woensdag 18 januari 2017

Bevend in Italië

De wandeling over de Via Appia, waar naast mij vooral cruisende Romeinen rondwandelden, had ik overleefd. Ook de ontmoeting met de Siciliaanse studente en die met meneer 'Robin Hood' op het station van Casabianca (Witte huis) leverden verhalen op die mooi waren om naar te luisteren.

In Rome was het 's middags warm geweest. In Terontola, mijn laatste overstapstation, vluchtte ik vanwege de snijdende kou café Sport binnen. Ik klapte mijn laptop open op het minuscule tafeltje maar het scherm bleef zwart. Of dat aan de accu lag, of dat het kasseienhobbelen het ding fataal was geworden, kon ik niet nagaan omdat het stopcontact niet paste op de computerstekker. Of zeg je zulks andersom?

Ach ja, stroom. Ik hoor nu dat er in de naastgelegen regio Abruzzen, vierhonderdduizend mensen zonder elektriciteit zitten. Ik hoop maar dat zij wel reserveaccu's hebben. Daken dreigen te bezwijken onder het gewicht van de sneeuw, die op sommige plekken meer dan een meter hoog ligt. En dan gaat de aarde ook nog beven.

Na de tweede beving, die ik voelde omdat de palletkachel waar ik tegenaan leunde bewoog, ben ik maar inkopen gaan doen. Daar was veel winkelpersoneel aan het bellen en moeilijk aanspreekbaar. Zelfs bij de kassa werd ik met één hand bediend, terwijl er vrolijk werd doorgepraat. Beleefd wachten tot ze klaar was met bellen was niet nodig, zo gebaarde ze.

De reden van dat fanatieke bellen was nu eens niet om overdreven interessant te doen, maar omdat alle kinderen in Midden-Italië op straat waren gezet. Eerst moesten ze onder de tafels kruipen, maar daarna werden ze toch maar naar huis gestuurd. Best lastig, als je ouders in een winkel staan en ze je niet kunnen ophalen.

Maar men kan in dit land de klant kennelijk ook bellend bedienen, want ik keerde terug met de juiste inktcardtridges (mijn vliegticket moet nog geprint), een doucheslang die niet in de knoop kan (ik kan er het klussen niet laten) en zes kilo pasta die ze in Holland niet hebben. Althans, niet voor veertig cent per pak. De bavette (slijmpjes) en linguine (tongetjes) kunnen het gat dat in mijn koffer achterbleef van de
Groninger koek mooi opvullen.

En het is hier koud. Niet dat de temperatuur hier gauw onder nul daalt, maar de Tramontana, de wind die uit de bergen komt, snijdt dwars door drie broeken heen. En die hou ik hier binnen, net als mijn bergschoenen, nu toch maar aan. Nu om half drie net de vierde, of was het de vijfde beving de lampen deed slingeren. Overigens schijnt er hier sinds augustus 2016 elke vier minuten een aardbeving te zijn.

Uit mijn Italiëtijd weet ik me nog te herinneren dat mijn vingers er bijna afvroren als de Tramontana blies. Vooral als ik een poging deed de was buiten op te hangen. Nu lijken mijn vingers te verkrampen als ik het thuisfront per Whattsapp schrijf dat het hier met de schade vooralsnog meevalt.

Tot zover de berichtgeving uit bevend Italië.











dinsdag 17 januari 2017

Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (2)


Wat er aan vooraf ging

De thee is nog heet, de koffie ook. Zuinige Lehti gaat in het vliegtuig geen drie euro neertellen voor een kopje oplosslootwater. Ik kan beide thermossen onmogelijk leegdrinken. Misschien vriezen ze straks wel stuk. Hopelijk zit er wel antivries in mijn auto. Met een kop koffie in de één en mijn mobiel in de andere, lees ik het verslag van mijn zus, die na tweeëntwintig uur treinen door Duitsland, net terug is van de begrafenis van haar voormalige schoonmoeder. Ook daar woedde een sneeuwstorm. Ze strandde gelukkig niet zoals de TGV passagiers gister in Frankrijk.

Een half jaar terug stond ik zelf ook naast een graf. Dat van mijn eigen voormalige schoonvader. En nam honderden condoleances in ontvangst. Toen ik gisteravond op zoek ging naar wat eetbaars, vond ik in de vriezer een bakje ingevroren kippensoep voor zijn vrouw. Dat had ik er opgeschreven. Met datum. Ik ontdooide toch maar de nasi die ernaast stond.

Ik heb wel een boardingpas, maar geen contant geld. Helaas weigert de pinautomaat dienst. Er dansen drie jongens in de vertrekhal. Ik vraag of ik ze mag filmen. Omdat mijn vijftienjarige zoon ook zo van mooie moves houdt. Ze wijzen naar hun Engelssprekende choreograaf. Ik druk te laat op het goede knopje. Op de opname die ik Leo stuur, staat de gladde tegelvloer.

In de rij voor de scanner kleed ik me alvast een beetje uit. Riem, schoenen en de sleutels en oude schroefjes uit mijn broekzakken mik ik keurig in de bakjes. Ik ga voor de verandering niet piepen en word niet gefouilleerd. Maar mijn hoerastemming is gauw over: 'Van wie is deze tas?' 'Kunt u 'm even openmaken?'. En ik had nog wel braaf mijn laptop er uit gehaald, waterflesjes leeggedronken  -niet vergeten straks weer te vullen!-. Een bakje yoghurt bleek de boosdoener. Die had Leo gekocht toen hij vond dat de koelkast voor ik wegging wel érg leeg was. Maar in yoghurt, zeker in deze Griekse, kan natuurlijk een bom zitten. Weg met de yoghurt. Safety first.

De dansers gingen dezelfde kant op. Zaten zelfs op de rij achter me. Ze beloofden me een herkansing in Rome. Alwaar ik ze uit het oog verloor en van de weeromstuit vergat om de flesjes bij te vullen zodat ik twee uur later, mijn rolkoffer voortslepend over keien van duizenden jaren oud, zwetend als een otter, over de via Appia Antica liep zonder een drup water. Zelfs in januari is het warm in Rome. Wat ik daar deed leest u een volgende keer misschien. Maar nu moet ik nodig schrijven. Daarvoor kwam ik hier tenslotte.


zondag 15 januari 2017

Ik ga op reis en ik neem mee: een betonmixer, lege flesjes en yoghurt (1)

Mijn bus rijdt weer. Zelfs de radio heb ik weer aan de praat. Dat gaat anno 2017 niet meer met een knopje. Daar heb je eerst een code voor nodig. Kun je online opvragen. Door veertien cijfers in te voeren. Die ergens op je radio staan. Waarvoor het ding dus eerst úit de auto moet. Maar ik kon die hele cijferreeks niet vinden. Bij de dealer kostte het me zes euro en een half uurtje wachten. "Ja, mevrouw, dat duurt even." Vooruitgang heet dat. Maar goed, ik rij, luister en zing soms mee.

De laatste klussen; een slot, een tegelvloer en een verstopte keukenafvoer, rondde ik gister af. De klant met de omgewaaide schutting kon wachten. Ik knijp er eerst een weekje tussenuit. Om te gaan schrijven.

Mercury, Bowie en Lou Reed houden me gezelschap. Ze zingen over Somebody to love en China girl. Ook George Michael en Prince komen voorbij. Misschien komen dode zangers 's nachts tot leven. Het lijkt ook alsof er meer wordt gepraat op dit late uur -of is het nu juist apevroeg?- Wat best goed uitkomt, nu ik me met slechts drie uurtjes slaap in de richting van de eeuwige stad begeef. Via de lichtstad.

Over Bob Dylan, die bij ons thuis vroeger werd grijsgedraaid, kom ik aan de weet dat het meisje dat hij dumpte uit het leven wilde stappen, dat hij daarna met Joan Baez in bed lag en op de planken stond. En dat, toen hij haar in roem voorbij was gestreefd, naliet wat Joan Baez wel altijd bij hem schijnt te hebben gedaan: hem prijzen als groots artiest. Het beeld dat Dylan een prijs krijgt omgehangen door Obama plopt omhoog. Van de Nobelprijs die hij kreeg heb ik geen beeld. Daar reageerde hij niet op. Je leert nog eens wat, zo zoevend door het besneeuwde land.

Ik weet via het nieuws intussen ook dat er zonet een lichaam is gevonden op de A28 bij Beilen. Daar reed ik anderhalf uur geleden langs. Ik heb geen lijk gezien. En ik denk ook niet in staat te zijn om ongemerkt iemand dood te rijden.

De Waal over. Een brug oversteken blijft bijzonder. Zeker als het waait. De grens is vlakbij. Op een Duitse zender wordt de aankomende Amerikaanse president op de hak genomen. Iets met dat de echtgenoot van zijn vrouw zo'n fantastische kerel is. Op een half bord langs de bijna lege A50 staat 'VORSTENB en UDEN C'. Je kunt beter een bord kapot rijden dan een mens. Nog een half uur te gaan.

Hoezee, de bus past in de parkeergarage! Ik zet de achterdeur strak tegen een pilaar. Blieb, blieb BLIEIEIEB!', bij het inparkeren blijkt vooruitgang soms toch handig. Het meeste gereedschap had ik in mijn schuur gezet, maar die lompe betonmixer ligt nog achterin mijn bus. Zou best balen zijn als ik bij terugkomst van mijn schrijfweek ontdek dat ie gestolen is. Hoewel degene die met een betonmixer onder de arm door een fel verlichte autoflat wandelt, een opvallende verschijning zou zijn.

Vervolg

maandag 26 december 2016

J'aime sterdam

Daar waar BN-ers al joggend hun hoofd leegmaken.
Waar reclames van vroeger een nieuwe lik verf krijgen.
Waar ketchup-fietsen zijn en luchten grijzen.
En kerken in groen gaas zijn verpakt. 

Daar waar moeders peren rood stoven 
en vaders garnalen bakken met citroen. 
Waar kaarslicht flakkert in een ooit gevonden spiegel 
en elke drie minuten een vliegtuig landt van ver.

Daar waar wordt gestoeid en gemusiceerd.
Al is er van een 'Silent night' geen sprake als er 
op de terugweg uit de kelen van mijn nageslacht klinkt:
"You better lose your yourself in the moment, the music"

Daar hou ik van. 
















'la Cine, l'Afrique et l'Islam.
Sont réunies, et toutes les races
Enfine s'embrassent
Á Amsterdam.'
(Guy Béart)



zondag 25 december 2016

Waarom neemt Merkel geen voorbeeld aan Iran?

Misschien is het goed eerst even stil te staan bij Lukasz Urban. Het lijkt er op dat deze truckchauffeur, alvorens te worden doodgeschoten door de doorgedraaide kaper van zijn truck, heeft geprobeerd meer slachtoffers te voorkomen. Op die Berlijnse kerstmarkt van afgelopen maandag. Het signaal is opgepikt en eerdere bedreigingen aan het adres van zijn oom en tevens werkgever zijn nu omgezet in acties om geld in te zamelen voor de nabestaanden van Lukasz. Ze zouden tevens een speciaal pensioen ontvangen.

Uiteraard wordt nu niet het hele Poolse volk geëerd. Wie iets dergelijks oppert, ook als je niet naast die boze oom aan de kerstdis zit, zal slechts schamper worden toegelachen. Want waarom zou men een heldendaad van één man toeschrijven aan een heel land? Het Polenmeldpunt is vast niet bedoeld om een soort lintjesregen te bewerkstelligen.

De man die een kogel door Lukasz heen jaste, was een crimineel. Als je wat verder op het net zoekt kom je ook zaken als drankgebruik en brandstichting tegen. En ja, het was ook een Tunesiër. De Marokkaanse geheime dienst had voor hem gewaarschuwd en zijn broers (toevallig ook Tunesiërs) menen dat hij in de gevangenis is geradicaliseerd. Maar dat is kennelijk te veel informatie voor degenen die de bedenker van eerder genoemde Polenmeldpunt bejubelen. Zaken moeten simpel. Bij onrecht hoort een vijand. En dan het liefst een hele groep. Het volk wil bloed zien. En het volk wordt voorzien. Lekker scoren met een plaatje van Merkel met bloed aan haar handen. Want zij verwelkomde toch een miljoen mensen van 'daaro'? Nou dan! Allemaal criminelen! Grenzen dicht! Ja, ook voor Polen uiteraard.

Maar als het om simpele oplossingen gaat, ken ik er ook nog één. In Europa is vaak verontwaardiging als er na een schietpartij in de VS om méér in plaats van minder wapens wordt geroepen. Kunnen we die verbazing niet ook toepassen op het wapen van de crimineel in Berlijn? En dan bedoel ik niet het wapen waarmee hij schoot.

Berlijn is van oorsprong een autovriendelijke stad. Er zijn jaarlijks honderddertigduizend verkeersongelukken. Met tweeduizend zwaargewonde en vijftig dodelijke slachtoffers (2015). Twintig jaar terug waren dat er nog drie keer zo veel. En dan nu het wapen. De vrachtauto waar de crimineel mee over de kerstmarkt reed.

Nog een bruggetje. Naar Iran (Nee, dat ligt niet bij Tunesië om de hoek, maar vijfduizend kilometer oostwaarts. Net zo ver als van hier naar Moskou en weer terug). In Iraanse steden vielen ook veel verkeersslachtoffers. En dat kwam niet alleen door die wapperende chadors die tussen de wielen belandden. In Teheran bouwde men daarom loopbruggen en de grootste moordwapens werden verboden: vrachtauto's komen er niet meer in. Rondom de grote steden worden alle goederen nu overgeladen op kleine bestelauto's. Ook daar kun je uiteraard slachtoffers mee maken. Maar het is geen vergelijking met de mitrailleurs op wielen die Nice en Berlijn terroriseerden.

Dus beste Merkel, laat u niks wijsmaken. Criminelen zijn overal. Sommige extremisten menen brand te moeten stichten op scholen, anderen in asielzoekerscentra. De één slaat toe op een feest in Nice, een andere idioot op een markt in Berlijn. Criminelen zijn van alle tijden, alle gezindten en alle nationaliteiten. Goed om die aan te pakken. Maar neem hen ook de wapens uit handen. Handhaving is simpeler dan die van een verbod op bellen op de fiets. Desnoods kunt u nog een truckmeldpunt overwegen.



















Rest me alleen om de lezer die tot hier is gekomen te vragen: 'Vindt u het gevaarlijker om naast Fatima te wonen, of naast een druk verkeerskruispunt?' Of vindt u dat het grootste, sluipende gevaar schuilt achter een keuze voor dat eerste?

vrijdag 16 december 2016

Max

'MAX', las ik in de hoek van het beeldscherm. Toen Wandert weer eens op de buis was. U weet wel, die droogkomische bioloog. Ik maakte hem eens premier van een kabinet dat verder bestond uit Sheila Sitalsing, Job Cohen, Nelleke Noordervliet en nog zo wat lieden die wellicht niet hoog scoren als onderbuikgerommelmenner, maar wel veel verstand van zaken hebben. En vooral van mensen. Maar die Wandert, dat is dus gewoon Midas Dekkers. Ik hoorde van meerdere kanten dat zijn hoofd lang niet op tv was verschenen. Maar hij was wel op de radio. Dat onvolprezen medium waarnaar je ook onder het afwassen of stoppen van je sokken kunt luisteren. Maar ja, dat doet natuurlijk geen hond meer. Midas was dus kennelijk naar Max overgestapt. Max. Ik mag die naam wel.

Ik zag vanmiddag ook een Max fietsen. Toen ik, in de vroeg vallende duisternis, met een kunstenaar de natte gevel van een huis stond te inspecteren. Ik was al op het dak van de buren geweest en had emmertjes water in verschillende goten gekiept om de bron van de nattigheid te achterhalen. Als stopmiddel had ik wat teer in de open naden van het dakleer gespoten, terwijl een vriendelijke student mijn ladder op het gammele balkon vasthield. Altijd lastig, die binnenstadklusjes. Al was het alleen maar vanwege het parkeren. De student lachte, net als ik, de passerende stadswachten vriendelijk toe. Die gelukkig geen boete uitdeelden, maar wel goed advies gaven. Dat ik er niet door kon, vanwege het festival op de Hoge der Aa. Toch aardig van ze. Te meer omdat de weg waar ik niet in mocht, sowieso al verboden was om in te rijden.

Met mijn leenautootje manoeuvreerde ik mij achteruit in de richting van politiek café de Wolthoorn. Misschien ging Max daar wel naar toe op zijn stalen ros. Max van de Berg, onze onlangs afgezwaaide commissaris van de koningin. Maar hij heeft vast nog pit genoeg om plaats te nemen in dat kabinet met Midas, Sheila, Nelleke, Job en Jan. Ja, want ook Jan Rot mocht niet ontbreken van mijn vader. Dan geven we Jan de rol van staatszanger. Kan hij elke Kamervergadering inleiden met een lied. 

Onder het koken hoor ik op de radio dat Nederland na tweeëndertig jaar weer een wereldkampioen dammen heeft. Ene Roel Boomstra. Op de vraag wat hij gaat doen nu hij deze droom heeft waargemaakt, antwoordt hij: "Mijn planning ging tot hier. Ik zou het echt niet weten." 
Weet je wat? We zetten die Roel gewoon ook in dat kabinet. Samen met zijn tegenspeler Jan Groenendijk. Want dammers zijn strategische denkers. Gaan to the max, maar zonder plan geen actie! Aan de pers zijn deze piepjonge denksporters al gewend. Want bij DWDD (verdorie, alweer dat kastje!) zagen we dat ze zowel in een Haags glazen huis als in de eerste kamer hadden gespeeld. Als dat geen hoge binnenkomer is!

En Matthijs' tafelheer Akwasi wordt dan gewoon vicepremier. Of nee, we maken in één klap korte metten met dat gekleurd denken. We laten Midas tweede viool spelen en Akwasi wordt de eerste echte hiphoppremier. Horen we ook nooit meer dat gezever over 'de kloof tussen kiezer en politiek'. Stemgerechtigden zijn bij het installeren van dit kabinet weliswaar kiezer af, maar aan betrokkenheid van 'de burger' is dan geen gebrek meer. En zonder verkiezingen zijn we ook meteen verlost van internettrollen die de boel opstoken om verwarring te zaaien. Bewaker van het kabinetsbeleid wordt Sunny Bergman. Die met haar documentaire 'Wit is ook een kleur' mooi laat zien hoe blind we zijn voor de privileges en vooroordelen van witte mensen. Maar als vrouw draagt ze natuurlijk ook de sleutel om als rolmodel de nog altijd aanwezige stereotypering van vrouwen om te buigen.  

Zo, en nu ga ik eindelijk de zwarte teer onder mijn nagels vandaan peuteren. En dromen van het trio Midas-Akwasi-Sunny.