zaterdag 3 september 2011

De burgemeester

Of, liever gezegd, 'Il Sindaco'. Ik liet hem liggen bij de koffiekiosk op perron 5b in Utrecht. Nadat de beste man vele overstaps, in- en uitchecks, een reis van 10 kilometer hoog en 2500 kilometer lang had overleefd. Nou ja, 'overleefd'. Hij was al dood. Deze sindaco. Vermoord zelfs. Begin augustus. Drie weken geleden. Door één van zijn medewerkers, naar men zegt. Met een mes. Maar wij kregen hem op A2 formaat kado. Van zijn voormalige vriend dan wel kok, elektricien, loodgieter. Een beetje van alles wat, was deze man, die ons aansprak op het terras van Nuova Gibellina. In het binnenland van Sicilië. We zouden er 'even' langs gaan en dan 's middags in zee gaan zwemmen. We zaten op een terras van beton, van een café van beton naast een betonnen theater dat al vijfentwintig jaar onafgebouwd staat te zijn. Er stonden hekken van golfplaat omheen, waarop ook posters van de sindaco prijkten. Maar dat merkte ik later pas. Toen ik de foto hier op dit blog plaatste. In de genadeloze augustuszon stonden tientallen moderne kunstwerken te schitteren. Aan verlate pleinen en langs te brede straten. Allemaal idee van dezelfde sindaco. De vriend mist hem.

De vriend trakteert ons op verhalen over de burgemeester. Die was liefhebber van theater, muziek, moderne kunst en poëzie, maar ook politicus en, zo lees ik later, in 1965 verdedigde hij Franca Viola, de eerste vrouw die zich durfde te verzetten tegen het zogenaamde huwelijk 'riparatore'. Oftewel, het 'aanbod' van een verkrachter de 'eer' van het meisje te redden door haar te trouwen. De vader van Franca was een boer die slachtoffer was van een aardbeving, een maffioso ontvoerde en verkrachtte haar. Viola weigerde het voorgestelde huwelijk. Voor het eerst in de Siciliaanse geschiedenis. Let wel, we hebben het hier over 1965.

De vriend biedt aan om ons het oude Gibellina te tonen, twintig kilometer verderop. Het stadje dat, samen met dertien andere dorpen in de Belice vallei, bijna een halve eeuw geleden in elkaar stortte door de aardbeving. In de nacht van 14 januari 1968. Veel doden vielen er ook ná deze beruchte nacht. Omdat bewoners hun kostbaarheden wilden redden en zo, wat op instorten stond, bovenop zich kregen. Wat er nog overeind stond is toen uit veiligheidsoverwegingen, opgeblazen met dynamiet. Maar, zo zegt onze gids, de sindaco heeft het dorp op de wereldkaart gezet. Gered van de vergetelheid. Er iets moois voor teruggegeven. Groot is dan ook zijn verbazing als ik geen blijk van herkenning geef als hij de kunstenaars van over de hele wereld opsomt die hier in de jaren tachtig voorbij trokken en hun sporen nalieten in deze nieuwe stad. De sindaco richtte een stichting op en opende een museum dat nu de grootste collectie moderne kunst van Sicilië heeft. Maar wat de burgervader met de óude stad heeft laten doen, dat is, al was lang niet iedereen het hiermee eens, toch wel heel bijzonder.

De sindaco stond boven de partijen, heeft het volk verheven. En hij, zijn vriend die alles van nabij meemaakte, heeft veel kunstenaars en hun kunstwerken in huis gehaald. Helaas heeft hij een dikke, lelijke vrouw met een snor die geen gasten in huis duldt. Ze heeft onlangs zelfs twee kostbare kunstwerken van hem weggegooid. Onbegrijpelijk en onvergeeflijk. Hij vindt het zo erg, dat hij heeft besloten om elders te gaan wonen in een kamer met alleen maar kunst om zich heen. Ik, nooit te beroerd de relativiteit van het leven aan te stippen, probeer voorzichtig tegen te werpen dat 'l'arte' niet terugpraat. Maar het blijkt koren op de molen van onze vriend (die intussen, hilarisch genoeg, stiekem een strip met blauwe ruitvormige pilletjes tevoorschijn tovert uit zijn pakje sigaretten, met een ondeugende -zeg maar gerust geile- twinkel in zijn ogen en een lach van oor tot oor. Hij beweert het hele dorp van dit libidoverhogende goedje te voorzien). 'O nee?', zegt hij, 'kan kunst niet praten?', dan moet ik straks maar eens goed opletten en hem naderhand laten weten of kunst al dan niet kan praten. Zo begint onze rondleiding. In de geest van de sindaco.

De weg is verzakt. Er staat dat je er niet in mag. De mannen achterin ons autootje zeggen dat we door kunnen rijden. (waar gids nummer twee opeens vandaan kwam, is mij, en mijn reisgenote, ontgaan). Op een heuvel getuigen betonnen terrassen van de barakken die hier eens stonden. Waar de overlevenden van de aardbeving tot 1985 in woonden. Vreemd genoeg blijkt dat ik er al eens was. Hier in de buurt. Toen ik twee jaar was. Ik weet daar niks meer van. De barraccopoli waren toen nog bewoond en veel dorpen in de Belice vallei, stonden toen nog half overeind. De twee foto' s zijn uit 1972 en 2011. Friuli, Napels, Palermo, en, kort geleden nog, Aquila trof hetzelfde lot. De stad wordt ontoegankelijk, mensen wonen in barakken. Honderd jaar geleden stortte Messina in. Dertig jaar deed men er over om huizen van steen te bouwen, toen kwam er oorlog en ging de boel weer kapot. Nu schijnen er nog steeds duizenden mensen in huizen met golfplaten daken te wonen.

Voortdurend verbeteren de mannen elkaar of ze geven elkaar er op vriendelijke wijze van langs: 'Die vreselijke vrouw van jou heeft je toch maar mooi twee dochters geschonken' of 'Hoe weet je zo zeker dat die kunstenaar de aanslagen op de twintowers heeft zien aankomen?' en 'Het is niet 'vogliamo' maar 'volemo', op z'n Siciliaans, beste vriend'. Mannenhumor. Herenleed. We horen verhalen over een ram en een bok ('becco', wat ook grafdelver betekent) die een stel vormen. Ook de sindaco was homosexueel, of was het zijn killer?, dat detail ontgaat me. Ik vertaal vrolijk verder. De vrienden verschillen van mening over het nut van de verschroeide aarde. Op heel Sicilië worden, na de oogst, de stoppelvelden in brand gestoken. Gids één is erg stellig: het is een overblijfsel van tempi antichi, vroeger tijden, van de Arabi, die hier ook ooit heersten. 'Maar', zegt hij, 'door het verschroeien van de aarde, verbrandt ook al het goede. Gids twee heeft het over het voeden van de grond met as. Ze komen er niet uit.

Veel kans om met eigen oren te ondervinden of kunstwerken kunnen praten krijg ik niet. Want onze entertainers (Of zijn wij de hunne? 'Zonder jullie bezoek was dit een lege dag als alle andere geweest', zeggen ze later beide ten afscheid) voeren in oud Gibellina een heus drama op. De burgervader had iets met figuratieve kunst, maar ook zijn liefde voor theater was groot. Brood en spelen. Het voormalig postkantoor fungeerde als kleedkamer. De plaatselijke bevolking vervulde de rollen in de stukken die hier ten tonele werden gevoerd naast de in beton gegoten stad waar het echte drama plaatshad. Dit jaar, in juli, werd de zogenaamde Orestiadi voor de dertigste keer gehouden. De sindaco wilde de mediterrane wereld met elkaar verbinden, kwam op voor immigranten, en dit alles door middel van het beleven en maken van kunst in alle mogelijke vormen. Mijn nicht en ik krijgen vandaag een heuse privévoorstelling in de open lucht. Een stok van wilde venkel fungeert als attribuut. 'Pane en lavoro!!', 'brood en werk', weerkaatst het tegen 'Il Cretto' (De Barst) , zoals het kunstdorp in de volksmond heet. Muren kunnen praten. Onze gidsen leven zich in. Maaiende armgebaren, het volume stijgt. Ik zet ze op film (die ik hier maar niet laat zien) en applaudisseer. Wat een spettacolo!

Boze tongen beweren dat het dankzij de maffia en de belangen van de cementproducenten is geweest dat de sindaco het plan voor het 'Cretto di Burro' rond heeft gekregen. En, zo blijkt als ik later ga googlen, het kunstwerk is nog lang niet àf. Maar de burgemeester had geen geld meer en de bevolking was het zat, dat er niet in de dagelijkse levensbehoeften werd voorzien en er voor kunst wèl geld genoeg was. Dus trad hij af. Een tijdje terug al. Maar zijn museum is er nog en zijn stichting ook. En nu is hij vermoord. Sinds kort. Zijn dochter toont compassie voor degene die dit deed, een rustige jongen die liefdevol voor haar vader kookte en hem overal heen vergezelde. Op het lichaam van de burgemeester zouden sporen van een klap met een statuetta, een beeldje, zijn gevonden. Wat een drama.

Om de sfeer te proeven van hoe Gibellina ooit geweest moet zijn, worden we meegenomen naar Poggio Reale. Een stadje waarvan de straten sinds kort weer begaanbaar zijn. Waar de tijd vanaf 1968 heeft stilgestaan. We zien pannen, schoenen, marmeren balkons, zwerfkatten, hagedissen en veel puin. Vijgenbomen en kappertjes tieren er welig. Luikjes klapperen in de wind. De wind die waait door de school, de bibliotheek en het theater. Over de wasplaats en het postkantoor. Door tochtige werkplaatsen van smid en slager. Ze getuigen nog altijd van het drama dat hier plaatshad in 1968. De sfeer is hier vreemd. Het avondlicht adembenemend. We krijgen associaties met beelden uit Gazastad, of Oost-Berlijn, nadat mensen er hals over kop wegvluchtten. Ramptoerisme? Wellicht. Toch zou ik dit niet hebben willen missen. Denk de stilte bij de foto's. En de voorgedragen gedichten. Over Rome (lees: 'de hoge heren in Den Haag'), waar ze het leed dat hier geschiedt niet horen.

De sindaco van het nabij gelegen Salemi doet een oproep aan het volk om zich te verzetten. 'Welke maffia dan?' staat er in koeieletters, naast het beeld van een heilige. Vreemd geformuleerd, want hoe kun je je nu verzetten tegen iets dat er niet is? Maar misschien is dat nu juist het punt. Niemand weet iets. Niemand ziet iets. Maar ondertussen....



Poggioreale staat er naar omstandigheden nog aardig bij. Zeker als je bedenkt dat het al veertig jaar verlaten is en er veel kostbaars is weggeroofd. Eén van onze gidsen vertelt zonder enige gene dat hij er een scooter heeft gescoord. Ook heeft hij thuis een twintigtal sleutels van deuren, werkplaatsen, garages. Poggioreale had na de aardbeving nog prima opgebouwd en gerestaureerd kunnen worden. Zoals met Santa Ninfa is gedaan. Maar het is, waarschijnlijk door speculaties en invloeden die niemand wil benoemen, verder ingestort. Het deed wel eens dienst als filmdecor. Voor onder meer de maffiaserie 'la Piovra'. Hoe wrang. Poggio Reale is elders opnieuw opgebouwd. Nu is het geen poggio (heuvel) meer, meer een dal. Het oude dorp blijft een gapende open wond. De kerk is pas enkele weken geleden met donderend geraas ingestort, de brokstukken liggen in rijtjes langs de lege straten.

Santa Ninfa is wéér anders. Het stadje is hersteld op de plek waar het al stond. Er lopen mensen, er zijn winkels, een kerk, een plein, een festival. Hier zou de eerste Italiaanse vlag zijn vervaardigd. De driekleur die Garibaldi met zijn mars met de 'mille' in 1860 in Salemi plantte. En het daarmee, voor één dag, eerste Italiaanse hoofdstad maakte. We crossen rond in ons vijfhonderdje, met twee heren op de achterbank gepropt: "Qui a destra, qui a sinistra, guardate li, guarda la" (rechts, links, kijk hier, kijk daar), roepen ze over onze schouders. Als we bij de plaatselijke benzinaio gaan tanken, trekken we de aandacht. Niks gebeurt hier ongezien.

We strijken neer op een terrasje. Gids nummer twee belt zijn vrouw. Om onze komst aan te kondigen. Er worden nog wat vrienden gebeld om het feest te completeren. De man van de snorvrouw zucht, hoe spijtig is het dat híj ons niet thuis kan uitnodigen. Dan zou hij ons zijn befaamde schapensaus kunnen laten proeven. Maar zijn droefenis duurt kort. Hij haast zich om zijn vriend te waarschuwen: "Je begaat een grote fout, als je ook Gaetano uitnodigt. Want híj was degene die de burgemeester vond, de politie belde en zijn kluis leeg aantrof. Nee, man, je moet niet de schijn wekken, het is echt beter dat je hem niet uitnodigt." Zijn vriend zwijgt, kijkt bedenkelijk. Naar mij nu. Dan verandert zijn toon. Of ik misschien van de politie ben?, met een onderzoek bezig ben? want waarom knikte ik anders toen hij begon over de snijwonden van de sindaco, hoe kon ik daar iets van weten? (allemachtig, de 'couleur locale' wordt me nu toch wat veel, ik voel de verschroeide stoppels dwars door mijn slippers heen branden). Pas als ik hem mijn rijbewijs laat zien, lijkt hij gesust. We houden het er op dat hij mijn leeftijd wilde weten, zonder het te vragen. Jazeker, de moordenaar is gepakt. Maar het laatste woord is er nog niet over gezegd. We kunnen nu moeilijk terug. Er ligt een uitnodiging voor de 'cena'. Zonder Gaetano. Kunst kan praten en vrouwen zwijgen.

Na nog wat verplichte bezoekjes (we zijn inmiddels een soort trofee) en een handkus van onze eerste gids, komen we aan bij het huis van gids twee. Op de buitenplaats zitten vier Gibellijnse vrouwen. Zijn vrouw, twee dochters en een zwijgende schoonmoeder. Hun blikken staan vijandelijk. Ze lijken door ons heen te kijken. Weggaan is geen optie. Onze gastheer labelt het als jaloezie. Maar enkele minuten later, als ik zijn echtgenote aanbiedt om te helpen met de sla, maakt ze me medeplichtig, als vrouw. Of míjn vent net zo'n zeurkont is als de hare? (ze moet de tomaat voor de bruschette kleiner snijden volgens hem, wat ze dan ook braaf doet) en of mijn man ook zo'n saaie piet is die niet van uitgaan houdt, of heb ik soms geen vent? De loyaliteit tussen vrouwen en de pesterijtjes van mannen onderling. Ze lijken hier groter, talrijker en belangrijker dan de trouw tussen man en vrouw. Cultuur. Ze vraagt of ik de sindaco heb gekend. Maar ik verander van onderwerp. Laat hem nu maar rusten. Hij was een bijzonder mens.

De jongen van de kiosk op perron 5b haalt de burgemeester achter zijn toonbank vandaan: 'Bedoel je deze?' Ik ren terug naar mijn trein. Ik ga naar huis. Dat er gelukkig nog staat.

zaterdag 20 augustus 2011

Lussen en linkjes

Geen idee wat voor band er buiten speelt. Maar het is eindelijk zomer. Voor één dag. En daarom geniet ik vandaag mee, door mijn openstaande raam, van het Noorderzonfestival. Ik ben dan wel een oerdegelijk en rechtschapen burger, maar heb geen last van een overdosis cultuur en bier voor mijn neus. In Berlijn wel, naar het schijnt. Nee, er is niks mis met een heus festival in mijn eigenste voortuin. Mits het niet loopt zoals daar.

Vanmiddag gingen Kees en ik erheen. Maar zijn dut was weer eens lang dus was 'Einstein' -zoals hij de zwarte doos noemt die eigenlijk Qu3 heet en waarin van alles over kunst en wetenschap is te zien- Einstein dus, die had het kinderprogramma toen al afgesloten. Helaas.

Gelukkig was daar Novy die me wist me te strikken voor een andere voorstelling. "De aarde is groot, de kosmos groter De mens is klein". Een hoorspel. Met een mini Ei-potje in de hand kon je, wandelend door het park, allerlei tafereeltjes onder een stolp bewonderen. Gemaakt door arlingenarling in samenwerking met dejongeonderzoekers. Kees vond de privévoorstelling (want zo lijkt het als je daar met je kind op je knieën in het gras zit te kijken en te luisteren) "Megaleuk." Toen aan het eind van de rit de Ei-potjes weer in ontvangst werden genomen, wilde Kees de route weer teruglopen en alles vastleggen op de gevoelige plaat. Ik vroeg aan de crew of de foto's op een blog mochten en weifelend kwam er een "Moah, ik vind het wèl leuk als er reclame wordt gemaakt."

Nu vraag ik me af of dit blog (waar het niet echt dringen is geblazen) wel een geschikte PR-stunt is. Maar schaden zal het ze vast niet. Dus vooruit, alvorens een foto van Kees' hand te plaatsen. Kijk vooral eerst op Demensisklein en ga in grote getale de voorstelling beluisteren. Niet allemaal tegelijk, dan gaat de lol er af. Vanaf ongeveer acht jaar. Je maakt zelfs kans op een Ei-pot shuffle bij Mac-me. Ja, dáár hoef ik vast geen reclame voor te maken. Want, zo hoorde ik van een vlijtige medewerker aan de andere kant van Nederland, over de telefoon, een uur eerder op deze dag, die zaak is, samen met een twintigtal andere winkels, zojuist overgekocht. "We hebben nu een vestiging in Groningen, Mac-me, ken je die?" Nou nee dus, die kende ik niet. Maar nu dus dubbel. Ik spreek die jongen nooit. En nu word ik, via een hoorspel in de open lucht, naar 'zijn' zaak gelokt om iets te winnen. Rare lus.

Maar ik wilde dat allemaal niet weten. En ik hoef ook geen Ei-pot. Ik belde om de moeder van de Mac-me-man te spreken. Om te vragen welke tent ik mee zou nemen. Want met haar zit ik volgende week namelijk hier. Wat dan weer het favoriete eiland van Novy blijkt te zijn. Die me had gestrikt voor het hoorspel. En me nu musthaveseen tips toezegde over Sicilië. Als toegift kreeg ik zelfs de clou van het helikoptermeisje. Maar dat kwam omdat ik haar helikoptermoeder noemde. En dat was geloof ik niet vleiend.

En dan nu het plaatje. Het enige dat niet scherp is. Maar dat prikkelt vast de nieuwsgierigheid. Nu ben ik alleen vergeten te vragen wat die blote mensjes daar achter dat bruidspaar doen. Of zou ik niet goed genoeg hebben geluisterd? Vraagje voor de volgende bezoeker. Tot en met 27 augustus 2011.

vrijdag 19 augustus 2011

Tast weg

Tast of tastzin. Het voelen, het vermogen om te voelen. Ik heb dat dichtgeplamuurd. Nee, vrees niet, ik lijd niet aan één of ander vage depressie, maar gewoon, letterlijk, ik heb het dichtgeplamuurd. En waar voel je zoal mee? Precies, met je handen.

Ik merkte het gister als eerste bij het douchen. Ik wil mijn haar niet dagelijks wassen. Maar toen ik mijn handen door mijn natte haren streek, leek het toch alsof er iets van shampoo in zat. Zeker zeep, die per ongeluk op mijn hoofd terecht was gekomen. Maar wat ik ook probeerde, de shampoo-ervaring bleef. Vreemd.

Later op de avond deed ik de afwas. De plastic bakjes leken vet, erg vet. Niks bijzonders. Daar hebben plastic bakjes namelijk een handje van, van vettig aanvoelen. Maar ik kreeg het er, ook na nog meer afwasmiddel, niet af. Er was iets anders aan de hand.

Drie weken beitelen, dremelen, plamuren in een villa met veel houtwerk en achterstallig onderhoud heeft op mij zijn sporen nagelaten. Ik weet wel dat het beter is om in dergelijke gevallen handschoenen aan te trekken. Maar hoe consequent ik die dingen elke morgen ook aandoe, aan het eind van de dag liggen ze altijd slap naast mijn gereedschap in een emmertje. Ook al zijn schildershandschoenen van katoen, met die dingen voel ik niks. Je kan vers gekitte naden er niet mooi mee gladstrijken.

Maar nu is er -aan beide handen- geen spoor meer over van mijn vingerafdruk. En ik voel dus niet meer goed. Op het toetsenbord (grappig, heet in het Italiaans tastiera) waarop ik nu typ, vallen de gevolgen nog wel mee, maar het voelt vreemd, het voelt 'niet'. Ik was nog niet op de hoogte van deze 'bedrijfsziekte'.

Vanavond las ik voor uit 'De wraak van de meesterdief", -over een jongen die de boel bedondert en zijn pinken er per ongeluk afsnijdt bij het bereiden van pudding- en Leo peuterde ondertussen geduldig en gedachteloos de dikste stukken plamuur van mijn handen. Het leek alsof ze werden geharst. Maar ik vrees dat het nog een paar dagen duurt voordat ik weer kan voelen met mijn vingers. Nooit geweten dat een paar van die groeven op je vingertoppen van zo'n grote invloed zijn. Als ik een blinde was die braille kon, was ik nu even compleet leesblind. Denk ik.

donderdag 18 augustus 2011

Hoe hij zijn maffe moeder vond

Vandaag vier ik twintig jaar moederschap.
Is het lang? Is het veel? Ja vast, want dat zeggen anderen. Maar voor mij voelt het niet lang. Ook niet kort. Want Frans was er altijd al. Althans, het vorige leven, dat ik bijna net zo lang achter me liet als dat hij er is, voelt ver weg. En in dìt leven, was hij er inderdaad al. Niet dat het makkelijk was (ik hoop dat zijn broertjes niet zo heftig en lang gaan puberen als hij) maar hij wàs er wel.

Ik heb het idee er altijd al één te zijn geweest. Een moeder dus. Wat natuurlijk niet kan. Dat is hetzelfde als beweren dat je nooit kind bent geweest. Zoals die buurman uit het boek van Guus Kuijer deed. Dat boek dat veel minder bekend en geliefd is dan zijn Madeliefboeken en véél gekker. Misschien was het daarom wel mijn favoriet. En toen ik als kind de toneelbewerking ervan bezocht en daar de schrijver trof, kon het helemaal niet meer stuk. Het gaat over auto's die kindertjes eten, over psychopillen uitspugen, en over een Turk die in een kiepenhok woont (geen typfout). "Hoe Mieke Mom haar maffe moeder vindt". Miekes ouders wonen in een doodskist in de tuin en ze klagen veel. Als het meisje een lieve vrouw ontmoet, verklaren ze elkaar tot moeder en dochter. Ik geloof zelfs met getuige en al.

Vandaag kocht ik friet en slagroomtaart voor mijn grote zoon. We hingen slingers op. Hij kreeg een (tweedehands) fiets en een fotoboek. Met plaatjes van hemzelf. Hij zat er lang in te bladeren, tuurde naar de foto's, ook naar die uit dat vorige leven. Hij wist niet dat er zoveel foto's van hem waren, met zo veel vrienden en vriendinnetjes ("Het lijkt wel alsof ik op elke bladzij een andere meisje heb"). Er was sprake van een hoog 'O-ja-gehalte' en hij vroeg zich hardop af welke haardracht (1 of 5 mm) hem beter stond. Het viel in de smaak. Hij glom. En ik glom mee. We maakten nieuwe foto's en aten snoep en wasten af. Ik bood aan om de berg vuilniszakken van het balkon te verwijderen, voordat het feest voor zijn vrienden (en vriendinnen) los ging. Maar, zo zei Frans, dat kon hij mij niet aandoen (Het ligt er vol met maden). "Hoewel", voegde hij er aan toe, "jij hebt met mij wel voor heter vuren gestaan." We zwegen en lachten want, zo wisten we beide, dat was best waar. De vuilnis bleef staan.

De friet en frikandellen (die ik was gaan halen op Frans' fiets) waren op, broertje Kees viel om van de slaap en we maakten aanstalten om afscheid te nemen. Frans ging verder met de voorbereidingen voor het echte feest (zelfs op het toilet stonden waxinelichtjes). Toen we elkaar gedag zoenden, zei hij, half beteuterd, dat we nog niet voor hem hadden gezongen.

En dat deden we toen, uit volle borst, in de regen, onder zijn raam. En hij glom opnieuw. We hadden elkaar weer gevonden. En dat voelde goed.

zondag 14 augustus 2011

Het park en de binnenpicknick

Dit is wat er van over was.
Van de enorme reus.
En die voeten,
dat zijn echt geen kindervoetjes.
Echt niet.




En de zon scheen. En Leo en Kees speelden met vriendjes. Die ook waren teruggekeerd van vakantie. Ze renden en klommen en vertelden elkaar over Franse campings. En het gras was moeras. Wat het voetballen bemoeilijkte. En mijn gympen doorweekte. Maar de steigerbouwers van Noorderzon hadden her en der vlonders gestrooid, waar groepjes jongeren en ouders met baby's in hippe driewielkinderwagens neerstreken om net te doen alsof de zomer mooi was geweest en warm en uitbundig. En er klom een groep jongeren in de klimtouwen. Die giebelden over dat zigeunermeisje en die steen en later zongen over een duizendpoot die schoenen lapte (nee, póetsen, dat zongen ze). En één van de jongens beweerde dat vrouwen beter zonder man kunnen dan andersom. En ik vermoedde dat hij dat zei vanwege zijn levensvroegwijsheid. Maar het had met het grootbrengen van kinderen te maken. Zo legde hij uit.

En ik dacht ook. Als ik een paar dagen later jarig was geweest, dan had ik mijn verjaardag wèl in dit park kunnen vieren. Zoals mijn plan was geweest. Ook als het had geregend. Fantastisch, zo'n privépartytent. Of een mooi designzeil en dan er onder barbecueën en dansen in de regen. Gezellig. Maar ik vierde het binnen. Op Kees zijn kinderkamer. Die er niet bij was. En het eten was lekker en de verhalen divers. Heel divers. Joodse, Islamistische, Hollandse en half Chinese mensen. Van hun geloof gevallen. Maar dit nooit zeiden, dat gaf maar gezeik. Maar nu wel. Mannen en vrouwen, vrienden en familie. Couscous met anjovis, ham met meloen, preitaart en lamsgehakt, hete pepers, tzaziki en cucuk. Geen leverworst en blokjes kaasfeestje waar men snel weg wilde. En ik was jarig. Heel jarig.

maandag 8 augustus 2011

Over een boom en blikvoer

Ik kijk zelden televisie. Over sommige zaken kan ik dan ook niet meepraten. En nu ik uit bezuinigingsoverwegingen ook de krant heb opgezegd, gaan er nog meer wetenswaardigheden en wereldleed aan me voorbij. Maar ik mis het niet. Niet echt althans. Maar soms, heel soms, is het toch fijn om een beetje van de buitenwereld kennis te nemen. Via de radio bijvoorbeeld. 's Ochtends rond zeven uur gaat bij mij de wekker. Eerst de radio, dan de snooze-blieb-blieb. En op dat ochtendnieuws uit Groningen is het best lekker ontwaken.

Donderdag fietste ik naar huis en zag hekken staan in het park. Van die dranghekken. Rond een dikke kastanjeboom. De hekken stonden tot aan de vijver. Vreemd, dacht ik, zou er een kind zijn verdronken? Jaren geleden raakte op diezelfde plek kleine Kees eens te water toen hij zijn waterpistool wilde bijvullen. Hij was alleen nat tot z'n knietjes, hoor. En geschrokken. Ik ook.

De radiowekker van vrijdag bracht opheldering. Van de oude
boom bleek met veel kabaal een dikke tak gewaaid. Consternatie alom, want het park zat toen vol mensen. Maar de reus stond al op de nominatie geveld te worden. Voor de mensen van de boomverzorging was dit een mooie spoedklus. Diezelfde ochtend zou hij worden gekapt. Om acht uur. Ik sprong gelijk mijn bed uit. Op naar het park.





En ja, eenmaal ter plaatse zag ik mannen in de weer met een bulldozer. Grote ijzeren platen werden klaargelegd om de machines niet te laten wegzakken in het drassige gras. Er werd opgeschept over een kraan die wel 28 meter hoog kon! Het was een mooi tafereel.
Helaas kon ik niet de hele operatie verslaan, ik moest aan het werk. Maar 's avonds bleek er van de enorme reus alleen nog een stompje over. Er lagen dikke stronken opgestapeld. Misschien kunnen ze daar nog iets ludieks mee doen bij het op handen zijnde Noorderzonfestival.

En gisteren, zondag, had ik de gelegenheid om ook het nieuws van verder weg tot me te nemen. Met een bord met couscous en vers schaap op schoot (ja, het wordt verkocht als lam, nou, schaap is net zo lekker hoor, mits je het uren langzaam laat garen in een bij voorkeur aardewerken pannetje) ging ik kijken naar het acht uur journaal. Maar ik zapte eerst langs Nederland 2 en daar zag ik Wouter Klootwijk. Hij fietste door een blikfabriek. En hij ging (zo leek het) met een tent in Noorwegen in de regen aan de gedroogde nasi goreng. Fenomenaal zoals die man praat, pauzeert, wat hij zegt en wat niet. Ook de montage is om te smullen. Echt klasse. Het journaal heb ik maar overgeslagen. Dat de financiële wereld in paniek is weet ik zo ook wel. Wat ik er wijzer van word? Van "De wilde keuken" dus? Dat er misschien een Romeins zwaard rond mijn blikje tomatenpuree zit, dat één op de vijf Noren met Kerst een pizza Grandiosa eet en dat ik best een blikje krab kan eten dat ouder is dan ikzelf zonder er ziek van te worden. Of het mogelijk is om ook een heel schaap in te blikken weet ik nog niet. Zinloze kennis? Misschien. Maar wel leuk.

Volgende aflevering: vrijdag 12 augustus 2011 op Nederland twee. 16.55-17 uur (helaas een wat ongelukkig tijdstip)

Kan ik voortaan ook meepraten over vegetarische worst van bonen en eieren, waarom magere yoghurt 40 gram zwaarder is dan volle (pagina laadt wat traag, heb geduld). En met mijn onvolprezen radio, heb ik voortaan ook kennis over bomen die in de stad worden gekapt.

zondag 7 augustus 2011

Nog meer rare vogels

Dol op boeken is ze. In de meest letterlijke betekenis. Dat wist ik. Dus besloot ik haar alleen nog maar vrij te laten, op momenten dat ik haar in de gaten kon houden. En zij mij. In verband met mijn werk betekende dit, dat ze vooral 's avonds uit haar kooi kon. Om me gezelschap te houden bij mijn bezigheden. Maar een parkiet -of wat het ook is- wil dus vooral aandacht, véél aandacht. En dan ook mijn vollédige aandacht. Een kind is er niks bij.

Als ik facturen uittyp, gaat ze mijn muis, toetsenbord, of -en dat is niet leuk-, de snoertjes te lijf. Als blijkt dat dit niet mag, probeert ze mijn vingers te veroveren: "Hallo, hallo, speel je ook even met mij, lieve Lehti?!"

Als ik aan het bellen ben, posteert ze zich parmantig op mijn schouder en gaat dan oorverdovend zitten piepen, of eigenlijk is het meer krijsen. Een soort van zingen kan ze ook wel, maar doet dat in zo'n geval niet. En ach, ik zit ook maar wat te kwetteren in mijn mobiel en geef niet gauw telefonisch een aria ten gehore. Het is per slot van rekening ook een soort papegaai, toch?

Administratie, ook zoiets. Ik was natuurlijk gewaarschuwd door een paar afgekloven boeken. Maar ik ging, tegen beter weten in, bonnen plakken. Geen succes. Kijk maar.

Om te voorkomen dat ze de btw er had afgepeuzeld voordat ik daarvan iets kon terugvragen aan de belastingdienst, gebood ik haar rond te gaan fladderen. Precies, je raadt het al; de zorgvuldig geordende papieren wapperden alle kanten uit, door de wind van haar, ó zo sierlijke, vleugelslag.

Koken dan. Een rustgevende bezigheid die niet te veel denkwerk vraagt. Ik zette me aan het bereiden van een simpele, maar heerlijke maaltijd van verse pasta, tomaat, basilicum en Parmiggiano. Maar ook nu bleef ze niet rustig op mijn schouder toekijken. Zou ze van knoflook houden? Of van het mes? Dat werd me niet geheel duidelijk. Handig is anders. Het resultaat was trouwens erg lekker.

De vorige eigenaar verloor eens, in een vergelijkbare situatie, zijn zelfbeheersing. Naderhand belde hij me op. Behoorlijk overstuur. Hij zou de vogel hebben dóódgeslagen. Bleek mee te vallen. Maar vleugellam was ze wel. Even. En bij hem zat de schrik er goed in. Hij had uitgehaald naar de vogel, -wat bezielde hem toch?, vroeg hij zich hardop af- om haar ervoor te behoeden dat ze in een pan met hete olie en kebab belandde. Kamikazeparkiet? Ze herstelde zich en kwam bij mij. Hij was haar zat. Ook tijdens mijn vakantie wilde hij niet op haar passen. 'Doe haar van mijn part in de pan', had hij gezegd. Rare vogel.

Gisteravond kwam hij hier op bezoek. We zouden samen gaan dansen. Hij kwam me ophalen. Hij zag dat zijn vogel er erg goed uitzag (ik ook trouwens) en vroeg of hij haar terug mocht. Maar mijn jongens, die nu met hun vader op vakantie zijn, zijn dol op het beestje. Dus helaas voor hem, ze blijft gezellig bij mij. Ook hij bleef plakken. We gingen niet dansen.

Toen buiten de vogels wakker werden ging ik slapen. Hij fietste, tussen twee buien door, terug naar zijn eigen huis. Zonder vogel.

Nu is het zondag. Ik ben vrij. Buiten regent het pijpenstelen. Ik laat de vogel maar vrij.

dinsdag 2 augustus 2011

Met de 'Heel Erg Hard'

'Helemaal niet, dit ding rijdt ècht geen 240 kilometer per uur. Dat kan niet.'
'Jawel hoor, jij hebt gewoon geen gevoel voor snelheid, naar Wenen ging de trein nog harder.'
'Dat kan helemaal niet.'
'Kijk dan, Frans, kijk dan naar die snelweg, we halen al die auto's toch met gemak in!'
'Ja, maar daarom gaan we nog niet twee keer zo hard.'

-zucht-

Ik weet het. Volkomen onbelangrijk, volstrekt nutteloos om over een dergelijk onderwerp in discussie te gaan. Met mijn zoon notabene. Ik lijk wel een vent.

Maar tòch gingen we lekker hard. Het ding heet toch niet voor niks 'Très Grande Vitesse'. Maar het schijnt de afkorting te zijn van het saaiere 'Train à Grande Vitesse'. Ook goed. 'Snelle trein' of hele snelle trein' of zoiets. Toen Leo en Keesje en hun vader ons uitzwaaiden in Angers, zei ik dat de trein 'Heel Erg Hard' heette.

En dat ging ie. Dat las Frans later op zijn laptop die hij kon aansluiten in dezelfde 'Heel Erg Hard'. Wel 300 kilometer per uur. Wat zeg ik, het record van de TGV is 570 km. Frans keek met hernieuwd ontzag naar buiten. En dit is wat ie zag. (Niet schrikken bij 0.10 sec.)



Hard hè. Al merk je daar inderdaad niet veel van. Of het moet zijn dat ik
's middags nog ging pootje paden in de Loire en 's avonds thuis was in Groningen, 950 kilometer verderop.

woensdag 13 juli 2011

Vogel van Isfahan

'Hij werkt me op de zenuwen', had hij gezegd. Waarna ik vrijwillig aanbood om hem over te nemen. Háár over te nemen, moet ik eigenlijk zeggen. Want ze doet haar best om van alles wat op haar pad komt, een soort nest te maken. En ze heeft inmiddels twee eitjes gelegd.


Ze laat zich makkelijk aanraken en mag soms vrij rond vliegen. Papiertjes stopt ze met haar snavel tussen haar staart. Leo en Kees zijn blij. En ook Frans, die af toe thuis bij moeders aanschuift. Hij wil het vogeltje zelf wel hebben.

Tevens was de timing perfect, want een paar dagen nadat de vogel zich had genesteld in huize Lehti, ging Leo's hamster dood.

Maar ik lette even niet goed op. En de vogel verschanste zich bovenop de boekenkast. Ik had beter moeten weten. In mijn studententijd had ik ook een vogel in huis gehaald. Mijn verslagen voorzag hij van een randje franje.

Hiernaast zie je een deel van de schade. Mijn agenda (nee, ik heb geen I-pad/pod of ander digiding om mijn afspraken in te zetten) is er zo mogelijk nog slechter aan toe. Beestjes die papier eten. 't Is fraai.

Misschien moest juist dit boek er aan geloven. Vanwege dat gedicht van P.N.van Eyck. Het schijnt dat vogeltjes zelfs dichtregels kunnen uitzoeken. Waarin men de toekomst leest. Kijk maar.


zaterdag 9 juli 2011

Strani Italiani


"Dit moét je lezen."

In het geval ik de persoon die dit zegt, èn diens boekensmaak mag, geef ik er, een enkel keertje, gehoor aan. Andersom gebeurt veel minder. Ben er de persoon ook niet naar om te veronderstellen dat mijn smaak strookt met die van een ander. Maar ook hierop maak ik, heel soms, een uitzondering. En hoewel ik op het punt sta om hier een dergelijk arrogante uitspraak te doen -alsof er niet nog een miljoen andere boeken op lezing wachten die vele malen mooier zijn-, volgt allereerst een kanttekening.

Over de stijl van de schrijver niets dan lof. Maar, ik vrees dat de inhoud, alleen voor gewezen (en deels genezen) Italofielen als ik, ècht leuk is (over arrogantie gesproken). Want een ieder die niet thuis is in de schizofrene houding t.a.v. giftige kersen, Communistische schranspartijen of gynaecologen 'di fiducia', zal wellicht slechts met groeiend ongeloof dit boekje doorlezen. Wel, voort hèn luidt de boodschap:

"Het is allemaal wáár."

Want Italiaanse kinderen wórden van de wieg tot het graf verzorgd.
Dat hóórt zo. Ze zíjn ziekelijk gepreoccupeerd met hun gezondheid (ook de alternativo's). Ze betálen zich scheel aan zwartwerkende (private) doktoren/loodgieters/stucadoors/ vul maar in*. En lopen hiermee te koop. Dat geeft status. (*Niets doorstrepen want het is allemaal van toepassing). Ze aanbidden ècht hun mamma's en willen het liefst tot hun zestigste bij hen in de buurt wonen. Op kamers wonen?, uitvliegen? Wat is dat voor modern gedoe.

Onnavolgbaar is ook hoe ze met bewondering en verachting op-/neerkijken tegen/op hen die een baantje bij de overheid hebben. Net als de wijze waarop deze betrekking is verkregen. En de uitgesproken manier, want dat zijn Italianen wèl vaak, uitgesproken, waarop wordt gepraat over
tomatensaus/ belastingpapieren/ gras/ bloeddruk/ de maan/ schoonmaken en alles wat zoal in het dagelijks leven voorbij komt en waar men zich maar enigszins een mening over zou kúnnen vormen.

Ok, ik hou op. Want èrgens hou ik toch wel van dat land. En haar inwoners. Veel zelfs. Aldus. Italianen nemen, ondanks een rijke wijncultuur, weinig alcohol tot zich. Zeker jongeren. Dronkenschap op straat is not done. Misschien leven ze zich daarom uit op de Istiklal Caddesi in Istanbul. Ver van huis. Ik hoorde daar verdomme tot 4 u 's nachts alleen maar Italianen brallen. Nee, Lehti, positief blijven!

Aldus. Het is een verademing om in een willekeurige Italiaanse stad 'fare le vasche', oftewel kijken en bekeken worden, op en neer te lopen zonder al dat bier dat bij dergelijke gelegenheden door Tedeschi wordt gehesen. Ook is de Italiaanse keuken verre te verkiezen boven de Nederlandse. Al gaan ze met dat koken soms wat spastisch om.
Geen brood op tafel? Dan wordt de sla niet aangeraakt. Onmogelijk. Linzensoep met vermicelli? Schande! daar horen van die kleine vlindertjes in. Desnoods 'ditalini' (vingertjes). Hoewel die toch eigenlijk bij de bonen passen.

Ok, basta. Ik woon er niet meer. Hoef me niet meer tig keer per dag om te kleden, mijn kinderen van kraakheldere kleding te voorzien en in gestreken uniform op school af te leveren. Waar ze de hele dag binnen zitten want de speeltuin is voor het gemak afgebroken. Ze zouden zich eens kunnen bezeren. Geen steekpenningen voor een werk- of verblijfsvergunning meer. Geen boerse carabinieri meer. Geen postkantoren en benzinestations waar één of ander bollo (zegel) moet worden gehaald voor één of ander reuze belangrijk formulier. Geen 'contacten' meer om onder de voortreffelijke Italiaanse wetgeving uit te komen, waar niemand iets van snapt en geen hond zich aan houdt.

Maar... zodra ik kan,.... deze zomer..... smeer ik 'm toch weer zuidwaarts.
Om weer te weten hoe de echte pizza bianca al taglio smaakt. Slechts voorzien van roosmarijn en grof zout. Want meer is niet nodig. Om, aan de kant een provinciale weg, een broodje 'porchetta' te eten (een heel varken vol venkel). Om op luide toon, druk gesticulerend, te discussiëren over om het even wat, bij een kop espresso, die nog een uur lang nagalmt op je palato. Wat nou capuccino?, dat is ontbijt voor watjes, man, streng verboden na tien uur!

Lees déze en andere voorschriften er maar op na in "Italiaanse buren". Het is met liefde geschreven. De auteur, Tim Parks, doet een geslaagde poging om de Italianen te begrijpen en laat tevens zien dat Noorderlingen, in de ogen van Italianen, al even vreemde wezens zijn. Vertaald door C.M.L. Kisling. Ook geschikt voor degene die het land dit jaar bezoeken.

Laat je niet afschrikken. Het is een heerlijk land. Vol strani Italiani.
Je moet dit lezen. En er dan heen gaan. Echt. Goditelo (geniet ervan).

donderdag 7 juli 2011

Seks op de steiger


Het vorige steigerblogje betrof de buren. Dit keer zoek ik het zelf hogerop. Schuren, plamuren, the usual stuff. Als alles netjes in de grondverf staat, en ik behoedzaam naar beneden klauter, krijgt de huiseigenaar bezoek. Een grijzende man in grijs pak staat voor de deur. Net iets langer haar, net iets meer twinkel in zijn ogen. Een bescheiden womanizer. Hij blijkt een doosje wijn te komen halen, mijn opdrachtgever is wijnhandelaar.

Als het gereedschap is opgeruimd groet ik beide heren.
Hun glimlach groeit, wordt ondeugender.
Man 1: 'Hij vindt het wel wat hoor, een vrouw op de steiger.'
Ik: 'Is dat positief of negatief bedoeld?'
Man 1: 'Ja, positief, al vind hij wel dat je eigenlijk een rokje aan zou moeten.'
*gegniffel van mannen op middelbare leeftijd*
ik: 'Hm, dat valt te overwegen. Dan verdubbel ik wel het uurtarief.'
Man 1: 'Maar dat ga ìk niet betalen hoor!'
ik: 'Ik stuur de helft van de rekening dan wel naar hem (man 2).'

Om het gesprek niet nog pikanter te maken, zeg ik de mannen gedag en taai af.

In de auto, onderweg naar huis, overdenk ik het gesprek.
Bouwvakkers behoren te fluiten naar langslopend wild (in minirok of in grijs pak, de verpakking verandert vast de smaak van het vlees niet). Had ik, om mijn vak goed te verstaan, wellicht ook moeten fluiten? Had ik hen moeten wenken? Vragen of ze bij me boven wilden komen?

Veel ongeschreven regels moet ik me als bouwvrouw nog eigen maken. Ik besluit mijn leven te beteren. De eerstvolgende man die door mijn schilderskloffie dreigt heen te kijken, zal ik actief gaan versieren. De jager in mij zal er van smullen. Maar ik vrees dat de man in kwestie zal reageren als een kat naar wie je een bal rolt. (Tenzij het een nerd is van middelbare leeftijd die, indien nog maagd, mijn kant niet eens op zal durven kijken. Flirten zal ik hem niet aandoen). Nee, het alfamannetje dat bejaagd wordt zal verward opspringen, angstig wegvluchten. Want een vrouw hoort prooi te zijn, geen jager. Maar mocht zo'n man in staat blijken om de veroveraar in hem te negeren. Als hij meerdere rollen in de liefde durft te vervullen, dan sluit ik een minnespel op grote hoogte niet uit.

vrijdag 1 juli 2011

Ode aan de juffen en klussende kleuters

'Ja hoor, dat wil ik wel.'

Had ik dat ècht gezegd?, een weekje terug, toen me werd gevraagd om bij het buurtfeest iets te doen? Een workshop of zo? Ja, ik had 'ja' gezegd. Maar ik had geen flauw idee wat voor workshop. En nu was het zo ver. Veel te weinig tijd. Werk, kind naar sport, omkleden. Snel nog even naar huis rennen om visitekaartjes op te halen. Maar om vijf uur was ik, een uur later dan afgesproken, ter plaatse.

Tafels en stoelen waren al voor me klaar gezet. De wethouder hield haar praatje, een Molukse band speelde reggaemuziek. Dorpsoudsten scharrelden rond, met hun handen op hun rug. Er was bier, kip en bakabana. Je kon er sjaals verven, zingen en aanmelden voor een wandelclub. Kortom, een buurtfeest zoals een buurtfeest hoort te zijn.
Net iets te koud,
Net iets te weinig volk op de been.

Ik groet wat mensen, deel kaartjes uit. Een beetje netwerken kan nooit kwaad. Maar ik zou dus ook iets léren aan mensen die dat wilden. Op mijn tafel ligt gereedschap. Er kan worden geknutseld met elektra en waterleiding. De mensen die interesse tonen blijken zelf al erg handig. Of zijn elektricien. Of loodgieter. Daar valt geen eer aan te behalen. Maar dan, net als ik denk dat het feest op zijn eind loopt, ik het koud ga krijgen en mijn boeltje wil gaan inpakken, komt de plaatselijke kinderbende kijken. In golven.

Het zijn vast lieve kinderen hoor, maar het lijken er zo véél. En zo drúk. 'Juf, mag ik dit?',  'Juf, wat is dat?', 'Juf, mag ik dit meenemen?', 'Juf ik wil ook....' God allemachtig. En dan te bedenken dat er mensen zijn die dit dagelijks doen. Ok, je hebt in het onderwijs natuurlijk zeven weken vakantie, maar die heb je ook hard nodig.

Ik maan de kinderen te gaan zitten, omstebeurt te praten, van mijn spullen af te blijven. Maar hun aandacht springt alle kanten op. Voordat ik er erg in heb, is er een tang kromgebogen en zit er de pijpensnijder klem. Nog een wonder dat er geen kindervingertjes zijn afgehakt.

Een Arabische vader dumpt zijn zoontjes bij mij. Vol verwachting kijken de jochies me schaapachtig aan. Met hun mooie zwarte pagekopjes. 'Hoe oud zijn jullie?', vraag ik. Vijf en zes. Juist ja, dat lijkt me wat jong om met elektriciteit aan de gang te gaan. Maar 'Nee' zeggen is niet mijn sterkste punt -anders was ik hier nu niet geweest- en de vader is al weg.

Als de kleintjes, met hun tong uit hun mond, eindelijk de minuscule schroefjes hebben losgedraaid en ik uitleg dat de draden altijd bij dezelfde kleur moeten, komt de vader ze alweer ophalen. Etenstijd. Ik kan ze nog net op het hart drukken om hetgeen ik ze heb geleerd vooral niet thuis te doen. Ik mag hopen dat mijn liefde voor techniek niet op hen is overgeslagen. Zijn ze thuis straks geëlektrocuteerd.

Er komen nieuwe kinderen naar mijn tafel. Ze zitten overal aan. Als er een steeksleutel als hamer wordt gebruikt, is de maat vol. Ik hoor mezelf zeggen: 'Nu ben ik echt pissig!'. Het komt over. Ze papegaaien nog wat, maar de grootste etters lopen weg. Ik kan dit niet. Echt niet. Zou het een kwelling vinden om voor de klas te moeten staan. Moet je ze iets leren en mag je ze niet eens naar huis sturen. En dan te bedenken dat ik ooit overwoog om de Pabo te gaan doen. Het lerarentekort verbaast me niks. Juist bijzonder dat er überhaupt nog mensen voor te porren zijn. De overheid wil de pensioenleeftijd verhogen, wil voor zware beroepen een uitzondering te maken? Wat mij betreft mag het onderwijs bovenaan.

Ik heb veel bewondering en respect voor de mensen die dit doen, elke dag opnieuw. Die geen dankjewel krijgen op hun loonstrook, alleen ouders op de stoep zien als iets ze niet zint. Geklooi met mobieltjes in de klas, propjes, grote bekken, door elkaar heen praten. Het is vast een mooi vak. En als ik deze workshop iets beter had voorbereid, was het mij vandaag vast ook beter vergaan. Maar juf?, Nee, da's niks voor mij.

donderdag 30 juni 2011

Bloedbad


Na het relaas uit het vorige blogje, over afwezige of minder welkome lifters, zou je bij een titel als deze wellicht verwachten dat bij Lehti alsnog de stoppen zijn doorgeslagen. Dat ze, alle goede bedoelingen ten spijt, gewoon heel banaal op de vuist is gegaan. Dat er een heus duel heeft plaatsgevonden. Met als inzet een echte man. Bij wie, terwijl hij aan de zijlijn nadenkt over wat hij hier nu eigenlijk van moet vinden, het bloed van hen die hij liefhad over zijn sokken stroomt.

Nee, dit bloedbad is minder sensationeel. Anders had ik dit niet kunnen schrijven. Ook betreft het hier geen Congo, Jemen of Alphen aan de Rijn. Het gaat hier om mijn bloedeigen, bovenste beste, bloedje van een kind, Kees.

"MAMA!", schreeuwt hij vanuit de badkamer. En ja, het is weer zover. Datgene waarvoor de juf belde om hem van school te halen, de reden dat zijn lakens nu in de week staan in de biotex en één van de aanleidingen om hem morgen mee te tronen naar de kinderarts. Kees heeft weer een bloedneus. Terwijl hij in bad zit. En hoewel van die paar druppen het water natuurlijk niet rood kleurt, vond ik het toch een bloedbad.

Hij wìlde helemaal niet douchen, maar toen ie er onder stond, weer wel. Lekker lang ook. Het eten was al klaar, maar wat maakt het uit. Nadat hij had gevoeld hoe lekker dat water op je blote velletje is, deed hij de stop er in, want hij wilde liever in bad. Maar dus geen bloedbad.

Als ik hem in handdoeken gewikkeld en met een flinke dot wc-papier vanuit het bad op schoot heb gehesen, brult hij "PAPA!" Op dat moment besef ik iets waarvan ik gister even niet meer zo zeker was. Dat het wonen naast je ex, in het geval dat tevens de vader van je kind is, ook voordelen heeft. Of, dat kan natuurlijk ook, dat het je kinderen juist onnodig opzadelt met een alomtegenwoordig loyaliteitsconflict. Daar ga ik nog 's over nadenken. Maar nu wil Kees zijn vader. Die beter bloedneuzen kan stelpen dan ik. Dat had ik vanmorgen ook al naar m'n kop gekregen 'Als papa er was geweest, was de bloedneus al lang over geweest!' Die er toen niet was. Hij was zijn duifje achterna gegaan. Een hotel in. Ver weg van die gekke Lehti. Maar nu was papa weer in de buurt. Om Kees te helpen.

Terwijl vader zich ontfermt over het bloedend kind, ik ga met broer Leo aan de dis. Als de borden leeg zijn, en onze handen druipen van het vet, komt er een opnieuw een stem vanuit de badkamer. Niet Kees, maar de vader vraagt nu hulp: "Lehti, kun je komen, ik zit hier nu al twintig minuten, en het houdt niet op." Ik loop kalm naar de badkamer (er razen intussen intussen visioenen van ambulances en bloedtransfusies door mijn kop) maak ik in alle rust een paar doeken nat en leg ze in Kees' nek en hoofd. Het bloeden stopt.

We wisselen opnieuw van kind. Papa neemt Leo onder zijn hoede ("Waaah, ik heb morgen een spreekbeurt en ik krijg 'm nooit af!") en ik ga eten met kleine Kees. Als hij zijn bord half leeg heeft, klinken zijn praatjes ineens nog gesmoorder dan je mag verwachten van een kleuter die zijn mond vol couscous en kip heeft. Zijn ogen geven te kennen dat er opnieuw doekjes, veel doekjes nodig zijn. Spetterend ontsnapt er een klont gestold bloed uit zijn mond. Arme Kees. Mijn kleine Kees. Wat is er toch loos met mijn mannetje. Ik lees hem een verhaaltje voor en zing op zijn verzoek een lang lied. Het bad laat ik leeglopen. Zonder kind. Dat slaapt gelukkig al.

dinsdag 28 juni 2011

Ierse lifters

Het waren van die hele echte. Zij met een strooien hoed, hij met een stoppelbaardje. Hun rugzak een beetje scheefgezakt aan hun voeten. Ze stonden daar. Op de eerste echte Liftplaats van Nederland. In Amsterdam.

Ik was er speciaal langsgereden. Had geen zin om opnieuw twee uur in mijn uppie te rijden. Maar negen van de tien keer staat er niemand te liften. Zeker niet na de invoering van de OV-kaart voor studenten. Maar nu dus wel. 'Germany', daar wilden ze heen. Dat schikt, die kant moet ik ook op! Maar de richting was verkeerd, dus ze bleven liever staan.

Aan mij kan het niet gelegen hebben. Hoewel ik er een uurtje eerder ronduit smerig uitzag, was mijn aanblik nu, al zeg ik het zelf, best appetijtelijk. Had me zelfs zeer smakelijk uitgedost. Want na drie dagen klussen in Amsterdam had ik zin in een verzetje. En mijn minnaar zou ook komen. Per trein. Konden we samen wat leuks doen. En dan samen terug. Maar hij kwam niet. Hoofdpijn. Een soort Ierse lifter zal ik maar zeggen.

O, had ik gedacht, dan kan mister V. tòch mooi mee terugrijden naar Groningen? Dezelfde macho man aan wie ik gisteravond had gevraagd of er nog wat te dansen viel in Mokum. Maar hij had zijn mobiel toen niet gehoord, en mijn sms vanmorgen pas gelezen. Wat erg jammer was, zei hij. Want er was gister toch zó'n enórm fijn Carribean feestje in de Melkweg geweest. Fantastisch! Super! Echt jammer dat je er niet was, Lehti. Ja, leuk, meneer V., en dat zeg je me nú, een dag later, wat koop ik daarvoor? Iets wat wàs maar toch niet. Een Ierse liftparty of zoiets.

Meerijden hoefde de macho later ook niet meer. Want nadat ik tevergeefs op mijn minnaar had gewacht, was de trein die V. Noordwaarts had genomen, al voorbij Zwolle. Geen dansfeest, geen minnaar, geen mister V. en ook mijn naar Amsterdam verkaste vriendin was de avond te voren dronken geweest en had nu een kater. Dus besloot ik via de liftplek naar Groningen te gaan. Waar Ierse lifters stonden. Die niet meereden.

Honderdtachtig kilometer verderop bel ik aan bij mijn eigen huis. Of althans, bij de bel waarnaast tot op heden mijn naambordje prijkt. Naast de naam van mijn ex. Die er nog wel woont. Ik ben zelf een deurtje verder gaan wonen. Moet kunnen. Ik was drie dagen weggeweest, zodat hij en zijn nieuwe liefdesduifje alle vrijheid hadden om te tortelen. Zelfs als glurende buurvrouw zouden ze geen last van me hebben. Ze hadden lekker gezinnetje gespeeld. En ik had kunnen werken. Win-win heet dat toch?

Maar buurvrouw Lehti vond het nu tijd voor een paar plichtplegingen (handje schudden, 'hou-are-joe?' 'fain-end-joe?') met het duifje in kwestie, dat, naast het tortelen ook de zorg voor mijn bloedjes van kinderen op zich had genomen.

Nee, ze wou niet, kon niet, ze wilde geen dag zeggen of handje geven. Ach ja, prille liefde, hè. Moet kunnen. Mooi rokje had ze wel aan. Dat kon ik zien, staand voor mijn eigen voormalige voordeur. Alleen wat zuur dat zij degene was om wie ik dat deurtje verder ben gaan wonen en dat ze desondanks zeurt over dat naambordje, tampons op zijn toilet en foto's van mij in zijn huis die mijn foto's niet zijn. Typisch geval van een Ierse lifster. Zo één waar je op rekent, en die dan toch niet komt vanwege hoofdpijn, een gemiste sms, of omdat ie een andere kant van Duitsland op moet.

Maar wacht 's even? Nu draaf je door lieve Lehti! Je hàd helemaal niet op haar gerekend! Sterker nog, je kunt haar missen als kiespijn (en hij ook, maar dat zal hij niet toegeven, want nu hij 'A' heeft gezegd, volgen daar alle alfabetten van de hele aardbol op, dat is hij aan haar verplicht, daar is ie van overtuigd). Ze is dus geen Ierse liftster. Meer een Franse, of Zwitserse of zo. Zo één die er wel is, als je er niet om hebt gevraagd, die wispelturig wappert met haren, glimlacht, vleit en voert maar dan bergen aandacht terug verwacht. Op de manier en momenten dat zij dat wil. Want ze heeft zo veel voor je over.

Brrr, op dat soort lifters zit ik niet te wachten. Dan maar alleen rijden.

vrijdag 24 juni 2011

Handtekening van Ernie

Ik: "Jij was toch zo'n fan van Ron flon flon en Wilhelmina Kuttje?"
J: "Ja."
Ik: "Dat werd toch gedaan door Wim Schippers?"
J: "Wim Schippers"
Ik: "Ja, die ja, Wim Schippers"
J: "Ja, hij, hoezo?"
Ik: "Nou die staat hier. Ik ben in Amsterdam bij de opening van een expositie van Theo van den Boogaard en hij is er ook. Zal ik een handtekening voor je vragen?"
J: "Ja, moet je doen!"
Ik: "Ik durf niet."
J: "Waarom niet, vraag het gewoon."
Ik: "Ok dan, dan ga ik eerst een pen zien te ritselen en wat moed verzamelen."

Bij de balie van de museumwinkel van het gemeentearchief, vraag ik een pen te leen. Ondertussen is duidelijk dat de 'mistery guest' van vanavond, Theo van den Boogaard zelf is. Hij blijkt ook te zingen. En nerveus dat ie is. Maar vanavond gaat het over zijn tekeningen. En over Amsterdam.

Op één van zijn tekeningen, die hij twintig jaar geleden op verzoek van het ministerie van VROM maakte, staat met minutieuze precisie een jongetje dat bananen hengelt, een duivenmelker met een konijn, een Marokkaanse man in djellaba, een vegetariër met uitgemergelde hond die reikhalzend uitkijkt naar de BBQ op het balkon onder hem, een Surinaamse, het gebouw van Milli Gurus en meer.

Minstens zo mooi als Theo's tekeningen zelf, zijn al die witte mensen die naar de strips staan te turen. Ik denk dat geen van hen in het soort huizen woont dat op de tekening staat. Of het moet de gehoofddoekte vrouw zijn die hier, met blote voeten in leren slippers, aan de andere kant van de foyer, achter haar schoonmaakkar aan slentert. Ze wacht tot de Amsterdamse jetset klaar is met wijn drinken en netwerken. Dan kan ze de vloer doen. Ze gaat er bij zitten en pakt haar mobiel. Zou ze ook een handtekening willen van de Jacques Plafond, van Ron flon flon, van Wilhelmina Kuttje (ook al met een extra T.), of, als dat meer tot de verbeelding spreekt, de man die de stem doet van Ernie uit Sesamstraat?

Als loslopend wild zonder gesprekspartner val ik uit de toon. Ik voel me opeens weer jong tussen al deze vijftigplussers. Mijn gelakte hakjes tikken over het mozaïek van het voormalig AMRO-kantoor. Nadat ik vier keer de hal op en neer ben geweest, alle ansichten heb bekeken en mijn biertje op is, heb ik genoeg moed verzameld.

Ik stel me aan hem voor (of vergat ik dat?). Hij stelt mij voor aan zijn twee gespreksgenoten. (Behoor je je eigenlijk nog voor te stellen, als iedereen dat al weet? Hoe werkt zoiets?). Of vriendin J. zelf niet om een krabbel kon vragen. Nee, zeg ik, die is hier niet. Die is in Groningen. Aan het werk.

Ernie en ik gaan kletsen aan een van de receptietafeltjes (Je weet wel, zo'n grote witte diabolo, die van al die gemorste wijn al lang niet meer wit is). Hij vraagt of hij mijn lachende ogen niet eerder ergens heeft gezien? Ik onthul mijn woonplaats en daar blijkt hij ook te hebben gewoond, in de korrewegwijk, in de oorlog (Goh, is Ernie al zo oud?). Hij komt nog regelmatig in Groningen. Op de universiteit bijvoorbeeld. Voor lezingen. De anders zo babbelgrage Lehti in mij, lijkt even niet thuis. Jammer.

Ja, hij wil best wat schrijven voor J., maar wat?. Ze is fan van u, zeg ik. Het maakt niet uit, een handtekening is prima. Dan krabbelt hij:

Dag J!
Veel liefs van Wim Schippers (staat er nu wel of geen 'T' tussen Wim en Schippers?) en Ernie

Maak er wat van

Reeds


Als ik thuis kom blijkt dat hij het heeft geschreven op de uitnodiging waarop ook de persoonlijke tekst van Theo van den Boogaard staat. Juist ja. Die moet natuurlijk ook bewaard. Hoe moet dat nu?. Moeten de bedenker en de tekenaar van Sjef van Oekel nu strijden om wie er wint, zonder dat ze dit weten? Want het hele kaartje aan J. geven, waarop ook de beschreven tekening staat, wil ik niet. En doormidden scheuren is ook zo wat.

Hoe zou Ernie dit oplossen? Als Bert ook iets van hem wil? Met een fles melk misschien!


dinsdag 21 juni 2011

Lentes en stinkende moeders van Kaandorp


Twee jaar geleden ging ik in de Harmonie in Leeuwarden naar 'Zo' van Brigitte Kaandorp. Met mijn grote zoon, toen 17 jaar, zijn vriend en diens moeder.

En ik luisterde, met tranen in mijn ogen, naar het liedje 'Lente':
En ik dacht: "Dat zouden meer mensen moeten horen." Een voorproefje:

Als ik het kon blies ik die grijze zooi aan flarden
Ik haalde de vogels uit het zuiden voor je terug
Ik pleurde een ei in een nest
En ik zei, kom op je doet je best maar
We moeten lente hebben en een beetje vlug


Hier staat de rest. En zo klinkt het. Zakdoek bij de hand. Kippevel.

Ik was het er dan ook roerend mee eens dat dit lied onlangs, in mei 2011, de Annie MG Schmidt-prijs kreeg voor het beste theaterlied.

Toen ik verder zocht, las ik dat Kaandorp, kennelijk al eerder met het bijltje van het liefdesverdriet heeft gehakt. Maar dan als lijdend voorwerp in plaats van in haar moederrol:

verschrompel knoppen die ik haat
dooi trek terug tot een klein wak
en zaaier, zaaier zaai het zaad terug
Tot weer een volle zak
En haal het vee weer uit de wei
En keer dan, achterwaarts bewegend
Drogend, dat het opwaarts regend
weer naar je warme boerderij

Laat het vriezen dat het kraakt
Laat het sneeuwen dat het wit
En laad opnieuw de kolenkit
Nu de liefde me, de liefde me
zo tegen zit


Die kende ik niet.

Nog een klein stukje van de moederversie dan:

Als ik het kon schoof ik de hemel voor je open
Ik floot het fluitekruid zo uit de natte klei
Ik haalde de kou uit de lucht
Ik hielp de winter op de vlucht
Ik zette een koe in de wei
En in ene was het mei
En je verdriet was dan vergeten en voorbij.

Mooi toch? Maar nu is het juni en allemachtig wat is het grijs vandaag. Gelukkig zingen er wel vogels. En af en toe ook Brigitte. Want van haar kun je ook best vrolijk worden hoor. Als ze vertelt over moeders, die een beetje stinken. Omdat er altijd zo'n typische weeïge walm om ons heen hangt. Van oude poep, ranzige melk en Chanel 5. Lang filmpje. Tussen minuut vier en tien is vrolijkheid verzekerd. Maar, toen ik het zelf weer keek tot het eind, kreeg ik er opnieuw buikkramp van.

Bedankt Brigitte!

zaterdag 18 juni 2011

Treinmuziek voor in de auto

En dan hard rijden.
Of thuis uit mijn plaat gaan.
Of op de dansvloer.
Wat maakt die man heerlijke muziek


En als je thuis achter de computer zit en per ongeluk twee tracks van die andere Kalkbrenner tegelijkertijd opent, klinkt dat, mits goed getimed, ook erg mooi:
Road to Philadelphia + Kings in Exile

vrijdag 17 juni 2011

De AH-man


Waar las ik dat nou ook al weer? Die recensie over dat boek over singles. Dat ze niet zielig zijn. En dat de (twee-) indeling van de groep vrouwen hierbinnen, zijnde feestbeesten en wanhopig zoekende, niet klopt. Het was vast ergens in de papieren krant. Die de functie appeltje+F (of ctrl+F) niet kent. Wat maakt internet mensen toch lekker lui. Doet er niet toe. Ik heb geen zin om te bladeren. Er is toch wel iets bij mij blijven hangen.

2, 7 miljoen singles kent Nederland. Of alleenstaanden of -gaanden, dat kan natuurlijk ook. De vrouwen die werden geïnterviewd, waren blij te kunnen gaan en staan waar ze wilden. De seksvraag werd gepareerd met "Als jij een vriend hebt, vraag ik jou toch ook niet hoe vaak je het doet?" Een 63 jarige vrouw zei dat je aan seks, dankzij internet, nog makkelijker kunt komen dan aan een pizza. Dat werd uitgelegd als positief. Voor die vrouw. Het was een erg hetero stukje. Natuurlijk werden er ook datingsitetips gegeven; geduld hebben, lat niet te hoog leggen, maar toch ook niet te snel tevreden, geen angst een blauwtje te lopen, dat soort dingen. Maar, in de AH, na zessen bij de koeling, zou de kans om de juiste man tegen te komen, het grootst zijn. Want dan staan de gesettelden te koken of ze zitten aan tafel. Singles halen dan nog even iets makkelijks uit het vriesvak.

Iets wat ik me bij wel meer publicaties afvraag, wat is nu eigenlijk de oorzaak en wat het gevolg? Is de AH een soort cruise-plek? Of krijgt ook mijn mannen-antenne, door het lezen van zo'n recensie, een betere ontvangst? Worden mijn geurklieren (bestaan die?), en die van mede singelaars wijder opengezet?

Maar wat lachte hij mooi. Ingetogen, maar overtuigd en kort en zonder bedoelingen. Dat ene moment. Vastberaden en toch ook lief en kwetsbaar. Goddelijk gewoon. Wat ook meespeelde is dat ik nooit een stap zet in 's lands grootste supermarkt. Ik vind het te duur, ken er de weg niet. Dus laveerde ik eerst vier keer heen en weer tussen de winkelkarretjes, alvorens ik zes eieren, twee boter en een pak yoghurt in mijn mandje had. Ja, inderdaad, bij de koeling.

Het was een machtig moment. En superkort. Want hij was net zo snel weg als ie er stond. Ook hier, in real life, geen ctrl+F combinatie. Ik heb trouwens ook geen idee waar ik op moet zoeken, wat ik zou kunnen intypen. Ik ken geen naam, maar zou ook niet meer weten hoe hij er uitzag. Het was alleen die stoere en toch tedere blik die het hem deed. Jammer dat ie weg is? Welnee. Dat houdt het leven spannend.

zondag 12 juni 2011

Zand, zee en kwallen bij Harge







En de vloed bleef de kastelen maar steeds weer wegspoelen en de broeken natmaken, en ook de jassen kon je uitwringen. Tja, had ik -of hadden ze daar zelf aan moeten denken?- hun kleren maar uit moeten trekken. Maar na afloop was er friet. En de dag erna was er zand op de vloer naast het bed. En toen dacht ik aan dit gedicht:

Ga je naar het strand?
Mag ik als je terugkomt het zand uit je schoenen
voor de bodem van mijn aquarium?
(K. Schippers)




zaterdag 11 juni 2011

Op de dijk Lelystad - Enkhuizen





Woeste wolken pakken samen boven het meer dat ooit zee was en toch maar geen land werd. De vissers die in de jaren zeventig zo fel tégen inpoldering van de Markerwaard waren, zie ik nu niet. Of zouden er netten zitten aan de paaltjes die in het water staan? We zien wel recreatieboten en een aalscholverkolonie. Ook mooi.

Vakantieonbijtje




donderdag 9 juni 2011

Zuipen op de steiger


Bij ons in de straat wordt geschilderd. Bij ons in de straat wonen studenten. Dat dit een perfecte match is voor een origineel feestje bleek vanavond. Ik hing uit het raam om te genieten van de laatste lichtgloed die over de stad viel. Het groen is nu op zijn groenst. Het breekbare, bleke, malse van de lente is er nu wel af en de droogte van augustus moet nog komen. Nergens rookpluimen uit schoorstenen. Een prima dag voor een luchtballonvaart. Het is windstil. Door de stilte draagt het gebral bij de buren extra ver. Tegen elven is het bijna donker en zit er al flink wat drank in. Ze klimmen met z'n velen uit de dakkapel op de steiger. De jongens stoten steeds meer oerkreten uit, de meiden manen tot kalmte.

Ik moet denken aan zoon Frans, die vanavond langskwam. Voor het eten. Met een blauwe vingernagel en de mededeling: "Ik was bijna dood". In Brugge, bij het werken op de kermis, had hij, of zijn werkmaatje uit Mongolië, per ongeluk één van de vier haken niet losgemaakt van het plateau vol hekken voor de achtbaan. Het signaal naar de kraan, dat deze kon gaan binnenhalen, was te snel gegeven. Frans voelde dat de hekken onder hem gingen bewegen, gingen schuiven. Het platform ging hellen, het zat nog aan één haak vast. Zijn baas schreeuwde 'ER AF, FRANS, ER AF!', en zelf rende de man, met handen als kolenschoppen, ook voor zijn leven. Met daverend kabaal stortten de hekken naast hem op de kasseien. Frans was net op tijd op de trailer terug geklauterd.

Het is gevaarlijk werk. En zwaar. En zwart. Maar hij is terug. Heel. Hij wil mijn auto lenen om boodschappen mee te doen. Om zijn geld weer uit te geven. Aan eten. En drank. Misschien staat hij morgen ook brallend op de steiger.

zondag 5 juni 2011

Sternfahrt, Trabi's en bliksem


Ik besluit dat de voordelen van het 's nachts rijden niet opwegen tegen de nadelen. Dus begeef ik me, op klaarlichte dag, als half Duitsland een zonovergoten hemelvaart afsluit en huiswaarts keert, op de Autobahn. Althans, daar doe ik een poging toe. Want uitgerekend op deze zondag, toont Berlijn zich van zijn milieuvriendelijkste kant; er worden vandaag alleen fietsers toegelaten op de snelweg. Vanuit alle windrichtingen worden van buiten de hoofdstad fietsers richting Postdamerplatz geleid. Dat ziet er zo uit: en dit is dan nog maar één weg, hè

Groen-witte politiebusjes blokkeren opritten. De toegangswegen raken al snel verstopt. Hoewel ik tot voor kort zwoer bij een ouderwetse topo-kaart van papier, ben ik nu totaal overgeleverd aan mijn navigatie-apparaat. Niet zo slim van Lehti. Je hoort het al: 'probeer om te keren', -route wordt herberekend-, 'probeer om te keren'. En die Tomtom kent deze zogenaamde 'Sternfahrt' natuurlijk niet. Maar de zon schijnt, dus als ik de schaduwen in de gaten hou, kan ik pal naar het westen rijden. 'Ergens kom je altijd' was Pippi's motto.

Voor mij is het alleen vertraging. Meer medelijden heb ik met mijn zusje, die vandaag een toeristische autotocht langs Berlijnse bezienswaardigheden moet leiden. In van die Trabanten dus. Heel authentiek, maar vandaag was een fietstoer beter geweest.

Door in de juiste windrichting te blijven rijden, ben ik na een klein uurtje toch Berlijn uit. Het landschap is hier prachtig. Ik kan de Friese boeren, die hier naar toe emigreren, geen ongelijk geven. Om de vele Baustelle bij Hamburg te vermijden, heb ik dit keer de route over Hannover gekozen. Maar allemachtig wat is het hier druk....en warm. Kees en Leo verzinnen spelletjes maar ook zij zijn er na zes uur file in, file uit, aardig zat van.

We leggen ons te rusten bij een meertje, dat zichtbaar is vanaf de snelweg en, wonder boven wonder, met een afrit in de buurt nog makkelijk bereikbaar ook. Liggen op een kleedje, mooie stenen zoeken, turen naar pasgeboren eendjes. Plassen, water drinken en roken. Een visser groet in het voorbijgaan, de mais wordt met waterkanonnen nat gespoten. Margrieten bloeien. Te mooi om waar te zijn. Maar Murphy is aan mijn zijde, want de òprit tot de snelweg blijkt hier afgesloten. Nergens een omleidingsbord. Ik rij opnieuw de zon achterna. Zo zie je nog 's wat van Duitsland.

Acht uur nadat we vertrokken uit Berlijn, bereiken we Bunde (toch maar een bypass over Bremen gekozen, het stond overal muurvast), eindelijk kunnen we vaart maken. De teller tikt de 150 aan. Maar dan, net als ik alles denk gehad te hebben, pakken inktzwarte wolken samen, bliksemschichten schieten rakelings langs de weg, de hemel barst open. Tegemoetkomende vrachtwagens bieden een beetje bescherming tegen de horizontale slagregens. Het lawaai is oorverdovend. Leo, die nog steeds wakker is, zegt met een benepen maar toch heldhaftige stem: "Ik help je wel". De teller gaat van tachtig naar vijftig, naar dertig, de ruitenwissers kunnen het noodweer ook op hun snelste stand niet aan. Glibberend bereiken we 'de Poort van Groningen'.

Een korte plaspauze. Leo wil een filmpje maken van het onweer in de verte, maar ik wil naar huis. We zijn er bijna. Ik start alvast de auto.
"Ik tel tot tien."

Bij sec. 15 (zo ongeduldig ben ik nu ook weer niet), gaat heel even het licht aan,
in de oosten,
in Berlijn.




zaterdag 4 juni 2011

Ehec-lunch




Lekkere China-pfanne met taugé aan de Karl-Marxstrasse in Berlijn. Helles biertje er bij.



En dan wensen dat we de ehec niet krijgen.

vrijdag 3 juni 2011

Titten, Techno & Trompeten

Oftewel Berlin Calling. De muziek staat al een jaar bovenaan mijn lijstje. Krijg er nog steeds geen genoeg van. Heerlijk ook als je achter het stuur zit. Vanavond was er een life optreden van Kalkbrenner in Berlijn. Uitverkocht. In Nederland kwam de film maar niet langs. Maar nu draait hij, met Engelse ondertiteling, in de kino van de Hackesches Hofe. Heerlijke muziek, humor, vaart, goed spel en weinig cliché's.

Nieuwsgierig geworden. Hier zijn nog meer mooie tracks:
(volumeknop helemaal open)
S-bahn
Sky & sand
Dockyard

Scene uit de inrichting. Met een lief soort humor: revolte

donderdag 2 juni 2011

Groningen, Pritzwalk, Berlijn in de nacht

De eerste dag van juni sluit ik af met een nachtelijke tocht Oostwaarts. Naar hun tante, onze nichtjes. Om negen uur race ik nog even naar de buurtsuper om het door hun bestelde Nederlandse brood te kopen. Ik doe nog een afwasje en maak me klaar voor vertrek. Leo wil niet mee, gaat op de bank liggen en reageert op mijn verzoek zijn spullen te pakken met struisvogelpolitiek. Op de bank, met de gordijnen en de deur dicht, zal er vast niks gebeuren lijkt zijn redenatie. "Ik ga niet mee!" Op zijn broertje heeft deze bokkigheid een stimulerend effect. Keesje wil helpen inladen, zoekt knuffels en onderbroeken bij elkaar en installeert een lekkker bedje achter in de auto. Als ik Leo van de bank naar de auto til, is het enige doelwit wat zich in zijn buurt bevind, zijn broertje. Die krijgt een ferme trap in zijn zij en zo begin ik, met twee jengelende kindjes, aan mijn uitstapje naar de Berenstad. De jongens vallen gelukkig gauw in slaap.

Na Leer en Oldenburg kan ik lekkere doorjakkeren. En niet lang nadat de laatste lichtheid in het westen in mijn achteruitkijkspiegel is verdwenen, gloort er aan de horizon voor me, een warme oranje gloed. Nevel hangt laag op de velden, moerassen, akkers, koeien steken er spookachtig hun koppen bovenuit. Als er niet zo veel windmolens waren en ik ook mijn eigen bolide op het asfalt wegdenk, waan ik me zo in een tafereel van eeuwen her. Landontginners trekken door bossen en moerassen om het woeste land richting Polen te ontginnen. Ook nu is er geen huis te bekennen. Dan hoor ik Kees met zware ochtendstem vanaf de achterbank "Kijk zonsondergang". En ach, hoe heerlijk zo'n uitspraak ook is, zeker nadat ik al vele malen mijn favoriete nummers van de usb-stick heb afgespeeld, ik ben toch ook maar een ma. Dus corrigeer ik hem met een "Nee, schatje, dat is de zonsòpgang,...het is al ochtend. Ik wijs hem op het sprookjesachtige tafereel aan de andere kant van de weg: "Kijk, zie je die mist." Kennelijk zijn zijn ogen en zijn mond eerder wakker dan zijn oren. Want Keesje zegt zelf: "Kijk, allemaal rook." Waarop Lehti opnieuw betweterig meldt dat het hier wolken betreft die op het land liggen. Met een kort "O" valt hij weer in slaap.



Als het hele land verlicht is, hou ik een korte rookstop nabij Pritzwalk. Poolse vrachtauto's met onuitspreekbare plaatsnamen staan als legoblokjes langs de kant. Hun chauffeurs liggen nog op één oor achter in hun cabine. Ik ben de enige PKW hier. Dan zoeven er drie BMW's de parkeerplaats op. Mannen met brede armen, zonnebrillen, kale koppen en gotische letters op hun kleding stappen uit de zwarte auto's. Ik vraag me af of dit een paar van die neonazi's kunnen zijn die mijn nichtje onlangs de stuipen op het lijf joegen toen ze voor het eerst alleen met de metro ging. Een groep zat een wagon vóór haar. Hun bedoeling was om in de kleurrijke wijk Kreuzberg de boel op stelten te zetten. Hoewel de politie de zaak niet onder controle had en er later alsnog veel mensen werden afgetuigd, liet men de metro (met zowel mijn iele nichtje als de neonazi's aan boord) zonder te stoppen tot aan de eindhalte rijden. Om bloedvergieten te voorkomen, of om de neonazi's te verspreiden. Mijn nichtje kwam toen met bonzend hart op een haar volkomen vreemd station terecht. Huilend en veel later dan gepland kwam ze thuis. Maar hier op deze Rasstätte zie ik geen swastika's dus het is vast alleen de plaatselijke voetbalfanclub. Maar misschien maakt dat ook niet zo'n groot verschil.

Een uur later rij ik de Autobahn af, de stille Tempelhoferdamm op. In geen enkele andere wereldstad van die omvang grenst de natuur zo tot aan de rand van de stad en ook kun je volgens mij zelden via de snelweg zo ver doordringen in de stad. Berlijn, stad van extremen. Een paar vrouwen haasten zich naar hun vroege schoonmaakbaantjes. Het is 2 juni, Hemelvaartsdag, de dag dat de Zoon naar de Vader terugkeerde. In Duitsland viert men dan vaderdag. Of 'Herrentag'. En dan moet je niet denken aan kunstig geknutselde stropdassen of beschilderde spaghetti, nee, dat is gewoon met mannen onder elkaar zuipen tot je er bij neervalt. Of net niet. Zoals de man die nu met zijn rug tegen een auto staat, slapend, met zijn hoofd naar één schouder gezakt. Als ie voorover valt, rij ik zijn kop er af. Hij blijft gelukkig staan.

We passeren de voormalige flughafen Tempelhof. Ooit landden hier de zogenaamde 'Rosinenbomber', nu ligt het enorme grasveld er verlaten bij. In afwachting van een nieuwe bestemming hebben de konijntjes, die eerst huisden op de totenstreifen tussen de Muur, hier een veilig heenkomen gevonden.

Ik wil mijn zus niet om zes uur 's ochtends wakker klingeln. Ook mijn jongens liggen achterin de auto nog in diepe rust. Ik parkeer mijn auto dubbel voor een Backerei. Een vroege klant op het terras leest zijn krantje bij een verse kop koffie. Dat lijkt mij ook wel wat. Maar er is niemand in de zaak. Het ruikt er lekker en het uitgestalde banket doet me watertanden. Na mijn voorzichtige 'Hallo', komt er een vrouw van achteren aansloffen. Bij het zien van haar kille blik, voel ik me al bijna schuldig dat ik haar zoete broodjes wil komen kopen. Oja, bedenk ik me dan, dat was ook zo, dat is de welbekende "Berliner Snauzer". Dat is niet snauwen, dat is gewoon hun manier van beleefde zakelijkheid. Niks geen 'Waarmee kan ik u van dienst zijn?' of 'Verders nog iets, mevrouw?'. De klant zegt wat ie wil en krijgt wat ie wil. Niks geen zoete broodjes bakken. Die zijn al klaar. Ik probeer na het bestellen van koffie nog een luchtig babbeltje te houden over haar heerlijke baksels. Maar meer dan 'Klein oder Gross?', krijg ik niet van haar terug. Ja, het wisselgeld, dat ze op de toonbank kwakt. Ook een kwestie van gewoonte. Zo snel als ze kan is ze weer verdwenen achterin de winkel. Ook goedemorgen mevrouw.

Mijn koffie drink ik op, gezeten op een bak met zand voor in de winter. Op de stoep van de nog gesloten rolluiken van de fietsenmaker. Hoe vaak hebben we hier niet met drie broeken aan over de sneeuw en het ijs geglibberd. Bevroren wc's, dichtgevroren autosloten, het is hier echt vreselijk koud in de winter. Niet voor niets zijn alle ramen voorzien van vierdubbel glas. Maar nu laat de aangename kant van het landklimaat zich voelen. Het is pas half zeven en de zon voelt gelijk al warm. "Trust no one" staat er op de bak met zand gekalkt. De koffie is smerig maar heet. Het broodje smaakt naar reuzel.

Om zeven uur maak ik Leo wakker. Hij is nog steeds struisvogel en weigert uit te stappen. Maar even later speelt hij lachend met zijn nichtjes en broertje het spoken spel. Ik stort neer op het bed van mijn zus en val als een blok in slaap. Wat een lange nacht. De neefjes en nichtjes gaan ontbijten, met meegebracht Nederlands brood.
Leo wil niet meer naar huis. Hij wil hier blijven wonen.