maandag 20 mei 2013

Wie kust de Arabische kikker?


Het zoontje van de koning van Marokko werd deze maand tien jaar. En omdat papa koning niet alleen van mooie auto's houdt, maar ook van sport, organiseerde hij, voor de vierde keer, een basketbaltoernooi. Voor kinderen. Genoemd naar de kroonprins. Met als doel 'verbroedering'. Het prinsje speelt zelf natuurlijk niet mee. Arm prinsje. Of nou ja, echt 'arm' ben je misschien niet als koningskind.

Er waren teams uit Egypte, Tunesië, Qatar, Saoedi-Arabië, Frankrijk èn jawel, tussen al die Arabiertjes dribbelden ook negen blonde Hollandse jongens. Waar Leo er één van was. Dat ze verloren was geen ramp. Al dacht mijn zoon daar na de vierde nederlaag heel anders over. Huilend zat hij in een hoekje van het stadion. Ontroostbaar. Boven hem prijkte het metershoge portret van de koning. Tegenover hem waren tapijtsnijders, schilders en schoonmakers druk bezig om de eretribune op te knappen.

En jawel, vlak voor de finale, terwijl een paar als stripfiguur verklede entertainers die de gangnamstyle dansten ('héééy, sexy lady'), naast een witbejurkte oliesjeik in de arena stonden. En intussen op de tribune duizenden gillende kinderen die dit keer geen flesjes water meenamen om opzwepende ritmes mee te slaan op de aftandse polyester stoeltjes zodat ze na na uren stilzitten bij oplopende temperaturen toch wel flinke dorst kregen, toen betrad, in gezelschap van belangrijke mannen in dure pakken en hijgerige fotografen, Moulay el Hassan, op zijn gepoetste schoentjes, het stadion. Arme kroonprins.




Leo was het wachten en het stilzitten intussen zat. We gingen samen naar buiten voor een ijsje. De dagen er voor was het oversteken van het plein waaraan het stadion lag, een soort Russische roulette geweest. Nu was alles afgesloten, je kon de vogels horen fluiten. Naast een erewacht in witte pakjes stond een geblindeerde prinselijke limousine op een rode loper. En om de twintig meter waren er mannen in rode jurken, afgewisseld met kleerkasten met oortjes in. Wij liepen wat verweesd rond, likkend aan een ijsje.


Na de bekers, de poppenkast met de prins, de ereronde, drukdoenerij van mannen met mobieltjes en ontbrekende tolken, ging het gezelschap van alle spelers met een deel van de aanhang naar het afscheidsdiner. Ik had geen tijd meer om mijn feestjurk op te halen in het hotel, maar verruilde mijn bergschoenen voor zilverkleurige slippers die ik die ochtend in de medina had gescoord.
We reden naar een ommuurd koninklijk dorp binnen Rabat. Met aangeveegde straten, groen gras en fonteinen. Onze dikke bus paste precies door de poort in de metershoge muur. Wat of wie daar allemaal woonde weet ik niet. Wel vermoed ik dat de vrouwen die me tijdens het diner naar hun kant wenkten, het terrein zelden verlieten. En het arme prinsje alleen in een gepantserde auto. De vrouwen beweerden dat onze zonen van twaalf nu onze echtgenoten waren. Al zingend kondigden ze de uitwisseling van kado's tussen de sjeik en de Marokkaanse delegatie aan. Ze zoenden onze kinderen, dronken mierzoete muntthee en maakten foto's. Dat de vegetarische teamgenoten niks aten van het lam vond men raar. Maar ook de vleeseters waren geschokt: 'Er lag een heel schaap op tafel'.






De volgende dag was de dode kat die al dagen op de stoep naast het hotel lag, verdwenen. Ook werd ik in de badkamer niet meer begroet door Zaza, onze eigen kakkerlak. Misschien was ook de kikker uit de toilet van het majesteitelijke sportcomplex in onze koffer gekropen en vloog ie met ons mee terug naar Europa.
Naar Amalia misschien.

Amalia Moulay El Hassan.


vrijdag 17 mei 2013

Gazakip

Als twitterloze zonderling ben ik voor mijn nieuwsgaring aangewezen op het oeroude medium radio:

'De Gaza is volledig afgesloten'
'Er is een bezorger van KFC actief'
'De kip is meestal al koud als hij aankomt'

Ik vraag me dan eerst af wanneer 'Gazastrook' of 'Gazastad' officieel veranderde in 'Gaza'. Wat ook opviel was dat de nieuwslezer niets zei over 'bezetter' of 'terrorist'. Dit ging schijnbaar louter om eten dat koud werd in een afgesloten gebied.

Al wachtend voor een open brug -elk land kent zijn eigen manier van afsluiten- fantaseerde ik verder over hoe zou dat zijn: kipnuggets bestellen vanuit een belegerde stad. Waar zou ik de koerier, die via ondergrondse gangen mijn huis vindt, van betalen? Zou de bezorger het eventuele geld dat hij geeft bij blokkades van Hamas, of aan Egyptische of Israëlische agenten, in de prijs verdisconteren? En waarom bestellen mensen eigenlijk geen levende kip die eitjes legt? Of misschien dóen ze dat wel, maar heet dat geen nieuws.

En dan die náám 'KFC', dat kan toch niet lekker zijn? Het klinkt een beetje als JFK of JSK. Eet smakelijk, mensen. Maar ik oordeel vast weer te snel. Want ik at er nog nooit. In KFC. In Gaza trouwens ook niet. Wel in het naastgelegen Ashkelon, dat er vlak boven ligt, een andere stad uit de oudheid. Ik vierde daar zelfs mijn achtste verjaardag. Maar deze week was ik op een ander feestje. In een ander Arabisch gebied. Zo'n vijfduizend kilometer westwaarts. Waar ik geen kip at, maar lam.







vrijdag 3 mei 2013

Ode aan Oterdum, een dijk van een dorp

Versterkt door een Oost-Friese graaf, veroverd door Saksen, belegerd door Spanjaarden. 'Een kleine doch fraaye kerk, staande op de dyk'.
Waar het ligt?
Nergens.
Want Oterdum is niet meer. Net als een paar andere dorpen die voor de grootschalige uitbreiding van de industrie rond Delfzijl moesten wijken. Wat uiteindelijk niet nodig bleek. Wat bleef was ruimte, veel ruimte. En vogels. Die willen hier wel wonen.

Maar zo'n dijk, met de grafzerken een aantal meters boven de doden vanwege de dijkverhoging. Wat tevens de reden was dat ook het kerkje verdween, dat levert toch wel mooie plaatjes op. Ja, ook de industrie is in zekere zin mooi met dat licht. De kolossale windmolens aan de overkant van de Eems, in Duitsland, de schepen, de uitgestrekte vlaktes.

Zelfs de namen van weleer zijn verdwenen: Trijntje, Talje, Antie, ik ken niemand meer die zo heet. En ook korter geleden, in 1956, staan Lammie, Ienko en Eppie op een klassefoto van de school die de kinderen uit de verdwenen dorpen bezochten. O wacht, maar dat is de hele lagere school die daar poseert.















Het andere verdwenen dorp heet Heveskes. Maar dat ontdekte ik thuis pas. Nergens staat een bordje dat iets over dit kerkje vertelt. Waarvan het oudste deel maar liefst dateert uit 1200.


Op het polygoonjournaal uit 1975 is te zien en te horen hoe het de kerk, school en winkel ('met worsjes en 'nassi gooreng') van Weiwerd verging. Let ook op het prachtige moderne fluitje dat de vertelstem vergezelt. 

Het is niet een plek waar je 'even' langskomt. Maar het is de moeite waard. De grootheid, de leegte, de harde wind en krijsende meeuwen.









In Termunterzijl varen tieners in bootjes over de binnenwatertjes. Het gemaal 'Cremer' is museum geworden met geld uit Brussel. Touwen tikken in het avondlicht tegen aluminium masten die lange schaduwen werpen. Misschien wel afkomstig van Aldel, de alumiumsmelter op de achtergrond bij de zerken. Oterdum rust zacht onder de dijk. 
















maandag 29 april 2013

Identiteit van andijvie, cola en schapen

Hindoestaanse jongetjes versieren de straat met vlaggetjes. Ik breng ze limonade met koekjes.

Een sms: Salam Lehti gub hasti ma bad nistim, staat er op mijn display. Ik kan niet alles lezen, maar de afzender zit tien minuten later bij me aan de thee. We fietsen samen op richting de stad en nemen afscheid op een bomvolle Vismarkt. Ze zegt dat ik voor mijn vertrek nog wel even mijn wenkbrauwen moet laten doen, en 'àls je dan een Marokkaan versiert, neem dan een rijke!'

De groenteman is verbaasd als ik om andijvie vraag, vroeger verkocht hij drie kratten per dag, nu slechts één in drie dagen. 'Die meisjes zien van hun moeder dat andijvie uit een zakje van Albert Heijn komt. Ze weten niet meer dat je die moet snijden.' Ik vraag voorzichtig of hij ook zuurkool uit het vat heeft. Nee, díe koop je voorgekookt in een zakje bij Albert Heijn, zegt hij. Lekker makkelijk.

Op zoek naar Arabisch brood, zie ik twee oude bekenden op de stoep staan: een meisje en haar pleegmoeder. Beiden lurken aan een blikje cola. Als ik het meisje van onder haar hoofddoek herken, roep ik onnozel: 'Waar zijn je mooie haren?' Intussen vraag ik me af wat haar eigen, vermoorde moeder hier van zou vinden. 'We zijn hier wel in Nederland, hè!' zeg ik betweterig, als ik hoor dat het meisje tot haar trouwen thuisblijft. De moeder ziet me even later weer naar buiten komen met bossen munt, dille en een emmertje yoghurt. Ze lacht: 'Je bent Arabische vrouw!'. We zoenen elkaar drie keer op de wang.

Achter de toonbank zegt de Turkse slager tegen zijn collega: 'Ga 's opzij met je dikke reet'. Aan mij vraagt hij of ik van het filodeeg dat ik bij me heb, baklava ga maken. 'Nee, dit wordt spanakopita', zeg ik, 'da's Grieks, met spinazie en feta.' Een tasje is niet nodig, het gaat zo wel mee.
'Tutsi', zegt hij ten afscheid.
'Tutsíe', zegt hij nog nadrukkelijker.
Als ik hem na drie keer nog steeds vragend aankijk, keert hij zich naar zijn collega:
'Tutsí, tutsí,... da's toch gewoon Nederlands?'
'Oooh, tot zíens, zeg ik dan opgelucht. (en ik denk aan Remco Camperts 'Tot zoens'

Bij de kinderboekwinkel blader ik even in 'Het boek over alles wat leeft (hoe maak je een gipsafdruk van spuug?). Een vader bladert ook. Jazeker, het is een elf plus boek, maar zijn zevenjarige zoontje, pocht hij, leest de ondertitels van Discovery Chanel al mee! Ik pareer zijn opschepperij met mijn achtjarige die colleges over Drees geeft. Ja, daar had hij wel eens van gehoord, van vadertje Drees.

Bij de super op de hoek maakt een schele Roemeen muziek. Hij bedankt voor het kleingeld dat hij van een lachende, waggelende bierbuik krijgt. Onderweg naar huis passeer ik Spaans en Portugees sprekende studenten. Ik zwaai naar een Bulgaars meisje. Op het sportveld zijn Chinezen aan het basketballen.

Vijf jaar geleden repte de Argentijnse prinses, Maxima aller Nederlanders, over de niet bestaande Nederlandse identiteit. Vanavond belde ik haar land- en leeftijdgenote. Die ook met een Europese vent trouwde. We kletsten over politiek, topsport, watermeloenen en 'la donnola'. In Argentinie 'la comedreja' genoemd. Wat dat precies betekent wist ik niet. Maar daar gaat het volgend logje over.

Nu eerst wat plaatjes van Hollandse wezens die ik zaterdag ook zag.