vrijdag 23 september 2011

Ancora Sicilia...en een beetje Fries

Genoeg kan ik er niet van krijgen.
Van dat weekje Sicilië.
Maar welke foto's te selecteren voor hier?
Moeilijk.....moeilijk.
Weet je wat, ik doe een close-up en een vergezicht.
Van hetzelfde.
Of bijna.
En die zet ik dan naast elkaar.
Dan zijn het er nog veel te veel.
Maar een mens moet zich proberen te focussen niet waar?
Jammer dat er van dat 'naast elkaar' weinig terecht is gekomen.
Dan maar onder elkaar.
Net als de tekst.
En nu denk aan een Friese tegeltjeswijsheid: 
As it net kin sa't moat, dan moat it mar sa't it kin!
Ecco Sicilia!



Parco dello Zingaro










Castellamare


Selinunte


Trapani




bij Marsala





Erice





Cornino


Scopello en Palermo

donderdag 22 september 2011

Een witte jurk met tanden

Een tijdje geleden trachtte ik manmoedig een aantal gegevens digitaal door te geven aan de belastingdienst. Toen dit niet lukte en de desbetreffende dienst mij ook telefonisch niet van dienst kon zijn. (waarom heet het eigenlijk dienst?), fietste ik erheen. En wat bleek. Het lag niet aan mijn onervarenheid met computers. Het was gewoon stom toeval. Iets met cijfertjes en kansen en zo. Het gevraagde nummer dat de site niet wilde accepteren bleek bij hoge, hoge uitzondering overeen te komen met het sofi-nummer, of burgerservicenummer (ook zoiets: service..... ván of vóór of áán wie eigenlijk?) van een ander persoon. Nu ben ik niet zo'n ster in cijfertjes, maar als mijn pincode in combinatie met mijn rekening uniek is, dan zal de kans dat tien willekeurige cijfers (sofi) dat ook zijn, toch vrij groot zijn. Maar hier was iets dus niet uniek. En daar houden computers niet van.

Ik fietste onder de ringweg door, kronkelde door het Sterrenbos en achter de van Mesdagkliniek langs. Daar wist niemand mij de weg te wijzen. Dat was geen wonder, want het was op de Kempensberg toen één grote bouwput. Een ieder die ik de weg vroeg, tuurde weifelend in de rondte: 'Het moet hier wel ergens in de buurt zijn hoor.'

Vlak voor vijven kwam ik waar ik zijn moest. In een verder leeg kantoor werd ik geholpen door een vriendelijke, ietwat wereldvreemde man. Alles werd helder en ter plekke geregeld.



Het is nu ruim een half jaar later. De belastingdienst heeft een nieuw jasje gekregen. Zeg maar gerust 'jas'. Of, nog beter, ze hebben een soort jurk gebouwd. Een enorme witte jurk met rondingen. Wie tegenwoordig uit Oostelijke richting Groningen binnenrijdt, ziet niet meer als eerste de Martinitoren. Het zijn de belastingdienst en de Abel Tasmantoren die de skyline bepalen. De één hoekig, de ander vol glooiingen.






Dat ronde valt des te meer op omdat er van die blokkentorens naast staan. Maar die worden langzaam onttakeld. Het is een indrukwekkend gezicht. Soms lijkt het net alsof de jurk de blokkentoren wil opeten. Met een rij verticale witte tanden. Ze hadden het gebouw ook goud kunnen schilderen en bloemetjes op de hoeken kunnen maken.

Hiernaast zie je het schaalmodel. Als aansteker.



woensdag 21 september 2011

Brie, bors.ten en een stijve nek


Het verplegend personeel vraagt of ik in het vervolg op de BEL wil drukken. Of harder wil roepen. 'Want', zo vervolgt de woordvoerster 'We hebben het ook wel eens over àndere patiënten.' Ze krijgen een stijve nek van me, als ze zich steeds maar moeten omdraaien. Ik beloof beterschap. Ik zal ze voortaan, van drie meter afstand, oppiepen. Zodat zij rustig kunnen doorgaan met het naar binnen werken van hun avondprakkie, het doornemen van de laatste soap of het bieden op vakantieveilingen via internet. 'Patiënt' is een ruim begrip.

 
Het rare is dat er ook gewoon twee lége stoelen in hun roddelhok staan, met vrij zicht op de balie en wie zich daar meldt. Maar daar vandaan kunnen ze het tv-scherm natuurlijk niet zien. Ik zal rekening houden met hun stijve nek. Er belt een vriend op die in de buurt woont. Of Keesje en ik zin hebben in een bord macaroni? Maar Kees hangt vol met draadjes en plakkers en kan niet weg. Hij krijgt een heerlijke ziekenhuishap. Als hij indommelt, ga ik toch zelf nog even weg voor een bord pasta (in plaats van me scheel te betalen in de bedrijfskantine). Ik piep het braaf door naar de verpleging. Ze zullen op Kees letten, het maakt hen niet uit hoe lang ('Hè hè', zullen ze denken, 'Eindelijk is dat mens 's weg').


Als ik na ruim een uur terugkom, slaapt Kees nog steeds. Maar hij heeft zich omgedraaid en de sensor voor zijn neus ligt nu ònder hem. Los en verbogen. De stijve-nek-zuster is verbaasd want: 'Ze is zojuist nog wezen kijken'. Morgen zal de arts wel zien hoe lang 'zojuist' geleden was, als het kaartje met gegevens wordt uitgelezen en er 'zojuist' één lijntje mist. Het is niet anders. En het is geen ramp.

Het uittesten van de computer vond Kees trouwens vet cool, toen bleek dat hij met het bewegen van zijn ogen of door te snorken met zijn neus, de lijnen die op het scherm verschenen kon 'besturen'. Scheel kijken was helemaal lachen. Een soort REM (rapid eye movement) race-spelletje. Met hemzelf in de hoofdrol.

Als we een dag later voor de zoveelste keer met de trap en de lift naar de zenuwenafdeling gaan (en voor de afwisseling steeds weer een andere trap en lift uitproberen) wordt Kees aangesproken met 'Robocop'. Even later hoort hij 'Je lijkt wel een kerstboom'. Goh, jongens, hoe lollig! Ik snap het wel hoor, die lift is normaliter natuurlijk saai en stil en zo'n kind is een mooie aanleiding om een praatje te maken. Maar toen er een man met een klompvoet binnenkwam, zei er niemand: 'Tjee, net een hockeystick zeg, dat pootje van u.'

Terwijl mijn robocopje opnieuw wordt gescand, lees ik in de wachtkamer over bedrogen weduwes (knap hè) in 'Anoniem' , 'Waarom sex met jezelf zo goed is' in 'Quote' en in 'Vrouw' kan ik er achter komen 'Of naturisme iets voor mij is'. Met een special 'Shoppen in stijl' bereidt de 'Tina' dametjes in spé voor op hun aanstaande koopverslaving. De puzzel op de speeltafel oogt twee keer zo oud als de arts. Maar dat zegt weinig over de kwaliteit van puzzel of arts.

Ik krijg trek en ga nu toch maar naar de ziekenhuiskantine. Er ligt nog één lekker broodje brie in de vitrine. Met rucola. Voor me staan drie witte jassen in de rij. Ik schat dat hun schoeisel een factor vijf duurder is dan dat van de gemiddelde patiënt. De vrouw van het trio laat haar blik over de koeling gaan en zegt, met een stem als die van Beatrix, 'De keuze is reuze' (Lees een 'g' waar de 'r' staat). Na te hebben afgerekend, tuurt ze langdurig op haar bon, waar één euro te veel schijnt te zijn aangeslagen. Het verweer van de verkoopster; 'Maar de kassa gaf het aan', maakt geen indruk. Ze krijgt haar geld -zonder excuses- terug. Eén arts kiest vóór mij het laatste broodje brie.

Een collega spreekt hen aan. Ze heeft kaarten voor de 'duizend-borsten-beurs'. (Heb ik dat goed verstaan? Ik wil ècht niet meeluisteren, wil alleen maar wat eten). De brieman zegt niet naar de borsten te zullen gaan: 'Ik heb niet voor niks radiologie gestudeerd' (waar is het verband?). De collega geeft niet op: 'Waarmee kan ik u overtuigen?'. Maar hij is onvermurwbaar: 'Er zal niemand van onze afdeling komen'. Ik kies een bolletje met kaas. Zodra het drietal buiten beeld is, hoor ik dat de man wordt uitgemaakt voor 'ouwe zeur'. Laat het broodje hem goed smaken.

Na het onderzoek lopen Kees en ik voor de zoveelste keer langs de stijve-nek-verpleegsters (niet kijken, niet luisteren, Lehti!). 'De andere patiënten', waarover ik niks mag horen, blijken dit keer 'groene of blauwe accessoires' (kleur van hun kussens op de bank? welk behang past het best bij hun man?). Als we in Kees' kamer zijn, piep ik hen op bij de balie. Vanuit het roddelhok klinkt een verveeld: 'Kamer acht heeft ook gedrukt.'
De arts-assistent bestudeert mijn papieren. Van andere afdelingen weet ze niks. Waar die zich in het ziekenhuis bevinden ook niet. En of andere afspraken voor Kees op dezelfde dag zouden plaatsvinden, daar gaat ze niet over. Wie daar wel over gaat, wordt me niet helder. Hij zal later deze week moeten komen. Of ìk daar bij moet of mag zijn weet ze niet. 'En u kùnt natuurlijk nu al een toestemmingsbrief voor een second opinion tekenen, maar', voegt ze er eerlijkheidshalve aan toe, 'de ervaring leert dat zo'n brief tegen de tijd dat ie nodig is (over een week) vaak al zoek is.'

'Een lastig iets hè, de logistiek in zo'n ziekenhuis', zeg ik begrijpend. 'Nou en of', beaamt de arts-assistent. Ze richt zuchtend haar blik ten hemel.

Als we tegen vier uur weg mogen, zeg ik tegen Kees dat hij nog even dag moet zeggen. Ze zitten met de rug naar hem toe. Als ik hard 'TOT ZIENS' roep, keren ze zich om.

Even later fietst Kees vrolijk over het zonovergoten dak van de parkeergarage. Morgen mogen we weer piepen.

donderdag 15 september 2011

Madrugada of lunático

Ik weet niet waarom, want ik ben een avondbeestje. Maar of ik nu om drie uur 's nachts in bed rol na een avondje stappen, of er juist verstandig vóór elven in lig, ik word de laatste tijd elke ochtend om zeven uur wakker. Misschien komt het omdat ik, sinds een jaar, een slaapkamer heb op het oosten. De gordijnen laat ik meestal open, zodat ik, als ik 's morgens mijn ogen open, een flauw oranje schijnsel op de muur zie. Maar misschien zijn het juist die eerste zonnestralen die me wakker maken.

Als Leo en Kees 's nachts bij me in bed kruipen, worden ook zij wakker van de ochtendgloren. Die elke dag anders is. Ze maken er foto's van.

Italianen hebben er poëtischer woorden voor. Het licht noemen ze 'aurora', zonsopkomst heet er 'alba'. Maar het Spaanse 'madrugada' vind ik nog het mooist. Ik geloof dat dat zelfs 'vroegopstaner' betekent. Wat ik misschien nu ben geworden.

Soms wordt ik door een ander schijnsel gewekt. Dat minstens zo mooi is. Vooral als de herfststorm er wolken langsjaagt, zodat de maan gaat knipperen. Heerlijk. Misschien ben ik toch een beetje maanziek.

zaterdag 10 september 2011

Een eiland van vis, olijfbomen en augurk

Kiezen mochten we. Van wat zojuist uit de zee was gehaald. We waren de enige klanten. Met drie obers. Waarvan één zonder tanden. Met het zand nog tussen onze tenen aten we vis waarvan ik de naam ergens opschreef maar niet meer weet waar (ja, in dat boekje dat daar op tafel ligt).

De tafel werd afgeruimd en de obers bleven, met de borden nog in hun handen, in de deuropening van de strandtent staan. Er ontspon zich een discussie over de in hun ogen te weinig afgekloven vis. Althans, dat leek zo, afgaande op de weinig goedkeurende blikken die ze op onze borden wierpen. Kennelijk hadden we de koppen ook nog moeten uitzuigen.

Maar het was lekker en we lachten en nipten van onze laatste echte koffie en ik at muizenhapjes van mijn eerste echte mierzoete Cassata Siciliana (ricotta met marsepein) en we keken naar de ondergaande zon en af en toe vloog er een F-16 over, op weg naar Libië.

De dag er na zouden we om vier uur opstaan en de tent afbreken. Op de camping waar we ook praktisch de enige gasten waren. De beheerders van zowel het restaurant als de camping vroegen ons om in Holland reclame voor ze te maken. Bij deze. In Torre di Nebbia kun je lekker eten (en in een huisje aan zee slapen als je wilt) en op camping Ciauli (lijsters?) bij Scopello, kun je heerlijk slapen onder de olijfbomen.

Beide plekken hebben nieuwe beheerders. Met lef. Want de werkloosheid is groot en het toerisme neemt af. Ook dreigen door wanbeheer (en opnieuw onduidelijke invloeden), de passagiersvluchten op Trapani te verdwijnen. Zodat de meest logische aanvliegroute verdwijnt. Maar Nederlanders houden er toch juist van om zich de enige buitenlander te wanen? Dus grijp je kans, boek een lastminute en gun deze mensen wat brood op de plank en geef jezelf en je vriendin (of man, kind, oma....) zo'n supervakantie kado.

Bij thuiskomst wachtte er een nieuw maal. Gemaakt door Leo en Kees. Ook lekker en ontroerend. Volgende keer neem ik ze mee. Maar dan moet ik eerst maar 's aan het werk, anders gaat dat niet lukken.

zaterdag 3 september 2011

De burgemeester

Of, liever gezegd, 'Il Sindaco'. Ik liet hem liggen bij de koffiekiosk op perron 5b in Utrecht. Nadat de beste man vele overstaps, in- en uitchecks, een reis van 10 kilometer hoog en 2500 kilometer lang had overleefd. Nou ja, 'overleefd'. Hij was al dood. Deze sindaco. Vermoord zelfs. Begin augustus. Drie weken geleden. Door één van zijn medewerkers, naar men zegt. Met een mes. Maar wij kregen hem op A2 formaat kado. Van zijn voormalige vriend dan wel kok, elektricien, loodgieter. Een beetje van alles wat, was deze man, die ons aansprak op het terras van Nuova Gibellina. In het binnenland van Sicilië. We zouden er 'even' langs gaan en dan 's middags in zee gaan zwemmen. We zaten op een terras van beton, van een café van beton naast een betonnen theater dat al vijfentwintig jaar onafgebouwd staat te zijn. Er stonden hekken van golfplaat omheen, waarop ook posters van de sindaco prijkten. Maar dat merkte ik later pas. Toen ik de foto hier op dit blog plaatste. In de genadeloze augustuszon stonden tientallen moderne kunstwerken te schitteren. Aan verlate pleinen en langs te brede straten. Allemaal idee van dezelfde sindaco. De vriend mist hem.

De vriend trakteert ons op verhalen over de burgemeester. Die was liefhebber van theater, muziek, moderne kunst en poëzie, maar ook politicus en, zo lees ik later, in 1965 verdedigde hij Franca Viola, de eerste vrouw die zich durfde te verzetten tegen het zogenaamde huwelijk 'riparatore'. Oftewel, het 'aanbod' van een verkrachter de 'eer' van het meisje te redden door haar te trouwen. De vader van Franca was een boer die slachtoffer was van een aardbeving, een maffioso ontvoerde en verkrachtte haar. Viola weigerde het voorgestelde huwelijk. Voor het eerst in de Siciliaanse geschiedenis. Let wel, we hebben het hier over 1965.

De vriend biedt aan om ons het oude Gibellina te tonen, twintig kilometer verderop. Het stadje dat, samen met dertien andere dorpen in de Belice vallei, bijna een halve eeuw geleden in elkaar stortte door de aardbeving. In de nacht van 14 januari 1968. Veel doden vielen er ook ná deze beruchte nacht. Omdat bewoners hun kostbaarheden wilden redden en zo, wat op instorten stond, bovenop zich kregen. Wat er nog overeind stond is toen uit veiligheidsoverwegingen, opgeblazen met dynamiet. Maar, zo zegt onze gids, de sindaco heeft het dorp op de wereldkaart gezet. Gered van de vergetelheid. Er iets moois voor teruggegeven. Groot is dan ook zijn verbazing als ik geen blijk van herkenning geef als hij de kunstenaars van over de hele wereld opsomt die hier in de jaren tachtig voorbij trokken en hun sporen nalieten in deze nieuwe stad. De sindaco richtte een stichting op en opende een museum dat nu de grootste collectie moderne kunst van Sicilië heeft. Maar wat de burgervader met de óude stad heeft laten doen, dat is, al was lang niet iedereen het hiermee eens, toch wel heel bijzonder.

De sindaco stond boven de partijen, heeft het volk verheven. En hij, zijn vriend die alles van nabij meemaakte, heeft veel kunstenaars en hun kunstwerken in huis gehaald. Helaas heeft hij een dikke, lelijke vrouw met een snor die geen gasten in huis duldt. Ze heeft onlangs zelfs twee kostbare kunstwerken van hem weggegooid. Onbegrijpelijk en onvergeeflijk. Hij vindt het zo erg, dat hij heeft besloten om elders te gaan wonen in een kamer met alleen maar kunst om zich heen. Ik, nooit te beroerd de relativiteit van het leven aan te stippen, probeer voorzichtig tegen te werpen dat 'l'arte' niet terugpraat. Maar het blijkt koren op de molen van onze vriend (die intussen, hilarisch genoeg, stiekem een strip met blauwe ruitvormige pilletjes tevoorschijn tovert uit zijn pakje sigaretten, met een ondeugende -zeg maar gerust geile- twinkel in zijn ogen en een lach van oor tot oor. Hij beweert het hele dorp van dit libidoverhogende goedje te voorzien). 'O nee?', zegt hij, 'kan kunst niet praten?', dan moet ik straks maar eens goed opletten en hem naderhand laten weten of kunst al dan niet kan praten. Zo begint onze rondleiding. In de geest van de sindaco.

De weg is verzakt. Er staat dat je er niet in mag. De mannen achterin ons autootje zeggen dat we door kunnen rijden. (waar gids nummer twee opeens vandaan kwam, is mij, en mijn reisgenote, ontgaan). Op een heuvel getuigen betonnen terrassen van de barakken die hier eens stonden. Waar de overlevenden van de aardbeving tot 1985 in woonden. Vreemd genoeg blijkt dat ik er al eens was. Hier in de buurt. Toen ik twee jaar was. Ik weet daar niks meer van. De barraccopoli waren toen nog bewoond en veel dorpen in de Belice vallei, stonden toen nog half overeind. De twee foto' s zijn uit 1972 en 2011. Friuli, Napels, Palermo, en, kort geleden nog, Aquila trof hetzelfde lot. De stad wordt ontoegankelijk, mensen wonen in barakken. Honderd jaar geleden stortte Messina in. Dertig jaar deed men er over om huizen van steen te bouwen, toen kwam er oorlog en ging de boel weer kapot. Nu schijnen er nog steeds duizenden mensen in huizen met golfplaten daken te wonen.

Voortdurend verbeteren de mannen elkaar of ze geven elkaar er op vriendelijke wijze van langs: 'Die vreselijke vrouw van jou heeft je toch maar mooi twee dochters geschonken' of 'Hoe weet je zo zeker dat die kunstenaar de aanslagen op de twintowers heeft zien aankomen?' en 'Het is niet 'vogliamo' maar 'volemo', op z'n Siciliaans, beste vriend'. Mannenhumor. Herenleed. We horen verhalen over een ram en een bok ('becco', wat ook grafdelver betekent) die een stel vormen. Ook de sindaco was homosexueel, of was het zijn killer?, dat detail ontgaat me. Ik vertaal vrolijk verder. De vrienden verschillen van mening over het nut van de verschroeide aarde. Op heel Sicilië worden, na de oogst, de stoppelvelden in brand gestoken. Gids één is erg stellig: het is een overblijfsel van tempi antichi, vroeger tijden, van de Arabi, die hier ook ooit heersten. 'Maar', zegt hij, 'door het verschroeien van de aarde, verbrandt ook al het goede. Gids twee heeft het over het voeden van de grond met as. Ze komen er niet uit.

Veel kans om met eigen oren te ondervinden of kunstwerken kunnen praten krijg ik niet. Want onze entertainers (Of zijn wij de hunne? 'Zonder jullie bezoek was dit een lege dag als alle andere geweest', zeggen ze later beide ten afscheid) voeren in oud Gibellina een heus drama op. De burgervader had iets met figuratieve kunst, maar ook zijn liefde voor theater was groot. Brood en spelen. Het voormalig postkantoor fungeerde als kleedkamer. De plaatselijke bevolking vervulde de rollen in de stukken die hier ten tonele werden gevoerd naast de in beton gegoten stad waar het echte drama plaatshad. Dit jaar, in juli, werd de zogenaamde Orestiadi voor de dertigste keer gehouden. De sindaco wilde de mediterrane wereld met elkaar verbinden, kwam op voor immigranten, en dit alles door middel van het beleven en maken van kunst in alle mogelijke vormen. Mijn nicht en ik krijgen vandaag een heuse privévoorstelling in de open lucht. Een stok van wilde venkel fungeert als attribuut. 'Pane en lavoro!!', 'brood en werk', weerkaatst het tegen 'Il Cretto' (De Barst) , zoals het kunstdorp in de volksmond heet. Muren kunnen praten. Onze gidsen leven zich in. Maaiende armgebaren, het volume stijgt. Ik zet ze op film (die ik hier maar niet laat zien) en applaudisseer. Wat een spettacolo!

Boze tongen beweren dat het dankzij de maffia en de belangen van de cementproducenten is geweest dat de sindaco het plan voor het 'Cretto di Burro' rond heeft gekregen. En, zo blijkt als ik later ga googlen, het kunstwerk is nog lang niet àf. Maar de burgemeester had geen geld meer en de bevolking was het zat, dat er niet in de dagelijkse levensbehoeften werd voorzien en er voor kunst wèl geld genoeg was. Dus trad hij af. Een tijdje terug al. Maar zijn museum is er nog en zijn stichting ook. En nu is hij vermoord. Sinds kort. Zijn dochter toont compassie voor degene die dit deed, een rustige jongen die liefdevol voor haar vader kookte en hem overal heen vergezelde. Op het lichaam van de burgemeester zouden sporen van een klap met een statuetta, een beeldje, zijn gevonden. Wat een drama.

Om de sfeer te proeven van hoe Gibellina ooit geweest moet zijn, worden we meegenomen naar Poggio Reale. Een stadje waarvan de straten sinds kort weer begaanbaar zijn. Waar de tijd vanaf 1968 heeft stilgestaan. We zien pannen, schoenen, marmeren balkons, zwerfkatten, hagedissen en veel puin. Vijgenbomen en kappertjes tieren er welig. Luikjes klapperen in de wind. De wind die waait door de school, de bibliotheek en het theater. Over de wasplaats en het postkantoor. Door tochtige werkplaatsen van smid en slager. Ze getuigen nog altijd van het drama dat hier plaatshad in 1968. De sfeer is hier vreemd. Het avondlicht adembenemend. We krijgen associaties met beelden uit Gazastad, of Oost-Berlijn, nadat mensen er hals over kop wegvluchtten. Ramptoerisme? Wellicht. Toch zou ik dit niet hebben willen missen. Denk de stilte bij de foto's. En de voorgedragen gedichten. Over Rome (lees: 'de hoge heren in Den Haag'), waar ze het leed dat hier geschiedt niet horen.

De sindaco van het nabij gelegen Salemi doet een oproep aan het volk om zich te verzetten. 'Welke maffia dan?' staat er in koeieletters, naast het beeld van een heilige. Vreemd geformuleerd, want hoe kun je je nu verzetten tegen iets dat er niet is? Maar misschien is dat nu juist het punt. Niemand weet iets. Niemand ziet iets. Maar ondertussen....



Poggioreale staat er naar omstandigheden nog aardig bij. Zeker als je bedenkt dat het al veertig jaar verlaten is en er veel kostbaars is weggeroofd. Eén van onze gidsen vertelt zonder enige gene dat hij er een scooter heeft gescoord. Ook heeft hij thuis een twintigtal sleutels van deuren, werkplaatsen, garages. Poggioreale had na de aardbeving nog prima opgebouwd en gerestaureerd kunnen worden. Zoals met Santa Ninfa is gedaan. Maar het is, waarschijnlijk door speculaties en invloeden die niemand wil benoemen, verder ingestort. Het deed wel eens dienst als filmdecor. Voor onder meer de maffiaserie 'la Piovra'. Hoe wrang. Poggio Reale is elders opnieuw opgebouwd. Nu is het geen poggio (heuvel) meer, meer een dal. Het oude dorp blijft een gapende open wond. De kerk is pas enkele weken geleden met donderend geraas ingestort, de brokstukken liggen in rijtjes langs de lege straten.

Santa Ninfa is wéér anders. Het stadje is hersteld op de plek waar het al stond. Er lopen mensen, er zijn winkels, een kerk, een plein, een festival. Hier zou de eerste Italiaanse vlag zijn vervaardigd. De driekleur die Garibaldi met zijn mars met de 'mille' in 1860 in Salemi plantte. En het daarmee, voor één dag, eerste Italiaanse hoofdstad maakte. We crossen rond in ons vijfhonderdje, met twee heren op de achterbank gepropt: "Qui a destra, qui a sinistra, guardate li, guarda la" (rechts, links, kijk hier, kijk daar), roepen ze over onze schouders. Als we bij de plaatselijke benzinaio gaan tanken, trekken we de aandacht. Niks gebeurt hier ongezien.

We strijken neer op een terrasje. Gids nummer twee belt zijn vrouw. Om onze komst aan te kondigen. Er worden nog wat vrienden gebeld om het feest te completeren. De man van de snorvrouw zucht, hoe spijtig is het dat híj ons niet thuis kan uitnodigen. Dan zou hij ons zijn befaamde schapensaus kunnen laten proeven. Maar zijn droefenis duurt kort. Hij haast zich om zijn vriend te waarschuwen: "Je begaat een grote fout, als je ook Gaetano uitnodigt. Want híj was degene die de burgemeester vond, de politie belde en zijn kluis leeg aantrof. Nee, man, je moet niet de schijn wekken, het is echt beter dat je hem niet uitnodigt." Zijn vriend zwijgt, kijkt bedenkelijk. Naar mij nu. Dan verandert zijn toon. Of ik misschien van de politie ben?, met een onderzoek bezig ben? want waarom knikte ik anders toen hij begon over de snijwonden van de sindaco, hoe kon ik daar iets van weten? (allemachtig, de 'couleur locale' wordt me nu toch wat veel, ik voel de verschroeide stoppels dwars door mijn slippers heen branden). Pas als ik hem mijn rijbewijs laat zien, lijkt hij gesust. We houden het er op dat hij mijn leeftijd wilde weten, zonder het te vragen. Jazeker, de moordenaar is gepakt. Maar het laatste woord is er nog niet over gezegd. We kunnen nu moeilijk terug. Er ligt een uitnodiging voor de 'cena'. Zonder Gaetano. Kunst kan praten en vrouwen zwijgen.

Na nog wat verplichte bezoekjes (we zijn inmiddels een soort trofee) en een handkus van onze eerste gids, komen we aan bij het huis van gids twee. Op de buitenplaats zitten vier Gibellijnse vrouwen. Zijn vrouw, twee dochters en een zwijgende schoonmoeder. Hun blikken staan vijandelijk. Ze lijken door ons heen te kijken. Weggaan is geen optie. Onze gastheer labelt het als jaloezie. Maar enkele minuten later, als ik zijn echtgenote aanbiedt om te helpen met de sla, maakt ze me medeplichtig, als vrouw. Of míjn vent net zo'n zeurkont is als de hare? (ze moet de tomaat voor de bruschette kleiner snijden volgens hem, wat ze dan ook braaf doet) en of mijn man ook zo'n saaie piet is die niet van uitgaan houdt, of heb ik soms geen vent? De loyaliteit tussen vrouwen en de pesterijtjes van mannen onderling. Ze lijken hier groter, talrijker en belangrijker dan de trouw tussen man en vrouw. Cultuur. Ze vraagt of ik de sindaco heb gekend. Maar ik verander van onderwerp. Laat hem nu maar rusten. Hij was een bijzonder mens.

De jongen van de kiosk op perron 5b haalt de burgemeester achter zijn toonbank vandaan: 'Bedoel je deze?' Ik ren terug naar mijn trein. Ik ga naar huis. Dat er gelukkig nog staat.

zaterdag 20 augustus 2011

Lussen en linkjes

Geen idee wat voor band er buiten speelt. Maar het is eindelijk zomer. Voor één dag. En daarom geniet ik vandaag mee, door mijn openstaande raam, van het Noorderzonfestival. Ik ben dan wel een oerdegelijk en rechtschapen burger, maar heb geen last van een overdosis cultuur en bier voor mijn neus. In Berlijn wel, naar het schijnt. Nee, er is niks mis met een heus festival in mijn eigenste voortuin. Mits het niet loopt zoals daar.

Vanmiddag gingen Kees en ik erheen. Maar zijn dut was weer eens lang dus was 'Einstein' -zoals hij de zwarte doos noemt die eigenlijk Qu3 heet en waarin van alles over kunst en wetenschap is te zien- Einstein dus, die had het kinderprogramma toen al afgesloten. Helaas.

Gelukkig was daar Novy die me wist me te strikken voor een andere voorstelling. "De aarde is groot, de kosmos groter De mens is klein". Een hoorspel. Met een mini Ei-potje in de hand kon je, wandelend door het park, allerlei tafereeltjes onder een stolp bewonderen. Gemaakt door arlingenarling in samenwerking met dejongeonderzoekers. Kees vond de privévoorstelling (want zo lijkt het als je daar met je kind op je knieën in het gras zit te kijken en te luisteren) "Megaleuk." Toen aan het eind van de rit de Ei-potjes weer in ontvangst werden genomen, wilde Kees de route weer teruglopen en alles vastleggen op de gevoelige plaat. Ik vroeg aan de crew of de foto's op een blog mochten en weifelend kwam er een "Moah, ik vind het wèl leuk als er reclame wordt gemaakt."

Nu vraag ik me af of dit blog (waar het niet echt dringen is geblazen) wel een geschikte PR-stunt is. Maar schaden zal het ze vast niet. Dus vooruit, alvorens een foto van Kees' hand te plaatsen. Kijk vooral eerst op Demensisklein en ga in grote getale de voorstelling beluisteren. Niet allemaal tegelijk, dan gaat de lol er af. Vanaf ongeveer acht jaar. Je maakt zelfs kans op een Ei-pot shuffle bij Mac-me. Ja, dáár hoef ik vast geen reclame voor te maken. Want, zo hoorde ik van een vlijtige medewerker aan de andere kant van Nederland, over de telefoon, een uur eerder op deze dag, die zaak is, samen met een twintigtal andere winkels, zojuist overgekocht. "We hebben nu een vestiging in Groningen, Mac-me, ken je die?" Nou nee dus, die kende ik niet. Maar nu dus dubbel. Ik spreek die jongen nooit. En nu word ik, via een hoorspel in de open lucht, naar 'zijn' zaak gelokt om iets te winnen. Rare lus.

Maar ik wilde dat allemaal niet weten. En ik hoef ook geen Ei-pot. Ik belde om de moeder van de Mac-me-man te spreken. Om te vragen welke tent ik mee zou nemen. Want met haar zit ik volgende week namelijk hier. Wat dan weer het favoriete eiland van Novy blijkt te zijn. Die me had gestrikt voor het hoorspel. En me nu musthaveseen tips toezegde over Sicilië. Als toegift kreeg ik zelfs de clou van het helikoptermeisje. Maar dat kwam omdat ik haar helikoptermoeder noemde. En dat was geloof ik niet vleiend.

En dan nu het plaatje. Het enige dat niet scherp is. Maar dat prikkelt vast de nieuwsgierigheid. Nu ben ik alleen vergeten te vragen wat die blote mensjes daar achter dat bruidspaar doen. Of zou ik niet goed genoeg hebben geluisterd? Vraagje voor de volgende bezoeker. Tot en met 27 augustus 2011.

vrijdag 19 augustus 2011

Tast weg

Tast of tastzin. Het voelen, het vermogen om te voelen. Ik heb dat dichtgeplamuurd. Nee, vrees niet, ik lijd niet aan één of ander vage depressie, maar gewoon, letterlijk, ik heb het dichtgeplamuurd. En waar voel je zoal mee? Precies, met je handen.

Ik merkte het gister als eerste bij het douchen. Ik wil mijn haar niet dagelijks wassen. Maar toen ik mijn handen door mijn natte haren streek, leek het toch alsof er iets van shampoo in zat. Zeker zeep, die per ongeluk op mijn hoofd terecht was gekomen. Maar wat ik ook probeerde, de shampoo-ervaring bleef. Vreemd.

Later op de avond deed ik de afwas. De plastic bakjes leken vet, erg vet. Niks bijzonders. Daar hebben plastic bakjes namelijk een handje van, van vettig aanvoelen. Maar ik kreeg het er, ook na nog meer afwasmiddel, niet af. Er was iets anders aan de hand.

Drie weken beitelen, dremelen, plamuren in een villa met veel houtwerk en achterstallig onderhoud heeft op mij zijn sporen nagelaten. Ik weet wel dat het beter is om in dergelijke gevallen handschoenen aan te trekken. Maar hoe consequent ik die dingen elke morgen ook aandoe, aan het eind van de dag liggen ze altijd slap naast mijn gereedschap in een emmertje. Ook al zijn schildershandschoenen van katoen, met die dingen voel ik niks. Je kan vers gekitte naden er niet mooi mee gladstrijken.

Maar nu is er -aan beide handen- geen spoor meer over van mijn vingerafdruk. En ik voel dus niet meer goed. Op het toetsenbord (grappig, heet in het Italiaans tastiera) waarop ik nu typ, vallen de gevolgen nog wel mee, maar het voelt vreemd, het voelt 'niet'. Ik was nog niet op de hoogte van deze 'bedrijfsziekte'.

Vanavond las ik voor uit 'De wraak van de meesterdief", -over een jongen die de boel bedondert en zijn pinken er per ongeluk afsnijdt bij het bereiden van pudding- en Leo peuterde ondertussen geduldig en gedachteloos de dikste stukken plamuur van mijn handen. Het leek alsof ze werden geharst. Maar ik vrees dat het nog een paar dagen duurt voordat ik weer kan voelen met mijn vingers. Nooit geweten dat een paar van die groeven op je vingertoppen van zo'n grote invloed zijn. Als ik een blinde was die braille kon, was ik nu even compleet leesblind. Denk ik.

donderdag 18 augustus 2011

Hoe hij zijn maffe moeder vond

Vandaag vier ik twintig jaar moederschap.
Is het lang? Is het veel? Ja vast, want dat zeggen anderen. Maar voor mij voelt het niet lang. Ook niet kort. Want Frans was er altijd al. Althans, het vorige leven, dat ik bijna net zo lang achter me liet als dat hij er is, voelt ver weg. En in dìt leven, was hij er inderdaad al. Niet dat het makkelijk was (ik hoop dat zijn broertjes niet zo heftig en lang gaan puberen als hij) maar hij wàs er wel.

Ik heb het idee er altijd al één te zijn geweest. Een moeder dus. Wat natuurlijk niet kan. Dat is hetzelfde als beweren dat je nooit kind bent geweest. Zoals die buurman uit het boek van Guus Kuijer deed. Dat boek dat veel minder bekend en geliefd is dan zijn Madeliefboeken en véél gekker. Misschien was het daarom wel mijn favoriet. En toen ik als kind de toneelbewerking ervan bezocht en daar de schrijver trof, kon het helemaal niet meer stuk. Het gaat over auto's die kindertjes eten, over psychopillen uitspugen, en over een Turk die in een kiepenhok woont (geen typfout). "Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt". Miekes ouders wonen in een doodskist in de tuin en ze klagen veel. Als het meisje een lieve vrouw ontmoet, verklaren ze elkaar tot moeder en dochter. Ik geloof zelfs met getuige en al.

Vandaag kocht ik friet en slagroomtaart voor mijn grote zoon. We hingen slingers op. Hij kreeg een (tweedehands) fiets en een fotoboek. Met plaatjes van hemzelf. Hij zat er lang in te bladeren, tuurde naar de foto's, ook naar die uit dat vorige leven. Hij wist niet dat er zoveel foto's van hem waren, met zo veel vrienden en vriendinnetjes ("Het lijkt wel alsof ik op elke bladzij een andere meisje heb"). Er was sprake van een hoog 'O-ja-gehalte' en hij vroeg zich hardop af welke haardracht (1 of 5 mm) hem beter stond. Het viel in de smaak. Hij glom. En ik glom mee. We maakten nieuwe foto's en aten snoep en wasten af. Ik bood aan om de berg vuilniszakken van het balkon te verwijderen, voordat het feest voor zijn vrienden (en vriendinnen) los ging. Maar, zo zei Frans, dat kon hij mij niet aandoen (Het ligt er vol met maden). "Hoewel", voegde hij er aan toe, "jij hebt met mij wel voor heter vuren gestaan." We zwegen en lachten want, zo wisten we beide, dat was best waar. De vuilnis bleef staan.

De friet en frikandellen (die ik was gaan halen op Frans' fiets) waren op, broertje Kees viel om van de slaap en we maakten aanstalten om afscheid te nemen. Frans ging verder met de voorbereidingen voor het echte feest (zelfs op het toilet stonden waxinelichtjes). Toen we elkaar gedag zoenden, zei hij, half beteuterd, dat we nog niet voor hem hadden gezongen.

En dat deden we toen, uit volle borst, in de regen, onder zijn raam. En hij glom opnieuw. We hadden elkaar weer gevonden. En dat voelde goed.

zondag 14 augustus 2011

Het park en de binnenpicknick

Dit is wat er van over was.
Van de enorme reus.
En die voeten,
dat zijn echt geen kindervoetjes.
Echt niet.




En de zon scheen. En Leo en Kees speelden met vriendjes. Die ook waren teruggekeerd van vakantie. Ze renden en klommen en vertelden elkaar over Franse campings. En het gras was moeras. Wat het voetballen bemoeilijkte. En mijn gympen doorweekte. Maar de steigerbouwers van Noorderzon hadden her en der vlonders gestrooid, waar groepjes jongeren en ouders met baby's in hippe driewielkinderwagens neerstreken om net te doen alsof de zomer mooi was geweest en warm en uitbundig. En er klom een groep jongeren in de klimtouwen. Die giebelden over dat zigeunermeisje en die steen en later zongen over een duizendpoot die schoenen lapte (nee, póetsen, dat zongen ze). En één van de jongens beweerde dat vrouwen beter zonder man kunnen dan andersom. En ik vermoedde dat hij dat zei vanwege zijn levensvroegwijsheid. Maar het had met het grootbrengen van kinderen te maken. Zo legde hij uit.

En ik dacht ook. Als ik een paar dagen later jarig was geweest, dan had ik mijn verjaardag wèl in dit park kunnen vieren. Zoals mijn plan was geweest. Ook als het had geregend. Fantastisch, zo'n privépartytent. Of een mooi designzeil en dan er onder barbecueën en dansen in de regen. Gezellig. Maar ik vierde het binnen. Op Kees zijn kinderkamer. Die er niet bij was. En het eten was lekker en de verhalen divers. Heel divers. Joodse, Islamistische, Hollandse en half Chinese mensen. Van hun geloof gevallen. Maar dit nooit zeiden, dat gaf maar gezeik. Maar nu wel. Mannen en vrouwen, vrienden en familie. Couscous met anjovis, ham met meloen, preitaart en lamsgehakt, hete pepers, tzaziki en cucuk. Geen leverworst en blokjes kaasfeestje waar men snel weg wilde. En ik was jarig. Heel jarig.