Posts tonen met het label Marokko. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marokko. Alle posts tonen

woensdag 9 juni 2021

Gebrekkige service bij de Mac in Tripoli

'Wilfen', zo werd het eens op de radio genoemd, het verschijnsel dat zich voordoet als je de luxe van veel vrije tijd, een leeg huis en een werkende internetverbinding met elkaar combineert. Het staat voor 'What was I Looking For?' Het is een niet onaangenaam verpozen en je leert nog eens wat bij. 

Er stonden linkjes open op mijn scherm, iets met werken, iets met vakantie en een aantal artikelen die wachtten om gelezen te worden. En net als bij  muziekstreamingprogramma's krijg je onder of naast die artikelen nog meer informatie die je mogelijk interessant vindt, en die wil je dan natuurlijk ook lezen. Althans, ik wel. Dit keer lag mijn focus op het Afrikaanse continent. Enigszins verontrust las ik over ontwikkelingen van religieuze groeperingen die zich van grof geweld bedienen. Niet alleen in Burkina Faso, maar onlangs ook in Mozambique, beiden niet echt één van de rijkste landen van dat enorme continent. Ook Ivoorkust is in de greep van terreur. En van Nederlandse uien, die de lokale markt verzieken zo las ik. 

Al wilfend besefte ik hoe weinig ik toch eigenlijk weet van Afrika, hoe weinig ik er ook over hoor. Tijd voor een opfrisles geografie en andere weetjes. Nu weet ik weer dat Ouagadougou de hoofdstad van de Burkinabé is, het lokale woord voor Burkinezen en dat dat 'eerlijke mensen' betekent. Dat het 'land van de eerlijke mensen' eerst Oppervolta werd genoemd en dat er meer dan honderd dialecten worden gesproken.  
Ik zoomde verder in op het Noorden en de grenzen aldaar herinnerde me aan iets dat ik ook weer was vergeten, dat Marokkanen en Algerijnen elkaar niet schijnen te mogen. Vast ook iets met oorlogen. Aan het elkaar willen bekeren kan het in elk geval niet liggen. Op googlemaps zie je dat de wegen tussen Tunesië en Algerije gewoon doorlopen, maar dat die tussen Marokko en Algerije stoppen bij de grens. Nog een leuk weetje, de taal en tevens het volk dat al millennia huist in zowel Algerije als Marokko:  Berbers. En dan vooral de schrijfwijze ervan.  Die lijkt op een reeks rondjes en kruisjes met af en toe een Griekse letter er door. Nooit geweten. 

Ik wilf vrolijk verder Oostwaarts. Malta ligt ter hoogte van Tunesië en  Sicilië ligt verrassend vlak bij Tripoli. Ook van de Libische hoofdstad horen we bar weinig tegenwoordig, laat ik daar eens op inzoomen (helaas kan ik het googlepoppetje er niet laten rondlopen) Kijk nou, er is daar een heus Indiaas restaurant, met eigen facebookpagina, linkje naar lifemuziek en recente recensies. Er is een  gemeentelijke afdeling voor toerisme (waar ik klachten lees in verband met gebrekkige coronamaatregelen tijdens een tentoonstelling), er is een 'Western restaurant' en iets wat 'Mozart Sweets' heet, waarschijnlijk een chocolaterie? Nergens is ook maar één vrouw te zien en de Allahs vliegen me over het scherm aan alle kanten voorbij, maar verder lijkt er, zelfs in Libië, geen groter zorg dan wat men te eten krijgt en hoe vlot de bediening is. 

Zo blijkt bij de recensies van de jawel, 'Mac Donalds Tripoli.' Ene Topsy Krets schrijft: 'Pas op, dit is nep. (...) Een originele McDonald's heeft nooit meer dan 7 minuten nodig om uw bestelling te ontvangen.' Hij heeft McDonald's Corporation al op de hoogte gebracht. Een geruststellende gedachte.

maandag 29 april 2013

Identiteit van andijvie, cola en schapen

Hindoestaanse jongetjes versieren de straat met vlaggetjes. Ik breng ze limonade met koekjes.

Een sms: Salam Lehti gub hasti ma bad nistim, staat er op mijn display. Ik kan niet alles lezen, maar de afzender zit tien minuten later bij me aan de thee. We fietsen samen op richting de stad en nemen afscheid op een bomvolle Vismarkt. Ze zegt dat ik voor mijn vertrek nog wel even mijn wenkbrauwen moet laten doen, en 'àls je dan een Marokkaan versiert, neem dan een rijke!'

De groenteman is verbaasd als ik om andijvie vraag, vroeger verkocht hij drie kratten per dag, nu slechts één in drie dagen. 'Die meisjes zien van hun moeder dat andijvie uit een zakje van Albert Heijn komt. Ze weten niet meer dat je die moet snijden.' Ik vraag voorzichtig of hij ook zuurkool uit het vat heeft. Nee, díe koop je voorgekookt in een zakje bij Albert Heijn, zegt hij. Lekker makkelijk.

Op zoek naar Arabisch brood, zie ik twee oude bekenden op de stoep staan: een meisje en haar pleegmoeder. Beiden lurken aan een blikje cola. Als ik het meisje van onder haar hoofddoek herken, roep ik onnozel: 'Waar zijn je mooie haren?' Intussen vraag ik me af wat haar eigen, vermoorde moeder hier van zou vinden. 'We zijn hier wel in Nederland, hè!' zeg ik betweterig, als ik hoor dat het meisje tot haar trouwen thuisblijft. De moeder ziet me even later weer naar buiten komen met bossen munt, dille en een emmertje yoghurt. Ze lacht: 'Je bent Arabische vrouw!'. We zoenen elkaar drie keer op de wang.

Achter de toonbank zegt de Turkse slager tegen zijn collega: 'Ga 's opzij met je dikke reet'. Aan mij vraagt hij of ik van het filodeeg dat ik bij me heb, baklava ga maken. 'Nee, dit wordt spanakopita', zeg ik, 'da's Grieks, met spinazie en feta.' Een tasje is niet nodig, het gaat zo wel mee.
'Tutsi', zegt hij ten afscheid.
'Tutsíe', zegt hij nog nadrukkelijker.
Als ik hem na drie keer nog steeds vragend aankijk, keert hij zich naar zijn collega:
'Tutsí, tutsí,... da's toch gewoon Nederlands?'
'Oooh, tot zíens, zeg ik dan opgelucht. (en ik denk aan Remco Camperts 'Tot zoens'

Bij de kinderboekwinkel blader ik even in 'Het boek over alles wat leeft (hoe maak je een gipsafdruk van spuug?). Een vader bladert ook. Jazeker, het is een elf plus boek, maar zijn zevenjarige zoontje, pocht hij, leest de ondertitels van Discovery Chanel al mee! Ik pareer zijn opschepperij met mijn achtjarige die colleges over Drees geeft. Ja, daar had hij wel eens van gehoord, van vadertje Drees.

Bij de super op de hoek maakt een schele Roemeen muziek. Hij bedankt voor het kleingeld dat hij van een lachende, waggelende bierbuik krijgt. Onderweg naar huis passeer ik Spaans en Portugees sprekende studenten. Ik zwaai naar een Bulgaars meisje. Op het sportveld zijn Chinezen aan het basketballen.

Vijf jaar geleden repte de Argentijnse prinses, Maxima aller Nederlanders, over de niet bestaande Nederlandse identiteit. Vanavond belde ik haar land- en leeftijdgenote. Die ook met een Europese vent trouwde. We kletsten over politiek, topsport, watermeloenen en 'la donnola'. In Argentinie 'la comedreja' genoemd. Wat dat precies betekent wist ik niet. Maar daar gaat het volgend logje over.

Nu eerst wat plaatjes van Hollandse wezens die ik zaterdag ook zag.











zondag 21 april 2013

Prut

(Lees de volgende zin met een zeer zoetgevooisd stemmetje) 'Nou, courgette enne... aubergine enne toma....' Kees (8) liet me niet uitpraten en vatte het antwoord op zijn vraag wat we zouden eten samen met , 'O, prút dus'. En hij wás al zo gefrustreerd omdat het tekenen van tags ('Eminem' en '50-cent'), niet liep zoals hij wilde. De dop van de stift was zoek en hij schoot uit. Er klonk gesmoord gemor uit de kamer en af en toe werd de pedaalemmer opengerukt om er iets in de smijten. De suspoging van broer Leo (12): 'Waarom téken je dan?', werkte als olie op het vuur.

Als mijn jongste zich iets in zijn hoofd haalt, dan zàl het gebeuren. Op zíjn manier. De hele tafel werd er door in beslag genomen, zodat Leo het tafeltje in de keuken maar dekte. De grote tafel ('buréau!' volgens Kees) was trouwens tòch van hem, ìk had hem ingepikt! 'En', zo zei hij van achter zijn bord, 'ik heb geen honger en ik lus géén couscous en óók geen prut en al helemáál niet als ik er van jou geen zout op mag!!'

Nog voordat mijn eigen bord leeg was, kwam -met een allerschattigst lachje- de vraag: 'Mag ik nog méér?' Ook broerlief zat te smullen, likte na zijn bord de samballepel af, en nu het potje toch bijna leeg was, ging hij dat ook maar te lijf. Zo had hij al gauw een mooie rode peperkring van zijn neus tot aan zijn kin.

Er welde een plotselinge opvoeddrang in mij op. Na de juiste greep voor de vork en waar hun ellebogen hoorden ("Dat weet ik héus wel!'), kwamen ook de reine en onreine hand aan bod.

Huh, onrein? Nee, mensen, vrees niet, ik heb me nergens toe bekeerd. Maar, ik dacht zo, als de kroonprins van Marokko verjaart en die nodigt mijn zoon uit op zijn feestje, misschien is het dan slim om hem te leren dat het in sommige landen niet wordt geapprecieerd dat je eerst het snot uit je neus haalt, met dezelfde linkerhand je eten op je vork schuift en dan de resten sambal door je haar smeert. Maar met je rechterhand mag dat vrees ik ook niet. 

'O ja, mám, jij was toch in Iran geweest? Daar eten ze toch van de grond.' Nog voor ik er erg in had, oefenden mijn twee jongens het zitten aan de sofre, in kleermakerszit, op de keukenvloer.  'Ik zou dat zó doen', zei Kees, en hij trok zijn bord met prut op schoot.