden lopen. In mijn beste Engels zei ik hen ook dat, als ze weer naar buiten wilden, even op het raam moesten kloppen, of zwaaien. Ik kon ze namelijk niet horen, en wees op mijn gehoorbescherming. Volgens de balieman zou dat niet nodig zijn. De gasten wilden, na hun reis uit Saoedi-Arabië, vast vooral slapen.

Saoedi-Arabië.
Juistja.
Gniffelend zette ik mijn werk voort. Die arme jongens uit het land van Mekka en Medina, waar vrouwen niet bekwaam of sterk of weerbaar genoeg worden geacht om zonder begeleiding auto te rijden, moesten zich nu langs een bezwete stratenmaakster wurmen. En straks, als ze hun keurige appartement wilden verlaten, moesten ze eerst wenken naar een bestoft bouwvakkersdecolleté.

Klop klop klop, "Excuse me, could you tell me where the North is?"
Met een blik op de grijze hemel haalde ik mijn schouders op. Die inmiddels ook al aardig grijs waren. De hotelbaas bracht opheldering en legde zijn I-phone op een van de terrastafeltjes. Prachtig digitaal kompas. Ik excuseerde me voor de herrie, zei dat het niet erg lang meer duurde. "No no, it's no problem, we have to pray five times a day". En zo verdween de mooie Arabier weer langs de dame in zijn souterrain.

dinsdag 14 april 2015

Een ultrakorte relatie

'Lokaal van leraar X vol wierook gezet.'
'De geraniums van Y uit het raam gegooid.'
'De deuropener gesaboteerd zodat je bij te laat komen toch naar binnen kon.' 

Drie willekeurige teksten op de biechtmuur in het 'sentimentlokaal'. Veel losse foto's en enkele albums liggen er verspreid op tafels. Deze zaterdag werd het vijfenzestigjarig bestaan van mijn middelbare school gevierd. De biecht 'laxeermiddel in koffie van leraar' komt zo vaak voorbij, dat het hele personeelsbestand aan de schijterij moet zijn geweest. Maar misschien waren het slechts enkelen die het moesten ontgelden. Of is het grootspraak. Net als 'Geblowd/ gedronken in de klas (met leraren)' of 'Seks gehad in de invalidentoilet'. Eén bekentenis geloof ik echter direct. 'Ik heb een ultra korte relatie gehad met leraar X.' De leraar in kwestie wordt met voor- en achternaam genoemd. Ook de ondertekenaar is niet anoniem.

Het maakt de tongen los van een paar meisjes, pardon, vrouwen, die er omheen staan. Ze hebben soortgelijke ervaringen. Met deze leraar. En met een andere. 'Kijk, daar heb je de viezerik' vang ik op, terwijl ze een foto uit de stapel pakken. 'Ja man, die is nog met ons op kamp geweest. En toen ging dat de hele avond door, ging hij alle tentjes af.' Ik begrijp dat één van de leraren met de stille trom van school vertrok. Waarom is mij niet duidelijk.

Een schoolgenootje van me vertelt dat de docent van de 'ultrakorte relatie' graag haar voeten masseerde. Het bleef niet bij haar voeten. Later, in de kantine, praat ik lange tijd met een jongen waar ik vroeger mee op het toneel stond. Een toneelstuk dat, zoals elk jaar, werd geschreven en geregisseerd door de voetenmasseur. In een pauzemoment van één van de repetities zoende hij ook mij. Niet in het invalidentoilet of op zijn kamer, maar op de gang. Het was nat en openbaar en toch in het donker. Maar dat bedenk ik me nu pas.

Een oud-schoolgenoot, die net als ik de school ooit zonder diploma verliet, geeft er nu zelf les. De 'biecht' verbaast haar niet. De masseur-regisseur-ultrakorterelatie-docent had ook haar geprobeerd te zoenen. Het klasgenootje met wie ik hierna praat heeft tijdens het zeilkamp -hij kon wel in het bed boven haar- dezelfde leraar van zich weggeduwd. En ze vertelt meer. Ik vraag me hardop af waarom zij, of iemand anders er toen niks over zei naar anderen. 'Ach', antwoordt ze, 'hij had toch openlijk een relatie met G.? Kennelijk was het gewoon'. Andere tijden.

Wat ik zelf ervoer toen deze leraar me zoende? Of ik het fijn of vies vond? Of ik er bang of opgewonden van werd? Ik weet het me niet te herinneren. Hij was mentor van de klas van mijn zus, en later van mij. Hij ging mee op kamp en kwam ook in mijn ouderlijk huis over de vloer bij het klassenfeest. Als prille brugpieper volgde ik bij hem lessen drama.

Mijn middelbare schooltijd was voor mij een verademing. Ik werd niet meer gepest. Ik kon eindelijk mezelf zijn. Iedereen mocht er zichzelf zijn. Misschien gold dat ook voor leraren. Of dachten sommigen dat 'zoenen' of 'lichamelijke verkenning' tot de algemene ontwikkeling behoorde. En vonden jonge docenten dat een meisje beter met een ervaren man kon oefenen dan met een nerveuze, pukkelige puber.

Anno 2015 is het dokter Corrie die ons op de buis vertelt hoe je zoiets aanpakt. Haar gastzoener, pardon, -spreker, Alexander Pechtold legt uit dat je dames best het initiatief mag laten nemen. Helaas zijn de video's hiervan online niet meer beschikbaar. Het protest van ouders tegen haar seksuele voorlichting op tv is nu groter dan anno 1985 tegen docenten die 'praktijkonderwijs' bedreven. Zou het meisje dat Pechtold als puber zoende eerst met een ouderling op school of in de kerk hebben geoefend? Of hij zelf?

Deze week schreef Theodoor Holman dat op zijn middelbare school bijna ALLE leraren onder de 35 een geheime verhouding hadden met een leerling. En dat hij daar wel eens jaloers op was. De column laat in het midden of Holman die jaloezie als brugpieper of docent ervoer. Andersom denk ik nu dat er op mijn school bijna geen meisjes waren bij wie de voetenmasseur-regisseur het niet probeerde.

Hij schrijft nu boeken en vertelt op de radio. Onder andere over hoe gebeurtenissen uit je jeugd kunnen doorwerken in je verdere leven. Op de reünie heb ik hem niet gezien.

Ben benieuwd wat de biechtmuur ons in 2020 onthult.

donderdag 2 april 2015

Armeense paella uit Assen

Begin jaren zestig woont er in Istanbul een avontuurlijke jongen van achttien jaar. Hij voelt er niks voor om het ambacht van zijn vader over te nemen en kiest het ruime sop richting Nederland. Hij belandt uiteindelijk in Drenthe en wordt daar postbode. 

Z. kent Istanbul als zijn broekzak, zwierf er rond als kind. Toen ik er in 2009 met mijn ouders en zus op vakantie ging, gaf hij me van te voren Turkse les. Die woorden ben ik vergeten. Zijn familieverhaal niet.

Als het over minderheden in Turkije gaat, gaat het vaak over de genocide op Armeniërs die geen genocide mag heten. Tv-kijkers die gister afstemden op Pauw, konden zien hoe de gemoederen daarover nog steeds hoog oplopen. Soms hoor je iets over het uitbannen van Grieken uit Turkije en andersom. Onlangs nog in de documentaire 'bloedbroeders'. De gruwelijkheden, nationaliseringen, volksverhuizingen zouden zich louter begin vorige eeuw hebben afgespeeld. Dat de verturksing nog ver na de tweede wereldoorlog doorging, wordt vaak vergeten.

De vader van Z. ondervond als Armeniër de Turkse razzia's aan den lijve. Hij vluchtte, verstopte zich en verturkste zijn achternaam. Zijn moeder was een Griekse. Voor een Turkse jongen met Grieks en Armeens bloed, was Nederland vast een verademing. Hoewel Z. in doen en laten wel een echte Griek lijkt. Luid sprekend, besnord, harde lach, bromstem, handelaar, drankje, sigaretje, uitgesproken mening en vooral: lekker koken en eten. Ook toen hij alleen bleef.

Zijn vrouw, zijn maatje, verloor hij jong aan kanker. Als jonge weduwnaar voelde hij zich thuis bij de duikclub. Hij kookte voor de hele club, zijn paella werd geroemd. De laatste jaren ontvielen hem enkele vrienden. Het greep hem aan.

Hij hield ook van handeltjes. Vooral als daar geen fiscus mee te maken had. In de berging staat de zaagtafel die ik van hem kreeg. Ervoor betalen hoefde niet, maar een bonnetje kon hij zo nodig wel voor me regelen.

Het bootje dat hij kocht, doopte hij naar zijn overleden vrouw. Op een dag liet hij me haar zien. En naast zijn bootje troonde hij me ook mee naar een garage. Waar ik moest proefrijden in de bestelbus die hij op een trailer voor me had gespot. Hoewel het ding met achtduizend euro behoorlijk boven mijn budget lag, kreeg hij gelijk. Ik rij er nu acht jaar in.

De deuken en krassen die er inkwamen repareerde ik niet. Ook van binnen werd mijn auto een ongelooflijk bende. Hij vond het begrijpelijk, zei hij, want die auto was mijn werk, maar stiekem gruwde hij ervan. Want hij was erg netjes. Hij rookte tijdens het koken, maar legde oude kranten op de plavuizen tegen de oliespetters.

Daar vertelde ik over, toen ik hem opzocht op de Intensive care. Zijn blik was mat. Hij kon niet praten. Toen ik vroeg of hij er nog zin in had, schudde hij langzaam zijn hoofd.

"Vanmiddag om 13 u. is Z. heel rustig ingeslapen", las ik net op mijn display.
Ik liet een paar tranen, uit mijn van verkoudheid toch al waterige oogjes.


Morgen kan ik vast het juiste gereedschap weer eens niet vinden.


Met Pasen ruim ik de bus op. 
söz, խոստացել է, υποσχεθεί, beloofd.

woensdag 1 april 2015

Os, Zalm of Sein

Maxima spreekt deze week in Birma. Om de Birmezen aan het internetbankieren te krijgen. Nou ja, ‘bankieren’ zou al een eerste stap zijn. Want veel mensen in Birma (of moet het Myanmar zijn), doen alles nog met contant geld. Hebben geen bankrekening. En dat, zo zou onze koningin als speciale gezant van de VN verkondigen, was in geval van brand toch wel vervelend. Want dan was het geld weg. Bij een bank zou je geld veel veiliger zijn. Kreeg je er nog wat rente op ook (of zou ze zo’n laatste aanbeveling hebben ingeslikt?).

In Birma, zo hoorde ik op de radio, werd ook wel eens geïnvesteerd, belegd voor later. Maar dat doet men dan bijvoorbeeld door een os te kopen.

Een os.

Ik zie het voor me. Twee bejaarde Birmezen willen naar een verzorgingshuis (misschien moest Maxima dat ook maar gaan aanprijzen. Is hier intussen al passé) en komen bij de indicatiecommissie met hun os. Het panel van wijze vrouwen (weer ‘s wat anders dan Petrus) buigt zich over de voorwaarden. “Nee, u bent nog niet oud/ verschrompeld/ kreupel/ dement genoeg.” zegt de commissie streng, en zendt meneer en mevrouw San Suu Kyi henen met hun os (kent u een andere beroemdheid uit Birma waarvan u de naam kunt onthouden en uitspreken? Dan mag u vast aanschuiven bij de volgende VN delegatie). De echte Aung San Suu Kyi is trouwens erg ziek geweest. Het is de vraag of zij later kan aantreden bij het hoge bezoek.

Neen, dan hebben wij het hier beter geregeld. Mijn centjes staan op de bank. En dat van mijn minderjarige kindjes ook. O wacht, da’s niet helemaal waar. Kleine Kees vertrouwt de bank niet. En dus kreeg hij een heuse kluis voor zijn verjaardag. De sleutel verstopte hij in het kasteel dat mams waarschijnlijk in een onbewaakt moment naar de kringloopwinkel bracht. Nu weet Kees zeker dat zijn spaarcentjes voor later veilig zijn.
Er kan geen brand bij.
Hij zelf ook niet.
Zelfs Zalm neemt het niet mee naar de beurs.

Maar wie die Sein nu is, vraagt u?
Da’s de baas van Myanmar.
De eerste die democratisch werd gekozen.
Gister zette hij zijn handtekening onder een staakt het vuren. Na vijfenzestig jaar oorlog.
Sein is trouwens ook de baas van de krant.
Want die schijnen nog in handen van de staat.
En misschien is hij dan ook wel baas van de bank.
Net zoiets als ABN-AMRO.
Maar dat staat vast niet in de krant.
Anders kwam Maxima voor niks.

zaterdag 28 maart 2015

Weeskindje



Ratatouille heet het op z'n Frans, caponata in Italië en Iraniërs noemen het yetimche, wat weeskindje betekent. Ik heb me laten vertellen dat dit komt omdat er geen vlees in dit gerecht zit. En voor de keukenpuriteinen onder u, die menen dat ratatouille niets met caponata van doen heeft. Tja, die hebben vast gelijk. Het zij zo. Noem het dan maar prut.

Ik ben niet zo van de recepten of gerechten met namen. Na een harde leerschool in Italië, gevolgd door een Griekse schoonmoeder die me haar keukengeheimen toefluisterde, ben ik gaan geloven dat elke streek, elke straat, en waarschijnlijk zelfs elke madra familias, haar eigen goddelijke combinatie van groentes en kruiden kent, waardoor een vaste benaming een miskenning is voor de kookkunsten van degene die iets maakt.

Maar het wordt tijd voor iets anders. Tijd om u als lezer serieus te nemen. Dus ik vertrek. Na het schrijven van vijfhonderd stukjes, waarvan er twee derde deze blog haalden. En u kennis nam van het leeglepelen van zee-egels, de islam in de schaamstreek en Iraanse neuzen. Waarin ik fantaseerde over erotiek bij het WK, een stroopspoor op het web of wat te doen als u incest vermoedt. Het wordt tijd om te gaan. Naar de wereldpers (of naar elders, als u nog suggesties heeft). In de hoop dat u geen rare fratsen uit hoeft te halen, dat reacties niet meer worden opgeslokt, of dat plaatjes op zwart gaan.

Want het is natuurlijk wel zo aardig om mensen die hier langskomen de gelegenheid te bieden er iets van te vinden. Dat het flauw was bijvoorbeeld. Of lekker pittig. Of taai of juist goed ingedikt en scherp. Koken en schrijven zijn fijn, feedback krijgen is dat zeker ook.

Stukjes hakken, stoven, proeven, roeren, ruiken, serveren.
Stukjes schrijven, schrappen, proeven, wegen, schaven, publiceren.

Rest me alleen nog u voor te stellen aan die andere Paul. Mijn opa. Een yetimche. Hij kwam als jonge puber alleen naar Nederland. Hij werd in Wenen geboren in een kelderwoning naast waar nu het Hundertwasserhaus staat. Op de dag die later ook mijn verjaardag werd. Als klein jochie mocht hij wel eens mee met zijn vader, die verslaggever was voor opera's. Samen stonden ze op het balkon van de Volksoper. Op dezelfde plek waar acht jaar geleden deze blog begon.








Beste lezers, ik hoop jullie binnenkort te mogen verwelkomen bij de nieuwe Lehti Paul.

Eet smakelijk.








maandag 23 maart 2015

Speciaal voor appelvrouw.... en alle andere Groningers

'Ga je mee', vroeg ik haar, nadat ze me een versgebakken brood was komen brengen.
Helemaal op de fiets. Op krukken.
Nee, dat zou ze niet halen, zei ze.

Maar we hebben de longen uit ons lijf geschreeuwd.
Ook namens jou, en al die andere Groningers. 
Voor de 'Ode aan Groningen'.

En omdat ik vorige keer wat vals speelde.
Krijg je hieronder nu echte plaatjes van Stad en Ommeland.....

"Torens op de wierden, de ruimte bij Doodstil.....

Groningen..... Groningen
oogsten, kleinen, boren, beven
drinken, vrijen, proosten, leven....."




















woensdag 11 maart 2015

Bij een huwelijk horen veters

Ik ben dol op tweedehands. Zit en loop graag daar waar andere mensen op zaten of liepen. Kijk naar wat anderen hebben bewonderd en hebben aangeraakt. Op jacht naar dingen die ik niet zoek of nodig heb maar wel fijn zijn. Zoals in een consumptiemaatschappij gebruikelijk is.

Dat de crisis toeslaat is te merken aan de inbreng. Ook in de kleding. Waar voorheen twintig procent van de afdankertjes kon worden hergebruikt, is dat nu nog maar tien procent. Wat dan de vraag met zich meebrengt: als de criteria aan de achterdeur naar beneden worden bijgesteld ("Deze broek kan nog best een jaartje mee"), zou dat aan de voordeur dan ook gelden? Is voorheen onverkoopbare kleding nu opeens weer acceptabel? Einsteins relativiteitstheorie kan ik niet navertellen, maar als het om kleding gaat, snap ik 'm best. En voor geld geldt de theorie ook. En smartphones. Eigenlijk alles.

Mannen zouden hun kleding afdragen, vrouwen zijn eerder -heel eufemistisch- 'aan iets nieuws toe'. Vorm ik de uitzondering op die regel? Onder mijn oude vesten draag ik weliswaar een heuse werkbroek met knielappen, maar tweede Hans merkte onlangs terecht op dat die zwarte broek er na een witte schilderklus, niet bijster professioneel meer uitziet. Wellicht is het iets met tering en nering. Zocht ik werk dat een alibi verleent aan mijn voorliefde voor afdankertjes. Maar aan dat alibi zit kennelijk ook een limiet.

Een schoenenfetisj is me ook vreemd. Wat meestal aan mijn voeten prijkt, kreeg ik in handen doordat de buurvrouw zo enorm geilde op mijn nieuwe tajine, dat ze voorstelde haar schoenen te ruilen voor deze Afrikaanse pan. Intussen stooft zij hierin al jaren mals lamsvees en banjer ik gelukkig door de dagen op haar onverwoestbare bergschoenen.

Onlangs nam ik bij een wandeling zelfs even mijn jongens op mijn rug ter voorkoming van natte pootjes. Toen ik een week later hetzelfde rondje met mijn ouders maakte, liepen zij met opgerolde broekspijpen om de plassen heen. Al wachtend friemelde ik behaaglijk met mijn warme, droge tenen. Zo lekker, zo als gegoten.

De strakheid van de veters is wel essentieel. Als die te strak zitten, voelen mijn enkels na verloop van tijd koud aan. Maar te slap is ook niet goed. De wrijving die dat geeft leidt weer tot ander ongemak. De veter, bedacht ik, terwijl ik bij tweede Hans, met zijn tweedehands schoensmeer mijn bijna tot op de draad versleten schoenen poetste, dat is een geniale, tijdloze uitvinding. Zoiets zou men moeten bedenken voor relaties. Die soms ook knellen, of juist zwabberen. De boel loshalen en opnieuw rijgen is dan het devies. Zo dacht ik, terwijl ik twee nietjes aan de uiteindes van het schoensnoer deed. Want anders kreeg ik de veters niet meer door de koperen lusjes.

Maar ja, dacht ik ook.
Een veterdiploma heb ik niet.


maandag 9 maart 2015

IS op de fiets, Anne Frank en logica

Hij fietst voor me en mompelt iets onverstaanbaars.
Ik roep: "Als je wil dat ik je hoor, moet je mijn kant op praten."

"Die zullen wel een zware straf krijgen als ze die te pakken krijgen!"

A, ik verstond het!
Maar waar gaat dit over?
Het blijkt over IS te gaan. 

Ik -altijd bereid om de keerzijde van een schijnbaar simpele werkelijkheid te belichten- zeg: "Ja, maar wie moet ze straffen? Het leger en de politie zijn gevlucht en nu is IS daar de baas. Nu zijn zij degenen die anderen straffen. (Dat het leger, -mogelijk met hulp van Iran-, inmiddels weer bezig is met een comeback richting de olievelden laat ik maar achterwege) Je hand er af als je iets steelt, je kop er af als je iemand vermoord...."
 
Mijn politiek correcte hersenspoeling staat paraat voor het geval zoonlief zou tegenwerpen dat het straffen met de dood bij moordgevallen best ok is. Maar Kees steekt qua correctheid -of eigenlijk meer qua logisch denken- boven moeders uit. Volgens hem is het helemaal niet goed om iemand om moord met moord te straffen, dan wordt je immers zelf moordenaar en moet je daarvoor weer gestraft en zo blijft er niemand over.

Bij wijze van vrouwendag-staartje vertel ik ook dat vrouwen er niet zonder familiebegeleiding over straat mogen, geen eigen auto kunnen kopen, geen haren aan de buitenwereld laten zien.....
(dat ook orthodoxe, Joodse vrouwen hun eigen haar met een pruik bedekken, laat ik voor het gemak maar even achterwege).... "En als je dan kanker hebt?", vraagt Kees.


*Stilte*

(al fietsend tussen groene weilanden, visualiseer ik een kale, blootshoofdse dame te midden van een blauwe boerkazee) Kees vervolgt: "O, dan moet je zeker een pruik op en daar dan weer een sluier overheen."

' s Avonds zit Kees op de bank met zijn voeten in een sodabadje. Hij leest. Grote broer Leo oefent Pachelbel en Aardrijkskunde. Ik zing zachtjes en vertel over mijn Amsterdamse uitje van gister: met viereneenhalve Italiaan bezocht ik het Anne Frankhuis. Op het kaartje dat ik er kocht staan twee bladzijden uit het dagboek van het meisje dat zo graag schrijfster wilde worden. Tussen berichten over haar gewicht, sabotage, deportatie ('die sturen ze nu ook bijna allemaal naar Duitsland om te werken, zowel mannen als vrouwen') ook een stukje over vrouwenemancipatie: "Het is de strijd die er geweest is om de vrouw, dat die ook wilde studeren en dezelfde rechten hebben als de man. Want vroeger als de vrouw niet getrouwd was kwam ze meestal als oude hardwerkende sul bij een van haar broers in huis"

Kees denkt dat er een derde wereldoorlog komt. Ik zeg dat ik het niet weet, maar ook dat die er misschien al is, alleen niet in Europa. Om het dreigement van Griekenland moet hij lachen.

Later, in bed, zegt hij dat ie blij is dat hij hier woont, en niet in Irak, of Syrië.... of in Oekraïne. Ik ook. "Weet je", zeg ik, terwijl ik hem over zijn bol aai, "er zijn nu op de wereld heel veel andere kinderen die ook een kus van hun moeder krijgen. Ook in Syrië. Ook in Irak. Ook in de Oekraïne. Maar dan wat eerder (dat kinderen daar niet al om acht uur naar bed gaan laat ik maar achterwege), want verder naar het Oosten, of nee... later....of nee....... eerder", besluit ik uiteindelijk.
 "Dat heb je goed uitgerekend, of nee, dat heb je logisch bedacht, mama."

"Heb je ook wiskunde zonder cijfers?"
"Eh ja, dat heet geloof ik logica."

zondag 22 februari 2015

Ben ik nu diep gezonken?

Eerst lag ik vroom op mijn knieën bij de afvoer in een studentenhuis, daarna zocht ik het hogerop en  timmerde een drie meter hoge kast in een oude pastorie, maar vandaag, op de dag des Heren, lag ik plat op mijn buik, op de grond.
Bij de prijsvechter.

Tien voor vijf was het. In het tochtportaal, dat onlangs was aangelegd, niet voor tochtvrije werkplekken voor de caissières maar om te voorkomen dat overvallers ten derde male zouden toeslaan, stonden een stepje en een roze peuterfietsje. De kinderen waren binnen, aan het winkelen met hun moeder. Er was ook nog een derde klant. Hij leek niet naar iets speciaals op zoek. IJsbeerde voor de lege broodkarren en zei in zijn telefoon: "Ze is twintig. De oudste."

"Mevrouw" hoorde ik, toen ik net besloot om geen gevulde koeken maar stroopwafels als alternatief rookwaar in mijn doos te gooien, "Mevrouw, kunt u daarbij?" Gedwee ging ik naast het jongetje op de grond liggen, schatte mijn armlengte in ten opzichte van het voorwerp dat het kind aanwees en viste toen een niet nader te definiëren stuk speeltuig onder de pallet met vruchtensap vandaan. "Dankuwel", riep het jongetje, huppelde weg, draaide zich om, lachte opnieuw een welgemeend dankuwel en verdween toen achter de schappen.

Peinzend over mijn verdere boodschappen, mijn boodschappenbriefje liet ik waarschijnlijk thuis op tafel liggen, kreeg zijn moeder mij in het oog. Een bijna verwijtende blik mijn kant op. Oei, dacht ik. Nu heb ik vast haar gezag ondermijnd. Ze had misschien even tevoren haar zoontje toegesproken met: "Dat krijg je er nu van, Delano/ Surrenderley" (of hoe heten al die mooie halfbloedjes die deze wijk bevolken), toen zijn speelding wegrolde onder de sappakken. Nu zei ze: "Heb jij effe geluk. Heb je wel dankjewel gezegd tegen die mevrouw?" Ik praatte voor mijn beurt: "Jawel. Hij zei het wel twee keer". Mij negerend sprak ze haar kind nogmaals toe: "Met twee woorden? Zei je 'Dankuwel MEVROUW?'" (Het valt niet mee om consequent te blijven met al die import-intellectuelen in de wijk). Braaf herhaalde het jongetje haar woorden. Reflexmatig zei ook ik beleefd: "Graag gedaan, meneer", en liep toen naar de kratten Schultenbrau.

Na drie pijpjes pils te hebben gepakt, liep ik langzaam terug richting vis, om het gesprek van de derde klant zo onopvallend mogelijk te volgen. De NSA is er niks bij. Want wat kletst die vent nou over meisjesleeftijden? Maar nadat hij het over "bloed onder je nagels" heeft, sluit ik een mogelijke handel in tienerhoertjes uit en druip af.

Bij de dooie beestenbak loop ik drie keer langs de weinig appetijtelijk ogende dooie kippen en varkens. In mijn gedachten galmt de tweet van Eetschrijver 'Geen volk eist zijn eten zo goedkoop als het onze'. Toch schuif ik het deurtje van de stoffelijke resten open en kies een pakje gemalen koeienkadaver. "Weg van de supermarkt", heet het boek van GJ Groothedde alias Eetschrijver. Maar ja, dit is de enige winkel die vandaag open is. En lekkerder dan mijn eigen vlees is toch nergens te koop.

De caissière kucht. De peuters rennen heen en weer. Moeders roept hen iets achterna. Dat mama haar bankpas nodig heeft of zo. Ik sta tussen haar en de bellende man bij de kassa. Er komen er twee pubers binnen. Ze gaan overleggen voor de schappen met chips.

Bij Proefkonijnen legde Bas Haring onlangs de stelling 'Geld maakt niet gelukkig' uit. Hij maakte het inzichtelijk door Valerio Zeno een bord met het hoofd van Leonardo di Caprio voor te laten houden. En zijn buurmannen borden van andere knapperds. Waarmee werd bewezen dat niet schoonheid of rijkdom an sich (on)gelukkig maakt, maar het verschil hierin met je buren.

Thuis voel ik me de koning te rijk. Met een grote krop paksoi, een worst met onduidelijke herkomst en basmatirijst en bier van de Aldi.

Proost!

dinsdag 17 februari 2015

De afvoer en de Arabier

Op mijn knieën in de badkamer. Nee, niks vunzigs hoor, maar toch wel wat smerig. Althans, dat vonden de meisjes die me gadesloegen bij mijn werk. Met zijn drieën keken ze licht walgend naar mijn handen.

Eigenlijk kwam ik niet voor hun verstopping, maar voor twee deuren. Waar iets mee was. Dat bleek bij deur één nogal mee te vallen en deur twee zat op slot. De dame die er woonde was weg. Op skivakantie. Dat doen blonde studentes nu eenmaal graag. Tevergeefs zochten haar huisgenoten naar de reservesleutel van haar kamer. En ik stond te wachten.

"Ja, er was nog wel een klusje, in de badkamer, en ook één in de keuken." "Maar", zo zeiden de dames, "dat is eigenlijk meer mannenwerk". Nee, ja, nou ja, ze hadden zelf wel eens een sifon losgedraaid, antwoordden ze op mijn vraag, maar daarna was het niet meer gelukt om de boel dicht te krijgen. (Een paar jaar terug kwam ik in ditzelfde huis voor een schijnbaar kapotte CV. En toen ik, -op Koninginnedag, halve binnenstad afgezet- naar hun ketel ging kijken, stond daar, met rode knipperletters BIJVULLEN! Dus ik was voorbereid op mogelijk ontbrekende kennis van regulier onderhoud).

Wat nu volgde was geen bijvulles maar ontstoppings-les. Terwijl hun derrie van jaren her voorbij kwam, vertelde ik intussen over de functie van de zwanenhals. 'Iiieeuw!', zei het meisje met de sterretjesspyama, toen ze voorzichtig met haar slanke vinger aan de opgehoopte haren, zeepresten en ander lekkers kwam, 'Nu heb ik het AAN-geraakt.'

Maar hoor 's Lehti, al die betweterigheid die hier doorschemert is natuurlijk volkomen misplaatst! Alsof je zelf op hun leeftijd iets wist van ontstoppingsveren en stankafsluiters! Dacht het toch niet. Ook jij hebt die vunzigheid door ervaring geleerd!
  
Het bewijs viel me gister voor de voeten: Een 'note' van Miss White, met het verzoek om mijn earring niet meer in the bathroom aan te doen. En dat 'Graham' mijn oorbel net uit de sink had gevist. Kon ik kennelijk niet zelf. Of ik had het te druk met andere zaken.

Want waarom een briefje? Kon het gastgezin waar ik tijdens mijn talenreis logeerde, het me niet gewoon zeggen? Hoe het precies zat staat vast in het dagboek van dertig jaar terug, waar het briefje uitviel, maar waarschijnlijk was ik gewoon weg, de hort op. De bedoeling was dat ik me daar in Torquay in Engels zou bekwamen. Maar ik krikte er vooral mijn Italiaans op. Rommelde zelfs wat met een rijke Arabier. Al die aandacht vond ik prachtig en liefde had ik in overvloed. Wel een beetje lastig dat ze mij vervolgens als 'de ware' zagen. De Italiaan reisde me achterna in Italië, en de Arabier stond korte tijd later voor mijn ouderlijk huis in Pijnacker (Jazeker, in dat oord woonden wel meer rare figuren dan alleen Tarik), hij gaf me het mierzoete singletje 'Against all odds' (hij rook ook zo, allemachtig wat had die jongen veel parfum op) en bleef me nog lang hartjes sturen uit Saoedi-Arabië.

Dit verhaaltje is niet in het Arabisch, dus met meneer Eau de Cologne ben ik niet mee gegaan. Nog steeds begrijp ik maar matig waarom mannen het alleenrecht op mijn liefde willen. Gelukkig heb ik meer verstand van verstoppingen. En de studentes nu ook. Ik vergat ze alleen te zeggen dat je beter een stop in de afvoer kunt doen als je je wilt optutten. Dat scheelt achteraf een hoop gedoe.

Bij deze.

woensdag 11 februari 2015

De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen (2)

Na het eten ontvlucht ik de chaos en geniet buiten, lurkend aan mijn peukje, met een pijpje pils en vingerend met lettertjes, van mijn nieuwste verslaving wordfeud. Met onder meer mijn nichtje in India. Intussen bouwen drie jongens in mijn woonkamer verder aan hun hut a la Khadaffi. Dat de boekenkast die ik nog steeds niet aan de muur heb verankerd hierbij als tentstok fungeert, baart me enige zorgen. Maar het grut is per slot geen kleuter meer, dus ik speel vrolijk verder. 'Hoeren', verschijnt er op mijn aaischermpje. Zelf leg ik 'zeden'.

Drank, roken, seks en spel. Zoveel onreinheid is natuurlijk de goden verzoeken!


Binnen klinkt een harde klap en wat gerommel. Ik ren naar binnen en daar ligt het kroost bedolven onder een berg doeken. Er bovenop losse planken en massa's verhalen. De bescheiden 'Borst' van Philip Roth, 'Vermaledijde vaders' van Monica van Paemel en een vuistdikke Koran. Gemixt met non-fictie als 'Wie luidt de noodklok over de Arabieren' en het inmiddels wat achterhaalde 'De gesluierde Eva'. 'Russisch Blauw' van Rasha Peper, Gunter Gras, Peter Hog, Junichiro Tanizaki en ook mijn eigen dagboeken die ik vanaf mijn elfde bijhield liggen er tussen. Bovenop pronkt 'De gifhouten bijbel' van Barbara Kingsolver, over wat godsdienstfanatisme met een gezin doet. De hele heilige en heidense wereld is bovenop hen gedonderd.

Primo Levi verloor helaas zijn kaft, Farah Diba's biografie mankeert niks maar internet ligt er wel uit. De jongetjes zelf zijn gelukkig ongedeerd. Boos ben ik niet. Wel deel ik, als een commandant aan het front, bevelen uit (er komt nog bezoek). Het speelvriendje vraagt, al bladerend in het oude testament: "Ging jij vroeger naar de kerk, Lehti?" en "Waarom ligt hier dan een bijbel?"

Als alle boeken op stapels in de vensterbank liggen, de hutkoffer weer vol is en de nu lege kast weer op zijn pootjes staat, wordt het vriendje opgehaald. Ik breng mijn eigen jongens naar bed. Dan komt mijn logee: een moslima in minirok. Haar dochter is vandaag jarig en ze ontvlucht thuis de herrie. Gelukkig is het bij mij rustig. We zagen elkaar niet voor een jaar en we kletsen bij met sterke thee. Over familie: Ze is inmiddels oma en haar schoonzonen zijn blanke Nederlands. Over inburgeren: Met al die onbedekte ramen heb je toch nooit privacy? Ik waag haar maar niet te vragen of schoonheidsspecialistes voor hun inkomsten nog steeds afhankelijk zijn van dames van lichte zeden.

Om middernacht maak ik voor haar een bedje op de bank. Mijn muur van boeken fungeert als tijdelijk gordijn. Voor haar privacy. En zo worden mannen, die morgen op de dag des Heres naar de kerk lopen, niet afgeleid door haar mooie slapende gezicht. Maar misschien loeren ze wel liever door een opgelichte sluier naar mijn literatuur. Naar de boeken die me heilig zijn.
Omdat ze mijn horizon verbreedden.

Ze mogen ze hebben.
Mijn blik richt ik graag naar buiten.






maandag 9 februari 2015

De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen


De kamer toont een stilleven van een accuboor op de bank, gebroederlijk naast nog te herstellen kleren. Op de grond vervangt een stapel oude kranten de ontbrekende poot van een trampoline. Hier weer bovenop dansen twee pingpongballetjes tussen zes springende jongensbenen.

Vier van deze benen liepen eerder naar dit huis vanuit de nabijgelegen wijk. Ik deed, in de stilte voor de storm, een dutje op de andere, nog lege bank. Dan komt Kees binnen met zijn speelvriendje, dat hier inmiddels kind aan huis is. Hij zegt, met een blik op deze bedekte moeder: 'Ik dacht dat jij altijd fit was.' Leo zingt al springend mee met het deuntje van mijn wekker.

Half slapend vraag ik hen om de maaltijd voor vanavond uit de vriezer te halen. Niet dat de lust om te koken mij ontbreekt, maar de vriezer bevat dikke plakken ijs. Hoog tijd om de voorraad kliekjes van het afgelopen half jaar te verorberen teneinde het ding te kunnen ontdooien. Er volgen verrukte kreten uit de keuken: "Oh, we hebben een menu! Kip met boontjes, pindasaus en knoflook, pasta of bonen, courgette of pompoensoep.... "

Als het springen stopt, daalt de rust heel even neer. En ook het zand. Tevergeefs zoekt zoon Leo naar het stoffer en blik (die gingen de deur uit, mee met grote zoon Frans, evenals zijn gordijnen die ik hier braaf van de haakjes haalde. Resultaat: een doorzonwoning avant-la-lettre). Uit arren moede pakt Leo de stofzuiger.  Maar dit ding stoot bij het aanzetten zo'n ongelooflijke stofwolk uit zijn achterste, dat je je afvraagt of mijn hoesten door roken wordt veroorzaakt of dat de mooie Miele de boosdoener is.


'Mam, moge we nu een hut bouwen?'
'Ja wel, dat mag, in mijn slaapkamer staat een hutkoffer vol kleden.'
-rennende kindervoeten-
'Mam, is dat dat bruine ding waar al je kleren op liggen?'
'Ja schat, gooi mijn kleren maar op het bed.'
'Maham, heb je touw?'
'Ja, kijk maar daar onder die friteuse op de kinderstoel, onder de oud-papier bak.'
'Wow, wat een dik touw! We zijn schippers!'


Even later serveer ik de opgewarmde kliekjes door het gat, pardon 'raam', van de enorme hut. Kees is verdiept in een boek. Leo nodigt me tevergeefs uit om te komen kijken hoe prachtig hun bouwsel er van binnen uitziet: "Het is ook een vrouwenhut hoor! Kijk, er zijn ook kapstokjes".



Die heren uit Gouda moesten hier maar eens op excursie komen. Om te zien hoe mannen zich gedragen die van kinds af aan gewend zijn aan vrouwen. En dat de termen 'vrijdaggebed' en 'werkende vrouwen' heus een betere combinatie is dan 'touw' en 'boekenkast'. Hoewel zelfs dit laatste handvaten kan bieden voor manvolk dat vrees heeft te worden afgeleid door de aanblik van het andere geslacht. Maar dat kon ik tijdens het schrijven van dit logje nog niet bevroeden.


Hoe het afliep kunt u woensdag lezen.

woensdag 4 februari 2015

Domweg gelukkig in Groningen


Dat allitereert toch een stuk lekkerder dan die Dapperstraat van Bloem? Maar het verwarrende is, dat ik, op vijf minuten fietsen van die beroemde Dapperstraat, toch zomaar in Groningen belandde. Nu had ik al eerder beweerd dat Amsterdam in de achtertuin van Groningen ligt, maar om hier het Boter-, Reit- en Hoendiep te zien, was toch een verrassing. Prachtige huizen trouwens. Daar in de rivierenbuurt van plan Berlage. Waar ik gister doorheen fietste. Om nieuwe schilden voor een deurkruk te kopen (Waarom daar??) en ik de weg vroeg naar de Praxis aan twee studenten die de overblijfselen van hun weekend (en wellicht nog die van oud & nieuw) in de glasbak probeerden te krijgen.




Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.



Iets verder weg, in het Amsterdams Lyceum aan het Valeriusplein, zag ik een dag eerder de bijzondere opera, 'Lali's vlucht'. Die niet alleen over Lali's vlucht uit Iran ging, maar ook over zijn ontvangst in Amsterdam. Aan de Apollolaan. Sadhu zong Griekse muziek, Frans speelde klarinet en Aad speelde Lali. Onder de voorstelling at het publiek Spaanse gazpacho en granaatappel. Na afloop bood ik de echte Lali, die eigenlijk Mohamed heet, mijn manuscript aan, over mijn eigen reis naar Iran. Hoog tijd voor de zoveelste redigeersessie.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen. 


Maar lieve Lehti, zou dit niet een lofzang op dat schone Groningen worden? Waar je zelf na wat omzwervingen werd omarmd door grachten, fietsendieven en het dansen van Salsa. Waar je zelfs nog even voor student speelde? Waar ik de stadszwerver ken ("Past u wel op, het is glad hoor, Fijne dag nog. Ja daag") en de parkeerboeteschrijvers. De stad waar ik afvoeren ontstopte, tegeltjes plakte en kozijnen strak in de lak zette. Waar groenteman Jan en de Kaasdame me kennen op de markt. Waar ik vol bewondering kijk naar hoe de stad oprukt naar het ommeland.


Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.


























Nou vooruit dan. Nog twee laatste plaatjes uit Mokum. Omdat dat beter past bij de laatste strofe van Bloem's gedicht. Hoewel daar de zon niet scheen te schijnen. Tussen de buien door.






Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.