Eerst lag ik vroom op mijn knieën bij de afvoer in een studentenhuis, daarna zocht ik het hogerop en timmerde een drie meter hoge kast in een oude pastorie, maar vandaag, op de dag des Heren, lag ik plat op mijn buik, op de grond.
Bij de prijsvechter.
Tien voor vijf was het. In het tochtportaal, dat onlangs was aangelegd, niet voor tochtvrije werkplekken voor de caissières maar om te voorkomen dat overvallers ten derde male zouden toeslaan, stonden een stepje en een roze peuterfietsje. De kinderen waren binnen, aan het winkelen met hun moeder. Er was ook nog een derde klant. Hij leek niet naar iets speciaals op zoek. IJsbeerde voor de lege broodkarren en zei in zijn telefoon: "Ze is twintig. De oudste."
"Mevrouw" hoorde ik, toen ik net besloot om geen gevulde koeken maar stroopwafels als alternatief rookwaar in mijn doos te gooien, "Mevrouw, kunt u daarbij?" Gedwee ging ik naast het jongetje op de grond liggen, schatte mijn armlengte in ten opzichte van het voorwerp dat het kind aanwees en viste toen een niet nader te definiëren stuk speeltuig
onder de pallet met vruchtensap vandaan. "Dankuwel", riep het jongetje, huppelde weg, draaide zich om, lachte opnieuw een welgemeend dankuwel en verdween toen achter de schappen.
Peinzend over mijn verdere boodschappen, mijn boodschappenbriefje liet ik waarschijnlijk thuis op tafel liggen, kreeg zijn moeder mij in het oog. Een bijna verwijtende blik mijn kant op. Oei, dacht ik. Nu heb ik vast haar gezag ondermijnd. Ze had misschien even tevoren haar zoontje toegesproken met: "Dat krijg je er nu van, Delano/ Surrenderley" (of hoe heten al die mooie halfbloedjes die deze wijk bevolken), toen zijn speelding wegrolde onder de sappakken. Nu zei ze: "Heb jij effe geluk. Heb je wel dankjewel gezegd tegen die mevrouw?" Ik praatte voor mijn beurt: "Jawel. Hij zei het wel twee keer". Mij negerend sprak ze haar kind nogmaals toe: "Met twee woorden? Zei je 'Dankuwel MEVROUW?'" (Het valt niet mee om consequent te blijven met al die import-intellectuelen in de wijk). Braaf herhaalde het jongetje haar woorden. Reflexmatig zei ook ik beleefd: "Graag gedaan, meneer", en liep toen naar de kratten Schultenbrau.
Na drie pijpjes pils te hebben gepakt, liep ik langzaam terug richting vis, om het gesprek van de derde klant zo onopvallend mogelijk te volgen. De NSA is er niks bij. Want wat kletst die vent nou over meisjesleeftijden? Maar nadat hij het over "bloed onder je nagels" heeft, sluit ik een mogelijke handel in tienerhoertjes uit en druip af.
Bij de dooie beestenbak loop ik drie keer langs de weinig appetijtelijk ogende dooie kippen en varkens. In mijn gedachten galmt de tweet van Eetschrijver 'Geen volk eist zijn eten zo goedkoop als het onze'. Toch schuif ik het deurtje van de stoffelijke resten open en kies een pakje gemalen koeienkadaver. "Weg van de supermarkt", heet het boek van GJ Groothedde alias Eetschrijver. Maar ja, dit is de enige winkel die vandaag open is. En lekkerder dan mijn eigen vlees is toch nergens te koop.
De caissière kucht. De peuters rennen heen en weer. Moeders roept
hen iets achterna. Dat mama haar bankpas nodig heeft of zo. Ik sta
tussen haar en de bellende man bij de kassa. Er komen er twee pubers
binnen. Ze gaan overleggen voor de schappen met chips.
Bij Proefkonijnen
legde Bas Haring onlangs de stelling 'Geld maakt niet gelukkig' uit.
Hij maakte het inzichtelijk door Valerio Zeno een bord met het hoofd van
Leonardo di Caprio voor te laten houden. En zijn buurmannen borden van
andere knapperds. Waarmee werd bewezen dat niet schoonheid of rijkdom an
sich (on)gelukkig maakt, maar het verschil hierin met je buren.
Thuis voel ik me de koning te rijk. Met een grote krop paksoi, een worst met onduidelijke herkomst en basmatirijst en bier van de Aldi.
Proost!
zondag 22 februari 2015
dinsdag 17 februari 2015
De afvoer en de Arabier
Op mijn knieën in de badkamer. Nee, niks vunzigs hoor, maar toch wel wat smerig. Althans, dat vonden de meisjes die me gadesloegen bij mijn werk. Met zijn drieën keken ze licht walgend naar mijn handen.
Eigenlijk kwam ik niet voor hun verstopping, maar voor twee deuren. Waar iets mee was. Dat bleek bij deur één nogal mee te vallen en deur twee zat op slot. De dame die er woonde was weg. Op skivakantie. Dat doen blonde studentes nu eenmaal graag. Tevergeefs zochten haar huisgenoten naar de reservesleutel van haar kamer. En ik stond te wachten.
"Ja, er was nog wel een klusje, in de badkamer, en ook één in de keuken." "Maar", zo zeiden de dames, "dat is eigenlijk meer mannenwerk". Nee, ja, nou ja, ze hadden zelf wel eens een sifon losgedraaid, antwoordden ze op mijn vraag, maar daarna was het niet meer gelukt om de boel dicht te krijgen. (Een paar jaar terug kwam ik in ditzelfde huis voor een schijnbaar kapotte CV. En toen ik, -op Koninginnedag, halve binnenstad afgezet- naar hun ketel ging kijken, stond daar, met rode knipperletters BIJVULLEN! Dus ik was voorbereid op mogelijk ontbrekende kennis van regulier onderhoud).
Wat nu volgde was geen bijvulles maar ontstoppings-les. Terwijl hun derrie van jaren her voorbij kwam, vertelde ik intussen over de functie van de zwanenhals. 'Iiieeuw!', zei het meisje met de sterretjesspyama, toen ze voorzichtig met haar slanke vinger aan de opgehoopte haren, zeepresten en ander lekkers kwam, 'Nu heb ik het AAN-geraakt.'
Maar hoor 's Lehti, al die betweterigheid die hier doorschemert is natuurlijk volkomen misplaatst! Alsof je zelf op hun leeftijd iets wist van ontstoppingsveren en stankafsluiters! Dacht het toch niet. Ook jij hebt die vunzigheid door ervaring geleerd!
Het bewijs viel me gister voor de voeten: Een 'note' van Miss White, met het verzoek om mijn earring niet meer in the bathroom aan te doen. En dat 'Graham' mijn oorbel net uit de sink had gevist. Kon ik kennelijk niet zelf. Of ik had het te druk met andere zaken.
Want waarom een briefje? Kon het gastgezin waar ik tijdens mijn talenreis logeerde, het me niet gewoon zeggen? Hoe het precies zat staat vast in het dagboek van dertig jaar terug, waar het briefje uitviel, maar waarschijnlijk was ik gewoon weg, de hort op. De bedoeling was dat ik me daar in Torquay in Engels zou bekwamen. Maar ik krikte er vooral mijn Italiaans op. Rommelde zelfs wat met een rijke Arabier. Al die aandacht vond ik prachtig en liefde had ik in overvloed. Wel een beetje lastig dat ze mij vervolgens als 'de ware' zagen. De Italiaan reisde me achterna in Italië, en de Arabier stond korte tijd later voor mijn ouderlijk huis in Pijnacker (Jazeker, in dat oord woonden wel meer rare figuren dan alleen Tarik), hij gaf me het mierzoete singletje 'Against all odds' (hij rook ook zo, allemachtig wat had die jongen veel parfum op) en bleef me nog lang hartjes sturen uit Saoedi-Arabië.
Dit verhaaltje is niet in het Arabisch, dus met meneer Eau de Cologne ben ik niet mee gegaan. Nog steeds begrijp ik maar matig waarom mannen het alleenrecht op mijn liefde willen. Gelukkig heb ik meer verstand van verstoppingen. En de studentes nu ook. Ik vergat ze alleen te zeggen dat je beter een stop in de afvoer kunt doen als je je wilt optutten. Dat scheelt achteraf een hoop gedoe.
Bij deze.
Eigenlijk kwam ik niet voor hun verstopping, maar voor twee deuren. Waar iets mee was. Dat bleek bij deur één nogal mee te vallen en deur twee zat op slot. De dame die er woonde was weg. Op skivakantie. Dat doen blonde studentes nu eenmaal graag. Tevergeefs zochten haar huisgenoten naar de reservesleutel van haar kamer. En ik stond te wachten.
"Ja, er was nog wel een klusje, in de badkamer, en ook één in de keuken." "Maar", zo zeiden de dames, "dat is eigenlijk meer mannenwerk". Nee, ja, nou ja, ze hadden zelf wel eens een sifon losgedraaid, antwoordden ze op mijn vraag, maar daarna was het niet meer gelukt om de boel dicht te krijgen. (Een paar jaar terug kwam ik in ditzelfde huis voor een schijnbaar kapotte CV. En toen ik, -op Koninginnedag, halve binnenstad afgezet- naar hun ketel ging kijken, stond daar, met rode knipperletters BIJVULLEN! Dus ik was voorbereid op mogelijk ontbrekende kennis van regulier onderhoud).
Wat nu volgde was geen bijvulles maar ontstoppings-les. Terwijl hun derrie van jaren her voorbij kwam, vertelde ik intussen over de functie van de zwanenhals. 'Iiieeuw!', zei het meisje met de sterretjesspyama, toen ze voorzichtig met haar slanke vinger aan de opgehoopte haren, zeepresten en ander lekkers kwam, 'Nu heb ik het AAN-geraakt.'
Maar hoor 's Lehti, al die betweterigheid die hier doorschemert is natuurlijk volkomen misplaatst! Alsof je zelf op hun leeftijd iets wist van ontstoppingsveren en stankafsluiters! Dacht het toch niet. Ook jij hebt die vunzigheid door ervaring geleerd!
Het bewijs viel me gister voor de voeten: Een 'note' van Miss White, met het verzoek om mijn earring niet meer in the bathroom aan te doen. En dat 'Graham' mijn oorbel net uit de sink had gevist. Kon ik kennelijk niet zelf. Of ik had het te druk met andere zaken.Want waarom een briefje? Kon het gastgezin waar ik tijdens mijn talenreis logeerde, het me niet gewoon zeggen? Hoe het precies zat staat vast in het dagboek van dertig jaar terug, waar het briefje uitviel, maar waarschijnlijk was ik gewoon weg, de hort op. De bedoeling was dat ik me daar in Torquay in Engels zou bekwamen. Maar ik krikte er vooral mijn Italiaans op. Rommelde zelfs wat met een rijke Arabier. Al die aandacht vond ik prachtig en liefde had ik in overvloed. Wel een beetje lastig dat ze mij vervolgens als 'de ware' zagen. De Italiaan reisde me achterna in Italië, en de Arabier stond korte tijd later voor mijn ouderlijk huis in Pijnacker (Jazeker, in dat oord woonden wel meer rare figuren dan alleen Tarik), hij gaf me het mierzoete singletje 'Against all odds' (hij rook ook zo, allemachtig wat had die jongen veel parfum op) en bleef me nog lang hartjes sturen uit Saoedi-Arabië.
Dit verhaaltje is niet in het Arabisch, dus met meneer Eau de Cologne ben ik niet mee gegaan. Nog steeds begrijp ik maar matig waarom mannen het alleenrecht op mijn liefde willen. Gelukkig heb ik meer verstand van verstoppingen. En de studentes nu ook. Ik vergat ze alleen te zeggen dat je beter een stop in de afvoer kunt doen als je je wilt optutten. Dat scheelt achteraf een hoop gedoe.
Bij deze.
woensdag 11 februari 2015
De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen (2)
Na het eten ontvlucht ik de chaos en geniet buiten, lurkend aan mijn peukje, met een pijpje pils en vingerend met lettertjes, van mijn nieuwste verslaving wordfeud. Met onder meer mijn nichtje in India. Intussen bouwen drie jongens in mijn woonkamer verder aan hun hut a la Khadaffi. Dat de boekenkast die ik nog steeds niet aan de muur heb verankerd hierbij als tentstok fungeert, baart me enige zorgen. Maar het grut is per slot
geen kleuter meer, dus ik speel vrolijk verder. 'Hoeren', verschijnt er op mijn aaischermpje. Zelf leg ik 'zeden'.
Drank, roken, seks en spel. Zoveel onreinheid is natuurlijk de goden verzoeken!
Binnen klinkt een harde klap en wat gerommel. Ik ren naar binnen en daar ligt het kroost bedolven onder een berg doeken. Er bovenop losse planken en massa's verhalen. De bescheiden 'Borst' van Philip Roth, 'Vermaledijde vaders' van Monica van Paemel en een vuistdikke Koran. Gemixt met non-fictie als 'Wie luidt de noodklok over de Arabieren' en het inmiddels wat achterhaalde 'De gesluierde Eva'. 'Russisch Blauw' van Rasha Peper, Gunter Gras, Peter Hog, Junichiro Tanizaki en ook mijn eigen dagboeken die ik vanaf mijn elfde bijhield liggen er tussen. Bovenop pronkt 'De gifhouten bijbel' van Barbara Kingsolver, over wat godsdienstfanatisme met een gezin doet. De hele heilige en heidense wereld is bovenop hen gedonderd.
Primo Levi verloor helaas zijn kaft, Farah Diba's biografie mankeert niks maar internet ligt er wel uit. De jongetjes zelf zijn gelukkig ongedeerd. Boos ben ik niet. Wel deel ik, als een commandant aan het front, bevelen uit (er komt nog bezoek). Het speelvriendje vraagt, al bladerend in het oude testament: "Ging jij vroeger naar de kerk, Lehti?" en "Waarom ligt hier dan een bijbel?"
Als alle boeken op stapels in de vensterbank liggen, de hutkoffer weer vol is en de nu lege kast weer op zijn pootjes staat, wordt het vriendje opgehaald. Ik breng mijn eigen jongens naar bed. Dan komt mijn logee: een moslima in minirok. Haar dochter is vandaag jarig en ze ontvlucht thuis de herrie. Gelukkig is het bij mij rustig. We zagen elkaar niet voor een jaar en we kletsen bij met sterke thee. Over familie: Ze is inmiddels oma en haar schoonzonen zijn blanke Nederlands. Over inburgeren: Met al die onbedekte ramen heb je toch nooit privacy? Ik waag haar maar niet te vragen of schoonheidsspecialistes voor hun inkomsten nog steeds afhankelijk zijn van dames van lichte zeden.
Om middernacht maak ik voor haar een bedje op de bank. Mijn muur van boeken fungeert als tijdelijk gordijn. Voor haar privacy. En zo worden mannen, die morgen op de dag des Heres naar de kerk lopen, niet afgeleid door haar mooie slapende gezicht. Maar misschien loeren ze wel liever door een opgelichte sluier naar mijn literatuur. Naar de boeken die me heilig zijn.
Omdat ze mijn horizon verbreedden.
Ze mogen ze hebben.
Mijn blik richt ik graag naar buiten.

Drank, roken, seks en spel. Zoveel onreinheid is natuurlijk de goden verzoeken!
Binnen klinkt een harde klap en wat gerommel. Ik ren naar binnen en daar ligt het kroost bedolven onder een berg doeken. Er bovenop losse planken en massa's verhalen. De bescheiden 'Borst' van Philip Roth, 'Vermaledijde vaders' van Monica van Paemel en een vuistdikke Koran. Gemixt met non-fictie als 'Wie luidt de noodklok over de Arabieren' en het inmiddels wat achterhaalde 'De gesluierde Eva'. 'Russisch Blauw' van Rasha Peper, Gunter Gras, Peter Hog, Junichiro Tanizaki en ook mijn eigen dagboeken die ik vanaf mijn elfde bijhield liggen er tussen. Bovenop pronkt 'De gifhouten bijbel' van Barbara Kingsolver, over wat godsdienstfanatisme met een gezin doet. De hele heilige en heidense wereld is bovenop hen gedonderd.
Primo Levi verloor helaas zijn kaft, Farah Diba's biografie mankeert niks maar internet ligt er wel uit. De jongetjes zelf zijn gelukkig ongedeerd. Boos ben ik niet. Wel deel ik, als een commandant aan het front, bevelen uit (er komt nog bezoek). Het speelvriendje vraagt, al bladerend in het oude testament: "Ging jij vroeger naar de kerk, Lehti?" en "Waarom ligt hier dan een bijbel?"
Als alle boeken op stapels in de vensterbank liggen, de hutkoffer weer vol is en de nu lege kast weer op zijn pootjes staat, wordt het vriendje opgehaald. Ik breng mijn eigen jongens naar bed. Dan komt mijn logee: een moslima in minirok. Haar dochter is vandaag jarig en ze ontvlucht thuis de herrie. Gelukkig is het bij mij rustig. We zagen elkaar niet voor een jaar en we kletsen bij met sterke thee. Over familie: Ze is inmiddels oma en haar schoonzonen zijn blanke Nederlands. Over inburgeren: Met al die onbedekte ramen heb je toch nooit privacy? Ik waag haar maar niet te vragen of schoonheidsspecialistes voor hun inkomsten nog steeds afhankelijk zijn van dames van lichte zeden.
Om middernacht maak ik voor haar een bedje op de bank. Mijn muur van boeken fungeert als tijdelijk gordijn. Voor haar privacy. En zo worden mannen, die morgen op de dag des Heres naar de kerk lopen, niet afgeleid door haar mooie slapende gezicht. Maar misschien loeren ze wel liever door een opgelichte sluier naar mijn literatuur. Naar de boeken die me heilig zijn.
Omdat ze mijn horizon verbreedden.
Ze mogen ze hebben.
Mijn blik richt ik graag naar buiten.

maandag 9 februari 2015
De perfecte huisvrouw en over hoe dat moet met vrome mannen
De kamer toont een stilleven van een accuboor op de bank, gebroederlijk naast nog te herstellen kleren. Op de grond vervangt een stapel oude kranten de ontbrekende poot van een trampoline. Hier weer bovenop dansen twee pingpongballetjes tussen zes springende jongensbenen.
Vier van deze benen liepen eerder naar dit huis vanuit de nabijgelegen wijk. Ik deed, in de stilte voor de storm, een dutje op de andere, nog lege bank. Dan komt Kees binnen met zijn speelvriendje, dat hier inmiddels kind aan huis is. Hij zegt, met een blik op deze bedekte moeder: 'Ik dacht dat jij altijd fit was.' Leo zingt al springend mee met het deuntje van mijn wekker.
Half slapend vraag ik hen om de maaltijd voor vanavond uit de vriezer te halen. Niet dat de lust om te koken mij ontbreekt, maar de vriezer bevat dikke plakken ijs. Hoog tijd om de voorraad kliekjes van het afgelopen half jaar te verorberen teneinde het ding te kunnen ontdooien. Er volgen verrukte kreten uit de keuken: "Oh, we hebben een menu! Kip met boontjes, pindasaus en knoflook, pasta of bonen, courgette of pompoensoep.... "
Als het springen stopt, daalt de rust heel even neer. En ook het zand. Tevergeefs zoekt zoon Leo naar het stoffer en blik (die gingen de deur uit, mee met grote zoon Frans, evenals zijn gordijnen die ik hier braaf van de haakjes haalde. Resultaat: een doorzonwoning avant-la-lettre). Uit arren moede pakt Leo de stofzuiger. Maar dit ding stoot bij het aanzetten zo'n ongelooflijke stofwolk uit zijn achterste, dat je je afvraagt of mijn hoesten door roken wordt veroorzaakt of dat de mooie Miele de boosdoener is.
'Mam, moge we nu een hut bouwen?'
'Ja wel, dat mag, in mijn slaapkamer staat een hutkoffer vol kleden.'
-rennende kindervoeten-
'Mam, is dat dat bruine ding waar al je kleren op liggen?''Ja schat, gooi mijn kleren maar op het bed.'
'Maham, heb je touw?'
'Ja, kijk maar daar onder die friteuse op de kinderstoel, onder de oud-papier bak.'
'Wow, wat een dik touw! We zijn schippers!'

Even later serveer ik de opgewarmde kliekjes door het gat, pardon 'raam', van de enorme hut. Kees is verdiept in een boek. Leo nodigt me tevergeefs uit om te komen kijken hoe prachtig hun bouwsel er van binnen uitziet: "Het is ook een vrouwenhut hoor! Kijk, er zijn ook kapstokjes". Die heren uit Gouda moesten hier maar eens op excursie komen. Om te zien hoe mannen zich gedragen die van kinds af aan gewend zijn aan vrouwen. En dat de termen 'vrijdaggebed' en 'werkende vrouwen' heus een betere combinatie is dan 'touw' en 'boekenkast'. Hoewel zelfs dit laatste handvaten kan bieden voor manvolk dat vrees heeft te worden afgeleid door de aanblik van het andere geslacht. Maar dat kon ik tijdens het schrijven van dit logje nog niet bevroeden.
Hoe het afliep kunt u woensdag lezen.
woensdag 4 februari 2015
Domweg gelukkig in Groningen
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Iets verder weg, in het Amsterdams Lyceum aan het Valeriusplein, zag ik een dag eerder de bijzondere opera, 'Lali's vlucht'. Die niet alleen over Lali's vlucht uit Iran ging, maar ook over zijn ontvangst in Amsterdam. Aan de Apollolaan. Sadhu zong Griekse muziek, Frans speelde klarinet en Aad speelde Lali. Onder de voorstelling at het publiek Spaanse gazpacho en granaatappel. Na afloop bood ik de echte Lali, die eigenlijk Mohamed heet, mijn manuscript aan, over mijn eigen reis naar Iran. Hoog tijd voor de zoveelste redigeersessie.
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De’ in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Maar lieve Lehti, zou dit niet een lofzang op dat schone Groningen worden? Waar je zelf na wat omzwervingen werd omarmd door grachten, fietsendieven en het dansen van Salsa. Waar je zelfs nog even voor student speelde? Waar ik de stadszwerver ken ("Past u wel op, het is glad hoor, Fijne dag nog. Ja daag") en de parkeerboeteschrijvers. De stad waar ik afvoeren ontstopte, tegeltjes plakte en kozijnen strak in de lak zette. Waar groenteman Jan en de Kaasdame me kennen op de markt. Waar ik vol bewondering kijk naar hoe de stad oprukt naar het ommeland.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
Nou vooruit dan. Nog twee laatste plaatjes uit Mokum. Omdat dat beter past bij de laatste strofe van Bloem's gedicht. Hoewel daar de zon niet scheen te schijnen. Tussen de buien door.
Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
Labels:
Amsterdam,
Bloem,
gedicht,
Groningen,
Iran,
Lali's vlucht,
rivierenbuurt
zaterdag 24 januari 2015
De Islam in de schaamstreek
Na drie delen Senegal, is het nu tijd voor een Islamitisch intermezzo in eigen land. Ja mensen, want straks worden we hier overspoeld door vluchtelingen (u weet wel, type bruin haar, donkere ogen. Heet vaak Mohamed), daardoor zijn er geen sociale woningen meer voor (wel hardwerkende, blonde) mensen, zo meldde het journaal. Of er in de tussentijd ook één en ander aan sociale woningbouw in de verkoop ging, hoorde ik niet. Als doekje voor het bloeden (ze zijn zo heerlijk politiek correct bij de NOS) mocht een goed Nederlands sprekende VWO scholier zijn kunstje opvoeren. 'Welkom in mijn wonink' (hij wel!), zei Mahmoed* tegen de verslaggever.
Wat wordt het volgende nieuws? 'Woningnood want we worden te oud'? Met erna, in het reclameblok, een spotje tegen ouderenmishandeling? Ik hoor het Mustafa Marghadi al zeggen. (Kijk, daar heb je het al, die gozer is via Jeugdjournaal en Klokhuis zo onze huiskamer binnengekropen. Weliswaar bij de late uitzending, maar toch, zo'n naam, 'Moustafa', dat kan nooit goed zijn. Dat voel je.)
Ik durf vanavond niet te kijken naar 'Rot op naar je eigen land'. Hoewel het misschien juist een poging is om tegenwicht te bieden aan al dat sluimerende 'er zit wel wat in' gekwaak. En in het Dagblad lees je dan over de verbazing over hoe Joodse vrouwen van de Nazi's aardappels moesten (mochten?) rooien in Groningen in 1943. Waarom zijn 'ze' toen niet gevlucht? Maar voor stemmingmakerij kun je niet vluchten. En wie kan zo'n mechanisme beter verbeelden en verwoorden dan deze meesters van de satire.
Toch ben ik in deze discussie soms aangenaam verrast. Bij het lezen van een tweet van Willem Aantjes bijvoorbeeld. Die een Bijbeltekst de wereld in stuurt met een schijnbaar andere bedoeling dan je van een CDA-er zou verwachten. Als verweer volgt dan uiteraard dat 'wij Christenen' verlicht zijn en 'onze' heilige tekst in de juiste context en tijdgeest weten te plaatsen. Om het ingewikkeld te maken zijn de weinige mensen die ik ken die er -heimelijk dan wel openlijk- voor uitkomen dat Wilders gelijk heeft, zelf moslims. Of ex-moslims. Maar dat zou geloof ik niet kunnen.
Wat er in de Koran of Bijbel wordt gezegd weet ik niet. Ze staan hier wel in de kast. Naast respectievelijk -even spieken- 'Het kapitaal' van Karl Marx en Otto Ruhle (deel 1, verkorte uitgave) en 'voorlichting voor jongens over sex' van sipke van der land (die 'X' en ook het gebrek aan hoofdletters verraadt een zekere gedateerdheid. blz. 33: 'Meisjesjagers aangehouden. Drie schoolgaande jongens van elf en dertien jaar zijn in hun woonplaats Groningen aangehouden omdat zij met windbuksen op meisjes schoten. Het drietal beschikte over 11.000 kogeltjes")
Maar ik dwaal af. Het ging over de invloed van 'de moslim' op ons geliefde vaderland (wanneer wordt vaderland eigenlijk moederland en omgekeerd?). Tegen een versimpeling van de werkelijkheid is geen kruit gewassen. Het enige wat ik wel kan doen, is mijn werk. En om me heen kijken.
In opvangcentra willen toiletpotten wel eens los gaan zitten. Niet zo zeer omdat vluchtelingen dat ding slopen, maar omdat het plaatsnemen op de pot soms vies wordt gevonden. En zo'n ding is niet gemaakt om op te staan, dus dat gaat mis. Daarnaast geven veel moslims er de voorkeur aan om hun edele delen na toiletbezoek (en na andere toepassingen) met water te wassen in plaats af te vegen met papier. Dat dit ook in landen voorkomt waar de meerderheid van de bevolking een christelijk geloof aanhangt, verraad de herkomst van het woord 'bidet'.
Voor mijn huidige werk kom ik niet meer in opvangcentra maar doe ik klusjes bij mensen thuis. En laat ik nu net bij een keurig Hollands gezin een bidetkraan moeten monteren. Ze hadden de weldaad ervan op vakantie in den vreemde ervaren en wilden nu niets anders meer. De groothandel, Gamma of Karwei konden me niet helpen maar uiteindelijk, 'Jippijajajippiejippiejee', bood de roze bouwmarkt uitkomst. Ze hadden zelfs drie uitvoeringen. Van basic tot lux. Geberit lijkt in dit spotje ook niet veel moeite met moslims te hebben: 'Water is natuurlijke zuiverheid' (hoewel de pot waarmee u met water wordt gereinigd mij meer doet denken aan een vermomde vibrator).
En voor deze bekering tot het billenwassen kroop nog een andere sluipende cultuurverandering ons op de huid. Want u wilt toch niet beweren dat het massaal kortwieken van de schaamstreek een uiting is van een verlichte uitleg van de bijbel?
U zijt gewaarschuwd waakzaam Nederland!
We worden overspoeld.
Ik voel het in mijn kruis.
Amen.
*Mohsen lijkt in het nieuws-item goed geïntegreerd. Hij droogt zijn gebloemde koffiekopjes na ze uitvoerig met schuim te hebben gesopt, gelijk af en zet ze dan in de kast. Dat vind ik dan weer onrein. Het lijkt op mezelf afdrogen na het inzepen. Maar dat komt natuurlijk omdat mijn inburgering plaatshad in een katholiek land. Of ze hebben het spoelen er bij de redactie uitgeknipt.
Wat wordt het volgende nieuws? 'Woningnood want we worden te oud'? Met erna, in het reclameblok, een spotje tegen ouderenmishandeling? Ik hoor het Mustafa Marghadi al zeggen. (Kijk, daar heb je het al, die gozer is via Jeugdjournaal en Klokhuis zo onze huiskamer binnengekropen. Weliswaar bij de late uitzending, maar toch, zo'n naam, 'Moustafa', dat kan nooit goed zijn. Dat voel je.)
Ik durf vanavond niet te kijken naar 'Rot op naar je eigen land'. Hoewel het misschien juist een poging is om tegenwicht te bieden aan al dat sluimerende 'er zit wel wat in' gekwaak. En in het Dagblad lees je dan over de verbazing over hoe Joodse vrouwen van de Nazi's aardappels moesten (mochten?) rooien in Groningen in 1943. Waarom zijn 'ze' toen niet gevlucht? Maar voor stemmingmakerij kun je niet vluchten. En wie kan zo'n mechanisme beter verbeelden en verwoorden dan deze meesters van de satire.
Toch ben ik in deze discussie soms aangenaam verrast. Bij het lezen van een tweet van Willem Aantjes bijvoorbeeld. Die een Bijbeltekst de wereld in stuurt met een schijnbaar andere bedoeling dan je van een CDA-er zou verwachten. Als verweer volgt dan uiteraard dat 'wij Christenen' verlicht zijn en 'onze' heilige tekst in de juiste context en tijdgeest weten te plaatsen. Om het ingewikkeld te maken zijn de weinige mensen die ik ken die er -heimelijk dan wel openlijk- voor uitkomen dat Wilders gelijk heeft, zelf moslims. Of ex-moslims. Maar dat zou geloof ik niet kunnen.
Wat er in de Koran of Bijbel wordt gezegd weet ik niet. Ze staan hier wel in de kast. Naast respectievelijk -even spieken- 'Het kapitaal' van Karl Marx en Otto Ruhle (deel 1, verkorte uitgave) en 'voorlichting voor jongens over sex' van sipke van der land (die 'X' en ook het gebrek aan hoofdletters verraadt een zekere gedateerdheid. blz. 33: 'Meisjesjagers aangehouden. Drie schoolgaande jongens van elf en dertien jaar zijn in hun woonplaats Groningen aangehouden omdat zij met windbuksen op meisjes schoten. Het drietal beschikte over 11.000 kogeltjes")
Maar ik dwaal af. Het ging over de invloed van 'de moslim' op ons geliefde vaderland (wanneer wordt vaderland eigenlijk moederland en omgekeerd?). Tegen een versimpeling van de werkelijkheid is geen kruit gewassen. Het enige wat ik wel kan doen, is mijn werk. En om me heen kijken.
In opvangcentra willen toiletpotten wel eens los gaan zitten. Niet zo zeer omdat vluchtelingen dat ding slopen, maar omdat het plaatsnemen op de pot soms vies wordt gevonden. En zo'n ding is niet gemaakt om op te staan, dus dat gaat mis. Daarnaast geven veel moslims er de voorkeur aan om hun edele delen na toiletbezoek (en na andere toepassingen) met water te wassen in plaats af te vegen met papier. Dat dit ook in landen voorkomt waar de meerderheid van de bevolking een christelijk geloof aanhangt, verraad de herkomst van het woord 'bidet'.
Voor mijn huidige werk kom ik niet meer in opvangcentra maar doe ik klusjes bij mensen thuis. En laat ik nu net bij een keurig Hollands gezin een bidetkraan moeten monteren. Ze hadden de weldaad ervan op vakantie in den vreemde ervaren en wilden nu niets anders meer. De groothandel, Gamma of Karwei konden me niet helpen maar uiteindelijk, 'Jippijajajippiejippiejee', bood de roze bouwmarkt uitkomst. Ze hadden zelfs drie uitvoeringen. Van basic tot lux. Geberit lijkt in dit spotje ook niet veel moeite met moslims te hebben: 'Water is natuurlijke zuiverheid' (hoewel de pot waarmee u met water wordt gereinigd mij meer doet denken aan een vermomde vibrator).
En voor deze bekering tot het billenwassen kroop nog een andere sluipende cultuurverandering ons op de huid. Want u wilt toch niet beweren dat het massaal kortwieken van de schaamstreek een uiting is van een verlichte uitleg van de bijbel?
U zijt gewaarschuwd waakzaam Nederland!
We worden overspoeld.
Ik voel het in mijn kruis.
Amen.
*Mohsen lijkt in het nieuws-item goed geïntegreerd. Hij droogt zijn gebloemde koffiekopjes na ze uitvoerig met schuim te hebben gesopt, gelijk af en zet ze dan in de kast. Dat vind ik dan weer onrein. Het lijkt op mezelf afdrogen na het inzepen. Maar dat komt natuurlijk omdat mijn inburgering plaatshad in een katholiek land. Of ze hebben het spoelen er bij de redactie uitgeknipt.
Labels:
Aantjes,
beeldvorming,
Christendom,
Islam,
NOS,
oorlog,
schaamstreek,
sociale huur,
tv,
vluchtelingen,
woningbouw
vrijdag 23 januari 2015
Het gebroken gezin in Dakar 3
Vervolg van 2
Na tien minuten in de taxi wordt het nog stadser. Ik vraag de chauffeur of hij weet waar het hotel is. Er komt geen duidelijk antwoord. Ik pak mijn Lonely Planet er bij en geef hem het adres. Hij geeft geen teken van herkenning. Ik probeer hem uit te leggen dat het met 'vue sur mer' is. Paulien: "Mama, waarom laat je hem niet de kaart zien, dan weet hij het toch wel?" Ik: "Volgens mij zou hij daardoor niet beter weten hoe hij moet rijden."
Na tien minuten in de taxi wordt het nog stadser. Ik vraag de chauffeur of hij weet waar het hotel is. Er komt geen duidelijk antwoord. Ik pak mijn Lonely Planet er bij en geef hem het adres. Hij geeft geen teken van herkenning. Ik probeer hem uit te leggen dat het met 'vue sur mer' is. Paulien: "Mama, waarom laat je hem niet de kaart zien, dan weet hij het toch wel?" Ik: "Volgens mij zou hij daardoor niet beter weten hoe hij moet rijden."
We
rijden volgens mij de goede kant op. Dan leg
ik hem uit dat het bij de Corniche
Ouest is. Dat lijkt voor hem enigszins richtingwijzend te zijn. We
rijden door smalle straatjes (die bij ons eenrichtingverkeer zouden
zijn, je kunt elkaar hier met geen mogelijkheid
passeren), de chauffeur spreekt een man op straat aan: 'Hé grand frère!' Richt zich dan tot ons op de achterbank: "Hoe heette dat hotel?" Ik laat hem de gids zien. De Lonely Planet
gaat naar de 'grand frère', die het ook niet weet. Lonely Planet weer naar
de achterbank en verder rijden.
Omdat ik nog steeds redelijk zeker weet dat we ongeveer goed zitten, vind ik het best. Het is ook wel grappig, zo'n nachtelijke sightseeing, met een aardige taxichauffeur, die niet weet waar ie ons naar toe moet brengen, maar die wel heel erg zijn best doet. Zo zie je nog eens wat van nachtelijk Dakar.
Omdat ik nog steeds redelijk zeker weet dat we ongeveer goed zitten, vind ik het best. Het is ook wel grappig, zo'n nachtelijke sightseeing, met een aardige taxichauffeur, die niet weet waar ie ons naar toe moet brengen, maar die wel heel erg zijn best doet. Zo zie je nog eens wat van nachtelijk Dakar.
Het
tafereel met een of andere 'grand frère' herhaalt zich nog een paar keer,
tot er één een duidelijke beschrijving geeft, bij die winkel links, dan
tout droit, dan bij dat punt zo en zo, dan bij dat ding rechts, en dan
nog even tout droit, en huppeldepup bladiebla. Chauffeur lijkt het te
begrijpen en binnen vijf minuten staan we voor ons hotel.
Er
is een klein raamloos huisje waar een security-vent, helemaal
ingepakt met muts en sjaal en winterschoenen, in diepe slaap verzonken
half tegen de muur op een krukje hangt. Hij wordt niet wakker van ons.
Chauffeur gebaart ons in de auto te blijven zitten en vraagt waakman,
die hij eerst omstandig wakker moet maken, of hij met de taxi naar
beneden naar het hotel mag rijden. Kennelijk mag het niet, chauffeur
komt weer terug en helpt ons met het uitladen van de koffers.
Ik
had er van te voren al op gelet dat ik kleine briefjes euro's had,
zodat ik mijn vijftien euro passend kon betalen. Maar voor zijn gezoek
en zijn nachtelijke stadstoer, en omdat hij de jongeman zo veel voor
zijn
bemiddeling moest betalen, en omdat het een aardige man is die zijn
werk gewoon goed doet, ben ik best bereid twintig euro te
betalen. Ik geef hem twee briefjes van tien euro en zeg dat het zo goed
is. Ik verwacht eigenlijk een bedankje, maar hij staat wat schaapachtig
naar de briefjes te kijken. Hij reageert vrijwel niet.
Dan
leg ik hem uit dat de vijftien euro die ik met de jongeman had
afgesproken, ongeveer tienduizend francs is. En dat twintig euro
veertienduizend francs waard is. Dan klaart zijn gezicht op, hij bedankt
me, probeert me nog een toer aan te smeren door te vragen wanneer hij
ons weer op kan halen en welke toer we zouden willen doen, en verdwijnt
dan in de nacht. Wij
pakken onze koffers en lopen naar het hotel.
Halverwege komt iemand van het hotel de trappen op rennen, zijn veters
nog los, om ons te helpen met dragen. Die zat vast ook te slapen bij het
wachten op late gasten.
Aan de receptie moeten we ieder een kaartje met formaliteiten invullen, paspoortnummer, beroep, adres, de hele reutemeteut. Dan met meneer de drager naar de eerste verdieping. Het hotel ziet er net zo gek en exotisch uit als op de foto's. In de lift met rood tapijt staat een gietijzeren zitbankje. Aan de muur op de gang zijn reliëfs van Romeinse en Egyptische taferelen. Op de vloer in de gang liggen mozaïeken in de vorm van zebravellen.
dinsdag 20 januari 2015
Het gebroken gezin naar Dakar* 2
Vervolg van 1
Wij gaan met zijn drieën naar het loket. Heeft u een visum? Nee, hebben we niet. Wilt u dat kopen?
Nou ja, si c'est obligé, dan wel, ja.
Ok, loopt u maar met die mevrouw mee. Er zijn – behalve een paar officiële figuren in uniform – verder geen mensen. (Zijn we de enigen die hier een visum moeten kopen?) Eerst moeten we 157,50 euro betalen (Tsja, ze willen hier natuurlijk wel wat aan die toeristen verdienen). Dan moeten we naar een andere politiemeneer, waar ik op een stoel voor een fotoapparaat moet gaan zitten. Ondertussen staart meneer op zijn beeldscherm. Het apparaat waar ik voor zit, ziet er uit alsof het niet echt (of: echt niet...) werkt.
Inderdaad krijg ik tien minuten later een visum in mijn paspoort geplakt, waar een foto van de foto in mijn paspoort bij staat. Er staat inmiddels een rij van vijftien personen achter ons. Ook de vrouw met het kindje. Ze legt uit dat zij Senegalese is maar het jongetje Frans, dus dat hij een visum nodig heeft. We praten over het belang van de nieuwe taal en de nieuwe nationaliteit voor de kinderen die in dat andere, nieuwe land opgroeien, waar je als ouder heen bent geëmigreerd. Intussen maak ik me zorgen over onze koffers en hoop maar dat ze straks nog ergens op een band rondrijden.
Wij gaan met zijn drieën naar het loket. Heeft u een visum? Nee, hebben we niet. Wilt u dat kopen?
Nou ja, si c'est obligé, dan wel, ja.
Ok, loopt u maar met die mevrouw mee. Er zijn – behalve een paar officiële figuren in uniform – verder geen mensen. (Zijn we de enigen die hier een visum moeten kopen?) Eerst moeten we 157,50 euro betalen (Tsja, ze willen hier natuurlijk wel wat aan die toeristen verdienen). Dan moeten we naar een andere politiemeneer, waar ik op een stoel voor een fotoapparaat moet gaan zitten. Ondertussen staart meneer op zijn beeldscherm. Het apparaat waar ik voor zit, ziet er uit alsof het niet echt (of: echt niet...) werkt.
Inderdaad krijg ik tien minuten later een visum in mijn paspoort geplakt, waar een foto van de foto in mijn paspoort bij staat. Er staat inmiddels een rij van vijftien personen achter ons. Ook de vrouw met het kindje. Ze legt uit dat zij Senegalese is maar het jongetje Frans, dus dat hij een visum nodig heeft. We praten over het belang van de nieuwe taal en de nieuwe nationaliteit voor de kinderen die in dat andere, nieuwe land opgroeien, waar je als ouder heen bent geëmigreerd. Intussen maak ik me zorgen over onze koffers en hoop maar dat ze straks nog ergens op een band rondrijden.
Ik ga zowat van mijn
stokje van de vermoeidheid. Ook de kinderen zitten te gapen. Dan
begint meneer de eerste autoriteit iets tegen me te zeggen, ik versta
het slecht. Waar heeft ie het nou over? Koffie? Ik moet hem koffie
geven? Wil ie koffie met me gaan drinken?
Nu?
Hier?
Ik begrijp er geen hout van. Ik begin maar wat te antwoorden, zeg dat we moe zijn, dat de kinderen willen slapen, dat we naar ons hotel willen. Dan begint me iets te dagen. Ja ja, koffie. Zou dat -een half uur nadat we Senegalees grondgebied hebben betreden- een verzoek om smeergeld zijn? Of zie ik nu beren op de weg? Ik doe alsof mijn neus bloedt en klets maar wat verder over moe en kinderen en lange reis en willen slapen.
Nu?
Hier?
Ik begrijp er geen hout van. Ik begin maar wat te antwoorden, zeg dat we moe zijn, dat de kinderen willen slapen, dat we naar ons hotel willen. Dan begint me iets te dagen. Ja ja, koffie. Zou dat -een half uur nadat we Senegalees grondgebied hebben betreden- een verzoek om smeergeld zijn? Of zie ik nu beren op de weg? Ik doe alsof mijn neus bloedt en klets maar wat verder over moe en kinderen en lange reis en willen slapen.
Na een klein half uurtje zijn we alle drie klaar
en kunnen we naar onze koffers op zoek. Geen idee welke band we moeten hebben, nergens staat iets aangegeven. De meisjes bestuderen de wachtende mensen en
zien dat er meerdere mensen zijn die bij ons in het vliegtuig
zaten, dus het zal wel de goede band zijn.
Als we weer buiten staan is midden in de nacht, warm, vochtig. De sfeer is stads.
Tientallen mensen staan geduldig aan hekken te wachten. Veel mannen,
ook een aantal vrouwen, met prachtige gekleurde gewaden en grote om hun
haar gebonden doeken. Veel mannen met djellaba's en van die kleine
petjes/hoedjes. Zeer Afrikaans, zeer islamitisch.
We
zijn de deur nauwelijks uit of ik word aangesproken door een jongeman
die vraagt of we een taxi nodig hebben. De kinderen zijn al wat verder
gelopen, in de veronderstelling dat we niet met de eerste de beste die
ons aanspreekt, mee gaan. Maar ik vraag toch maar of hij weet waar hotel
Sokhamon is en wat dat ritje zou kosten. Vingt euros. Volgens mijn
info zou het tussen de douze en quinze euros moeten kosten, dus ik stel
quinze voor.
Hij vindt het best, pakt mijn rolkoffer, ik roep de
kinderen en we lopen in flink tempo achter mijn rolkoffer aan de hand
van meneer aan. Hij wordt door het dranghek gelaten, heeft
kennelijk goede connecties. Met vlotte pas loopt hij naar de straat,
waar taxi's staan te wachten. Maar hij loopt verder, de
straat een stuk in, tot hij geroepen wordt. Hij draait zich om, loopt
(nog steeds met onze koffer) nu met flinke pas weer naar het begin van
de rij taxi's, hij smijt mijn koffer in de achterbak van de eerste taxi
en gooit de bak dicht. Ondertussen is er een wat oudere man uit de taxi
gestapt, degene die hem had geroepen, die doet de achterbak weer open,
laadt onze tweede rolkoffer in en laat ons alle drie op de achterbank
plaatsnemen. Chauffeur stapt in en gaat achter het stuur zitten,
jongeman stapt aan de bijrijderskant in. Er ontstaat een niet al te
vriendelijke woordenwisseling tussen de twee mannen voorin, terwijl
meneer de chauffeur langzaam is begonnen te rijden. Ondertussen probeert
de chauffeur met zijn rechterhand uit de catacomben van zijn
dashboardkastje wat geld vandaan te vissen. Een paar duizend francs.
Volgens jongeman is dat niet genoeg, nog duizend franc erbij, nog
duizend franc. Als we een paar honderd meter met een slakkengangetje
gereden zijn en jongeman eindelijk tevreden is met het bedrag, stapt
jongeman uit en rijdt chauffeur mopperend verder.
Ik
probeer in het Frans een gesprek aan te knopen over wat er nou was. Ik begreep al
dat jongeman alleen maar een klantenvanger was, geen taxichauffeur, maar
hoe dat nou zat en hoeveel hij voor welke diensten betaald kreeg, dat
kan ik toch niet doorgronden. Ik
vertel de chauffeur dat jongeman was ingegaan op mijn bod van vijftien
euro. (Niet dat we daar straks nog onenigheid over krijgen.)
In
ieder geval lijkt de chauffeur me een aardige vent. Ik leg de kinderen
uit dat het mopperen van de chauffeur op jongeman mij wel vertrouwen
gaf in de chauffeur. Paulien: "Huh, omdat hij boos werd op die jongen, vind
je hem aardig?" Ik: "Omdat de chauffeur beledigd was dat de jongeman zo
veel geld wilde hebben, denk ik dat de chauffeur in ieder geval niet
iemand is die ons gaat oplichten of die onaardig tegen ons zal zijn."
Het is half drie 's nachts, voor ons dus al half vier. Onze
taxi heeft aan de voorkant zo goed als geen licht, achter iets meer. Je kunt de weg nauwelijks zien vanwege de strepen op de voorruit. Er is behoorlijk veel verkeer
onderweg, veel taxi's. Buitenwijken van Dakar, veel blokkenhuizen,
platte daken, eenvoudig gebouwd, lijkt wel wat op de buitenwijken van Caïro, maar dan minder dicht bij elkaar gebouwd.
Met zijn drieën achterin de auto. Nuna: "Mama, de snelheidsmeter doet het niet." Inderdaad, de wijzer blijft op 10 km/h hangen. Paulien: "Mama, ben jij bang?" Ik: "Nee, ik ben niet bang. Ik vind het wel erg spannend, hoe het er hier uit ziet, hoe de vakantie wordt, waar we belanden, maar ik zou niet weten waar ik bang voor zou moeten zijn.
Paulien: "Goed. Als jij niet bang
bent, dan ben ik ook niet bang."
* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.
Wordt vervolgd
* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.
Wordt vervolgd
zaterdag 17 januari 2015
Het gebroken gezin naar Dakar*
Na een uurtje door Berlijn met bus en metro, zijn we om elf uur 's ochtends op vliegveld Schönefeld. De bagage wordt al voor het inchecken gescand. Wat zouden ze controleren? Je kunt daarna gewoon nog wat in de bagage stoppen. Dat doen we dan ook. De koffers laat ik niet doorchecken tot Dakar, want met vijf uur overstaptijd in Portugal kunnen we zo mooi nog bij ons flesje water, potje boter en zakmes.
In Lissabon lijkt het wel Afrika. Meer dan de helft van de mensen die staan te wachten is zwart. Terwijl we toch een vliegtuig uit Berlijn hadden en niet uit Timboektoe. Waar zouden onze koffers zijn? Recolha bagagem. Bagaazj. Interessante taal, Portugees. Vooral die uitspraak. Mijn oudste dochter Nuna (15) vindt het op Russisch lijken.
Na wat rondzwerven vinden we onze koffers eenzaam op een band ronddraaien. Eerst maar even een verpleegpauze met pleisters en jodium voor Nuna's gewonde vinger. Het is een graad of dertien, stralende zon, maar de straat is nat. Met zijn drietjes duwen we onze kar vol bagage over het spekgladde plein, dat is omringd door palmbomen.
Bij 'My Bistro' bestellen we wat eten. Kan ik hier nou al 'Salaam aleikum' zeggen? O nee, we zitten nog in Portugal. Mijn jongste dochter Paulien (12): "Mama, het vlees van jouw hamburger ziet er lekker uit." Ik: "Ja, ik dacht al dat dat hier goed zou zijn, dit is geen MacDonalds, die hamburger is vast zelf gemaakt."
Ik heb geen idee wat we volgende week te eten krijgen. Nuna: "Waar hadden we ook al weer dat vieze eten uit blik, waar we niet konden lezen wat er op stond? We hadden toen die zure ingelegde kool. En in dat andere blikje zat vis, hoewel er een plaatje van een kip op stond. Volgens mij was dat vogelvoer."
Na ons maaltje gaan we verderop op een bankje zitten. De kinderen spelen met hun mobiel, ik naai het jurkje van mijn jongste dochter. Voordat we ons boeltje weer inpakken nemen we de tweede portie van onze Malarone-kuur, waar we gisteren in Berlijn mee zijn begonnen.
Om zeven uur checken we de bagage weer in en krijgen nieuwe instapkaarten. Bij de douane vraagt de Portugese beambte in het Duits aan de kinderen of ik hun moeder ben. "Ja, meneer." "En jullie vader?" Ze snappen de vraag niet. Paulien antwoordt dat haar ouders uit elkaar zijn. Dan wil hij nog weten waarom ze naar Senegal gaan, is dat voor vakantie? Ja, dat is het. Daarmee neemt hij genoegen. Het is vast bedoeld tegen kinderontvoeringen. Dat we paspoorten van verschillende landen hebben, vinden ze bij sommige douaneposten maar vreemd.
Twee jaar geleden vroeg een Frankfurtse douanier, van hooguit 25 jaar: "Mevrouw, is uw man Duits?" "Nee meneer, ik heb geen man, nooit gehad ook." Hij: "Waarom zijn de kinderen dan Duits?" Ik: "Ze hebben een Duitse vader." Hij -op zijn teentjes getrapt- : "Wollen Sie diskutieren, oder was?"
In zulke gevallen ben ik blij dat de kinderen mijn achternaam hebben. Anders zouden we bij de grens vast vaker problemen krijgen als 'gebroken gezin'.
Het is één uur 's nachts als ik mijn voor het eerst van mijn leven voet op Afrikaanse bodem zet. Het voelt hier warm, vochtig, een beetje benauwd, ondanks een zeebriesje. Ik help een mevrouw met een kindje op de arm met haar loodzware handbagage. Naar binnen, drie verschillende rijen, ik loop maar met haar mee. Ze zegt dat ik naar de andere rij moet maar verwacht kennelijk toch dat ik met haar koffer achter haar aan loop. Ik zet de koffer bij haar neer, kruip met de kinderen onder twee linten door en sta dan hopelijk in de goede rij. Je kunt het aan de kleur van de mensen niet zien. Die zijn in alle rijen zowel zwart als blank.
Voor ons staat een man alleen bij het loket, de douanemevrouw vraagt hem iets in het Frans en kijkt dan vragend naar ons. Hij antwoordt in het Italiaans dat hij alleen is en dat wij niet bij hem horen. Ze vraagt hem nog iets. "No, solo italiano." Zal ik deze meneer te hulp schieten en voor hem vertalen? Dat doe ik in zo'n geval meestal wel. Maar ik heb even geen zin en denk dat we straks zelf ook nog allemaal formaliteiten moeten regelen. Hij moet zelf maar zien hoe hij het redt. (Gaat een beetje een verre reis naar Afrika maken zonder ook maar een woord Engels of Frans te leren. Daar moet je echt Italiaan voor zijn.)
Vervolg

* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.
Vervolg

* Mijn zus woont met haar dochters in Berlijn. Zomers is het daar goed toeven maar de barre winters ontvlucht ze graag. Naar Thailand, Jamaica of de Canarische eilanden. Ze schrijft over wat ze ziet, hoe je koopt of onderhandelt in een taxi. Over hoe haar puberdochters omgaan met hun nieuwe indrukken. Als ik haar verhalen lees, is het alsof ik er bij ben. Daarom deel ik het hier graag. Dit is het ingekorte verslag van de reis die ze in 2014 met haar dochters van twaalf en vijftien naar Senegal maakte.
woensdag 14 januari 2015
Ik heb er ook twee. Eindelijk!
Ze waren er plotseling. Of ik merkte het plotseling. Zou het met de griep te maken hebben? Waar half Nederland door lijkt te zijn geveld? Waardoor ook ik twee dagen hoestend, zwetend, duttend en, niet te vergeten wordfeudend op de bank doorbracht.
Want na te zijn gezwicht voor twitter en ik ook mijn oerdegelijke nokia inruilde voor een smartphone (hoezo 'mini'? Hoe hou je dat ding in godsnaam vast achter het stuur?! Mag dat niet? Dan heb ik niks gezegd. Reuzehandig zo'n tutsjskrien. Vanaf nu nooit meer gevaarlijke verkeerssituaties door mijn toedoen), nu ben ik, in een poging de door mij gemiste trein der vooruitgang alsnog te halen, verslaafd aan scrabbelen op een schermpje. Met mijn vader, mijn nichtjes in Berlijn in het Duits en ik zocht zelfs tegenspelers in het Italiaans.
Maar er was deze week een ander soort vooruitgang. Eentje zonder dubbele woordwaarde. Eentje die je bij leven altijd wint. Na twaalf vol gesnoten rollen toiletpapier stond ik nu te proesten in een enorme luierdoek (dus daarom moesten die steeds meeverhuizen). Eenmaal uitgeniesd wreef ik gedachteloos over mijn voorhoofd. Waar zich opnieuw een zeurende hoofdpijn aandiende.
En daar zaten ze!
Twee echte,
niet erg diepe,
maar hele pure!
Vierenveertig jaar heb ik er dagelijks op geoefend. Door te lachen, te huilen, te schreeuwen, puistjes uit te knijpen, baardharen uit te trekken, tegen de zon in te turen, te fronsen en te verbazen.
Mijn hoogstpersoonlijke plooien van vlees en bloed! Ook wel oneerbiedig als 'rimpels' aangeduid.
Met smart is het nu wachten op de dag dat mijn eerste grijze haren gaan verschijnen. Wellicht zal ik dan eindelijk volwassen wijsheid uitstralen en kan ik het imago van jong blondje voorgoed achter me laten.
Leve de leeftijd!
Want na te zijn gezwicht voor twitter en ik ook mijn oerdegelijke nokia inruilde voor een smartphone (hoezo 'mini'? Hoe hou je dat ding in godsnaam vast achter het stuur?! Mag dat niet? Dan heb ik niks gezegd. Reuzehandig zo'n tutsjskrien. Vanaf nu nooit meer gevaarlijke verkeerssituaties door mijn toedoen), nu ben ik, in een poging de door mij gemiste trein der vooruitgang alsnog te halen, verslaafd aan scrabbelen op een schermpje. Met mijn vader, mijn nichtjes in Berlijn in het Duits en ik zocht zelfs tegenspelers in het Italiaans.
Maar er was deze week een ander soort vooruitgang. Eentje zonder dubbele woordwaarde. Eentje die je bij leven altijd wint. Na twaalf vol gesnoten rollen toiletpapier stond ik nu te proesten in een enorme luierdoek (dus daarom moesten die steeds meeverhuizen). Eenmaal uitgeniesd wreef ik gedachteloos over mijn voorhoofd. Waar zich opnieuw een zeurende hoofdpijn aandiende.
En daar zaten ze!
Twee echte,
niet erg diepe,
maar hele pure!
Vierenveertig jaar heb ik er dagelijks op geoefend. Door te lachen, te huilen, te schreeuwen, puistjes uit te knijpen, baardharen uit te trekken, tegen de zon in te turen, te fronsen en te verbazen.
Mijn hoogstpersoonlijke plooien van vlees en bloed! Ook wel oneerbiedig als 'rimpels' aangeduid.
Met smart is het nu wachten op de dag dat mijn eerste grijze haren gaan verschijnen. Wellicht zal ik dan eindelijk volwassen wijsheid uitstralen en kan ik het imago van jong blondje voorgoed achter me laten.
Leve de leeftijd!
vrijdag 2 januari 2015
Ga je mee sneeuwballen gooien in Syrië?
De inwoners van Roemenië zijn straatkinderen, in de VS eet iedereen fastfood en Nederlanders blowen dagelijks. O ja, ze geven hun tachtigplussers trouwens ook een spuitje als die hen tot last zijn. Baby's trouwens ook, zo meldde de pers in dat hamburgervretende continent aan de andere kant van de plas, toen het UMCG (Universitair Medisch Centrum Groningen) de moed had om een protocol op te stellen over hoe te handelen bij te vroeg geborenen.
In Sierra Leone wonen kindsoldaten, Liberia sterft aan ebola en in Irak lopen vrouwen in tenten. In Iran, Afghanistan en Jordanië trouwens ook. O nee, wacht, Jordanie?, daar hebben we helemaal geen plaatje bij in dat kleine brein van ons. Ja, iets met een koning of zo. Toch?
Tevergeefs zocht ik op internet naar een foto van die fietstocht in Syrië om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ik vond alleen een linkje naar een Flickr fotosite met plaatjes van een mooie (en rokende) vrouw, een kerk, 'Damascus by night' en, last but not least, een pak sneeuw in de straten waar mijn kinders een moord voor zouden doen. Maar dat is vast een oneerbiedige woordkeus.
De plaatjes zijn beschermd. Maar hier is de link naar een witte Syrische kerst. Of nee, dat klopt niet. De foto's zijn recenter, pas drie dagen oud. En pas tien keer bekeken. Da's vast een stuk minder dan al die onthoofdingen die we zeggen niet te willen zien. Of het echt is? Ik zou het niet weten. Maar dat weten we van de onheilstijdingen die ons om de oren vliegen vaak ook niet.
Roemenië schijnt trouwens een prachtig vakantieland te zijn.
Maar misschien willen wij blowende kindermoordenaars dat helemaal niet weten.
In Sierra Leone wonen kindsoldaten, Liberia sterft aan ebola en in Irak lopen vrouwen in tenten. In Iran, Afghanistan en Jordanië trouwens ook. O nee, wacht, Jordanie?, daar hebben we helemaal geen plaatje bij in dat kleine brein van ons. Ja, iets met een koning of zo. Toch?
Tevergeefs zocht ik op internet naar een foto van die fietstocht in Syrië om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ik vond alleen een linkje naar een Flickr fotosite met plaatjes van een mooie (en rokende) vrouw, een kerk, 'Damascus by night' en, last but not least, een pak sneeuw in de straten waar mijn kinders een moord voor zouden doen. Maar dat is vast een oneerbiedige woordkeus.
De plaatjes zijn beschermd. Maar hier is de link naar een witte Syrische kerst. Of nee, dat klopt niet. De foto's zijn recenter, pas drie dagen oud. En pas tien keer bekeken. Da's vast een stuk minder dan al die onthoofdingen die we zeggen niet te willen zien. Of het echt is? Ik zou het niet weten. Maar dat weten we van de onheilstijdingen die ons om de oren vliegen vaak ook niet.
Roemenië schijnt trouwens een prachtig vakantieland te zijn.
Maar misschien willen wij blowende kindermoordenaars dat helemaal niet weten.
woensdag 31 december 2014
Gezien en verdwenen in 2014
Ook het vierhonderd jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels gevierd.
Zij gaan zelf zo te zien voor infinity.
Maar feesten doe je anno 2014 niet alleen maar in het centrum, ook een sportveld op Zernike leent zich goed om hossend en hijsend een nacht door te halen.
de day after vonden mijn twee jongsten de voetbalwedstrijd van hun grote broer ernaast maar saai. Bierbekertjes rapen is dan een welkome zondagmiddagbesteding.
Mijn eigen kater verdween dit jaar zonder nader bericht. Ja, eerst wel. Toen werd ik elke maand gebeld dat er 'zo'n prachtige poes' in een of andere uithoek van de stad rondzwierf en met de vinder mee naar binnen liep. Maar toen mister James zijn hangertje verloor, belde er niemand meer. James koos zijn eigen huis.
Op mijn eigen fijne plek, waar ik twaalf jaar woonde, geniet nu een ander gezin van het uitzicht over Groningen. Ik heb nu geen 'room with a view' meer, maar huur een huis met tuin. Met muizen.
En met zo'n veldmuisje kan de zus van James, die wel bij mij bleef wonen, eindeloos spelen. Waarna ze hem, onder luid gekraak, oppeuzelt.
Gelukkig lust ze geen kamelen. Ik daarentegen wel weer.
Maar ik hou toch meer van zoetere zaken.
Machtig. Buiten. Espresso. Rome.
Alwaar sommige uitzichten die in Groningen dan weer overtreffen. (de RE- en de -A zijn hier van de foto gevallen)
Het verbaast me altijd hoeveel wegen er naar Rome leiden en hoe moeilijk het is om er weer weg te komen. Treinen vertrekken vanaf perrons die drie kilometer van de hal liggen. Autoverhuurbedrijven willen werkgeversverklaringen of achthonderd euro borg aan contanten (ja, inderdaad een creditkaart mag ook. Maar die heb ik niet). Daar komt nog bij dat organiseren niet mijn kernkwaliteit is dus missen we de bus, en die andere en....
Wat dan wel weer fijn is, is dat ik een ster ben in toevalligheden. Zodat we tijdens een zeer onlogische route voor een rondleiding over het erf, het gemiauw van kat Lucrezia hoorden. Ze was al twee weken spoorloos. Maar de Italiaanse moederkat is tenminste weer uit de put.
Nog even over die 'Paultje met het paarse krijtje', het mooiste kinderboek dat er bestaat, die stond deze zomer zomaar in mijn tuin. Hij paste er niet meer helemaal op, maar in het echte leven past soms ook niet alles. Hij tekent zijn eigen wereld, die wij onszelf dromen, maanlicht dat we najagen, verlangen, vragen, angsten waarin we verdrinken, omdat ons krijtje gaat trillen van angst en zo golfjes maakt.
Maar met datzelfde krijtje kun je ook pasteitjes tekenen. Of een mager rendier om de restjes daarvan te komen opeten. Of een schele agent die de weg wijst (de weg die je toch al wilde inslaan).
En uiteindelijk kun je zelfs je eigen bedje tekenen. En dan gelukkig in slaap vallen.
Teken je eigen leven. En als je geen paars krijtje hebt, dan kun je zelf goed om je heen kijken. Zien wat je wilt zien.
Of vraag het anders aan een kind. Dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Deze Paul zoekt ook haar bedje op.
En wordt pas volgend jaar weer wakker.
Slaap lekker lieve lezers.
| torno subito = ik ben er zo weer :-) |
Geweldig 2013
Die zomer trok ik de plantjes met wortel en al uit de grond. Het viel me minder zwaar doordat ik dit samen met L. deed. Onder vier ogen, in de bloedhete uiterwaarden van de Tiber, die geen oren heeft. Tranen vermengden zich met het zweet op zijn bezwete blote bovenlijf. "We zouden goed draaiend houden boerderij, met wij drie", zei hij, "Jij, ik en zij". De boerin, voor wie hij op eieren liep. Maar dat is precies wat ze niet wilde.
De steen leek te lachen en huilen tegelijk, zonder te kunnen zien.
In november was er in Nederland een ander soort geweld. Bomen die ouder waren dan ik, braken als luciferhoutjes, vielen op daken en huizen. Versnipperaars draaiden overuren. De restanten werden per schip vervoerd. Maar dat kon ik niet zien.
Weten jullie het nog? In het pre-Isis, pre-Gaza-plat, pre-MH17 tijdperk? Irani's waren het niet eens met de herverkiezing van Ahmadjinedad en protesteerden daar openlijk tegen. Iets wat sinds 1979 niet was gebeurd. Er gloorde hoop.
Horen we nooit meer wat van. Het plaatje van het gebouw waar ze toen op klommen, pronkt nu op zakken rijst uit India.
Dichter bij huis, pal voor mijn deur zelfs, stond me eind 2013 het huilen nader dan het lachen.
Sinterklaas kwam zich mijn Tomtom toe-eigenen en de Kerstman deed er nog een schepje bovenop door het gereedschap mee te nemen. Niet dat Sant Claus graag klust of zo, want hij bood het -z.g.a.n.- na de jaarwisseling voor een prikkie aan op marktplaats.
Genoeg getreurd.
Blijven hangen in oud zeer is niet mijn stijl.
En ik loop ook nog eens een jaar achter.
Dus hop hop hop, Paultje.
Richt je blik op wat nog komt,
kleur de wereld vrolijk paars,
En teken je eigen dromen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





