woensdag 24 april 2013

De opening van mijn hol met een romantische dame

Duimstok, tandenstoker, leesbril, fietslamp, oplader, nagelschaar, werkschoenen, zaklamp, kinderkunst, broodtrommel, wasknijper, nieuwsbrief, haarspeld, stuiterbal, notenkraker, oorbel,  theekopje, biebpas. Dergelijke dingen hebben bij jullie natuurlijk een vaste plek in huis. Bij mij ook...... in principe.

Maar een collega zei me ooit dat 'in principe' eigenlijk een eufemisme is voor 'niet'.

Het gevolg is dat alleen het aanrecht één van de weinige horizontale vlakken in dit huis is, die af en toe zichtbaar is. Elders liggen bovengenoemde voorwerpen gedrapeerd. Op de trap, tafel, stoel, vloer, vensterbank èn in mijn broekzak. Lades bieden voor dergelijke zooi natuurlijk uitkomst, maar ik heb helaas geen lades.

Dat is ook nog geen punt, want ik vis die schaar, pen of krant van gister wel weer ergens onder vandaan. Maar tot overmaat van ramp, begon ik vijf jaar terug een klusbedrijf (mijn eerste lustrum ging ongemerkt aan me voorbij. Maar niet aan de overheid: die verlaagde de btw op bouwwerkzaamheden naar zes procent! Dank je wel Sint Rutte!). De goederenstroom die dat genereert is, in combinatie met een verhuizing naar een bovenwoning twee jaar geleden, wèl een probleem. Samen met een chronische -en erfelijke- bewaarziekte levert dat een tamelijk vol huis op.

Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en ging op jacht naar een opslagplaats. Nog dezelfde dag kon ik de sleutels ophalen van een leegstaande garage en na een telefonisch jawoord, lag het huurcontract binnen een dag op mijn deurmat.


Hoe eenvoudig kan iets zijn! Heerlijk. Zelfs na drie keer rijden met mijn volgestouwde bolide, was niet te zien dat er iets in mijn garage stond. Wèl was te zien dat er thuis weer lucht was. Glaslatten, regenpijpen, waterleiding. Ik stond versteld dat er blijkbaar steeds plek voor was in mijn huis.

Zielsblij was ik met mijn eigen plek, mijn eigen holletje. Ik kon het niet nalaten de boel een beetje in te richten: schragen uitklappen, schoenen netjes langs de kant en ook de reclamedame die tot voor kort mijn portiek opleukte, kreeg haar eigen plek. Met de bouwradio binnen handbereik.

Het voelde bijna jammer dat ik niet meer rookte, anders had ik er, samen met de dame van het NNO zeker één opgestoken.

zondag 21 april 2013

Prut

(Lees de volgende zin met een zeer zoetgevooisd stemmetje) 'Nou, courgette enne... aubergine enne toma....' Kees (8) liet me niet uitpraten en vatte het antwoord op zijn vraag wat we zouden eten samen met , 'O, prút dus'. En hij wás al zo gefrustreerd omdat het tekenen van tags ('Eminem' en '50-cent'), niet liep zoals hij wilde. De dop van de stift was zoek en hij schoot uit. Er klonk gesmoord gemor uit de kamer en af en toe werd de pedaalemmer opengerukt om er iets in de smijten. De suspoging van broer Leo (12): 'Waarom téken je dan?', werkte als olie op het vuur.

Als mijn jongste zich iets in zijn hoofd haalt, dan zàl het gebeuren. Op zíjn manier. De hele tafel werd er door in beslag genomen, zodat Leo het tafeltje in de keuken maar dekte. De grote tafel ('buréau!' volgens Kees) was trouwens tòch van hem, ìk had hem ingepikt! 'En', zo zei hij van achter zijn bord, 'ik heb geen honger en ik lus géén couscous en óók geen prut en al helemáál niet als ik er van jou geen zout op mag!!'

Nog voordat mijn eigen bord leeg was, kwam -met een allerschattigst lachje- de vraag: 'Mag ik nog méér?' Ook broerlief zat te smullen, likte na zijn bord de samballepel af, en nu het potje toch bijna leeg was, ging hij dat ook maar te lijf. Zo had hij al gauw een mooie rode peperkring van zijn neus tot aan zijn kin.

Er welde een plotselinge opvoeddrang in mij op. Na de juiste greep voor de vork en waar hun ellebogen hoorden ("Dat weet ik héus wel!'), kwamen ook de reine en onreine hand aan bod.

Huh, onrein? Nee, mensen, vrees niet, ik heb me nergens toe bekeerd. Maar, ik dacht zo, als de kroonprins van Marokko verjaart en die nodigt mijn zoon uit op zijn feestje, misschien is het dan slim om hem te leren dat het in sommige landen niet wordt geapprecieerd dat je eerst het snot uit je neus haalt, met dezelfde linkerhand je eten op je vork schuift en dan de resten sambal door je haar smeert. Maar met je rechterhand mag dat vrees ik ook niet. 

'O ja, mám, jij was toch in Iran geweest? Daar eten ze toch van de grond.' Nog voor ik er erg in had, oefenden mijn twee jongens het zitten aan de sofre, in kleermakerszit, op de keukenvloer.  'Ik zou dat zó doen', zei Kees, en hij trok zijn bord met prut op schoot.

zaterdag 20 april 2013

Op de motor naar Plato en Krishnamurti aan de Vecht

Hoe ik daar kwam en wat ik daar deed? Ach, dat is een leuk verhaal. Dat ik niet ga schrijven want daar is het veel te lekker weer voor. Er uit, er uit! Op de fiets, met de benenwagen of, voor wie dat leuk vindt, op de motor. De paden op, de lanen in (Oei, wat schaamde ik me als mijn oma dat uit volle borst zong als we 'er even uit' gingen. Maar toch was het leuk)
Geniet er van mensen.
Dat doen de vogels ook.
Al om vijf uur in de ochtend.
Mooi, hè.










donderdag 18 april 2013

Het damesurinoir

Jammer genoeg maakte ik alleen een foto van het bordje, niet van het ding zelf. Hoe het heet weet ik niet, de spellingschecker maakt van damesurinoir, Surinamerivier. Maar ik kan vast verklappen dat het erg prettig wateren was.

Degenen die als kind kregen ingepeperd om bij openbare gelegenheden nóóit op de bril te gaan zitten, en bij het ontbreken hiervan al helemaal niet, zijn vast gewend om bij het plassen boven de wc te hangen. Of met de voeten op de rand van de pot plaats te nemen, zoals men in Islamitische landen vaak doet.

Hurk-wc's vond ik daarom altijd een uitkomst. In Italië noemt men die 'de Turk', 'la Turca'. Ik bedenk me dat de andere worden voor toiletpot vrouwelijk 'la tazza' of mannelijk, 'il cesso' zijn. Maar waarom is de hurkplee dan vrouwelijk? Anderzijds, in Nederland is men ook niet erg consequent met het urinoir en de pisbak. En het zijn natuurlijk afgeleide woorden, uit 'een tazza' kun je namelijk ook koffie drinken. Ik vergeet nooit hoe ik, in mijn beste Italiaans in een restaurant in Rome naar 'de plee' (il cesso) vroeg. Ik had natuurlijk naar 'het bad', (il bagno) moeten vragen. Alle begin is moeilijk.

Wat daar verder ook van zij, een damesurinoir is een prachtuitvinding. Het spaart de rug, voorkomt gesputter, vermijdt het gevaar van huissleutels/telefoons/muntgeld dat in de pot verdwijnt en is daarbij ook nog eens erg hygiënisch.

Ik snap alleen niet zo goed waarom er op het plaatje staat dat er papier in mag. Misschien was de half gehurkte positie van de vrouw an sich wat compromitterend en moest er gewoon iets bij, iets onschuldigs als het weggooien van een papiertje. Of is dat een maandverbandje, die washand op het tweede plaatje? Vast niet, die mogen toch nooit in het toilet. Baanbrekend is wel dat er een heus plasje te zien is op het eerste plaatje.


donderdag 11 april 2013

Vertrouwen in baksteen of een tilapiavis

Bij Nieuwsuur interviewen Twan Huys en consorten allerlei deskundigen (grijze heren) over het net verschenen onderzoek dat is gedaan naar de huizenmarkt, de prijsexplosie en wat de overheid had kunnen, zelfs had móeten doen om de ellende waarin veel mensen nu zitten, te voorkomen. De conclusie van het onderzoek, dat een half jaar heeft geduurd luidt: De overheid had als regulerende marktmeester -eerder- moeten optreden. Of zoiets.

Nou, poe, daar zullen de mensen die met een schuld van drie ton zitten voor een huis dat nog niet de helft 'waard' is, blij mee zijn. Het onderzoek betrof de tijd van 1995 tot nu. Lekker lang. Zo heeft iedereen schuld. En tegelijk niemand. Dat de huizenbezitter zich rijk rekende en gehoor gaf aan het 'advies' van hypotheekverstrekkers om vooral te gaan gokken met het -geleende- geld, kan hem of haar toch niet kwalijk worden genomen? Nee, de overheid had bij zo'n prijsexplosie de mogelijkheid voor leningen moeten beperken. Gelijk hebben ze. Ordnung musst sein!

Ik heb het rapport niet gelezen, maar moet nu toch echt even lachen. De meest verrassende uitspraak van vanavond (was dat niet Nout Wellink?) was iets met 'het dumpen van een put', 'een kalf' en 'de angst voor de kiezer'. Ach gos, je meent het, met een beetje cameratraining kan ik zo ook hele wijze woorden zeggen. Maar laat ik voor de grap dat huis van steen nu eens vervangen door vis (diamant, oud ijzer of tulpenbollen had ook gekund). 

Vis dus. Om op te eten. Een tilapiavis of zo. Schijnt volgens wiki weinig eisen te stellen aan de waterkwaliteit. Ideaal. Kan je bij wijze van spreken zo in de plastic soep kweken. Stel, die vis levert veel op. Erg veel. Ik doe marktonderzoek, maak een bedrijfsplan, ga naar de bank en vraag een lening om ergens een Tilapiakwekerij te beginnen. Maar de bank zegt 'Nee mevrouw, want (de geadviseerde 'regulerende maatregelen' zijn inmiddels door de overheid getroffen) dat mag niet van Kok/ Balkenende/ Rutte. Terwijl alles er op wijst dat de verkoopprijs van die vis twee en een half keer over de kop gaat. Dat klinkt alsof je zegt: 'U heeft met dit lot uit de loterij een kans van 250 % op winst, maar de regering vindt dat niet verantwoord, dus dat mag niet.' De tegenstrijdigheid zit 'm er in dat diezelfde overheid dol is op winstdenken. Dus dat botst.

Het ligt vast iets ingewikkelder door hypotheekrenteaftrek (belastinggeld cadeau doen aan mensen die het niet nodig hebben) en grondspeculatie (overal werken mensen die wel eens hebberig zijn), maar als je het versimpelt, vind ik de roep om ingrijpen toch lachwekkend.

Te meer omdat nu juist gemor klinkt dat banken te veel garanties zouden willen voor een lening. Is het niet de taak van de bank om geld in waarde te laten stijgen door het uit te lenen? Ik lette bij economieles vroeger niet goed op (behalve op de knappe leraar), maar ik dacht dat dat zo'n beetje de essentie was. Als je weet (of denk te weten) dat de vraag naar iets toeneemt, dan ben je een rund als je daar geen geld voor (uit) leent. En als je die lening niet krijgt, ga je naar de buurbank, DSB, Ice-save of, waarom niet, naar Lehman brothers. Da's goed voor de concurrentie, maar ook erg goed voor de hebzucht. En dan wordt er gegokt. So we did. Wie gokt heeft kans om te winnen òf te verliezen. Dat is het risico van dit systeem.

Maar er is hoop. In Groningen schijnt het schreeuwend tekort aan tijdelijke woonruimte voor (buitenlands) personeel dat aan de Rug (universiteit) of het Umcg (ziekenhuis) werkt, als sneeuw voor de zon te verdwijnen. Veel huizen die niet verkocht kunnen worden (laat die prijzen eerst maar eens dalen tot een normaal niveau) worden nu verhuurd aan deze expats.

Mooi hè? Dat soort oplossingen. Maar dat is kennelijk geen nieuws.

maandag 8 april 2013

Niet te geloven. Hij zei het. Echt.

Schoorvoetend gaf ik gehoor aan zijn oproep: 'Durf te vragen'. Dat viel niet mee. Sterker nog. Het was verrekte moeilijk. Vierenzestig woorden had ik er voor nodig. Per sms. Zonder touchscreen. Dus dan ben je even bezig. Tja, de één durft niet te dansen, een tweede komt nooit klaar en voor mij is het vragen van hulp nu eenmaal lastig. Komt in de beste families voor. Er zijn zelfs bijeenkomsten voor. Hoef ik me in elk geval nergens voor te schamen.

Zelden liep een zondag zo gesmeerd. Wetende dat hij in gedachten meehielp bij het keurig afwerken van mijn lijst. Want meer had ik niet nodig. Als zelfstandige dame zonder enige vorm van discipline vroeg ik hem slechts om me aan de door mijzelf gestelde grenzen te houden. Ter voorkoming van het beruchte 'binnenkant-van-de-keukenkastjes'-effect. Je weet wel, júist als de boekhouding gedaan moet worden (kwartaal is om), zijn die kastjes opeens zo smerig dat het onmiddellijk schoonmaken ervan een halszaak is. Een veeg teken als die blinkend schoon zijn. Mijn probleem: ik heb geen keukenkastjes.

Maar ik had nu wel een controleur. Doodeng. Straks ging hij nog controleren ook! Dat ik er zelf om vroeg doet niet ter zake. Zo'n lichte paniek moet men zien als 'puberaal protest'. Had ik tijdens de paasdagen ook last van: 's Avonds: 'Mám, je doet het hélemaal verkeerd. Je moet gewoon naast mijn bed blijven staan en zeggen dat je pas weggaat als ik opsta!'. The morning after: 'Rot op. Ik heb je héus wel gehoord, ik wil best mee wandelen, maar níet al om elf uur 's ochtends!'.
Familie heet dat.

Maar ik vroeg. En ik kreeg. En begon met het afwerken van mijn waslijst. Neem dat vrij letterlijk want van zo'n zonnige zondag moest natuurlijk misbruik worden gemaakt. Alle lakens van alle bedden wapperden vrolijk in de wind. Lakens zijn mijn keukenkastjes.
 
Het opnieuw inladen van mijn klusbus, die vorige week tijdelijk als vakantieauto fungeerde, stond daarentegen wèl op mijn lijst. Begon ik tegen een uurtje of vier mee (waarom gelijk doen wat ook later nog kan, nietwaar).  En toen.....toen gebeurde het.

Hij kwam langs. Nee, niet de controleur. Die zat braaf op verjaarsvisite aan de taart. Zoals dat hoort op zondag. De man die langskwam was de werkloze leraar Duits (of Frans, gaat om de beeldvorming) uit de wijk. Je weet wel, zo'n vriendelijke, leeftijdloze man die zich met de buurt bemoeit en waarvan je soms hoopt hem niet tegen te komen want dan sta je zo een half uur op de stoep te lullen over zwerfvuil en hangjeugd. Of, nog erger, je nodigt hem uit -slip of the tongue- voor de koffie. Bij jou binnen. Dag middag. Wel weet je na afloop alles van de wijk waar je woont.

Maar meneer de leraar liep langs -sommige mensen zijn altijd onderweg, net als de zwervers hier ter stede, het lijkt alsof er van elk exemplaar een paar klonen zijn, je komt ze overal tegen- en hij zéi.... dat wat nog nooit iemand serieus tegen me heeft gezegd,
ik kon wel janken,
kon hem wel zoenen: 

'Zó, ben je de boel vast voor morgen aan het klaarmaken? Vooruitziende blik'

Echt. Dat zei hij. Bijna had ik gevraagd of ie het wilde herhalen. In het Frans. Of Duits. Hij zei nog meer moois als 'rust in je hoofd' en 'goed voorbereid' maar ik vrees dat ik hem, met de plamuurmessen die ik juist aan het schoonmaken was nog in mijn hand, alleen maar glazig bleef aanstaren.
  
Zou het dan toch nog goedkomen met mij? Of was het de verdienste van de controleur die mij zijn vibes en soms een (korte) sms toezond? Of omdat ik durfde te vragen? Hoe het ook zij. Het schrijven van dit verhaal stond níet op mijn lijst. Sterker nog. Ik had mezelf een blogverbod opgelegd.

Misschien moest ik nog eens iets vragen. Iets anders, iets concreters. Of iemand nog om een columnist verlegen zit of zo. Wie weet waait Philippe Remarque hier per ongeluk langs. Je weet wel, de man die de Volkskrant er weer bovenop hielp. Zegt ie:  'Zo, je bent je vast aan het voorbereiden voor morgen. Je schrijft vast een stukje. Vooruitziende blik.'

Weinig kans. Niet alleen ontbreekt Remarque. Ook de klant waar ik vanmorgen heen zou, belde op het laatste moment af. Zat nog in Amsterdam. Belt later terug.
Stom Amsterdam
Stomme klant.

maandag 1 april 2013

Waar wil je naar toe?

Nou, naar Appingedam bijvoorbeeld.
Appingedam?
Ja, naar Appingedam.
Wat moet je dáár nu weer?

Wel, dat doet er nu even niet toe. De vraag is hoe je er kòmt. Met de auto is het geen punt. Pak de kaart, kies een rode, gele of desnoods witte weg. Check nog even of het mogelijk een drukke forensenroute is, of er een alternatieve route langs een woest of rustiek water loopt, schat afstand en snelheid, prik zo tijd van vertrek en klaar is Kees. Tweede, eenvoudiger mogelijkheid is het adres op de Tomtom intypen.

Maar wàt nu als je 's middags besluit: 'Kom, laat ik eens met het openbaar vervoer naar Appingedam gaan.' Het gele spoorboekje biedt geen soelaas. Als het nog in papiervorm verschijnt, heb ik de nieuwste versie niet. Ik ben dus aangewezen op 9292 ové.

Er gaat een trein èn een bus die kant op. Met een beetje geluk kun je op de anwb-site, googlemaps of desnoods via de knop 'bekijk wandelroute op de kaart' zien hoe ver een NS-station (of 'Arriva'-station) van je eindbestemming verwijderd is. Indien je uit alle macht de bus wilt vermijden is er de mogelijkheid om 'trein' aan te vinken (en ook veerboot, metro en dergelijke uit te zetten). Net als ik  besluit dat een bus waarschijnlijk handiger is, blijkt dat mijn eindbestemming te ver van de halte ligt. Want langer dan vijftien minuten lopen is kennelijk niet mogelijk. Er verschijnt iets van: 'Excuses voor het ongemak'. 

Net als onlangs bij de flappenhapper. Nee, geen flappentàpper, maar happer. Dat kan ook. Zorgvuldig stak ik mijn pasje in de gleuf en legde een stapeltje flappen in de opengesperde muil. Die hapte wel maar in beeld verscheen niet het saldo, maar een melding dat het geld 'uit veiligheidsoverwegingen' achter was gehouden.
Handig.
Kon twee weken duren. De bank nam mijn geld in maar stortte het niet. De deurwaarders waar het geld uiteindelijk heen moest, hielden kantoor naast het station van, precies, Appingedam. Had ik het geld daar ook gelijk heen kunnen brengen. Maar dat kan tegenwoordig vast niet meer. Geld bestaat alleen nog als het gedrukt staat. Niet als het gedrukt is, in je hand, tastbaar. Dan kun je er nog maar weinig mee. Alle betalingen gaan digitaal. Zelfs je eigen geld storten blijkt een probleem.

Zonder internet op zak begin je trouwens ook weinig. Want eenmaal in Appingedam -ik ging toch per trein, die kan tenminste niet afwijken van z'n route. Met de chipknip uiteraard- zag ik wel een hip incassobureau, maar er stond geen informatiebord meer op het station. Dat is, net als de Michelinkaart en het spoorboekje, vast iets uit de vorige eeuw. Ik word oud, mensen.

Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Want ik kwam waar ik wilde zijn en keerde huiswaarts per auto. De excuusbrief van de bank (en het geld) was na twee weken (zeuren) ook binnen en ik zit nu niet meer bij het Eemskanaal maar aan de Maas. In 'Hastiere-par-de-la' om precies te zijn. Bij Dinant.

Wat ik dáár nu weer doe?

Nou, met een blinddoek om naar appels happen die in een ligbad dobberen,
met biljartballen over het gras rennen,
een uit hout gesneden satire op het huwelijk uit de dertiende eeuw bewonderen
en met negen man in het pikkedonker dwalen door een kasteel om sardientje te spelen.
maar vooral krankzinnig lekker koken en eten
en de verjaardag van mijn moeder vieren,
vandaag.
Op 1 april.

maandag 25 maart 2013

Koopt kaas tegen de crisis!



De commentaarstem heeft het over 'een alternatief plan onder de arm'. En warempel, uit het van een afstand gefilmde vliegtuigje dat op Zaventem landt, met allemaal Cypriotische bobo's aan boord, meen ik een man met iets onder zijn arm te zien. Een Nederlandse staatssecretaris ter plaatse slaat klare taal uit. Dat mensen op Cyprus (althans, het Griekse deel er van, over Turken wordt niet gerept. Dat ligt vast nòg gevoeliger) twintig procent belasting over hun spaargeld moeten afdragen is veel, maar onontkoombaar om het land van een bankroet te redden.

In een volgend shot laat men een geitenhoeder aan het woord. Hij zegt dat er tot drie jaar geleden met geld werd gesmeten op Cyprus. Met zijn haarband (type: ik keek al drie weken niet in de spiegel) op zijn hoofd en met grazende geiten op de achtergrond, verkondigt hij zijn waarheid. Aan de hangende oren van de beesten die door het beeld lopen, herken ik het Malteser ras en ik zie ook het naar rossig neigende, beige van de Toggenburg.


Gedurende de rest van het nieuws meen ik de geur van vers gemolken geitenmelk te ruiken. Ik mijmer over de bijna erotisch aandoende substantie van 'tomini', en de smaak van deze onweerstaanbaar lekkere, handgedraaide verse kaasjes. Als zulke kaas smelt op je tong, kan je alle Boursin, Paturain en Philadelphia wel vergeten. Melk verwarmen in een koperen ketel. Stremsel van de maag van een zuiglam er in en dan de wrongel een nacht lang laten uitlekken in katoenen kaasdoeken. Wat eigenlijk luierdoeken waren die ik zelf als baby droeg. Ook het geluid van de druppelende wei kan ik dromen.

Vijfentwintig jaar geleden kochten we twintig geiten. Daarna honderd. De beesten wierpen twee a drie geitjes per keer en zo waren het er al gauw honderden. Naast twee maal daags melken en kaas maken, verkochten we ook bokjes rond deze tijd. Met Pasen was de prijs per kilo levend gewicht aan de haak gauw zo'n negenduizend lire per kilo. Het geld waarmee ik de geiten kocht was eigenlijk bestemd om een studie mee te beginnen. Maar ik was niet zo van de studie.

Ik leerde wel hoe je een geit in barensnood verlost, hoe je mastitis op natuurlijke wijze kunt bestrijden en ook hoe je zo'n vlammende uierontsteking met medicijnen geneest. Hoe je een melkbus van veertig liter eenvoudig met twee man verplaatst zonder rugklachten te krijgen of je evenwicht te verliezen en inderdaad ook hoe je de beste geitenkaas van de wereld aan de man brengt in één van de weinige streken van Italië waar dat geen traditie is.

De kaas die mislukte kreeg Maria Rosa in haar trog. En de ham die dat opleverde was ook niet te versmaden. Hoe vaak zou een varken worden vetgemest op biologische geitenkaas, tamme kastanjes en wilde truffel die het zelf onder een eik mag opgraven?

Wat de man op Zaventem onder zijn arm had, weet ik niet. Wel weet ik dat je met tien miljard euro flink wat geiten kunt kopen. Cypriotische geitenkaas is vast ook heerlijk. Mist er alleen nog een knappe kop die daar slimme verpakkingen bij wil verzinnen. Want de 'iezi toe open' die ik bij de Appie kocht, was een ramp.

Ter verhoging van de melancholie en romantiek (die vaak ver was te zoeken) maar ook een beetje op verzoek van Door, plaats ik nog wat plaatjes van weleer. Wie goed kijkt kan de seizoenen in het gras en de bomen herkennen. Mijn gebruinde hand (naast die van mijn zus) is echter rond Pasen gekiekt. Het is dezelfde kleur van het hoofd van de hoeder op Cyprus. Buitenkleur.



 









maandag 18 maart 2013

Reuring in de Pijp (en een beetje Berlage)

Reuring:
'beroering, drukte, gedoe, leven, opschudding', wordt hier gezegd.
Ook wel: 'Amsterdams woord voor gezellig druk'.

Beide benaderen de werkelijkheid aardig.

Als klap op de vuurpijl gingen we er zelfs eten. Daar bij Reuring.
Waar wilde wortel en paard prima smaakten. En het gezelschap ook.

Ik zie dat AT5 er drie dagen eerder ook al aandacht aan besteedde. 
Reclame is niet nodig, want het zit er toch altijd vol.

Weet je wat ook leuk is?
Kaas en kleren kopen op de Albert Cuyp.
Tussen de toeristen door laveren op de Berenstraat.
Op een bankje in hartje stad een broodje mozzarella eten onder het genot van live vioolmuziek.
En vooral naar boven kijken, heel veel naar boven kijken.
In de Kalverstraat
of al fietsend door plan Zuid.
Verveelt nooit.
















 












woensdag 13 maart 2013

Grillig Groningen en de Harlem shake


Hoewel hij in hartje winter werd geboren, viel zijn feestje in de lente. Althans, dat leek zo. Dat liep zo. Want ik had geen tijd of geen zin in dat gedoe. Ook het prikken van een dag was lastig want vriendjes gingen om beurten met vakantie.

Het moest weliswaar een verrassing zijn en hij wilde er niks van weten maar hij was nu alweer een paar weken geleden jarig geweest en herinnerde mams af en toch maar met klem aan haar belofte: 'Ik hoop dat de speurtocht heel leuk wordt'.









Op vijf maart was de hele school een dag vrij, het was toevallig zomaar vijftien graden en zo verreden acht jongens die dag de beloofde speurtocht dwars door Groningen. Ze maakten knotsgekke 'Harlem Shake' filmpjes die ik niet online mag zetten en bakten als afsluiter pizza in het restaurant bij de grote broer.
 
's Avonds, toen ik hem al basketballend het portiek hoorde naderen, deed ik alvast de deur voor hem open. Hij spreidde zijn armen en zei stralend: "de speurtocht was fantastisch!"

Uitstellen is soms zo slecht nog niet. Maar ben blij dat ik niet langer wachtte, want nu, een week later, ligt er buiten alweer sneeuw. In het zuiden van Nederland zag men geen zon, half Frankrijk zit vast in zijn auto op de weg en er stond dertienhonderd kilometer file in België. Maar niet in Groningen hoor. Daar was het landschap bedekt met een prachtig laagje poedersuiker en verder vooral stil en leeg. Op mij na dan.


























 

vrijdag 8 maart 2013

Mam, als ik mijn eigen moeder was geweest....

"Eigenlijk vind ik dat een kind van acht er best zelf aan kan denken dat hij zijn gymtas mee uit school neemt." Zo zei ik tegen mijn jongste toen ik hem tegen vijven met de auto ophaalde van een vriendje om vanaf daar door te rijden naar zijn training, waar hij zijn spullen niet voor bij zich bleek te hebben. Maar meneer bijdehand ("Ja, klopt, mam, ik heb twee handen") diende zijn moeder van repliek: "Eigenlijk hè, eigenlijk ben jij best heel dom, want," zo zei hij, "als ik mijn eigen moeder was geweest, had ik op school even aan mijn zoontje (let op het verkleinwoord :-) gevraagd of hij zijn gymtas wel had meegenomen!"

Maar dat had ik dus niet gevraagd. Of ik had het wel gevraagd maar geen antwoord gekregen. En een béétje aardige moeder grist dat ding dan natuurlijk zelf even van de kapstok. Gevolg was in ieder geval dat ik nu -gezellig- in de spits door de stad naar training reed met een kind dat zei niet van plan te zijn om in DÍE broek te gaan trainen (die inderdaad twee centimeter korter was dan dat het een ijdele basketballer betaamt maar die ik in de haast toch maar van huis had meegegrist. Inconsequent zijn is ook een gave). Verder was er ook van alles mis met de schoenen, zijn team, de trainer en, last but not least, met mij. Op school ook al, waar hij zijn papa had verwacht en ook woensdag, -de wisseldag- toen ik hem 's ochtends bij het wegbrengen vrolijk meldde dat het die dag 'papadag' was, en hij droogjes antwoordde: "Ik zie je anders nog steeds." 

Een troost is dat niet alleen ik het op zijn mindere momenten moet ontgelden, maar ook zijn broer, vader, soms zijn vrienden, een enkele keer de juf en soms zelfs de makers van 'Het Klokhuis'. Die het vrijdag hadden over aangespoelde potvissen die ontleed werden. Waar de darmen van te zien waren en de huid aan stukjes werd gesneden. Zoonlief vond het maar niks, hield zijn handen voor zijn ogen en zei: "Dat ze dat laten zíen, dat ze niet eens wéten dat hier ook kinderen naar kijken".

En soms, hè, maar minder soms dan me lief is, dan knapt er iets. Zoals vanavond, toen we bij thuiskomst over de laatste verkeersdrempel reden, de kleine betweter uiteraard in slaap viel vóór we thuis waren, en hij me toebeet: "Ja, lekker ook nog exprés hard over de drempel gaan, hè!" Ontploffen zou niet moeten, zeker niet als je al zo lang moeder bent, dan hoor je te weten wanneer het tijd is om te negeren en wanneer een dosis humor het devies is. Maar de werkelijkheid is weerbarstig: "Ga weer liggen" siste ik. Wat hij braaf deed en ik reed nogmaals, uberlangzaam, over die klotedrempel. Om je dood te schamen, dat wel. Maar ik deed het. En die goede raad uit de titel, zo zei hij in tranen, dat was alleen maar bedoeld om mij advies te geven. De schat.

Wie beweert dat jongste kinderen het makkelijk hebben, weet niet waar ie over praat.
Anderzijds, ik ben ook groot geworden.

zaterdag 2 maart 2013

Snoepjes van het leven


Donderdagochtend. Op weg naar mijn werk. De brug over het Winschoterdiep staat open. Ik zet de motor af en kijk om me heen. Op het achterdek van het voorbijvarende vrachtschip staat een witte auto. Het autootje beweegt zich traag boven het water, alsof het op een loopband staat. Vlak vóór me in de file staat een bestelauto. De achterruit is bijna te vies om doorheen te kijken. Ik gluur door de aangekoekte strooizoutresten en ben getuige van een lief gebaar van een schijnbaar al lang getrouwd stel. Achter het stuur zit een kale man. De vrouw die naast hem zit, wil aan zijn hoofd zitten. Hij trekt zich terug. Even later buigt hij zich toch naar haar en plukt zij een voor mij niet zichtbaar iets van zijn hoofd. Aan hun gebaren zie ik dat ze lachen.

zaterdag 23 februari 2013

Jozef Krekel van de yoghurt

Ooit maakte hij reclame voor yoghurt. Nu daagt Jozef Krekel de Italiaanse media en maffia uit, de gevestigde orde, politici. Eind jaren tachtig staarde hij seconden lang zwijgend in de camera, recht in het gezicht van de kijker. 'Hypnotiserende publiciteit' heette dat geloof ik. Misschien verkocht hij toen al zijn ziel aan de duivel. Maar nu schijnt de Italiaanse televisie niets meer van hem te moeten hebben. Of zou hij dat spelen? Hij ìs per slot een komediant. En stemmen trekken in Italië, dat kun je het beste doen door vooral heel erg tégen te zijn. Die vlieger gaat ook op in Nederland, getuige Fortuyn met z'n 'Puinhopen van paars', de SP met de tomaat en de Partij van de Vrijheid.

Ontevreden mensen willen horen dat ze met recht ontevreden zijn. En dat iemand anders daar schuld aan heeft. Dat is precies wat Jozef Krekel doet, beter bekend als Beppe Grillo, de komiek met de prachtige grijze lokken. Beppe komt van Giuseppe, Jozef. Veel Italiaanse mannen boven de vijftig heten zo. En Grillo is dus gewoon krekel.

Bij gebrek aan een zeepkist op tv, trekt Grillo door Italië. Met een soort boodschap als 'Spread the word'. Bij Nieuwsuur vertoont men beelden van auto's met megafoons: "Vanavond zes uur Grillo in Piazza". Een mooie knipoog naar de voorbije jaren zestig vol voorspoed. Eén van de toehoorders op het plein in Campobasso, in Italië's minst bekende regio Molise, zegt: 'òf Grillo wint deze verkiezingen, òf er komt een burgeroorlog'. Beppe zelf maakte vanaf het podium een obsceen gebaar naar de Italiaanse pers, die volgens hem alleen opnames zou vertonen van het lege plein na afloop. Om zo de zwevende kiezer te ontmoedigen. Of zoiets. Nieuwsuur mocht Grillo, in tegenstelling tot de Italiaanse pers, wel even interviewen. De intonatie van de yoghurtkrekel verraadt zijn herkomst: Genua.

Na zes jaar in dat prachtige, idiote land te hebben vertoefd, keerde ik in 1993 terug naar Nederland. Degene door wie, of voor wie ik in Italië verzeild raakte en dankzij wie ik, ere wie ere toekomt, de taal perfect leerde spreken, deed, in de tijd dat ik hem nog sprak, eens een mooie uitspraak over die Italiaanse crisis. "Wat nou crisis, Italianen moeten alleen wennen aan het idee dat ze geen dertig paar schoenen maar slechts één paar per jaar kunnen kopen." Ook mannen met losse handjes zeggen wel eens iets zinnigs. 

Crisis is ook in Nederland het toverwoord. Van huishoudbeurs ('niks is meer gratis') tot hypotheken ('zeventigduizend huishoudens met betalingsachterstand'), bij elk item wordt iets over de malaise gemeld. Slechts zelden rept men over afnemende milieuvervuiling, autobezit, meer tijd om zorgtaken te vervullen of andere positieve neveneffecten van de groei die even afvlakt. Klagen over hoe erg het is levert niet alleen stemmen op. Het fungeert ook als kijkcijfercanon.

Over die hypotheken mijmerde ik nog even verder. Waren die zeventigduizend per jaar? totaal? Het leek me zo veel. Toen het zoveelste reclameblok voor het aanschaffen van geluk/ liefde/ seks in de vorm van een mobiel/ auto/ drankje de huiskamer in knalde, sloeg ik aan het rekenen. (Als hier iemand meeleest die cijfermatig of op economisch vlak beter is onderlegd dan ik, laat hij of zij niet schromen mij terecht te wijzen, mij op een denk- of rekenfout te attenderen)

Zestien miljoen Nederlanders. Ooit woonden daar zeventig procent van in een huurhuis. Althans -daar heb je 'm weer- daar pochte ik in mijn Italiaanse tijd mee. Enige vorm van chauvinisme was me niet vreemd ("In Nederland rijden alle treinen op tijd en worden films nóóit onderbroken voor reclame). Ok, zestien miljoen. Stel dat de verhouding koop/ huur in twintig jaar is omgedraaid, dan woont er nu zeventig procent in een eigen huis van de bank. Maakt elf komma twee miljoen. Er wonen vast niet alleen singles in die betonnen paleizen. Laat ik een conservatieve schatting maken. Gemiddeld twee mensen per huis. De helft van elf punt twee maakt vijf punt zes miljoen. Als ik dat deel door waar het mee begon, zeventigduizend, maakt dat één op de tachtig huishoudens problemen heeft bij het betalen van hun hypotheek. En, zo meende ik op te vangen, dat is alleen wat zichtbaar is. Hoeveel mensen er met behulp van eventueel spaargeld en/of vermogende ouders het hoofd nog net boven water houden, is onbekend.

Zou er een politicus zijn die deze som iets degelijker kan narekenen? Die dan misschien concludeert dat het bevorderen van huizenbezit tegen de geldende marktprijs een farce is. Dat het misschien zinvoller is -ik noem maar een zijspoor- om niet (alleen) omvallende banken met miljarden te nationaliseren, maar het ooit zo jubelend verkochte sociale woningbezit in handen van de overheid te krijgen? Zodat mensen hun geld niet èn aan -omvallende- banken èn de fiscus kwijt zijn. Maar alléén aan de overheid. Lekker transparant. Kan een degelijke, integere politicus daar niet eens iets zinnigs over zeggen?

Ach, ik brul maar wat. Ben geen politica. Net zo min als Beppe Grillo. Die verschuilt zich, zo beweren de media in Italië, achter zijn blog. So do I.

Het ligt voor de hand om nu een linkje te plaatsen naar 'Il grillo parlante', 'de pratende krekel'. Bennato maakte dit album zo'n veertig jaar geleden. Over Pinocchio. Over hoe Italië functioneert en het kapitalisme in het algemeen. Maar al surfend stuit ik op een gemeenschappelijk bluesoptreden van Bennato (uit het Zuiden, 'terrone', boer) en Grillo (uit het Noorden, 'polentone', maispapvreter) ten behoeve van de vuilnisdag in 2008 te Napoli: Nun se salv nisciuno!!!! (Niemand redt zich/is veilig). (zeer slechte opname en in onverstaanbaar Napolitaans)

Maar wat nu? Er is deze week in een oorlog tussen pro-Grillo en Bennato-fans uitgebroken. Er wordt met modder en stront gesmeten. Oorzaak: Bennato plaatste op you-tube 'Al diavolo il grillo parlante' (naar de duivel met de pratende krekel). Heetgebakerde reacties over en weer ('Ik ben fan-af, smijt nu al je lp's in de kliko!"). Het is hi-la-risch. Of diep triest natuurlijk. Net wat je wilt.

Italianen geloven in God. In sprookjes.
De één koopt jonge meisjes en strooit met geld in ruil voor je stem.
Een pratende krekel noemt zijn partij 'Vijf sterren'.
En dan is er nog een communist
en...
ach laat maar.

Wordt het niet tijd voor een Prima Donna in Italië?
En dan liever niet pornoster/parlementslid Cicciolina (tevens ex van Jef Koons) of de kleindochter van Mussolini (tevens nichtje van Sophia Loren)

Ik bler intussen nog even mee met Bennato over Pinocchio:   

E stata tua la colpa (het was je eigen schuld)
alora adesso che vuoi (dus wat wil je nu?)
volevi diventare come una di noi (je wilde als één van ons worden)
En stata tua la scelta (het was jouw keus)
alora adesso che vuoi
sei diventato proprio come una di noi (je bent als één van ons geworden)

Maar eigenlijk is deze nu meer van toepassing:
'Lui è il gatto ed io la Volpe, di noi ti puoi fidar'
(hij is de kat, ik de Vos, je kunt ons vertrouwen)

Cari Italiani, heel veel succes met kiezen uit al die (tweehonderd!) sprookjes dit weekend!

maandag 18 februari 2013

Over de bevalling van vogels

In verband met mijn werk kom ik veel in studentenhuizen. Niet als meteropnemer of deurwaarder, maar als klusser. Best grappig af en toe. Want een beetje klusjesman maakt natuurlijk graag een babbel. Babbels die over het algemeen heel anders lopen dan de panden waar
gezinnen (Hoe hou ik die beitels buiten bereik van die peuter?),
bejaarden ("Nee, dank u mevrouw, ik heb ècht genoeg koffie gehad)
of boekhouders (Rara, hoeveel strekkende meters dossierplank kan je in één kamer kwijt) wonen.

Bij de pas verhuisde studenten helpt er soms een vriend of vriendin mee met sjouwen en schilderen. Meestal is het de moeder die zich maar al te graag bemoeit met het inrichten van de eerste echte kamer van haar zoon of dochter (Ikea doet gouden zaken). Trots en vreugde over dat mooie, geslaagde kind dat aan zijn of haar eigen leven begint, wedijveren met de angst wat haar (inmiddels achttienjarige) baby wel niet allemaal kan overkomen. Anders dan bij de kleurkeuze voor het behang in de babykamer achttien jaar eerder, voegt moeder zich nu schoorvoetend naar wat het kind zelf wil. Soms fungeer ik als een soort praatpaal bij deze weeën die haar een leeg nest opleveren. "Ik heb haar wel gezegd dat alles daardoor erg donker lijkt, maar ze wil persé zwárte gordijnen."

Leuk is ook te horen hoe de uitvliegende vogel zijn of haar nieuwe vrijheid zèlf ervaart: "Als ik zin heb pas om half negen te gaan eten... dan dóe ik dat!" (gehuld in badjas op klaarlichte dag). Minder blij word ik van de uitwerking van die vrijheid op mijn werk: zelden zag ik een gloednieuwe gootsteen zo rap onder de bamiresten verdwijnen.

Wat ook opvalt is de onwetendheid omtrent technische zaken. Ik begrijp best dat je als nieuwe bewoner niet gelijk weet waar de water- of gasmeter zit. Maar het hele besef dat hetgeen uit kraan of stopcontact komt, ook ergens de woning bínnen moet komen, ontbreekt vaak. Bij het woord 'meterkast' word ik niet zelden schaapachtig aangestaard (Zou ze misschien de naam van een nieuw appje bedoelen?). Soms ervaren de bewoners van de benedenhuizen met lekkende plafonds, de komst van mijn klusbus, als een openbaring van de Messias herself. Terwijl de student die boven woont en het euvel veroorzaakt, mij dan doodleuk vraagt, vlak nadat ik uit voorzorg de hoofdkraan dichtdraai, of er nu dan weer naar hartelust kan worden gedoucht.

Studenten wonen veelal in het centrum. Alwaar parkeerplek schaars is. Vorige week wijdde ik me weer eens aan zo'n huis en dumpte mijn auto eerst een tijdje op de stoep. Dikke, dure auto's die uit onzichtbare inpandige garages op straat leken te worden gespuugd, passeerden stapvoets, met norse blik en ingeklapte spiegels mijn vehikel. Maar de gemeentereiniging toeterde mij weg bij mijn werk, ze pasten er niet langs. Toen ik al draaiend en stekend achter het stuur zat, zag ik twee oranje fietstassen in mijn achteruitkijkspiegel. Er stond een bekend gezicht naast: Het was de postbode, tevens de moeder van een klasgenootje van zoon Kees (8). Twee dames in uniform. Altijd leuk.


"Hé, jij ook hier aan het werk? Weet jij waar ik mijn auto kwijt kan?"
"Vaak zetten ze 'm daar neer, maar dan kan ik er met mijn tassen met post niet meer langs."
"Ok, dan laat ik 'm hier wel staan. Heb trouwens net een brievenbus voor je hersteld!"
"O leuk, welk nummer?"

We zetten het gesprek voort voor de deur van het studentenhuis. Waar de snailmail van de vier nieuwe bewoners weer prachtig door de deur kan glijden. Maar mevrouw de postbode en ik ontmoeten elkaar niet alleen op straat en op het schoolplein, we delen ook de vreugde een kind te hebben gebaard toen we zelf nog een beetje kind waren. Wat vandaag de dag heeft geresulteerd in een half-volwassen fladderend kind dat af en aan, uit- en dan weer thuiswoont. Een lange bevalling.

Het hare is net weer weg, ze vertrok naar het buitenland. Het mijne vond onlangs nieuw werk en een nieuwe liefde en is tijdelijk teruggekeerd in moeders nest. Voor opgelucht ademhalen is het nog te vroeg, maar we overtuigen elkaar lachend dat het goedkomt.
Dan gaan we vrolijk verder met ons werk.

dinsdag 12 februari 2013

Trakteren met saté

Over 'Zondagsgeld', 'Hasse Simonsdochter' of 'De gebroeders Leeuwenhart'.
Over wandelende kerken, een kat in een winkelwagen, of een mooi kookboek voor de deur.
Over een doucheafvoer in de muur, ingefreesde loodslabben en schurende spanjoletten.
Over een minstreel, Vondel, Kalamata........
Er is zo veel waar ik over zou willen schrijven.
Altijd en overal.

Maar ik moet slingers ophangen.

Nou vooruit dan, een rekensommetje kan nog net. Al was het alleen maar om mijn hersens te trainen. Of om op te scheppen. Want waar kan men beter pochen dan op internet.

Maar meer dan hardop denken is het niet. Denken over dat ophangen van die slingers.
Dat ik nu dus, huh?,
Nee, dat klopt vast niet,...
Dat ik nu dus, eh,
Ja, toch wel. Ik geloof dat ik zo'n beetje even vaak met die eeuwige klotetouwtjes heb zitten hannesen (nee, ons ben zunig, die dingen gaan hier dus járen mee) als de jaren dat ik op deze wereld rondloop. Poe hé, als dát geen opscheppen is.

De regels aangaande schooltraktaties lapte ik vandaag aan mijn laars. Of eigenlijk aan de laars van Leo. Die op het schoolplein geld van me kreeg. En terwijl ik Keesje in de klusbus laadde en slapend naar huis reed, ging Leo zelf zijn traktatie kopen. Alleen. Op de fiets.

Ondanks het gegeven dat ik meer dan veertig keer slingers ophing, 
het bakken van tig appeltaarten (nu kocht ik die op de valreep voor vijf euro bij de Hema),
en het uitzetten van vele speurtochten,
twijfelde ik op het schoolplein toch even of zulks wel kòn.
Je kind in zijn eentje er op uitsturen om zijn eigen traktatie te kopen.
Of mij dat geen ontaarde moeder maakt of zo.

Argumenten zat, hoor. Om zo te handelen. Moeders moest werken, zat daarom met een auto in haar maag, kon moeilijk parkeren en ik vertoon me ook liever niet met knielappen en werkschoenen met stalen neuzen in een winkel en last but not least, kleine Kees, die aan slaperitis lijdt, had geen puf meer om door de stad te zwerven.

Maar moeders vragen ook zo graag bevestiging. Hoorde ik als liefhebbende moeder niet samen met zoonlief de stad in te gaan? Ik meende toch wat opgetrokken wenkbrauwen te zien. Dat zéi de moeder aan wie ik bevestiging vroeg weliswaar niet, maar ze waarschuwde er wel voor dat Leo wel eens met 'iets héél ongezonds' thuis zou kunnen komen.

Met engelengeduld reeg en knoopte en prikte Leo zijn traktatie voor morgen in elkaar.
'Maar mama, ik heb niks voor de juffen!'
'Dat vinden ze vast niet erg, die worden toch te dik'

Dag elfjarige zoon,
welterusten schatje patatje
Morgen ben je twaalf.
(en is de klas misselijk)



 











Als iemand me kan vertellen waar ik in vredesnaam die slingers heb gelaten, hou ik me aanbevolen.