woensdag 31 juli 2013

Ce la fara

Twee maanden geleden werd je in je eigen schuur vermoord. Met jouw auto, waarmee je killer vluchtte, reed ik vorige week het land op. We laadden hem vol met meloenen, courgettes, uien en sla. We plukten de door jou geplante boontjes en paprika's. Haalden nieuwe plantjes in jouw schuur. Kool en venkel gaan nu groeien op jouw grond. Daar waar jij het hof maakte aan jouw grote liefde. Met wie ik, vierentwintig jaar geleden, samen achter op jouw plantmachine zat. Met jou op de tractor.

Nu zit zij ingesloten tussen die auto, die schuur en het huis van wie jou van het leven beroofde. Maar daartussen zit land, vruchtbaar land. Waar perziken en watermeloenen en kiwi's groeien. Die zij snoeide terwijl ze je met de tractor voorbij hoorde racen. Waar ook onkruid tussen de salsatomaten groeit, die over een maand rijp zijn en voor wie je dochter nu alvast bestellingen opneemt. Je zoontje maakt nieuwe sporen in het grind met zijn crossfiets en jouw lief poetst opnieuw haar hoekje met de schommelbank.

Je leeft voort. Ook om haar kracht te geven om voort te zetten wat jullie hebben opgebouwd.
Want ze was er weer vorige week. Hoor je me? Ze was er weer! Op de tractor. En ik liep er naast. Om meloenen te rapen. Ben je er straks ook als de winkel opent? Ook al is de opstelling van de uitgestalde spullen misschien ietsje anders dan jullie samen besloten.

Ze komt er wel. Ce la fara.

















zondag 28 juli 2013

Straatkinderen en zandmaquettes

'Ja hoor, dat mag wel', zei één van de jongetjes. Ze gingen zelfs poseren voor hun bouwsel van takken, dranghekken, een verkeersbord en nog wat mobiel materiaal dat de bouwvakkers en stratenmakers hadden achtergelaten. Dat hoefde nu ook weer niet, want ja, hun prachtige kortgeknipte, vieze koppies wil ik hier niet tonen. Na hun pose vroegen ze (wellicht ingegeven door de schuine blik van de vader die zich twintig meter verderop leek af te vragen: 'Wat moet dat mens?') waarom ik die foto maakte. Mijn argument dat ik hun hut mooi vond, werd afgekeurd.
Een foto voor de leuk, dat kan niet.
Ze opperden mij diverse moderne toepassingen.
'Die kun je op Facebook zetten!'
'Heb ik niet'.
'Op Hyves dan?' probeerde een ander kind.
'Heb ik ook niet'.
'Whatsapp?, vroeg de kleinste ongelovig.
'Dat kan ik niet.'
Het archaïsche woord 'blog' heb ik niet genoemd.

Mijn eigen Leo, die ik zojuist onder zachte dwang had meegetroond voor een blokje om, en die het zonder bal om mee te stuiteren sowieso al een apart soort bezigheid vond, zo'n wandeling, sloeg ons  schuchter lachend gade ('rare moeder heb ik'). En kleine Kees, die zo klein niet meer is, maakte intussen zijn eigen paradijs. Hij zat op zijn knieën in het zand, waar de stoeptegels waren weggehaald en gaf toelichting: 'Kijk, dit is een reclamebord en daarachter is gras en daar komt een parkeerplaats en twee brandgangen, en dan maak ik dit hier zo schuin en dan komen daar huizen, en hier komt het huis van de gemeente. Van het park.'
Architect wilde hij worden, had hij onlangs gezegd.

Bij de hut klonk een brul, gevolgd door een aangesnelde vader en een zich herhalend 'Ik-dee-het-niet-expres-hoor!'. Het geschoren jongetje vond mijn stoepkind wel interessant en kwam onze kant op. Hij vroeg, nadat hij eerst wat zand op de pas geasfalteerde weg had gegooid, of hij 'mee-mog-doen'. Kees mompelde iets wat op een goedkeuring leek. Toen wendde het kind zich tot mij: 'Waarom heeft hij zijn tong uit zijn mond?' 'Waarom praat hij zo gek?' Kees deed gauw zijn tong in zijn mond, even, bouwde toen verder, en zweeg. 'Ach', zei ik beschermend, 'dat heb jij toch ook wel eens, als je heel ingespannen aan het tekenen bent of zo?' (niet iedereen hoeft altijd alles te weten). 'Nee' zei het kind. Dat had hij nooit.

Ook zei hij dat hij geen naam had, en zwerver was. Kees mengde zich in het gesprek. Hoe wordt je dat eigenlijk, zwerver? En kan je eigenlijk ook als zwerver geboren worden? Onwillekeurig vroeg ik me al luisterend af of men in de net opgeleverde huizen misschien kansarme gezinnen had gehuisvest. Dat idee was al eerder door me heen gegaan, toen ik bij de buurtsuper een haveloos gekleed drietal bij de kassa zag, dat een potje Olvarit kocht. Maar misschien dachten de kinderen die hier rondstruinden hetzelfde wel van mij. Met mijn op de stoep gravend kind en verderop een andere zoon met enorme gaten in zijn schoenen. ('Nee mam, niet weggooien, die zitten zo lekker, daar ben ik aan gehecht!')

Het doel van de wandeling (wat is een blokje om zonder doel?) was ook om te kijken hoe ver het met de aanleg van 'het park' stond. Terwijl Kees ingespannen bleef bouwen in het zand, liep ik met Leo verder om het plan te bekijken dat op een metershoog bord stond. Er kwam water en een brug, verschillende paden, een voetbalveld en bomen. Wij zagen tot nog toe alleen maar een kale, met onkruid overwoekerde plek waar vorig jaar nog een school stond. Tussen het hekwerk dat niet werd gebruikt voor het bouwen van hutten, kringelden zich pispotjes omhoog. Een paar bloemen waren al gesloten, andere vingen nog net het laatste avondlicht in hun witte kelkjes.

Toen Leo en ik terugkwamen, gaf Kees de geleende musketonhaak terug aan het kind zonder naam. De haak had als antenne op het dak van de gemeente gediend. Het kind vroeg of ik soms ook een foto zou maken van dit bouwwerk.
En dat deed ik.



maandag 22 juli 2013

Over meloenen, de afwas, de rainbow, een pasgeboren kalf en bloemkool


Schoorvoetend kwam hij naar haar toe: "Ik heb nooit eerder de moed gehad, maar ik moet je eindelijk iets bekennen. Weet je dat ik de meloenen die ik tien jaar terug dagelijks bij jou kocht, stuk voor stuk in de Tiber heb gegooid?. Want ja, wij konden met zijn vieren natuurlijk nooit elke dag twee meloenen en een watermeloen wegwerken, mijn vrouw zag me al aankomen." Na een enorme lachbui deed het verhaal de ronde op de bruiloft waar ze waren. Ook haar man, die altijd volhield dat de steigende verkoop een verdienste was van de kwaliteit van zijn gekweekte meloenen. En van de kiwi's, meloenen, paprika's, tomaten en wat niet al. Hij moest nu wellicht toch toegeven dat de zaken vooral goed gingen vanwege zijn vrouw die in minirok zijn fruit aan de man bracht. Zijn eigen echtgenote.

Diezelfde vrouw, de graag geziene blondine uit Zuid-Amerika, meende zichzelf wel bewust te zijn van haar verschijning en de effecten hiervan. In het dorp waar iedereen weet welk voertuig aan wie toebehoort, elke rit naar de slager of buurvrouw wordt geregistreerd, besproken en geanaliseerd en waar men elkaar al van verre herkent. Maar zelf was en is ze niet erg bedreven in het onthouden van gezichten. 

Een van haar vaste klanten, een zekere meneer M. uit een dorp verderop, goed gekleed en voorkomend, alleenstaand en altijd in voor een praatje, bleef gedurende langere tijd afwezig. Aan de keukentafel sprak ze haar zorgen uit naar haar man. Waarom bleef M. zo lang weg? Werd er in het dorp niet geroddeld dat hij kanker had? Moesten ze hem wellicht eens bellen of opzoeken?

Kort hierop kwam er een goed geklede, voorkomende man naar de fruitkraam en (je voelt hem al aankomen) de fruitverkoopster vloog de beste man om zijn nek: "Och, meneer, wat ben ik blij u te zien, we maakten ons zorgen, vroeg me af er iets met u was gebeurd ...enz." De man was aangenaam verrast, zei weinig en kocht wat hij wilde. Gerustgesteld dat er met meneer M. niks loos was, ging ze verder met de verkoop. Het kwartje viel pas toen een dag later een nette vrouw met keffertje in een dure auto bij haar kraam kwam. Niet om verhaal te halen, maar om te zeggen dat ze vaste klanten zouden worden en nooit meer naar de concurrent zouden gaan. Want haar man had verteld over het uiterst hartelijke onthaal dat hij hier had gekregen van de vriendelijke verkoopster. Ja, ook bij haar dochter, buurman en tante zou ze reclame maken. (En ook de echte meneer M. kwam korte tijd later, na een tijdje ziek te zijn geweest, weer vrolijk fruit kopen en bijkletsen)

Deze en nog vele verhalen vertelde 'mi hermana' mij toen ze me ophaalde van het vliegveld. Nu breng ik in en om haar huis de dag door met het plukken van boontjes en paprika's, het wieden van onkruid en het doorspitten van de paperassen van haar overleden man. Ook maak ik me nuttig als de oven plotseling niet meer uit kan of het toilet lekt. Maar toen ik daarvoor naar de schuur moest om geschikt gereedschap te zoeken, op dezelfde plek waar haar man twee maanden eerder werd vermoord, kreeg ik het te kwaad. Net als zonet, toen haar zoontje spontaan 'Over the rainbow' zong, niet wetende dat dit lied, nadat hij weg was, werd gezongen op de begrafenis van zijn vader.

Ik rommelde in de schuur tussen het gereedschap van de man die zulke lekkere meloenen kweekte. Maar ik vond niks. Want de tranen welden en stroomden. De werkbank, de haakse slijper, de messen waarmee hij de groentes sneed. Alles lag nog precies zoals hij het daar tot eind mei had gebruikt.

Ze stond naast me terwijl ik afwaste: "Hij zou het wel niet goed hebben gevonden als hij zag hoeveel water ik verspil" en ik gutste er nog een scheut afwasmiddel bij om de vette lasagneresten weg te krijgen. "Nee", zei ze lachend, "en niet alleen het water dat je nu laat lopen had hij erg gevonden, ook die scheut pure dreft had jou in zijn ogen in aanzien doen dalen.." "Kijk, in dit flesje hier zit verdund afwasmiddel, dat stond er speciaal voor hem. Hij was zo zuinig Lehti, je hebt geen idee. Als ik iets wat over datum was, wilde weggoeien, schraapte hij de schimmel er af en at het goede deel op. Als er uit de verpaking een ammoniaklucht opsteeg, liet hij de boel even luchten, dan was het volgens hem nog prima te eten."

Vanmiddag waste ik af in een ander huis. Bij andere goede vrienden. Ver weg in de heuvels, waar duizenden krekels in de steeneiken de hitte toezingen. Ik bewonderde hun herbouwde appartementen, hun gastenverblijf, terras en zwembad. We praatten over het krankzinnige web aan regels en verordeningen die binnen de toeristensector gelden. En toen ze me bij het vallen van de avond ook nog meenamen naar het huis waar ik als dertienjarige mijn hart verloor aan dit maffe land, was daar een onverwacht maar prachtig kado.

Net als dertig jaar geleden liep ik bijna blootsvoets door de hoge wilde gras en net als toen liep daar een koe, een brunalpina. Ze had een kalf gekregen. Alleen. We droegen haar schoongelikte pasgeborene in een oude deken naar het omheinde huis, om haar te beschermen tegen de wolven.


Morgen ga ik nog meer nostalgische dingen doen.
Bloemkoolplantjes planten.

zaterdag 6 juli 2013

Lijnen door Groningen

Martini, A-kerk, Heilige hart, Synagoge, ja zelfs op het universiteitsgebouw op het Broerplein prijkt een eigenwijs torentje. Wie in Groningen klaar is met de bier hijsen in de kroeg, kan vast op zondag, ergens op een kerkbank, zijn of haar roes uitslapen. Lijkt mij ook wel wat trouwens. Maar ik kan nog even niet slapen, en ook maakte ik deze foto's niet al stappend.

Want ik was op de fiets, met ordners in mijn tassen. Om te gaan kennismaken met mijn nieuwe boekhouder. Want de vorige is met pensioen. Ik had die ballast net zo goed thuis kunnen laten, want deze nieuwe wil alles digitaal aangeleverd krijgen. Heb ik voor niks 's nachts bonnen zitten plakken. Want het is alweer juli, tijd voor omzetbelasting.

Laat ik dat dan maar gaan doen. Op deze zonovergoten zaterdag. En nieuwe tentstokken kopen, en een bankje voor in de klusbus, en wassen draaien, en de rekening schrijven voor de badkamer die ik gister om vijf uur eindelijk klaar had....en... en....
nou ja, geen verhaaltjes schrijven dus.
En ook niet naar de kerk.
Maar zij kon er het bloggen niet laten.

Dan maar plaatjes.


















dinsdag 2 juli 2013

Homo's zijn hot

Ik heb geboekt. Je weet wel, bij die spotgoedkope vliegmaatschappij, waar je je eerst door allerlei verleidingen moet ploegen voordat je een ticket hebt bemachtigd. En dan, als je denkt klaar te zijn, je nogmaals moet bevestigen dat je echt zo'n malloot bent die niet, 'zoals de meeste mensen', spijt krijgt van het niet afsluiten van een reisverzekering/ huurauto/ extra koffer/ belgemak, whatever.
Maar dan heb je ook wat.
Kan ik voor vijftig euro heen en weer naar 'mi hermana' in Italië.

Ze schreef dat ze bij het eten even glimlachte, fantaserend dat zij en ik samen de boerderij van haar vermoorde man runden. En, voegde ze er aan toe, eigenlijk was dat nu al het geval. Want 'je smsjes houden me overeind, geven moed'.


Maar dit weekend was ik bij een ander prachtpaar. Net in de echt verbonden. Zij weten dat het er aan zit te komen dat straks een van hen alleen blijft. Want het K-spook in haar hoofd laat zich maar niet temmen. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik ze samen lachend zwaaien, toen ik zondagmorgen als een van de laatsten de camping afreed. Niet alleen houden ze zielsveel van elkaar, ze kunnen ook nog eens goed ruzie maken. Da's ook een kunst.

Zaterdag was er na de stukjes en de zang een Afrikaanse band. Ik opperde voorzichtig wie er met mij de dansvloer op wilde. 'Alleen is veel leuker', zei iemand me als aanmoediging. Of dat waar was weet ik niet, want na mijn eerste schreden stonden er al gauw tien vrouw te dansen. En hoe gaat dat dan, hè, op feestjes waar veel verschillende 'googlekringen' zijn of mensen die niet elkaars FB-vriendjes zijn. Dan weet je alleen wat je in het echt ziet, hoort of ruikt. Je deo (of je rooklucht), je schoensmaak (of wiebeltenen), je kleur ogen (of het wegdraaien ervan).

Of wat iemand méént te zien. Ook leuk.
Want men moet elkaar wel kunnen plaatsen.
'Ken je hen van de voetbal/ volleybal/ werk/ studie enz.?'
En vervolgens : 'Goh, dat hoor je niet vaak zeg, lesbisch en niet sporten'. Prachtige stereotypering. En dat van iemand die van plan was geweest hetero's af te zeiken. Ik stelde me gewillig beschikbaar als pispaal, maar ik was, zo zei ze, geen goed slachtoffer. De weinige andere niet-potten schenen ook geen geschikt doelwit. Dus gingen we maar samen dansen. Tot tien uur. Want het was weliswaar zaterdag, maar het bleef toch een camping. Eén en van de bruiden probeerde nog: 'Van mij mogen jullie doorgaan, hoor.' Maar het mocht niet baten en de trommels werden ingepakt.

Maar een gitaar werd er wel bij gepakt en samen met echte vlammen maakten die de tongen los. Ongelooflijk, wat een gigabite aan songteksten zo'n vuurkorf ontmantelt. De eerder gezongen liedjes deden we nog eens dunnetjes over. En nog honderden meer. 'Het meisje van halve dagèn', 'Het meisje van zestien', 'Yesterday' maar ook Lou Reeds 'It's a perfect day' kwamen voorbij. En dat was het zeker.

We praatten over de nuances bij het afkraken van unversiteitslunches, Vietnam, Georgie en Griekenland, over stoma's en seks, over het aftoppen van tuinbonen, auberginesoep en Turkse koffie, over voetbal, hop, autisme, het kittten van badkamers, stinkende gauwe, lievevrouwebedstro en het puberbrein. En 's morgens verdween er zelfs een gouden erfstuk in de camping-gootsteen. Dat gelukkig weer werd gered.

Mijn tentstokken repareerde ik met een waslijn, een rol ducktape en een ijzerzaag. Het resultaat was dat men zich 's ochtends afvroeg wie er toch uit dat scheefgetrokken geval met twee dwars voor de ingang gespannen scheerlijnen zou kruipen. Voor een perfecte dag in het park voldeed ie prima. Ik wist nu ook weer, toen ik 's morgens om half zeven werd gewekt door zingende vogels, wat al het gehannes met kromme haringen, geplakte stokken en natte lucifers zo de moeite waard maakt.

Zoonlief nam vanavond afscheid van zijn tienertijd op de basisschool. Hij speelde zombie en zijn vriend speelde een zwangere negerin. Maar het mooiste was nog het huwelijksaanzoek dat twee meiden aan elkaar deden: 'Ja, weet je Trees, we zijn nu al zo lang samen hè, en we hebben het zo leuk, hè......' Als twaalfjarigen op toneel zelf zulke sketches bedenken, zit het met de homo-acceptatie wel snor.

Dat er vervolgens een vliegtuig crashte en de inzittenden op een onbewoond eiland vol zombies moesten overleven op kattenvoer is hopelijk minder profetisch is. En zo ja, dan kan ik alsnog spijt krijgen van het niet afsluiten van een reisverzekering.

zaterdag 29 juni 2013

Over prachtige piastrelle en een meerman


'Syracuse' of 'Concordia', heten de schepen die het Eemskanaal bevaren waar ik de laatste weken dagelijks langs rij. Alsof ze met hun exotische namen de regenzomer willen bezweren. Soms zie ik, achter de rij populieren, heel traag een auto achteruit rijden. Die staat dan op het dek. De schipper of zijn hulpje spuit intussen het dek schoon. De rest van het schip gaat, mits beladen, schuil achter de dijk.

Als de kolossale Triton moet uitvaren, fungeert die als een soort bloedprop voor de Groningse verkeersaders. Alles loopt vast. Ik maak dan van de gelegenheid gebruik om opbeurende berichtjes naar Italië te sturen of wegwerkers op de foto te zetten. Hiernaast, onder het viaduct op de ring bij Beijum, lijkt het wel of ze tegeltjes plakken.

Gistermorgen, toen de brug na lang wachten weer openging, hield ik bij het optrekken angstvallig de dure designwastafel vast, die naast me op de bijrijderstoel lag te glimmen. Het was een showmodel. Dus zat er geen doos omheen.

Achterin lag de vierde zak tegellijm en een extra doos tegels. De andere twintig pakken piastrelle had ik al in de nieuwe douchehoek gelijmd. En om het kruipluik, en op het muurtje, en op de vloer, om de steunvoet van de bint. Of 'gebint' zoals de klant het noemt. Ook een mooi woord. Mijn handen tintelen er nu nog van.

Om een uur of vijf, toen ik tegen de klippen op de laatste piastrelle plakte, vloog er plotseling een zwaluw in de badkamer. Ik kon hem niet redden. Niet alleen zou ik het beestje de stuipen op het lijf jagen, hij fladderde toch al paniekerig tussen de dozen voegmiddel tegen het venster, maar ik zou er ook voor over mijn net gelegde tegelvloer moeten lopen.





Ik vond het een mooi soort symboliek. Net nu ik zo lyrisch over die rondini (zwaluwen) had geschreven. En Selma me nog wat had bijgeleerd over deze mooie vogels, kwam zo'n beestje me even groeten. Gelukkig vloog het gauw weer naar buiten, de regenachtige velden in.


Wat ik ook zo fijn vond was dat ik, toen ik met een nieuwe emmer lijm op mijn knieën in de douche plaatsnam, opeens las wat er met potlood op de tegels stond geschreven. Op de foto is nog maar met moeite te lezen: 'Prachtig Lehti, ga zo door!' Dat maakt dit soort werk weer mooi. En de zere knieën en mijn met grijs geplamuurde vingernagels de moeite waard.



Die laatsten pasten ook mooi bij mijn parelmoeren teennagels. Die ik 's avonds in mijn Marokkaanse slippertjes had gestoken. Blote voeten. Brrrr. Gelukkig knetterde er op het schoolfeest waar ik heenging ook een vuurtje. Waar ik naast ging zitten om me te warmen. En toen een zak satéprikkers en witte en roze schuimpjes in mijn hand kreeg gedrukt. Gelukkig kwamen er geen lijmresten aan de marshmallows die ik op de stokjes prikte. Een taak waarvan ik me samen met de meester kweet. Op een stukje stronk van de gevelde kastanje.

Het is af. Nu nog voegen. En de bint afwerken, douchestang monteren, wc-pot plaatsen, kruipluik op hoogte maken, kranen ....ach, maandag gaan we weer verder.


Eerst ga ik in het Stadspark mijn tent testen op waterdichtheid. Te ere van een kersvers bruidspaar.
Zij klust ook. Ze kwamen dansend de trouwzaal binnen. Mooi was dat.

Ik weet intussen ook waarom de triton zo heet. Dat schijnt de zoon van de Griekse zeegod Poseiodon te zijn. Half vis, half mens. Een meerman dus. Een betere benaming bestaat niet. 

Goed weekend mensen.

vrijdag 21 juni 2013

Bloeiende zieke schoolreus....

....wordt op een zonnige maandagmorgen geveld.

Het schijnt dat de gemeente boos was. De kastanje had al eerder verwijderd moeten worden. De conciërge had het vorig jaar waarschijnlijk niet doorgegeven. Zo gaan die dingen. Zijn opvolger, een lange, sloffende man met een grote glimlach die niet doorheeft hoe hard hij praat, had vorige week heel omslachtig allerlei rood-witte linten rond de stam van de reus gespannen. Want het voorschrift luidde dat er geen kinderen meer onder de boom mochten komen.

's Middags restte er alleen nog een gapend gat. Wie die ochtend had gemist dacht vast: 'Er mist iets... maar wat?





vrijdag 14 juni 2013

Nog meer rondini

Het zit vast anders dan ik dacht. De zwaluwen die ik hoor rond de boerderij waar ik de badkamer aan het verbouwen ben, klinken anders dan hier. En ook anders dan in Lucio Dalla's 'rondini'. Of de Romeinse zwaluwen.

Ik dacht eerst dat dat kwam omdat de Vicolo delle Grotte (Grottensteeg) zo smal was, zodat hun geschreeuw weerkaatste of juist doodsloeg op de dikke muren. Maar waarschijnlijk is het een ander soort zwaluw. Toen ik in mijn tienerjaren eens een vogelaarsbevlieging kreeg, heb ik wel eens in een boekje gebladerd. En hoewel beeld beter beklijft dan tekst, zullen het vast niet alleen hun staarten zijn die verschillen.

Ik hou van zwaluwen. Maar ze krijsen wel aan één stuk door, scheren rakelings langs het dak en doen pijlsnelle achtervolgingen. Eigenlijk is er weinig verschil met de scooterjeugd die hun knetterende uitlaat wil testen: 'Hoor mij, zie mij, ik ben hier op de wereld om opgemerkt te worden!


Ik hou ook van voorlezen. Graag zou ik mijn jongens samen met het zoontje van 'mi hermana' willen voorlezen. Als dat al praktisch uitvoerbaar was. Niet alleen liggen er ruim vijftienhonderd kilometer tussen ons, het lieve kind zat, toen we op hun erf de tent opsloegen, en hij ook wel eens wilde proberen te kamperen, geen minuut stil. Maar de vraag is ook in welke taal dat dan zou moeten. Hij is alleen het Spaans en Italiaans machtig.

"Het is de vraag of kolonel Brandsema het ook nog hoorde. In zijn slaap zat ineens een klein rood gaatje. Nog even bleef hij verdwaasd balanceren op zijn hurken. Toen viel hij opzij. Het kleine schepje dat hij in zijn hand had, stak als een vlaggetje omhoog." Briefgeheim van Jan Terlouw, bladzijde l72.

"Barthold werd in het bed gelegd, hij bloedde als een varken. Elsa kwam al aanlopen met een kan water en schone lappen, Hasse sneed de kleren van de Laddermaker open en onblootte de wond (....) Hij werd door zijn kameraden op het erf begraven onder leiding van Vrome Gijs en op het graf werd een eenvoudig houten kruis gezet."  Hasse Simonsdochter van Thea Beckman. bladzijde 218.


Dergelijke verhalen vertellen aan een jongen wiens vader net is vermoord, is misschien niet zo'n goed plan. Eigenlijk vind ik zelf al te veel bloederigheid ook niet nodig. Onwillekeurig vraag ik me af of er in kinderboeken van nu nog steeds moord en doodslag voorkomt. Ik ben niet zo thuis in de hedendaagse jeugdliteratuur, hoewel ik om de week de schoolbieb beheer. 'Geronimo Stilton' wordt veelgevraagd en de serie van 'De Grijze jager' is ook gewild. Laatst viel mijn oog op een rug met een naam die ik nog van vroeger kende: Judith Eiselein. Ze zat bij mij op school. Misschien moest ik eens iets van haar voorlezen. Of zelf iets gaan schrijven.


De jongste zoons liggen te slapen. De oudste is nog aan het werk als pizzabakker. Tien dagen geleden viel 'mi hermana' op zijn schouder in slaap, toen we een bliksembezoek aan 'la bella Italia' brachten.


Er fietsen Spaanstalige studenten door de straat.
De zwaluwen hebben plaatsgemaakt voor zingende merels.
De vrouw die net gehurkt tussen de bonenstaken zat te wieden, is nu weg.
Mijn auto ligt nog vol puin, morgen maar naar de stort. Ook de afwas wacht.

'Eén zwaluw maakt nog geen zomer', zeggen ze in Nederland.
In Italië heet het dat hij nog geen lente brengt.






zondag 9 juni 2013

La raccolta


Het volleybalteam plukt nu sperziebonen.
Haar Argentijnse broer is ergens op het veld fruit aan het oogsten.
De Indiër bemant de kraam. 
Intussen stromen er rekeningen binnen.
Niet wetende of ze al ontbeten of geluncht heeft, vliegt ze onder de douche door naar de advocaat. Of naar de burgemeester. Om hem er aan te herinneren dat hij zijn tranen die hij in de kerk liet, ook kan omzetten in daden. Wat hij gelukkig doet.

Ik vraag aan haar hoe het gaat.
"Soms valt er een stuk, en dat raap ik dan weer op", zegt ze.
Het Italiaanse woord voor 'oprapen' is hetzelfde als voor 'oogsten'.
'Voor een bedrijf met twee door overstromingen mislukte oogsten is een dergelijke schuld geen schande, hoor.' Maar haar lijkt het een astronomisch bedrag. 

Ze is nu opeens weduwe. En ze is zo ver weg.
Ze is nu opeens boer. Maar ze blijft ver weg.

Intussen geef ik een workshop koken aan kinderen. 'Gnocchi col sugo'. De blonde kinderen rollen de puree als echte Mamme Italiane over de achterkant van de vork. 'Ridi, ridi, che la mamma fa gli gnocchi', zeggen ze in Rome. Maar er valt hier helemaal niks te lachen. Opeens schiet me te binnen wie me voor het laatst het recept vertelde. 'Eén ons meel op één kilo aardappels, beslist niet meer', zo zei me de moeder van de latere moordenaar. Ergens in 1995.

Hoofdhaar is vergelijkbaar met een groene weide. Af en toe flink maaien, daar blijven beide gezond bij. Ik was het al langer van plan, maar nu er een statement nodig was, heb ik mijn uiterlijk in overeenstemming gebracht met mijn innerlijk. Waar het kaal voelt.

In het Noorderplantsoen werden zaterdag schapen geschoren. Het is er kennelijk het seizoen voor. Ik keek naar de schapenkoppies en probeerde me de namen van de rassen te herinneren.

Ik ben weer aan het werk. Leef mijn woede over wat niet had mogen gebeuren uit in het wegbikken van beton. In een woonboerderij buiten de stad. Als ik 's middags mijn broodjes oppeuzel zie ik in de verte schepen voorbijschuiven over het Eemskanaal. Kwieke ouderen zoeven op hun elektrische fietsen over de dijk. De dijk die in 2012 dreigde te bezwijken waardoor Woltersum moesten worden ontruimd. De dijk hield het. In Marsciano hadden ze toen minder geluk. Daar was helemaal geen dijk. Of er was een dam die werd opengezet. Beweren boze tongen. Drie keer overstroomden de Tiber en de Nestore. De akkers. De oogst. Hun huis. Alles stond blank. Of eigenlijk meer bruin.

Met oma naar de schapen, Pasen 1991,Ospedaletto, Umbrië
Ik eet en luister. Naar kikkers. Naar boeren. Er wordt gemaaid en gehooid. Kieviten in het veld, zwaluwen in de lucht. Net als in 1987 in de Vicolo delle Grotte in Rome. Net als in de eerste tien seconden van 'rondini' van Lucio Dalla.

Na de lunch meet ik de wastafel op die in de schuur staat. Het ruikt er naar hooi. Naar paard. Dezelfde geuren waarmee ik werd bedwelmd toen ik op mijn dertiende mijn hart verloor aan dat achterlijke, mooie land. Waar het zo snikheet was dat S. er mijn lange vlecht afknipte en ik met stekeltjes terugkeerde naar Nederland. Ik belde S. vanavond op. Over een plan om 'mi hermana' te helpen door middel van wat wij in Nederland kennen als groentenabbonnementen. Ik kan vanaf hier weinig uitrichten. Maar als het werkt, zou dat haar inkomsten van het bedrijf minder grillig maken.

Boeren rijden hard over de verkeersdrempels. Achter hun tractoren hangt een 'ranghinatore'.
God mag weten hoe dat in het Nederlands heet.
Zo'n ding om hooi om te keren.
Gemaaid gras.
Gesneden gras.
Snijden, maaien, knippen. Ook allemaal hetzelfde woord in het Italiaans.

Boven mijn bed hangt een metalen bord. Blauw met fluorescerende letters er op.
Als ik 's avonds ga slapen, als ik 's morgens mijn ogen open, 'Marsciano' hangt daar altijd in de lucht.
Al vijftien jaar.
Maar nu kijk ik beter.
Naar wat eens was.

zondag 2 juni 2013

Moord

Mijn mailadres is geblokkeerd. Misschien dat mijn provider het verhaal dat ik aan vrienden en familie zou rondsturen te heftig vond. En dat is het ook. 'Ongewoon gebruik' 'Account tijdelijk vergrendeld', is de melding die ik krijg. Vreemd genoeg kan ik nog wel bloggen. En omdat het verhaal wel moet worden verteld, giet ik het drama dan maar in een log. Ook al is dit anoniem. Hoewel je over doden kunt redetwisten of de term 'anoniem' nog wel op zijn plek is.

Er sijpelde hier soms wel eens wat door over 'mijn vorige leven', zoals ik de zes jaar die ik in Italië verbleef wel eens omschrijf. Ik heb daar gewoond, gewerkt, vrienden gemaakt maar ook ellende meegemaakt. Huiselijk geweld om precies te zijn. Ook die term is bizar, want het woord 'huiselijk' roept veel associaties bij me op, maar 'geweld' staat daar niet tussen.


1989. Ik reageerde op een advertentie waarin er mensen werden gezocht om in de tabak te gaan werken. Het was loodzwaar werk, dat wist ik, maar het werd goed betaald. Het sollicitatiegesprek vond plaats in het café tegenover het station. Naast mij werden er nog vijf vrouwen aangenomen. Eén van hen zag ik op haar vouwfietsje, met nette kleren en dito instappertjes. 'Kijk', zei mijn werkgever 'zij is ook een van de toekomstige arbeidsters'. Stilletjes gniffelde ik; wat dacht zo'n tenger, net meisje nu te willen beginnen in de tabak?

We werden niet alleen collega's, maar ze bleek tevens zijn toekomstige vrouw en werd, last but not least, mijn beste vriendin. Of beter gezegd: 'mi hermanita', mijn zusje, zoals ze me altijd aan anderen voorstelt. Dat is geen Italiaans, maar Spaans. Want deze tengere verschijning, vrouw uit één stuk, vriendin door dik en dun, is namelijk Argentijnse.

Ze is opgegroeid op de pampas, piepjong uit huis gegaan en later haar vriendje achterna gereisd naar Europa. Ze duldde, in tegenstelling tot mij, geen enkele vorm van geweld. Ik geloof dat haar toenmalige vriend één keer zijn hand heeft opgeheven. Voor haar was dat reden om hem nooit meer te zien. Ze dook een paar dagen bij mij onder. In de bergen, dertig kilometer van haar huis. En later, toen ik de schaamte voorbij was en ik hulp aan hen vroeg, hebben ze mij geholpen: 'mi hermana' en haar allerliefste man. Hoogzwanger van mijn eersteling was ik op hun bruiloft. In een gele zijden jurk. 

Ze is een meid van de stad. In Buenos Aires werkte ze bij de radio en studeerde journalistiek. Voor haar man is ze tussen de tabak en later tussen de meloenen en aardbeien gaan wonen. In dat verstikkende dorp. Waar muren oren hebben maar niemand zogenaamd iets van elkaar weet.
'Tuo marito e veramente buono come il pane' zeiden ze haar wel eens. (Je man is goed als brood). 'Ja', antwoordde ze dan 'wat dacht je?, als ie dat niet was, was ik nooit met hem getrouwd.'

Maar zijn onvoorwaardelijke bereidheid om steun te geven aan wie daar om vroeg, dat kennen ze niet in Italië. En dat is hem, vorige week zaterdag, fataal geworden. Terwijl hij zijn groente en fruit stond in te laden voor de markt in Perugia, in dezelfde schuur als waar ik destijds mijn huisraad had opgeslagen voordat ik remigreerde naar Nederland, daar is hij, om zes uur 's ochtends in koelen bloede vermoord. 


Het nummer dat ik op de dag van eerdergenoemde sollicitatie uit mijn hoofd leerde, draaide ik afgelopen maandag opnieuw. Want het nummer van 'mi hermana' stond op mijn display. Dat was vreemd, want ze belde me nooit op klaarlichte dag. Als ik schrijf dat zij degene was die haar man als eerste vond, nog voordat de politie arriveerde, weet de goede verstaander genoeg. Dat beeld krijgt ze nooit meer van haar netvlies.

Het voert te ver om hier de gruwelijke details en alle dorpse dwarsverbanden uit de doeken te doen. Maar ik kende de moordenaar. En zijn ouders. Die werkten destijds met ons in de tabak. Daar kwam ik pas achter toen ik dinsdag besloot om mijn allerliefste, gebroken vriendin bij te staan en naar Italië te rijden. Samen met mijn inmiddels volwassen zoon. Nu begrijp ik ook waarom hij niet heeft geluisterd naar de waarschuwingen van zijn vrouw. Hij geloofde niet dat er mensen bestaan die hun dreigementen ook daadwerkelijk uitvoeren, zeker niet van iemand met wie je samen bent opgegroeid.Want hij was bedreigd, meerdere keren. De moordenaar had meer dan twintig aangiftes aan zijn broek, een straatverbod, een omgangsverbod....

Maar wie helpt er nu een boer die bereid is om een bedreigde vrouw werk te verschaffen? Want dat is wat ie deed. Zij zocht werk, want ze had geld nodig om terug te gaan naar haar land van herkomst. Haar ex was ervan overtuigd dat ze iets met elkaar hadden en bedreigde hen beide met de dood. De vrouw heeft als een wonder het vege lijf kunnen redden. Ook hoeft ze niet meer te vrezen. Want de moordenaar heeft zich op diezelfde zaterdag opgeknoopt. Hij werd een dag later gevonden in het bos.

Soms dien je als schrijver de werkelijkheid wat milder te maken, omdat die te gruwelijk is voor woorden. Hoe waar.
Ik schiet hier helemaal niks mee op. Met dit schrijven. Zadel anderen wellicht zelfs onnodig op met verdriet over een man die ze nooit hebben gekend. En er gaan wel vaker mensen dood. Maar schrijven is mijn manier van verwerken. Onmacht heet dat geloof ik. Bedankt voor het meelezen.  

Gisteren, één juni, zou hun eerste echte winkel openen. We hebben er met de rouwstoet voor stilgestaan. Op de lindebomen langs de weg, die hij en mi hermana hebben gered van de kap, waren foto's van hem geplakt, van zijn 'glimlach met honderdvijf tanden', met een echte Argentijnse gauchohoed op. (bij 1.26 min.)

Ciao Roberto, non mi dimentico mai di te. Jamas.

Het lijkt er op dat jouw dood mensen heeft wakker geschud. Laten we het hopen.

Wordt vervolgd.

zondag 26 mei 2013

Eisinga, Odysseus en lasergamen

Zondagmorgen zeven uur. De wekkerradio brengt Telemann ten gehore. Half slapend roep ik naar Leo dat hij beter nu al kan ontbijten om straks niet met een volle maag te hoeven trainen. De buitendeur piept, Frans komt binnen met zijn vriendin. Ze schuifelen schuldbewust langs mijn openstaande slaapkamer. Mijn 'goodmorning' wordt beantwoord met hun  'goodevening'. Ik krijg mijn fietssleutel retour. Als ik de blote voetjes van Kees over de gang naar de badkamer hoor trippelen, sta ik op.

Frans en zijn meisje slapen hun roes uit, Leo vertrekt naar training, Kees en ik ontbijten. Beschuit met aardbeien, versgeperst sap en warm Arabisch brood met kaas en rucola. Wat hebben we het goed. In mijn achterhoofd spookt Kees' kinderfeestje dat nog niet is gevierd. Hij wil graag lasergamen. Ik niet. Maar papa vindt het wèl goed, zo beweert zoonlief. Al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dit onder de noemer 'hoe speel ik mijn ouders tegen elkaar uit' valt. Ook bij ouders loeren de gevaren van het gescheiden zijn. Want wie wil er nu onderdoen voor de ander?

Treinen hebben tegenwoordig namen. 'Eise Eisinga' dendert voorbij. Ik maak van de gelegenheid gebruik en vraag zo neutraal mogelijk of het door deze Eisinga bedachte planetarium wellicht een alternatief is voor lasergamen. Maar Kees kent het al. Hij begint een verhandeling over de baan van Jupiter en hoe Eise probeerde de mensen te overtuigen dat de planeten die op elkaar leken te botsen, dat niet zouden doen. Hij bouwde een echt werkend planetarium. Van zilver en goud. Dat hij vervolgens aan de burgemeester verkocht om te zorgen dat het niet ten onder ging. En dat hij er maar liefst één gulden per spijker voor kreeg en dat....
.... de rest vergat ik.
Ik vroeg Kees of het Eise was gelukt om de mensen te overtuigen. "Sommige wel, sommige niet", zei hij. 

Na een zondagsknuffel zetten we het gesprek voort op de bank. Daar maakten we een nog grotere sprong terug in de tijd. Naar Odysseus. Er was weliswaar geen trein met die naam, maar toch een directe aanleiding, want we zijn vandaag uitgenodigd voor een toneelstuk over de reis van deze Griekse held.

En aangezien ik net zo weinig afweet van de Odyssee als van sterrenkunde (mij kun je alles wijsmaken), heb ik het verhaal maar even opgezocht. Ik ken geen betere manier om kennis te laten beklijven dan door er over te vertellen. Dus hoorde Kees over een man die deed alsof ie gek was door zout te zaaien en over het paard van Troje vol soldaten. De cyclopen en sirenes bewaar ik wel voor een andere keer. Kees zou het zelf trouwens anders hebben aangepakt dan Odysseus, hij had de Trojanen liever gevangengenomen dan uitgemoord, want hij is naar eigen zeggen niet zo goed in doden.

Ik denk dat het toch lasergamen wordt. Lekker dom.

Maar nu gaan we eerst naar Odysseus.

Look at the sky, fly and catch the holy spirit

Zo vlieg je naar Rabat, zo zit je in het gras in Oostwold. Naar vliegtuigjes te kijken in plaats van er zelf in te zitten.

Pruttelend draaiden ze tegen een grijze lucht. Prachtige gele velden vol koolzaad er onder. Het voordeel van zo'n vliegshow is dat je geen tribune nodig hebt. Vlei je neer, look at the sky en make a wish. Aan mijn handen te zien, is het mijn wens om zelf te kunnen vliegen. Nu lijkt me dat ook erg bijzonder, maar dan niet, zoals de wingwalkdames op de derde foto, bovenop of ondersteboven aan zo'n vliegtuigje.

Als piloot lokt het me meer. Dus luisterde ik aandachtig naar wat Eugenie, één van de weinige vrouwelijke vliegers, te melden had. Veel moois, dat zeker, maar toen de 'Pitts' ter sprake kwam, verging me toch de lust om mijn hoogtevrees te tarten. Landen met zo'n ding schijnt vergelijkbaar te zijn met "in een donkere nacht, terwijl het sneeuwt, stormt en hagelt, je motorkap omhoog vliegt en het licht uitvalt....."
Ja ja. Laat maar.

In 1995 vloog ik eens mee met zo'n miniding. Van Eelde naar Ameland. Met een vrouw achter het stuu... of wacht nee, dat heet 'knuppel' geloof ik. Fantastisch was het, maar ik herkende geen enkel dorp vanuit de lucht. De pilote was vijftig plus. Als tiener wilde ze stewardess worden, maar haar ouders vonden haar liefde voor het vliegen maar niks. Brrr, in dat verdorven Amsterdam naar school, nee hoor. Dus werd ze kapster. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en decennia later hield ze het stewardess zijn weliswaar voor gezien, maar haalde ze wel haar vliegbrevet. Nu reist ze met man en kind en tent en kookpitje door Europa. Per vliegtuig. Een mooi verhaal van een mooi mens.

Een minder goed geheugen heb ik voor weetjes als cilinderinhoud, wendingsnelheid of rol in de oorlog dat het getoonde materieel op de vliegshow had gehad. Ik ga het ook niet meer opzoeken. En kan jullie dus ook niet vertellen waarom die 'Damn Yankee' drie swastika's op haar flank heeft. Wel vind ik het bij mijn algemene kennis horen om te weten waarom al deze mensen op zo'n doodgewone maandag tijd hadden om urenlang naar de hemel te staren.

Klikkerdeklik.

Nu weet ik het weer. Het was vanwege de uitstorting van de Heilige Geest en, zo leert wiki mij, 'voorts moet er een samenkomst worden gehouden en niemand mocht zijn gewone werk doen'.

Aldus geschiedde.
Alhoewel...
De parkeerwachters ter plaatse noemden hun pinksterverdienste wel 'moai wark'.